Begroting 2026 gemeente Heiloo - (Nieuwe versie) 28 oktober 2025
Tekst van het document
Het onderhoud van de bomen in de parkbossen gebeurt volgens de regels van de Boomveiligheidsregistratie 2016. Het is verder inzichtelijk welke financiële middelen nodig zijn om dit goed te blijven uitvoeren De regels voor het bestaande en nieuwe groen in Heiloo, die in het omgevingsplan komen, zijn opgesteld De biodiversiteit in onze gemeente is toegenomen. Er is meer leefruimte voor bijen en vlinders, en er leven meer soorten insecten in de bermen. Dit blijkt uit de nectarindex in de jaarlijkse Kleurkeur-rapportage Bij herinrichtingen is er meer rekening gehouden met groen waardoor hittestress wordt verminderd. Dit geldt zowel in de openbare ruimte als bij particulieren, met als doel om koelere, meer leefbare omgevingen te creëren tijdens hete zomers
Wat gaan we daarvoor doen? Groenbeheerplan In lijn met actuele trends op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezonde leefomgevingen, speelt de gemeente met het groenbeheer in op de veranderende behoeften. Vanuit de vier thema’s van het in 2024 vastgestelde groenbeleidsplan – identiteit, gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie – geven we, op basis van het in 2025 geactualiseerde groenbeheerplan, richting aan het onderhoud en beheer van het gemeentelijk groen. Bescherming waardevol groen en bomen Ter bescherming van waardevol groen, zoals houtwallen en beeldbepalende bomen, bereiden we de regels voor die in het omgevingsplan komen. Ook verbeteren we de registratie, bescherming en het onderhoud van bomen in parkbossen op basis van de richtlijnen van de Boomveiligheidsregistratie 2016.
Begroting 2026 71
Verbeteren biodiversiteit We zien positieve ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit. Zo neemt de leefruimte voor bijen, vlinders en andere insecten toe, wat onder meer blijkt uit de nectarindex in de jaarlijkse Kleurkeur-rapportage. Herinrichtingen houden rekening met vergroening, wat bijdraagt aan het tegengaan van hittestress en het creëren van koelere, leefbaardere omgevingen zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein. Aan effectieve monitoring wordt gewerkt vanuit het programma Klimaat. Samenwerking met partners Om onze ambities te realiseren én te versterken, werken we intensief samen met partners als HHNK, Natuurmonumenten en Landschap Noord-Holland. Met hen verkennen we gezamenlijk kansen voor verdere vergroening binnen de gemeentegrenzen. Wat gaat het kosten? Bedragen x €1.000 Exploitatie
Meerjarenbegroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 Meerjarenbegroting 2028 Meerjarenbegroting 2029
Baten
543
549
550
550
Lasten
-7.875
-8.178
-8.346
-8.515
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-7.332
-7.629
-7.796
-7.965
Onttrekkingen
17
17
17
17
Mutaties reserves
17
17
17
17
-7.315
-7.612
-7.779
-7.948
Gerealiseerd resultaat
Begroting 2026 72
Financiële mutaties Financiële mutaties voor programmaonderdeel 3c. Aut = autonoom, nb = is nieuw beleid, N = nadeel, V = voordeel, I = incidenteel, S = structureel, PO= programmaonderdeel. 1 =1.000
korte omschrijving
2.026
2.027
2.028
2.029
I/S
aut
3c
.1
Bijstelling Cocensus
3 N
3 N
3 N
3 N
S
aut
3c
.2
Onderhoud gemeentewerf
35 N
10 N
10 N
10 N
I
aut
3c
.3
Grondbank Heiloo
14 N
14 N
14 N
14 N
S
aut
3c
.4
Boomveiligheidscontrole
125 N
0
0
0
I
aut
3c
.5
Meerjarig onderhoudsplan
2 N
0
0
0
I
aut
3c
.6
Hurenopbrengst
2
V
2 V
2 V
2 V
S
aut
3c
.7
Kapitaallasten
217 V
185 V
185 V
318 V
S
aut
3c
.8
Leges en andere rechten
5 N
0
0
0
I
Totaal mutaties Begroting 2026
35
160 V
161 V
293 V
V
Financiële toelichting 3c.1 Bijstelling Cocensus Aansluiting op begroting 2026 Cocensus. 3c.2 Onderhoud gemeentewerf Voor het onderhoud van de gemeentewerf is een bedrag bijgeraamd voor extra onderhoud. Daarnaast is voor de werf een meerjarigonderhoudsplan nodig. 3c.3 Grondbank Heiloo In 2023 heeft het college besloten dat er voortaan een officiële grondbank in Heiloo komt onder de BRL-vlag van Bergen. Voor zeven, keuringen en administratie is destijds een bedrag van €14.000 gereserveerd. Omdat er op dat moment nog geen eigen FCL voor de grondbanken bestond, is het bedrag tijdelijk op de FCL van Rosendaal geplaatst. Met deze overheveling wordt dit gecorrigeerd. 3c.4 Boomveiligheidscontrole Om aan onze wettelijke zorgplicht voor boomveiligheid te voldoen is het noodzakelijk om een boomveiligheidscontrole uit te voeren voor bosplantsoenen. Deze wordt vooralsnog incidenteel uitgevoerd. Eind 2025 wordt een groenbeheerplan aangeleverd. Hierin zal structureel vanaf 2027 een weergave van de benodigde budgetten worden weergegeven en eventueel aangevraagd. Begroting 2026 73
3c.5 Meerjarig onderhoudsplan Het meerjarig onderhoudsplan is verouderd en moet geactualiseerd worden. Hier meegenomen de aanpassingen binnen dit programmaonderdeel. 3c.6 Huuropbrengst De huuropbrengsten zijn geïndexeerd met 3,5% 3c.7 Kapitaallasten Wijzigingen kapitaallasten naar aanleiding van mutaties in de investering voor dit programmaonderdeel. 3c.8 Leges en andere rechten Actualisatie van de leges en andere rechten die onder dit programmaonderdeel vallen, gebaseerd op de berekening van kostendekkenheid.nl.
Verbonden partijen behorende bij programma 3 PO
Verbonden partij
3b
Vuilverbrandingsinstallatie e.o. (VVI)
3b
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN)
Begroting 2026 74
Programma 4: Een financieel gezonde gemeente
Begroting 2026 75
4. Een financieel gezonde gemeente Een financieel gezonde gemeente Wat willen we bereiken? 1. Een structureel sluitende begroting 2. Stabiele verantwoorde lokale lasten 3. Een verantwoorde weerstandscapaciteit Waaraan kunnen we zien of we het bereiken 1. Een vastgestelde meerjarig sluitende programmabegroting. 2. Een stabiele ontwikkeling van de lokale lasten. 3. De ontwikkeling van de weerstandscapaciteit, waarbij de weerstandsratio minimaal 1,20 is. Wat gaan we daarvoor doen? Structureel sluitende begroting De begroting moet volgens artikel 203 van de Gemeentewet structureel en realistisch in evenwicht zijn. Wanneer dat niet het geval is, moet aannemelijk zijn dat dit in de komende jaren zal worden bereikt. Dit betekent dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn. Een structureel en reëel sluitende begroting is een voorwaarde van de Provincie Noord-Holland om onder repressief toezicht te worden gesteld. Ons doel is een structureel sluitende begroting voor 2026 aan de raad voor te leggen. Stabiele verantwoorde lokale lasten Riool- en afvalstoffenheffing Uitgangspunt is dat de tarieven riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn.
Verder heeft de gemeenteraad van Heiloo als kader opgesteld dat bij de inwoner ‘zo laag mogelijke lokale lasten’ in rekening worden gebracht bij de doorbelasting van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Als hiervan wordt afgeweken dan wordt dat altijd aan de gemeenteraad voorgelegd ter goedkeuring.
Begroting 2026 76
Afval De opbrengst van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op een vaste en een variabele component. De hoogte van de vaste heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden en de hoogte van de variabele heffing is afhankelijk van het aantal malen dat er restafval wordt aangeboden. Door de invoering van een vast tarief en een variabel tarief is er sprake van een financiële prikkel tot afvalscheiding. Inwoners die veel restafval aanbieden betalen daardoor een hoger bedrag aan afvalstoffenheffing dan inwoners die afval beter scheiden en daardoor minder vaak restafval aanbieden. Onroerende zaakbelasting (OZB) Voor de OZB is per 2026 een stijging nodig van 4,2% om de korting op de algemene uitkering door het Rijk te kunnen compenseren. Dit percentage is gebaseerd op de pNB (prijs Nationale Bestedingen) en is vermeld in het Centraal Economisch Plan van maart 2025 van het Centraal Planbureau. Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Deze extra opbrengst volgt niet uit een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. Verantwoorde weerstandscapaciteit De gemeente identificeert periodiek de risico’s en beoordeelt of er maatregelen genomen kunnen worden om deze risico’s te beperken. Wat gaat het kosten? Bedragen x €1.000 Exploitatie
Meerjarenbegroting 2026 Meerjarenbegroting 2027 Meerjarenbegroting 2028 Meerjarenbegroting 2029
Baten
51.362
52.627
50.608
Lasten
-9.680
-8.781
-8.619
-8.299
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
41.682
43.846
41.989
43.076
Onttrekkingen
0
0
0
0
Stortingen
0
0
0
0
Mutaties reserves
0
0
0
0
41.682
43.846
41.989
43.076
Gerealiseerd resultaat
51.375
Begroting 2026 77
Financiële mutaties Financiële mutaties voor programmaonderdeel 4. Aut = autonoom, nb = is nieuw beleid, N = nadeel, V = voordeel, I = incidenteel, S = structureel, PO= programmaonderdeel. 1 =1.000
korte omschrijving
2.026
2.027
2.028
2.029
I/S
aut
4
.1
Bijstelling Cocensus
14 V
14 V
14 V
14 V
S
aut
4
.2
Dividend
18 V
18 V
18 V
18 V
S
aut
4
.3
Rente op geldleningen
9 V
20 V
91 V
292 V
S
aut
4
.4
Grondbank Heiloo
14 V
14 V
14 V
14 V
S
aut
4
.5
Meerjarig onderhoudsplan
6 N
0
0
0
I
aut
4
.6
Omzetbelasting
47 N
46 N
46 N
46 N
S
aut
4
.7
Salarissen
17 N
19 N
19 N
19 N
S
aut
4
.8
Bijdrage VNG GGU (gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering)
9 N
9 N
9 N
9 N
S
aut
4
.9
Bijdrage RHCA
24 V
20 V
17 V
13 V
S
nb
4
.10 Huisvestingskosten werkorganisatie BUCH
61 V
61 V
61 V
61 V
S
nb
4
.11 Verwerking verdeling huisvestingskosten werkorganisatie BUCH
406 N
406 N
406 N
406 N
S
aut
4
.12 Kapitaallasten
318 N
295 N
359 N
484 N
S
aut
4
.13 Indexatie +areaaluitbreiding OZB woningen
275 V
275 V
275 V
275 V
S
Totaal mutaties Begroting 2026
388 N
354 N
350 N
278 N
omb
4
.1
Ombuiging WOZ niet woningen
240 V
490 V
490 V
490 V
S
omb
4
.2
Ombuiging Stelpost coalitieakkoord
300 V
300 V
300 V
300 V
S
Totaal mutaties ombuigingen
540 V
790 V
790 V
790 V
43
Financiële toelichting 4.1 Bijstelling Cocensus Aansluiting op begroting 2026 Cocensus. 4.2 Dividend Winststijging waardoor dividenduitkering toeneemt.
Begroting 2026 78
4.3 Rente op geldleningen De rente op geldleningen is geactualiseerd. 4.4 Grondbank Heiloo In 2023 heeft het college besloten dat er voortaan een officiële grondbank in Heiloo komt onder de BRL-vlag van Bergen. Voor zeven, keuringen en administratie is destijds een bedrag van €14.000 gereserveerd. Omdat er op dat moment nog geen eigen FCL voor de grondbanken bestond, is het bedrag tijdelijk op de FCL van Rosendaal geplaatst. Met deze overheveling wordt dit gecorrigeerd. 4.5 Meerjarig onderhoudsplan Het meerjarig onderhoudsplan is verouderd en moet geactualiseerd worden. Hier meegenomen de aanpassingen binnen dit programmaonderdeel. 4.6 Omzetbelasting In 2025 is een correctie gekomen op de omzetbelasting welke voor het gemeentehuis aftrekbaar is. Er is minder omzetbelasting aftrekbaar waardoor de kosten hoger worden. 4.7 Salarissen Op basis van de vernieuwde CAO ( looptijd tot 31-3-2026) worden de salarissen aangepast. 4.8 Bijdrage VNG GGU (gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering) Bijdrage per inwoner stijgt van € 4,574 naar € 4,644, in 2024 was de bijdrage nog € 3,79, deze verhoging is nooit verwerkt in de begroting Contributie stijgt met 2,1% ten opzichte van 2025. In 2025 is de contributie ook al gestegen, deze verhoging is nooit verwerkt in de begroting. 4.9 Bijdrage RHCA Indexatie op basis van de deelnemersbijdrage zoals vermeld in kadernota.
4.10 Huisvestingskosten werkorganisatie BUCH Verwerking nieuwe uitgangspunten en afspraken over de verdeling van kosten voor huisvesting van de werkorganisatie conform besluit college d.d. 8-7-2025.
Begroting 2026 79
4.11 Verdeling huisvestingskosten werkorganisatie BUCH Verwerking nieuwe uitgangspunten en afspraken over de verdeling van kosten voor huisvesting van de werkorganisatie conform besluit college d.d. 8-7-2025. Bij de start van de BUCH-werkorganisatie in 2017 is afgesproken dat de huisvesting door de vier gemeenten om niet beschikbaar wordt gesteld aan de werkorganisatie BUCH. Dit is destijds vastgelegd in de gebruikersovereenkomsten. Bestuurlijk is de wens uitgesproken om te komen tot nieuwe uitgangspunten en afspraken over de verdeling van de kosten voor huisvesting. In de nieuwe uitgangspunten gaat de werkorganisatie BUCH de werkplekken, met uitzondering van de zogenoemde HUBs, in gemeentehuizen van Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo huren De BUCH betaalt de vastgestelde huur- en exploitatielasten aan de betreffende gemeenten, waardoor de lasten via een reguliere verdeelsleutel over de gemeenten worden verdeeld. 4.12 Mutatie kapitaallasten Wijzigingen kapitaallasten naar aanleiding van mutaties in de investering voor dit programmaonderdeel. 4.13 Indexatie+ areaaluitbreiding OZB- woningen De onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen wordt geactualiseerd op basis van een indexatie van 4,2% (pNB - prijs Nationale Bestedingen) en de areaaluitbreiding. Ombuigingen 4.1 OZB niet woningen Verhoging van het tarief naar 0,5% voor niet-woningen.
