Bijlage 9 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Heiloo, Westerweg 370A
Gemeente Heiloo
Datum: 27 januari 2021 Projectnummer: 130517.02
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De m.e.r. –beoordeling
3 3
2
Kenmerken van het project
6
2.1 2.2 2.4
Inleiding Beschrijving van het project Overige kenmerken van het project
6 6 7
3
Plaats van het project
9
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
9 9 10
4
Kenmerken van het potentiële effect
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Archeologie
15 16 18 18 19 20
5
Conclusie
22
Gebruikte onderzoeken/bronnen
23
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Westerweg 370A wordt nieuwbouw van drie vrijstaande woningen beoogt. Het 2 perceel van ca. 2.500 m is in de huidige situatie onbebouwd en ligt al een aantal jaren braak. In het vigerende bestemmingsplan zijn woningen op deze locatie niet toegestaan. Desondanks is de gemeente bereid medewerking te verlenen aan het initiatief. De Westerweg is een oude verbindingsweg waar van oudsher al op veel plekken bebouwing staat. Het toevoegen van enkele woningen past dan ook in het bebouwingsbeeld van de Westerweg. Er is voldoende ruimte op het perceel om drie vrijstaande woningen te realiseren. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan de van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken.
Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r. –beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is
3
van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.
Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project (de realisatie van drie woningen aan de Westerweg 370A te Heiloo) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.
4
De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal drie woningen in de koopsector. Het totale plangebied betreft circa 0,25 hectare. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r.
juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: kenmerken van de activiteit; plaats waar de activiteit wordt verricht; kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
5
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het project Het voornemen bestaat om drie vrijstaande woningen te realiseren op het perceel aan de Westerweg 370A te Heiloo. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is aangesloten op de uitgangspunten die gelden voor de ontwikkeling van het uitbreidingsgebied Zandzoom, waar onderhavig plan onderdeel vanuit maakt. Op basis van het bestemmingsplan mag de bouwhoogte maximaal 10 meter zijn en de goothoogte maximaal 4 meter . De bouwblokdiepte bedraagt 12 meter en de afstand tussen de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt 3 meter. De voorgevel zal waar mogelijk op 9 meter van de erfgrens gebouwd worden. De bebouwingsvrije zone aan de zijde van de Westerweg zal in acht worden genomen evenals de groene zone die ontstaat door het bouwen op 9 meter afstand van de openbare weg. De zijde van de bouwvlakken richting het spoor verspringen net als de zijde gericht naar de openbare weg.
Nieuwe planologische situatie
De woning worden gerealiseerd aan de lintbebouwing aan de Zandstoom. Karakteristiek voor de ruimtelijke structuur van lintbebouwing is een verspringende rooilijn. Dat komt in dit plan terug door de verspringing van de bouwvlakken onderling, als ten opzichte van het noordelijk gelegen woning. Aan de verstaffeling van de woningen (ver-
6
springende rooilijn) is de kavelrichting af te lezen. Het plan wordt op deze manier ruimtelijk en stedenbouwkundig ingepast. Er wordt een functioneel logische invulling gegeven aan een verrommeld perceel. Er is zodoende sprake van een gewenste ruimtelijke ontwikkeling, welke zorgt voor een kwaliteitsimpuls.
2.3
Omvang van het project De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 0,25 hectare. Met de ontwikkeling wordt voorzien in woningbouw van drie vrijstaande woningen.
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
7
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
8
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt aan de Westerweg, een oude verbinding tussen Heiloo en het zuidelijker gelegen Limmen. De weg loopt over een oude strandwal die van oudsher bewoond is. Aan de Westerweg staat her en der bebouwing met de voorgevel aan de weg. Het betreft veelal vrijstaande woningen, waarvan veel voormalige boerderijen. Het plangebied bevindt zich direct tegenover de kruising met de Schipperslaan. Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door de naastgelegen percelen Westerweg 370 en 370b. Aan de oostzijde ligt de spoorlijn Castricum - Alkmaar. De westzijde grenst aan de Westerweg welke hier kruist met de Schipperslaan.
Globale begrenzing van het plangebied (bron: pdokviewer.pdok.nl)
Het perceel Westerweg 370A ligt al enkele jaren braak. Het bedrijfsgebouw dat er stond is gesloopt, alleen de fundering is nog aanwezig. Het plangebied is ongeveer 50 bij 50 meter groot. Tussen de Westerweg en het perceel bevindt zich een groenstrook met bomen en struiken. Het perceel maakt in de huidige situatie een wat verrommelde en verwaarloosde indruk. Her en der zijn ongebruikte bouwmaterialen te vinden zoals het bouwhek op de navolgende foto.
9
Huidige staat plangebied, zicht richting het zuidoosten (bron: Google Maps)
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
10
Type gebied
Juridisch kader
Kustgebieden
Relevantie voor de activiteit Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gelegen in een berggebied of bosgebied.
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het projectgebied ligt niet in
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
een Nationaal Landschap en
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
niet in een Nationaal Park.
van de EHS. 3.3.2.1
Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het project-
door de lidstaten aangewezen
gebied liggen Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebieden (zie verder onder 1).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het projectgebied ligt niet in ge-
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bieden waar basis van commu-
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
nautaire wetgeving reeds nor-
kwaliteit reeds worden
men worden overschreden.
overschreden Gebieden met hoge bevol-
Het projectgebied is niet gele-
kingsdichtheid
gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
Verdrag van Valletta
Rondom het plangebied is
historisch belang
Monumentenwet
sprake van cultuurhistorische
cultureel belang
Gemeentelijk landschaps-
waarden (zie verder onder 2).
ontwikkelingsplan
Daarnaast is de locatie archeo-
o
beschermd stads- en dorpsgezicht
logisch van belang (zie verder onder 3).
archeologisch belang
1.Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied bevindt zich niet binnen de grenzen, maar wel in de nabijheid van Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Nederlandse Natura 2000-gebied betreft het “Noordhollands Duinreservaat” op circa 2,3 kilometer ten westen van het plangebied.
11
Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Voor de Natura 2000-“ Noordhollands Duinreservaat” geldt dat sprake is van stikstofgevoelige habitattypen. Negatieve milieueffecten kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 2. Cultureel belang De gemeente Heiloo heeft specifiek beleid voor de cultuurhistorische waarden van het plangebied in de vorm van de ‘Beleidsnotitie cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren Zandzoom-gebied’. In de bijbehorende beleidskaart staan de bestaande waardevolle groenstructuren weergeven. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart, met daarop het plangebied globaal rood gemarkeerd.
12
Uitsnede beleidskaart waardevol groen met weergave plangebied (rood kader) bron: gemeente Heiloo
Uit voorgaande afbeelding blijkt dat er rondom het plangebied verschillende waardevolle groenstructuren voorkomen, maar niet in het plangebied zelf. Voorliggend plan voorziet daarom niet in een afbreuk/wijziging van de waarden van de omliggende groenstructuur. Verder liggen in of rondom het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. Wel liggen er op enige afstand twee monumentale kerken (aan de Kapellaan 144 en de Hoogeweg 65). De ontwikkeling van het onderhavige plangebied leidt niet tot indirecte schade aan de cultuurhistorische waardevolle bebouwing, aangezien de kerken op enige afstand zijn gesitueerd en daarmee niet ruimtelijk zijn verbonden aan elkaar. Er ontstaat dus geen negatief milieueffect op cultuurhistorische waarden. Dit aspect zal daarom niet nader worden behandeld in hoofdstuk 4. 3. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden.
Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.
13
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Dit houdt in dat bij een ontgraving van meer dan 50 m² en dieper dan 50cm –mv een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Deze grenswaarden worden mogelijk overschreden en daarmee zijn negatieve milieueffecten niet op voorhand uit te sluiten. Dit aspect wordt daarom nader behandeld in hoofdstuk 4. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het projectgebied maakt geen
heen: Ecologische Hoofdstruc-
deel uit van het Natuurnetwerk
tuur)
Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied
Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het projectgebied is niet gelegen
Provinciale verordening
in een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
14
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van drie woningen aan de Westerweg 370A te Heiloo betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving van het projectgebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn en zijn heeft het gebied een archeologische verwachtingswaarde.
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: natuur: Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. archeologie: In het plangebied bevinden zich archeologische verwachtingswaarden. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten.
cultuurhistorie: De functies in onderhavig project leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden.
15
bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. water: Er is met het project sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie. Echter voorziet het plan in voldoende mogelijkheden om te voorzien in een goede waterhuishouding. Negatieve gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand niet te verwachten. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich net ten zuiden van de kern van Heiloo (gemeente Heiloo, provincie Noord-Holland). De omgeving van Heiloo kenmerkt zich door agrarische gronden en de nabijheid van de kust. In de nabijheid liggen natuurgebieden als Noorholland Duinreservaat en Eilandspolder. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van boerderijen. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een spoorlijn. Verder liggen in noordelijke en zuidelijke richting van het plangebied woningen en (boeren)bedrijven langs de Westerweg en ten oosten en westen de agrarische gebieden behorende bij deze bedrijven. 1
Door SAB is een veldbezoek uitgevoerd. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het plangebied en een impressie ten tijde van het veldbezoek.
Verharding vanuit het noorden.
1
Verharding vanuit het zuiden.
SAB (2019). Quick scan Natuur. Heiloo, Westerweg 370A. Projectnummer: 130517.02. 22 oktober 2019. 16
4.2.2
Effecten ontwikkeling 2
SAB heeft met een quick scan Natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben 3 op beschermde natuur buiten het plangebied. Hiervoor is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan en het stikstofonderzoek uiteengezet. Gebiedsbescherming Het plangebied is op circa 2,3 kilometer gelegen van het Natura 2000-gebied “Noordhollands Duinreservaat”. Dit betreft de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden van het plangebied waarin stikstofgevoelige habitattypen zijn gesitueerd. Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied gelegen In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Uit de uitgevoerde berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat de huidige grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j niet worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn.
Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Uit de quick scan blijkt dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Nestplaatsen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.
2
SAB (2019). Quick scan Natuur. Heiloo, Westerweg 370A. Projectnummer: 130517.02. 22 oktober 2019.
3
SAB (2020). Stikstofonderzoek. Heiloo, Westerweg 370A. Projectnummer: 130517.02. 20 januari 2021. 17
Conclusie Gezien voorgaande, en ervan uitgaande dat rekenschap wordt gehouden met de algemene zorgplicht, kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden uitgesloten.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie In de huidige situatie geldt er geen verkeersaantrekkende werking, aangezien de planlocatie in onbruik is.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Met onderhavig plan worden drie vrijstaande woningen gerealiseerd die een effect kunnen hebben op de doorstroming en veiligheid op de weg. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde 4 ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op het feit dat het plangebied buiten de bebouwde kom van Heiloo ligt, wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘buitengebied’ aangehouden kunnen worden. De gemeente Heiloo wordt conform CBSgegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘matig stedelijk gebied’. Voor de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen volgt uit de kencijfers een toename aan verkeersbewegingen van maximaal 26 extra bewegingen per etmaal (8,6 X 3). Dit extra verkeer kan ruimschoots worden opgenomen in het huidige verkeersbeeld daar de capaciteit van de Westerweg voldoende is om dit extra verkeer te kunnen afwikkelen. Conclusie Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom van Heiloo. Rondom het plangebied zijn diverse wegen en de spoorlijn Castricum – Alkmaar gelegen waarbij verwacht mag worden dat reeds sprake is van enige vorm van geluid.
