CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Archeologie NL22-648800269-16767.pdf

Commissies t/m 31-12-2023 24 oktober 2022, gemeente HeilooBij agendapunt: Bespreeknotitie ontwerpbestemmingsplan Ambachtsweg 788.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Projectnummer: 51008278 Referentienummer: NL22-648800269-16767 Datum: 14-02-2022

Archeologisch onderzoek Ambachtsweg 78 te Heiloo, gemeente Heiloo Bureauonderzoek

SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2522

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Team Heritage Consultancy Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Mette Adegeest Adviseur Archeologie M +31 6 50 52 39 41 mette.adegeest@sweco.nl

Verantwoording Titel Subtitel

Archeologisch onderzoek Ambachtsweg 78 te Heiloo, gemeente Heiloo Bureauonderzoek Sweco Archeologische Rapporten 2522

ISSN-nummer

2468-4813

Projectnummer

51008278

Referentienummer

NL22-648800269-16767

Revisie

1

Datum

14-02-2022

Auteur(s)

Leonie Ouwerkerk Senior KNA-archeoloog Actornummer 92218907 M. Adegeest Junior archeoloog

E-mailadres

Mette.adegeest@sweco.nl

Gecontroleerd door

Martine Hogervorst Senior KNA-archeoloog (actornummer 67684944)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij MA Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).

2 (26)

Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens Coördinaten

Digitale kaart onderzoeksgebied Opdrachtgever Onderzoekskader Archis Zaakidentificatie Oppervlakte plangebied Archeoregio Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie

Sweco Nederland B.V. Noord-Holland Heiloo Heiloo Ambachtsweg 78 Kadastrale gemeente Heiloo, Sectie D, perceel 1329 NW x: 108848 y: 511848 NO x: 108876 y: 511839 ZW x: 108834 y: 511806 ZO x: 108863 y: 511797 Zie bijlage 1 GTP Vastgoedontwikkeling B.V. Omgevingsvergunning 5158423100 Ca. 1350 m2 (30 x 45 m) Hollands duingebied Gemeente Heiloo M. Adegeest, junior archeoloog; Leonie Ouwerkerk, senior KNAarcheoloog, actornummer 92218907 Februari 2022 Sweco Nederland BV, vestiging Arnhem

3 (26)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 7

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 7

1.2

Kader onderzoek ..................................................................................................... 7

1.3

Uitvoering onderzoek ............................................................................................... 8

1.4

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 8

2

Bureauonderzoek .................................................................................................. 9

2.1

Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ............................... 9

2.1.1

Afbakening plan- en onderzoeksgebied ................................................................................9

2.1.2

Huidig gebruik van het plangebied ........................................................................................9

2.1.3

Toekomstig gebruik van het plangebied ...............................................................................9

2.2

Aardwetenschappelijke situatie ............................................................................... 9

2.3

Archeologische waarden ....................................................................................... 11

2.3.1

Overheidsbeleid ..................................................................................................................11

2.3.2

Archeologische Monumenten..............................................................................................12

2.3.3

Archeologische vondstlocaties ............................................................................................12

2.3.4

Archeologische onderzoeksmeldingen ...............................................................................13

2.3.5

Samenvatting archeologische waarden ..............................................................................17

2.4

Historische situatie................................................................................................. 17

2.4.1

Oude kaarten ......................................................................................................................18

2.4.2

Militair-historische gegevens ...............................................................................................21

2.5

Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen.................... 21

3

Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................. 22

4

Conclusie en advies ............................................................................................ 24

4.1

Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 24

4.2

Conclusie ............................................................................................................... 24

4.3

Advies .................................................................................................................... 25

Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 26 4.4

Literatuur ................................................................................................................ 26

4.5

Internet bronnen .................................................................................................... 26

Bijlage 1.

Locatie van het plangebied

Bijlage 2.

Plantekening

Bijlage 3.

Geomorfologische kaart

Bijlage 4.

Bodemkaart

Bijlage 5.

Hoogtekaart

Bijlage 6.

Bekende archeologische gegevens

4 (26)

Samenvatting De aanleiding voor onderhavig onderzoek is het voornemen van GTP Vastgoedontwikkeling B.V. om de bestaande bebouwing aan de Ambachtsweg 78 te Heiloo te slopen en te vervangen door vier woningen. Het gehele perceel, en daarmee het plangebied, heeft een oppervlakte van ca. 1350 m2 (30 x 45 m). Voor de bouw van de woningen zullen in ieder geval ter plaatse van de woonhuizen, garages en bergingen graafwerkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodem verstoord zal worden. Als uitgangspunt is gegeven dat ter plaatse van de woonhuizen verstoringen tot 0,9 m -mv zullen plaatsvinden en ter plaatse van de garages en bergingen verstoringen tot 0,7 m -mv. Overigens zal de bodemverstoring beperkt blijven tot het slopen van de bestaande bebouwing en het aanbrengen van tegelverharding in delen van het plangebied. Het plangebied bevindt zich op de oostelijke flank van een strandwal in het Hollands Duingebied. Deze strandwal is ontstaan rond 2000 v.Chr. en sindsdien periodiek bewoond. Bewoning zal zich waarschijnlijk altijd geconcentreerd hebben op de hogere delen van de strandwal, maar het kan niet geheel worden uitgesloten dat ook in het plangebied bewoning of begraving heeft plaatsgevonden. Daarnaast geldt er een hoge verwachting voor een of meer akkerlagen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd en een middelhoge verwachting voor ontginningssporen vanaf de Late IJzertijd.

Waarden vanaf de Late IJzertijd worden direct onder de moderne bouwvoor verwacht en kunnen dus sowieso verstoord of vernietigd worden door de voorgenomen werkzaamheden tot 0,7 of 0,9 m -mv. Waarden uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd worden op een dieper niveau verwacht, maar de kans is groot dat de top van dit niveau zich binnen de geplande verstoringsdiepte bevindt. Sweco Nederland adviseert daarom in het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren, in eerste instantie in de vorm van een verkennend booronderzoek. Een verkennend booronderzoek dient om vast te stellen wat de bodemopbouw in het plangebied is en of deze voldoende intact is dat archeologische waarden mogelijk kunnen worden aangetroffen. Geadviseerd wordt om het booronderzoek uit te voeren in de vorm van vier boringen, evenredig verspreid over het plangebied. De boringen dienen te worden gezet met een edelmanboor, tot minimaal de maximale geplande verstoringsdiepte. Bij het booronderzoek dient speciale aandacht te worden besteed aan de mogelijke aanwezigheid van een of meer cultuurlagen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd op een diepte vanaf ca. 0,7 m -mv.

Als op basis van de resultaten van het booronderzoek de hoge verwachting voor archeologische waarden in stand blijft, wordt geadviseerd vervolgens over te gaan tot een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. Indien dit het geval blijkt, dient te worden opgeschaald naar een definitieve opgraving. De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een (selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

5 (26)

Tabel 1.1

Overzicht van archeologische perioden1

Periode Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Middensteentijd) Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Tijd 9.000 v.Chr.

tot -

9.000 v.Chr. 4.900 v.Chr.

5.325 v.Chr.

-

1.900 v.Chr.

Bronstijd

1.900 v.Chr.

-

800 v.Chr.

IJzertijd

800 v.Chr.

-

12 v.Chr.

Romeinse Tijd

12 v.Chr.

-

450 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen

450 n.Chr.

-

1.050 n.Chr.

Late Middeleeuwen

1.050 n.Chr.

-

1.500 n.Chr.

Nieuwe Tijd

1.500 n.Chr.

-

heden

Tabel 1.2

Indeling van het Kwartair

Chronostratigrafie Kwartair Holoceen

Pleistoceen

Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg

1

Jaren geleden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 130.000 120.000 130.000 800.000 200.000 400.000 2.400.000 -

heden 3.000 5.000 8.000 9.000 10.000 10.000 120.000 130.000 130.000 315.000 800.000

Bron: Archeologisch Basis Register 1992.

6 (26)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van GTP Vastgoedontwikkeling B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie Ambachtsweg 78 te Heiloo, gemeente Heiloo (zie bijlage 1 voor de exacte ligging). De aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen sloop van de aanwezige bebouwing en de bouw van vier woningen op dit perceel. Het gehele perceel, en daarmee het plangebied, heeft een oppervlakte van ca. 1350 m2 (30 x 45 m). Voor de bouw van de woningen zullen in ieder geval ter plaatse van de woonhuizen, garages en bergingen graafwerkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodem verstoord zal worden. In paragraaf 2.1 worden het plangebied en onderzoeksgebied verder afgebakend en de werkzaamheden toegelicht. 1.2 Kader onderzoek De gemeente Heiloo heeft in het vigerende bestemmingsplan het archeologisch beleid vastgesteld (Bestemmingsplan Zuidoost, onherroepelijk, vastgesteld 2011-07-11). Hieruit blijkt dat het gehele plangebied een dubbelbestemming waarde – archeologie 1 ligt (zie afbeelding 1). Binnen deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning vereist voor bouwwerken en grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 50 m2 en een diepte van meer dan 0,50 m -mv.

Afbeelding 1: Archeologische dubbelbestemmingen op het plangebied.

De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied overschreden (zie paragraaf 2.1.3). Conform het archeologiebeleid / de planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk om een omgevingsvergunning voor de werkzaamheden te verkrijgen.

7 (26)

Verdere toepassing van het vigerende overheidsbeleid met betrekking tot archeologie staat beschreven in paragraaf 2.3.1. 1.3 Uitvoering onderzoek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen: 1. afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01); 2. aanmelden onderzoek bij Archis; 3. vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01); 4. beschrijven huidig gebruik (LS02); 5. beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); 6. beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04); 7. beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04); 8. opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05); 9. opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06); 10. aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis; 11. aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05). Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 8 wordt behandeld in hoofdstuk 3. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport.

Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL. 1.4 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen.2 Doel van het onderzoek is een risicoanalyse van de gevolgen van de voorgenomen maatregelen en bodemingrepen op het behoud in situ van (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig of kunnen worden verwacht? Op basis van de vraagstelling zijn onderzoeksvragen geformuleerd die kunnen bijdragen aan de beantwoording van de doel- en vraagstelling: · Welke archeologische waarden zijn in het plangebied aanwezig of kunnen aanwezig zijn? Op welke diepte t.o.v. maaiveld kunnen deze worden verwacht en op welke wijze lopen deze verwachte waarden een risico op verstoring/vernietiging door de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden? · Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?

2

Een verstoring van archeologische waarden betekent dat deze waarden (deels) in situ aanwezig blijven, maar dat de conditie en conservering ervan verslechteren en daarmee de informatiewaarde. Vernietigen betekent dat de archeologische waarden verdwijnen.

8 (26)

2

Bureauonderzoek

2.1

Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik

2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied ligt aan de Ambachtsweg 78 te Heiloo, gemeente Heiloo (NH). De exacte locatie van het plangebied wordt weergegeven in bijlage 1. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 300 m hieromheen. Binnen deze straal kunnen voldoende landschappelijke, archeologische en historische data verzameld worden om tot een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied te komen. 2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied In het plangebied is momenteel een loods aanwezig welke ca. 650 m2 van het perceel beslaat. Aan de straatzijde van dit gebouw is het plangebied verhard met klinkers en betontegels. Langs de zijden en achterkant van het gebouw is het plangebied onverhard en onbebouwd. 2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied In het plangebied worden vier aaneengeschakelde woningen gebouwd met tuinen, bergingen en garages. Ter plaatse van de woningen zijn ontgravingen tot maximaal 0,9 m -mv gepland, over een oppervlakte van ca. 280 m2. Ter plaatse van de garages en bergingen zal tot maximaal 0,7 m -mv ontgraven worden, over een oppervlakte van ca. 200 m2 voor de garages en tweemaal 12 m2 voor de bergingen. Langs de garages en bergingen en langs de voorzijde van het perceel wordt tegelverharding aangelegd. In bijlage 1 is de locatie en omvang van de geplande graafwerkzaamheden aangegeven.

Ook is in bijlage 2 de plantekening opgenomen. 2.2 Aardwetenschappelijke situatie Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke informatie

Bron Geologie Geomorfologie Bodemkunde

AHN

Informatie Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort Ongekarteerd wegens bebouwing. Op basis van gekarteerde gebieden in de nabije omgeving: strandwal (B76) (bijlage 3) Ongekarteerd wegens bebouwing. Nabije omgeving: kalkhoudende vlakvaaggronden (Zn50A), hoge bruine enkeerdgronden (bEZ21) en hoge zware enkeerdgronden (zEZ21) (bijlage 4) Ca. 0,7 m +NAP (bijlage 5)

Het plangebied bevindt zich op de oostelijke flank van een strandwal in het Hollands duingebied. Deze strandwal is aangegeven op de geomorfologische kaart (zie bijlage 3) en ook duidelijk waarneembaar op het AHN als een hoger gelegen rug (zie bijlage 5). Hier ligt aan het maaiveld het Laagpakket van Zandvoort, behorende tot de Formatie van Naaldwijk. Het Laagpakket van Zandvoort bestaat overwegend uit strandzand, met in de top mogelijk duinafzettingen. Dit laagpakket is hier aanwezig tot ca. 1,5 m -mv en vormt daarmee de enige voor dit onderzoek relevante geologische laag.3

3

Informatie over diepteligging en aard van geologische lagen verkregen via www.dinoloket.nl

9 (26)

Het plangebied is op de bodemkaart ongekarteerd wegens de aanwezige bebouwing. In de nabije omgeving zijn kalkhoudende vlakvaaggronden en hoge zwarte en bruine enkeerdgronden aanwezig (zie bijlage 4). Vlakvaaggronden zijn bodems met weinig bodemvorming, waarin periodiek hoge grondwaterstanden voorkomen. De bovengrond is meestal humusarm. Enkeerdgronden zijn gronden die zijn ontstaan door menselijk toedoen. Deze gronden hebben een humusrijke bovengrond van ten minste vijftig centimer dikte die is ontstaan door verrijking van het land met dierlijke mest en plaggen middels het potstalsysteem, dat in de Late Middeleeuwen is ontstaan. Strandwallen zoals degene waarop het plangebied zich bevindt, zijn ontstaan gedurende het Holoceen (vanaf ca. 10.000 jaar geleden). De zeespiegel was aan het begin van het Holoceen veel lager dan tegenwoordig doordat grote hoeveelheden water waren opgeslagen in de ijskappen gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, die duurde van ca. 120.000 – 10.000 jaar geleden. Nederland was toen niet met ijs bedekt maar in de heersende koude, droge omstandigheden had de wind vrij spel en werden grote hoeveelheden zand afgezet waardoor een dekzandlandschap was ontstaan. Aan het begin van het Holoceen begon de zeespiegel te stijgen doordat het landijs smolt. Ook het grondwaterniveau in het dekzandlandschap steeg, waardoor veenvorming op gang kwam.

