Bijlage 2 2022-01-26 Aanmeldnotitie m.e.r. - Ambachtsweg 78.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Betreft: Datum:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 29-3-2022
1. Inleiding Aanleiding Op het terrein van een voormalige bedrijfshal aan de Ambachtsweg 78 te Heiloo is het voornemen om de bedrijfsopstallen te saneren. Om de sanering van de bedrijfsopstallen economisch mogelijk te maken is realisatie van vier twee-onder-een kapwoningen noodzakelijk. Initiatiefnemer en bevoegd gezag GTP vastgoedontwikkeling B.V. is initiatiefnemer voor het project. Het bevoegd gezag voor het bestemmingsplan is de gemeente Heiloo. Planologische inpassing De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan ''Zuid-oost''. Derhalve is het noodzakelijk een postzegelbestemmingsplan op te stellen. Een postzegelbestemmingsplan is in feite een bestemmingsplan, echter in hoofdzaak bedoelt om één bepaalde ontwikkeling mogelijk te maken. Procedurele aspecten Voor de m.e.r.-beoordelingsprocedure gelden de volgende stappen: 1. Het bevoegd gezag moet beoordelen of voor de activiteit een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Hierop moet binnen zes weken nadat de initiatiefnemer alle informatie heeft verstrekt, worden beslist door het bevoegd gezag. 2. Van deze beslissing wordt binnen dezelfde termijn mededeling gedaan bij de aanvrager. De beslissing die wordt genomen, moet worden gebaseerd op de informatie die is verstrekt in de aanmeldnotitie. 3.
Daarnaast houdt het bevoegd gezag bij de beslissing rekening met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en andere beoordelingen van gevolgen voor het milieu. Dit moet ook terugkomen in de motivering van de beslissing (zie artikel 7.17 derde en vierde lid Wm). 4. Publicatie van de beslissing is niet nodig. Er kan volstaan worden met bekendmaking aan de aanvrager van het besluit. 5. Het beoordelingsbesluit dient als bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit – het bestemmingsplan – te worden opgenomen. 6. Afzonderlijk bezwaar/beroep tegen de beslissing is niet mogelijk, dit kan alleen tegen het moederbesluit.
Inhoudvereisten aanmeldnotitie Doel van een aanmeldnotitie ten behoeve van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is om op objectieve wijze informatie over mogelijk relevante milieugevolgen van de voorgenomen activiteit te verzamelen. Met deze informatie kan het bevoegd gezag een oordeel geven over de noodzaak van het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Een m.e.r.-beoordeling betekent dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij....' De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). 2.
Kenmerken van het project Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: - de omvang van het project; - eventuele cumulatie met andere projecten; - het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. Omvang van het project Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.325m² en bestaat uit bedrijfsbebouwing. De bebouwing zal worden geamoveerd waarvoor in de plaats een viertal twee-onder-een kapwoningen en garages aan de achterzijde terugkeren. Cumulatie In de omgeving van het projectgebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De beoogde woning wordt gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Wat betreft energie stimuleert de gemeente het gebruik van duurzame energie(systemen).
3. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik; - de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden, in dit geval Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur), Natura 2000 en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Het bestaande grondgebruik en gevoelige gebieden De gronden waarop de woningen zijn geprojecteerd, zijn bebouwd als bedrijfshallen. Er treedt met het project geen significante wijziging op in het bestaande grondgebruik. 4. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: - het bereik van het effect; - het grensoverschrijdende karakter van het effect; - de orde van grootte en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de autonome ontwikkelingen. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven.
Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden. (Milieu)effecten
Beschrijving van de mogelijke effecten
Bodem
De nieuwe ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem. De onderzoeksresultaten vormen geen aanleiding voor een aanvullend onderzoek en geen belemmering voor de voorgenomen herinrichting van de locatie. Op de gronden is er sprake van archeologische waarde. Echter valt de omvang van het initiatief binnen de gestelde kaders en zal er geen aanvullend archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Niet van toepassing. Van toename van het verkeer is geen sprake, waardoor de verkeersveiligheid en geluidsbelasting niet in het gedrang komen. De hoeveelheid verkeer draagt niet in betekende mate (nibm) bij aan luchtverontreiniging.
Archeologie
Milieuzonering Verkeer en geluid Luchtkwaliteit
Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk nee
nee
nee nee Nee
(Milieu)effecten
Beschrijving van de mogelijke effecten
Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk
Externe veiligheid
In de directe nabijheid zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. De toename van de afvoer van vuil water op de riolering is relatief beperkt. Voor overtollig regenwater hoeven er geen compenserende maatregelen te worden getroffen. Er is geen sprake van negatieve effecten voor Natura 2000gebieden, weidevogelgebieden en NNN-gebieden.
nee
Water Natuurwaarden
nee nee
5. Conclusie Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar in vergelijking met de drempelwaarde van de activiteit van een relatief geringe omvang. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig. Geraadpleegde bronnen: - Verkennend bodemonderzoek (HB Advies, 28 juli 2014) - VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) - Flora en fauna onderzoek (Groot Eco Advies, 07 April 2021) - Watertoets HHNK (HHNK, 17 november 2021)