CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan huishoudelijk afval 2026-2030 Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente HeilooBij agendapunt: Beleidsplan huishoudelijk afval 2026-20308.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

beleidsplan huishoudelijk afval 2026-2030 | November 2025

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

INHOUD Samenvatting ......................................................................................................................... 3 Inleiding ........................................................................................................................ 5 Waar staan we? ............................................................................................................ 6 2.1

Periode 2019 – 2025 ........................................................................................... 6

2.2

Evaluatierapportage 2025 .................................................................................. 6

2.3

Commissiebespreking evaluatierapportage (voorjaar 2025) ............................. 7

2.4

Laatste landelijke ontwikkelingen ...................................................................... 8

2.5

Verankering met andere terreinen ..................................................................... 8

gedragsverandering en bewustwording ....................................................................... 9 Hergebruik en preventie (R1 t/m R8).......................................................................... 11 4.1

Circulaire samenleving...................................................................................... 11

4.2

10R-model/ladder van circulariteit .................................................................. 11

4.3

Wettelijke taak ................................................................................................. 12

4.4

Circulair Netwerk .............................................................................................. 12

4.4.1

Brengvoorziening voor kringloopgoederen (kringloopbrengpunt) .............. 13

4.4.2

Grondstoffen hoger op de ladder toepassen ............................................... 13

4.5

Communicatie preventie en hergebruik ........................................................... 14

4.6

Educatie ............................................................................................................ 15

Grondstoffen voor Recycling (R9) ............................................................................... 16 5.1

Meer grondstoffen uit restafval ....................................................................... 17

5.1.1

Basis op orde................................................................................................ 17

5.1.2

Wat gaan we doen? ..................................................................................... 17

5.2

Makkelijker maken scheiden hoogbouw .......................................................... 19

5.3

Grip op kwaliteit grondstoffen ......................................................................... 19

5.3.1

Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) ................................ 19

5.3.2

2026 peiljaar voor kwaliteit ......................................................................... 20

5.3.3

Wat gaan we doen? ..................................................................................... 20

Restafval (R10) ............................................................................................................ 22 6.1

Beleidsvisie afvalverbranding van het Rijk ....................................................... 22

Openbare ruimte ........................................................................................................ 23 7.1

Bijplaatsingen ................................................................................................... 23

7.1.1

Waarom niet-bijplaatsen belangrijk is ......................................................... 23

7.1.2

Wat gaan we doen? ..................................................................................... 23

7.2

Gebruik inzamelcontainers voor bedrijfsafval .................................................. 25

7.3

Straatafval......................................................................................................... 26

7.4

Dumpingen ....................................................................................................... 26

NOVEMBER 2025

2

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

SAMENVATTING De inwoners van de BUCH-gemeenten boden in 2024 gemiddeld (ruim) onder de 100 kilo restafval per inwoner aan. Dat is flink minder dan rond de 200 kilo die inwoners aan het begin van de vorige beleidsperiode aanboden. Ten opzichte van 2020 hebben de gemeenten in 2024 10.500 ton CO2 uitstootreductie gerealiseerd op de verbranding van restafval. Na het afsluiten van een succesvolle eerste beleidsperiode ‘Van Afval naar Grondstof’ starten Uitgeest, Castricum en Heiloo met een natuurlijk vervolg op de in 2019 ingezette koers. Dat we de afgelopen periode succesvol hebben kunnen afsluiten is te danken aan onze inwoners. Hun inzet is de sleutel voor succes. Dit voorjaar is de voorgaande periode geëvalueerd. De raadscommissie heeft de aanbevelingen voor de nieuwe periode omarmd: geen grote systeemwijzigingen, meer aandacht voor hergebruik en preventie, grip op de kwaliteit van grondstoffen en doorgaan met de vermindering van de hoeveelheid restafval. Dit sluit aan op de landelijke en onze eigen lokale ambitie om in 2050 circulair te zijn en de herijkte focus van het landelijke programma Van Afval naar Grondstof (VANG). In het nieuwe Circulair Materialenplan 1 (CMP1) wordt recycling de minimale standaard. Daarboven bevindt zich een hiërarchie van andere wijzen waarop we met materialen om kunnen gaan, grofweg uiteenvallend in hergebruik en preventie.

In hoofdstuk 5 presenteren we het 10R-model van circulariteit. De komende periode ontwikkelen we het concept van het innamepunt voor herbruikbare goederen (kringloop brengpunt) door in onze gemeenten. Daarnaast verkennen we met verwerkers en lokale netwerkpartners de mogelijkheden om grondstofstromen hoger in de hiërarchie toe te passen, bijvoorbeeld door ze te repareren in plaats van te recyclen. Aan het succesvolle programma circulair maakonderwijs voegen we een module toe: recycling. Hiermee bieden we onderwijsinstelling een samenhangend educatief palet dat de hiërarchie van de omgang met materialen bestrijkt. De komende periode blijft het onverminderd belangrijk om zoveel mogelijk grondstoffen uit het restafval te halen. Daarbovenop besteden we meer aandacht aan de kwaliteit van deze grondstoffen. We willen de stoffen zo hoogwaardig mogelijk kunnen recyclen en daarom is grip op de kwaliteit van deze stoffen belangrijk. Als doelstelling voor het eind van deze periode (2030) hanteren we een recyclepercentage van 70%. Dat wil zeggen dat 70% van al onze grondstoffen geschikt is voor recycling en er geen verder verlies meer optreedt in opvolgende stappen. Daarvoor is de gehele keten belangrijk: van inwoners tot en met verwerkers.

De nieuwe afspraken tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Verpact -namens de verpakkingsindustrie- over de vergoeding van PMD passen bij deze ontwikkeling. In de nieuwe afspraken wordt de hoogte van de vergoeding bepaald door de aangeleverde kwaliteit. In 2026 maken we een analyse van de kwaliteit van onze belangrijkste stromen. We stimuleren inwoners om een zuivere stroom aan te bieden. Daartoe sluiten we aan bij landelijke campagnes, maar zetten we ook in op signalering en inzet van afvalcoach. Met verwerkers gaan we in gesprek over informatiedelen en procesoptimalisatie. NOVEMBER 2025

3

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

De vorige periode hebben we een afval-inzamelsysteem gerealiseerd dat geldt als de best practice om grondstoffen uit het restafval te halen. De komende periode implementeren we optimalisaties die voor inwoners nog meer gelegenheid, capaciteit en motivatie opleveren om zich verder te verbeteren. In de leer van de gedragsverandering en bewustwording bestaan er technieken die beter werken dan andere. De technieken die zich positief onderscheiden op effectiviteit, budget en praktische uitvoerbaarheid passen we de komende periode toe om het succes van ons beleid te vergroten. Bijvoorbeeld bij GFTe zetten we het bevorderen van capaciteit en motivatie in samenhang in met een keukenemmer en informatie over wat er met de stroom GFTe gebeurt. In de evaluatie is gebleken dat 25% van het restafval nog altijd uit GFTe bestaat. Hierop gaan wij ons verder verbeteren. Onze openbare ruimte biedt plaats aan milieuparkjes voor grondstoffen en de containers voor restafval en cocons voor GFTe bij hoogbouw. Bijplaatsingen en vorming van zwerfafval op parkjes doet zich beperkt voor, mede ingegeven door het ledigen op vulgraad op en de inzet van onze wijkteams. Meestal betreft het de container voor oud papier en karton waar bij geplaatst wordt. Inwoners maken karton niet klein en/of checken de beschikbaarheid van de container niet wanneer de eerste doos bijgeplaatst is.

