CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 was wordt lijst Heiloo2017 (nieuwe versie) .docx

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente HeilooBij agendapunt: Herziening Algemene Plaatselijke Verordening (APV)20.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Nieuwe tekst Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

Voor artikel 2:39 wordt artikel 2:38a Definities opgenomen. Thans staan de definities voor afdeling 7 opgenomen in het eerste lid van artikel 2:39. Het is eenvoudiger om een separaat artikel te hebben voor de definities. Dit maakt o.a. verwijzen eenvoudiger.

Bestaande tekst -

Nieuwe tekst Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Ten gevolge van de introductie van een nieuw artikel voor de definities voor afdeling 7, komt de definitie opgenomen in het eerste lid van artikel 2:39 te vervallen. Hierdoor worden de overige leden van dat artikel vernummerd. Bestaande tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Nieuwe tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden

1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: o a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; o b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en o c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.

2. Het verbod is niet van toepassing op:

o a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; o b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en o c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten

3. De burgemeester weigert de vergunning: o a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of o b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

4.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Gelet op de omstandigheid dat er een algemene definitiebepaling wordt voorgesteld in artikel 2:38a is de definitiebepaling zoals opgenomen in artikel 2:40, eerste lid, niet langer nodig. Bestaande tekst Artikel 2:40 Kansspelautomaten

Nieuwe tekst Artikel 2:40 Kansspelautomaten

1. In dit artikel wordt verstaan onder: o a. Wet: de Wet op de kansspelen; o b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet; o c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; o d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.

1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

2.In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Afdeling 11 wordt vernummerd naar Afdeling 8 en het opschrift van deze Afdeling komt te luiden: Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Bestaande tekst Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid

Nieuwe tekst Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:47 wordt al volgt aangepast. Bestaande tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

Nieuwe tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

1. Het is verboden op een openbare plaats:

1. Het is verboden op een openbare plaats:

a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.

b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Om in voorkomende gevallen het gebruik van lachgas tegen te gaan, wordt artikel 2:48a geïntroduceerd. Artikel 2:48a komt al volgt te luiden. Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te

gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:48 wordt in verband met de Alcoholwet als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

Nieuwe tekst Artikel 2:48 Verboden drankgebruik

1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.

1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.

2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

Nieuwe tekst Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:50a komt te vervallen. De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak geoordeeld dat een artikel in de Apv waarin een verbod tot het dragen van colours of een anderszins beperkende maatregel op uiterlijke kenmerken onverbindend is wegens strijd met de Grondwet onverbindend is. het is om deze reden dat er wordt voorgesteld om het in de Apv Heiloo opgenomen verbod te schrappen. Bestaande tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

Nieuwe tekst -

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Het opschrift van artikel 2:51 komt te luiden: Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen. Bestaande tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen

Nieuwe tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen

BUCH-breed en in samenwerking met de politie is er beleid gemaakt voor de aanpak van loslopende honden en bijtincidenten. Dit om dergelijke gevallen efficiënter en beter aan te kunnen pakken. Om deze reden wordt artikel 2:59 op onderdelen aangevuld. Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

Nieuwe tekst Artikel 2:59 Gevaarlijke honden

1. Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod, een muilkorfgebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. De burgemeester kan de eigenaar of houder verplichten om met zijn hond deel te nemen aan een gedragstest en/of gedragscursus die hij betrouwbaar acht.

2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is 5. Indien er ingevolge artikel 2:59, eerste lid, een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, kan de burgemeester bepalen, voor de veiligheid in de openbare ruimte, dat de volgende maatregelen worden opgelegd: a. dat de gevaarlijke hond alleen nog maar door meerderjarigen mag worden uitgelaten in de openbare ruimte.

Afdeling 12 wordt vernummerd naar Afdeling 9 en het opschrift van deze Afdeling komt te luiden: Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen. Bestaande tekst Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen

Nieuwe tekst Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen

Het opschrift van artikel 2:66 komt te luiden: Artikel 2:66 Definitie.

Bestaande tekst Artikel 2:66 begripsbepaling

Nieuwe tekst Artikel 2:66 Definitie

In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 13 wordt vernummerd naar Afdeling 10 en het opschrift van deze Afdeling komt te luiden: Afdeling 10. Consumentenvuurwerk. Bestaande tekst Afdeling 13. Vuurwerk

Nieuwe tekst Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Het opschrift van artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definities Bestaande tekst Artikel 2:71 Begripsbepaling

Nieuwe tekst Artikel 2:71 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Er staat een niet helemaal accurate verwijzing in artikel 2:73 dit wordt hierbij gecorrigeerd. Bestaande tekst Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

Nieuwe tekst Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken binnen een afstand van 50 meter van gebouwen met rieten daken en van benzinepompen of op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken binnen een afstand van 50 meter van gebouwen met rieten daken en van benzinepompen of op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

2. De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht

2. De verboden bedoeld in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht

Afdeling 14 wordt vernummerd naar Afdeling 11 en het opschrift van deze Afdeling komt te luiden: Afdeling 11. Drugsoverlast. Bestaande tekst Afdeling 14. Drugsoverlast

Nieuwe tekst Afdeling 11. Drugoverlast

Artikel 2:74 en artikel 2:74a worden over genomen uit de model Apv. Op grond van deze artikelen kan de verkoop en het gebruik van lachgas aangepakt worden met o.a. een bestuurlijke strafbeschikking. Om niet handmatig de feitcode te hoevebn koppelen aan de Apv, wordt de tekst van de model Apv overgenomen. Zo is het artikel automatisch gekoppeld aan de feitcode. Artikel 2:74 Drugshandel op straat wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Nieuwe tekst Artikel 2:74 Drugshandel op straat

1. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, openlijk voorhanden te hebben, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dit gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. Na artikel 2:74 wordt artikel 2:74a met het opschrift Openlijk drugsgebruik ingevoegd. Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Afdeling 15 wordt vernummerd naar Afdeling 12 en het opschrift van deze Afdeling komt te luiden: Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester.

Bestaande tekst Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen

Nieuwe tekst Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Aan afdeling 12 worden 2 artikelen toegevoegd. Ten eerste wordt artikel 2:78 opgenomen deze stond voorheen in artikel 2.1a. Hierin is de bevoegdheid van de burgemeester opgenomen om in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een gebiedsontzegging op te nemen. Voorts wordt artikel 2:79 toegevoegd. Dit om de aanpak van woonoverlast mogelijk te maken. Bestaande tekst Artikel 2:1a Verblijfsontzegging in gebied

Nieuwe tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen 6 maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene

4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke

noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd bevel als bedoeld in lid 1 en 2.

Bestaande tekst -

omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd bevel als bedoeld in lid 1 en 2. Nieuwe tekst Artikel 2:79 Woonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Het opschrift van Hoofdstuk 3 komt als volgt te luiden: Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Bestaande tekst Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en aanverwante onderwerpen

Nieuwe tekst Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

In de Apv 2017 ontbreekt de afbakening van dit hoofdstuk. In dit hoofdstuk gelden andere behandeltermijnen en weigeringsgronden dan genoemd in hoofdstuk 1, om deze reden wordt er een afbakening opgenomen in artikel 3.1.

Artikel 3.1 wordt ververvangen door een nieuw artikel en komt te luiden: Artikel 3.1 Afbakening Bestaande tekst Artikel 3:1 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 3:1 Afbakening

-

De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Het artikel 3.1 wordt vernummerd naar 3.2, het huidige artikel 3.2 gaat op in de definities nu genoemd in artikel 3.2 en het opschrift van Artikel 3.2. komt als volgt te luiden: Artikel 3.2 Definities De definities opgenomen in artikel 3.1 worden, anders dan in de Apv 2017, in alfabetische volgorde opgenomen. De definities zijn niet langer geletterd, het betreft immers een opsomming. In wetgevingssystematiek worden onderdelen geletterd, opsommingen worden weergegeven met een gedachtestreepje. Tevens worden er drie definities toegevoegd in artikel 3.2. De toevoegingen betreffen de definitie voor advertentie, de definitie voor bevoegd bestuursorgaan en de definitie voor klant. Bestaande tekst Artikel 3:1 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 3.2 Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

- advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

- beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;

c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

- bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

- bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: o 1. de exploitant; o 2. de beheerder; o 3. de prostituee; o 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; o 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening; o 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

- escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;

- exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;

g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;

- klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:

- prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;

