Archeologisch bureauonderzoek Westerhoeve
Tekst van het document
Transect-rapport 4014 Heiloo, Westerweg 375 en 377a Gemeente Heiloo (NH) Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO)
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Colofon Titel Rapportnummer
Heiloo, Westerweg 375 en 377a. Gemeente Heiloo (NH). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Transect-rapport 4014
Auteur
M. Verboom-Jansen MSc
Versie
Versie 1.1
Datum
20-04-2022
Projectnummer Onderzoeksmelding
21120003 5232708100
Opdrachtgever
Visser en van Dam Postbus 7
Uitvoerder
1850 AA Heiloo Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Bevoegde overheid
Gemeente Heiloo
Adviseur namens bevoegde overheid Gemeente NMF Erfgoedadvies Toetsing rapport bevoegde overheid Nog niet beoordeeld Beheer en plaats documentatie Omslagafbeelding
Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector
Transect b.v., Nieuwegein De omgeving van het plangebied op de kaart van Zoutman uit 1665. Bron: Regionaal Archief Alkmaar (www.regionaalarchiefalkmaar.nl).
Datum 20-04-2022
Paraaf
ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van Visser en van Dam heeft Transect b.v. in april 2022 een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in een plangebied aan de Westerweg 375 en 377a te Heiloo (gemeente Heiloo). Het plangebied bestaat uit twee aan elkaar grenzende deelgebieden (bungalowparken), namelijk deelgebied Duinzicht en deelgebied Westerhoeve. De aanleiding van het onderzoek is de herontwikkeling van de twee bungalowparken. Op beide parken zal woningbouw plaatsvinden. Het kader van het archeologisch onderzoek is het opstellen van een bestemmingsplan dat de herontwikkeling mogelijk moet maken. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van dit onderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied. Conclusie Het plangebied bevindt zich op de flank van de strandwal van Heiloo. Uit onderzoek in de omgeving blijkt dat op de strandwal archeologische nederzettingssporen uit de Bronstijd, IJzertijd en LateMiddeleeuwen zijn aangetroffen. Ook zijn op de strandwal vondsten bekend uit de periodes Neolithicum-IJzertijd, IJzertijd-Romeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Gezien de ouderdom van de strandwal (Neolithicum-Bronstijd), kunnen op de strandwal archeologische sporen vanaf het Neolithicum aanwezig zijn.
Ook ligt het plangebied aan de Westerweg, een historische route tussen Alkmaar en Haarlem. Het plangebied is op de kaart van Zoutman uit 1665 onbebouwd, maar het is niet uit te sluiten dat eerder geen bebouwing aanwezig is geweest. De bebouwing bevond zich in de omgeving van het plangebied binnen een straal van ongeveer 200 m van de Westerweg. Het plangebied heeft daarom een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd. In het plangebied kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn. Dit zijn de top van de strandwal, de top van de Oude Duinen en eventuele overstoven niveaus in de duinen. In de omgeving van het plangebied is de top van de strandwal vanaf 0,0 à +0,5 m NAP aangetroffen. Eventuele Oude Duinen (Laat-Neolithicum) met overstoven niveaus (Bronstijd, maar mogelijk ook later) erin liggen hierboven en kunnen op variabele dieptes aanwezig zijn. De hoogst gelegen archeologische niveaus in de omgeving van het plangebied zijn direct onder de moesbedden aangetroffen, vanaf+0,5 m NAP (circa 50 à 100 cm -Mv). Daar waar geen bloembollenteelt heeft plaats gevonden in het plangebied is de verwachting dat het hoogste archeologische niveau vanaf onder de bouwvoor aanwezig kan zijn, die vermoedelijk 50 cm dik is.
In welke mate nog daadwerkelijk archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Met name de bloembollenteelt in het oosten van deelgebied Duinzicht en het westen van deelgebied Westerhoeve heeft het bodemarchief vermoedelijk aangetast. Vermoedelijk is dit tot 50 à 100 cm -Mv, maar de exacte diepte ter plaatse is niet bekend (bijlage 14). De kans bestaat dat naast de moesbedden nog archeologische sporen aanwezig zijn. In het oosten van deelgebied Duinzicht is een parkeerplaats aanwezig die tot 45 cm -Mv bestaat uit puin. Deze parkeerplaats is vermoedelijk dus in het pakket van de moesbedden aangelegd. Advies Deelgebied Duinzicht Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om voor het westen van deelgebied Duinzicht een
dubbelbestemming archeologie op te nemen (hoge verwachting). Hieraan kunnen de onderzoeksgrenzen van het vigerende bestemmingsplan gekoppeld worden van 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Voor het oosten van het deelgebied, waar de moesbedden verwacht worden (zie bijlage 14), wordt geen dubbelbestemming archeologie aanbevolen. De kans is groot dat hieronder eventuele archeologische resten en/of sporen al verstoord zijn. Deelgebied Duinzicht zal worden ingericht als bungalowpark. Hiertoe zullen bungalows, wegen, kabelsen leidingen, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen worden gerealiseerd. De ontgravingsdiepte voor de grondgebonden woningen bedraagt ongeveer 60 cm -Mv. Mogelijk komen er heipalen onder de woningen. Van de overige ingrepen is de ontgravingsdiepte nog niet bekend. Ook zal een deel van het terrein vermoedelijk iets worden opgehoogd in verband met een gesloten grondbalans. Met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden is het advies als volgt: 1. Ter plaatse van de voormalige moesbedden (bijlage 14) is de kans groot dat de ondergrond al is aangetast tot 50 à 100 cm -Mv. Hierbij kunnen ook eventuele archeologische resten en/of sporen al zijn aangetast. De kans dat onder de moesbedden nog grootschalige intacte archeologische sporen worden aangetroffen is daarom klein.
Daarom wordt ter plaatse van de bollengronden geen vervolgonderzoek geadviseerd (zone moesbedden in bijlage 14; zie ook bijlage 15). 2. Gezien de geringe ontgravingsdiepte voor de recreatiewoningen wordt voor de bouw van de recreatiewoningen geen vervolgonderzoek geadviseerd. De kans is groot dat de funderingen voor de woningen in reeds verstoorde grond worden aangelegd. Eventuele heipalen worden als niet verstorend aangemerkt. 3. Voor de overige werkzaamheden geldt het volgende. Indien voor de overige werkzaamheden in het westen van het deelgebied (buiten de zone van de moesbedden; bijlage 14) graafwerkzaamheden voorzien zijn die dieper reiken dan 60 cm -Mv, wordt hiervoor een verkennend booronderzoek aanbevolen. Het totale oppervlak van het westen van deelgebied Duinzicht is 1,3 ha. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als verkennend booronderzoek, dat als doel heeft om de bodemopbouw (waaronder dus de exacte diepteligging van de archeologische niveaus) en mate van intactheid van het bodemprofiel vast te stellen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan het archeologische verwachtingsmodel worden getoetst en waar mogelijk worden bijgesteld. Voor graafwerkzaamheden die tot maximaal 60 cm Mv reiken, wordt ook in het westen van het deelgebied geen vervolgonderzoek aanbevolen (bijlage 15). Wel geldt een archeologische meldplicht.
