CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7a Bodemonderzoek Zomerzand (24 september 2020)

Commissies t/m 31-12-2023 11 december 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Zandzoom Heiloo 202333.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodem-, verhardings- en asbest in grond- c.q. puin- en nader asbest in puinonderzoek ter plaatse van projectlocatie Zomerzand te Heiloo

In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon

: : : :

Amante Vastgoed Nijverheidsweg 31-E 1851 NW HEILOO Dhr. R. Storms

Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door

: : : :

19HB0546-A1.v2 24 september 2020 Dhr. S. Sietsma Dhr. L.H. Smoor

Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses

: : : :

Bouw- en rioleringswerkzaamheden NEN 5740, NEN 5707, NEN 5897 en CROW 210 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam

Bezoek- en postadres

:

Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015

: : : :

Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar IJburglaan 1495, 1087 KM Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162

HB Adviesbureau

Op alle offertes, werkzaamheden van en overeenkomsten met HB Adviesbureau zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 3 juli 2013 onder nummer 56/2013. De voorwaarden staan vermeld op onze website www.hbadvies.nl.

2001/2002/2018

HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.

HB Adviesbureau

INHOUDSOPGAVE

PAGINA

1.

INLEIDING EN DOEL

1

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

2 2 2 4 5

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader

BESCHRIJVING VELDWERK

7

3.1. 3.2. 3.3.

7 7 8

Uitvoering bodemonderzoek Uitvoering verkennend asbestonderzoek Uitvoering nader asbestonderzoek

RESULTATEN ASFALT

10

4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt

10 10 10 10

RESULTATEN FUNDATIE/HALFVERHARDING

11

5.1. 5.2. 5.3.

11 11 12

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

RESULTATEN GROND

13

6.1. 6.2. 6.3.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

13 13 15

RESULTATEN GRONDWATER

17

7.1. 7.2. 7.3.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

17 17 17

RESULTATEN ASBEST

18

8.1. 8.2. 8.3. 8.4.

18 19 19 20

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Analyseresultaten nader asbestonderzoek

VEILIGHEID

22

9.1. 9.2.

Bodem en fundatie Asfalt

22 22

10. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

23

19HB0546-A1

HB Adviesbureau

BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI :

19HB0546-A1

Overzichtstekening met topografische ligging en kadastrale informatie Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit

HB Adviesbureau

1.

INLEIDING EN DOEL

Door Amante Vastgoed is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodem-, verhardings- en asbest in grond c.q. puinonderzoek ter plaatse van projectlocatie Zomerzand, gelegen achter de Kennemerstraatweg 652, te Heiloo. Een overzicht van de onderzoekslocatie met de topografische ligging is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is: de aanvraag van een omgevingsvergunning (voorgenomen bouwwerkzaamheden); de aanleg van riolering. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische situatie op de locatie; de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van de vrijkomende materialen (grond, asfalt, fundatiemateriaal) en de chemische kwaliteit hiervan; de opbouw, dikte en samenstelling van de asfaltverharding; de opbouw, dikte en samenstelling van de mogelijk aanwezig fundatie onder de asfaltverharding; de bodemopbouw tot 0,5 meter onder de fundatielaag; de aan- of afwezigheid van asbesthoudende materialen in de mogelijk aanwezige fundatie en indien asbest wordt aangetroffen in welke concentratie dit aanwezig is; de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen bouw- en rioleringswerkzaamheden.

Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld. Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.

19HB0546-A1

1 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2.1. Inleiding In de NEN 5740 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

G:

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.

De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen

Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ -

Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ √ √ √ -

Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties. 19HB0546-A1

2 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Vroeger gebruik van de locatie Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie Gebruik belendende percelen Oppervlaktewater op, langs of nabij de onderzoekslocatie Verhardingen Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Andere bronnen, bijzonderheden

Ca. 17.200 m² Agrarisch Braakliggend (paardenweide) Wonen Wonen en infrastructuur Aan de noordzijde van de locatie liggen twee sloten Op de locatie ligt deels asfalt, klinkers en halfverharding (menggranulaat) Niet bekend Op de onderzoekslocatie zijn meerdere gedempte sloten en/of voormalige kavellijnen aanwezig Niet bekend Op de locatie is menggranulaat aanwezig. Tevens is puin in de bodem aanwezig Niet bekend Onder de asfaltverharding is menggranulaat als fundatie aanwezig Niet bekend De locatie is gelegen in een gebied welke over het algemeen verdacht is op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB)

Algemene informatie De onderzoekslocatie betreft enkele percelen gelegen achter de Kennemerstraatweg 652 te Heiloo welke valt binnen het ontwikkelingsgebied Zomerzand. De locatie is braakliggend en doet thans dienst als een paardenweide. Op de locatie is een toegangsweg aanwezig welke deels bestaat uit asfaltverharding, klinkers en halfverharding (menggranulaat). Het aanwezige asfalt heeft een oppervlakte van ca. 450 m². Tevens is op het zuidoostelijk deel van de onderzoekslocatie een bouwweg bestaande uit halfverharding (menggranulaat) aanwezig. De opdrachtgever is voornemen de locatie her in te richten als woonwijk en riolering aan te leggen. Aan de noordzijde van de locatie liggen twee sloten welke uitgesloten zijn van onderhavig onderzoek. Bij de geplande werkzaamheden zal grond van de locatie vrijkomen. Derhalve wordt de grond, naast de standaardparameters, aanvullend onderzocht op de stofgroep PFAS. Informatie historisch onderzoek Uit bestudeerd historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat op de onderzoekslocatie enkele gedempte sloten/voormalige kavellijnen aanwezig zijn. Er zijn geen aanwijzingen gevonden van voormalige dammen of bebouwing. Uit controle van het Historisch Bodembestand (HBB) is gebleken dat op de onderzoekslocatie geen onder- of bovengrondse tanks staan geregistreerd.