Op het dekzand werd het Basisveen gevormd, behorende tot de Formatie van Nieuwkoop. Rond 7000 jaar geleden verdronk het veenlandschap en ontstond eerst een lagunair systeem, vervolgens een waddengebied. Hierin werden getijdenafzettingen afgezet, tegenwoordig geschaard onder het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk. Vanaf het begin van het Subboreaal, ca. 5000 jaar geleden, ontstonden de eerste strandwallen langs de kust. De kustlijn lag toen verder oostelijk dan tegenwoordig. De kustbarrière breidde zich gaandeweg uit richting het westen, waarbij nieuwe strandwallen werden gevormd en soms ook weer verdronken. Doordat de zeespiegel bleef stijgen liggen jongere strandwallen niet alleen verder naar het westen, maar ook hoger. De strandwal waarop het plangebied ligt is ca. 4000 jaar geleden gevormd4 en ligt op het hoogste punt tegenwoordig enkele meters boven NAP, met het plangebied op ca. 0,7 m boven NAP. Strandwallen vormen relatief hoge, droge landschapsdelen in het verder overwegend laaggelegen, drassige gebied. Vanaf het ontstaan van deze strandwal ca. 4000 jaar geleden/2000 v.Chr., rond de overgang van het Neolithicum naar de Bronstijd, zal de wal daarom een aantrekkelijke bewoningslocatie zijn geweest. De landschapsvorming en -ontwikkeling hield niet op met het ontstaan van de strandwal.

Gedurende de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen werden in de strandvlakte en op de flanken van de strandwallen, waaronder de flank waarop het plangebied zich bevindt, afwisselend pakketten stuifzand (fijn zand van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort) en veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) afgezet. In de geologische boringen binnen het onderzoeksgebied is vanaf ca. 1,5 m -mv een veenpakket waargenomen. Het zand dat hierop (en dus aan het maaiveld) ligt, is fijnkorrelig. Deze laag van het Laagpakket van Zandvoort bestaat uit duinafzettingen die na de veenvorming zijn afgezet. De veenvorming duurde waarschijnlijk voort tot de Midden-IJzertijd; het zand dat aan het maaiveld ligt dateert uit de Midden-IJzertijd – Middeleeuwen.5

4 5

Gemeente Heiloo, 2011. Nota Cultuurhistorie. Van der Heiden 2016, p. 44-45.

10 (26)

2.3 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis 3 en de archeologische verwachtingskaart van het betreffende gebied. 2.3.1 Overheidsbeleid De gemeente Heiloo heeft in 2011 een Nota Cultuurhistorie opgesteld.6 In deze nota is een beleid opgesteld voor de belangrijkste ruimtelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden in de gemeente. In het vigerende bestemmingsplan (Bestemmingsplan Zuidoost, onherroepelijk, vastgesteld 2011-07-11) is het beleid voor het deelgebied Zuidoost van de gemeente verder uitgewerkt. In de toelichting bij dit bestemmingsplan is tevens een archeologische verwachtingskaart opgenomen. Deze geeft aan dat het plangebied zich bevindt in een zone met een zeer hoge archeologishce vewachting (zie afbeelding 2). Deze waardering is gebaseerd op de hoge ligging van dit gebied en de aanwezigheid van archeologische vondstmeldingen en historische wegen.

Afbeelding 2: Archeologische verwachtingskaart zoals opgenomen in de toelichting op het vigerende bestemmingsplan, met de locatie van het plangebied zwart omcirkeld.

6

Gemeente Heiloo, 2011. Nota Cultuurhistorie.

11 (26)

2.3.2 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. 2.3.3 Archeologische vondstlocaties In Archis 3 staan binnen het plangebied geen archeologische vondstlocaties geregistreerd (zie tabel 2.2 en bijlage 6). Binnen het onderzoeksgebied liggen acht archeologische vondstlocaties. Tabel 2.2

Vondstlocaties in het onderzoeksgebied

Zaakidentificatie

Complex

Aard/verwerving

Datering

2277878100

Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald

archeologisch

Midden Bronstijd

2350209100

Niet-opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter; grafheuvel; akker

archeologisch: opgraving

Midden Bronstijd – Midden Romeinse Tijd

2820771100

Afwaterings-/ inundatiekanaal/ greppel/sloot; bewoning (inclusief verdediging) onbepaald; niet te bepalen; kasteel

archeologisch: opgraving

Late IJzertijd – Nieuwe Tijd Vroeg

2821240100

Akker / tuin

niet-archeologisch: graafwerk

Vroege IJzertijd

2821249100

Veenwinning (inclusief zouthoudend veen t.b.v. zoutproductie)

niet-archeologisch: graafwerk

Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

2946151100

Akker / tuin

archeologisch: boring

IJzertijd

2959793100

Afwaterings-/ inundatiekanaal/ greppel/sloot; niet te bepalen

archeologisch: opgraving

Vroege Middeleeuwen – Late Middeleeuwen A

3062945100

Niet te bepalen

archeologisch: (veld)kartering

Neolithicum – Nieuwe Tijd Laat

2277878100, 2350209100 Zie desbetreffende zaaknummers in paragraaf 2.3.4 hieronder. 2820771100 In 1989 is een opgraving uitgevoerd op een terrein ca. 200 m ten noordoosten van het huidige plangebied. Hier is geen rapportage van beschikbaar. Er is een verscheidenheid aan vondsten gemeld, waaronder keramiek uit de Late IJzertijd – Midden Romeinse Tijd, Late Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd; een puinbaan uit de Vroege Nieuwe Tijd, mogelijk toebehorend aan de stallen van het voormalige slot Ypenstein; en paalfragmenten en een onthoofd skelet van een veulen uit de 16e – 17e eeuw. De aangetroffen sporen en structuren omvatten een laatmiddeleeuws patroon van sloten en een kuil uit de 16e – 17e eeuw. Informatie over de diepteligging van de waarden is niet beschikbaar.

12 (26)

2821240100 In 1991 is bij niet-archeologisch graafwerk op ca. 269 m ten noordoosten van het plangebied een akkerlaag met eergetouwkrassen uit de Vroege IJzertijd aangetroffen. Ook werd hier handgevormd aardewerk uit deze periode gevonden. Informatie over de diepteligging van de cultuurlaag is niet beschikbaar. 2821249100 In 2015 werden bij niet-archeologisch graafwerk op ca. 195 m ten zuidoosten van het plangebied steeksporen aangetroffen in een veenpakket van ca. 20 – 30 cm dikte. Het veen was in blokken gestoken, maar niet verwijderd. De datering van deze sporen van veenwinning is niet zeker en kan variëren van de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. Informatie over de diepteligging van de sporen is niet beschikbaar. 2946151100 In 1992 is bij een archeologisch booronderzoek op ca. 125 m ten oosten van het huidige plangebied wederom een cultuurlaag uit de IJzertijd aangetroffen. Waarschijnlijk betreft het dezelfde cultuurlaag die ook in 1991 was aangetroffen bij vondstmelding 2821240100, 230 m ten noorden van deze vondstmelding. Informatie over de diepteligging van de cultuurlaag is ook bij deze melding niet beschikbaar. 2959793100 In 1990 werden op ca. 210 m ten noordoosten van het plangebied twee opgravingssleuven aangelegd. Hierin werd een dichtgestoven greppel aangetroffen onder een 12e – 13e-eeuwse kleilaag.

