CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

antwoorden op vragen van het CDA over de begroting BUCH mbt op het raadsdebat 27 mei 2021.docx

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente HeilooBij agendapunt: Raadsdebat nav de brief van diverse fracties van gemeente Castricum over de begroting BUCH1.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte heer Hiemstra, U heeft enkele vragen gesteld naar aanleiding van de beantwoording van technisch vragen van de leden van de auditcommissie Heiloo. Hieronder vindt u een reactie: Vraag 1. De informatie met opbouw van begroting en taken van de BUCH zoals getoond door de heer Schouten: graag in het overzicht ook zichtbaar maken of kunnen filteren welke posten vallen onder (1) autonome groei, (2) besluit deelnemende gemeenten en (3) Plustaken. Antwoord Als bijlage vindt u de brief aan de 4 raden met daarin een overzicht van de posten die geleid hebben tot de groei van de begroting 2017-2021. De gevraagde onderverdeling in de 3 categorieën kunnen wij begin volgende week leveren. Vraag 2. Graag de aanwezige DVO’s voor de vier BUCH-gemeenten ter beschikking stellen. Daarnaast een kort antwoord op de vraag hoe deze DVO’s in de P&C-cyclus zijn verankerd (oftewel: op welke wijze wordt de verhouding tussen standaardaken en plusteken, incl. financieel consequenties aan de deelnemende gemeenten voorgelegd?) Antwoord Als bijlagen vindt u de gevraagde DvO’s die bij de raden bekend zijn. Elke gemeente heeft een DvO die getekend is door het college en de werkorganisatie. Zij lopen tot eind 2021. Afgesproken is om deze te evalueren voordat er DvO’s worden afgesloten voor de periode na 2021. Er zijn geen afspraken gemaakt over een vaste verhouding tussen het basispakket en de plustaken.

In de DvO staat gedefinieerd wat verstaan moet worden onder Uniforme taken (basispakket) en Maatwerktaken (plustaken). Onze 4 gemeenten dragen gezamenlijk de totale lasten van het basispakket op basis van de bij de raden bekende verdeelsleutel. Daarnaast zijn er plustaken die in opdracht van 1 of enkele gemeenten bovenop of naast de basistaken worden uitgevoerd. De gemeente (het college) die een plustaak wil laten uitvoeren, geeft de algemeen directeur een formele opdracht en de bijbehorende middelen om die opdracht uit te voeren. De omvang van een pluspakket wordt door elke gemeente zelf bepaald. Verantwoording over alle uitgaven wordt afgelegd binnen de reguliere P&C-cyclus. Vraag 3. Overzicht van inhuur BUCH op formatie: totaal aantal in 2020; aantal inhuur op formatie in 2020 met een looptijd langer dan 2 jaar.

Antwoord Er is sprake van verschillende soorten inhuur. Enerzijds is er inhuur van specifieke kennis en kunde ten behoeve van met name RO-projecten. Deze inhuur wordt voornamelijk gedekt uit de bijbehorende grondexploitaties binnen de gemeentebegrotingen. Anderzijds is er inhuur ten behoeve van de werkorganisatie. Het uitgangspunt is dat structureel werk door vaste mensen wordt gedaan. