BP TOE Westerweg 370A te Heiloo_28-09-2021.pdf
Tekst van het document
4.10
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken.
12
SAB (2021). Onderzoek stikstofdepositie. Heiloo, Westerweg 370A. Projectnummer: 130517.02. 20 januari 2021. 29
Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie gekregen. Dit houdt in dat bij een ontgraving van meer dan 50 m² en dieper dan 50cm –mv een onderzoek noodzakelijk is. Aangezien deze grenswaarden mogelijk worden overschreden is door Bureau voor Archeologie een bureau- en inven13 tariserend veldonderzoek uitgevoerd. Navolgend worden de resultaten kort besproken. Het plangebied ligt op de strandwal van Heiloo. Op deze strandwal kunnen archeologische resten uit het Neolithicum en jonger aanwezig zijn. Archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum of de Bronstijd manifesteren zich als een archeologische laag (een ontkalkte, humeuze laag met kleine aardewerkfragmenten en houtskool) tussen twee lagen schoon duinzand. Archeologische vindplaatsen uit de IJzertijd of Romeinse tijd manifesteren zich als een archeologische laag direct onder de bouwvoor. Archeologische sporen uit de Middeleeuwen worden direct onder de bouwvoor verwacht. Direct ten westen van het plangebied is een archeologische vindplaats uit de Late Middeleeuwen aangetroffen, die waarschijnlijk in het plangebied doorloopt.
Archeologische bewoningsresten uit de Nieuwe tijd worden op basis van het historische kaartmateriaal niet verwacht. In het plangebied zijn zes boringen gezet tot minimaal 220 cm en maximaal 350 cm mv. Hieruit blijkt dat de ondergrond uit strandwalzand bestaat, dat naar boven toe geleidelijk overgaat in duinzand. In boringen 3 en 5 is in het duinzand een vegetatieniveau aanwezig op respectievelijk 125 en 90 cm -mv. De bovengrond van het plangebied bestaat uit een 20 tot 60 cm dikke bouwvoor op een 20 tot 40 cm dikke omgewerkte laag. Waarschijnlijk is de omgewerkte laag ontstaan door bodembewerking in de Nieuwe tijd of daarna. Het kan echter niet uitgesloten worden dat het hier een (omgewerkte) cultuurlaag uit de Middeleeuwen betreft. Onder deze cultuurlaag kunnen archeologische sporen aanwezig zijn. Bureau voor Archeologie adviseert daarom om bodemingrepen tot in dit sporenniveau te vermijden. Dit sporenniveau ligt direct onder de bouwvoor of (als deze aanwezig is) onder het geroerde pakket 2, op 60 cm-mv en dieper. Als dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen het plangebied nader te laten onderzoeken met proefsleuven (kartering en waardering). Conclusie De bodemingrepen zullen niet dieper reiken dan 60 cm beneden het maaiveld. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
13
Bureau voor Archeologie. Westerweg 370a Heiloo, bureau- en inventariserend veldonderzoek. Projectnummer 2020070701. 5 augustus 2020. 30
4.11
Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing De gemeente Heiloo heeft specifiek beleid voor de cultuurhistorische waarden van het plangebied in de vorm van de ‘Beleidsnotitie cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren Zandzoom-gebied’. In de bijbehorende beleidskaart staan de bestaande waardevolle groenstructuren weergeven. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart, met daarop het plangebied globaal rood gemarkeerd.
Uitsnede beleidskaart waardevol groen met weergave plangebied (rood kader) bron: gemeente Heiloo
Uit voorgaande afbeelding blijkt dat er rondom het plangebied verschillende waardevolle groenstructuren voorkomen. Voorliggend plan voorziet niet in een afbreuk/wijziging van de waarden van de omliggende groenstructuur. Verder liggen in of rondom het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. Wel liggen er op enige afstand twee monumentale kerken (aan de Kapellaan 144 en de Hoogeweg 65). De ontwikkeling van het onderhavige plangebied leidt niet tot indirecte schade aan de cultuurhistorische waardevolle bebouwing, aangezien de kerken op enige afstand zijn gesitueerd en daarmee niet ruimtelijk zijn verbonden aan elkaar.
31
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.12
Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gege14 nereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling richt zich op het bouwen van drie vrijstaande woningen. Gelet op het feit dat het plangebied buiten de bebouwde kom van Heiloo ligt wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘buitengebied’ aangehouden dienen te worden. De gemeente Heiloo wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘matig stedelijk’ gebied. Voor de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen volgt uit de kencijfers een toename aan verkeersbewegingen van maximaal 26 extra bewegingen per etmaal (8,6 x 3). Dit extra verkeer kan worden opgenomen in het huidige verkeersbeeld. Parkeren De gemeente Heiloo heeft specifiek parkeerbeleid in de vorm van het Parapluplan Parkeren (vastgesteld op 26 maart 2019). Dit plan is gebaseerd op de CROW richtlijnen, zoals aangegeven in het ASVV 2004. De categorieën ‘matig stedelijk’, ‘rest bebouwde kom’ en zullen worden aangehouden.
