CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

_Archeologisch bureauonderzoek (1)

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Ter Coulsterlaan6.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo

Gemeente Heiloo

HOLLANDIA archeologen

2

C OLO FON Hollandia reeks nr. 1005 Titel: Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo, gemeente Heiloo Toponiem: Ter Coulsterlaan 1-21 Gemeente: Heiloo Onderzoeksmeldingsnummer Archis: 5236718100 Hoekcoördinaten: 108.801/513.150 (NW) 108.775/513.109 (ZW) 108.833/513.083 (ZO) 108.871/513.125 (NO) Auteur: drs. S.M. Vermoolen In opdracht van: Dhr. R. Dekker DNS planvorming B.V. Klaprozenweg 75 c 1033 NN Amsterdam Wetenschappelijke leiding: P.M. Floore Illustraties: S.M. Vermoolen, tenzij anders vermeld. Definitieve versie: juli 2022 Oplage: 7 ISSN: 1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2022 Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk  075 - 622 49 57  info@archeologen.com

I N H OU D SO PG AV E Inhoudsopgave Samenvatting5 1. Inleiding7 2. Het onderzoeksgebied 9 3. Beleid11 4. Doel en methode 13 5. Aardwetenschappelijke gegevens 15 6. Historische gegevens 19 7. Archeologische gegevens 21 8. Archeologische verwachting 23 9. Conclusie en advies 25 Literatuurlijst26 Bijlagen27 Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan

3

4

Afbeelding 1. Een ‘artists rendition’ van het toekomstige apparatementencomplex aan de Ter Coulsterlaan 1-21. Aangeleverd door opdrachtgever.

SA M E NVAT TI N G Voor het archeologisch bureauonderzoek in het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo, gemeente Heiloo, zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Het perceel heeft binnen het geldende bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’. Dit betekent dat er een onderzoeksverplichting geldt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning bij plannen die groter zijn dan 75 m² en werkzaamheden dieper reiken dan 50 cm onder het maaiveld. Werkzaamheden zijn toelaatbaar indien de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. Bekende archeologische en historische gegevens tonen aan dat er een hoge verwachting is op het aantreffen van archeologische resten afkomstig uit het neolithicum tot en met de (vroege) middeleeuwen. Het plangebied is onderdeel van landgoed ‘Ter Coulster’ waar vanaf de 14de eeuw een kasteel heeft gestaan. Ook zijn er in de omgeving meerdere archeologische vindplaatsen gedocumenteerd.

Door de mogelijke recente verstoringen binnen het plangebied en het ontbreken van bebouwing op het historisch kaartmateriaal kan er een middelhoge verwachting worden aangenomen voor resten afkomstig uit het de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Eventuele bewoningsniveaus/lagen uit de Romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd bevinden zich al direct onder het maaiveld. Advies

Aan de hand van de onderzoeksresulaten wordt een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit is gebaseerd op de hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten in het gebied. Door de kans op recente verstoringen wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te laten voeren (conform protocol 4003, KNA 4.1). Bij dit onderzoek wordt inzicht verkregen in de mate van verstoring en eventuele aanwezigheid van cultuurlagen en bewoningsniveau’s. Op basis van de resultaten van dit booronderzoek kunnen de archeologische vervolgstappen worden bepaald. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden dan geldt altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Heiloo.

5

6

1

I N LE I D I NG In april 2021 heeft Hollandia Archeologen uit Zaandijk in opdracht van dhr. R. Dekker van DNS planvorming B.V. een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo, gemeente Heiloo. Op de locatie wordt het huidige bebouwing gesloopt en vervangen door nieuw appartenmentencomplex met 46 woningen. De funderingsbalken en graafwerkzaamheden kunnen tot maximaal 1,00 m -mv reiken. Verder worden er betonpalen geheid, waarvan de afmetingen en hoeveelheid nader te bepalen zijn. Deze werkzaamheden kunnen archeologische lagen in de bodem verstoren. Het doel van een archeologisch bureauonderzoek is om in een vroeg stadium van de plannen inzage te hebben in de te verwachten archeologische waarden, zodat de bevoegde overheid een besluit kan nemen over het verstrekken van een omgevingsvergunning en eventuele archeologische vervolgstappen. In het archeologisch informatiesysteem van Nederland (ARCHIS3) staat het onderzoek onder nummer 5236718100 geregistreerd.

Afbeelding 2. Topografische kaart van het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo.

7

Afbeelding 3. De toekomstige situatie van het appartementencomplex aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo. Aangeleverd door opdrachtgever.