Op de bodem van de greppel werden spitsporen/schopsteken aangetroffen. Ook werd aardewerk gevonden uit de 12e en 13e eeuw en ook mogelijk vroegmiddeleeuws materiaal. 3062945100 Bij een archeologische veldkartering werden in 2000 op een perceel ca. 250 m ten westen van het huidige plangebied verscheidene fragmenten aardewerk aangetroffen, verspreid over het perceel. Het aardewerk was ondetermineerbaar. 2.3.4 Archeologische onderzoeksmeldingen In Archis 3 staan binnen het plangebied geen archeologische onderzoeksmeldingen geregistreerd (zie tabel 2.3 en bijlage 6). Binnen het onderzoeksgebied liggen twaalf archeologische onderzoeksmeldingen. De relevante resultaten van de uitgevoerde veldonderzoeken zijn onder tabel 2.3 kort samengevat. Tabel 2.3

onderzoeksmeldingen in het onderzoeksgebied

Zaakidentificatie

Type onderzoek

Locatie/toponiem

Publicatie/rapport

2076657100

archeologisch: boring

Zuiderloo

Molenaar, S. 2001. Plangebied Zuiderloo, gemeente Heiloo; een Aanvullende Archeologissche Inventarisatie (AAI-1). RAAPrapport 656.

2114637100

archeologisch: boring

Oosterzij, direct ten noorden van het huidige plangebied

Molenaar, S. 2006. Plangebied Oosterzijweg, gemeente Heiloo. RAAP-notitie 1635.

2215296100

archeologisch: proefputten/proefsleuven

Heiloo-Zandzoom

Heiden, M.J. van der. 2016. Inventariserend Veldonderzoek in het plangebied Zuiderloo,

13 (26)

gemeente Heiloo (Noord-Holland). Diachron notitie 100. 2277878100

archeologisch

Werkendelslaan

Haaster, H. van. 2003. Paleobotanisch onderzoek naar de vegetatieontwikkeling aan de oostrand van de strandwal bij Heiloo tussen 1500 – 1300 v. Chr. Biaxiaal 171.

2284916100

archeologisch: bureauonderzoek

Oosterzij, direct ten zuiden van het huidige plangebied

Klooster, B. 2010. Archeologisch onderzoek plangebied bedrijventerrein Oosterzij te Heiloo. GAR 925.

2350209100

archeologisch: opgraving

Zuiderloo

Heiden, M.J. van der. 2017. Bronstijdbewoning op de strandwal. Definitief archeologisch onderzoek in het plangebied Zuiderloo, UWP1, gemeente Heiloo (Noord-Holland). Diachron publicatie 57.

4002739100 en 4043182100

archeologisch: proefputten/proefsleuven en opgraving

Zuiderloo

Moesker, T., J. van der Leije en A.J. Tol. 2021. Van kabeljauw tot karrenwiel. Bewoningsresten uit de bronstijd tot Romeinse tijd op de strandwal in het plangebied Zuiderloo te Heiloo (proefsleuven en opgraving). Archol-rapport 408.

4033721100

archeologisch: proefputten/proefsleuven

Oosterzij, direct ten zuiden van het huidige plangebied

Bex, J. 2019. Archeologisch onderzoek Oosterzij te Heiloo. Greenhouse Advies 2017.11.

4577898100

archeologisch: proefputten/proefsleuven

Zevenhuizerlaan 2a-2h

Ontheffing rapportageplicht wegens faillisement opdrachtgever

4607761100

archeologisch: proefputten/proefsleuven

Zuiderloo Plangebied Kuin

Koning, J. de en N.C. Tuinman. 2021. Betreden veen. Archeologisch proefsleuvenonderzoek Zuiderloo, plangebied Kuin, gemeente Heiloo. Hollandia-reeks 888.

4608263100

archeologisch: bureauonderzoek

Zuiderloo

Onderzoek nog niet afgemeld, geen rapport beschikbaar.

2076657100 Geen informatie beschikbaar via Archis of DANS. 2114637100 Booronderzoek uit 2006, direct ten noorden van het huidige plangebied. Er werden 8 boringen tot maximaal 2,75 m -mv uitgevoerd. Er werden geen archeologische waarden of indicatoren aangetroffen; de ijzertijdse cultuurlaag die op twee locaties in de omgeving is aangetroffen (zie 2.3.3), was hier niet aanwezig. Er leken lokaal veel vergravingen te hebben plaatsgevonden waardoor de bodem sterk verstoord was. De aard en ouderdom van deze vergravingen waren niet met zekerheid te bepalen.

14 (26)

De aanwezigheid van veenbrokken wees echter op lokale turfgraverij, waardoor eventuele vindplaatsen in de top van het veen zouden zijn verstoord of vernietigd. Op basis van deze resultaten werd het onderzoeksgebied vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. 2215296100 In 2008 heeft Diachron UvA BV een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Zuiderloo, ca. 160 m ten westen van het huidige plangebied. Dit plangebied beslaat ca. 34 ha. Bij dit onderzoek werd vastgesteld dat de strandwal waarop Heiloo zich bevindt rond 2000 v.Chr. is ontstaan, zoals ook vermeld in de gemeentelijke beleidsdocumenten. Op de flank van de strandwal zijn bij dit onderzoek akkers gevonden uit de Bronstijd en op een meer oostelijk gelegen duin tevens nederzettingsresten uit deze periode. Gedurende de IJzertijd werden de strandwal en omliggende duinen en veengebieden afgedekt door stuifzand, waardoor een reliëfrijk duinlandschap ontstond waarvan tegenwoordig weinig meer over is. Dit gebied is van de IJzertijd tot Nieuwe Tijd in gebruik geweest maar er is bij het onderzoek geen loopvlak uit deze perioden aangetroffen, wel grondsporen en vondsten. Door het hele onderzoeksgebied werden sporen (voornamelijk greppelsystemen) uit de (Romeinse) IJzertijd aangetroffen. Nederzettingen uit deze periode werden niet gevonden.

Uit de Vroege Middeleeuwen resteren wel duidelijke nederzettingssporen op de strandwal. Deze nederzetting werd vermoedelijk eeuwenlang bewoond. Waarden uit de Late Middeleeuwen ontbraken en uit de Nieuwe Tijd werden voornamelijk houtwallen, sloten, greppels en hekwerken gevonden. Deze perceelsscheidingen waren deels ook aangegeven op 19e-eeuwse kaarten van het gebied. 2277878100 Tijdens de aanleg van een kelder in 2002 op ca. 240 m ten noordwesten van het plangebied werd onder een pakket duinzand een veenpakket van ca. 75 cm dikte aangetroffen met daarin verschillende hoefindrukken van runderen en een aantal menselijke voetindrukken. Het veenpakket begint hier op ca. 1,75 m -mv. De sporen dateren uit de Midden Bronstijd. 2350209100 Tussen 2009 en 2011 is een van de vindplaatsen die bij onderzoek 2215296100 werd aangetroffen definitief opgegraven. Het betreft een terrein van ca. 0,9 ha op ca. 190 m ten westen van het huidige plangebied. De vindplaats was een nederzetting waar rond 1350 v.Chr., tijdens de Midden Bronstijd B, een grafheuvel werd opgeworpen op een uitstekende duintop. Vervolgens werden akkers aangelegd waarvan nog vele eergetouwsporen resteren en ontstond op de hoge delen van de strandwalflank een kleine nederzettting. In de 9e eeuw v.Chr.

werd de grafheuvel opgehoogd en werd een nieuwe paalcirkel geplaatst, maar kort daarna werd de nederzetting verlaten en geleidelijk overstoven door nieuwe duinafzettingen. Tijdens de tweede helft van de IJzertijd vestigden zich opnieuw mensen op deze locatie, in het nieuwe duinlandschap. De waarden uit deze periode zijn echter slecht bewaard dooor winderosie en latere zandwinning en landbewerking. Sporen uit de Middeleeuwen werden op deze locatie niet aangetroffen. Bij de opgraving werden naast de grondsporen ook vele vondsten aangetroffen, waaronder menselijke en dierlijke crematieresten, een houten lepel, knots en steel, dierlijk bot, een benen hamer, aardewerk, een stenen hamerbijl, vuursteenafval, een koperen staaffragment en enkele niet-determineerbare bronsfragmenten uit de Bronstijd; en aardewerk en dierlijk bot uit de IJzertijd. 4002739100 en 4043182100 In 2016 werd ca. 190 m ten westen van het huidige plangebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een definitieve opgraving. Hier werden op de flank van de strandwal sporen aangetroffen uit de Bronstijd tot Middeleeuwen.