Het schoon houden van onze milieuparkjes is een collectieve verantwoordelijkheid. Met elkaar houden we het schoon. Met een slimme inrichting met grafische uitingen bevorderen we gedragsverandering. We kiezen voor een hot spot aanpak waarbij meer inzet op communicatie, aanpassingen en controle op die locaties waar dit nodig is. Ongeoorloofd gebruik van gemeentelijke inzamelvoorzieningen in de openbare ruimte voor bedrijfsafval legt een beslag op de beschikbare capaciteit. De markt voor bedrijfsafval biedt volop mogelijkheden om alles (gescheiden) af te voeren en bedrijven zijn verplicht dit zelf te organiseren. We nemen maatregelen om dit ongeoorloofd gebruik te beëindigen. De maatregelen in dit plan brengen ons dichter bij onze duurzaamheidsambities: 100% circulair in 2050, het behalen van een recyclepercentage van 70% in 2030 en het verder verminderen van de hoeveelheid restafval. Het plan is goed ingebed in nationale en lokale duurzaamheidsdoelen. Omdat de trend van het steeds duurder worden van restafval doorzet en de kwaliteit van grondstoffen steeds bepalender wordt voor de vergoeding die wij ervoor krijgen, geeft de gemeente met deze maatregelen niet alleen beter invulling aan de duurzaamheidsambities, maar zorgt ze er daarnaast voor dat ook de stijging van de afvalstoffenheffing beheersbaar blijft. De service aan inwoners blijft onverminderd hoog.

Zij belonen de afvalinzameling over de afgelopen periode met nette cijfers tussen 6.9 en 8. Met onder meer heldere communicatie en extra zorg in de openbare ruimte streven we ernaar om deze cijfers te blijven evenaren.

NOVEMBER 2025

4

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

INLEIDING Medio 2025 hebben de gemeenten Uitgeest, Castricum en Heiloo de beleidsperiode 2019 -2025 geëvalueerd. Het was een beleidsperiode waarin een groot aantal maatregelen zijn ingevoerd om met name de hoeveelheid restafval te verlagen. Daar zijn de gemeenten in geslaagd: bij elkaar hebben de BUCH-gemeenten door minder restafval te verbranden in 2024 10.500 ton CO2 uitstoot bespaard ten opzichte van 2020. Afsluitend is in de rapportage de aanbeveling gedaan voor de komende beleidsperiode aan te sluiten bij de herijkte ambitie van het landelijke programma Van Afval naar Grondstof (VANG). Met meer aandacht voor de kwaliteit van grondstoffen en hergebruik en preventie voorziet dit plan voor de periode 2026-2030 in een natuurlijk vervolg op het plan Van Afval naar Grondstof. Dit grondstoffenplan is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2

Waar staan we nu? Blikt in hoofdlijnen terug op de evaluatie. Recente landelijke ontwikkelen komen aan bod.

Hoofdstuk 3

Gaat over bewustwording en gedragsverandering, want we moeten onze inwoners meekrijgen om de doelen te halen.

Hoofdstuk 4

Gaat over hergebruik en preventie in relatie tot de activiteiten die we vanuit onze wettelijke taak ontplooien (afvalinzameling)

Hoofdstuk 5

Gaat over recycling: meer grondstoffen uit restafval halen en het verbeteren van de kwaliteit van grondstofstromen.

Hoofdstuk 6

Gaat over de stroom waar we zo weinig mogelijk van willen overhouden: restafval

Hoofdstuk 7

Gaat over huishoudelijk afval in relatie tot de kwaliteit van onze openbare ruimte.

Afbakening Artikel 10.21 van de Wet Milieubeheer regelt de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen. Het gaat daarbij voornamelijk om inzameling van deze stoffen of de mogelijkheid van inwoners om ze ergens in te kunnen leveren. Voor specifiek deze dienstverlening betalen onze inwoners een afvalstoffenheffing. Dit betekent dat: o bedrijfsafval buiten de scope van dit plan valt; o activiteiten die hoger op de later in dit beleidsplan te introduceren R-ladder staan worden meegenomen voor zover er sprake is van een raakvlak met de wettelijke taak op huishoudelijk afval; o afval in de openbare ruimte is meegenomen voor zover dit ontstaat als gevolg van de inzamelactiviteiten. Afval dat ontstaat door het recreëren in de openbare ruimte is geen onderdeel van dit plan; o dit plan niet over afval van de eigen werkorganisatie gaat. Tot slot: een verantwoordelijke omgang met huishoudelijk afval levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van de gemeentelijke circulaire ambities. Om deze geheel te behalen zijn ook de andere stromen belangrijk.

NOVEMBER 2025

5

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

WAAR STAAN WE? Dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de beleidsperiode die we nu achter ons laten, de evaluatie die daarop volgde en wat de raadscommissie bij de bespreking aan ons mee heeft gegeven.

2.1 PERIODE 2019 – 2025 Nadat het plan Van Afval naar Grondstof in 2019 vastgesteld is zijn de volgende maatregelen uitgerold: ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Variabele heffing per 1 januari 2021 PMD-rolcontainer voor laagbouw GFTe-cocon voor hoogbouw Opwaardering milieuparkjes Flankerend beleid met o.a. medische tegemoetkoming, 30/60-trommel Communicatie voor een goede begeleiding van de implementatie

In de loop van de beleidsperiode hebben we de frequentie van restafval verlaagd naar 1x per 4 weken en de inzamelfrequentie van GFTe en PMD verhoogd naar elke twee weken. Dit is per 1 januari 2024 ingegaan. Met dit pakket sluiten de BUCH-gemeenten nauw aan op wat in Nederland als best practice in de praktijk gebracht wordt in veel gemeenten in verstedelijkingsklasse 3 en 4. De dienstverlening voor de laagbouw wordt uitgevoerd met zijladers die aansluiten op moderne ARBO-normen en in alle verzamelcontainers zit een sensor die aangeeft wanneer hij bijna vol is zodat we de containers efficiënt en op tijd kunnen legen.

2.2 EVALUATIERAPPORTAGE 2025 Begin 2025 is er een evaluatierapportage opgesteld en besproken in de raadscommissie. In het kader van de rapportage is een aantal onderzoeken en analyses verricht: inwonerenquête over afvalinzameling, afvalprestaties, sorteeranalyses, tariefontwikkeling en aanbiedgedrag. De rapportage sluit af met een aantal aanbevelingen. Enquête Milieu en kosten zijn de belangrijkste motivatoren voor mensen om afval te scheiden. Er bestaat onder een kwart van de bevolking de wens voor een container voor oud papier en karton (OPK) bij huis, maar een groter deel is tevreden met hoe het nu gaat. De inwoners geven aan dat milieuparkjes verbetering behoeven op het kwijt kunnen van afval en netheid. Alle milieustraten scoren erg goed. Inwoners in laagbouw geven aan GFTe bijna altijd in de daarvoor bedoelde container te gooien. Van de bewoners van hoogbouw geeft een lager percentage respondenten dat te doen. De inwoners van Uitgeest, Castricum en Heiloo belonen de afvalinzameling van de BUCH met cijfers tussen de 7 en 8.

NOVEMBER 2025

6

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Afvalprestaties en sorteeranalyse De inwoners van de BUCH-gemeenten boden in 2024 gemiddeld (ruim) onder de 100 kilo restafval per inwoner aan. Dat is flink minder dan de rond de 200 kilo die inwoners aan het begin van de vorige beleidsperiode aanboden. Ten opzichte van 2020 hebben de gemeenten in 2024 10.500 ton CO2 uitstootreductie gerealiseerd op de verbranding van restafval. Van de grondstof PMD zijn inwoners drie keer zo veel gaan aanbieden. Er wordt overwegend veel GFTe ingezameld, maar zoals uit de sorteeranalyse blijkt dat het restafval nog steeds voor ongeveer 25% uit GFTe bestaat, ondanks dat inwoners menen (enquête) dat zij GFTe bijna altijd in de daarvoor bedoelde container te gooien. Hier is dus nog verbetering mogelijk. Andere stromen die we relatief veel tegenkomen zijn OPK en PMD. Tarief en aanbiedgedrag Elk huishouden heeft via het variabel tarief per aanbieding van restafval invloed op de hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing die zij aan het eind van het jaar ontvangt. De maatregelen die met het nieuwe beleid doorgevoerd zijn hebben geleid tot fors minder restafval. Restafval verwerken is duur en wordt zwaar belast.