8

2

H E T O N D E R ZO E KSG E BIE D De onderzoekslocatie bevind tussen de Wester- en Holleweg direct aan het spoor. Het bebosde gebied is gelegen aan de Ter Coulsterlaan 1-21 te Heiloo gemeente Heiloo. De RD-coördinaten zijn 108.801/513.150 (NW), 108.775/513.109 (ZW), 108.833/513.083 (ZO), 108.871/513.125 (NO). Het gehele plangebied valt volgens de beleidskaart archeologie van de gemeente Heiloo, binnen een dubbelbestemming: Waarde - Archeologie -2. Op de Indicatieve Kaart Archeologsche Waarden (IKAW) geldt er hoge kans voor het aantreffen van archeologische sporen. Het terrein is namelijk onderdeel van ’Landgoed Ter Coulster’. Het ligt ten westen van de Rooms-Katholieke Kerk (Ter Coulster Kerk). Het landgoed omvat een langwerpig groen boscomplex vanaf het spoor tot in oostelijke richting tegen de snelweg A9. Het gebied wordt door de Kennemerstraatweg in tweeën geknipt. Op het landgoed heeft een oud kasteel gestaan. Op deze oude funderingen is in de 19de eeuw een boederij gebouwd. Het 17de eeuwse hekwerk voor de toegang tot het landgoed is tevens een rijksmonument (21349). Op de locatie wordt het huidige grondgebruik gevormd door een appartenmentencomplex en een aanliggende parkeerplaats. De ontwikkeling van het plangebied zal bestaan uit de nieuwbouw van 46 appartementen met een grootte van 60 - 77 m2 (afb. 5). De bestaande bebouwing wordt gesloopt (ca. 1100 m2).

Onder de nieuwe verharding valt bergingsruimte, fietsenstallingen en een ‘groene’ parkeergelegenheid. Op het kavel is de ongravingsdiepte maximaal 1,00 m onder maaiveld voor de funderingsbalken en vloer. De woningen zullen worden gefundeerd met heipalen. Een palenplan is op het moment van schrijven nog niet bekend. Mogelijk zal hierdoor de ondergrond tot grote diepte worden verstoord. Het totale oppervlak van het nieuwe appartementencomplex is ca. 1270 m2. De hoogte van het onderzoeksgebied ligt tussen de 1,70 - 2,00 m +NAP.

9 Afbeelding 4. Luchfoto van het onderzoeksgebied.

10

Afbeelding 5. Dwarsdoorsnede van het toekomstige appartementencomplex naar de ‘Ter Coulster Kerk’.

12600+P

9600+P

3

B EL E I D De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop, de Wet op de archeologische monumentenzorg. Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. De overige artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet zijn van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Het plangebied bestaat momenteel uit een perceel met een appartementencomplex. Er zijn voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en een nieuwbouw op het terrein te realiseren.

De beleidskaart archeologie van de gemeente Heiloo heeft uitgewezen dat het plangebied zich bevindt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan ‘Middengebied’ in een gebied met een hoge archeologische waarde, “Archeologie-Waarde 2”. Volgens het bestemmingsplan moet er archeologisch onderzoek plaatsvinden bij werken groter dan 75 m2 en die dieper reiken dan 50 cm onder maaiveld. Door de omvang van de ingrepen, het plangebied is ca. 1270 m2, is verder archeologisch onderzoek aldus vereist. Omdat binnen het bouwvlak sprake zal zijn van bouw- en aanlegwerkzaamheden dient de huidige archeologische verwachting en de nu vigerende dubbelbestemming getoetst te worden. Het onderzoek dient integraal uitgevoerd te worden over het plangebied, zodat de dubbelbestemming voor het plangebied voldoende onderbouwd kan worden.

11

12

4

D OE L E N M E THODE Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling dienen aanvullende gegevens verzameld te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecificeerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Heiloo, kan hierop een (selectie) besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1. Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2.

Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische literatuur.

13

14

5

A AR DW E T E NSCHA PPE LIJ KE G E GE VEN S Type gegevens

Bron

Omschrijving

Tabel 1. Samenvatting

Geologie

De Mulder et al. 2003; Vos 2015

Formatie van Naaldijk; Laagpakket van

van de relevante

Zandvoort.

aardwetenschappelijke

Formatie van Nieuwkoop: Hollandveen

gegevens over de regio van het

laagpakket.

plangebied.

Geomorfologie

Geomorfologische kaart

(B76) Strandwal.

van Nederland (PDOK)

(M72) Vlakte van getij-afzettingen. (M81) Ontgonnen veenvlakte.

