Bijlage 13 Actualisatie berekening EV LPG-tankstation (23 maart 2023)_Geredigeerd
Tekst van het document
Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Afkortingen Bevi Besluit externe veiligheid inrichtingen Circulaire effectafstanden LPG Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval”, 28 juni 2016 GR Groepsrisico Revi Regeling externe veiligheid inrichtingen FN-Curve Grafiek waarin het groepsrisico wordt weergegeven. Zie voor uitleg het begrip groepsrisico. MTP Maximaal toelaatbare personendichtheid PR plaatsgebonden risico. Zie voor uitleg het begrip plaatsgebonden risico. QRA Quantitative Risk Analysis (= kwantitatieve risico analyse): berekening van kansen op het overlijden ten gevolge van een calamiteit met gevaarlijke stoffen). Uitleg begrippen Beperkt kwetsbaar object •
Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen en woonwagens per hectare;
•
Dienst- en bedrijfswoningen van derden;
•
Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 1500 m2 per object;
•
Restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn;
•
Winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 2000 m2, voor zover zij geen onderdeel uitmaken van een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waarvan het gezamenlijk bruto oppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
•
Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
•
Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;
•
Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals: –
kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1500 m2 per object;
Risicoanalyse GP Groot brandstoffen en oliehandel B.V. te Heiloo Projectnummer: 640
Pagina 1 van 5
–
complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal oppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
•
Objecten die met het bovengenoemde (m.u.v. sport- kampeerterreinen < 50 personen) gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; en
•
Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
Bestaande situatie (Wet milieubeheer-omgevingsvergunning Wabo / Wet ruimtelijke ordening) Een op 27 oktober 2004: •
geldende Wm-vergunning (thans omgevingsvergunning);
•
vastgesteld bestemmingsplan, projectbesluit, ontheffingsbesluit of inpassingsplan op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten is toegelaten;
•
aanwezig kwetsbaar en beperkt kwetsbaar object.
Grenswaarde Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar. Zie ook toelichting plaatsgebonden risico. Deze grenswaarde geldt bij kwetsbare objecten direct voor nieuwe situaties en sinds 1 januari 2010 voor bestaande situaties. Groepsrisico Het groepsrisico geeft inzicht over hoeveel personen worden bedreigt door een calamiteit bij een risicovolle activiteit. Het aantal getroffen personen is per mogelijke calamiteit verschillend (omdat de effecten per type calamiteit verschillen). Een risicovolle activiteit kan leiden tot verschillende soorten calamiteiten met bijbehorende effecten (dus slachtoffers) en kansen. Een ander punt is de aanwezigheid van personen binnen het effectgebied van de calamiteit. Als er geen personen in het gebied aanwezig zijn kunnen er geen slachtoffers vallen en is het groeprisico dan ook “nihiel”. Het groepsrisico kan niet in 1 getal worden uitgedrukt. Maar wordt als een hoekige curve weergegeven in een grafiek waarin het aantal dodelijk slachtoffers is uitgezet tegen de kans dat een calamiteit met dit aantal slachtoffers kan optreden. Zie onderstaande voorbeeldgrafiek. Een dergelijk grafiek wordt een FN-curve genoemd. Waarbij F staat voor de kans per jaar en N voor het aantal dodelijke slachtoffers.
