Bijlage 1_Heiloo - Runxputteweg tussen 24-26_TOELICHTING_Quickscan flora & fauna
Tekst van het document
Rapport
Quickscan Ecologie Runxputteweg (tussen 24 en 26) te Heiloo
Rapport
Quickscan Ecologie Runxputteweg (tussen 24 en 26) te Heiloo
Opdrachtgever:
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Projectnummer Mateboer:
Projectnummer Kubiek Ruimtelijke Plannen: Paraaf:
EC237084/JJS Opgesteld door: R. te Beek BSc
Datum:
Status:
14 juli 2023 Gecontroleerd door:
Definitief Paraaf:
C.A. Houffelaar BSc
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 3
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen ........................................................................................... 3
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens ................................................................................................... 5
1.4
Opbouw rapport .................................................................................................................................... 5
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 6 2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming .............................................................................................. 6
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid .......................................................................................................... 7
2.3
Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 8
GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................................ 9 3.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................................... 9
3.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 10
SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 11 4.1
Flora ..................................................................................................................................................... 11
4.2
Vleermuizen ......................................................................................................................................... 11
4.3
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 12
4.4
Broedvogels ......................................................................................................................................... 12
4.5
Amfibieën ............................................................................................................................................ 13
4.6
Reptielen.............................................................................................................................................. 13
4.7
Vissen................................................................................................................................................... 13
4.8
Ongewervelden ................................................................................................................................... 13
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES ...................................................................................... 14
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 15
BIJLAGEN Bijlage 1: Verbodsartikelen soortenbescherming
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Kubiek Ruimtelijke Plannen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met de herontwikkeling van Runxputteweg (tussen 24 en 26) te Heiloo. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden. Bij de werkzaamheden zijn geen, middels de Wet natuurbescherming, beschermde houtopstanden betrokken. Zodoende wordt dit onderdeel niet behandeld in voorliggende rapportage.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen
Het plangebied betreft een braakliggend perceel te Heiloo (figuur 1.1). Daarnaast liggen aan de straatkant enkele stelconplaten. Het braakliggende deel is gedeeltelijk zand en gedeeltelijk begroeid met algemeen voorkomende plantensoorten zoals brede weegbree, smalle weegbree, diverse grassoorten, ridderzuring, brandnetel en distel soorten. Aan de zijkant van het perceel staan een aantal kastanje- en beukenbomen (figuur 1.2 en 1.3). De beoogde herontwikkeling bestaat uit het bouwrijp maken van het perceel en het realiseren van een woning.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
3
Figuur 1.2 Overzichtsfoto van het plangebied.
Figuur 1.3 Overzichtsfoto van het plangebied.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
4
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door R. te Beek BSc. Hij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van drie jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
1.4
Opbouw rapport
In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de bronnen staan vermeld.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
5
2
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE
2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming
In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/. Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden.
De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten: Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is; Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I; Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend. Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
6
De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig.
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.
Flora- en fauna Voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren vallend onder soortenbescherming heeft de provincie Noord-Holland vrijstelling verleend voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a). De provincie Noord-Holland heeft besloten om voor kleine marterachtigen (wezel, hermelijn, bunzing) geen vrijstelling te verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art. 3.10 lid 2a).
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
7
2.3
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en soort specifieke rapporten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in hoofdstuk 6. Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 4 juli 2023 (19 °C, half bewolkt, 4 Bft, droog). Tijdens dit veldbezoek is zowel het plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij is ook aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten in of rondom het plangebied.
Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.
1
Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
8
3
GEBIEDSBESCHERMING
In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.
3.1
Natura 2000-gebieden
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft Noordhollands Duinenreservaat op circa 1,9 kilometer afstand hemelsbreed ten westen van het plangebied (figuur 3.1).
Figuur 3.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Noordhollands Duinenreservaat
Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van negatieve effecten op Noordhollands Duinenreservaat door externe werking2. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwateronttrekking. Om na te gaan of daadwerkelijk sprake is van negatieve effecten, is vervolgonderzoek (zoals een Aerius berekening en een voortoets) in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.
2
Van externe werking is sprake als een activiteit niet plaats vindt binnen een Natura 2000-gebied, maar er wel negatieve effecten op heeft. Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
9
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in figuur 3.2.
Figuur 3.2 De ligging van het onderzoekgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland
Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden geen (significante) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
10
4
SOORTENBESCHERMING
Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.