De verhoging van het tarief naar 0,5%% zou (op basis van het areaal 2025) resulteren in een opbrengst van € 2.080.000. Voorgesteld wordt om de eventuele verhoging naar 0,5% in 2 jaar in te voeren. 4.2 Stelpost coalitieakkoord Bij het aanbieden van de Programmabegroting 2023 is een conceptuitvoeringsprogramma opgesteld op basis van het collegeprogramma 20222026. Ter dekking van de lasten die samenhangen met de ambities uit dit akkoord, was in de begroting een structurele stelpost van € 300.000 opgenomen. Deze stelpost wordt nu teruggedraaid.
Begroting 2026 80
Beleidsindicatoren B
U
C
H
NL
Overzicht verplichte indicatoren
score
score
score
score
score
jaar
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
1.135
1.080
869
1.008
957
2025 €
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
1.236
1.204
966
1.143
1.050
2025 €
Formatie / Fte per 1.000 inwoners
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.b.
aantal per 1.000 inw.
Bezetting / Fte per 1.000 inwoners
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.b.
aantal per 1.000 inw.
Apparaatskosten / Kosten per inwoner
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.b.
euro
Externe inhuur / Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1.122
n.b.
%
Overhead in % van totale lasten
13,1
16,0
14,8
12,1
n.b.
2025 %
Verbonden partijen behorende bij programma 4 PO
Verbonden partij
4
Cocensus
4
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
4
Werkorganisatie BUCH (BUCH)
4
Alliander
Begroting 2026 81
Overzicht meerjaren investeringsplan per cluster Stand na begroting 2026 Cluster Bedragen x € 1
2025
Afval
2026
2027
2028
2029
Totaal
79.623
46.500
40.000
58.000
0
224.123
Onderwijs
1.574.230
377.700
13.770.000
0
0
15.721.930
Openbare ruimte
26.804.273
11.316.581
8.334.594
1.958.800
1.444.755
3.749.543
Overige
327.709
608.000
0
50.000
0
985.709
Recreatie
3.216.052
1.772.666
40.000
658.000
470.000
6.156.718
Riolering
395.001
2.470.351
800.000
154.000
1.344.000
5.163.352
Totaal
16.909.196
13.609.811
16.608.800
2.364.755
5.563.543
55.056.105
Stand uit kadernota 2026 Cluster Bedragen x € 1
2025
Afval
2026
2027
2028
2029
Totaal
79.623
46.500
40.000
58.000
0
224.123
Onderwijs
1.574.230
377.700
13.770.000
0
0
15.721.930
Openbare ruimte
34.879.287
12.046.223
6.852.981
1.500.180
6.378.000
8.101.903
Overige
796.061
35.000
0
50.000
0
881.061
Recreatie
3.968.993
1.019.725
40.000
658.000
470.000
6.156.718
Riolering
1.213.664
1.351.688
800.000
154.000
1.344.000
4.863.352
Totaal
19.678.794
9.683.594
16.150.180
7.298.000
9.915.903
62.726.471
Verschil begroting - kadernota Cluster Bedragen x € 1
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal
Afval
0
0
0
0
0
Onderwijs
0
0
0
0
0
0 0
Openbare ruimte
-729.642
1.481.613
458.620
-4.933.245
-4.352.360
-8.075.014
Overige
-468.352
573.000
0
0
0
104.648
Recreatie
-752.941
752.941
0
0
0
0
Riolering
-818.663
1.118.663
0
0
0
300.000
Totaal
-2.769.598
3.926.217
458.620
-4.933.245
-4.352.360
-7.670.366
Begroting 2026 82
Afval Geen mutaties. Materieel Geen mutaties. Onderwijs Geen mutaties. Openbare ruimte € 8.075.014 (V) totaal Nieuw € 51.000 (N) Een nieuw krediet voor het laten herstellen van de markt en evenementenkasten. Nieuw € 1.674.312 (N) Nieuwe kredieten op basis van het MJOP-kunstwerken 2025-2029 vastgesteld in de raad van 23 juni 2025. Bestaand € 9.710.227 (V) Door vertraging in de planning zijn de kredieten met betrekking tot de A9 doorgeschoven naar latere jaren. Bestaand € 90.099 (V) Het krediet herinrichting Zevenhuizerlaan is verlaagd, doordat een tweede subsidie aan dit project is toegekend. Overige € 104.648 (N) totaal Nieuw € 101.648 (N) Een nieuw krediet voor de aanpassing indeling gemeentehuis Heiloo is toegevoegd. Bestaand € 3.000 (N) Het krediet voor de vervanging van de garagedeuren Gemeentewerf is hoger dan ingeschat. Recreatie Geen mutaties. Riolering € 300.00 (N) totaal Nieuw € 300.000 (N) Er is een investering van riool afgesloten. Om deze reden is de verwachtte dotatie van de spaarvoorziening riool komen te vervallen. De bijdrage van de spaarvoorziening blijft beschikbaar voor een andere investering riool. Dit wordt in de 2de firap gecorrigeerd. Begroting 2026 83
Paragrafen
Begroting 2026 84
Paragraaf A: Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijke bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarbij de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen, leges en retributies). Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de gemeentelijke belastingen en heffingen voor 2026. Tevens wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengsten, gebaseerd op de in de kadernota 2026 opgenomen uitgangspunten. De vaststelling van de tarieven gebeurt niet bij de begroting maar separaat bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2026. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1 tarievenbeleid 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing 2.2 Leges 2.3 Begraafplaatsrechten 2.4 Marktgelden 2.5 Onroerende-zaakbelastingen 2.6 Rioolheffing 2.7 Toeristenbelasting 2.8 Bedrijven investeringszones 3 Overzichten 3.1 Opbrengstenoverzicht 3.2 Overzicht Kostendekkendheid leges. 4 Kwijtscheldingsbeleid 5 Lokale lastendruk