Hieruit volgt een parkeerbehoefte voor de drie woningen van gemiddeld 2 parkeerplaatsen per woning, 6 in totaal. Hierin zal worden voorzien op het eigen terrein. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering in de uitvoerbaarheid van dit plan.
14
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. 32
5
Wijze van bestemmen
5.1
Algemeen
5.1.1
Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.
5.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in het bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
33
2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3
Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. In dit plan is een anti-dubbeltelregel opgenomen. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
34
5.2
Dit bestemmingsplan
5.2.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2.2
Bestemmingen in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Bestemming ‘Tuin’ De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen in de strook tussen de toekomstige woningen en de Westerweg. Door hier de bestemming ‘Tuin’ toe te kennen wordt deze strook vrij gehouden van bebouwing. Wel zijn tuinafscheidingen en overige kleine bouwwerken geen gebouwen zijnde mogelijk. De bestemming loopt door tot 2,5 m achter het verlengde van de voorgevelgrens van de te bouwen woningen. Aan de zuid- en oostzijde van het plangebied is (overeenkomstig het bestemmingsplan Zuid-Oost) tevens een strook met de bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Deze strook grenst aan openbaar gebied en het is stedenbouwkundig gewenst dat deze gronden onbebouwd blijven, vandaar dat de bestemming ‘Tuin’ is toegekend. Bestemming ‘Wonen’ De bestemming ‘Wonen’ is toegekend aan het deel van het plangebied waar de woningen worden gerealiseerd en de achtergelegen tuinen. Middels een bouwvlak wordt de locatie van de woning vastgelegd, het bouwvlak is 8 meter breed en 17 meter diep. Het bouwvlak van de meest zuidelijke woning is 2 m teruggelegd, zodat de rooilijn verspringt ten opzichte van de woningen ten noorden. Per bouwvlak mag maximaal één woning worden gerealiseerd dan wel het aantal als aangegeven op de verbeelding.
Het hoofdvolume dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd en mag maar een percentage van het bouwvlak bedragen. Hiermee wordt het maximaal aantal vierkante meter per woning beperkt tot 85 m². De voorgevel van het hoofdgebouw dient (binnen het bouwvlak) achter de aanduiding gevellijn te worden gerealiseerd, binnen een afstand van maximaal 5 m. Buiten het bouwvlak geldt de algemene regeling voor erfbebouwing zoals deze geldt in het bestemmingsplan Zuidoost.
35
Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ is over de andere bestemmingen heen gelegd. Deze dubbelbestemming regelt een bijzonder belang dat eerst afgewogen dient te worden alvorens de ondergelegen bestemming mag worden gerealiseerd. Concreet betekent dit voor de bestemming ‘Waarde - Archeologie’ dat het belang van het eventueel aantreffen van archeologische waarden in de grond, voorop wordt gesteld. Er geldt een omgevingsvergunningplicht voor het omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. 5.2.3
Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Parkeren In de algemene gebruiksregels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijking van het bestemmingsplan slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform het Parapluplan Parkeren van de gemeente Heiloo.
36
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Hiervan is in dit geval sprake. In het kader van het kostenverhaal wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hierin wordt onder meer het verhaal van planschade, een bijdrage in de groenprojecten en een bijdrage in de bovenwijkse infra van het gebied Zandzoom opgenomen. De begeleiding van de planologische procedure is verder door middel van het heffen van leges gedekt. Het opstellen van het bestemmingsplan wordt hiermee door de initiatiefnemer bekostigd. Voor de gemeente Heiloo zijn derhalve geen kosten verbonden aan het opstellen van dit bestemmingsplan.
De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Participatie In het kader van de participatie, het overleg met de omgeving, is op 14 oktober 2020 gesproken over de beoogde ontwikkeling op het terrein Westerweg 370a in Heiloo. Tijdens dit overleg is zijn de toekomstige plannen besproken. Aangegeven is dat drie vrijstaande woningen zijn beoogd waarbij het parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd. De vrijstaande woningen zullen een maximale goothoogte krijgen van 4 meter en een nokhoogte van maximaal 10 meter. De bestaande bomen zullen zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. Alleen bij de beoogde inritten van de 2 meest zuidelijk gelegen woningen dienen ter realisatie van de parkeerplaatsen enkele bomen gekapt te worden. De aanwezigen kunnen zich vinden in de beoogde ontwikkeling voor het perceel Westerweg 370a in Heiloo.
6.2.2
Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie.
37
Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. ProRail heeft aangegeven een voorwaardelijke verplichting te missen in de regels, zoals deze wel in paragraaf 4.3 van de toelichting staat beschreven. Naar aanleiding van deze reactie is in de regels artikel 4.3.1 toegevoegd. 6.2.3
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Westerweg 370A, Heiloo’ heeft vanaf 1 april 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld inspraakreacties bij het college van burgemeester en wethouders in te dienen. Er is één inspraakreactie ingediend, deze is voor kennisgeving aangenomen en heeft niet geleid tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
6.2.4
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
38