Omdat de BUCH-gemeenten maatregelen genomen hebben is het gemiddeld tarief in onze gemeente minder hard gestegen dan in gemeenten die er minder goed in geslaagd zijn om de hoeveelheid restafval te beperken.1 Landelijke ontwikkelingen Om tot goede aanbevelingen te komen zijn de landelijke ontwikkeling in de rapportage behandeld. De Rijksoverheid legt de laatste hand aan het Circulair Materialenplan (CMP1) en heeft zich ten doel gesteld dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Het landelijke programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) focust zich naast restafvalreductie nu ook op de kwaliteit van grondstoffen en circulariteit. Aanbevelingen De conclusie van de rapportage is dat de gemeenten samen goed bezig zijn. De aanbeveling is om dit succesvolle beleid door te ontwikkelen met optimalisaties en minder -zoals in het beleidsplan- via wijzigingen in het inzamelsysteem. Een beleid dat in het teken staat van het omzetten van kennis en ervaring in een verdere verbetering van milieuresultaat en service, intensievere samenwerking met ketenpartners (verwerkers/recyclers) en campagne en voorlichting voor onze inwoners. Neem de herijkte focus van het VANG als vertrekpunt: met aandacht voor grip op kwaliteit grondstoffen en hergebruik en preventie.

2.3 COMMISSIEBESPREKING EVALUATIERAPPORTAGE (VOORJAAR 2025) De commissieleden hebben tijdens de bespreking van de evaluatie veel complimenten uitgedeeld aan de inwoners. De aanbeveling om te kiezen voor optimalisatie in plaats van (grote) systeemwijzigingen kan rekenen op een groot draagvlak. Het zo hoogwaardig mogelijk weer toepassen en goed in de markt zetten van

1

Bijlage 2 Evaluatierapportage 2025 ‘Van Afval naar Grondstof’: ontwikkeling heffing gemeente afgezet tegen gemiddelde heffing Noord-Holland.

NOVEMBER 2025

7

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

grondstoffen wordt belangrijk gevonden, evenals inzicht voor de inwoners wat er met stromen gebeurt. De commissie heeft kenbaar gemaakt dat men oplossingen voor resterende nog in restafval aanwezige grondstoffen en de scheidingsmogelijkheden voor hoogbouw graag ziet terugkomen in het nieuwe beleid.

2.4 LAATSTE LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN Sinds de evaluatie hebben zich nieuwe landelijke ontwikkelingen voorgedaan. Medio juni hebben de gezamenlijke verpakkingsproducenten verenigd in Verpact en de VNG nieuwe afspraken gemaakt over de inzameling van PMD. De kwaliteit wordt bepalend voor de hoogte van de vergoeding. De stroom moet zo hoogwaardig mogelijk weer toegepast kunnen worden in nieuwe producten. Van de gemeenten wordt inspanningen gevraagd om de kwaliteit naar een hoger plan te tillen. Het kabinet heeft ervoor gekozen de plastictaks niet door te zetten. In plaats daarvan willen het kabinet het begrootte bedrag ophalen door verwerkers fiscaal zwaarder aan te slaan voor de verwerking van restafval. De CO2-heffing wordt vooralsnog niet doorgezet.

2.5 VERANKERING MET ANDERE TERREINEN De wijze waarop we omgaan met waardevolle grondstoffen heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld, maar er zijn meer terreinen waarop de tijd niet stil staat. Deze opgaven grijpen bovendien steeds meer in elkaar. Het beheer van de openbare ruimte en de inrichting ervan bij nieuwbouw of renovatie heeft een wisselwerking met het afvalbeleid. Het zelfde geldt voor de opgaven energie, emissie en de circulaire economie. Communicatie en inwonerbetrokkenheid loopt als een rode draad door veel wat de gemeente doet. In dit nieuwe beleidsplan houden we rekening met deze integraliteit.

NOVEMBER 2025

8

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

GEDRAGSVERANDERING EN BEWUSTWORDING Het succesvol verbeteren van afvalscheiding vereist een gedragsverandering bij inwoners. Dit gedrag is niet altijd rationeel. Een groot deel van ons gedrag is onbewust en automatisch. Dit is prima in situaties waar geen aanpassingen nodig zijn, maar deze ingesleten gedragspatronen zijn lastig bij veranderingen. Het is van essentieel belang om manieren te vinden om gewoontegedrag, dat onbewust plaatsvindt, te veranderen. Een extra uitdaging ligt in het feit dat bijna iedereen oprecht gelooft dat hij al 'goed' handelt. In handboeken voor beleidsmakers wordt veel gezegd en geschreven over welke interventies je kan ondernemen om afvalscheiding-prestaties te verbeteren. Op het gebied van afval is er ook veel praktisch onderzoek gedaan2. Interventies die goed scoren op effectiviteit, budget en praktische uitvoerbaarheid zijn onder meer: • attitude beïnvloeden • groepsdoelen stellen • feedback geven • social modeling • opslag in huis faciliteren • cadeau vooraf Attitude beïnvloeden Een attitude is een oordeel of houding over een onderwerp. Mensen vinden afval scheiden moeilijk of makkelijk, belangrijk of onbelangrijk en/of nuttig of nutteloos. Een attitude kan veranderd worden door bewoners juiste en duidelijke informatie te geven over afvalscheiding en het nut ervan.

Groepsdoelen stellen Mensen zijn bewust of onbewust kuddedieren; ze zijn geneigd de groep te volgen. Dat geeft hen veiligheid en zekerheid over hun gedrag. Doelen kunnen bijvoorbeeld gesteld worden op complex- of wijkniveau. Hoe kleiner de groep gekozen wordt, hoe meer mensen geneigd zijn zich ermee verwant te voelen. Feedback geven Hoe goed is uw flat aan het scheiden? Hoe goed is de buurt aan het scheiden? Door feedback te geven worden bewoners zo uitgedaagd om bij te dragen aan een doel dat voor hun groep belangrijk is. Hiermee kunnen bewoners gestimuleerd worden om nog betere scheidingsprestaties te leveren. Social modeling Met social modeling laat je mensen zien hoe anderen zich gedragen in een specifieke situatie. Mensen raken dan onbewust gemotiveerd om dit gedrag ook op die manier uit te voeren. Laat zien dat anderen afval scheiden en dat ze daar trots op

2

Rapport ‘Verbetering afvalscheiding in de hoogbouw’, VANG HHA en ‘Hoe stimuleer je inwoners hun afval te scheiden?’, Milieucentraal en ministerie I en W

NOVEMBER 2025

9

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

zijn en waardering voor krijgen. De andere kan iemand zijn waarin mensen zich herkennen of een autoriteit (b.v. de huisvuilmedewerker). In ieder geval iemand met wie ze een positieve associatie hebben. Opslag in huis faciliteren Het faciliteren van opslag voor grondstoffen in de woning maakt het makkelijker voor bewoners om grondstoffen te scheiden. Mensen zijn gewoontedieren en handelen vaak op de automatische piloot. Om scheiden makkelijker te maken, richt je de omgeving zo in dat deze het gewenste gedrag uitlokt. Dit kan gedaan worden door bewoners een biobakje, afvalsorteerbak en/of composteerbare zakjes voor GFTe te bieden. Cadeau vooraf Mensen zijn sterk geneigd te handelen volgens het principe ‘voor wat hoort wat’. Oftewel: je bent geneigd om iets terug te doen als iemand jou iets geeft. Het kan mensen ertoe aanzetten hun bijdrage te leveren aan betere afvalscheiding. Voorbeelden: keukenemmertje of GFTe-zakjes.

De ervaringen in de voorgaande periode, de evaluatierapportage inclusief aanbevelingen en de beraadslagingen in de raadscommissies leveren de volgende speerpunten op waaraan de genoemde interventietechnieken dienstbaar kunnen zijn: • • • • • • •

de circa 25% GFTe nog aanwezig in restafval hoogbouw faciliteren met betere afvalscheiding aanpak vervuiling/kwaliteit grondstoffen terugkoppelen over resultaten vertellen wat er met grondstoffen gebeurt verbinding met circulariteit oud papier en karton (OPK) naast de container, gedrag op milieuparkjes

In de komende hoofdstukken gebruiken we deze gedragsinterventies om het nieuwe beleid vorm te geven.

NOVEMBER 2025

10

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

HERGEBRUIK EN PREVENTIE (R1 T/M R8) 4.1 CIRCULAIRE SAMENLEVING Nederland wil in 2050 geheel circulair zijn. De circulaire economie levert een bijdrage aan de volgende maatschappelijke uitdagingen: • • • •

Het tegengaan van klimaatverandering Een schoner milieu en een schonere leefomgeving Het herstel van biodiversiteit Een grotere leveringszekerheid van grondstoffen door waardebehoud centraal te stellen en grondstoffen hoogwaardig opnieuw te gebruiken

De planning is dat eind dit jaar het Circulair Materialenplan 1 (CMP1) het Landelijke Afvalbeheer Plan 3 (LAP3) opvolgt. In het CMP1 is meer aandacht voor circulariteit. Ambitie BUCH-gemeenten In de BUCH zijn de circulaire ambities ondergebracht bij het Programma Klimaat. De circulaire ambitie van Uitgeest, Castricum en Heiloo ligt in het verlengde van de landelijke ambitie: het bereiken van een 100% circulaire economie in 2050 en 50% in 2030. Voor de periode 2022-2026 is er een plan voor de circulaire economie vastgesteld waarmee de gemeenten koersen op deze doelen. De in dit hoofdstuk opgenomen maatregels worden deels mogelijk gemaakt dankzij ondersteuning vanuit het Programma Klimaat.

4.2 10R-MODEL/LADDER VAN CIRCULARITEIT Het 10R-model3 is ontwikkeld om de mate van circulariteit inzichtelijk te maken. Het 10R-model heeft 10 sporten (R1 tot en met R10) die verschillende strategieën van circulariteit weergeven. Strategieën die zich hoger op de ladder bevinden, besparen meer grondstoffen. Hoe hoger een strategie op de R-ladder staat, hoe meer circulair de strategie is. Bijvoorbeeld hergebruik is meer circulair dan recyclen. Preventie is meer circulair dan hergebruik. Het CMP1 neemt als uitgangspunt dat recycling (R9) de minimale standaard is.

3

Model ontwikkeld door RoyalHaskoning. Samensmelting van Triple R model (duurzaam leven R,2,3,8), Ladder van Lansink (afval verwerking) en het EMF vlinder model (organisch en technische kringloop vleugel). NOVEMBER 2025

11

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Figuur 1: 10R-model van circulariteit

4.3 WETTELIJKE TAAK Titel 10.21 van de Wet Milieubeheer regelt de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de inzameling en het duurzaam verwerken van huishoudelijke afvalstoffen (de zogenaamde zorgplicht). Deze zorgplicht ontstaat op het moment dat inwoners zich van de spullen ontdoen (R9). Tegelijkertijd liggen de hogere R-waarden en de wettelijke activiteiten nadrukkelijk in elkaars verlengde. Herbruikbare luiers (preventie) leiden tot minder restafval. De 10.500 ton Co2 uitstoot die de BUCH-gemeenten jaarlijks besparen door minder te verbranden dragen bij aan hetzelfde doel als alle R-waarden. In dit hoofdstuk beperken we ons tot de raakvlakken tussen de wettelijke taak op afval en de circulaire samenleving.

4.4 CIRCULAIR NETWERK Komende jaren komt er geen Circulair Centrum maar we willen wel hetzelfde doel bereiken, maar dan als netwerk de functies verbinden. Het Circulair Netwerk helpt om de circulaire ambities te realiseren. Pijlers circulair netwerk: • milieustraat • kringloopfunctie • reparatie • educatie • sociale activatie De komende beleidsperiode worden meerdere van deze pijlers doorontwikkeld om onze circulaire ambitie te bereiken.

NOVEMBER 2025

12

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

4.4.1 Brengvoorziening voor kringloopgoederen (kringloopbrengpunt) Op de milieustraat van Castricum is sinds 2024 een kringloopbrengpunt aanwezig. Twee kringlopen in Castricum zijn actief betrokken bij dit punt: Muttathara en Rataplan. De kringlopen halen om de week de ingebrachte herbruikbare spullen op om ze toe te voegen aan hun assortiment. Voor inwoners is het makkelijk dat ze tegelijk herbruikbare spullen en grondstoffen kunnen inleveren op de milieustraat. 4.4.1.1

Wat gaan we doen?

Meer partners en kanalen De kringlopen nemen veel mee, maar we constateren dat er spullen achterblijven die op dit moment niet goed in hun assortiment passen. We gaan met de kringlopen in gesprek over hoe we met elkaar het hergebruik van ook deze spullen kunnen bevorderen. Hierbij onderzoeken we ook samenwerking met meer partijen of het vinden van nieuwe kanalen. Bijvoorbeeld het organiseren van een tweewekelijkse weggeefwinkel van spullen die de kringlopen niet meenemen of donaties aan organisaties die specifieke doelgroepen huisvesten. Uitgeest en Heiloo We onderzoeken de mogelijkheid van een kringloop brengpunt in Uitgeest en Heiloo. We betrekken de ervaringen op het kringloop brengpunt Castricum bij dit onderzoek. Gezien de inrichting van deze twee milieustraten lijkt een container aan het begin van de milieustraat het meest passend als onderkomen van het kringloop brengpunt. Een punt met een uitnodigende uitstraling en volop aandacht voor het thema hergebruik. Samenwerking op meer terreinen De mogelijkheden tot meer samenwerking met kringloopwinkels in onze gemeenten gaan we onderzoeken. Kringlopen verzorgen dienstverlening die wij voor onze inwoners belangrijk vinden, zoals spullen thuis ophalen.

Momenteel is er voor een aantal kringlopen een financiële ondersteuning in de vorm dat de gemeente de kosten draagt voor het verwerken (meestal in de vorm van verbranden) van het afval dat zij niet in hun winkel kunnen verkopen. Andere kringloopinitiatieven hebben het verzoek ingediend om ook in aanmerking te komen voor deze financiele ondersteuning. Binnen het grondstoffenplan is dit verzoek gewogen. Het advies is om over te gaan tot de implementatie van een nieuwe regeling, die beter past bij de uitgangspunten van het grondstoffenbeleid. Hierbij versoberen we de dienstverlening op restafval, ondersteunen we beter gebruik van grondstoffen, en leggen we meer de nadruk op transparantie en herleidbaarheid binnen de recycling. Daarom stelt de gemeente de volgende uitgangspunten vast voor de nieuwe regeling. • De gemeente betaalt niet langer voor het verbranden van restafval, maar geeft een bijdrage voor de dienstverlening op Recycling die de kringloop levert. Het staat de kringloop vrij om deze bijdrage (deels) in te zetten voor de kosten die ze hebben voor spullen die niet verkoopbaar zijn. • De bijdrage wordt per kwartaal achteraf uitgekeerd. Om te kunnen garanderen dat de dienstverlening op een duurzame, inclusieve en transparante wijze verloopt moeten kringloopbedrijven in het bezit zijn van het keurmerk van de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN).

NOVEMBER 2025

13

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

4.4.2 Grondstoffen hoger op de ladder toepassen De grondstoffen die we ontvangen worden op dit moment voornamelijk ingezet voor recycling (R9). Zie Hoofdstuk 5. De komende beleidsperiode verkennen we de juridische en operationele mogelijkheden om deze stoffen een hogere plek in het 10R-model te geven. Dat doen we met ons lokale circulaire netwerk en met verwerkers. Met het lokaal circulair netwerk In het land zijn er initiatieven waarbij een specifieke stroom met constante kwaliteit toepassing vindt in het productieproces van een klein maakbedrijf. Denk hierbij aan lokale makers die stoffen van oude banken kunnen gebruiken om tassen te maken, of resten verf bij maakonderwijs kunnen worden gebruikt voor het opknappen van stoelen. Het repareren van afgedankt materiaal om het vervolgens opnieuw in gebruik te nemen is een ander voorbeeld. We inventariseren of dit soort initiatieven kansrijk zijn in onze gemeenten. We kijken hierbij niet alleen naar de wettelijke ruimte, maar ook hoe vraag en aanbod bij elkaar gebracht kan worden. Prestatieafspraken met verwerkers Hoe kunnen we de verwerking van aangeleverde grondstoffen circulairder maken? Over deze vraag gaan verwerkers in gesprek. . • Verkennen bij andere gemeentes: behoefte om verwerkers te belonen op hogere circulariteit ten opzichte van belonen op aantal tonnage verwerkt.

• Verkennen bij verwerkers: hoe circulair (welke R) wordt afval nu verwerkt? Waar liggen kansen? Bijvoorbeeld voor het faciliteren van demontage en reparatie. • Zo ja: gezamenlijk afspraken maken met verwerkers. Het Programma Klimaat biedt ondersteuning bij deze onderdelen.

4.5 COMMUNICATIE PREVENTIE EN HERGEBRUIK Om inwoners te helpen met betere afvalscheiding vindt er veel communicatie plaats tussen onze inwoners en de gemeente. De afvalinzameling brengt in de nieuwe beleidsperiode ook hogere R-waarden meer onder de aandacht in haar communicatie. Dat doet zij door bijvoorbeeld via de gemeentelijke afval-webpagina en de Mijnafvalzaken-app door te verwijzen naar het klimaatplein en acties. Dit vindt plaats in nauwe afstemming met het programma Klimaat van de gemeenten.

NOVEMBER 2025

14

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Afbeelding 1: promotie Mijnafvalzaken-app op inzamelvoertuig

4.6 EDUCATIE Vanuit het programma Klimaat loopt er een succesvol programma Circulair Maakonderwijs4 bestaande uit de volgende modules: • Textiel • Meubels opknappen • Wol tot wandtapijt • Fiets repareren Hier voegen we een module over grondstoffen en recycling aan toe. De leerlingen nemen de opgedane kennis mee naar huis, wat bijdraagt aan meer aandacht voor afvalscheiding thuis, bijvoorbeeld aan de etenstafel of in de keuken.

4

Voor meer informatie: Circulair Maken | Klimaatplein Castricum

NOVEMBER 2025

15

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

GRONDSTOFFEN VOOR RECYCLING (R9) De vorige beleidsperiode zijn de inwoners van Uitgeest, Castricum en Heiloo zeer voortvarend bezig geweest met het scheiden van grondstoffen. De door onze inwoners aangeboden grondstoffen worden ingezet voor recycling. In de nieuwe beleidsperiode trekken we deze lijn door. De grondstoffen die we overhouden moeten daarnaast van goede kwaliteit zijn. Dit is belangrijk om de stroom grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te kunnen recyclen. Oftewel: dat ze weer toepassing vinden in gelijkwaardige producten. Onze recycledoelstelling voor de nieuwe periode:

Recyclepercentage: in 2030 is 70% van de totale hoeveelheid ingezamelde grondstoffen beschikbaar voor recycling

Het landelijke doel voor 2030 is 60%. Deze landelijke doelstelling hebben Uitgeest, Castricum en Heiloo al bereikt door de maatregelen uit het vorige grondstoffenplan. We richtten ons daarom op een verbetering van deze doelstelling. Immers, het opnieuw gebruiken van grondstoffen is goed voor het milieu en draagt bij aan de onafhankelijkheid van onze economie. Daarnaast: grondstoffen leveren geld op, terwijl verwerken van restafval geld kost. De keten voor PMD loopt voorop: daar geldt vanaf 2026 dat de vergoeding meer dan nu gekoppeld wordt aan de kwaliteit van het PMD als grondstof. Dit is een extra (financiële) prikkel om het beter te gaan doen. Om de scheidingsprestaties te verbeteren is de gehele keten belangrijk: van onze inwoners tot aan verwerkende partijen en fabrikanten. Inwoners Voor onze inwoners is het belangrijk dat zij: 1) De gelegenheid hebben om goed te kunnen scheiden 2) Beschikken over capaciteit 3) Over de motivatie beschikken om te scheiden Gelegenheid gaat over de aanwezigheid van een goed inzamelsysteem: bijvoorbeeld aparte rolcontainers, de frequentie en verzamellocaties die schoon, heel en veilig zijn. Plus dat inwoners dit systeem kennen. Capaciteit gaat over dat inwoners weten hoe goed scheiden in zijn werk gaat en de beschikbaarheid van persoonlijke hulpmiddelen die scheiden makkelijker maken. Aan motivatie hebben veel van onze inwoners geen gebrek.

Inwoners worden bijvoorbeeld gemotiveerd omdat ze weten waar het goed voor is: een beter milieu of het beperken van de kosten. In onze gemeente is gelegenheid, capaciteit en motivatie in de basis goed op orde. De gemeente kent de omgeving goed. Het nieuwe beleid streeft naar optimaliseren en de elementen gelegenheid, capaciteit en motivatie zoveel mogelijk in samenhang inzetten.

NOVEMBER 2025

16

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Verwerkers De grondstoffen die de gemeente inzamelt bij onze inwoners brengt zij naar verwerkers. Als volgende schakel in de keten zorgen verwerkers ervoor dat de stoffen gesorteerd worden en geschikt gemaakt worden voor recycling. Het doel is dat we grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk willen recyclen. Terugkoppeling van verwerker naar gemeente over de kwaliteit van aangeleverd materiaal helpt bij verbeteracties. Bij het afsluiten van contracten kunnen hier afspraken over gemaakt worden. Partijen kunnen in een aantal gevallen afspreken dat er een (financiële) prikkel ingebouwd wordt: bij hogere kwaliteit wordt er een betere prijs betaald voor de grondstof.

5.1 MEER GRONDSTOFFEN UIT RESTAFVAL 5.1.1 Basis op orde Het bestaande beleid dat in Uitgeest, Castricum en Heiloo gevoerd wordt komt nauw overeen met de ‘best practice’ zoals die in veel stedelijkheidsklasse 3 en 4 gemeenten met succes toegepast wordt: • • • • • • • •

5.1.2

Bronscheiding is het uitgangspunt. Nascheiding waar bronscheiding vanwege ruimtelijke beperkingen niet mogelijk is (hoogbouw). Rest: Tariefprikkel in combinatie met laagfrequente inzameling (in de UCH) of omgekeerd inzamelen (passend in stedelijkheidsklasse 1 en 2) GFTe: Tweewekelijkse Inzameling met rolcontainers voor laagbouw. Cocon voor hoogbouw. PMD: Tweewekelijkse Inzameling met rolcontainers voor laagbouw OPK wordt ingezameld samen met vrijwilligers Glas: Inzameling met verzamelcontainers Textiel: Inzameling met (bovengrondse) verzamelcontainers en aan huis Luiers: Kunnen separaat aangeboden worden in speciale verzamelcontainers (service voor de inwoners)

Wat gaan we doen?

GFTe De sorteeranalyse heeft opgeleverd dat het restafval voor ongeveer 25% uit GFTe bestaat, met name keukenafval. Capaciteit: We gaan het nog makkelijker maken door het keukenemmertje ook voor inwoners van laagbouw beschikbaar te stellen. Motivatie: Uit de enquête is gebleken dat inwoners met vragen hierover zitten. Daarom ontwikkelen we een communicatiecampagne waarbij we ingaan over nut en noodzaak van gescheiden inzameling van GFT en etensresten. Hierin gaan we ook in op tips en tricks om GFTe met zo weinig mogelijk overlast te bewaren, wat we doen met het GFTe dat de bewoners aanbieden, en alle hulpmiddelen die beschikbaar zijn om de inzameling te faciliteren.

NOVEMBER 2025

17

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Oud papier en karton De meerderheid van de inwoners geeft aan dat ze tevreden zijn over het systeem van verzamelcontainers in de openbare ruimte en inzameling door scholen en verenigingen. Als ze niet tevreden zijn, dan heeft het overwegend te maken met praktische redenen als afstand tot de container, container te vol of gedoe van het wegbrengen. Voor de inzameling van oud papier en karton (OPK) werkt de gemeente samen met scholen en verenigingen. In Nederland kiezen steeds meer gemeenten ervoor om deze vorm van inzameling te beëindigen, omdat ze de veiligheid van de vrijwilligers niet langer kunnen garanderen. Naast de inzameling met organisaties zijn er gemeentelijke verzamelcontainers voor OPK aanwezig om het serviceniveau te verhogen en zoveel mogelijk OPK uit restafval te krijgen. Gelegenheid: We maken het aanbieden van OPK gemakkelijker. Waar nodig voorzien we in extra of nieuwe capaciteit. Waar bestaande putten vrijkomen, bijvoorbeeld door het verdwijnen van de PMD-container, benutten we die. Het vulgraadsysteem biedt inzicht in waar er behoefte bestaat aan extra papier voorzieningen. Toekomst: In Uitgeest, Castricum en Heiloo gaan we in de komende beleidsperiode dit proces van de inzameling oud papier evalueren en de kaders vastleggen. In deze evaluatie staat de borging voor de veiligheid van de vrijwilligers centraal.

Milieuparkjes Een bezoek aan het milieuparkje is plezierig als het er verzorgd uitziet, de containers voldoende ruimte bieden en goed functioneren. De uitstraling van milieuparkjes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is een collectieve verantwoordelijkheid samen met de inwoners. Met elkaar houden we het schoon. Gelegenheid: De vulgraadmeting is effectief in het voorkomen van volle containers. Op de containers staan duidelijke instructies wat inwoners moeten doen als de container vol of in storing is. Gemelde storingen worden binnen 24 uur hersteld. De gemeente zorgt ervoor dat de bestrating van het parkje er netjes uitziet. Openbare verlichting draagt bij aan veiligheid en sociale controle. Bladkorven Gelegenheid/motivatie: Bladkorven zijn voor bladafval. We treffen nog vaak ander stoffen in de korven die door de verwerker niet als bladafval verwerkt kunnen worden naar compost. De bladkorven krijgen een duidelijkere instructie over wat er wel/niet in mag. Vervoer naar de milieustraat Gelegenheid: Het vervoer naar de milieustraat maken we gemakkelijker voor onze inwoners door aanhangwagens beschikbaar te stellen. Kwijtscheldingsregeling Huishoudens met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing.

Dit houdt in dat deze huishoudens kwijtschelding genieten voor het vaste deel van heffing en 8x de rest-rolcontainer aan de weg zetten of 52x een zak inwerpen in de verzamelcontainer. Door niet onbeperkt kwijt te schelden blijft er een prikkel bestaan om goed te scheiden. NOVEMBER 2025

18

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Motivatie: De afgelopen jaren is het gemiddelde aanbiedgedrag van onze inwoners omlaag gegaan. We brengen de hoeveelheid aanbiedingen dat kwijtgescholden wordt in overeenstemming met het moderne aanbiedgedrag. Hiermee stimuleren we huishoudens met een hoger dan gemiddeld aanbiedgedrag om een volgende stap te zetten. Wat passend is, stellen we jaarlijks vast bij de behandeling van het besluit kwijtscheldingsregels. Alle grondstoffen Motivatie: inwoners hebben er behoefte aan om te weten wat er gebeurt met grondstoffen in opvolgende stappen van de keten. We gaan dit beter inzichtelijk maken. We verzorgen regelmatige terugkoppeling over afvalprestaties.

5.2 MAKKELIJKER MAKEN SCHEIDEN HOOGBOUW Bij alle hoogbouw hebben we een verzamelcontainer geplaatst waar restafval en PMD gezamenlijk in kunnen. Een stukje gemak zodat inwoners deze stromen niet apart hoeven te houden in het appartement. Voor het GFTe, dat vooral bestaat uit keukenafval, is er een GFTe-cocon aanwezig. De laatste jaren worden er alleen nog verzamelcontainers voor rest/PMD met 30L en 60L innamemogelijkheid geplaatst. De meerderheid van de containers is inmiddels van dit type. De komende beleidsperiode continueren we de uitzet van containers met een dubbele inwerp-opening, zodat uiteindelijk alle verzamelcontainers deze keuze-optie hebben. Inwoners in hoogbouw zeggen in de enquête vaker dan inwoners in laagbouw dat ze het GFTe niet in de daarvoor bedoelde container gooien, maar in het restafval. De redenen hiervoor zijn complex. Het is vaak een combinatie van gemak, angst voor ongedierte, en een gebrek aan urgentie om deze stroom apart te houden. Ook werkt de boodschap dat het PMD bij het rest mag niet positief op de wens om het GFTe wel gescheiden aan te bieden. Daarom gaan we mensen beter uitleggen dat het wel zin heeft. We vertellen wat er met het ingezamelde GFTe gebeurt. We hebben keukenemmertjes en zakjes beschikbaar. Dit maakt het makkelijker om GFTe apart te houden. Hier geven we meer bekendheid aan, liefst op een persoonlijke manier.

Bijvoorbeeld met een brief of een afvalcoachbezoek aan een complex waarbij we informeren over wat er met GFTe gebeurt en de beschikbaarheid van hulpmiddelen. Accepteert iemand een hulpmiddel dan leidt dat in veel gevallen tot een soort van wederkerigheid. Je wil hem dan ook gebruiken en bijdragen. Ten slotte starten we een pilot met een iets lager type GFTe-cocon. Hierbij testen we hoe dit type in de praktijk functioneert en of het een verbetering van de service aan onze hoogbouw-bewoners oplevert.

5.3 GRIP OP KWALITEIT GRONDSTOFFEN 5.3.1 Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) UPV betekent dat producenten en importeurs verantwoordelijk zijn voor het afval van de producten die zij in Nederland verkopen. Ze moeten ervoor zorgen dat hun NOVEMBER 2025

19

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

producten in de afvalfase worden ingezameld en gerecycled. Vaak voert de gemeente de inzameling uit, en zijn de producenten en importeurs verantwoordelijk voor de financiële dekking van deze activiteiten. Er zijn verschillende vormen van UPV. Voor elk soort gelden eigen regels. In Nederland zijn er inmiddels UPV’s afgesloten voor verpakkingen, textiel, matrassen, elektr(on)ische apparaten, autobanden, auto’s, vlakglas en batterijen en vistuig. Ontwikkelingen in de UPV van kunststof verpakkingen De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft namens haar leden medio 2024 besloten het bestaande akkoord met Verpact (de uitvoeringsorganisatie van de verpakkingsindustrie) niet te verlengen. Partijen hebben vervolgens hard gewerkt aan een nieuw akkoord, dat erop gericht is om meer kwalitatief goed PMD te krijgen uit de huishoudelijke inzameling. De nieuwe afspraken zijn in juni unaniem aangenomen door de leden van de VNG. De afspraken worden nu uitgewerkt in een nieuw uitvoeringsprotocol.