Risicoanalyse GP Groot brandstoffen en oliehandel B.V. te Heiloo Projectnummer: 640
Pagina 2 van 5
Het groepsrisico is gedefinieerd is de kans per jaar dat 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een calamiteit bij een risicovolle activiteit. Het groepsrisico kent geen harde grenswaarde. Wel is er een zogenaamde oriëntatiewaarde waarmee het berekende groepsrisico mee moet worden vergeleken. Deze waarde geld als een richtwaarde waaraan getoetst moet worden (is in bovenstaande grafiek als streepjeslijn aangegeven) en is een soort maat voor wat binnen Nederland nog als maatschappelijk geaccepteerde kans geldt voor calamiteiten waarbij meerdere dodelijke slachtoffers kunnen vallen. De oriëntatiewaarde is zodanig gedefinieerd dat bij iedere factor 10 toename van het aantal slachtoffers de kans hierop met een factor 100 moet afnemen. Hiermee wordt tot uitdrukking gegeven dat bij een groter aantal slachtoffers het maatschappelijk draagvlak hiervoor snel afneemt aangezien dit tot een ontwrichting van de locale samenleving kan leiden. De oriëntatiewaarde is geen “sanerings”waarde. Dit betekent dat als deze overschreden wordt bij bestaande situaties dit niet tot een verplichte sanering hoeft te leiden. Wel moet altijd geprobeerd worden om het groepsrisico zo veel mogelijk te beperken. Invloedsgebied Is het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij bij risicoberekeningen het aantal aanwezige personen nog wordt meegeteld.
Hiervoor wordt de 1% letaliteitsgrens aangehouden (is de afstand waar bij de grootst mogelijke calamiteit nog 1% van de aanwezige personen komt te overlijden). Voor LPG-tankstations is het invloedsgebied wettelijk vastgesteld op 150 meter (wat een afwijking is van het bovenstaande en neerkomt op de afstand waarbij 100% van de aanwezige personen komt te overlijden, de 1% letaliteitsgrens ligt voor LPG-tankstations op ca. 300 meter). In de praktijk is de invloed van personen in gebouwen op het groepsrisico meestal beperkt tot de 100% letaliteitsgrens en/of de plaatsgebonden risicocontour van 10-8. Daarbuiten draagt de aanwezige bevolking meestal niet meer significant bij aan de hoogte van het groepsrisico. Kwetsbaar object •
Woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare of dienst- en bedrijfswoningen van derden;
•
Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: – ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; – scholen; – gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
•
Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: – kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object;
Risicoanalyse GP Groot brandstoffen en oliehandel B.V. te Heiloo Projectnummer: 640
Pagina 3 van 5
– complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; •
Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.
Maximaal toelaatbare personendichtheid Is de door het RIVM bepaalde personendichtheid (personen continu aanwezig) waar de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Deze personendichtheden zijn bepaald voor een “standaard” LPG-tankstation met de meest ongunstige BLEVE kans, en voor 3 verschillende LPG-doorzet bandbreedtes. Nieuwe situatie (Wet milieubeheer – omgevingvergunning Wabo/ Wet op de ruimtelijke ordening/ Wet ruimtelijke ordening) Het na 27 oktober 2004: •
oprichten van een inrichting.
•
veranderen van een bestaande inrichting waarvoor krachtens de Wm een vergunning benodigd is (thans omgevingsvergunning op grond van de Wabo) en waarbij de verandering nadelige gevolgen heeft voor het plaatsgebonden risico.
•
vaststellen of herzien van een bestemmingsplan, inclusief de goedkeuring daarvan.
•
vaststellen van een wijzigings-, uitwerkings- of vrijstellingsbesluit en de in verband daarmee af te geven verklaring van geen bezwaar.
Oriëntatiewaarde Zie toelichting bij groepsrisico. Plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico geeft aan hoe vaak een calamiteit bij een risicovolle activiteit voorkomt waarbij dodelijke slachtoffers vallen. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als de kans op overlijden van een persoon door een risicovolle activiteit op een bepaalde locatie als deze persoon daar continu, 24 uur per dag, onbeschermd, gedurende een heel jaar zou staan. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in kans per jaar. Omdat deze kansen zeer klein zijn worden deze met de volgende wiskundige notatie aangegeven: bijvoorbeeld 106/jaar. Dit is hetzelfde als 0,000001/jaar, of een kans van 1 op de 1.000.000 per jaar. Soms wordt dit voor de beeldvorming ook wel uitgedrukt als 1 keer per miljoen jaar. Wat niet betekent dat dit zich dan pas over 1 miljoen jaar voor kan doen. Dit kan b.v. ook morgen al gebeuren. Plaatsgebonden risico – contour (PR-contour) Rondom een risicovolle activiteit kan een lijn worden getrokken waarbij het plaatsgebonden risico overal gelijk is. Bijvoorbeeld overal 10-6/jaar. Deze lijn is bij calamiteiten met brandbare stoffen meestal cirkelvormig en bij giftige stoffen meestal ellipsvormig. Deze contour wordt dan in dit voorbeeld de PR=10-6-contour genoemd en kan op een kaart/plattegrond worden weergegeven.
Richtwaarde Er geldt een richtwaarde voor het plaatgebonden risico bij beperkt kwetsbare objecten. Zie toelichting bij plaatsgebonden risico. Verder geldt er een richtwaarde (de z.g. oriëntatiewaarde) voor het groepsrisico. Zie toelichting bij groepsrisico. Wro-besluiten (Wet ruimtelijke ordening) waarop het Bevi van toepassing is. artikel omschrijving art. 3.1, lid 1 t/m 3 * Vaststelling bestemmingsplan (B&W) art. 3.6, lid 1 Uitwerking of wijziging passend binnen het bestemmingsplan(B&W)
Risicoanalyse GP Groot brandstoffen en oliehandel B.V. te Heiloo Projectnummer: 640
Pagina 4 van 5
art. 3.10, lid 1*(1) Vaststelling projectbesluit (B&W) art. 3.22, lid 1 (2) Verlening tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan (B&W) art. 3.26, lid 1 * Provinciaal inpassingsplan (GS) art. 3.27, lid 1 *(1) Provinciaal projectbesluit (GS) art. 3.28, lid 1 * Rijksinpassingsplan (Rijk) art. 3.29, lid 1 *(1) Rijks projectbesluit (Rijk) art. 3.40, lid 1 *(1) Buiten toepassing verklaren beheersverordening (B&W) art. 3.41, lid 1 Buiten toepassing verklaren beheersverordening (GS) art. 3.42, lid 1 Buiten toepassing verklaren beheersverordening (Rijk) art. 4.2, lid 1 Aanwijzing vaststelling en inhoud bestemmingsplan gemeente door de provincie art. 4.4, lid 1onder a Aanwijzing vaststelling en inhoud bestemmingsplan gemeente door het Rijk Woningwet art. 11 *(3) Ontheffing van bepalingen uit gemeentelijke bouwverordening of Bouwbesluit 2003 * : Op de met een * aangegeven artikelen is artikel 13 (verantwoording groepsrisico) van het Bevi van toepassing. (1) : Overgegaan in de Wabo, artikel .12 1e lid onder a, 3° (2) : Overgegaan in de Wabo, artikel .12 1e lid onder a, 2° (3) : Dit artikel van de Ww is impliciet overgegaan in artikel 2.10 van de Wabo. De Wabo kent geen ontheffing meer maar een afwijking. WM-besluiten (Wet milieubeheer) waarop het BEVI van toepassing is. artikel omschrijving art. 8.1,lid 1,sub a (4) Oprichtingsvergunning art.
8.1,lid 1,sub b (5) Veranderingsvergunning (met toename risico) art. 8.4 (6) Revisievergunning (met toename risico) (4) : Overgegaan in de Wabo, artikel 2 1e lid onder e, 1° (5) : Overgegaan in de Wabo, artikel 2 1e lid onder e, 2° (6) : Overgegaan in de Wabo, artikel 2 1e lid onder e, 3° en artikel 2.6 Zeer kwetsbaar object Zeer kwetsbare objecten vormen een subcategorie van het begrip kwetsbare objecten. Zeer kwetsbare objecten zijn objecten waar groepen personen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid, zoals minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten. Zeer kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld ziekenhuizen en andere zorginstellingen, gebouwen voor onderwijs aan minderjarigen of buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, justitiële inrichtingen en asielzoekerscentra.
Risicoanalyse GP Groot brandstoffen en oliehandel B.V. te Heiloo Projectnummer: 640
Pagina 5 van 5
Bijlage 2: Bepaling personendichtheid in invloedsgebied In de handreiking verantwoording groepsrisico zijn de volgende kentallen voor personendichtheden ( tabel 16.2), en aanwezigheidsfactoren (tabel 16.4) aangegeven: functie
aantal personen per eenheid
kental Aanwezigheid dag
Wonen
2,4 per woning
Industrie, bedrijvigheid
1 werknemer per 100 m2 bedrijfsvloer oppervlak
Kantoren Winkels Scholen Recreatie en evenementen
1 werknemer per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1 werknemer/bezoeker per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1,1 persoon per leerling geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)
overig
geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)
dag volcontinu : kantoorgedeelte volcontinu : overig bedrijfsopp.
2,4
0,5
0,01 0,0333 0,01 0,0333 0,0333 1,1
1 1 1 1 1 1
nacht
1
0 0 1 spec. spec. 0
Bestaande situatie Nr
Adres
Aard object
Bestemming
Opgevat als
(BK)=beperkt kwetsbaar (K)= kwetsbaar object
Aantal personen Aantal Eenheid Aantal
kental Eenheid kental
aanwezigheidspercentage Personen dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00)
Aantal personen aanwezig dag avond/nacht
1
Kennemerstraatweg 401
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
2 3 4
Kennemerstraatweg 403 Kennemerstraatweg 405 Kennemerstraatweg 407
Woning (K) Woning (K) Woning (K)
Gemengd Gemengd Gemengd
Wonen Wonen Wonen
1 Woning 1 Woning 1 Woning
2,40 personen/woning 2,40 personen/woning 2,40 personen/woning
2,4 2,4 2,4
50% 50% 50%
100% 100% 100%
1,2 1,2 1,2
2,4 2,4 2,4
5
Kennemerstraatweg 409
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
6
Kennemerstraatweg 411
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
7
Kennemerstraatweg 413
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
8
Kennemerstraatweg 415
Agrarisch bedrijf (BK)
Woongebied-Lint
Bedrijf, personeelsdichtheid laag
0,1907 hectare
25,00 personen/hectare
4,8
100%
0%
4,8
0,0
8
Kennemerstraatweg 415
Bedrijfswoning (BK)
Woongebied-Lint
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
9
Kennemerstraatweg 417
Agrarisch bedrijf (BK)
Gemengd
Bedrijf, personeelsdichtheid laag
0,0162 hectare
25,00 personen/hectare
0,4
100%
0%
0,4
0,0
10
Kennemerstraatweg 419
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
11
Krommelaan 4
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
12
Krommelaan 2
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
13
Krommelaan 2a
Woning (K)
Wonen
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
14
Krommelaan 42c,2d / Wegedoorn 6,8
Woning (K)
Wonen
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
15
Krommelaan 4
Woning (K)
Wonen
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
16
Haagbeuk 54
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
17
Haagbeuk 81
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
18
Jeneverbes 1 t/m 5
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
3 Woningen
2,40 personen/woning
7,2
50%
100%
3,6
7,2
19
Weegbree 12 t/m 22
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
6 Woningen
2,40 personen/woning
14,4
50%
100%
7,2
14,4
20
Weegbree 2 t/m 10
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
5 Woningen
2,40 personen/woning
12,0
50%
100%
6,0
12,0
21
Haagbeuk 85 en 87
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
22
Haagbeuk 83
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
23
Haagbeuk 56
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
24
Haagbeuk 58 t/m 62
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
3 Woningen
2,40 personen/woning
7,2
50%
100%
3,6
7,2
25
Wegedoorn 43 t/m 49
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
26
Wegedoorn 31 t/m 41
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
6 Woningen
2,40 personen/woning
14,4
50%
100%
7,2
14,4
27
Wegedoorn 1 t/m 9
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
5 Woningen
2,40 personen/woning
12,0
50%
100%
6,0
12,0
28
Wegedoorn 11 t/m 29
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
10 Woningen
2,40 personen/woning
24,0
50%
100%
12,0
24,0
83 11
156 21
Totaal aantal personen Totaal aantal personen per hectare
(oppervlak werkgebied
A)
A)
7,59 ha)
161 21
Voor agrarische gebouwen is niet uitgegaan van het standaard bedrijfskental handreiking (geeft nl. forse overschatting). In PGS 1 deel 6 wordt in paragraaf 3 voor landbouw uitgegaan van 3 personen/hectare (totaal bebouwd en onbebouwd).