Begroting 2026 85
1. Tarievenbeleid Berekende tarieven over heffingen en leges kunnen leiden tot tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar beneden op 5 cent, 10 cent of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort. De variabele tarieven van de afvalstoffenheffing worden niet afgerond. Om te voorkomen dat lagere tarieven door de afronding nooit tot een verhoging komen vindt indexering plaats op de niet afgeronde tarieven 2025. Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de voorziening afval c.q. riool. Onroerende zaakbelasting Voor de OZB is per 2026 een stijging nodig van 4,2% om de korting op de algemene uitkering door het Rijk te kunnen compenseren. Dit percentage is gebaseerd op de pNB (prijs Nationale Bestedingen) en is vermeld in het Centraal Economisch Plan van maart 2025 van het Centraal Planbureau. Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Deze extra opbrengst volgt niet uit een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw.
Toeristenbelasting en lijkbezorgingsrechten De overige lokale heffingen binnen de gemeente Heiloo zijn de toeristenbelasting en de lijkbezorgingsrechten. De tarieven voor de toeristenbelasting en lijkbezorgingsrechten worden geïndexeerd met 2,6%. Dit percentage betreft de consumentenprijsindex (CPI), gebaseerd op de verwachting van het Centraal Planbureau (CPB). 2. Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing Het ophalen van huishoudelijk afval is een taak die de Gemeente Heiloo kostendekkend wil uitvoeren. Vertrekpunt is dat de kosten die toegerekend kunnen worden, ook daadwerkelijk onderdeel van het tarief uitmaken Tot de kosten voor het inzamelen en verwerken van de afvalstoffen behoren de directe kosten inclusief fte en overhead en tevens een aandeel in de kosten van de BTW. Het niet doorrekenen van BTW leidt namelijk tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering. Vanaf 2021 wordt de opbrengst van de afvalstoffenheffing gebaseerd op een vaste en een variabele component. De hoogte van de vaste heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden en de hoogte van de variabele heffing is afhankelijk van het aantal malen dat er restafval wordt aangeboden. Door de invoering van een vast tarief en een variabel tarief is er sprake van een financiële prikkel tot afvalscheiding. Begroting 2026 86
Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen. De afvalstoffenheffing kent, buiten de tarieven voor het afhalen van grofvuil aan huis, een tweetal vaste tarieven, een tarief voor: • •
éénpersoonshuishoudens; twee- of meerpersoonshuishoudens.
Daarnaast is er sprake van een variabele component van de afvalstoffenheffing in de vorm van een tarief per containerlediging of inworp per afvalzak in een verzamelcontainer. De laagbouw heeft een PMD minicontainer aan huis. Omdat de hoogbouw dit niet heeft en daardoor PMD met het restafval wordt aangeboden, wordt op het tarief per inworp in een trommel van een verzamelcontainer een korting toegepast. Het variabele gedeelte van de heffing wordt opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ in het jaar, volgend op het jaar waarin de ledigingen of inworpen hebben plaatsgevonden. Kerncijfers In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van het aantal eenpersoons- en twee- of meerpersoonshuishoudens. In deze aantallen wordt de komende jaren een lichte groei verwacht. Opbrengsten De opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd: Met de voorgestelde tarieven op basis van indexering met de CPI wordt een kostendekkendheid beoogd van 100%. Vaste heffing bedragen x €
2025
2026
Eénpersoonshuishouden
196,00
199,00
Meerpersoonshuishouden
308,00
313,00
Variabele heffing bedragen x €
2025
2026
Per lediging container 140 liter
3,71
3,77
Per lediging container 240 liter
6,36
6,46
Per inworp trommel 30 liter
0,54
0,55
Per inworp trommel 60 liter
1,08
1,10
Begroting 2026 87
Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Afvalstoffenheffing
3.463.000
3.532.000
3.599.000
3.675.000
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Bedragen x € 1 Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
Begroting 2026 2.745.000 525.000 2.220.000
Toe te rekenen kosten: BTW
333.000
toegerekende overhead
707.000
Dubieuze debiteuren 1%
35.000
Storting in voorziening
101.000
A Totale kosten
3.396.000
Opbrengst heffingen
3.036.000
Opbrengst variabele heffing Kwijtschelding B Totale opbrengsten B-A opbrengsten minus kosten Onttrekking voorziening Dekkingspercentage (B/A)
428.000 68.000 3.396.000 0 0 100%
Begroting 2026 88
2.2 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening. Kosten en opbrengsten De opbrengsten betreffen de verwachte inkomsten in 2025, zoals opgenomen in het financieel systeem. De kosten bestaan uit verschillende componenten: • • •
de directe kosten die aan het product zijn te relateren\(bijvoorbeeld afdracht aan Rijk voor een geleverd paspoort); de directe apparaatskosten (de salarislasten van het personeel dat direct aan het product werkt); de toegerekende overhead.