Dit betekent: • dat er een duidelijke voorkeursvolgorde is uitgesproken door beide partijen: Bronscheiding waar het kan, en nascheiding waar bronscheiding niet mogelijk is • dat verzamelcontainers voor brongescheiden PMD zullen worden uitgefaseerd in de komende jaren • dat bronscheidingsgemeenten vanaf 2025 aan de hand van samenstellingsmetingen van de PMD-bakken of -zakken worden ingedeeld in een staffel, en dat deze staffel de vergoeding bepaalt. De staffel is rolling forward, zodat verbeteringen en verslechteringen in de samenstelling kunnen worden verwerkt in de tarieven. Kort gezegd; gemeenten met een goede kwaliteit PMD ontvangen meer vergoeding per ton dan gemeenten met veel vervuiling. De nieuwe afspraken gaan effect hebben op de vergoedingen voor de gemeenten. Deze zullen naar verwachting voor een groot aantal gemeenten lager worden. De precieze uitwerking hiervan en de staffel-ranking per gemeente zal pas in 2026 plaatsvinden. 5.3.2 2026 peiljaar voor kwaliteit In 2026 kijken we waar we staan met de kwaliteit van PMD en andere grondstoffen. Het recyclepercentage waar we naartoe willen is 70% genomen over het totaal aan grondstoffen. Met de kwaliteit van het ingezamelde PMD willen we in een financieel gunstige staffel terechtkomen.

Als er aanvullende middelen of maatregelen nodig zijn ten opzichte van wat we al doen om de doelen te behalen dan komen we met een voorstel met een afwegingskader naar de raad. 5.3.3

Wat gaan we doen?

Inwoners Waar we direct mee starten is communicatie gericht op inwoners over de kwaliteit van grondstoffen. Waar mogelijk sluiten we aan bij landelijke campagnes. We willen onze doelgroepen nog beter in beeld krijgen om effectief te kunnen communiceren. We kunnen vervuiling zoveel als mogelijk herleiden naar route, wijk en aanbieder. We hebben de meest aangetroffen soorten vervuiling in beeld om daar in onze communicatie aandacht aan te kunnen besteden. Onze afvalcoaches spreken inwoners aan wanneer ernstig vervuilde stromen worden aangeboden. NOVEMBER 2025

20

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Verwerkers We gaan in gesprek met de verwerkers van onze grondstoffen over het terugkoppelen over kwaliteit en het aanbrengen van verbeteringen in het proces om de kwaliteit van grondstoffen naar een hoger plan te brengen.

NOVEMBER 2025

21

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

RESTAFVAL (R10) Omdat we verantwoord omgaan met grondstoffen en we deze zoveel als mogelijk van het restafval willen scheiden, houden we steeds minder restafval over. Restafval ten behoeve van verbranding voor energie bevindt zich op de onderste trede van de R-ladder (R10). Met de huidige 75-80 kilo restafval per inwoner behoren Uitgeest, Castricum en Heiloo op dit moment tot de best presterende gemeenten in Noord-Holland. Door het optimaliseren van het systeem waarmee wij afval scheiden gaan wij ons verder verbeteren (Hoofdstuk 5).

6.1 BELEIDSVISIE AFVALVERBRANDING VAN HET RIJK Begin 2025 heeft het Kabinet de beleidsvisie afvalverbranding naar de Tweede Kamer gestuurd. De beleidsvisie geeft de opvatting weer van de rijksoverheid over de toekomstige rol van afvalverbranding binnen een steeds meer circulaire samenleving. De visie geeft handvatten aan bedrijven met AVI’s (afvalverwerkingsinstallaties) die willen investeren in verduurzaming van hun afvalverwerking. Hiermee biedt de beleidsvisie een opening voor gesprekken van de rijksoverheid met bedrijven over verduurzaming van de sector richting 2050. Hoofdlijn is dat alleen de voor niet-recyclebaar Nederlands afval noodzakelijke capaciteit moet worden behouden. De hiervoor benodigde transitie komt volgens het Kabinet overeen met de herziening in het verleden van de rol van stortplaatsen. Richting 2030 is het streven om tussen de 5,75 en 6,65 megaton aan operationele afvalverbrandingscapaciteit beschikbaar te hebben, afhankelijk van het succes van het circulaire economie beleid. De mogelijkheid van capaciteitsafbouw wordt door het Kabinet onderzocht aan de hand van maatwerkgesprekken die met bedrijven zullen worden gevoerd. Het huishoudelijk restafval van de inwoners van de BUCH-gemeenten gaat naar verwerker HVC. Inhoudelijk herkent HVC zich in de visie op rol van afvalverbranding.

Het voornemen van het Rijk om import van afval tegen te gaan, leidt bij een aantal andere partijen die zich daar wel mee bezighouden tot enige teleurstelling.

NOVEMBER 2025

22

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

OPENBARE RUIMTE 7.1 BIJPLAATSINGEN Milieuparkjes zijn zo ingericht dat inwoners op elk moment van de dag hun glas, OPK, luiers, textiel en KCA kwijt kunnen. Sommige milieuparkjes staan in de anonimiteit en hierdoor is het voor inwoners mogelijk om hun afgedankte goederen naast de inzamelcontainer te plaatsen. Dit noemen we bijplaatsing. Het gaat dan voornamelijk om OPK en glas. De kans dat afval naast een inzamelcontainer wordt geplaatst omdat deze vol is, is klein aangezien er op vulgraad geleegd wordt. Meest voorkomende is dat met name bij OPK de opening geblokkeerd raakt. Dit komt vaak doordat dozen niet kleiner gemaakt worden door ze stuk te scheuren, maar heel of dubbelgevouwen in de container worden gestopt. Opgave hier is door communicatie een gedragsverandering plaats te laten vinden bij de inwoners. In het kader van het gebruik van onze inzamelmiddelen op milieuparkjes en de belasting daarvan op onze buitenruimte, komt uit de bewonersenquête én van onze medewerkers in de buitendienst een duidelijk signaal dat we als gemeente strenger mogen optreden bij overlast door bijplaatsing. 7.1.1 • • •

o o

Waarom niet-bijplaatsen belangrijk is Bijplaatsing verstoort de openbare ruimte: bijgeplaatst afval ziet er niet mooi uit en verstoort de uitstraling van wijken en straten. Bijplaatsing verhoogt het risico op gevaarlijke situaties: afval dat naast containers ligt, kan ongedierte aantrekken en gevaarlijke situaties veroorzaken, bijvoorbeeld bij brand of struikelgevaar. Bijplaatsing bevordert zwerfafval: als er al afval naast de container ligt, is de kans groot dat anderen ook hun afval daar neerzetten. Niet-bijplaatsen is belangrijk, omdat dit afvalverspreiding voorkomt. Niet-bijplaatsen is belangrijk, omdat dit beter gedrag stimuleert: het actief tegengaan van bijplaatsen, met duidelijke communicatie en voldoende inzamelmiddelen, moedigt mensen aan om hun afval correct weg te gooien.

Door niet-bijplaatsen belangrijk te maken, stimuleren we een collectieve verantwoordelijkheid voor een schone leefomgeving. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de buurt en het voorkomen van verdere schade of problemen. 7.1.2 Wat gaan we doen? Om bijplaatsing te voorkomen is interne samenwerking belangrijk. Het betreft niet alleen afvalinzameling, maar o.a. ook wijkbeheer en handhaving. Door deze afdelingen bij elkaar te brengen en de hotspots in kaart te brengen kan dit al een ander licht op de problematiek geven. Als operationele taken niet goed op elkaar afgestemd zijn, kunnen deze tijdens het gesprek zo al opgelost worden. Cruciaal is dat de basis op orde is voor wat betreft de voorzieningen. De afvalcontainer moet schoon, heel en werkend zijn én dient de omgeving van de container schoon, heel en verzorgd zijn. Daarbij is het van belang dat de inwoners weten wat er van hen verwacht wordt. De aanpak kan per locatie verschillen, en heeft onder meer te maken met de sociale cohesie in de buurt. NOVEMBER 2025

23

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

•

Lage sociale cohesie: bewoners voelen zich niet verbonden met elkaar en de wijk waar ze wonen. • Matige sociale cohesie: bewoners voelen zich enigszins verbonden met elkaar en de wijk waar ze wonen. • Gemiddelde sociale cohesie: bewoners voelen zich sterker verbonden met elkaar en de wijk waar ze wonen. Er wordt gekeken naar de situatie van de inzamelcontainer. Waar is deze geplaatst? Soms helpt het al om de container een paar meter te verplaatsen of er verlichting bij te plaatsen. In andere gebieden zijn er positieve ervaringen opgedaan met grafische uitingen op het straatwerk rondom containers.