A)
De agrarische percelen beschouwd als industrie personeelsdichtheid laag = 5 personen/ha bebouwd en onbebouwd. Uitgaande van een gemiddeld bebouwingspercentage voor land/tuinbouwbedrijven van 20% bedraagt de personendichtheid 25 personen/hectare bebouwd oppervlak. Deze werkwijze is gehanteerd om de toename van personen bij toename van het oppervlak aan agrarische bedrijfsgebouwen beter in beeld te kunnen brengen.
Nieuwe situatie Nr
Adres
Aard object
Bestemming
Opgevat als
(BK)=beperkt kwetsbaar (K)= kwetsbaar object
Aantal personen Aantal Eenheid Aantal
kental Eenheid kental
aanwezigheidspercentage Personen dag avond/nacht (8.00-18.30) (18.30-8.00)
Aantal personen aanwezig dag avond/nacht
1
Kennemerstraatweg 401
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
2 3 4
Kennemerstraatweg 403 Kennemerstraatweg 405 Kennemerstraatweg 407
Woning (K) Woning (K) Woning (K)
Gemengd Gemengd Gemengd
Wonen Wonen Wonen
1 Woning 1 Woning 1 Woning
2,40 personen/woning 2,40 personen/woning 2,40 personen/woning
2,4 2,4 2,4
50% 50% 50%
100% 100% 100%
1,2 1,2 1,2
2,4 2,4 2,4
5
Kennemerstraatweg 409
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
6
Kennemerstraatweg 411
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
7
Kennemerstraatweg 413
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
8
Kennemerstraatweg 415
Bedrijfswoning (BK)
Woongebied-Lint
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
9
Kennemerstraatweg 417
Agrarisch bedrijf (BK)
Gemengd
Bedrijf, personeelsdichtheid laag
0,0162 hectare
25,00 personen/hectare
0,4
100%
0%
0,4
0,0
10
Kennemerstraatweg 419
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
11
Krommelaan 4
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
12
Krommelaan 2
Woning (K)
Gemengd
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
13
Krommelaan 2a
Woning (K)
Wonen
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
14
Krommelaan 42c,2d / Wegedoorn 6,8
Woning (K)
Wonen
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
15
Krommelaan 4
Woning (K)
Wonen
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
16
Haagbeuk 54
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
17
Haagbeuk 81
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
18
Jeneverbes 1 t/m 5
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
3 Woningen
2,40 personen/woning
7,2
50%
100%
3,6
7,2
19
Weegbree 12 t/m 22
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
6 Woningen
2,40 personen/woning
14,4
50%
100%
7,2
14,4
20
Weegbree 2 t/m 10
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
5 Woningen
2,40 personen/woning
12,0
50%
100%
6,0
12,0
21
Haagbeuk 85 en 87
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
22
Haagbeuk 83
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
23
Haagbeuk 56
Woning (K)
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
24
Haagbeuk 58 t/m 62
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