Door de berekende kosten af te zetten tegen de begrote opbrengsten, kan de kostendekkendheid worden bepaald. Kostendekkendheid en transparantie De legestarieventabel is in 2024 geactualiseerd en waar mogelijk geharmoniseerd voor de BUCH-gemeenten. Dit heeft geleid tot een uniforme tarieventabel. Verder is een onderzoek uitgevoerd naar de kostenonderbouwing voor de gezamenlijke BUCH-gemeenten. Landelijk zijn de leges verdeeld in 3 hoofdstukken. Alle hoofdstukken tezamen mogen uiteindelijk maximaal 100% kostendekkend zijn. Verdere uitwerking hiervan is per hoofdstuk en onderverdeling in paragrafen opgenomen in het onder 3.2 weergegeven overzicht 2.3 Begraafplaatsrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De rechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten. Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingrechten is kostendekking op de tarieven die betrekking hebben op: • • •
De uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud); Het begraven; De algemene kosten voor het in stand houden (groenbeheer) van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Begroting 2026 89
Kerncijfers en areaal De kerncijfers bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven, het aantal begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen. Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2,6% stijging van de opbrengsten worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Begraafplaatsrechten
151.000
151.000
151.000
151.000
Kostendekkendheid begraafplaatsrechten Bedragen x € 1 Kosten, incl. (omslag)rente
Begroting 2026 238.000
Inkomsten, excl. Heffingen
35.000
Netto kosten
203.000
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten A Totale kosten
158.000 0 361.000
Opbrengsten heffingen B Totale opbrengsten Dekkingspercentage B/A
151.000 42%
Begroting 2026 90
2.4 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op markten wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld wordt gedaan naar strekkende meters van de kraam. Zoals uit het volgende overzicht blijkt zijn de kosten van de markten hoger dan de inkomsten, van volledige kostendekking is geen sprake. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen. Bedragen x € 1
2026
2027
2028
2029
Marktgeld
34.000
34.000
34.000
34.000
Kostendekkendheid marktgelden Bedragen x € 1
Begroting 2026
Kosten, incl. (omslag)rente
26.000
Inkomsten, excl. Heffingen
3.000
Netto kosten
23.000
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten A Totale kosten
19.000 0 42.000
Opbrengsten heffingen B Totale opbrengsten Dekkingspercentage B/A
34.000 81%
Begroting 2026 91
2.5 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Onder de naam onroerende zaakbelastingen kunnen een drietal belastingen worden geheven; • • •
een belasting voor eigenaren van woningen; een belasting voor eigenaren van niet-woningen; een belasting voor gebruikers van niet-woningen.
Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Onroerende zaakbelasting wordt geheven van eigenaren van woningen en van eigenaren van niet-woningen. De heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen is in Heiloo per 2022 afgeschaft. Daarbij is de opbrengst van de gebruikersbelasting opgenomen in de OZB opbrengst van eigenaren van niet-woningen. De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag 2026 is afhankelijk van de WOZ-waarde op de waardepeildatum. Dit betreft de verkoopwaarde van de onroerende zaak per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar, in dit geval 1 januari 2025. De waarde van de onroerende zaken wordt bepaald en vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Deze waarde, vermenigvuldigd met een percentage daarvan (het tarief) vormt het aanslagbedrag OZB. Uitgangspunt is dat de OZB opbrengsten worden verhoogd op basis van de pNB (prijs Nationale Bestedingen) over het vorige jaar om budgetneutraal te blijven ten aanzien van de korting op de algemene uitkering door het Rijk. Deze pNB (2024 = 4,2%) is medio februari 2025 gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (Centraal Planbureau).
Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen, de totaalwaarde van de niet-woningen en de vrijstellingen. In Heiloo is de heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen per 2022 afgeschaft onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het percentage leegstand en de omvang van de OZB-vrijstelling op woondelen bij niet-woningen. Voor de OZB-eigenaren opbrengst zijn beide factoren niet relevant.