Bodemkunde

Bodemkaart van

(Zn21) Vlakvaaggronden; leemarm en zwak

Nederland (PDOK)

lemig fijn zand. (gMn53C) Knippige poldervaaggronden; zavel, profielverloop 3.

Genese van het landschap

Het huidige Heiloo lag ten noorden van de monding van het Oer-IJ. Het Oer-IJ ontstond vanaf ca. 3000 v. Chr., mede door de zeespiegelstijging die vanaf het begin van het Holoceen (ca. 8800 v. Chr.) gaande was. De monding van het Oer-IJ was een dynamisch estuarium waardoor het achterliggende land in de zee kon afwateren. Via dit zeegat liet de invloed van de zee zich tot ver in het binnenland gelden. Rond 3000 v. Chr. begonnen zich onder invloed van de zee langs de kust strandwallen te vormen. In het onderzoeksgebied vormde zich vanaf 2500 v. Chr. een dergelijke strandwal. De zee had echter nog veel invloed op het land rond de monding van het Oer-IJ en het onderzoeksgebied lag in een landschap van strandzanden en getijden-overslaggronden. Als gevolg van de afsluiting van het zeegat van Bergen, raakte het plangebied rond 1000 v. Chr. geheel buiten de invloed van de getijden. De voormalige kweldergebieden raakten zelden tot nooit meer overstroomd, maar waren nog altijd niet geschikt voor bewoning. De verlande kwelders worden gerekend tot het laagpakket van Wormer van de formatie van Naaldwijk. De afsluiting van het zeegat van Bergen en de gelijktijdige verlanding van het Oer-IJ estuarium leidde tot een verminderde afwatering achter de kustlijn van NoordHolland. Door de stijging van het grondwater ontwikkelde zich een moerassig landschap.

Afgestorven plantenresten konden in dit milieu niet geheel verteren, waardoor de bodem werd bedekt door veen. Dit proces begon als eerste in de lager gelegen delen, het verland getijdenlandschap. De veenafzettingen worden gerekend tot het Hollandveen laagpakket van de formatie van Nieuwkoop. Deze afzetting komt gedeeltelijk voor binnen afzettingen van het laagpakket van Wormer. Op dit moment kon bewoning plaatsvinden binnen de lagere gelegen gebieden. Rond 1000 n. Chr. bereikte de veenbedekking haar maximale omvang. De afwatering op de Noordzee was geheel verdwenen door de afsluiting van het Oer-IJ. Via kleinere veenstroompjes en een restgeul van het Oer-IJ kon het veen nog afwateren op de Zuiderzee.In deze periode werd een deel van de hogere veenruggen al in cultuur gebracht, hetgeen in de daaropvolgende eeuwen zou leiden tot bodemdaling door oxidatie en ontwatering van het veen.

15

Geologie

Het plangebied bestaat geomorfologisch gezien uit een strandwal, al dan niet met vervlakte duinen. Bewoning op deze strandwal is in principe mogelijk vanaf het laatneolithicum vanaf ca. 2500 v. Chr. Op de geomorfologische kaart van Heiloo (afb. 7) is te zien dat het plangebied ligt binnen een niet gekarteerd vlak. Dat komt omdat het onderzoeksgebied valt binnen de bebouwde kern en daarom niet gekarteerd is. De omgeving bevat verschillende omschrijvingen, waardoor er wel informatie uit te betrekken valt. Het roze vlak geeft aan dat het gebied rondom het onderzoeksgebied is gekarteerd als een strandwal (B76). Ten westen en oosten van Heiloo en direct naast de strandwal is met een blauwpaarse kleur aangegeven als vlakte van getij-afzettingen (M72). De bodem romdom het plangebied is veelzijdig en bestaat uit veel verschillende soorten grond. Er zijn 2 typen bodems die de overhand hebben in het gebied. De bodems die het meeste voorkomen rondom het plangebied bestaan uit knippige poldervaaggronden; zavel, profielverloop 3 (gMn53C) en vlakvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Zn21). Afbeelding 6. Bodemkundige kaart van Heiloo. Het terrein aan de Ter Coulsterlaan 1-21 is aangegeven in de rode cirkel (Bron: ARCHIS3).

Kalkhoudende beekeerdgronden; zeer fijn en matig zand

16

Kalkhoudende vlakvaaggronden; grof zand Vlakvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand

Knippige poldervaaggronden; zavel Hoge bruine enkeerdgronden; leemarm zwak fijn zand Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Knippige poldervaaggronden; klei

Afbeelding

7.

Geomorfologische

kaart van Heiloo. Het onderzoeksgebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 is aangegeven in de rode cirkel. rode cirkel (Bron: ARCHIS3).

Strandwal (code B76)

Ontgonnen veenvlakte (code M81)

Vlakte en getij-afzettingen (code M72)

Getij kreekbeding, zee-erosie geul (code R71) Welvingen in getij-afzettingen (code L74) Storthopen met grind-, zand-,kleigaten en ijzerkuilen (code L91)

Plateau-achtige storthoop,opgespoten terrein (code F91)

17

Boring van het Dinoloket Ten behoeve van bodemkundig en geologisch onderzoek zijn in het recente verleden nabij het onderzoeksgebied boringen verricht. Deze gegevens zijn te raadplegen via het dinoloket (www.dinoloket.nl). De boringen geven een eerste inzicht in de ondergrond van het onderzoeksgebied. Boring 1 (afb. 8): De dichtstbijzijnde boring bevindt zich ca. 250 meter ten zuidoosten van het onderzoeksgebied, aan Heerenweg Deze boring levert in de bovenste 90 een zeer fijne zandlaag, met daaronder een matig fijn zandpakket to 3,50 m -mv (1,50 m -NAP). De gehele bodemlaag behoort tot het laagpakket van Zanvoort, formatie van Naaldwijk.

Boring 2: Ten noorden van het onderzoeksgebied op ca. 250 meter aan de Schuine Hondsbossche laan is eveneens een boring uitgevoerd. Deze boring is vrijwel identiek aan boring 1. Omdat het onderzoeksgebied vrijwel op de top van de strandwal ligt, zijn geen veenresten waargenomen in de boringen. Deze bodemlagen bevinden zich meer ten oosten van het onderzoeksgebied. Afbeelding 8. Dinoloketboring ter hoogte van de Heerenweg in Heiloo (ID: B19A0480).

Afbeelding 9. Uitsnede van kaart Johannes Dou uit 1680 met oude situatie

nog

intact.

Ten

zuiden

van de Witte Kerk is bebouwing aangegeven. Op de planlocatie is geen bebouwing zichbaar. Niet op schaal. Aangeleverd door Stichting Baduhenna (F. Morsch).

18

Afbeelding 10. Uitsnede van de kadastrale minuut uit 1813 van het

landelijk

gebied

ten

zuiden

van de Witte Kerk in Heiloo. Het onderzoeksgebied is aangegeven in het rode kader (Bron: ARCHIS3).

6

H ISTO R I SC H E GE GE V E NS De strandwal Limmen-Heiloo-Alkmaar is bewoond vanaf het laat-neolithicum. In Heiloo zijn vindplaatsen uit het laat-neolithicum, bronstijd, ijzertijd, uit de inheems-Romeinse periode en middeleeuwen bekend. Op de oostelijke kant van de strandwal blijkt men vanaf het laat-neolithicum akkers te hebben aangelegd. Ook zijn sporen van bewoning gevonden. Uit de bronstijd tot ijzertijd dateren funeraire structuren, waaronder een grafheuvel met een uit meerdere fasen bestaande palenkrans. Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat er mogelijk in de vroege middeleeuwen al sprake was van een lintbewoning in noord-zuid richting langs de hoofdwegen op de strandwal. Heiloo zou afgeleid zijn van: Heil = heilig en loo = bos, maar archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er sinds de bronstijd geen sprake is geweest van een bosrijke omgeving. Wellicht is de naam afkomstig van een oud heiligdom, mogelijk ter plaatse van de Witte Kerk. Rondom de kerstening zijn diverse verhalen bekend. Maar ook hier ontbreekt het aan schriftelijke en archeologische bronnen. Veel van de verhalen zijn ontstaan in de loop van de 17e eeuw. Het zal Willibrord zijn geweest die rond 690 gepredikt heeft in Heiloo en er een bedevaartsoord van heeft gemaakt. Bovendien is nog maar de vraag of ten tijde van het verhaal het gebied bebost is geweest. Het huidige bos is veel jonger.

