Beantwoording technische vragen VVD IHP 2025
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN VVD FRACTIE BIJ HET IHP
Vraag 1 Algemeen
Antwoord
Vraag 2 Algemeen Antwoord
Vraag 3 BLZ. 9
Antwoord
Vraag 4
Antwoord Vraag 5 Blz. 10, punt 2 Antwoord
Bij de RIA over het IHP heeft de VVD fractie gewezen op de vele miljoenen die het rijk voor verduurzaming en vernieuwbouw van schoolgebouwen beschikbaar heeft gesteld in het kader van het Nationaal Groeifonds. Hierover wordt niets gemeld in deze tekst. Graag uitleg waarom dit niet genoemd is. Wordt er alsnog een aanvraag ingediend? Zo nee, waarom niet? Het Nationaal Groeifonds heeft aan het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting in maart 2024 inderdaad een miljoenen investering toegekend. De regeling wordt nu uitgewerkt en zal in het najaar beschikbaar komen. Een toekenning uit een dergelijk fonds zou in een dekkingsbijdrage kunnen voorzien maar dat is vooralsnog onduidelijk. Het kan mogelijk invloed hebben op de uitvoering van de beslispunt 6. Wij houden dat uiteraard in de gaten. Er wordt gekozen voor scenario 2; graag een onderbouwing waarom deze keuze wordt voorgesteld en niet scenario 1. Met beide scenario’s acht het college en de schoolbesturen een gedegen IHP vast te kunnen stellen. Scenario 1 is qua uitvoeringstempo ambitieuzer dan scenario 2. Echter, gezien het financieel perspectief van de gemeente begroting lijkt scenario 2 het college meer realistisch. Er wordt gesproken over het beschikbaar stellen van een leenfaciliteit door de gemeente; graag nadere uitleg wat hiermee bedoeld wordt.
Gaat de gemeente zelf de lening verstrekken of gaat de gemeente garant staan bij de aanvraag van een lening door het schoolbestuur? Indien het eerste van toepassing is, graag nadere verduidelijking over de voorwaarden en de gevolgen hiervan voor de gemeentelijke begroting. Dit gaat om de schoolgebouwen waarvoor in het IHP de komende jaren geen gemeentelijke investering is opgenomen. Het is aan de schoolbesturen om daarvoor de verduurzamingsoperatie uit te voeren. De gemeente kan hierin faciliterend optreden. Dat principe staat in de beleidskaders van het IHP. De wijze waarop de gemeente hierin kan opereren dient in het kader van de route verduurzaming nog nader te worden uitgewerkt. Indien de uitwerking een beslag op de gemeentebegroting zal hebben, zal dit in het kader van het budgetrecht eerst aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Er wordt gesproken over het geven van een financiële bijdrage aan de stap van BENG naar ENG; wat is het budget dat hiervoor (maximaal) beschikbaar wordt gesteld? Wat zijn de gevolgen hiervan voor de gemeentelijke begroting? Zie het antwoord op de vorige vraag.
Op welke manier wordt getoetst of de schoolbesturen inderdaad een MJOP en EML opstellen? Wat is de rol van de gemeente hierin? De gebouweigenaren (over het algemeen de schoolbesturen) zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een Meerjaren onderhoudsplanning en een Erkende maatregelen energiebesparing. De gemeente heeft formeel geen direct controlerende rol hierin. Op het
Vraag 6 Blz. 10, punt 5 Antwoord
Vraag 7 Blz. 13
Antwoord
Vraag 8
Antwoord Vraag 9 Blz. 14 Antwoord
moment dat het schoolbestuur aan de gemeente om een faciliteit verzoekt in het kader van verduurzaming dient het schoolbestuur een MJOP en EML te overleggen. Wat zijn de te verwachten kosten voor de gemeente voor de hier genoemde scan? Hoe groot is de kans dat deze uitgevoerd zal gaan worden en op welke termijn? Zie pagina 38 De volgende schoolgebouwen komen in aanmerking voor een scan: ▪ IKC Benedictus ▪ IKC St. Radboud ▪ IKC Willibrord ▪ De Spingschans ▪ Jan van Rijkckenborghschool Voor het uitvoeren van de scans voor hiervoor genoemde schoolgebouwen is een bedrag nodig van € 20.000, - (€4.000,- per gebouw). De uitwerking vindt in overleg met de schoolbesturen plaats. Er ligt nog geen planning. Er wordt gesteld dat het bestuur van het PCC de ambitie heeft om het Junior College te laten groeien. Wat betekent dit? Slechts meer leerlingen toelaten in de bestaande structuur of ook een wijziging van de structuur? Indien dit laatste wordt beoogd, rijzen de volgende vragen: 1) Welke wijziging wordt geambieerd? 2) In hoeverre is hierover overleg met de andere besturen geweest? 3) Wat is het standpunt van het college over deze ambitie? 4) Wat zijn dan de consequenties voor de gemeente w.b. financiën en ruimtelijke ordening? Deze ambitie is door het bestuur van het PCC geuit.