3 Woningen
2,40 personen/woning
7,2
50%
100%
3,6
7,2
25
Wegedoorn 43 t/m 49
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
26
Wegedoorn 31 t/m 41
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
6 Woningen
2,40 personen/woning
14,4
50%
100%
7,2
14,4
27
Wegedoorn 1 t/m 9
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
5 Woningen
2,40 personen/woning
12,0
50%
100%
6,0
12,0
28
Wegedoorn 11 t/m 29
Woningen (K)
Woongebied
Wonen
10 Woningen
2,40 personen/woning
24,0
50%
100%
12,0
24,0
29
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
30
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
31
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
32
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
33
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
34
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
35
Geen adres
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
36
Geen adres
Woongebied
Wonen
8 Woningen
2,40 personen/woning
19,2
50%
100%
9,6
19,2
37
Geen adres
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
38
Geen adres
Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling
Woongebied
Wonen
16 Woningen
2,40 personen/woning
38,4
50%
100%
19,2
38,4
A)
39
Geen adres
40
Geen adres
41
Geen adres
42
Geen adres
43
Geen adres
44
Geen adres
45
Geen adres
46
Geen adres
47
Geen adres
48
Geen adres
49
Geen adres
50
Geen adres
51
Geen adres
52
Geen adres
53
Geen adres
54
Geen adres
55
Geen adres
Totaal aantal personen Totaal aantal personen per hectare A)
Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling Nieuwbouwlocatie woningen (K) Volgens voorlopige verkaveling
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
Woongebied
Wonen
3 Woningen
2,40 personen/woning
7,2
50%
100%
3,6
7,2
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
4 Woningen
2,40 personen/woning
9,6
50%
100%
4,8
9,6
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
Woongebied
Wonen
1 Woning
2,40 personen/woning
2,4
50%
100%
1,2
2,4
Woongebied
Wonen
5 Woningen
2,40 personen/woning
12,0
50%
100%
6,0
12,0
Woongebied
Wonen
2 Woningen
2,40 personen/woning
4,8
50%
100%
2,4
4,8
Woongebied
Wonen
8 Woningen
2,40 personen/woning
19,2
50%
100%
9,6
19,2
186 25
372 49
(oppervlak werkgebied
7,59 ha)
372 49
Voor agrarische gebouwen is niet uitgegaan van het standaard bedrijfskental handreiking (geeft nl. forse overschatting). In PGS 1 deel 6 wordt in paragraaf 3 voor landbouw uitgegaan van 3 personen/hectare (totaal bebouwd en onbebouwd). De agrarische percelen beschouwd als industrie personeelsdichtheid laag = 5 personen/ha bebouwd en onbebouwd. Uitgaande van een gemiddeld bebouwingspercentage voor land/tuinbouwbedrijven van 20% bedraagt de personendichtheid 25 personen/hectare bebouwd oppervlak. Deze werkwijze is gehanteerd om de toename van personen bij toename van het oppervlak aan agrarische bedrijfsgebouwen beter in beeld te kunnen brengen.