Het ontstaan van het bos heeft voor een groot deel te maken met de eerste beplanting van het landgoed Nijenburg iets ten noorden van Heiloo. De geschiedenis van Landgoed Ter Coulster is vanaf de middeleeuwen gestructureerd kaart gebracht door een aantal publicaties uit de vorige eeuw (Belonje, 1946 en Rombach in 1983). Het jaar 1404 wordt gezien als de allereerste vermelding van Ter Coulster. Er was toen sprake van het huis van Willem van den Coulster te Heiloo. In 1408 kocht Willem van den Coulster (sr.) de heerlijkheid over van hertog Willem VI van Beieren, graaf van Holland. Willem van den Coulster droeg landgoed Ter Coulster in 1450, kort voor zijn dood, in leen op aan heer Willem IV van Egmond. In 1517 kwam het leger van Friese rebellen en Gelderse huurlingen, onder leiding van de befaamde Pier Gerlofs Donia (‘Grutte Pier’) bij Medemblik aan land en zette koers naar Alkmaar. Op de terugtocht heeft ‘de Zwarte Hoo’p, zoals deze bende werd genoemd, ook Ter Coulster ‘in koolen’ gelegd, ofwel afgebrand. Enkele archeologische vondsten, waaronder stenen kogels, zijn in de gracht aangetroffen (Historische vereniging Heiloo). In de tweede helft van de 17de eeuw is Kasteel Ter Coulster grondig verbouwd tot jachtslot. Later liet Willem Maurits van Cats (1670-1743), die Ter Coulster een warm hart toedroeg het huis wederom verbouwen en laten verfraaien.

Het kasteel heeft daarmee meerdere bouw- en herbouwfases. Na een aantal jaar ruzie zijn bij een faillisement in 1787 de bezittingen van Ter Coulster publiekelijk verkocht. Het landgoed kwam in handen van steenkopers, die het oude huis in de jaren 1788-1790 vrijwel geheel met de grond gelijk lieten maken. Slechts enkele resten van de fundering van het voorhuis bleef overeind. Van het oude kasteel Ter Coulster is bovengronds niks bewaard gebleven. Bij de vijver links van de huidige boerderij, is nog een deel van de oude slotgracht met een verbindingsvaart naar het riviertje De Die te zien. De oude waterkelders van het jachtslot zijn destijds nog gebruikt als gierkelder. Op de fundamenten van het gesloopte kasteel Ter Coulster is aan het begin van de 19de eeuw een boerderij gebouwd. Deze werd in 1887 echter weer vervangen door een nieuwe boerderij op dezelfde plek, de huidige ‘Ter Coulster Hof’. Het landschappelijke park, waarvan de layout nog bestaat, is aangelegd in het begin van de 19de eeuw. Het bestaat uit slingerende paden door hakhoutbos en een lange oprijlaan. Ook werden in verschillende tuinen groente en fruit verbouwd (Historische vereniging Heiloo).

19

Afbeelding 11. Uitsnede van de een wandelkaart

tussen

Castriucum

en Alkmaar uit 1926. Ter hoogte van de onderzoekslocatie is geen bebouwing te zien (bron: https:// www.regionaalarchiefalkmaar.nl).

Afbeelding 6. Bodemkundige kaart van Heiloo. Het terrein aan de Ter Coulsterlaan 1-21 is aangegeven in de rode cirkel (Bron: ARCHIS3).

20

Afbeelding 6. Bodemkundige kaart van Heiloo. Het terrein aan de Ter Coulsterlaan 1-21 is aangegeven in de rode cirkel (Bron: ARCHIS3).

7

ARC HE OLO G I SCHE GE GE V E NS Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch monument (AMK). Circa 300 meter ten noordoosten van het plangebied ligt de historische kern van Heiloo rondom de Witte Kerk, een archeologisch monument van hoge archeologische waarde (AMK 13877). De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bowhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over de ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern (ARCHIS3). Ten oosten ligt ook een AMK-terrein op het deel van het landgoed Ter Coulster waar het 14de-15de eeuwse kasteel heeft gestaan (15003). Binnen het plangebied heeft nog niet eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In de nabije omgeving zijn wel een aantal vondstmeldingen en onderzoeken gedaan (zie afb. 14): Ten noordoosten in de historische kern van Heiloo heeft Hollandia archeologen een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd in 2021 nabij winkelcentrum ‘t Loo Heiloo (Omnr 5112917100 en 5112893100,1). In beide gebieden bestaat de ondergrond vanaf het maaiveld uit een geroerd pakket van 0,8-2,1 m dik (1,4-0,1 m +NAP). Daaronder bevindt zich een zandpakket (Laagpakket van Schoorl) dat vanaf de ijzertijd over een veenlaag is afgezet.

Hierin zijn vegetatiebandjes onderscheiden. De veenlaag (Hollandveen Laagpakket) bevindt zich vanaf 2,50-2,75 m -mv (0,18- 0,50 m -NAP). Onder het veen ligt een zandpakket waarvan niet vastgesteld is of dit duinzand of strandwalzand betreft Laagpakket van Schoorl/Zandvoort). Het zand dat vanaf 2,70 m -mv (0,43 m -NAP) aanwezig is, kan mogelijk het restant zijn van een akkercomplex uit de bronstijd. Ook de hoger gelegen vegetatiebanden zouden restanten van akkers kunnen zijn. Hoewel dit niet in de boringen is vastgesteld, kan het veen betreden zijn. Direct onder de geroerde bovengrond kunnen archeologische sporen, die diep zijn ingegraven, aanwezig zijn uit de periode Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd (Vermoolen & Salomons 2021). In 2021 heeft Hollandia archeologen een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Raadhuisweg 10-11 (OMnr 4950991100, 2). Onder de geroerde bodem (1,3-1,55 m +NAP) is een licht bruingrijze, zwak roesthoudende, kalkloze zandlaag aangetroffen. In deze laag is het mogelijk dat er resten aanwezig zijn vanaf de Romeinse tijd, de middeleeuwen en nieuwe tijd. Dieper in de bodem is een humeuze zandlaag waargenomen. Op de top van deze humeuze zandlaag, aanwezig tussen 0,65 en 0,5 m -NAP, zijn resten vanaf de vroege ijzertijd mogelijk.

Onder deze humeuze laag zijn oudere resten mogelijk vanaf het laat neolithicum tot en met de bronstijd (Vermoolen 2021). Aan de Matthijs Zonderhuisweg 1, ten zuiden van het onderzoeksgebied, heeft Hollandia archeologen in 2009 een opgraving uitgevoerd (3). Hierbij zijn nederzettingssporen aangetroffen uit de 3e eeuw v.Chr.Het betreft kuilen met aardewerk en maalsteenfragmenten. Waarschijnlijk zij de kuilen gegraven om regenwater op te vangen. De bodem van de kuilen bestaat uit een compacte niet goed doorlatende laag, zodat het water bleef staan. De net wat hoger gelegen oude duinen waarop de kern van Heiloo is gelegen was zeer geschikt voor akkerbouw. Er zijn ook spaarzame aanwijzingen voor een nederzetting uit de 11e of 12e eeuw. Uit deze periode is slechts een spoor teruggevonden, namelijk een stookplaats. Het betreft een klein spoor met een plak verbrande leem aan het oppervlak en daaronder een kuil met wat grote aardewerkfragmenten en brok gesinterde ovenwand (De Koning 2009).

21

In 2005 is aan het Stationplein/Heerenweg een grootschalige opgraving uitgevoerd door Hollandia archeologen (4). In de werkput is een geconcentreerd sporenpatroon aangetroffen dat laat zien dat langdurige bewoning bewoning op dezelfde plek was geweest. Er zijn sporen vanaf de vroege Romeinse tijd, en mogelijk zelfs ouder, tot en met de nieuwe tijd. De nadruk van de archeologische sporen en het vondstmateriaal ligt tussen de 14de en 15de eeuw (De Koning 2005). Een aangrenzend onderzoek van Archol B.V. uit Leiden heeft soortgelijke archeologische resten aangetroffen vanaf de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd (5). Ook hier is het terrein bijna continue in gebruik geweest tot aan het heden. Alleen in de vroege middeleeuwen lijkt er een kort bewoningshiaat te zijn geweest. Anders dan misschien verwacht zijn er geen sporen uit de ijzertijd en/of bronstijd aangetroffen (Knippenberg 2007 et al). Ten oosten aan de Kennemerstraatweg 143 heeft Hollandia archeologen in een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (6). Uiteindelijk zijn er enkele bodemlagen gedocumentreerd, waaronder een veenlag met sporen van betreding. Door een grote mate van recent verstoringen door bouwwerkzaamheden zijn tijdens het onderzoek geen noemenswaardige archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Er is daarnaast geen indicatie voor bewoning of akkerbouw.

In 2016 heeft IDDS archeologie een bureauonderzoek opgesteld voor een geluidsschermzone langs het spoor in Heiloo (7). Archeologische resten, daterend vanaf het neolithicum en toebehorend aan diverse complextypes zoals bewoning, begraving en landgebruik (veeteelt en beakkering) kunnen op diverse niveaus in de ondergrond worden aangetroffen. Deze niveaus kunnen van elkaar gescheiden zijn door veenlagen of stuifzand en worden verwacht vanaf de onderzijde van het in het plangebied aanwezige ophogingspakket. Resten uit de vroege middeleeuwen worden verwacht in het zuidelijk deel van het trace en resten uit de volle en late middeleeuwen met name in het noordelijk deel. Archeologische resten uit overige periodes kunnen in het gehele trace voorkomen (Moerman 2016).