Voorgaand onderzoek Uit de controle van Bodemloket en het Bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord blijkt dat op de onderzoekslocatie in het verleden een tweetal bodemonderzoeken zijn uitgevoerd: [1]

Plan Zandzoom (deelgebied D1) uitgevoerd door Landview (projectnummer 2003161-D1, d.d. 01-04-2004. Dit onderzoek is onderdeel van een grootschalig onderzoek waarbij verschillende deellocaties zijn onderzocht. Onderhavige onderzoekslocatie valt binnen deelgebied D1. Uit de verkregen informatie is gebleken dat in dit de bovengrond ten hoogste licht

19HB0546-A1

3 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

[2]

verontreinigd is. De ondergrond is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd; Vooronderzoek plangebied Zandzoom te Heiloo uitgevoerd door Landview, rapportnummer 2014297, d.d. 16-12-2014. Uit de rapportage is gebleken dat onderhavige onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest voor agrarisch gebruik, maar niet voor bollenteelt. Derhalve is de onderzoekslocatie niet verdacht voor exoten.

Informatie locatie-inspectie Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is de aanwezige asfaltverharding visueel beoordeeld. Naar aanleiding van de visuele inspectie wordt geen onderscheid gemaakt in individuele deelgebieden en zijn geen afwijkingen waargenomen welke wijziging in de onderzoeksopzet rechtvaardigen. Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten. Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat puin ter plaatse van de toegangsweg en de bouwweg aanwezig is. Er kan derhalve gesteld worden dat de onderzoekslocatie asbest verdacht is.

Derhalve is er aanleiding aanwezig tot het uitvoeren van een verkennend asbest in grond- c.q. puinonderzoek conform de NEN 5707 en NEN 5987. Opgemerkt wordt dat het menggranulaat van de bouwweg recentelijk is aangebracht. Het materiaal is reeds onderzocht op asbest (niet verontreinigd), derhalve is het materiaal niet opnieuw onderzocht op het voorkomen van asbest. De certificaten van het onderzochte materiaal zijn opvraagbaar. Informatie bodem(kwaliteits)kaart Volgens de vigerende bodemkwaliteitskaart is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied waarvan de bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De ondergrond op de locatie voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur. 2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen.

Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de Nederlandse Norm "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (NEN 5740); conform de Nederlandse Norm "Bodem, Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" (NEN 5707); conform de Nederlandse Norm "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat" (NEN 5897); conform/mede aan de hand van de onderzoeksinspanning zoals beschreven in de CROW 210 "Omgaan met vrijgekomen asfalt".

19HB0546-A1

4 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

In tabel 2.3 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.3 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese

Deellocatie Gehele terrein (incl. gedempte sloten)

Verdacht

5.1 5.6 6.4.4 6.5.3 P2

Menggranulaat onder asfaltverharding T.p.v. boring 26 Asfaltverharding

Verwachte stoffen Zware metalen, minerale olie, OCB en/of PAK Asbest PAK

Protocol

Strategie

NEN 5740

5.1/5.6

NEN 5897

6.5.3

NEN 5707 CROW 210

6.4.4 P2

Toelichting Op basis van historische gegevens en voormalig gebruik van de locatie Vanwege de aanwezigheid van puin -

Onderzoeksstrategie voor een kleinschalige onverdachte locatie niet-lijnvormig (NEN 5740-ONV-NL); Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE); Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke kern;; Onderzoeksstrategie voor afgedekte funderingslagen; Asfaltverharding voor 1995.

Opgemerkt wordt dat: ter plaatse van de gedempte sloten formeel gezien geen specificatie van de verwachte stoffen (dempingsmateriaal) kan worden gegeven. In het algemeen worden er verhoogde concentraties aan zware metalen, PAK en/of minerale olie verwacht, waardoor volstaan kan worden met de huidige onderzoeksopzet; de mate van verontreiniging met zware metalen en/of PAK naar verwachting overeenkomt met de achtergrondwaarde(n). Derhalve wordt de onderzoekslocatie onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (NEN 5740 ONV, kleinschalig onverdacht); ter plaatse van de gedempte sloten en voormalige wegen/paden boringen uit het algemeen boorregime worden geplaatst. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen. 2.5. Toetsingskader Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.

De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS Ten aanzien van PFAS wordt geconformeerd aan het provinciaal beleid Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht). Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld (geactualiseerd versie d.d. 29 november 2019). Door deze ontwikkeling hebben de grondbanken en verwerkers in navolging op dit handelingskader echter nu als eis gesteld dat alle grond welke nu wordt aangeboden onderzocht dient te zijn op de in het tijdelijk handelingskader genoemde stoffengroep PFAS.

19HB0546-A1

5 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Asfalt Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van het asfalt. De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van het vrijgekomen asfalt naar een erkend verwerker. Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.

19HB0546-A1

6 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

3.

BESCHRIJVING VELDWERK

3.1. Uitvoering bodemonderzoek Het verrichten van boringen en het plaatsen van de peilbuizen is onder verantwoording van de heer R. Laan conform protocol 2001 uitgevoerd op 15 en 16 januari 2020. Opgemerkt wordt dat het doorboren van de asfaltverharding en fundatie/halfverharding niet valt onder een protocol. Een overzicht van de deellocaties en diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde boringen en diepten Deellocatie Toegangsweg Halfverharding (bouwweg) Gedempte sloten Riooltracé Overig terrein

Boringen 0,5 à 1,0 m-mv 05, 22 en 30 27 en 28 13 03, 04, 06 t/m 09, 15, 16, 18 t/m 20, 24 t/m 26 en 31

Peilbuis 5,0 m-mv 01 29 10, 14 en 17 10, 11, 14, 17 en 29

2,4 à 3,0 m-mv 12 23

21

02

Opgemerkt wordt dat: het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; enkele boringen in combinatie zijn geplaatst en derhalve samen vallen, waardoor in bovenstaande tabel dezelfde boornummers bij verschillende deellocaties vermeld zijn; enkele (potentieel) verdachte deellocaties gecombineerd zijn uitgevoerd met de boringen uit het algemene boorregime; de diepe boringen t.p.v. het riooltracé zijn doorgezet tot 5,0 m-mv om een beeld van de aanwezige veenlagen in de diepere ondergrond te verkrijgen; de boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en/of zuigerboor; boringen 05 en 30 in de gesloten verharding geplaatst zijn met behulp van een diamantkernboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit het kennisdocument PFAS (Bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater (protocol d.d. juli 2019 versie 02) zoals opgesteld door het expertisecentrum PFAS). De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage I. De peilbuizen zijn direct na plaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt. De grondwaterbemonstering is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heer R. Laan op 23 januari 2020 (minimaal één week na plaatsing).

Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd. 3.2. Uitvoering verkennend asbestonderzoek Het verkennend asbest in grond- c.q. puinonderzoek is conform protocol 2018 uitgevoerd op 11 maart 2020 onder verantwoording van de heren R. Laan en E.C.C. den Boef, welke in het bezit zijn van een opleiding asbestherkenning. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ter plaatse van de verhardingsmaterialen gelijkwaardig aan het protocol 2018 zijn uitgevoerd (protocol 2018 is niet van toepassing op een asbest in puin onderzoek). Voor de veiligheid van de werknemers zijn beheersmaatregelen conform de CROW 400 getroffen. Visuele inspectie Voorafgaand aan het onderzoek is de locatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal aan (op en in) het maaiveld.

19HB0546-A1

7 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Het uitvoeren van een visuele inspectie van het maaiveld heeft deels niet plaats kunnen vinden als gevolg van de aanwezigheid van een gesloten verharding. Daar waar wel een inspectie van het maaiveld heeft kunnen plaatsvinden is de locatie opgedeeld in inspectiestroken met een breedte van 1,5 meter, welke haaks op elkaar gelegen zijn. Het was helder weer (bij een zicht van meer dan 50 meter) en er was geen sprake van neerslag. De inspectie-efficiëntie is vastgesteld op 80%. Proefgaten Op de locatie is op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie een gedeelte van de locatie asbestverdacht gebleken. Dit gedeelte betreft 650 m² binnen de totale onderzoeksoppervlakte. Er zijn binnen de contour van de toegangsweg 5 proefgaten (G01 t/m G06) conform strategie 6.5.3. gegraven. Tevens is ter plaatse van boring 26 één proefgat (G06) gegraven. Omdat het menggranulaat ter plaatse van de bouwweg recentelijk is aangebracht onder certificaat en asbest reeds bepaald is (niet verontreinigd) wordt dit materiaal in onderhavig onderzoek niet nogmaals onderzocht op asbest. Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de visueel niet waarneembare fractie (fractie <20 mm) is al het uitgegraven materiaal door de veldwerkers gezeefd over een maaswijdte van 20 mm.

Het materiaal dat op de zeef achterblijft is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (fractie >20mm). Aangezien er geen asbestverdachte waarnemingen zijn gedaan en de bodemsamenstelling overeenkomstig is, is van de doorval van het uitgegraven materiaal ter plaatse van de toegangsweg, één representatief puinmengmonster samengesteld zoals is weergegeven in tabel 3.2. Ter plaatse van boring 26 is één grondmonster genomen. De gegraven proefgaten, de afmetingen en de wijze van monstersamenstelling zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Afmetingen gegraven sleuven en monstersamenstelling Proefgat G01 G02 G03 G04 G05 G06

Lengte (in m¹) 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3

Breedte (in m¹) 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3

Diepte (in m¹) 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5

Bemonsteringstraject (in m-mv) 0,2 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,3 0,0 - 0,2 0,0 - 0,5

Puin/Grondmonster

MMA01

MA02

3.3. Uitvoering nader asbestonderzoek Tijdens het verkennend bodemonderzoek is in het menggranulaat ter plaatse van de toegangsweg asbest boven de bepalingsgrens. De gewogen concentratie (70 mg/kg d.s.) is meer dan de helft van de restconcentratienorm (100 mg/kg d.s.) en geeft aanleiding tot nader onderzoek. Het nader asbest in puinonderzoek is uitgevoerd op 9 april 2020 onder verantwoording van de heer R. Laan, welke in het bezit is van een opleiding asbestherkenning. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ter plaatse van de verhardingsmaterialen gelijkwaardig aan het protocol 2018 zijn uitgevoerd (protocol 2018 is niet van toepassing op een asbest in puin onderzoek). Voor de veiligheid van de werknemers zijn beheersmaatregelen conform de CROW 400 getroffen. Visuele inspectie Voorafgaand aan het onderzoek is de locatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal aan (op en in) het maaiveld. Het uitvoeren van een visuele inspectie van het maaiveld heeft niet plaats kunnen vinden als gevolg van de aanwezigheid van een gesloten verharding.

19HB0546-A1

8 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Sleuven Ter plaatse van de toegangsweg zijn 6 sleuven van 2,0 m¹ (SL01 t/m SL06) gegraven. De sleuven zijn naast de proefgaten van het verkennend asbestonderzoek geplaatst. Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de visueel niet waarneembare fractie (fractie <20 mm) is al het uitgegraven materiaal door de veldwerkers gezeefd over een maaswijdte van 20 mm. Het materiaal dat op de zeef achterblijft is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (fractie >20mm). Van de doorval zijn per sleuf representatieve puin(meng)monsters samengesteld zoals is weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Afmetingen gegraven sleuven en monstersamenstelling Sleuf SL01 SL02 SL05 SL04 SL03 SL06

19HB0546-A1

Lengte (in m¹) 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0

Breedte (in m¹) 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3

Diepte (in m¹) 0,5 0,5 0,5 0,5 0,7 0,4

Bemonsteringstraject (in m-mv) 0,2 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,3 0,0 - 0,2 0,0 - 0,7 0,0 - 0,4

Puinmengmonster

MMA03

MMA04

9 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

4.