4.1
Flora
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze worden op basis van het aanwezige biotoop ook niet verwacht. Aangetroffen plantensoorten betreffen niet-beschermde soorten zoals brede weegbree, smalle weegbree, diverse grassoorten, ridderzuring, brandnetel en distel soorten. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.
4.2
Vleermuizen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis te verwachten. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn wat hun keuze voor verblijfplaatsen betreft, globaal in te delen twee typen vleermuizen: gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen (Dietz et al. 2011). Boom bewonende soorten Soorten zoals de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis maken gebruik van holtes en spleten in bomen als verblijfplaats en worden soms ook achter loshangend schors waargenomen. Gebouw bewonende soorten Andere soorten zoals gewone dwergvleermuis en de laatvlieger worden uitsluitend in gebouwen aangetroffen. Hier bevinden de verblijfplaatsen zich voornamelijk op zolders, onder dakpannen, in spouwmuren en achter houten betimmering. Foerageergebieden Vleermuizen jagen in zeer uiteenlopende biotopen; hoog boven in de lucht, boven open water, langs heggen en lanen, maar ook in dichte vegetatie. Voorbeelden van foerageergebieden zijn bossen, parken, tuinen, plassen, sloten en halfopen of open grasland. Vleermuizen jagen bij voorkeur op beschutte plekken waar insecten makkelijk te vangen zijn. De voorkeursplaats waar vleermuizen jagen is soort specifiek. Vliegroutes De foerageergebieden van vleermuizen kunnen op kilometers afstand liggen van de verblijfplaats.
Vleermuizen maken gebruik van vaste vliegroutes tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Als een vleermuis op zo’n vliegroute plekken tegenkomt waar veel insecten zijn, zal deze de route tevens gebruiken worden om te jagen. De meeste vliegroutes liggen langs lijnvormige landschapselementen zoals lanen, heggen, bomenrijen en watergangen.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
11
Aangezien binnen het plangebied geen gebouwen staan en er geen bomen worden gerooid die kunnen fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen is er geen sprake van het verwijderen van mogelijke verblijfplaatsen. Tevens is er geen sprake van het onderbreken van een vliegroute. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied, echter zijn er in de omgeving voldoende uitwijk mogelijkheden om eventueel verlies van foerageerareaal op te vangen. Wanneer de werkzaamheden in de schemer of nacht uitgevoerd worden, kan kunstlicht wel een verstorende factor zijn voor vleermuizen. Om deze reden dienen de werkzaamheden ten alle tijde tijdens daglicht uitgevoerd te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, is het nodig maatregelen te nemen om verstoring door kunstlicht te voorkomen.
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer meerdere grondgebonden zoogdieren te verwachten. Hieronder vallen de beschermde bunzing en de in de Provincie Noord Holland vrijgestelde soorten vos, bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met greppels, overhangende vegetatie en houtwallen. Ook bewoonde gebieden kan als leefgebied van de bunzing fungeren. Hierbij worden onder andere schuurtjes en takkenhopen als dag rustplaats gebruikt. (Zoogdiervereniging, 2023) Binnen het plangebied is geen geschikt habitat aangetroffen voor het verblijven van de bunzing. Het is mogelijk dat de bunzing het plangebied gebruikt als foerageergebied. In de omgeving zijn en blijven voldoende alternatieven aanwezig. Het plangebied is hooguit geschikt als verblijfplaats voor enkele vrijgestelde soorten zoals de vos, bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis en als route waarlangs dieren zich verplaatsen. Op basis van voorgaande worden geen verbodsovertredingen verwacht. Wel dient ten alle tijden de zorgplicht gehandhaafd te worden.
4.4
Broedvogels
Broedvogels met een jaarrond beschermd nest Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer diverse jaarrond beschermde soorten waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen waarnemingen gedaan van jaarrond beschermde nesten. In de omgeving zijn wel jaarrond beschermde nesten te verwachten. Zo zijn bij de huizen ten noorden en zuiden van het plangebied huismussen te verwachten. Op het perceel is weinig verstoring te verwachten van verkeer. Aangezien er een bomenrij aan de noord kant en een struikenrij aan de zuid kant van het perceel is gelegen kan er verstoring optreden van broedvogels. Tijdens het veldbezoek is door het aanwezige bladerdek niet duidelijk of er nesten aanwezig zijn. Hierdoor wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of een broedvogelcheck uit te voeren. Overige broedvogels In en rondom het plangebied zijn diverse meer algemeen voorkomende vogelsoorten waargenomen, zoals koolmees, merel en tjiftjaf. Hoewel de werkzaamheden (deels) in het broedseizoen worden Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
12
uitgevoerd, zijn geen negatieve effecten te verwachten. Zo worden geen nesten verwijderd en is geen sprake van verstorende werking door de werkzaamheden. Om overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot en met half juli) uitgevoerd te worden of dient voorafgaand aan werkzaamheden (wanneer in het broedseizoen wordt gestart met de werkzaamheden) een broedvogelcheck worden uitgevoerd.