T.2 tankauto-grootste aansluiting (vulgr. 100%)
5,00E-07
35x0,5/8766
9,98E-10
1.4 Scenario's tankauto ten gevolge van brand tijdens verlading (warme BLEVE) Scenario's
B.1 BLEVE tankauto (vulgraad 100%)
BLEVE frequentie (per uur)
Factor
tabel 2.5 RIVM 2021-0184
(aantal verladingen per jaar x tijdsduur verlading)
5,80E-10
frequentie (jaar-1)
35x0,5
1,02E-08
1.4 Scenario's tankauto ten gevolge van brand in de omgeving (warme BLEVE) Brandfrequentie nabij LPG-tankauto is Scenario's
2,00E-08 per uur (afgeleidt uit tabel 2.6 en 2.7 van document RIVM 2021-0184) Factor
Brandfrequentie (per uur)
(aantal verladingen per jaar x kans vulgraad x kans BLEVE x tijdsduur verlading )
frequentie (jaar-1)
B.2 BLEVE tankauto- vulgraad 100%
2,00E-08
35x0,33x0,19x0,5
2,19E-08
B.3 BLEVE tankauto- vulgraad 67%
2,00E-08
35x0,33x0,46x0,5
5,31E-08
B.4 BLEVE tankauto- vulgraad 33%
2,00E-08
35x0,33x0,73x0,5
8,43E-08
1.5 Scenario's tankauto ten gevolge van externe beschadiging (koude BLEVE) De BLEVE frequentie t.g.v. externe beschadigingen is: Scenario's
5,00E-11 per uur afgeleidt uit tabel 2.9 van document RIVM 2021-0184
Frequentie (per uur)
factor
(aantal verladingen per jaar x kans vulgraad x tijdsduur verlading)
frequentie (jaar-1)
B.5 BLEVE tankauto- vulgraad 100%
5,00E-11
35x0,33x0,5
2,89E-10
B.6 BLEVE tankauto- vulgraad 67%
5,00E-11
35x0,33x0,5
2,89E-10
B.7 BLEVE tankauto- vulgraad 33%
5,00E-11
35x0,33x0,5
2,89E-10
1.6 Scenario's falen losslang Scenario's
Basisfaalfrequentie (per uur)
factor
tabel 2.3 RIVM 2021-0184
(kans sluiten begrenzer x factor verbeterde losslang x aantal verladingen x tijdsduur verlading)
frequentie (jaar-1)
L.1 Breuk losslang 2" doorstr.begr. sluit
4,00E-06
0,88x0,1x35x0,5
6,16E-06
L.2 Breuk losslang 2" doorstr.begr. Sluit niet
4,00E-06
0,12x0,1x35x0,5
8,40E-07
L.3 Lek losslang 0,2"
4,00E-05
35x0,5
7,00E-04
Opmerking: de breukfrequentie van een verbeterde LPG losslang is een factor 10 lager dan de standaard faalfrequentie
Bijlage 4: Plattegrond GP Groot met risicobronnen
Bijlage 5: Scenario’s en effecten overige risicobronnen 1.1
Beschouwde risicobronnen
1.1.1 Laden en lossen benzinetankwagen op het achterterrein
Het lossen en laden van benzine van en naar tankwagens op het achterterrein zal frequenter plaatsvinden dan bij een standaard tankstation. Vanwege de goede ruimtelijke ordening is deze activiteit meegenomen in deze risicoanalyse. De beschouwde worst case scenario’s zijn onderstaand nader uitgewerkt.
1.1.2 Geparkeerde voertuigen voor gevaarlijke stoffen
In de verleende omgevingsvergunning is in de considerans aangegeven dat de afstand tussen een geparkeerde vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen en een woning van derden minimaal 20 meter dient te bedragen. Deze afstand komt overeen met de aan te houden veiligheidsafstand voor het plaatsgebonden risico (PR=10-6) in het Activiteitenbesluit voor geparkeerde vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen die geldt voor type B inrichtingen. Omdat hier sprake is van een LPG-tankstation is er sprake van een type C-inrichting en geldt het gestelde in de verleende omgevingsvergunning. Vanwege de goede ruimtelijke ordening is deze activiteit meegenomen in deze risicoanalyse. De beschouwde worst case scenario’s zijn onderstaand nader uitgewerkt.
1.2
Scenario’s stalling geparkeerde tankwagens en verlading op achterterrein
1.2.1 Selectie scenario’s op basis van de aard van de aanwezige stoffen
Binnen de inrichting worden naast LPG verder nog benzine, gasolie en dieselolie in bulk opgeslagen en verladen. Gasolie en dieselolie beschikken over een vlampunt groter dan 55 graden en worden daarmee ingedeeld in klasse 3. In de handleiding wordt voorgesteld om voor klasse 3 stoffen geen ontstekingskans toe te kennen. Hierdoor leidt de opslag van deze stoffen bij een Loss of containment niet tot een scenario dat voor risicoberekeningen relevant is. In de handleiding word daarom voorgesteld om deze stoffen niet mee te nemen in de QRA). Voor de QRA is alleen de op- en overslag van benzine relevant.