Wanneer bij werkzaamheden toch onverhoopt waardevolle archeologische resten worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10) te worden gemeld bij de bevoegde overheid, de gemeente Heiloo. Deelgebied Westerhoeve Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om voor het oosten van deelgebied Westerhoeve een dubbelbestemming archeologie op te nemen (hoge verwachting). Hieraan kunnen de onderzoeksgrenzen van het vigerende bestemmingsplan gekoppeld worden van 100 m 2 en dieper dan 50 cm -Mv. Voor het westen van het deelgebied, waar de moesbedden verwacht worden (zie bijlage 14), wordt geen dubbelbestemming archeologie aanbevolen. De kans is groot dat hieronder eventuele archeologische resten en/of sporen al verstoord zijn. Deelgebied Westerhoeve zal worden ingericht als bungalowpark. Hiertoe zullen recreatiewoningen, carports, wegen, parkeerplaatsen, kabels- en leidingen, wadi’s en groenvoorzieningen worden gerealiseerd. De ontgravingsdiepte voor de grondgebonden woningen bedraagt ongeveer 60 cm -Mv. Mogelijk komen er heipalen onder de woningen. Van de overige ingrepen is de ontgravingsdiepte nog
niet bekend. Ook zal een deel van het terrein vermoedelijk iets worden opgehoogd in verband met een gesloten grondbalans. Met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden is het advies als volgt: 1. Ter plaatse van de voormalige moesbedden (bijlage 14) is de kans groot dat de ondergrond al is aangetast tot 50 à 100 cm -Mv. Hierbij kunnen ook eventuele archeologische resten en/of sporen al zijn aangetast. De kans dat onder de moesbedden nog grootschalige intacte archeologische sporen worden aangetroffen is daarom klein. Daarom wordt ter plaatse van de bollengronden geen vervolgonderzoek geadviseerd (zone moesbedden in bijlage 14; zie ook bijlage 15). 2. Gezien de geringe ontgravingsdiepte voor de recreatiewoningen wordt voor de bouw van de recreatiewoningen geen vervolgonderzoek geadviseerd. De kans is groot dat de funderingen voor de woningen in reeds verstoorde grond worden aangelegd. Eventuele heipalen worden als niet verstorend aangemerkt. 3. Voor de overige werkzaamheden geldt het volgende. Indien voor de overige werkzaamheden in het oosten van het deelgebied (buiten de zone van de moesbedden; bijlage 14) graafwerkzaamheden voorzien zijn die dieper reiken dan 60 cm -Mv (bijvoorbeeld voor de aanleg van wadi’s), wordt hiervoor een verkennend booronderzoek aanbevolen.
Het totale oppervlak van het oosten van het plangebied waar ook werkzaamheden voorzien zijn bedraagt ongeveer 2900 m2, maar een deel hiervan bestaat al uit recreatiewoningen waarvoor geen vervolgonderzoek is aanbevolen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als verkennend booronderzoek, dat als doel heeft om de bodemopbouw (waaronder dus de exacte diepteligging van de archeologische niveaus) en mate van intactheid van het bodemprofiel vast te stellen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan het archeologische verwachtingsmodel worden getoetst en waar mogelijk worden bijgesteld. Voor graafwerkzaamheden die tot maximaal 60 cm Mv reiken, wordt ook in het oosten van het deelgebied geen vervolgonderzoek aanbevolen (bijlage 15). Wel geldt een archeologische meldplicht. Wanneer bij werkzaamheden toch onverhoopt waardevolle archeologische resten worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10) te worden gemeld bij de bevoegde overheid, de gemeente Heiloo. Kanttekening Bovenstaand advies vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport zal het bevoegd gezag (de gemeente Heiloo) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Inhoud 1.
Aanleiding ................................................................................................................................6
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ..............................................................7
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied .....................................................................8
4.
Consequenties toekomstig gebruik ...................................................................................... 10
5.
Beleidskader .......................................................................................................................... 11
6.
Landschap, geomorfologie en bodem .................................................................................. 12
7.
Archeologische verwachtingen en bekende waarden ......................................................... 15
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen ................................................ 18
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................... 20
10.
Conclusie en advies ............................................................................................................... 23
11.
Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................... 26
Bijlage 1.
Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR) ...................................... 28
Bijlage 2.
Kadastrale kaart .................................................................................................................... 29
Bijlage 3.
Luchtfoto ............................................................................................................................... 30
Bijlage 4.
Ontwerp ................................................................................................................................ 31
Bijlage 5.
Gemeentelijk archeologiebeleid ........................................................................................... 33
Bijlage 6.
Paleogeografie ...................................................................................................................... 34
Bijlage 7.
Geomorfologie ...................................................................................................................... 36
Bijlage 8.
Gemeentelijke geomorfologische kaart ............................................................................... 37
Bijlage 9.
Maaiveldhoogte .................................................................................................................... 38
Bijlage 10. Maaiveldhoogte detail .......................................................................................................... 39 Bijlage 11. Bodem ................................................................................................................................... 40 Bijlage 12. Archeologische waarden en onderzoeken ........................................................................... 41 Bijlage 13. Historische kaarten ............................................................................................................... 42 Bijlage 14. Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................... 50 Bijlage 15. Advies .................................................................................................................................... 51
1. Aanleiding In opdracht van Visser en van Dam heeft Transect b.v. 1 in april 2022 een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in een plangebied aan de Westerweg 375 en 377a te Heiloo (gemeente Heiloo). Het plangebied bestaat uit twee aan elkaar grenzende deelgebieden (bungalowparken), namelijk deelgebied Duinzicht en deelgebied Westerhoeve. De aanleiding van het onderzoek is de herontwikkeling van de twee bungalowparken. Op beide parken zal woningbouw plaatsvinden. Het kader van het archeologisch onderzoek is het opstellen van een bestemmingsplan dat de herontwikkeling mogelijk moet maken. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Het doel van dit onderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied.
1
Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Om de archeologische waarde van het plangebied te kunnen bepalen is een bureauonderzoek (BO) uitgevoerd. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het resultaat van het archeologisch bureauonderzoek is een rapport met een conclusie voor wat betreft het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen bodemingrepen. Aan de hand hiervan wordt een advies voor eventuele vervolgstappen geformuleerd. Met het rapport kan de bevoegde overheid een beslissing nemen in het kader van de vergunningverlening. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de aan- of afwezigheid, diepteligging, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).
In dit kader is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit diverse voorhanden historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur. Het bouwarchief en amateurs zijn niet geraadpleegd. Er is ook bijna geen bebouwing in het plangebied aanwezig en de meeste bebouwing blijft staan. Een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 11.