4.5
Amfibieën
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de beschermde amfibieën rugstreeppad en groene kikker spec. waargenomen en de in de Provincie Noord Holland vrijgestelde soorten bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied en de directe omgeving geen geschikt voortplantingsbiotoop vastgesteld voor amfibieën. Aangezien in het plangebied geen ondergroei en andere wegkruipmogelijkheden aanwezig zijn, is het tevens niet aannemelijk dat amfibieën overwinteren in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet nodig.
4.6
Reptielen
Uit de gegevens van Quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van één kilometer geen beschermde reptielen te verwachten zijn. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in het plangebied geen geschikt habitat (zoals (heide)vegetatie en broeihopen in de buurt van permanent oppervlaktewater) aanwezig is voor reptielen. Het nemen van vervolgstappen is deze soortgroep niet nodig.
4.7
Vissen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde vissen te verwachten. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in het plangebied geen permanent oppervlaktewater aanwezig is. Hierdoor kan worden uitgesloten dat vissen aanwezig zijn in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen is voor deze soortgroep niet nodig.
4.8
Ongewervelden
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van één kilometer de grote vos te verwachten is. Grote vos De grote vos komt voor in vochtige open bossen en bosranden. Onder de waardplanten van de grote vos vallen de iep, zoete kers, populier- en wilgensoorten. (Vlinderstichting, 2023) Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied zijn geen waardplanten aangetroffen. Ook ontbreekt het aan essentieel leefgebied van de grote vos binnen het plangebied. Het nemen van vervolgstappen voor deze soort is niet aan de orde.
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
13
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES
In onderstaande tabel (5.1) is overzichtelijk weergegeven welke beschermde natuurgebieden en soort(groep)en aanwezig dan wel te verwachten zijn in het plangebied en directe omgeving. Tevens is weergegeven of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft op deze beschermde natuurwaarden en wat de te nemen vervolgstappen zijn. Tabel 5.1 Overzichtstabel aanwezigheid beschermde natuurwaarden en vervolgstappen. Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Aanvullend onderzoek
Vergunningplicht
Natura 2000
Ca. 1,9 km
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Aerius berekening uitvoeren.
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 1,7 m
-
-
-
-
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Aanvullend onderzoek
Overtreding Wet natuurbescherming
Algemeen
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Jaarrond beschermd
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Verblijfplaatsen
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Foerageergebied Mogelijk
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Vliegroutes
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Gebiedsbescherming
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
Mogelijk
Vervolgstappen
Vervolgstappen Voldoen aan zorgplicht. Werken buiten het broedseizoen of het uitvoeren van een broedvogelcheck. Werkzaamheden uitvoeren tijdens daglicht of kunstlicht beperken. Werkzaamheden uitvoeren tijdens daglicht of kunstlicht beperken. Werkzaamheden uitvoeren tijdens daglicht of kunstlicht beperken.
Voor niet genoemde beschermde soorten/gebieden zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 2).
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
14
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill. (2011). Vleermuizen, Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion Uitgevers BV Utrecht – Zoogdierenvereniging Nijmegen. De Vlinderstichting. Grote Vos (Nymphalis polychloros). Geraadpleegd via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos Ravon.nl Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen. Zoogdiervereniging.nl. Website met informatie over zoogdieren. Provincie Noord-Holland (2020) Geconsolideerde Omgevingsverordening NH2020 (2020). Geraadpleegd op 6 juni 2023 ODNHN (2017). Handreiking Wezel, Hermelijn en Bunzing in Noord-Holland (2017). Geraadpleegd op 6 juni 2023
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
15
Bijlage 1: Verbodsbepalingen soortenbescherming Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming Vogelrichtlijn (§ 3.1)
Habitatrichtlijn (§ 3.2)
Overige soorten (§ 3.3)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Quickscan Ecologie, Runxputteweg (tussen 24 en 26) Heiloo, EC237084/JJS
16