RESULTATEN ASFALT

4.1. Veldwerk Vanwege de geringe dikte van het asfalt ter plaatse van de boringen 05 (2 mm) en boring 30 (3 mm) is het uitvoeren van een indicatieve PAK-bepaling m.b.v. de PAK-marker methode en een constructieopbouw technisch niet uitvoerbaar. 4.2. Uitvoering analyses Op basis van de gemiddelde dikte van de asfaltverharding en de oppervlakte van het onderzoeksgebied wordt ingeschat dat bij werkzaamheden circa 28 ton asfalt vrijkomt. Conform de CROW 210 zijn derhalve geen analyses op PAK noodzakelijk en zou de indicatieve PAK bepaling m.b.v. PAK marker methode volstaan. Aangezien de indicatieve PAK bepaling technisch niet uitvoerbaar is, is ervoor gekozen een mengmonster van het asfalt samen te stellen voor de analyse op PAK Opgemerkt wordt dat het asfalt in afwijking op de Regeling bodemkwaliteit niet op overige parameters zijn geanalyseerd. De analyse op PAK wordt gehanteerd als tracer. Dit is in overeenstemming met het gebruik in de markt. 4.3. Analyseresultaten In tabel 4.1 zijn de resultaten weergegeven van de onderzochte boorkernen en is zichtbaar of deze voldoen aan de samenstellingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (75 mg/kg d.s.) en derhalve geschikt zijn voor (warm) hergebruik. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten verhardingsonderzoek Boorkernnummers

05 30

Geanalyseerde laag (mm)

Monster codering

Geschikt voor (warm) hergebruik Ja/Nee

Geheel

MMASF01

Ja

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderzochte onverdachte asfaltlagen de concentratie aan PAK niet verhoogd is ten opzichte van de samenstellingswaarde bouwstof niet zijnde grond. Op basis van de beschikbare gegevens en een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is het vrijkomende asfalt geschikt voor (warm) hergebruik. 4.4. Conclusie hergebruiksmogelijkheden asfalt Het asfalt dat ter plaatse van de toegangsweg zal vrijkomen bij de werkzaamheden is volledig her te gebruiken als niet-teerhoudend asfalt.

19HB0546-A1

10 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

5.

RESULTATEN FUNDATIE/HALFVERHARDING

5.1. Veldwerk Onder de asfalt- en klinkerverharding is een fundatielaag aangetroffen. Tevens is op het zuidoostelijk deel van de onderzoekslocatie halfverharding aangetroffen. In tabel 5.1 is de laagdikte van de fundatielaag en halfverharding alsmede het type materiaal weergegeven. Tabel 5.1: Laagdikte en type fundatie Locatie Toegangsweg

Bouwweg

Boring 01 05 22 30 27 28 29

Laagdikte (m¹) 0,3 0,38 0,2 0,47 0,25 0,30 0,40

Materiaal Menggranulaat

Menggranulaat

Tijdens de veldwerkzaamheden is door de veldwerkers op basis van de opleiding asbestherkenning, aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In het opgeboorde materiaal of op het maaiveld op de onderzochte delen van de locatie is visueel (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen is contact opgenomen met de opdrachtgever. Op verzoek van de opdrachtgever is, zoals eerder is vermeld in hoofdstuk 2, een specifiek asbestonderzoek uitgevoerd. Voor de resultaten wordt verwezen naar hoofdstuk 8. Omdat het menggranulaat ter plaatse van de bouwweg recentelijk is aangebracht onder certificaat en asbest reeds bepaald is (niet verontreinigd) wordt dit materiaal in onderhavig onderzoek niet nogmaals onderzocht op asbest. 5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde analyses op fundatie en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses fundatie Fundatietype

Zintuiglijke waarneming

Meng monster

Traject Analyse op Motivatie (m-mv) 01 (0,2 - 0,5) Menggranulaat 05 (0,02 - 0,4) Zand 10-50% MM101 Bepalen algemene toegangsweg 22 (0,0 - 0,2) Standaard milieuhygiënische kwaliteit en 30 (0,03 - 0,5) pakket hergebruiksmogelijkheden 27 (0,0 - 0,25) Menggranulaat MM102 28 (0,0 - 0,3) bouwweg 29 (0,0 - 0,4) Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het fundatiemateriaal verkregen.

19HB0546-A1

11 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

5.3. Analyseresultaten Indicatieve beoordeling verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 5.3 zijn de resultaten van de toetsing beknopt weergeven en welke parameter(s) als maatgevend wordt beschouwd indien een overschrijding van de toetswaarden voor een N(iet) vormgegeven bouwstof aanwezig is. De samenstelling en het monstertraject van de onderzochte fundatie is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.3: Toetsingsresultaten fundatie Fundatietype

Zintuiglijke waarneming

Meng monster

Voldoet aan toetsMaatgevende waarden N-bouwstof parameter(s) Ja Nee Menggranulaat toegangsweg Zand 10-50% MM101 X Menggranulaat bouwweg MM102 X Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

Op basis van een indicatieve toetsing van de organische parameters aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat het menggranulaat ter plaatse van de toegangs- en bouwweg mogelijk in aanmerking zou komen voor hergebruik (N(iet vormgegeven)bouwstof of IBC(Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof). Voor een vollediger beeld dient echter uitloogonderzoek plaats te vinden naar emissiewaarden van de zware metalen en de anionen. Een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is echter het uiteindelijke bewijsmiddel voor de daadwerkelijke toepassing van het materiaal. Conform de eisen in het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik binnen hetzelfde werk toegestaan zonder onderzoek, mits het fundatiemateriaal op dezelfde locatie en functie wordt toegepast. De nu vastgestelde kwaliteit van het materiaal kan worden gebruikt voor het vaststellen van eventueel benodigde arbeidshygiënische maatregelen tijdens het werk. Deze maatregelen dienen te worden vastgesteld door een veiligheidskundige. Bij toepassing buiten het werk dient een formele partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden. Op basis van onderhavig onderzoek kan het vrijkomende materiaal wel aangeboden worden aan een verwerker (grondbank).

19HB0546-A1

12 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

6.

RESULTATEN GROND

6.1. Veldwerk De bodemopbouw, tot de maximale boordiepte van 5,0 m-mv, bestaat uit afwisselend uit zand, veen en klei. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 6.1 vermelde waarnemingen gedaan die een verontreiniging van de grond doet vermoeden. Tabel 6.1: Zintuiglijke verdachte waarnemingen Boring Diepte (m-mv) Zintuiglijke waarneming 13 0,00 tot 1,00 sporen baksteen 26 0,00 tot 0,50 sporen puin Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

Opgemerkt wordt dat: door het ontbreken van slib in de boringen 10, 12 t/m 14 en 17 de aanwezigheid van een gedempte sloten niet is bevestigd; de sporen baksteen, conform de NEN 5725, als niet verdacht worden beschouwd op het voorkomen van asbest; de aanwezigheid van bodemvreemde materialen kunnen duiden op verontreiniging met onder andere zware metalen, minerale olie en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). 6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke waarneming

Meng monster

Traject Analyse op Motivatie (m-mv) 02 (0,00 - 0,40) 03 (0,00 - 0,20) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) MM01 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,30) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) Standaard Bepalen algemene 15 (0,00 - 0,50) Bovengrond zand pakket + PFAS milieuhygiënische MM02 16 (0,00 - 0,50) + OCB kwaliteit 17 (0,00 - 0,30) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) MM03 24 (0,00 - 0,20) 25 (0,08 - 0,20) 25 (0,20 - 0,60) Baksteen <1% 13 (0,00 - 0,50) MM04 Puin <1% 26 (0,00 - 0,50) Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.

19HB0546-A1

13 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Vervolg tabel 6.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke waarneming

Meng monster

Traject Analyse op Motivatie (m-mv) 01 (0,50 - 1,00) 05 (0,40 - 0,90) Zand onder fundatie MM05 27 (0,26 - 0,70) 28 (0,31 - 0,70) 29 (0,41 - 0,91) 01 (1,00 - 1,50) 10 (0,80 - 1,30) 10 (1,30 - 1,60) 11 (1,00 - 1,40) 14 (0,80 - 1,30) Ondergrond zand MM06 17 (1,10 - 1,60) 21 (1,00 - 1,50) 21 (1,50 - 1,90) 29 (1,10 - 1,60) 29 (1,60 - 1,90) 01 (2,40 - 2,80) 02 (1,60 - 2,10) 10 (2,10 - 2,60) Standaard Bepalen algemene 11 (1,90 - 2,40) pakket + PFAS milieuhygiënische 12 (1,90 - 2,30) + OCB kwaliteit Ondergrond veen MM07 14 (1,90 - 2,30) 17 (2,10 - 2,30) 21 (1,90 - 2,40) 23 (1,50 - 2,00) 29 (1,90 - 2,10) 01 (2,80 - 3,00) Ondergrond klei MM08 14 (2,30 - 2,50) 01 (3,50 - 4,00) 10 (3,70 - 4,20) 11 (4,00 - 4,50) 14 (3,50 - 4,00) 17 (2,30 - 2,80) Ondergrond zand MM09 17 (3,30 - 3,80) 21 (2,50 - 3,00) 21 (3,50 - 4,00) 29 (2,10 - 2,50) 29 (2,50 - 3,00) Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.

De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: onderlinge verschillen in bodemtype; de mate van en type bijmenging in de bodem; de ligging van de boringen.

De samenstelling van de bovenstaande grond(meng)monsters is weergegeven in bijlage III.

19HB0546-A1

14 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

6.3. Analyseresultaten Beoordeling milieuhygiënische kwaliteit (Wbb) In tabel 6.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Middels het aangeven van slechts de maximale toetsingswaarden wordt verwacht dat direct inzicht wordt verkregen in eventuele beperkingen. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. De samenstelling en het monstertraject van de onderzochte grond(meng)monsters is weergegeven in tabel 6.2. Tabel 6.3: Maximale toetsingswaarden grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke waarneming

Meng monster

Maximale toetsingswaarde* <AW >AW >T >I X X X

Maatgevende parameter(s)

MM01 MM02 PCB Bovengrond zand MM03 Baksteen <1% Minerale olie en MM04 X Puin <1% PAK Zand onder fundatie MM05 X Kobalt en PAK Ondergrond zand MM06 X Ondergrond veen MM07 X Ondergrond klei MM08 X Ondergrond zand MM09 X Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% PCB = Polychloorbifenylen * Toetsingswaarden voor PFAS: < AW: PFOS < 1,5 µg/kg, PFOA < 1,7 µg/kg en overige PFAS < 1,5 µg/kg.

De zandige bovengrond en het zand onder verharding zijn ten hoogste licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt en/of PAK. De zandige-, venige en kleiige ondergrond zijn niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Zowel de boven- als ondergrond op de locatie zijn niet verontreinigd met PFAS. PFAS De analyseresultaten voor PFAS zijn getoetst aan het provinciaal beleid (Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht). De toetsing is weergegeven in bijlage III. Beoordeling indicatieve verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 6.4 zijn de indicatieve kwaliteitsklassen weergegeven ten behoeve van de toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden. De samenstelling en het monstertraject van de onderzochte grond(meng)monsters is weergegeven in tabel 6.2. Tabel 6.4: Indeling kwaliteitsklassen grond Monsteromschrijving

Zintuiglijke Meng Kwaliteitsklasse Op basis van waarneming monster MM01 Landbouw en natuur MM02 Landbouw en natuur Bovengrond zand MM03 Landbouw en natuur Baksteen <1% MM04 Industrie Minerale olie Puin <1% Zand onder fundatie MM05 Landbouw en natuur Ondergrond zand MM06 Landbouw en natuur Ondergrond veen MM07 Landbouw en natuur Ondergrond klei MM08 Landbouw en natuur Ondergrond zand MM09 Landbouw en natuur Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

De zandige bovengrond met sporen baksteen en sporen puin valt, indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De overige boven- en ondergrond op de locatie vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur. 19HB0546-A1

15 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

De analyseresultaten voor PFAS zijn, voor wat betreft de hergebruiksmogelijkheden, getoetst volgens het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, geactualiseerd versie d.d. 29 november 2019). Op basis van PFAS valt alle grond op de locatie in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur. De toetsing is weergegeven in bijlage III.