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats
Heiloo
Toponiem
Westerweg 375 en 377a
Gemeente
Heiloo
Provincie
Noord-Holland
Kaartblad
19C
Perceelnummer(s) Centrumcoördinaat
HLO00, sectie E, nummer 3218, 2318, ,2497, 2498 (gedeeltelijk) 107.950/512.067
Oppervlakte plangebied
Circa 2,9 ha
Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. Het plangebied is gelegen aan de Westerweg 375 en 377a en bestaat uit twee aan elkaar grenzende deelgebieden. Het noordelijke deelgebied is deelgebied Duinzicht en het zuidelijke deelgebied is deelgebied Westerhoeve. Deelgebied Duinzicht beslaat ongeveer 18320 m2 en deelgebied Westerhoeve beslaat 10865 m2. In totaal beslaat het plangebied daarmee ongeveer 2,9 ha. De kadastrale percelen van het plangebied zijn opgenomen in bovenstaande tabel en in bijlage 2. De begrenzing van het plangebied is gebaseerd op de kadastrale grenzen met de aangrenzende percelen en het ontwerp. Het plangebied is in gebruik als bungalowpark. Er zijn bungalows, wegen , parkeerplaatsen en percelen gras aanwezig. De bungalows/stacaravans bij deelgebied Duinzicht zijn inmiddels al verwijderd. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 3.
Figuur 1. Ligging van het plangebied (deelgebied Duinzicht en deelgebied Westerhoeve) op een topografische kaart. Bron topografische kaart: www.pdok.nl.
4. Consequenties toekomstig gebruik Planvorming
Herinrichting bungalowparken
Aard bodemverstoringen
Graafwerkzaamheden
Verstoringsoppervlakte
Circa 2,8 ha
Verstoringsdiepte
Circa 0,6 m -Mv
Deelgebied Duinzicht en Westerhoeve zullen opnieuw worden ingericht. Beide deelgebieden zijn in tijd en uitvoering uitzonderlijke projecten. De nieuwe eigenaren zijn nog niet bekend. Een deel van de woningen in Duinzicht wordt door de woningstichting Kennemer Wonen afgenomen, de overige woningen zijn koopwoningen. Het waterpeil zal met de voorgenomen ingrepen vermoedelijk niet veranderen. Deelgebied Duinzicht In deelgebied Duinzicht zal geen bebouwing worden gesloopt. Voorheen waren stacaravans en bungalows aanwezig, maar deze zijn reeds verwijderd. Deze stacaravans en bungalows waren niet gefundeerd in de grond. In de nieuwe situatie komen nieuwe woningen in deelgebied Duinzicht, met een totaal oppervlak van ongeveer 3080 m2 . Het ontwerp is opgenomen in bijlage 4. De voorkeur gaat uit naar kruipruimteloos bouwen. Deze optie zal aan de bouwers van de grondgebonden woningen worden voorgelegd. In dat geval zal de ontgravingsdiepte zich beperken tot de vorstgrens. Aangezien de ondergrond mogelijk ook nog iets wordt opgehoogd in verband met de gesloten grondbalans zal de ontgravingsdiepte voor de grondgebonden woningen ongeveer 60 cm -Mv bedragen. De exacte mate van ophoging is niet bekend. De nieuwbouw wordt niet onderkelderd. In het huidige stadium van de plannen is nog niet bekend of onder de nieuwbouw heipalen komen.
Verwacht wordt dat een deel van de woningen en in ieder geval het appartementengebouw een paalfundering krijgt. Verder zullen kabels en leidingen (nutstracé: circa 930 m2) en bestrating worden aangelegd. Ook zullen bomen worden gekapt en geplant. De locatie van deze onderdelen is opgenomen in bijlage 4. Ontgravingsdieptes hiervan zijn nog niet bekend. Deelgebied Westerhoeve De drie bestaande recreatiewoningen aan de Westerweg (ten zuiden van de ontsluiting van deelgebied Westerhoeve; toponiem Westerweg 377a-4, 377a-5, 377a-6) en de daar tegenover gelegen opslag/wasruimte (Westerweg 377a) blijven gehandhaafd. De overige bestaande bebouwing zal worden gesloopt (Westerweg 377a-1, 377a-2, 377a-3 en het pand tussen 377b-41 en 377b-8 in het centrale gedeelte van deelgebied Westerhoeve). Het stedenbouwkundig plan van deelgebied Westerhoeve staat nog niet vast, maar vooralsnog wordt uitgegaan van het ontwerp zoals dat is opgenomen in bijlage 4. In de nieuwe situatie komen er 50 woningen in deelgebied Westerhoeve, met een totaal oppervlak van ongeveer 1090 m2. Details over de fundering en heipalen zijn nog niet bekend. Vermoedelijk is de situatie vergelijkbaar met die in deelgebied Duinzicht. Dit betekent dat ook hier de bodem voor de funderingen tot ongeveer 60 cm -Mv worden aangelegd en dat mogelijk heipalen worden gebruikt.
Ook zullen parkeerplaatsen, carports, wegen, wadi’s en kabels en leidingen worden aangelegd. Verder zullen bomen worden geplant. Hiervan zijn nog geen details bekend in ontgravingsdiepte.
5. Beleidskader Onderzoekskader
Bestemmingsplan
Beleidskader
Bestemmingsplan Zuidwest (2010)
Onderzoeksgrens
Zeer hoge verwachting: groter dan 50 m 2 en dieper dan 50 cm -Mv Hoge verwachting in lage delen: groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die (naar verwachting) in 2022 in werking zal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Heiloo inzake het plangebied is verwoord in het bestemmingsplan ‘Zuidwest (2010)’. In www.ruimtelijkeplannen.nl zijn de verwachtingszones zoals verwoord in het bestemmingsplan niet opgenomen als dubbelbestemmingen archeologie, terwijl dit rondom het plangebied wel het geval is. In de beschrijving van het bestemmingsplan is het plangebied echter wel degelijk opgenomen) (zie bijlage 5).
Voor het onderhavig plangebied geldt volgens het bestemmingsplan het volgende (bijlage 5): • Het oosten van het plangebied valt in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. Dit betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen die meer dan 50 m 2 beslaan en die dieper reiken dan 50 cm -Mv. • In het westen van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting in lage delen. Dit betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen die meer dan 100 m 2 beslaan en die dieper reiken dan 50 cm -Mv. Met de voorgenomen ingrepen worden deze vrijstellingsgrenzen overschreden, waardoor archeologisch onderzoek in het kader van de onderbouwing van het nieuwe bestemmingsplan noodzakelijk is. In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan dient de aanvrager een archeologisch onderzoekrapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heiloo in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving.
Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
6. Landschap, geomorfologie en bodem Geologie
Maaiveldhoogte
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort al dan niet afgedekt door Walcheren Laagpakket/Hollandveen Laagpakket; strandafzettingen al dan niet afgedekt door getijdenafzettingen/veen Bebouwing, vermoedelijk strandwal al dan niet bedekt met duin- of stuifzandduinen +0,4 tot +1,5 m NAP
Bodem
Bebouwing en vlakvaaggronden
Grondwatertrap
IV
Geomorfologie
Landschap Heiloo maakt deel uit van het Hollandse kustgebied (Berendsen, 2005). Dit gebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen. Het ontstaan van dit gebied hangt samen met de zeespiegelstijgingen, die reeds vanaf het begin van het Holoceen (circa 10000 jaar geleden) het gebied sterk hebben beïnvloed. Vanaf toen stond het kustgebied onder invloed van een sterke zeespiegelstijging. De kust bestond uit een lagune die werd afgeschermd van de zee door een serie zandbanken en -platen. Tussen deze banken en platen lagen een aantal zeegaten: getijdegeulen waardoor zeewater de lagune in kon stromen. Door de alsmaar stijgende zeespiegel werd de lagune met bijbehorende wadden, geulen en banken geleidelijk landinwaarts verplaatst (Stouthamer et al., 2015). Dit stopte toen vanaf circa 5000 jaar gelegen de stijging van de zeespiegel in snelheid afnam. Hierdoor kon de kust zich in combinatie met een toegenomen sedimentaanvoer vanuit de zee en de rivieren uitbouwen. De zandbanken groeiden zodoende aaneen en vormden een strandwal met aan de zeezijde een strand. De meeste zeegaten raakten daarbij verzand (Hijma, 2010). Dit aanhoudende proces leidde tot een uitbouw van de kust, waardoor een afwisseling van strandvlaktes en –wallen elkaar opvolgden en een gesloten kust ontstond.
De strandvlaktes werden gevormd tijdens rustige perioden door een geleidelijke aanwas van zand. De hoger gelegen delen op het strand raakten daarbij geleidelijk begroeid en lokaal ontstonden enkele duinen. Het strand liep daarbij alleen bij springtij onder water. In perioden met toegenomen stormen werd zand vanuit zee op de strandvlakte geworpen, waardoor langs de kustlijn een strandwal ontstond. Het strand, dat achter de strandwal kwam te liggen werd afgesloten van de zee. Door het ontbreken van begroeiing op de strandwallen ontwikkelden zich door verstuiving één tot twee meter hoge duinen, die geologisch gezien tot de Oude Duinen wordt gerekend (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975; Van der Valk, 1992). Doordat het grondwater landinwaarts met de zeespiegel steeg, trad in de strandvlaktes tussen de strandwallen veenvorming op, evenals in het gebied achter de strandwallen. Volgens Vos (2015) ligt het plangebied op een strandwal die tussen 2750 en 1500 voor Chr. ontstaan is (bijlage 6). Dit is in de periode LaatNeolithicum-Midden-Bronstijd. Het plangebied is volgens Vos (2015) niet met veen overdekt geraakt. De uitbreiding van de kust zoals hierboven beschreven vond plaats tot ongeveer 2500 jaar geleden. Vanaf toen nam de snelheid van de zeespiegelstijging nog verder af, maar werd er zowel vanuit zee als vanuit de riviermondingen minder zand aangevoerd naar het kustgebied.
De afgenomen aanvoer leidde in combinatie met golfwerking en getijdewerking ertoe dat delen van de kust en de rivierdelta’s die voor de kust in zee uitstaken (zoals die van de Rijn) werden geërodeerd. Het zand, dat bij deze erosie vrijkwam, kwam op het strand terecht, verstoof en leidde tot de vorming van de zogenaamde Jonge Duinen (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975). De eerste aanzet vond reeds plaats in de VroegeMiddeleeuwen, maar de duinvorming was het sterkst in de loop van de Middeleeuwen. Het oude
kustlandschap van strandwallen en Oude Duinen raakte daarbij begraven onder een dik pakket duinzand (Stouthamer et al., 2015). Geomorfologie en maaiveldhoogte Op de geomorfologische kaart van Maas et al. (2019) is het plangebied gekarteerd als bebouwd gebied (bijlage 7). Gezien de afzettingen die in de omgeving van het plangebied gekarteerd zijn door Maas et al. (2019) is in het plangebied vermoedelijk ook een strandwal aanwezig, die al dan niet is afgedekt door duinen (kaartcode 4B76ysE; bijlage 7). In het bestemmingsplan Zuidwest (2010) is ook een geomorfologische kaart opgenomen (bijlage 8). Op deze kaart ligt het westen van het plangebied grotendeels in een strandvlakte, en ligt alleen het uiterste westen en het oosten van het plangebied op de strandwal. Vergelijking leert dat deze gemeentelijke kaart gebaseerd is op de geologische kaart van de Rijksgeologische Dienst uit 1987, waarbij ter plaatse van de vlakten op de gemeentelijke kaart door de RijkGeologische Dienst oude duin- en strandafzettingen zijn gekarteerd, die zijn afgedekt met een dun laagje dat behoort tot het Walcheren Laagpakket. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de strandwal herkenbaar door zijn hogere ligging van het maaiveld ten opzichte van de ten westen en ten oosten ervan gelegen gronden (bijlage 9).
Op basis van het AHN ligt het plangebied vermoedelijk op de westelijke flank van de strandwal. Op de strandwal neemt de maaiveldhoogte toe naar ongeveer +1,2 à +1,6 m NAP, terwijl die in de strandvlakte ten westen van het plangebied afneemt naar +0,1 m NAP. Binnen het plangebied varieert de maaiveldhoogte van +0,4 tot ongeveer +1,5 m NAP (bijlage 10). De maaiveldhoogte is daarbij het hoogst in het oosten van het plangebied. Op het AHN zijn geen aanwijzingen voor afgravingen binnen het plangebied zichtbaar in de vorm van afgegraven percelen. Lithologie Ongeveer 100 m ten noorden van deelgebied Duinzicht en ongeveer 200 m ten zuiden van deelgebied Westerhoeve zijn twee geologische boringen in het Dinoloket bekend (boring respectievelijk boring B19C2124 en B19C2201). Beide boringen bestaan tot 3,5 m -Mv uit zand, waarbij het bovenste gedeelte bestaat uit fijn zand en het onderste gedeelte (vanaf 1,4 m -Mv/-0,4 m NAP) uit matig fijn zand (Laagpakket van Zandvoort). Ook bij de milieukundige boringen die gezet zijn in deelgebied Westerhoeve is tot 2,5 m -Mv (zowel in het westen als in het oosten van het deelgebied) matig fijn zand aangetroffen (Landview Bodemonderzoek, 2021a). Dit geldt ook voor deelgebied Duinzicht (Landview, 2021b). Op basis van bovenstaande boringen wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied geen klei en veen verwacht wordt.
Op basis van bovenstaande boringen is het onderscheid tussen strandwalzand en strandvlaktezand niet te maken, maar lijkt een ligging op de strandwal aannemelijk. Bodem en grondwatertrap Op de bodemkaart is het grootste gedeelte van het plangebied gekarteerd als bebouwd gebied (bijlage 11). In het oosten van het plangebied worden vlakvaaggronden die ontstaan zijn in leemarm en zwak lemig fijn zand verwacht (kaartcode Zn21-IV). Vlakvaaggronden bestaan vrijwel geheel uit grijs zand en hebben soms een humusarme tot matig humeuze, weinig donkergekleurde bovengrond. Ze komen onder andere voor in de bollengronden (De Bakker, 1996). Op de oude bodemkaart van de Bollenstreek (Van der Meer, 1951) is het plangebied niet gekarteerd.
De grondwatertrap geeft een indicatie van de conservering van onverbrande organische vondsten, zoals hout, leer en bot. Boven de gemiddeld laagste grondwaterstand treden namelijk schommelingen in de grondwaterstand op, waardoor oxidatie en dus degradatie van onverbrande organische vondsten kan optreden. In het uiterste oosten van het plangebied wordt een grondwatertrap IV verwacht. Hierbij ligt de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm -Mv. Dit betekent dat onverbrande organische vondsten boven 120 cm -Mv vermoedelijk reeds gedegradeerd zijn. Anorganische resten (zoals vuursteen, aardewerk en metaal) kunnen onafhankelijk van de grondwatertrap bewaard zijn gebleven.