6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

- prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; - seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotischemassagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; - sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

Het opschrift van Afdeling 2 komt te luiden: Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Het opschrift van Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 komt als volgt te luiden: Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting. Bestaande tekst Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting

Nieuwe tekst Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting

Het opschrift van artikel 4:1 komt als volgt te luiden: Artikel 4:1 Definities Ook in dit definitie-artikel zijn de onderdelen komen te vervallen en zijn de definities op alfabetische volgorde in opsommingsvorm opgenomen. Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 4:1 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit milieubeheer); b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

- Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: : woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Besluit;

- houder van een inrichting: degene die als e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of die gebonden is aan één of een klein aantal anderszins een inrichting drijft; inrichtingen; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen die gebonden is aan één of een klein aantal en gebouwen die op grond van artikel 1 van inrichtingen; de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; - inrichting: hetgeen daaronder wordt g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die verstaan in artikel 1.1 van de Wet op grond van artikel 1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de geluidhinder worden aangemerkt als artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van toepassing zijn op inrichtingen type van terreinen behorende bij de betreffende A of type B als bedoeld in het inrichting; Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

- onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

In artikel 4:2 missen enkele verwijzingen naar het Activiteitenbesluit, deze verwijzingen worden hierbij opgenomen. Bestaande tekst Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

Nieuwe tekst Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten

1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen

gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.

4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is, voor wat betreft het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening – de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: o a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; o b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; o c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; o d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; o e. tabel

6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is, voor wat betreft het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening – de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: o a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; o b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; o c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; o d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; o e. tabel

LAr,LT op de gevel van

7.00-19.00

19.00-23.00

23.00-7.00

7.00-19.00

19.00-23.00

23.00-7.00

uur

uur

uur

uur

uur

uur

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

80 dB(A)

75 dB(A)

70 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en

aanpandige gevoelige

aanpandige gevoelige

gebouwen

gebouwen

LAmax op de gevel

80 dB(A)

75 dB(A)

70 dB(A)

LAmax op de gevel

van gevoelige

van gevoelige

gebouwen

gebouwen

LAmax in in- en

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

LAmax in in- en

aanpandige gevoelige

aanpandige gevoelige

gebouwen

gebouwen

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening – uiterlijk een half uur voor het einde van de festiviteit te worden beëindigd.

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 2.19, 219a, en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening – uiterlijk een half uur voor het einde van de festiviteit te worden beëindigd.

8. De geluidsnormen als bedoeld in het zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

8. De geluidsnormen als bedoeld in het zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en goederen.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en goederen. .

Bestaande tekst Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

Nieuwe tekst Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 7 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 7 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,217a, 2.19, 219a, en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 7 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 7 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten

waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is, voor wat betreft het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening – de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: o a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; o b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; o c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; o d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; o e. tabel

6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is, voor wat betreft het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 2.19, 219a, en 2.20 van het Besluit en artikel 4.5 van deze verordening – de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: o a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; o b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; o c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; o d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; o e. tabel

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

7.00-19.00

19.00-23.00

23.00-7.00

7.00-19.00

19.00-23.00

23.00-7.00

uur

uur

uur

uur

uur

uur

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

LAr,LT in in- en

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en

aanpandige gevoelige

aanpandige gevoelige

gebouwen

gebouwen

LAmax op de gevel

80 dB(A)

75 dB(A)

70 dB(A)

LAmax op de gevel

van gevoelige

van gevoelige

gebouwen

gebouwen

LAmax in in- en

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

LAmax in in- en

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

80 dB(A)

75 dB(A)

70 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

aanpandige gevoelige

aanpandige gevoelige

gebouwen

gebouwen

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening – uiterlijk een half uur voor het einde van de festiviteit te worden beëindigd.

7. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening – uiterlijk een half uur voor het einde van de festiviteit te worden beëindigd.

8. De geluidsnormen als bedoeld in het zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

8. De geluidsnormen als bedoeld in het zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en goederen.

9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en goederen.

Artikel 4:6 overige geluidshinder wordt als volg gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidhinder

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Besluit, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening.