Begroting 2026 92
Opbrengsten Uitgangspunt is dat de OZB opbrengsten worden verhoogd op basis van de pNB (prijs Nationale Bestedingen) over het vorige jaar om budgetneutraal te blijven ten aanzien van de korting op de algemene uitkering door het Rijk. Deze pNB (2024 = 4,2%) is medio februari 2025 gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (Centraal Planbureau). Daarnaast worden de opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. Rekening houdend met de hierboven benoemde uitgangspunten worden de begrote opbrengsten exclusief areaaluitbreiding als volgt geraamd waarbij ten aanzien van de aangegeven opbrengsten voor de jaren 2027, 2028 en 2029 indexatie op basis van de pNB wordt toegepast. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Eigenaren woningen
5.875
5.875
5.875
5.875
Eigenaren niet-woningen
1.812
2.062
2.062
2.062
Totaal OZB
7.687
7.937
7.937
7.937
2.6 Rioolheffing Doel van de rioolheffing is om de kosten te dekken met betrekking tot de afvoer van afvalwater, hemelwater en het beheer van het grondwaterpeil. Doorbelast worden de kosten van riool inclusief omslagrente, personeel, overhead en BTW. Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging, onkruidbestrijding en beschoeiingen. In het in juni 2023 aangenomen Programma Water en Riolering (PWR) is opgenomen dat baggeren voor 50% wordt doorbelast. Deze kosten houden meer dan zijdelings verband met de taken waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door te baggeren blijft het riool schoner. Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met het afgevoerde water dat vanuit het object wordt afgevoerd. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers (areaal) In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van 11.311 eenheden. Begroting 2026 93
Tarieven Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel waarbij 300 m3 waterverbruik het uitgangspunt vormt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder deze eerste eenheid. Verder is er sprake van een tarief voor afgevoerd afvalwater van: • • • • •
300 tot 500 kubieke meters; 500 tot 1000 kubieke meters; 1000 tot 2000 kubieke meters; meer dan 2000 kubieke meters; elke extra 1000 kubieke meters boven de 2000.
Door de keuze van een spaarvoorziening voor duurzame financiering dienen de in PWR opgenomen tarieven onder toepassing van jaarlijkse indexatie gevolgd te worden. Indexatie van het tarief 2025 van € 222,00 met de consumentenprijsindex van 2,6% leidt tot een basistarief van € 228,00 voor 2026. Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd: Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Rioolheffing
2.669.000
2.739.000
2.810.000
2.880.000
Begroting 2026 94
Kostendekkendheid rioolheffing Bedragen x € 1 Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente
Begroting 2026 1.820.000
Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
-5.000 1.815.000
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
268.000
Doorberekening baggerkosten
15.000
Extra rente (1,0%)
149.000
BTW
226.000
Storting in voorziening
146.000
Totale kosten
2.619.000
Opbrengst heffingen
2.669.000
Kwijtschelding
50.000
Totale opbrengsten
2.619.000
Dekkingspercentage
100%
2.7 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van de gemeente zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt na afloop van het belastingjaar plaats, op basis van de ingediende aangiften. Kerncijfers en areaal Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen. In de uitvoering van de toeristenbelasting wordt periodiek gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf.
Begroting 2026 95
Opbrengsten Rekening houdend met het bovengenoemde worden de begrote opbrengsten voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd: Tarief Aan de raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief toeristenbelasting 2026 vast te stellen. Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Toeristenbelasting
54.556
54.556
54.556
54.556
2.8 Bedrijven investeringszone (BIZ) De gemeente faciliteert BIZ-organisaties door de BIZ-bijdragen te innen op basis van BIZ-verordeningen. In 2021 is op initiatief van de ondernemers in het stationscentrum in Heiloo een bedrijveninvesteringszone ingevoerd. De Verordening BIZ stationscentrum is per 2024 vernieuwd met een looptijd van 5 jaar. Het tarief van deze BIZ-bijdrage betreft een vast bedrag van € 480,00 per jaar. De opbrengsten worden, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van subsidies uitgekeerd aan de BIZ-vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoeren. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet hierbij wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte.
Begroting 2026 96
3. Overzichten 3.1 Opbrengstenoverzicht PO
Grootboek
Omschrijving
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
1a
6020010
Rijbewijzen
132.000
151.000
148.000
154.000
1a
6020020
Burgerlijke stand
21.000
21.000
21.000
21.000
1a
6020030
Reisdocumenten
360.000
407.000
345.000
131.000
1a
6020050
Diverse leges
13.000
10.000
10.000
10.000
1a
6020070
Naturalisaties
25.000
25.000
25.000
25.000
1a
6020080
Verklaring Omtrent Gedrag VOG
3.000
2.000
2.000
2.000
1b
6660400
Gehandicapten parkeerkaarten
15.000
15.000
15.000
15.000
2a
6570400
Evenementen en volksfeesten
2.000
2.000
2.000
2.000
2b
6330100
Inkomsten Markten
34.000
34.000
34.000
34.000
3a
6810100
Bestemmingsplannen
3a
6830500
Leges omgevingsvergunningen
3b
6720100
3b
6730100
3c 3c
2.000
2.000
2.000
2.000
792.000
565.000
565.000
565.000
Baten Rioolheffing
2.669.000
2.739.000
2.810.000
2.880.000
Baten Afvalstoffenheffing
3.463.000
3.532.000
3.599.000
3.675.000
6210800
Leges kabels en leidingen
153.000
159.000
160.000
160.000
6750100
Baten begraafplaatsrechten
151.000
151.000
151.000
151.000