7. Archeologische verwachtingen en bekende waarden Wettelijk beschermde monumenten
Nee
AMK-terreinen
Nee
Archeologische waarden
Niet binnen plangebied In omgeving vondsten uit Neolithicum-IJzertijd, IJzertijdRomeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, LateMiddeleeuwen, Nieuwe Tijd.
Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Ook staat het niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK ;bijlage 12). Op de gemeentelijke verwachtingskaart is aan het oosten van het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting toegekend (bijlage 5). In het westen van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting in lage delen. Vermoedelijk betreft dit een lager gelegen deel van de strandwal, of een strandvlakte. Bekende waarden Binnen het plangebied heeft nog geen onderzoek plaatsgevonden en zijn geen vondsten gemeld. In de omgeving van het plangebied zijn wel gegevens bekend (bijlage 12). Bureauonderzoeken zijn hieronder buiten beschouwing gelaten omdat deze geen feitelijke informatie over de ondergrond leveren: Vondstmeldingen • Circa 200 m ten oosten van deelgebied Duinzicht, zijn scherven aardewerk aangetroffen (vondstmelding 3062953100; bijlage 12). Deze stammen uit de IJzertijd-Romeinse Tijd, VroegeMiddeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het complextype is niet bekend. • Ongeveer 160 m ten oosten van deelgebied Duinzicht zijn scherven aardewerk uit de IJzertijdRomeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen (vondstmelding 3063082100).
Het complextype is niet bekend. • Ongeveer 210 m ten oosten van het plangebied is een vuurstenen sikkel uit de periode VroegNeolithicum-Midden-IJzertijd aangetroffen (vondstmelding 3252306100). Ook zijn meer dan 300 fragmenten aardewerk gevonden uit de periode IJzertijd-Late-Middeleeuwen. Het is mogelijk dat een deel van de vondsten afkomstig is van opgebrachte tuingrond. • Circa 170 m ten oosten van deelgebied Westerhoeve zijn fragmenten aardewerk uit de IJzertijdRomeins Tijd, vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd gevonden (vondstmelding 3056684100). • Ongeveer 210 m ten oosten van deelgebied Westerhoeve zijn fragmenten aardewerk gevonden uit de IJzertijd-Romeinse Tijd, Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd en van onbekende ouderdom (vondstmelding 3063090100). • Ongeveer 240 m ten zuidoosten van deelgebied Westerhoeve zijn fragmenten aardewerk uit de Vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd en Nieuwe Tijd aangetroffen (vondstmelding 3189565100). Onderzoeken • Ongeveer 40 m ten zuiden van deelgebied Westerhoeve is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 4643555100; Westererf; De Koning en Tuinman, 2018). Het grootste deel van
•
•
•
•
•
het terrein is tot 0,5 m +NAP vergraven ten behoeve van de tuinbouw en bollenteelt. Er is een gering aantal sporen uit de Middeleeuwen (12e-14e eeuw) aangetroffen, samen met wat losse vondsten uit de Romeinse Tijd. Sporen nemen in dichtheid toe langs de Westerweg. Er zijn geen plattegronden of diepere sporen gevonden die wijzen op een nederzetting. De Middeleeuwse sporen liggen op een humeus zandpakket/ gelaagd veen. Dit pakket ligt op een diepte van 0 - 0,2 m +NAP, en dateert waarschijnlijk uit de Bronstijd (De Koning en Tuinman, 2018). Ongeveer 80 m ten zuiden van deelgebied Westerhoeve, aan de Westerweg 391, is een booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 4928724100 en 5133101100; bijlage 12). Tijdens het booronderzoek is een intact bodemprofiel aangetroffen in strandafzettingen. De top hiervan lag op 55 à 75 cm -Mv (+0,15 à +0,53 m NAP). Dit was het oorspronkelijke maaiveld in de periode Bronstijd-Nieuwe Tijd. Ter plaatse van de bestaande bebouwing is dit niveau naar schatting ondiep verstoord (tot 15 à 35 cm -Mv). Alleen ten oosten van de bebouwing is het archeologisch niveau al verstoord met de aanleg van een bosstrook.
De archeologische verwachting blijft ter plaatse van de intacte bodem en onder de huidige bebouwing hoog voor de periode Bronstijd-Vroege-Middeleeuwen en gematigd voor de periode Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd (bron: eerste bevindingen). Later is hier een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn bovenin plantbedden uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Dieper in het profiel zijn twee losse oudere paalsporen aangetroffen (ouderdom onbekend). Er zijn alleen vondsten uit de Nieuwe Tijd aangetroffen (bron: eerste bevindingen). Circa 80 m ten zuidoosten van het plangebied, aan de Groeneweg 1a is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 4916728100; Tuinman, 2020; bijlage 12). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn alleen moesbedden aangetroffen met fragmenten aardewerk uit de Nieuwe Tijd inde bovengrond. Deze zijn aangelegd ten behoeve van tuinbouw in de Nieuwe Tijd. De top van de moesbeddingen bevindt zich op 0,5 m -Mv/ +1,0 m NAP. De onderkant van de moesbedden ligt op ongeveer +0,5 m NAP. In het schone zand (strandwal) dat hieronder is aangetroffen, is een licht humeus zandlaagje aanwezig. Hierin zijn geen bewerkingssporen zichtbaar. Het betreft vermoedelijk een vernattingslaagje. Het humeuze laagje is met een AMS-datering gedateerd op 1400-1500 voor Chr.
Bij de aanleg van de vlakken zijn zeer kleine aardewerkfragmenten aangetroffen uit de Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Restanten van een nederzetting zijn niet aanwezig (Tuinman, 2020). Circa 140 m ten zuiden van deelgebied Westerhoeve is een archeologische begeleiding uitgevoerd (onderzoeksmelding 5149076100). De resultaten hiervan zijn nog niet gepubliceerd in Archis3 en DansEasy (https://easy.dans.knaw.nl/). Ongeveer 220 m ten zuiden van deelgebied Westerhoeve is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 4883883100; bijlage 12). De rapportage is nog niet af, maar uit de eerste bevindingen blijkt dat hier lagen uit de Bronstijd zijn aangetroffen. De top van het terrein is vergraven door bollenteelt, maar op kleine zandopduikingen zijn intacte prehistorische lagen aangetroffen. Later is het proefsleuvenonderzoek opgevolgd door een opgraving (onderzoeksmelding 4988551100). Hiervan zijn de eerste bevindingen beschikbaar. Hieruit blijkt dat archeologische resten uit de IJzertijd zijn aangetroffen. Er zijn enkele waterkuilen aangetroffen. Het terrein is sterkt aangetast door moestuinbedden. Aan de Westerweg, circa 370 m ten noorden van deelgebied Duinzicht, is een booronderzoek uitgevoerd (onderzoeksmelding 2058618100; Stikker, 2004).
In het zuiden van het onderzochte gebied is op 105 cm -Mv mogelijk een oud oppervlak aangetroffen (leemarm, matig humeus zand). Vanwege het ontbreken van vondsten is de ouderdom van dit oude oppervlak/deze vegetatiehorizont niet bekend. Het noordelijke deel van het onderzochte gebied is tot 1,0 m -Mv verstoord. Deze verstoring houdt vermoedelijk verband met een sanering van een voormalig pompstation. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd (Stikker, 2004).
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat in de omgeving van het plangebied vondsten bekend zijn uit de periode Neolithicum-IJzertijd, IJzertijd-Romeinse Tijd, VroegeMiddeleeuwen, Late-Middeleeuwen, Nieuwe Tijd. De complextypen die bij de vondsten horen zijn niet bekend. Gezien de ligging op de strandwal zal het vermoedelijk gaan om sporen van bewoning. In de omgeving zijn ook sporen van bewoning aangetroffen. In de omgeving van het plangebied zijn ook veel sporen van moestuinbedden uit de Nieuwe Tijd gevonden (tot +0,5 m NAP/ circa 50 à 100 cm -Mv). Deze zijn zowel ten zuidoosten als ten zuiden van het plangebied aangetroffen. Hierdoor kan het archeologische niveau plaatselijk zijn aangetast. Direct naast de moestuinbedden kunnen echter nog wel archeologische vondsten aanwezig zijn, zoals ook in de omgeving van het plangebied is aangetoond. Ook kunnen mogelijk meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn door verschillende overstuivingsfasen.
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing
Nee
Historisch gebruik
Bouwland en bos
Huidig gebruik
Bungalowpark
Bekende verstoringen
Bestaande bebouwing in deelgebied Westerhoeve, moesbedden
Historische situatie Heiloo is ontstaan op een strandwal te midden van laag gelegen, natte strandvlakten. Het dorp ontstond rond het jaar 700 na Chr. rondom een kerk (de voorganger van de huidige Witte kerk; Raadhuisweg 32). Dit is ongeveer 1,7 km ten noordenoosten van het plangebied. Het plangebied maakte deel uit van het buurtschap Oesdom. Dit buurtschap is eveneens ontstaan rondom een kapel. Deze lag ongeveer 1m1 km ten zuiden van het plangebied. Oesdom was een aparte bestuurlijke eenheid was tot 1509 na Chr. Daarna is Oesdom onderdeel geworden van Heiloo. Op de strandwal ontstond een noord-zuid gericht wegenpatroon, dat Alkmaar en Haarlem met elkaar verbond (via Castricum en Limmen). De Hoogeweg/Herenweg (ten oosten van het huidige spoor) lag ongeveer op het hoogste punt van de strandwal van Heiloo. De Westerweg (waar ook het plangebied aan ligt) lag op de westelijke rand van de strandwal. Ter hoogte van het plangebied kwamen de Westerweg en de Hoogeweg samen. De lager gelegen natte gronden ten westen en oosten van Heiloo zijn tussen de 10 e en 12e eeuw ontgonnen. In de 17e eeuw zijn eerder aangelegde versterkte huizen vervangen door landgoederen, die voornamelijk op de overgang van de strandwal naar de strandvlakte lagen. Ook werden boerderijen op de randen van de strandwal gebouwd.
Pas vanaf de 19 e eeuw werden de zandgronden van de strandwal gebruikt voor bollenteelt (www.heiloo.nl). In bijlage 13 zijn een aantal historische kaarten van de omgeving van het plangebied opgenomen. Op de kaart van Zoutman uit 1665 is te zien dat het plangebied toen al langs de Westerweg lag (bijlage 13). Langs de Westerweg ter plaatse van het plangebied waren geen huizen aanwezig. Dwars door deelgebied Duinzicht lag een weg met bomen ernaast. Deze weg liep naar een huis. Het erf en het huis zelf lagen ten westen van deelgebied Duinzicht (bijlage 13). Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 is nog steeds een strook bomen te zien die herinnert aan de toegangsweg (bijlage 13). De rest van het plangebied was volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen in gebruik als bouwland in die tijd. Ten westen van het plangebied lag een omgracht weiland. Volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen is deze watergang een ‘aanleg tot vermaak vijver.’ Vermoedelijk stond in dit weiland het huis dat op de kaart van Zoutman te zien is. Rond 1900 is de strook bomen in deelgebied Duinzicht verdwenen (bijlage 13). In die tijd was het plangebied in zijn geheel in gebruik als weiland. Tussen 1925 en 1955 is het westen van deelgebied Westerhoeve en het oosten van deelgebied Duinzicht in gebruik genomen als tuinbouwgrond, vermoedelijk voor bloembollenteelt (bijlage 13).
Ook is in het oosten van deelgebied Westerhoeve de eerste bebouwing gerealiseerd (die later weer verdwenen is). Tussen 1955 en 1978 zijn in beide deelgebieden wegen aangelegd. In deelgebied Duinzicht is ook bebouwing te zien (bijlage 13). Dit zijn vermoedelijk stacaravans, aangezien ze op de kaart zwart van kleur zijn in plaats van rood (zoals de vaste woningen in de omgeving). De locatie van de stacaravans wijzigde in de loop van de tijd (bijlage 13). In 1970 zijn ook in het oosten van deelgebied Westerhoeve de bestaande panden gerealiseerd (https://bagviewer.kadaster.nl/). Dit zijn de panden aan de Westerweg 377a, 377a-1 t/m 377a-6, waarvan de bebouwing aan de 377a, 377a-4 t/m 377a-6 zal blijven staan in het nieuwe inrichtingsplan. Het pand in het midden van deelgebied Westerhoeve (tussen kavel 377b-41 en 377b-8) is in 2005 gerealiseerd (https://bagviewer.kadaster.nl/). Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten
aanwezig (https://www.monumenten.nl/plaatsen/heiloo). Bovengrondse bouwhistorische waarden zijn dus niet aanwezig. Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is in gebruik als bungalowpark (bijlage 3). In deelgebied Duinzicht zijn de stacaravans inmiddels al verwijderd. Verder zijn wegen en percelen gras aanwezig. In het oosten van deelgebied Westerhoeve zijn ook enkele gebouwen aanwezig (bijlage 3). In het oosten van deelgebied Duinzicht is een verharde parkeerplaats aanwezig. In welke mate nog archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de ondergrond. Daarom zijn hier mogelijke bodemverstoringen besproken: • Op basis van het AHN zijn er geen aanwijzingen voor afgravingen binnen het plangebied (bijlage 9). • Volgens het bodemloket hebben in het plangebied geen saneringen plaatsgevonden die het bodemarchief al aangetast hebben (www.bodemloket.nl). • Ter plaatse van het plangebied zijn twee milieukundige onderzoeken uitgevoerd (Landview, 2021a en Landview, 2021b). Hieruit blijkt dat bij deelgebied Duinzicht en deelgebied Westerhoeve geen verder milieukundig onderzoek noodzakelijk is, omdat de grond geen risico voor de volksgezondheid of ecologie vormt (Landview, 2021b; Landview, 2021a).
Verder blijkt uit de boringen dat de parkeerplaats in het oosten van deelgebied Duinzicht tot 45 cm -Mv bestaat uit puin met resten baksteen. Hieronder, en bij de overige boringen vanaf het maaiveld, is bruin en daaronder bruingrijs zand aanwezig. De onderkant van dit bruine en bruingrijze pakket ligt op 50 à 175 cm -Mv. Mogelijk is dit de onderkant van de moesbedden. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat alleen het bovenste stuk (het bruine zand) is aangemerkt als zwak humeus, bij het bruingrijze zand daaronder staat dat niet vermeldt. Hieronder is grijs zand aangetroffen (Landview, 2021b). In deelgebied Westerhoeve is in de boringen geen puinverharding aangetroffen (Landview, 2021a). Hier is vanaf het maaiveld tot ongeveer 70 à 100 cm -Mv bruin/ crèmebruin tot bruingrijs, zwak humeus zand aangetroffen. Daaronder is meer grijzig zand aanwezig (Landview, 2021a). Mogelijk is het bovenste bruinige pakket het resultaat van de aanleg van moesbedden ten behoeve van bollenteelt. Op historische kaarten zijn tuinbouwgronden in delen van het plangebied te zien (zie hierboven). Uit archeologische onderzoeken uit de omgeving blijkt dat de bloembollenvelden tot +0,5 m NAP (circa 50 à 100 cm -Mv) zijn aangelegd (zie hoofdstuk 7) in de omgeving van het plangebied.
Ook is gebleken dat onder de moesbedden en in de directe omgeving van de moesbedden nog archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn (zie hoofdstuk 7). • In deelgebied Duinzicht is geen bebouwing aanwezig. De voormalige stacaravans waren niet gefundeerd. Tot hoe diep de bestaande bebouwing in deelgebied Westerhoeve gefundeerd is, is niet bekend. De bebouwing is in ieder geval niet onderkelderd (bron: opdrachtgever).
9. Gespecificeerde archeologische verwachting Archeologische verwachting
Hoog
Periode
Neolithicum-Nieuwe Tijd
Complextypen
Nederzettingen, graven, sporen van landgebruik
Stratigrafische positie
In de top van de strandwal In de top van de Oude Duinen en op overstoven niveaus
Diepteligging
Vermoedelijk vanaf onder moesbedden, die tot 0,5 à 1,0 m -Mv aanwezig kunnen zijn of vanaf onder de bouwvoor (vermoedelijk 50 cm -Mv)
Archeologische verwachting en periode Het plangebied bevindt zich op de westflank van de strandwal van Heiloo. Uit onderzoek in de omgeving blijkt dat op de strandwal archeologische sporen uit de Bronstijd, IJzertijd en LateMiddeleeuwen zijn aangetroffen. Ook zijn vondsten bekend uit de periodes Neolithicum-IJzertijd, IJzertijd-Romeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Waar de complextypen vastgesteld konden worden, bestaan de archeologische waarden uit nederzettingsterreinen. Gezien de ouderdom van de strandwal (Neolithicum-Bronstijd), kunnen op de strandwal archeologische sporen vanaf het Neolithicum aanwezig zijn. Ook ligt het plangebied aan de Westerweg, een historische route tussen Alkmaar en Haarlem. Het plangebied is op de kaart van Zoutman uit 1665 onbebouwd, maar langs de Westerweg is op historische kaartmateriaal aan beide zijden van de weg bebouwing weergeven. De bebouwing bevond zich in de omgeving binnen een straal van ongeveer 200 m van de Westerweg. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat het plangebied voor de 17e eeuw wél bebouwd is geweest. Het plangebied heeft daarom een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd. Stratigrafische positie en diepteligging In het plangebied kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn.
Dit zijn de top van de strandwal, de top van de Oude Duinen en eventuele overstoven niveaus in de duinen. In de omgeving van het plangebied is de top van de strandwal vanaf 0,0 à +0,5 m NAP aangetroffen. Eventuele Oude Duinen (Laat-Neolithicum) met overstoven niveaus (Bronstijd, maar mogelijk ook later) erin liggen hierboven en kunnen op variabele dieptes aanwezig zijn. De hoogst gelegen archeologische niveaus zijn direct onder de moesbedden aangetroffen, vanaf+0,5 m NAP (circa 55 à 100 cm -Mv). Daar waar geen bloembollenteelt heeft plaats gevonden in het plangebied is de verwachting dat het hoogste archeologische niveau vanaf onder de bouwvoor aanwezig kan zijn, die vermoedelijk 50 cm dik is. Complextypen, omvang en aanwezigheid In het plangebied kunnen nederzettingen, graven en sporen van landgebruik aanwezig zijn: • Gedurende het Laat-Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen zullen nederzettingscomplexen vooral bestaan uit een concentratie van aardewerk, houtskool, vuursteen, (on)verbrand botmateriaal en bewerkt natuursteen. Mogelijk zijn ook sporen van huisplaatsen uit deze periode aan te treffen in de vorm van paalkuilen, afvalkuilen of andere diepliggende sporen. Deze resten zullen zich over het algemeen kenmerken als een donkere “vuile laag” of “vondstlaag” (cultuurlaag). Vanaf de Bronstijd kunnen ook fragmenten metaal of metaalslak worden aangetroffen.
De omvang van een eventuele vindplaats is niet bekend. Deze
•
•
kan variëren van enkele tientallen tot honderden vierkante meters voor een nederzetting die betrekking heeft op een enkele boerderij. Sporen van kortstondige bebouwing en landgebruik (waaronder graven) kenmerken zich daarentegen door kleinschalige grondsporen en zullen minder vondstmateriaal bevatten. Akkers kenmerken zich door humeuze lagen en soms zijn ook eergetouwkrassen aanwezig. Nederzettingen en/of huisplaatsen vanaf de Late-Middeleeuwen kunnen zich ook kenmerken door vondstmateriaal en/of grondsporen. Bebouwing uit de Late-Middeleeuwen kan houtbouw in de ondergrond hebben achter gelaten, terwijl van bebouwing uit de Nieuwe Tijd nog stenen funderingen aanwezig zouden kunnen zijn. In de erven kunnen ook grondsporen zoals waterputten, beerputten en afvalkuilen worden aangetroffen.
In welke mate nog daadwerkelijk archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Met name de bloembollenteelt in het oosten van deelgebied Duinzicht en het westen van deelgebied Westerhoeve heeft het bodemarchief vermoedelijk aangetast. Vermoedelijk is dit tot 50 à 100 cm -Mv, maar de exacte diepte ter plaatse is niet bekend. De kans bestaat dat naast de moesbedden nog archeologische sporen aanwezig zijn. In het oosten van deelgebied Duinzicht is een parkeerplaats aanwezig die tot 45 cm -Mv bestaat uit puin. Deze parkeerplaats is vermoedelijk dus in het pakket van de moesbedden aangelegd. Bovenstaande archeologische verwachting is grafisch weergeven in bijlage 14. De locatie van de moesbedden en historische weg zijn gebaseerd op historische kaarten.