19HB0546-A1

16 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

7.

RESULTATEN GRONDWATER

7.1. Veldwerk In tabel 7.1 zijn de resultaten van de uitgevoerde metingen aan het grondwater weergegeven. De elektrisch geleidingsvermogen (EGV), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater zijn gemeten bij de monstername. Tabel 7.1: Resultaten metingen grondwater Peilbuis 02 12 23

Grondwaterstand (m-mv) 1,03 1,08 0,75

Troebelheid (NTU) 0,83 3,98 0,59

Geleidingsvermogen (µS/cm) 1.260 590 970

Zuurgraad (pH) 7,1 7,3 7,2

Aan het grondwater is geen kenmerk van een mogelijke verontreiniging waargenomen; 7.2. Uitvoering analyses In tabel 7.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondwateranalyses en de bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 7.2: Uitgevoerde analyses grondwater Peilbuis 02 12 23

Zintuiglijke waarneming -

Analyse op

Motivatie

Standaardpakket+OCB

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit

Het standaardpakket voor grondwater (variant B) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), vluchtige koolwaterstoffen (BTEXXS), naftaleen, vluchtige organo halogeenverbindingen (o.a. VOCl) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het grondwater verkregen.

7.3. Analyseresultaten In tabel 7.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Tabel 7.3: Maximale toetsingswaarden grondwater Peilbuis

02 12 23

Zintuiglijke waarneming -

Maximale toetsingswaarde <S >S >T >I X X X

Maatgevende parameter(s)

Koper -

Het grondwater op de locatie is ten hoogste licht verontreinigd met koper.

19HB0546-A1

17 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

8.

RESULTATEN ASBEST

8.1. Veldwerk Omdat het menggranulaat ter plaatse van de bouwweg recentelijk is aangebracht onder certificaat en asbest reeds bepaald is (niet verontreinigd) wordt dit materiaal in onderhavig onderzoek niet nogmaals onderzocht op asbest. Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de resultaten van het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek (paragraaf 4.1). De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk van het verkennend asbestonderzoek is zowel tijdens de visuele inspectie van het maaiveld alsmede in het uitgegraven materiaal uit de sleuven visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens het veldwerk van het nader asbestonderzoek is in het uitgegraven materiaal ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen. De resultaten zijn weergegeven in tabel 8.1. Ter plaatse van de overige sleuven is visueel geen asbestveracht materiaal aangetroffen. Tabel 8.1: Asbestverdachte waarnemingen Sleuf SL03 SL06

Diepte (m-mv) 0,0 - 0,7 0,0 - 0,4

Aantal stukjes 35 6

Aantal gram 530 90

Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 8.2 vermelde waarnemingen gedaan. Tabel 8.2: Zintuiglijke waarneming Proefgat Diepte (m-mv) Verkennend asbestonderzoek G01 0,20 - 0,50 G02 0,00 - 0,50 G03 0,00 - 0,50 G04 0,00 - 0,30 G05 0,00 - 0,20 G06 0,00 - 0,50 Nader asbestonderzoek SL01 0,20 - 0,50 SL02 0,00 - 0,50

Zintuiglijke waarneming volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat sterk puinhoudend

volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat, sterk baksteenhoudend, SL03 0,00 - 0,70 zwak asbesthoudend SL04 0,00 - 0,30 volledig menggranulaat SL05 0,00 - 0,20 volledig menggranulaat volledig menggranulaat, sterk baksteenhoudend, SL06 0,00 - 0,50 zwak asbesthoudend Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

19HB0546-A1

18 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

8.2. Uitvoering analyses In tabel 8.3 is een overzicht van de uitgevoerde asbestanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 8.3: Uitgevoerde analyses asbest Gat/Sleuf Verkennend asbestonderzoek Fractie < 20 mm G01 t/m G05 (puin) G06 (grond) Nader asbestonderzoek Fractie > 20 mm SL03 SL06 Fractie < 20 mm SL01+SL02+SL04+SL05 SL03+SL06

Analyse(meng)mo nster

Analyse volgens

Motivatie

MMA01 MA02

NEN 5898

Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel niet zichtbare fractie

SLVM03 SLVM06

NEN 5898

Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel zichtbare fractie

MMA03 MMA04

NEN 5898

Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel niet zichtbare fractie

Opgemerkt wordt dat: vanwege de overeenkomstige textuur van het visueel aangetroffen asbestverdachte materiaal (golfplaat) en het uitgegraven materiaal (menggranulaat) ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 ervoor gekozen is één mengmonster samen te stellen voor de analyse op asbest; de fractie < 500 µm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd. De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: onderlinge verschillen in bodemtype; de mate van bijmenging bodem; de hoeveelheid aangetroffen asbestverdachte materialen. 8.3. Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Fractie < 20 mm In tabel 8.4 is de gewogen concentratie van de fractie < 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 8.4: Aangetoonde asbestsoorten fractie < 20 mm Gat

Monster

Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.)

G01 t/m G05 (puin) MMA01 G06 (grond) MA02 chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet

17 -

chr X -

Asbestsoort cro

amo

-

-

Hechtgebonden ja nee X -

Opgemerkt wordt dat kwalitatief in de fractie < 500 µm evenmin asbest is aangetoond. Totale concentratie asbest De totale concentratie aan asbest wordt conform de NEN 5707 en NEN 5897 bepaald door een optelling te maken van de gewogen concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) en de gewogen concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm). De som van de beide concentraties en de toetsing aan de I-waarde/restconcentratienorm is weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Optelling concentraties asbest (mg/kg d.s.) Gat

Gewogen Gewogen Aantal concentratie asbest concentratie asbest deelmonsters fractie > 20 mm fractie < 20 mm 5 G01 t/m G05 (puin) v.n.a. 14 1 G06 (grond) v.n.a. a.n.a. v.n.a. visueel niet aangetroffen a.n.a. analytisch niet aantoonbaar (geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond) Getal concentratie overschrijdt de bepalingsgrens

19HB0546-A1

Totaal gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s) 70 a.n.a.