4a
6061100
Baten OZB woningen
5.875.000
5.875.000
5.875.000
5.875.000
4a
6062100
Baten OZB bedrijven
1.812.000
2.062.000
2.062.000
2.062.000
15.522.000
15.752.000
15.826.000
15.764.000
3.2 Kostendekkendheid leges De legestarieventabel is verdeeld in 3 hoofdstukken. De afzonderlijke hoofdstukken zijn onderverdeeld in verschillende paragrafen. Hoofdstuk 1 betreft leges voor algemene dienstverlening, zoals aanvragen voor rijbewijzen, reisdocumenten en uittreksels. Hoofdstuk 2 betreft leges voor dienstverlening in het kader van de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, erfgoed, milieu, natuur en water. Begroting 2026 97
Hoofdstuk 3 betreft dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Dit betreffen leges voor de behandeling van aanvragen van vergunningen ten behoeve van dienstverrichters of dienstverleners. De leges mogen “overall” op het niveau van de gehele verordening maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit betekent dat (met uitzondering van hoofdstuk 3) een onderdekking op het ene hoofdstuk gecompenseerd mag worden met een overdekking op een ander hoofdstuk. De volgende tabel geeft de kostendekkendheid van de leges in Heiloo weer: Onderwerp legesverordening
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand
4.886
19.857
15.906
20.737
51,02%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
191.999
123.860
99.208
360.356
86,82%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
41.895
68.695
55.013
132.172
79,81%
6.405
5.134
9.175
79,51%
1.693
1.633
1.309
3.472
74,92%
13.500
80.020
61.219
170.276
110,04%
3.057
2.155
3.410
65,44%
303.527
239.944
699.598
87,73%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1
253.972
Begroting 2026 98
Onderwerp legesverordening
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase
25.407
15.792
16.712
40,57%
306.692
190.618
731.532
134,07%
Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten
11.651
7.242
4.206
22,26%
Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten
4.510
2.804
1.500
20,51%
Paragraaf 2.12 - Modaliteiten
129.366
73.144
56.371
27,84%
Paragraaf 2.13 - Vermindering
4.059
2.523
-16.860
-256,15%
481.685
292.123
793.461
96,51%
3.518
2.414
3.283
55,36%
11.152
7.654
1.525
8,11%
476
327
319
39,68%
Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
48.308
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven
Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2
48.308
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 - Standplaatsen Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
1.295
970
1.183
52,23%
Totaal hoofdstuk 3
16.441
11.365
6.310
22,69%
801.653
543.432
1.499.369
91,02%
Totaal
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3
302.280
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Kostendekking Hoofdstuk 1
253.972
303.527
239.944
699.598
87,73%
Kostendekking Hoofdstuk 2
48.308
481.685
292.123
793.461
96,51%
16.441
11.365
6.310
22,69%
801.653
543.432
1.499.369
91,02%
Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel
302.280
Begroting 2026 99
4. Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Heiloo 2025” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Heiloo wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Heiloo gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt opgevangen binnen de kostendekking van met name afvalstoffen- en rioolheffing. Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. Kerncijfers Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden. Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing.
Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen worden de uitgaven voor 2026 tot en met 2029 als volgt geraamd: Bedragen x €
2026
2027
2028
2029
Kwijtschelding riool
50.000
50.000
50.000
50.000
Kwijtschelding afval
68.000
68.000
68.000
68.000
Begroting 2026 100
5. Lokale lastendruk De lokale woonlasten worden bepaald door de afvalstoffenheffing, de OZB en de rioolheffing. De hoogte van deze belasting en heffingen tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk” De lokale lastendruk wordt bijgehouden door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) In dit artikel zijn de meest recente gegevens gebruikt, afkomstig uit de door het COELO gepubliceerde atlas van de lokale lasten 2025. De lokale lastendruk (2025) in Heiloo bedraagt gemiddeld voor een: • • • •
één persoonshuishouden met eigen woning € 1.008, in 2024 was dat € 891 en in 2023 was dat € 831. meerpersoonshuishouden met eigen woning € 1.143, in 2024 was dat € 1.023 en in 2023 was dat € 955. één persoonshuishouden met een huurwoning € 441, in 2024 was dat € 432 en in 2023 was dat € 409; meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 577, in 2024 was dat € 564 en in 2022 was dat € 532.
Woonlasten 2025 en rangnummers landelijk De gemeentelijke woonlasten voor huishoudens met een koopwoning en een huurwoning zijn door het COELO in beeld gebracht en in een landelijke ranglijst opgenomen. De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 346 de hoogste. Heiloo bezet in de landelijke ranglijst van gemeentelijke woonlasten 2025 de volgende plaatsen: • •
meerpersoonshuishouden met een eigen woning: plaats 266, in 2024 was dat plaats 215, in 2023 plaats 187 en in 2022 plaats 217. meerpersoonshuishouden met een huurwoning: plaats 252, in 2024 was dat 262, in 2023 plaats 266 en in 2022 plaats 284.
Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2026, hangt naast de hoogte van de tarieven in Heiloo, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland. Benchmark woonlasten Noord-Holland 2025 De benchmark beoogt door middel van vergelijking van de tarieven en de gemeentelijke woonlasten op provinciaal niveau, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.
Begroting 2026 101