15 (26)

De oudste sporen, uit de periode Midden Bronstijd – Vroege IJzertijd, omvatten resten van akkers met eergetouwkrassen, paalsporen, greppels, huisplattegronden, twee grafheuvels en verscheidene (water)kuilen. De opgegraven nederzettingsresten, akkers en weides uit deze periode besloegen 2,3 ha. Ze bevonden zich voornamelijk in de top van een pakket duinafzettingen op het Hollandveen en in de basis van een jonger pakket duinafzettingen hier nog boven, op ca. +0,3 – -0,3 m t.o.v. NAP. Direct onder een verstoord pakket, op 0,1 – 0,8 m +NAP, werden sporen uit de Midden IJzertijd – Romeinse Tijd aangetroffen. Het oorspronkelijke maaiveld uit deze periode was door de verstoring verdwenen. Hierdoor waren in het grootste deel van de vindplaats alleen de diepste sporen (waterputten en -kuilen) bewaard gebleven. In delen van de vindplaats werden echter ook greppels, kuilen, paalsporen en een hondengraf aangetroffen. Waarschijnlijk bevond zich in de IJzertijd en Romeinse Tijd een uitgestrekt gebied van bewoning op de oostelijke flank van de strandwal. Ter hoogte van de vindplaats uit de IJzertijd – Romeinse Tijd werden ook waterputten, greppels, kuilen en paalsporen uit de Vroege – Late Middeleeuwen aangetroffen. 4033721100 In 2017 werd op een terrein direct ten zuiden van het huidige plangebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.

Hierbij werden zes niveaus in de bodemopbouw waargenomen: recente bouwvoor; plantenbedden/grondverbeteringen Nieuwe Tijd; veenpakket, 1450 – 1270 v.Chr. (Midden Bronstijd); bovenste akkerlaag, 1700 – 1520 v.Chr. (Vroege – Midden Bronstijd); onderste akkerlaag, 1880 – 1630 v.Chr. (Vroege Bronstijd); ongeroerde strandwal- of wadafzettingen, vermoedelijk Neolithicum. Afgezien van de nieuwetijdse plantenbedden direct onder de bouwvoor waren de enige ”eenduidige antropogene sporen in situ” die werden aangetroffen eergetouwkrassen uit de Vroege Bronstijd in de onderste akkerlaag. In de top van het veen werden daarnaast hoefindrukken van groot wild of vee aangetroffen en enkele stukken dierlijk bot, zonder slachtsporen. In de ”bovenste akkerlaag” werden geen sporen aangetroffen en het was ook niet met zekerheid vast te stellen of dit inderdaad een akkerlaag betrof, of dat de laag alleen verkleurd was door inspoeling uit het bovenliggende veenpakket. In de onderste laag, de strandwal- en wadafzettingen die vermoedelijk dateren uit het Neolithicum, werden mogelijke paalsporen aangetroffen, die echter mogelijk ook natuurlijk kunnen zijn. Het onderzoeksgebied werd vrijgegeven. De eergetouwsporen bevonden zich op een diepte variërend van 0,7 – 0,8 m -NAP tot 1,15 – 1,20 m -NAP. Deze variatie was het gevolg van natuurlijk reliëf. De mogelijke paalsporen bevonden zich op ca. 0,85 m – NAP.

4577898100 Ca. 160 m ten noordwesten van het huidige plangebied werd in 2017 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Wegens het faillissement van de opdrachtgever is van dit onderzoek geen rapport verschenen. Wel zijn in Archis de eerste bevindingen ingediend, waaruit blijkt dat hier hoefindrukken van runderen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd zijn aangetroffen in de top van een veenpakket en resten van een gesloopt huis uit de Late Nieuwe Tijd. 4607761100 In 2017 is ca. 150 ten zuidwesten van het huidige plangebied een proefsleuvenonderzoek in twee fasen uitgevoerd. Hierbij werden verschillende veenlagen gedocumenteerd met in vier niveaus hoefindrukken van vee. De verschillende niveaus dateren van ca. 1800 v.Chr.; 1500 – 1400 v.Chr.; en 800 v.Chr. Het gebied werd in de Bronstijd dus gebruikt als weidegrond. Nederzettingssporen werden echter niet aangetroffen.

16 (26)

Na de Bronstijd werd het gebied bedekt door een nieuw duinlandschap, wat vanaf 500 – 400 v.Chr. weer bewoond werd. Zoals ook bij andere onderzoeken in de omgeving was het oorspronkelijke maaiveld van deze bewoningsperiode reeds verstoord en resteerden alleen de dieper ingegraven sporen en enkele vondsten. Hieronder waren een waterkuil uit de Late IJzertijd, fragmenten aardewerk uit de Romeinse Tijd, een fragment aardewerk uit de Vroege Middeleeuwen en greppels uit de Late Middeleeuwen. 2.3.5 Samenvatting archeologische waarden Het plangebied bevindt zich in een archeologisch zeer rijk gebied waar op verschillende niveaus oude cultuurlagen zijn aangetroffen. Uit de Bronstijd en Vroege IJzertijd zijn nederzettingssporen en sporen van akkerbouw en veeteelt aangetroffen in de top van de jongste veenlaag en in het pakket van duinafzettingen hierboven. Sporen uit de latere IJzertijd en daarna zijn aangetroffen direct onder de moderne bouwvoor/nieuwetijdse verstoringen; hiervan resteren over het algemeen slechts de diep ingegraven sporen. Een onderzoek wijst erop dat er in de IJzertijd/Romeinse Tijd een grote zone van bewoning was op de oostelijke flank van de strandwal.

Direct ten noorden van het plangebied werd bij een booronderzoek geen cultuurlaag aangetroffen; veenbrokken in de boringen duidden erop dat hier lokaal turfwinning had plaatsgevonden, waardoor waarden in de top van het veen en daarboven (d.w.z., alle waarden daterend vanaf de Bronstijd tot aan de periode van turfwinning) verstoord of vernietigd zouden zijn. Direct ten zuiden van het plangebied is bij een proefsleuvenonderzoek wel een akkerlaag uit de Vroege Bronstijd aangetroffen en een mogelijke akkerlaag uit de Vroege – Midden Bronstijd. Afgaande op de bekende waarden in het onderzoeksgebied is de kans groot dat in het huidige plangebied een cultuurlaag uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd aanwezig is op dezelfde diepte als in het eerder onderzochte gebied direct ten zuiden ervan, d.w.z., een diepte variërend van 0,7 – 0,8 m -NAP tot 1,15 – 1,20 m -NAP. Mogelijk kunnen ook diep ingegraven sporen uit de IJzertijd – Middeleeuwen aanwezig zijn. Ondiepere sporen uit deze periode zullen waarschijnlijk verstoord of vernietigd zijn. 2.4 Historische situatie Om de historische ontwikkelingen in en rondom het plangebied in beeld te brengen is gebruik gemaakt van verscheidene historische bronnen, waaronder historische kaarten, schriftelijke historische bronnen en de Nota Cultuurhistorie van de gemeente Heiloo. 7 Aan het begin van de 8e eeuw n.Chr.