Toetsingswaarde (mg/kg d.s.) 100

19 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Maaiveld Daar waar een visuele inspectie van het maaiveld mogelijk was (G06) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de overige proefgaten is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het uitgegraven materiaal. Grond Ter plaatse van proefgat G06 is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Puin Ter plaatse van de proefgaten G01 t/m G05 is analytisch asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Het aangetroffen asbest betreft chrysotiel welke in hechtgebonden vorm aanwezig is. De concentratie overschrijdt de restconcentratienorm niet, echter benadert deze wel. De aangetoonde concentratie geeft aanleiding tot een nader onderzoek. 8.4. Analyseresultaten nader asbestonderzoek Fractie > 20 mm In tabel 8.6 is de gewogen concentratie van de fractie > 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 8.6: Aangetoonde asbestsoorten fractie > 20 mm Sleuf

Monster

Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.)

SL03 SLVM03 56 SL06 SLVM06 22 chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet

Asbestsoort chr X X

cro -

Hechtgebonden amo -

ja X X

nee -

Fractie < 20 mm In tabel 8.4 is de gewogen concentratie van de fractie < 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 8.7: Aangetoonde asbestsoorten fractie < 20 mm Sleuf

Monster

chr

Asbestsoort cro

amo

-

-

-

-

-

-

24,56 25

X X

-

-

X X

-

Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.)

SL01+SL02+ MMA03 SL04+SL05 SL03 MMA04 SL06 chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet

Hechtgebonden ja nee

Opgemerkt wordt dat kwalitatief in de fractie < 500 µm geen asbest is aangetoond.

19HB0546-A1

20 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

Totale concentratie asbest De totale concentratie aan asbest wordt conform de NEN 5897 bepaald door een optelling te maken van de gewogen concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) en de gewogen concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm). De som van de beide concentraties en de toetsing aan de restconcentratienorm is weergegeven in tabel 8.8. Tabel 8.8: Optelling concentraties asbest (mg/kg d.s.) Sleuf

Gewogen concentratie asbest fractie > 20 mm

Gewogen concentratie asbest fractie < 20 mm

Totaal gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s)

SL01+SL02+ v.n.a. a.n.a a.n.a. SL04+SL05 SL03 56 25 81 SL06 22 25 47 v.n.a. visueel niet aangetroffen a.n.a. analytisch niet aantoonbaar (geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond) Getal ** concentratie overschrijdt de restconcentratienorm

Toetsingswaarde (mg/kg d.s.)

100

Maaiveld Een visuele inspectie van het maaiveld was niet mogelijk vanwege de aanwezige gesloten verharding. In het uitgegraven materiaal ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 is visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de overige sleuven is visueel geen asbestveracht materiaal aangetroffen. Puin Ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 is analytisch asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Het aangetroffen asbest betreft chrysotiel welke in hechtgebonden vorm aanwezig is. De concentratie overschrijdt de restconcentratienorm niet, maar benadert deze wel. Ter plaatse van de overige sleuven is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. De toetsing is weergegeven in bijlage III.

19HB0546-A1

21 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

9.

VEILIGHEID

9.1. Bodem en fundatie Voor de uitvoering van werken in de bodem en fundatie dient te worden nagegaan of de toepassing van arbeidshygiënische maatregelen noodzakelijk zijn. Indien sprake is van verontreinigde grond moet, bij de uitvoering van werkzaamheden in en met deze grond, veilig worden gewerkt conform de wettelijke voorschriften. De wettelijke voorschriften zijn vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, en de daaraan gekoppelde beleidsregels. Ter invulling van de wettelijke voorschriften is door het CROW publicatie 400 uitgegeven ('Werken in of met verontreinigde bodem'). In de CROW 400 zijn tevens veiligheidsmaatregelen opgenomen voor werkzaamheden in (secundaire) bouwstoffen (Module 3). De voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400, zoals bepaald in onderhavige rapportage, hoeft niet bepaald te worden door de veiligheidskundige, maar de inzet van deze deskundigheid in zowel ontwerpfase (opstellen V&G plan) als uitvoeringsfase is verplicht. Dit is met name relevant omdat de veiligheidsklasse en de beheersmaatregelen niet direct aan elkaar te koppelen zijn en er inhoudelijke discussies kunnen ontstaan over de toe te passen beheersmaatregelen. Het niveau van de minimale deskundigheid is opgenomen in de CROW 400 (tabel M5-1).

Er moet ook in de ontwerpfase een expliciete onderbouwing aanwezig zijn die is opgesteld door de betrokken veiligheidskundige, inclusief een motivering van voorgestelde voorlopige beheersmaatregelen. Uiteindelijk is het echter aan de uitvoerende partij om de definitieve beheersmaatregelen te onderbouwen, met name daar waar men afwijkt van de voorlopige beheersmaatregelen. In de CROW 400 is een aparte veiligheidsklasse opgenomen voor bouwstoffen waarin omschreven wordt hoe omgegaan dient te worden met blootstelling en stofvorming. De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient voorafgaande aan de uitvoering van eventuele graafwerkzaamheden een definitieve uitspraak te doen over het nemen van veiligheidsmaatregelen. In onderhavig geval vallen alle graafwerkzaamheden in de grond onder het regime Basishygiëne. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de fundatie en/of halfverharding is het regime Bouwstoffen van toepassing. Opgemerkt dat in de fundatie ter plaatse van de toegangsweg een concentratie aan asbest is aangetoond welke de restconcentratienorm benaderd. De voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen dienen te zijn opgenomen in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, een definitieve uitspraak te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen. 9.2.