22

22-04-2022 12:01

Afbeelding

6.

archeologische

Overzicht

van

onderzoeken

in

de buurt. Het onderzoeksgebied is

Zoeken en Vinden Selecteer Archeologische Objecten

Archeologische objecten (selecteerbaar)

Zaakidentificatielabels vondstlocaties

aangegeven in het rode kader (Bron: ARCHIS3).

100 m

https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Zoeken_en_Vinden_Selecteer_Archeologische_Objecten&bookmark=8053355a-c934-4e91-803a-ad04b72e0067&maponly=true

A WGP P-P

1/1

8

ARC HE OLO G I SCHE V E RWACHT ING Periode

Verwachting

Diepte

Omschrijving van de te verwachte resten

Bronstijd

Hoog

Vanaf ca. 2 m onder het maaiveld.

Nederzettingssporen, vuursteen, natuursteen aardewerk, botmateriaal, houtenvoorwerpen, kuilen, gewei, begravingen

IJzertijd

Hoog

Vanaf ca. 2 m onder het maaiveld.

Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, aardewerk, natuursteen, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen.

Late ijzertijd/ Inheems Romeinse periode

Hoog

direct onder het maaiveld.

Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen, leer.

MiddeleeuwenNieuwe tijd

Middelhoog

direct onder het maaiveld.

Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen, glas, leer.

Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting van de locatie aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo.

Voor het onderzoeksgebied kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden uitgesproken: Uit de literatuur is gebleken dat de hoge delen (strandwallen) langs de kuststreek sinds de late prehistorie mogelijk intensief in gebruik zijn geweest. Alleen al op basis hiervan kan aangenomen worden dat er op de strandwal waar het plangebied ligt, zich archeologische sporen vanaf de bronstijd in de ondergrond van het onderzoeksgebied kunnen bevinden. Andere geraadpleegde geologische, historische en archeologische gegevens onderstrepen dit, waardoor de volgende archeologische verwachting wordt opgesteld: Bewoning op de strandwal kan vanaf met name de bronstijd en daarop volgende periodes worden verwacht. Op en rondom de strandwal van het onderzoeksgebied zijn veel archeologische sporen en vondsten aangetroffen. Deze dateren met name uit de bronstijd, late ijzertijd, Romeinse tijd en de middeleeuwen.

23

Het archeologische niveau voor de bronstijd en vroege ijzertijd bevindt zich mogelijk 2,0 meter onder het maaiveld onder een veenlaag. Op deze veenlaag zijn sporen vanaf de ijzertijd mogelijk. Direct onder de bouwvoor zijn resten mogelijk vanaf de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Door middel van archeologische opgravingen, waarnemingen en vondstmeldingen zijn er rondom het plangebied verschillende sporen en vondsten bekend, afkomstig van bewoning uit de Romeinse tijd, (vroege) middeleeuwen en nieuwe tijd. Om deze reden geldt voor alle periodes zichtbaar in de bovenstaande tabel een (middel) hoge archeologische verwachting. Er wordt daarom ook geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van verstoring door eerder uitgevoerde werkzaamheden en eventuele aanwezigheid van cultuurlagen en bewoningsniveau’s in kaart te brengen.

24

9

C ONC LU S I E E N A DV IE S Voor het archeologisch bureauonderzoek in het plangebied aan de Ter Coulsterlaan 1-21 in Heiloo, gemeente Heiloo, zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Het perceel heeft binnen het geldende bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’. Dit betekent dat er een onderzoeksverplichting geldt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning bij plannen die groter zijn dan 75 m² en werkzaamheden dieper reiken dan 50 cm onder het maaiveld. Werkzaamheden zijn toelaatbaar indien de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. Op het huidige plangebied staat een appartenmentencomplex en een aanliggende parkeerplaats. De ontwikkeling van het plangebied zal bestaan uit de nieuwbouw van 46 appartamenten. De bestaande bebouwing wordt gesloopt (ca. 1100 m2). Onder de nieuwe verharding valt bergingsruimte, fietsenstallingen en een ‘groene’ parkeergelegenheid. Op het kavel zal de ongravingsdiepte maximaal 1,00 m onder maaiveld voor de funderingsbalken en vloer.