4
CROW, publicatie 381, van parkeerkencijfers naar parkeernomen. 18
4.4.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van maximaal drie vrijstaande woningen zorgt voor aantrekking van meer verkeer en daarmee potentieel hogere geluidswaarden. Onderhavig plan zal direct worden ontsloten op de aangrenzende 50 km/uur weg de Westerweg. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). In het kader van het bestemmingsplan is door SAB een akoes5 tisch onderzoek rail- en wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hieruit volgt dat op de Westerweg circa 1.600 motorvoertuigen per etmaal rijden. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op circa 26 extra motorvoertuigen per etmaal. Bij dit plan is daarmee te verwachten dat de verkeerstoename op de omliggende 50 km/uur weg lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst circa 1,6% voor de Westerweg . Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de omliggende wegen als gevolg van onderhavige ontwikkeling. Gezien voorgaande worden voor wat betreft geluid geen negatieve (milieu)effecten verwacht.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2.5)
Achtergrondconcentratie (2019, huidig) 3 14 - 16 µg/m 3 15 - 17 µg/m 3 8 - 10 µg/m
Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
4.5.2
Effecten ontwikkeling Dit project voorziet in de realisatie van drie vrijstaande woningen. Het project draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, als ook weergegeven in de navolgende tabel. Raadpleging van de NSL-
5
Akoestisch onderzoek wegverkeer, Westerweg 370 te Heiloo, SAB, 20 mei 2014. 19
monitoringstool heeft daarnaast aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering.
NIBM tool, bron: Kenniscentrum InfoMil
Conclusie Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
4.6
Archeologie
4.6.1
Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft in de huidige situatie een leegstaand perceel. Raadpleging van de vigerende bestemmingsplannen wijst uit dat het plangebied ter plaatse van de te ontwikkelen locatie een archeologische dubbelbestemming kent. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm.
4.6.2
Effecten ontwikkeling 6
Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd aangezien bovengenoemde grenswaarden mogelijk worden overschreden. Onderstaand worden de bevindingen kort omschreven. In het plangebied zijn zes boringen gezet. Hieruit blijkt dat de ondergrond uit strandwalzand bestaat, dat naar boven toe geleidelijk overgaat in duinzand. De bovengrond van het plangebied bestaat uit een 20 tot 60 cm dikke bouwvoor op een 20 tot 40 cm dikke omgewerkte laag. Waarschijnlijk is de omgewerkte laag ontstaan door bodembewerking in de Nieuwe tijd of daarna. Het kan echter niet uitgesloten
6
Bureau voor Archeologie (2020). Een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Westerweg 370A, Heiloo. Projectnummer: 942. 5 augustus 2020. 20
worden dat het hier een (omgewerkte) cultuurlaag uit de Middeleeuwen betreft. Onder deze cultuurlaag kunnen archeologische sporen aanwezig zijn. Bureau voor Archeologie adviseert om toekomstige bodemingrepen te beperken tot maximaal 60 cm –mv. Als dit niet gerealiseerd kan worden wordt aanbevolen het plangebied te onderzoeken door middel van een inventariserend veldonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hiermee kan worden bepaald of archeologisch resten aanwezig zijn en zo ja, of sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. De bodemingrepen zullen voor onderhavige ontwikkeling niet dieper reiken dan 60 cm beneden het maaiveld. Het aspect archeologie vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Negatieve milieueffecten op het gebied van archeologie zijn niet te verwachten.
21
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van drie vrijstaande woningen aan de Westerweg 370A te Heiloo nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Lucht
Archeologie
Beoordeling milieueffecten Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. Dit geldt voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Het natuuronderzoek sluit uit dat bij de beoogde ruimtelijke ingrepen beschermde soorten worden verstoord. Wel dient te allen tijde rekening gehouden te worden met alle broedende vogels en de zorgplicht. Er is geen sprake van belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking zonder te verwachten afwikkelingsproblemen op de Westerweg. Voor wat betreft verkeer zijn geen negatieve (milieu)effecten te verwachten. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een extra verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer is echter ruim minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Negatieve (milieu)effecten zijn daarmee uitgesloten. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. De bodemingrepen voor de beoogde ontwikkeling zullen niet dieper reiken dan 60 cm beneden het maaiveld.
Hiermee zullen de eventuele archeologisch waarden van het gebied beschermd blijven.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
22
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan Natuur (SAB) Onderzoek stikstofdepositie (SAB) Akoestisch onderzoek (SAB) Archeologisch onderzoek (Bureau voor Archeologie) Bronnen Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/
Natura 2000 Database
23