werd een houten kerk gebouwd ter plaatse van de huidige Witte Kerk te Heiloo. De kerk werd volgens een oorkonde uit 1063 gesticht door Sint Willibrord. De stichting van deze kerk kan gezien worden als het begin van de historie van Heiloo, alhoewel archeologische vondsten in de omgeving uitwijzen dat de strandwal waarop Heiloo ligt al vanaf ca. 2000 v.Chr. periodiek is bewoond. De naam Heiloo komt in historische bronnen ook voor in variaties als Heilichloo of Heilighelo en aangenomen wordt dat deze locatie voor de kerstening als heilige plaats gezien werd en dat St. Willibrord er bewust voor koos om op een Germaanse heilige plaats een christelijke kerk te bouwen. Gedurende de verdere Vroege Middeleeuwen fungeerde de kerk van Heiloo als moederkerk voor veel omliggende kerken. Dit wijst erop dat Heiloo een relatief belangrijke positie innam in omgeving. Rond 950 n.Chr. werd echter een klooster gesticht bij Egmond, waardoor het belang van Heiloo afnam. Onder leiding van het klooster bij Egmond werden in de omgeving dijken aangelegd waardoor tussen de 10e en de 12e eeuw de lagergelegen gebieden ten oosten en westen van Heiloo konden worden ontgonnen en in cultuur gebracht.

7

Gemeente Heiloo, 2011. Nota Cultuurhistorie.

17 (26)

Tussen omstreeks 1200 en 1600 werd in Noord-Holland geregeld strijd geleverd, bijvoorbeeld door Friezen en later ook Spanjaarden. In deze periode werden versterkte woningen gebouwd zoals kasteel Ter Coulster en het versterkte huis Ypestein, beide op de oostelijke flank van de strandwal. Ook veehouders vestigden zich op de flanken, waar men droog kon wonen op de hogere delen en vee kon laten grazen op de vlaktes. Vanaf de 17e eeuw maakten versterkte huizen plaats voor landgoederen. Vanaf de 19e eeuw raakte Heiloo meer verbonden met de buitenwereld. In de eerste helft van deze eeuw werd de Kennemerstraatweg als eerste weg van Heiloo bestraat, omdat deze de belangrijkste verbindingsweg vormde tussen Alkmaar en Haarlem. Ook kreeg Heiloo in 1862 een eigen station, aan de zuidzijde van het dorp. Deze locatie werd gekozen wegens de concentratie van tuinderactiviteit, in de vorm van groente- en bollenteelt, aan deze kant van Heiloo. In de nabijheid werd een Rooms-katholieke kerk gebouwd waardoor hier een katholieke enclave ontstond. Zo kreeg Heiloo twee afzonderlijke bewoningskernen die tot de Eerste Wereldoorlog gescheiden werden door een bosje. De bewoning van Heiloo had zich van oudsher geconcentreerd op de hogere delen van de strandwal. Op de lange, smalle wal was een noord-zuid gericht wegenpatroon ontstaan waarbij de Hoogeweg of Herenweg over het hoogste deel van de wal liep.

De zijden van de strandwal werden begrensd door de toepasselijk benaamde Westerweg en Ooster(zij)weg. Langs deze drie wegen en de Kennemerstraatweg bevonden zich de historische bewoningslinten, met langs de Ooster(zij)weg de buurtschap Oosterzij. In de 20e eeuw groeide Heiloo echter sterk als forenzen plaats en na de Tweede Wereldoorlog was er zoveel behoefte aan nieuwe woningen dat het dorp werd uitgebreid tot in de lagergelegen vlaktes. Ook de buurtschap Oosterzij raakte steeds dichter bebouwd en werd het Bedrijventerrein Oosterzij. 2.4.1 Oude kaarten Op afbeelding 3 is te zien dat het plangebied aan het begin van de 19e eeuw onbebouwd was en er geen weg direct langs liep. Ten westen van het plangebied is op deze uitsnede van de Kadastrale Minuut 1811 – 1832 een deel van de Kennemerstraatweg te zien, die toen reeds bestraat was, ten oosten van het plangebied loopt de Oosterweg. Het plangebied zelf bevindt zich op een perceel wat in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel bij deze kaart is beschreven als Bouwland, evenals de omliggende percelen.

Afbeelding 3: Uitsnede van de Kadastrale Minuut 1811 – 1832, Gemeente Heiloo, sectie D – Oosterzij, blad 1, met het plangebied hierop geprojecteerd. Opgemeten door D.I. Waterman.

18 (26)

Tussen 1850 en 1864 werd de Topografische Militaire Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden (TMK) opgetekend. In afbeelding 4 is een uitsnede te zien van de nettekening voor deze kaart waarop het plangebied is geprojecteerd. Deze kaart, en dus ook de projectie, is wat minder nauwkeurig dan de Kadastrale Minuut; op onderstaande uitsnede lijkt het plangebied over een perceelsgrens te liggen, maar een vergelijking met de Kadastrale Minuut wijst erop dat deze percelen rond 1850 in werkelijkheid niet waren veranderd t.o.v. de Kadastrale Minuut en het plangebied dus nog altijd geheel op één perceel lag. Ook verder was er niets veranderd in het plangebied.

Afbeelding 4: Uitsnede van de TMK 1850 – 1864 met het plangebied hierop geprojecteerd.

Op de Chromotopografische Kaart des Rijks (Bonnebladen), die rond 1900 werd opgetekend, is te zien dat de situatie in het plangebied nog altijd niet was veranderd maar dat op een perceel ten zuiden hiervan nu enige bebouwing aanwezig was (zie afbeelding 5). Dit perceel is ook anders ingekleurd dan omliggende percelen, wat duidt op een ander landgebruik. Van deze kaart valt niet af te lezen wat voor landgebruik dit is, maar aangezien bij een archeologisch onderzoek direct ten zuiden van het plangebied direct onder de bouwvoor sporen van plantenbedden zijn waargenomen (zie paragraaf 2.3.4), zal deze kleur op de Bonnebladen hier mogelijk op duiden. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd Oosterzij geleidelijk ontwikkeld als bedrijventerrein. Deze ontwikkeling is weergegeven in afbeelding 6, middels een vierluik van topografische kaarten uit verschillende jaren. Hierop is te zien dat het gebouw wat zich momenteel in het plangebied bevindt, gebouwd is tussen 1962 en 1971.

19 (26)

Afbeelding 5: Uitsnede van de Bonnebladen met het plangebied hierop geprojecteerd.

Afbeelding 6: Uitsneden van vier historische kaarten waarop de ontwikkeling van het Bedrijventerrein Oosterzij te zien is van 1951 tot nu.

20 (26)

2.4.2 Militair-historische gegevens De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) toont waar in Nederland waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Deze kaart laat zien dat Heiloo zich bevindt tussen de Atlantikwall in het westen en het Neue-Landfront in het oosten. Dit waren twee Duitse verdedigingslinies tegen invasies vanuit de kust. Heiloo zelf, waaronder het plangebied, vallen volgens deze kaart echter buiten de zone waar resten van deze linies verwacht kunnen worden. 2.5 Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen In het plangebied is geen bebouwing bekend op basis van historische kaarten, afgezien van de huidige bebouwing. Er worden dan ook geen ondergrondse bouwhistorische waarden verwacht. Ook zijn geen historische wegen of watergangen bekend. Direct ten zuiden van het huidige plangebied zijn bij een eerder archeologisch onderzoek sporen van plantenbedden uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Mogelijk zijn deze ook in het huidige plangebied aanwezig, waardoor de bovengrond sterk verstoord kan zijn. Sowieso is bij eerdere onderzoeken in het onderzoeksgebied, waaronder een booronderzoek direct ten noorden van het huidige plangebied, vastgesteld dat in ieder geval de bovengrond, maar soms ook diepere niveaus, overwegend sterk verstoord is/zijn door landbouw, erosie en zand- en turfwinning.