1
1.2.2 Modelstof
Benzine heeft een vlampunt dat lager is dan 21 graden. Volgens de handleiding wordt benzine daarmee ingedeeld in klasse 1. Volgens de FAQ van het RIVM (versie oktober 2009) kunnen aardolieproducten van klasse 1 worden gemodelleerd met de stof n-hexaan in SafetiNL.
1.2.3 Gehanteerde opslaghoeveelheden en verladingsfrequenties
De inhoud van geparkeerde tankwagens met benzine is niet in de vergunning vastgelegd. Volgens de vergunning mogen ter plaatse maximaal 4 tankwagens met brandstoffen (ADR 3) worden gestald. Het parkeren van volle tankwagens is volgens de vergunning toegestaan. Uit gegevens die van de inrichtinghouder zijn verkregen blijkt dat er in de werkweek in de avond/nachtperiode en in het weekend gedurende de dag, avond en nachtperiode minder dan 4 tankwagens staan geparkeerd. Deze tankwagens worden in beginsel alleen leeg geparkeerd. Verder hebben de tankwagens een verschillend volume en zijn deze gecompartimenteerd en kunnen zowel benzine als diesel bevatten.
Vanwege de vergunde ruimte (die de stalling van volle tankwagens toelaat) is worst case als uitgangspunt genomen dat 1 van de 4 tankwagens altijd vol wordt geparkeerd en de overige leeg. Er wordt uitgegaan dat deze volle tankauto een volume heeft van 50 m3 en uit meerdere compartimenten bestaat die eventueel onderling verbonden kunnen zijn. Er wordt worst case uitgegaan van de opslag van 50 m3 benzine in een tankwagen waarvan de compartimenten onderling doorverbonden zijn.
Voor het verladen en lossen wordt er vanuit gegaan dat er gemiddeld per week 1 tankwagen van 50 m3 benzine geheel wordt gelost in de buffertanks en een tankwagen 1 keer per week geheel gevuld vanuit de buffertanks. Voor het laden en lossen wordt uitgegaan van een laad/lostijd van respectievelijk 75 en 60 minuten. Het terrein waar de stalling van tankwagens en de verlading van tankwagens plaatsvindt is verhard en is afwaterend gelegen naar goten. Hierdoor wordt bij een calamiteit de maximale plasgrootte beperkt tot het verharde terreingedeelte met goten (ca. 1.250 m2). Bij het instantaan falen van een tankwagen moet worden uitgegaan van de maximale plasgrootte maal 1.5 (1.875 m2). Voor alle scenario’s is deze maximale plasgrootte van 1.875 m2 gehanteerd.
1.2.4 Gebruikte frequenties en scenario’s (Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 4.3) Het lossen van de tankwagen (50 m3) in ondergrondse buffertanks In totaal wordt 52 keer per jaar een tankauto met benzine gelost. De tankauto heeft een volume van 50 m3 en heeft meerdere compartimenten die eventueel onderling verbonden kunnen zijn. Per 2
1.3
Berekende plaatsgebonden risicocontouren en effectgebied van alleen overige risicobronnen
Voor de bovengenoemde scenario’s is het plaatsgebonden risico berekend met SafetiNL 8.5.
De PR=10-6 contour is weergegeven als een rode lijn in de figuur. De PR 10-30 contour (buitenste contour) geeft het maximale effectgebied weer waar nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Dodelijke effecten treden op door de vrijkomende warmtestraling bij een plasbrand of fakkelbrand. Deze effecten kunnen optreden bij een breuk van de laad/losslang of het instantaan vrijkomen van de inhoud van een tankwagen gevolgd door een directe of vertraagde ontsteking.
7