Asfalt Niet-Teerhoudend Voorafgaand aan de werkzaamheden dient door de aannemer een schollen- of freesplan opgesteld te worden. Hierin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met stofvorming en onvoorziene situaties. Voor de verwijdering van de asfaltverharding zijn geen specifieke veiligheidsmaatregelen van toepassing. De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak te doen over het nemen van veiligheidsmaatregelen.

19HB0546-A1

22 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

10. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In het verkennend bodem-, verhardings- en asbest in grond- c.q. puin- en nader asbest in puinonderzoek ter plaatse van projectlocatie Zomerzand te Heiloo wordt het onderstaande geconcludeerd: Asfalt het asfalt wordt als niet-teerhoudend beschouwd. Fundatie op basis van een indicatieve toetsing van de organische parameters aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat het menggranulaat ter plaatse van de toegangs- en bouwweg mogelijk in aanmerking zou komen voor hergebruik (N(iet vormgegeven)-bouwstof of IBC(Isoleren, Beheersen, Controleren)-bouwstof); conform de eisen in het Besluit bodemkwaliteit is hergebruik binnen hetzelfde werk toegestaan zonder onderzoek, mits het fundatiemateriaal op dezelfde locatie en functie wordt toegepast. De nu vastgestelde kwaliteit van het materiaal kan worden gebruikt voor het vaststellen van eventueel benodigde arbeidshygiënische maatregelen tijdens het werk. Deze maatregelen dienen te worden vastgesteld door een veiligheidskundige. Bij toepassing buiten het werk dient een formele partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit plaats te vinden. Op basis van onderhavig onderzoek kan het menggranulaat ter plaatse van de toegangs- en bouwweg wel aangeboden worden aan een verwerker (grondbank).

Grond de zandige bovengrond en het zand onder verharding zijn ten hoogste licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt en/of PAK; de zandige-, venige en kleiige ondergrond zijn niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters; de zandige bovengrond met sporen baksteen en sporen puin valt, indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, in de bodemkwaliteitsklasse Industrie; de overige boven- en ondergrond op de locatie vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw en natuur; zowel de boven- als ondergrond op de locatie zijn niet verontreinigd met PFAS. Grondwater het grondwater op de locatie is ten hoogste licht verontreinigd met koper. Asbest Verkennend asbestonderzoek daar waar een visuele inspectie van het maaiveld mogelijk was (G06) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de overige proefgaten is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het uitgegraven materiaal; ter plaatse van de proefgaten G01 t/m G05 is analytisch asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Het aangetroffen asbest betreft chrysotiel welke in hechtgebonden vorm aanwezig is. De concentratie overschrijdt de restconcentratienorm niet. Nader asbestonderzoek in het uitgegraven materiaal ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 is visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen.

Ter plaatse van de overige sleuven is visueel geen asbestveracht materiaal aangetroffen; ter plaatse van sleuven SL03 en SL06 is asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. De restconcentratienorm wordt niet overschreden, maar benadert deze wel. De verontreiniging betreft chrysotiel asbest, welke in hechtgebonden vorm aanwezig is; ter plaatse van de overige sleuven is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Veiligheid voor de verwijdering van de niet-teerhoudende asfaltverharding zijn specifieke veiligheidsmaatregelen van toepassing. Er dienen maatregelen te worden genomen tegen stofvorming en onvoorziene situaties; indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de grond is de milieuhygiënische veiligheidsklasse Basishygiëne van toepassing

19HB0546-A1

23 van 24 | Pagina

HB Adviesbureau

-

indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de fundatie en/of halfverharding is het regime Bouwstoffen van toepassing. Opgemerkt dat in de fundatie ter plaatse van de toegangsweg een concentratie aan asbest is aangetoond welke de restconcentratienorm benadert.

Opgemerkt wordt dat: de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen zijn beschreven in de publicatie CROW400; teerhoudend asfalt onder geen beding mag worden toegepast in een werk, ook niet in gebonden vorm. Het materiaal dient te worden aangeboden aan een vergunde inrichting (CROW publicatie210); de veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen; de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). Eindconclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden op de locatie. Aanbevelingen Aanbevolen wordt: de voorliggende rapportage aan alle betrokken partijen te overleggen; ondanks er geen sprake is van een significante verontreiniging wordt geadviseerd, met het oog op de toekomstige ontwikkeling van een woonwijk, het asbesthoudend puinmateriaal van de toegangsweg te verwijderen danwel af te dekken met een duurzame verharding; bij het werken met verontreinigde grond, wegfundatie en/of grondwater arbeidshygiënische maatregelen te treffen.

Een overzicht van de arbeidshygiënische en organisatorische maatregelen is opgenomen in de CROW 400 "Werken in of met verontreinigde bodem"; tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; bij de bouw- en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit.

19HB0546-A1

24 van 24 | Pagina

Legenda onderzoekslocatie asfalt-/puinpad menggranulaat toekomstig riool gedempte sloot grondboring tot 1,0 m-mv. grondboring tot 5,0 m-mv. grondboring met peilbuis asbestgat asbestsleuf asfaltboring (1,0 m-mv)

OVERZICHTSTEKENING Projectcode: 19HB0546 Projectnaam: Zomerzand te Heiloo Formaat: A3 liggend HB Adviesbureau Comeniusstraat 7 • 1817 MS Alkmaar IJburglaan 1495 • 1087 KM Amsterdam info@hbadvies.nl • www.hbadvies.nl 088 472 0600

HB Adviesbureau

Bijlage II: Profielbeschrijvingen

01

X: 108670,36 Y: 511325,90 Z (m+NAP):0,83

Boormeester: R. Laan Datum: 16-01-2020 0,00 2

02 0,00 0,08

klinker

0,20

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht, Edelmanboor

0,50

Volledig menggranulaat, uiterst zandhoudend, donker, Edelmanboor

3 0,50 4

0,00

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, brokken veen, neutraal, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=f9055daf-2644-4f90-87e6-763e92b73346