Ook kan er gebruik gemaakt worden van placemaking: de container een andere functie geven binnen de omgeving door er een kunstobject van te maken of het creëren van een tuintje om de container heen (grasmatten met bloemetjes). Door de container er aantrekkelijker uit te laten zien worden er andere associaties opgeroepen en voel je je onbewust bezwaard om daar afval neer te zetten. Wanneer de omgeving netjes is, heel en schoon, activeert dit de norm ‘hier hoor ik mij schoon te gedragen’, waardoor mensen zich ook zo zullen gaan gedragen. Veel hangt dus af van het gedrag van inwoners en dat gedrag is wel te beïnvloeden.

Een mooi voorbeeld hiervan is door ogen in de klep van de textiel container te plaatsen er zo voorkomen kan worden dat inwoners andere stromen in de container werpen. Dit heeft een psychische werking. Men is dan eerder geneigd het goede te doen, omdat ze het gevoel hebben ‘bekeken’ te worden. Oftewel stimuleren sociaal gewenst gedrag.

NOVEMBER 2025

24

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

Op alle inzamelcontainers vermelden we duidelijk wat er wel en niet in mag. In het geval de inzamelcontainer vol (of verstopt zit) geven we door middel van de QR code aan waar de dichtstbijzijnde container is. Schouwronde Eens per kwartaal een schouw en opruimronde inlassen rondom de hotspots met zowel wijkbeheer, afvalinzameling, de afvalcoach (en handhaving). Om zo de hotspots te monitoren en te reduceren. • Functioneert de klep op correcte wijzen (opent en sluit deze goed)? • Hoe ziet de container er uit (denk aan schilderwerk, roest, bestickering, deuken, vuiligheid, etc.). • Hoe ligt het straatwerk erbij rondom de container? • Wordt er bij de container (voldoende) gecommuniceerd over afvalinzameling? • Om wat voor soort bijplaatsing gaat het (restafval, grofvuil, PMD, OPK)? • Zijn er specifieke dagen/momenten dat de bijplaatsing voornamelijk ontstaat? • Is de ledigingsfrequentie goed afgestemd op de behoefte? Inschakelen van containeradoptanten Als inwoners graag meehelpen om hun buurt schoon te houden, bestaat de mogelijkheid tot het adopteren van een container. Dit noemen we een containeradoptant. Dit kan alleen of samen met buren. De containeradoptant houdt de containerplek schoon door het afval naast de container erin te doen, de blokkades (verstoppingen) te verhelpen, tenzij dit niet lukt en de gemeente informeert over de blokkade.

De meldingen van de containeradoptant in Fixi worden met voorrang behandeld. De gemeente faciliteert de containeradoptanten met hulpmiddelen. Handhaving In het uiterste geval kan Handhaving ingezet worden om bijplaatsing te bestrijden. De ervaring leert dat de prioritering van handhaving op het afvaldossier vanwege drukte op andere dossiers moeizaam verloopt. De afvalcoach heeft binnen de BUCH nog geen bevoegdheden op het gebied van handhaving. Het is wel mogelijk om de afvalcoach aan te wijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar voor afvalovertredingen. Hij/zij kan dan niet alleen informatief richting onze inwoners aan de slag, maar kan ook, indien de situatie daar aanleiding toe geeft, handhavend optreden. Dit voorkomt een capaciteitsaanvraag bij Handhaving. In 2026 bereiden wij hier een besluitvormingsnotitie voor.

7.2 GEBRUIK INZAMELCONTAINERS VOOR BEDRIJFSAFVAL De BUCH heeft verspreid over en in de gemeenten milieuparkjes staan met inzamelcontainers voor o.a. OPK en glas. Deze inzamelcontainers zijn vrij toegankelijk voor onze inwoners. Dit systeem heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat onze inwoners op elk moment van de dag hun glas en OPK kwijt kunnen. Een nadeel is dat bedrijven, die officieel geen gebruik mogen maken van deze inzamelcontainers, het gemakkelijk wordt gemaakt dit toch te doen. Bedrijven zijn wettelijk verplicht zelf een contract af te sluiten met professionele afvalverwerkers voor al hun afval. Daarbij zijn bedrijven wettelijk verplicht hun afval te scheiden. Bedrijfsmatig kunnen sowieso ook alle stromen gescheiden aangeleverd worden. We gaan met de omgevingsdienst in overleg om een actueel afvalcontract onderdeel te laten maken van de gebruikelijke bedrijvencontrole. NOVEMBER 2025

25

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

7.3 STRAATAFVAL Wanneer gemeenten de invoering van variabele heffing overwegen, leeft er vaak de zorg dat de hoeveelheid straatafval toe gaat nemen. In de vorige beleidsperiode hebben Uitgeest, Castricum en Heiloo het variabel tarief ingevoerd. Voorafgaand aan de invoering is er een nul-meting van zwerfafval in het straatbeeld uitgevoerd. Na de invoering zijn er opnieuw metingen gedaan. Deze metingen worden op basis van de systematiek van het kennisplatform CROW verricht. De drie gemeenten hanteren het CROW ambitieniveau B voor zwerfafval. Gebleken is dat na invoering van variabele heffing dit ambitieniveau ook gehaald wordt. Variabele heffing heeft geleid tot betere afvalscheiding en niet tot meer straatafval.

7.4 DUMPINGEN Het komt gelukkig beperkt voor, maar helaas worden we soms ook geconfronteerd met dumpingen van andere stromen bij de inzamelcontainers. Het dumpen van afval is het onbeheerd en niet volgens de regels achterlaten van afval en betreft vaak grofvuil, zoals huisraad. Het meest kwetsbaar zijn de milieuparkjes waar weinig sociaal toezicht is of bij OPK inzamelcontainers bij scholen en verenigingen. Wanneer de inzamelcontainers geregeld zijn door de scholen of verenigingen zelf, zijn zij in principe verantwoordelijk voor het netjes houden van en rondom deze inzamelcontainers. De gemeente bepaalt (in overleg) wat de passende inzamelvoorziening is voor OPK inzameling. Wanneer het niet goed gaat neemt de gemeente het initiatief om hierover in gesprek te gaan met de betreffende scholen en/of verenigingen. Illegale afvaldumping is een overtreding van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer. Daarin staat een verbod voor particulieren om afval te dumpen. Het spreekt voor zich dat dumpen nadelige gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving.

NOVEMBER 2025

26

Samen aan de slag met kwaliteitsverbetering

27

Bijlage 1 Planning (op hoofdlijnen) 2026 2027 2028 2029 2030 H4 H4 H4 H5 H5 H5 H5 H5 H5 H5 H5 H5 H6 H6

onderzoek kringloopbrengpunt milieustraat verkennen samenwerking kringlopen Educatie bevorderen gedragsverandering extra OPK-verzamelcontainers onderzoek OPK-inzameling op termijn aanhangerregeling milieustraat GFTe-campagne hoog- en laagbouw pilot ander type GFTe cocon 2026 peiljaar kwaliteit grondstoffen kwaliteitsverbetering grondstoffen met inwoners kwaliteitsverbetering grondstoffen met verwerkers hot spot aanpak milieuparkjes aanpassing milieuparkjes tbv gedragsverandering

NOVEMBER 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=532efcce-30ba-4fd8-be5b-883b6e365789