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

Het opschrift van artikel 4:10 komt als volgt te luiden: Artikel 4:10 Definities Ook in dit definitie-artikel zijn de onderdelen komen te vervallen en zijn de definities op alfabetische volgorde in opsommingsvorm opgenomen Bestaande tekst Artikel 4:10 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 4:10 Begripsbepalingen Definities

1. In deze afdeling wordt verstaan onder: o a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; o b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; o c. vellen: het verwijderen van een houtopstand; o d. dunnen: vellen ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; o e. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); o f. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.

1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - dunnen: vellen ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; - iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus; - iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); - vellen: het verwijderen van een houtopstand.

2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Het opschrift van artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie Bestaande tekst Artikel 4:17 Begripsbepaling

Nieuwe tekst Artikel 4:17 Definitie

Het opschrift van Hoofstuk 5 komt te luiden: Hoofstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Bestaande tekst Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Nieuwe tekst Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Het opschrift van afdeling 1 komt te luiden Parkeerexcessen en stopverbod Bestaande tekst Afdeling 1. Parkeerexcessen

Nieuwe tekst Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod

Het opschrift van artikel 5.1 komt te vervallen nu de defities daarin opgenomen al zijn opgenomen in artikel 1.1. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:1 Begripsbepalingen (vervallen) In deze afdeling wordt verstaan onder: • a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; • b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) Het opschrift van artikel 5:6 komt te luiden: Artikel 5:6 Kampeermiddelen en ander voertuigen. Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.

Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en ander voertuigen

Het opschrift van artikel 5:7 komt te luiden: Artikel 5:7 Reclamevoertuigen. Bestaande tekst Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen

Nieuwe tekst Artikel 5:7 Reclamevoertuigen

Het opschrift van artikel 5:8 komt te luiden: Artikel 5:8 Grote voertuigen Bestaande tekst Artikel 5:8 Parkeren van reclamevoertuigen

Nieuwe tekst Artikel 5:8 Grote voertuigen

Het opschrift van artikel 5:9 komt te luiden: Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen Bestaande tekst Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

Nieuwe tekst Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen

Het opschrift van artikel 5:13 komt te luiden: Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving. Voorts wordt er een ontheffing van het verbod om te collecteren zonder vergunning door instellingen geïntroduceerd voor die instellingen die het

CBF keurmerk hebben. Een en ander op verzoek van de uitvoerende afdeling. Het verlenen van vergunningen aan gecertificeerde instellingen brengt immers een hoop werk met zich, wat op deze manier wordt uitgesloten. Bestaande tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen

Nieuwe tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Het verbod geldt niet voor een inzameling wordt gehouden: • • •

a. in besloten kring, of; b. door een instelling met een CBF-keurmerk, of; c. door een andere, door het college aangewezen instelling.

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Het opschrift van artikel 5:14 komt te luiden: Artikel 5:14 Definitie. Voorts is de verwijzing naar de Gemeentewet zoals opgenomen in artikel 5:14, tweede lid, onder b, onjuist. Ook dit wordt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 5:14 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 5.14 Definitie

1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de

1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de

ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: o a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; o b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22; o c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: o a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; o b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; o c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Het opschrift van artikel 5:17 komt te luiden: Artikel 5:17 Definitie. De verwijzing naar artikel 160, eerste lid aanhef en onder h van de Gemeentewet is niet juist dit moet artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet zijn. Bestaande tekst Artikel 5:17 Begripsbepaling

Nieuwe tekst Artikel 5.17 Definitie

1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

2. Onder standplaats wordt niet verstaan: o a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; o b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

2. Onder standplaats wordt niet verstaan: o a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; o b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Het opschrift van artikel 5:22 komt te luiden: Artikel 5:22 Definitie. De verwijzing naar artikel 10, eerste lid aanhef en onder h van de Gemeentewet is niet juist dit moet artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet zijn. Bestaande tekst Artikel 5:22 Begripsbepalingen

Nieuwe tekst Artikel 5.22 Definitie

1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante

1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante

goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen.

2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: o a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; o b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: o a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; o b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Het opschrift van afdeling 6 komt te luiden: Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Bestaande tekst Afdeling 6. Openbaar water

Nieuwe tekst Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken

Aan het vierde lid van artikel 5:24 wordt de Wet beheer rijkswaterstaatswerken toegevoegd. Bestaande tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Nieuwe tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=0382a9d7-7528-499f-8bc4-197304219d48