Tabel 1. Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4
Complextype Omvang Diepteligging
5
Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren)
8
Mogelijke verstoringen
Reden Onbekend Paleolithicum-Mesolithicum Vanwege diepteligging buiten beschouwing gelaten (-30 à -25 m NAP; Cohen et al., 2012). Hoog Neolithicum-Nieuwe Tijd Het plangebied ligt op een strandwal die vanaf het Neolithicum aanwezig was en langs de Westerweg die in ieder geval in 1665 al aanwezig was. Nederzettingscomplexen, huisplaatsen, sporen van landgebruik, infrastructuur, grafvelden. Onbekend, vermoedelijk 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van de strandwal, top van de Oude Duinen en overstoven niveaus. Ondiepste niveaus worden verwacht onder moesbedden, die vermoedelijk tot 50 à 100 cm -Mv aanwezig zijn, of vanaf onder de bouwvoor (die vermoedelijk 50 cm dik is). +/Boven 120 cm -Mv zijn onverbrande organische vondsten vermoedelijk gedegradeerd (-). Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Zie ook bijlage 14. Concentratie van aardewerk, vuursteen, al dan niet verbrand bot, houtkool of een vondstlaag. Ter plaatse van de moesbedden in het oosten van deelgebied Duinzicht en het westen van deelgebied Westerhoeve is de bodemopbouw vermoedelijk tot 50 à 100 cm -Mv aangetast. Het is onbekend tot op welke diepte de bodem verstoord is onder de bebouwing in het oosten van deelgebied Westerhoeve.
22
10. Conclusie en advies Conclusie Het plangebied bevindt zich op de flank van de strandwal van Heiloo. Uit onderzoek in de omgeving blijkt dat op de strandwal archeologische nederzettingssporen uit de Bronstijd, IJzertijd en LateMiddeleeuwen zijn aangetroffen. Ook zijn op de strandwal vondsten bekend uit de periodes Neolithicum-IJzertijd, IJzertijd-Romeinse Tijd, Vroege-Middeleeuwen, Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Gezien de ouderdom van de strandwal (Neolithicum-Bronstijd), kunnen op de strandwal archeologische sporen vanaf het Neolithicum aanwezig zijn. Ook ligt het plangebied aan de Westerweg, een historische route tussen Alkmaar en Haarlem. Het plangebied is op de kaart van Zoutman uit 1665 onbebouwd, maar het is niet uit te sluiten dat eerder geen bebouwing aanwezig is geweest. De bebouwing bevond zich in de omgeving van het plangebied binnen een straal van ongeveer 200 m van de Westerweg. Het plangebied heeft daarom een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd. In het plangebied kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn. Dit zijn de top van de strandwal, de top van de Oude Duinen en eventuele overstoven niveaus in de duinen. In de omgeving van het plangebied is de top van de strandwal vanaf 0,0 à +0,5 m NAP aangetroffen.
Eventuele Oude Duinen (Laat-Neolithicum) met overstoven niveaus (Bronstijd, maar mogelijk ook later) erin liggen hierboven en kunnen op variabele dieptes aanwezig zijn. De hoogst gelegen archeologische niveaus in de omgeving van het plangebied zijn direct onder de moesbedden aangetroffen, vanaf+0,5 m NAP (circa 50 à 100 cm -Mv). Daar waar geen bloembollenteelt heeft plaats gevonden in het plangebied is de verwachting dat het hoogste archeologische niveau vanaf onder de bouwvoor aanwezig kan zijn, die vermoedelijk 50 cm dik is. In welke mate nog daadwerkelijk archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Met name de bloembollenteelt in het oosten van deelgebied Duinzicht en het westen van deelgebied Westerhoeve heeft het bodemarchief vermoedelijk aangetast. Vermoedelijk is dit tot 50 à 100 cm -Mv, maar de exacte diepte ter plaatse is niet bekend (bijlage 14). De kans bestaat dat naast de moesbedden nog archeologische sporen aanwezig zijn. In het oosten van deelgebied Duinzicht is een parkeerplaats aanwezig die tot 45 cm -Mv bestaat uit puin. Deze parkeerplaats is vermoedelijk dus in het pakket van de moesbedden aangelegd. Advies Deelgebied Duinzicht Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging.
Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om voor het westen van deelgebied Duinzicht een dubbelbestemming archeologie op te nemen (hoge verwachting). Hieraan kunnen de onderzoeksgrenzen van het vigerende bestemmingsplan gekoppeld worden van 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Voor het oosten van het deelgebied, waar de moesbedden verwacht worden (zie bijlage 14), wordt geen dubbelbestemming archeologie aanbevolen. De kans is groot dat hieronder eventuele archeologische resten en/of sporen al verstoord zijn. Deelgebied Duinzicht zal worden ingericht als bungalowpark. Hiertoe zullen bungalows, wegen, kabelsen leidingen, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen worden gerealiseerd. De ontgravingsdiepte voor de grondgebonden woningen bedraagt ongeveer 60 cm -Mv. Mogelijk komen er heipalen onder de woningen. Van de overige ingrepen is de ontgravingsdiepte nog niet bekend. Ook zal een deel van het terrein vermoedelijk iets worden opgehoogd in verband met een gesloten grondbalans.
23
Met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden is het advies als volgt: 1. Ter plaatse van de voormalige moesbedden (bijlage 14) is de kans groot dat de ondergrond al is aangetast tot 50 à 100 cm -Mv. Hierbij kunnen ook eventuele archeologische resten en/of sporen al zijn aangetast. De kans dat onder de moesbedden nog grootschalige intacte archeologische sporen worden aangetroffen is daarom klein. Daarom wordt ter plaatse van de bollengronden geen vervolgonderzoek geadviseerd (zone moesbedden in bijlage 14; zie ook bijlage 15). 2. Gezien de geringe ontgravingsdiepte voor de recreatiewoningen wordt voor de bouw van de recreatiewoningen geen vervolgonderzoek geadviseerd. De kans is groot dat de funderingen voor de woningen in reeds verstoorde grond worden aangelegd. Eventuele heipalen worden als niet verstorend aangemerkt. 3. Voor de overige werkzaamheden geldt het volgende. Indien voor de overige werkzaamheden in het westen van het deelgebied (buiten de zone van de moesbedden; bijlage 14) graafwerkzaamheden voorzien zijn die dieper reiken dan 60 cm -Mv, wordt hiervoor een verkennend booronderzoek aanbevolen. Het totale oppervlak van het westen van deelgebied Duinzicht is 1,3 ha.
Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd als verkennend booronderzoek, dat als doel heeft om de bodemopbouw (waaronder dus de exacte diepteligging van de archeologische niveaus) en mate van intactheid van het bodemprofiel vast te stellen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan het archeologische verwachtingsmodel worden getoetst en waar mogelijk worden bijgesteld. Voor graafwerkzaamheden die tot maximaal 60 cm Mv reiken, wordt ook in het westen van het deelgebied geen vervolgonderzoek aanbevolen (bijlage 15). Wel geldt een archeologische meldplicht. Wanneer bij werkzaamheden toch onverhoopt waardevolle archeologische resten worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10) te worden gemeld bij de bevoegde overheid, de gemeente Heiloo. Deelgebied Westerhoeve Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om voor het oosten van deelgebied Westerhoeve een dubbelbestemming archeologie op te nemen (hoge verwachting). Hieraan kunnen de onderzoeksgrenzen van het vigerende bestemmingsplan gekoppeld worden van 100 m 2 en dieper dan 50 cm -Mv. Voor het westen van het deelgebied, waar de moesbedden verwacht worden (zie bijlage 14), wordt geen dubbelbestemming archeologie aanbevolen.