De woningen zullen worden gefundeerd met heipalen. Een palenplan is op het moment van schrijven nog niet bekend. Mogelijk zal hierdoor de ondergrond tot grote diepte worden verstoord. Bekende archeologische en historische gegevens tonen aan dat er een hoge verwachting is op het aantreffen van archeologische resten afkomstig uit het neolithicum tot en met de (vroege) middeleeuwen. Het plangebied is onderdeel van landgoed ‘Ter Coulster’ waar vanaf de 14de eeuw een kasteel heeft gestaan. Ook zijn er in de omgeving meerdere archeologische vindplaatsen vrijgelegd. Door de mogelijke recente verstoringen binnen het plangebied en het ontbreken van bebouwing op het historisch kaartmateriaal kan er echter een middelhoge verwachting worden aangenomen voor resten afkomstig uit het de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Eventuele bewoningsniveaus/lagen uit de Romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd bevinden zich al direct onder het maaiveld.

25

Advies Aan de hand van de onderzoeksresulaten wordt een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit is gebaseerd op de hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten in het gebied. Door de kans op recente verstoringen wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te laten voeren (conform protocol 4003, KNA 4.1). Bij dit onderzoek wordt inzicht verkregen in de mate van verstoring en eventuele aanwezigheid van cultuurlagen en bewoningsniveau’s. Op basis van de resultaten van dit booronderzoek kunnen de archeologische vervolgstappen worden bepaald. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden dan geldt altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Heiloo.

A ANVUL L ENDE INFO RM AT I E

OP W W W.HOLL AN DIA-A RCHEOLOG I E . NL

LIT E R AT U URLIJST Benneker, S.M., 2019: Archeologisch proefsleuvenonderzoek Kennemerstraatweg 143, Heiloo, gemeente Heiloo, Hollandia reeks 739. Zaandijk. Koning, J. de., 2009: Inventariserend Veldonderzoek en een definitieve opgraving aan de Matthijs Zonderhuisweg 1 (locatie Postkantoor) te Heiloo, Hollandia reeks 246. Zaandijk. Knippenberg, S. 2007: Hoog en droog. Archeologisch onderzoek op de strandwal van Heiloo nabij het Stationsplein. Archol Rapport 80, Leiden. Lange, S. 2007: Middeleeuwse bewoning ten zuidoosten van de “Witte kerk”. Kennemerstraatweg 408-414. Amsterdams Archeologisch Centrum, Projectenbureau, Amsterdam Moermann, S., 2016: Archeologisch bureauonderzoek ‘Geluidsschermen spoorlijn, Heiloo’, Gemeente Heiloo. IDDS Archeologie rapport 1928, Noordwijk. Rooijen, E & J. de Koning, 2005: 1000 jaar wonen langs de Heerenweg De opgraving op het Stationsplein te Heiloo, Hollandia reeks 119. Zaandijk. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.

26

2016,

Kwaliteitsnorm

Vermoolen, S.M. & K.T. Salomons, 2021: Inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen in ‘Deelgebied 2 blauw’ binnen project ‘t Loo in Heiloo, gemeente Heiloo, Hollandia reeks 953. Zaandijk. Vermoolen, S.M. 2021: Archeologisch bureau- en booronderzoek aan de Raadhuisweg 10-11 in Heiloo, gemeente Heiloo, Hollandia reeks 889. Zaandijk. Vermoolen, S.M. 2021: Archeologisch verkennend booronderzoek in deelgebied groen binnen project ‘t Loo in Heiloo, gemeente Heiloo, Hollandia reeks 958. Zaandijk. Vos, P., 2015, Origin of the Dutch Coastal Landscape: Long-term landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series, Barkhuis. Websites

www.AHN.nl ARCHIS3 www.bagviewer.kadaster.nl www.beeldbank.uu.nl www.cultureelerfgoed.nl www.dinoloket.nl www.noord-hollandsarchief.nl/beelden/beeldbank www.regionaalarchiefalkmaar.nl/ www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.tercoulster.nl

BIJL AGEN Inhoudsopgave

Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan

27

28

Late-Middeleeuwen

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

450-525 B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Midden-Neolithicum

Vroeg-Neolithicum

B

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

A 1.500-1.650

Laat-Neolithicum

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

29

PALEOLITHICUM

Nieuwe tijd

MIDDELEEUWEN

B 1.650-1.850

ROMEINSE TIJD

Nieuwe tijd

IJZERTIJD

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

B IJL AG E 1 : A RCHE OLOGISCHE PERIODEN

30

B IJL AG E 2 : A RCHE OLOGISCHE STAPPEN PL AN In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archief- en literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.

universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * Aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat in verband met het bepalen van het onderzoekskader. * Beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens. * Beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens. * Een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap. * Een impressie van de bewoningsgeschiedenis. * Beschrijven bekende archeologische waarden. * Archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan. * Archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden.

* Beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden. * Aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking. * Aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart. * Rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.

31

II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken.

32

Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=273bd336-bf10-4c82-a0bb-020639c757a2