Ook het bouwen van de momenteel aanwezige bebouwing in het plangebied kan tot bodemverstoring hebben geleid. In dit stadium is geen KLIC-melding gedaan. Er is dus geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen binnen het plangebied. Het raadplegen van de Verstoringsbronnenkaart van de RCE heeft geen relevante gegevens opgeleverd.8

8

Geraadpleegd via https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart

21 (26)

3

Gespecificeerde archeologische verwachting

Het plangebied bevindt zich op de flank van een strandwal die rond 2000 v.Chr. ontstaan is en sindsdien periodiek bewoond is. Deze omgeving is een archeologisch zeer rijk gebied waar op verschillende niveaus oude cultuurlagen zijn aangetroffen. Volgens het gemeentelijk beleid ligt er op dit gebied dan ook een hoge archeologische verwachting. Binnen het onderzoeksgebied zijn archeologische waarden aangetroffen uit de Bronstijd t/m Nieuwe Tijd. Uit de Bronstijd en Vroege IJzertijd zijn nederzettingssporen, grafheuvels en sporen van akkerbouw en veeteelt aangetroffen in de top van de jongste veenlaag en in het pakket van duinafzettingen hierboven. Sporen uit de latere IJzertijd en daarna zijn aangetroffen direct onder de moderne bouwvoor/nieuwetijdse verstoringen; hiervan resteren over het algemeen slechts de diep ingegraven sporen. Direct ten noorden van het plangebied werd bij een booronderzoek geen cultuurlaag aangetroffen; veenbrokken in de boringen duidden erop dat hier lokaal turfwinning had plaatsgevonden, waardoor waarden in de top van het veen en daarboven (d.w.z., alle waarden daterend vanaf de Bronstijd tot aan de periode van turfwinning in de Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) verstoord of vernietigd zouden zijn.

Direct ten zuiden van het plangebied is bij een proefsleuvenonderzoek wel een akkerlaag uit de Vroege Bronstijd aangetroffen en een mogelijke akkerlaag uit de Vroege – Midden Bronstijd. Afgaande op de bekende waarden in de omgeving is de kans groot dat in het huidige plangebied een of meer akkerlagen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd aanwezig zijn. Deze worden verwacht op ongeveer dezelfde diepte als de akkerlaag uit de Vroege Bronstijd in het eerder onderzochte gebied direct ten zuiden ervan, d.w.z., een diepte variërend van 0,7 – 0,8 m -NAP tot 1,15 – 1,20 m -NAP, of daarboven. Bewoning en begraving vonden in deze periode waarschijnlijk plaats op de hogere delen van de strandwal. Het kan echter niet worden uitgesloten dat hier in het plangebied ook sporen van aanwezig zijn; aangezien het microreliëf van het Bronstijdlandschap niet bekend is, is het ook mogelijk dat in het plangebied een kleine duintop aanwezig was die juist een aantrekkelijke bewoningslocatie geweest zou zijn. Daarnaast kan in de top van een intact veenpakket een loopvlak aanwezig zijn met voet- en/of hoefindrukken, zoals ook eerder in de omgeving aangetroffen. Sporen uit deze periode kunnen goed bewaard zijn gebleven door de relatief diepe ligging, tenzij in het plangebied turfwinning heeft plaatsgevonden, in welk geval alle archeologische waarden tot in het veenpakket verstoord zullen zijn.

Tijdens de IJzertijd werd het loopvlak uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd afgedekt met een nieuw pakket stuifzand. Waarden vanaf de Late IJzertijd worden in de top van dit pakket verwacht, direct onder de moderne bouwvoor. Bij onderzoeken in de omgeving is gebleken dat de ondiepere sporen uit deze periode meestal verstoord of vernietigd zijn door erosie en landbouwactiviteiten. Ook de huidige bebouwing kan de bodem verstoord hebben. Net als bij andere onderzoeken in de omgeving zullen uit deze periode daardoor waarschijnlijk alleen diepere sporen (met name waterputten en -kuilen, maar ook diepere greppels, paalkuilen e.d.) kunnen worden aangetroffen. Een eventueel oorspronkelijk aanwezige akkerlaag uit de Late IJzertijd of daarna zal daardoor waarschijnlijk niet meer herkenbaar zijn door de verstoring. Ook voor de periode Late IJzertijd – Middeleeuwen geldt dat bewoning zich waarschijnlijk concentreerde op de hogere delen van de strandwal, maar dat niet kan worden uitgesloten dat ook de lagere flank, waar het plangebied zich bevindt, werd bewoond. De kans is echter groter dat zich in het plangebied sporen van ontginning bevinden, zoals greppels. Greppels uit de (Romeinse) IJzertijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd zijn in het onderzoeksgebied ook aangetroffen bij eerdere onderzoeken.

22 (26)

Daarnaast kunnen uit de Nieuwe Tijd ingegraven plantenbedden aanwezig zijn, zoals ook in het perceel direct ten zuiden van het plangebied het geval was. Voor alle perioden geldt dat een akkerlaag kan worden herkend als humeus niveau, mogelijk met eergetouwkrassen of ploegsporen. Bewoningssporen kunnen bestaan uit paal-, afval- of waterkuilen, waterputten, greppels of andere perceelscheidingen en vondstmateriaal van vuur- of natuursteen, aardewerk, metaal, glas, of organisch materiaal zoals hout of dierlijk bot. Uit de Late Middeleeuwen kunnen ook resten van steenbouw worden gevonden, zoals funderingen, uitbraakgreppels, of restanten bouwmateriaal. Anorganisch materiaal is naar verwachting goed geconserveerd; in een oude greppel of een veenpakket kan ook organisch vondstmateriaal goed geconserveerd zijn. Ook kunnen mogelijk menselijke of dierlijke crematieresten of dierlijke begravingen worden aangetroffen. Als in het plangebied een grafheuvel aanwezig is of is geweest, dan kan deze naast de aanwezigheid van crematieresten ook herkend worden aan bv. een ringgreppel of ring van paalkuilen.

23 (26)

4

Conclusie en advies

4.1 Beantwoording onderzoeksvragen Met de bevindingen en resultaten uit het bureauonderzoek kunnen de onderzoeksvragen worden beantwoord. - Welke archeologische waarden zijn in het plangebied aanwezig of kunnen aanwezig zijn? Op welke diepte t.o.v. maaiveld kunnen deze worden verwacht en op welke wijze lopen deze verwachte waarden een risico op verstoring/vernietiging door de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden? In het plangebied kunnen archeologische waarden uit de Bronstijd – Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Waarden uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd worden verwacht in de top van het jongste veenpakket en in de duinafzettingen op het veen. Waarden vanaf de Late IJzertijd worden verwacht in de top van de jongste duinafzettingen, direct onder de moderne bouwvoor. Er worden vooral akkerlagen en ontginningssporen verwacht, maar sporen van bewoning en/of begraving kunnen niet worden uitgesloten. Waarden vanaf de Late IJzertijd worden direct onder de moderne bouwvoor verwacht en kunnen dus sowieso verstoord of vernietigd worden door de voorgenomen werkzaamheden tot 0,7 of 0,9 m -mv. Waarden uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd worden op een dieper niveau verwacht, maar de kans is groot dat de top van dit niveau zich binnen de geplande verstoringsdiepte bevindt. -

Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd? Het plangebied is niet voldoende onderzocht. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek om vast te stellen of de bodemopbouw voldoende intact is dat archeologische waarden kunnen worden verwacht en of er in het plangebied een cultuurlaag uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd aanwezig is. Zo ja, dan wordt geadviseerd over te gaan op een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of er sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.

4.2 Conclusie De aanleiding voor onderhavig onderzoek is het voornemen van GTP Vastgoedontwikkeling B.V. om de bestaande bebouwing aan de Ambachtsweg 78 te Heiloo te slopen en te vervangen door vier woningen. Het gehele perceel, en daarmee het plangebied, heeft een oppervlakte van ca. 1350 m2 (30 x 45 m). Voor de bouw van de woningen zullen in ieder geval ter plaatse van de woonhuizen, garages en bergingen graafwerkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodem verstoord zal worden. Als uitgangspunt is gegeven dat ter plaatse van de woonhuizen verstoringen tot 0,9 m -mv zullen plaatsvinden en ter plaatse van de garages en bergingen verstoringen tot 0,7 m -mv. Overigens zal de bodemverstoring beperkt blijven tot het slopen van de bestaande bebouwing en het aanbrengen van tegelverharding in delen van het plangebied. Het plangebied bevindt zich op de oostelijke flank van een strandwal in het Hollands Duingebied. Deze strandwal is ontstaan rond 2000 v.Chr. en sindsdien periodiek bewoond. Bewoning zal zich waarschijnlijk altijd geconcentreerd hebben op de hogere delen van de strandwal, maar het kan niet geheel worden uitgesloten dat ook in het plangebied bewoning of begraving heeft plaatsgevonden. Daarnaast geldt er een hoge verwachting voor een of meer akkerlagen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd en een middelhoge verwachting voor ontginningssporen vanaf de Late IJzertijd.

24 (26)

Waarden vanaf de Late IJzertijd worden direct onder de moderne bouwvoor verwacht en kunnen dus sowieso verstoord of vernietigd worden door de voorgenomen werkzaamheden tot 0,7 of 0,9 m -mv. Waarden uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd worden op een dieper niveau verwacht, maar de kans is groot dat de top van dit niveau zich binnen de geplande verstoringsdiepte bevindt. 4.3 Advies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland in het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren, in eerste instantie in de vorm van een verkennend booronderzoek. Een verkennend booronderzoek dient om vast te stellen wat de bodemopbouw in het plangebied is en of deze voldoende intact is dat archeologische waarden mogelijk kunnen worden aangetroffen. Geadviseerd wordt om het booronderzoek uit te voeren in de vorm van vier boringen, evenredig verspreid over het plangebied. De boringen dienen te worden gezet met een edelmanboor, tot minimaal de maximale geplande verstoringsdiepte. Bij het booronderzoek dient speciale aandacht te worden besteed aan de mogelijke aanwezigheid van een of meer cultuurlagen uit de Bronstijd – Vroege IJzertijd op een diepte vanaf ca. 0,7 m -mv.

Als op basis van de resultaten van het booronderzoek de hoge verwachting voor archeologische waarden in stand blijft, wordt geadviseerd vervolgens over te gaan tot een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. Indien dit het geval blijkt, dient te worden opgeschaald naar een definitieve opgraving. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).9 De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een (selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

9

https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier

25 (26)

Literatuurlijst en gebruikte bronnen 4.4 Literatuur Bex, J. 2019. Archeologisch onderzoek Oosterzij te Heiloo. Greenhouse Advies 2017.11. Gemeente Heiloo, 2011. Nota Cultuurhistorie. Haaster, H. van. 2003. Paleobotanisch onderzoek naar de vegetatieontwikkeling aan de oostrand van de strandwal bij Heiloo tussen 1500 – 1300 v. Chr. Biaxiaal 171. Heiden, M.J. van der. 2017. Bronstijdbewoning op de strandwal. Definitief archeologisch onderzoek in het plangebied Zuiderloo, UWP1, gemeente Heiloo (Noord-Holland). Diachron publicatie 57. Klooster, B. 2010. Archeologisch onderzoek plangebied bedrijventerrein Oosterzij te Heiloo. GAR 925. Koning, J. de en N.C. Tuinman. 2021. Betreden veen. Archeologisch proefsleuvenonderzoek Zuiderloo, plangebied Kuin, gemeente Heiloo. Hollandia-reeks 888. Moesker, T., J. van der Leije en A.J. Tol. 2021. Van kabeljauw tot karrenwiel. Bewoningsresten uit de bronstijd tot Romeinse tijd op de strandwal in het plangebied Zuiderloo te Heiloo (proefsleuven en opgraving). Archol-rapport 408. Molenaar, S. 2001. Plangebied Zuiderloo, gemeente Heiloo; een Aanvullende Archeologissche Inventarisatie (AAI-1). RAAP-rapport 656. Molenaar, S. 2006. Plangebied Oosterzijweg, gemeente Heiloo. RAAP-notitie 1635. Heiden, M.J. van der. 2016. Inventariserend Veldonderzoek in het plangebied Zuiderloo, gemeente Heiloo (Noord-Holland). Diachron notitie 100.

4.5 Internet bronnen www.ahn.nl archis.cultureelerfgoed.nl www.dinoloket.nl ikme.nl www.pdok.nl www.topotrijdreis.nl

26 (26)

Bijlage 1. Locatie van het plangebied

108800

108900

109000

Legenda

Ligging locatie

Plangebied

Ambachtsweg 78, Heiloo

Perceel Woningen

Opdrachtgever: GTP Vastgoedontwikkeling B.V. Projectnummer: 51008278

Bergingen Garages

Datum: 08-02-2022 Schaal: 1:2000 Formaat: A4

N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

Q:\K\GRQ\BU500\Algemeen\GEO\ARCHEOLOGIE\Projecten 2022\51008278 BO Ambachtsweg Heiloo SWAR 2522\9_GIS\QGIS Ambachtsweg Heiloo, blad 1 van 1

511700

511800

511900

512000

108700

Bijlage 2. Plantekening

DE SPINDEL 10

DE SPINDEL 8

2500

DE SPINDEL 6

25000 5875

300

5875

300

5881

300

5869

300

1000

300

2500

TUIN parkeer (bestaand)

TUIN

GARAGE

GARAGE

GARAGE

GARAGE

8000

parkeer (bestaand) TUIN

parkeer (bestaand)

6000

gras

parkeer gras

parkeer (bestaand)

parkeer gras

parkeer gras

BERGING

parkeer gras

parkeer gras

2530

parkeer gras

2530

parkeer gras

BERGING

BERGING

5000

parkeer (bestaand)

2300

2530

2530

2300

parkeer gras

BERGING

parkeer (bestaand)

parkeer

TUIN

TUIN

TUIN

7403

TUIN

parkeer (bestaand)

7800 2500 1100

parkeer (bestaand)

7200 5300

7200

5300

3800 1900

1400

7800 5300

5300

2500

1900

1400

1100

gras parkeer (bestaand)

10000

parkeer (bestaand)

parkeer (bestaand)

4700

parkeer

5000

WONING 1

WONING 2

5300

5300

WONING 3

WONING 4

5300

5300

speeltuin of groen

2500 TUIN

1900

1900

TUIN

3800

TUIN

2500 TUIN

4000

300

afval container

erfgrens

parkeer Ind.Oost 5 parkeer

Situatie

parkeer Ind.Oost 5

parkeer Ind.Oost 5

parkeer Ind.Oost 5

parkeer Ind.Oost 5

parkeer

parkeer

parkeer

parkeer

parkeer

5000

gras

erfgrens

gras

1200

parkeer

parkeer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=18ef1940-fcc9-4700-ab1d-d831acca0ebd