1) Wij laten de externe communicatie hierover vooralsnog aan het PCC 2) De gezamenlijke schoolbesturen voor voortgezet onderwijs stemmen het regionale aanbod met elkaar af in een zogenoemd RPO (Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen). Hiermee wordt beoogd een breed gedifferentieerd en goed gespreid aanbod aan voortgezet onderwijs in de regio te behouden. Een nieuw RPO wordt voorbereid en t.z.t. aan de gemeente voorgelegd. 3) Wij wachten de onderwijsontwikkelingen af maar lopen met het IHP niet hierop vooruit. 4) Het college verbindt geen gevolgen aan ontwikkelingen die zich nog niet concreet hebben aangediend. Er wordt gesproken over een onderwijsvoorziening voor 10-14 jarigen die niet tot extra ruimtebehoefte zal leiden. Aan welke onderwijsfaciliteiten wordt gedacht? Heeft hierover overleg plaatsgevonden met de andere besturen voor V.O.? Zo ja, wat is hun mening over dit initiatief? Dit initiatief is in een eerste verkenningsfase. Zie verder het antwoord op de vorige vraag. Wat betreft de kosten lijkt dit een ‘open einde’ financiering te worden. Graag een overzicht van de te verwachten financiële consequenties. De financiering m²-s kinderopvang bij nieuwbouw zal voor de gemeente budgettair neutraal worden ingericht. Zie pag. 3 van het raadsvoorstel.
Vraag 10 Blz. 14, punt 9 Antwoord Vraag 11 Blz. 15, punt 1 / blz. 16
Antwoord
Vraag 12 Blz. 17 Antwoord
Vraag 13 Blz. 22 par. 3.4 Antwoord
‘haar’ is verwarrend, want gemeente is vrouwelijk, maar de genoemde activiteiten zijn niet van de gemeente; waarschijnlijk slaat dit terug op schoolbestuur, dus klopt het dat hier ‘zijn’ had moeten staan? U heeft gelijk. Volumeafspraken lijken haaks te staan op de op blz. 13 genoemde vrijheid van keuze. Hoe zal worden gewaarborgd dat deze keuzevrijheid niet aangetast zal worden? Kan vastgelegd worden – gelet op art. 23 grondwet - dat er in ieder geval altijd voldoende toegang tot het gekozen openbaar onderwijs zal zijn? Wat zullen de criteria voor toelating of afwijzing zijn? Wat zal de rol van de gemeenteraad hierbij zijn? De volumeafspraken hebben als doel een efficiënte inzet van het onderwijs vastgoed. Hiermee wordt ook het medegebruik van elkaar schoolgebouwen beheerst. Een schoolbestuur dient een consistent en transparant toelatingsbeleid op te stellen en te hanteren. Het schoolbestuur beslist uiteindelijk of een kind op de school wordt toegelaten. Weigering van kinderen op de basisschool is toegestaan maar hiervoor moeten wel goede redenen zijn. Leerlingen mogen niet willekeurig geweigerd worden. De school moet er voor zorgen dat het toelatingsbeleid bekend is en ze dit consequent toepast. Als een basisschool vol is, bestaat de kans op weigering. Het schoolbeleid bepaalt voor hoeveel leerlingen een school plek heeft. In dat kader zijn volumeafspraken toegestaan.
Als een openbare basisschool geen plaats heeft dan dient een leerling te worden toegelaten op een andere openbare basisschool. De gemeenteraad heeft hierin geen directe rol. Is er overleg geweest met het Samenwerkingsverband over deze voorstellen? Zo ja, wat is hun reactie? Inclusie is als thema opgenomen in de uitvoeringsagenda waarbij gestreefd wordt naar het bieden van een passende plek, zoveel mogelijk in de buurt en dus thuis nabij. Pas als dit niet mogelijk is, wordt regionaal gekeken naar een plek. Ook jeugdigen met een extra ondersteuningsvraag dienen zoveel mogelijk in hun nabije omgeving te worden geholpen. Het thema inclusie is opgenomen in de uitvoeringsagenda passend onderwijs en jeugd NK, maar eventuele gevolgen voor huisvesting zijn hierin (nog) niet meegenomen. De wens voor inclusiever onderwijs is dus breed gedeeld en met elkaar besproken, maar over de concrete invulling hebben de partijen nog niet met elkaar gesproken. Inmiddels is de oktoberteling 2023 bekend; in hoeverre wijkt deze af van de hier geschetste prognose? Er waren op 1 oktober 2023, 37 leerlingen (-2%) minder op de basisscholen dan in de prognose werden verwacht. Op de VO-school PCC, 49 leerlingen (-13%) minder dan de prognose.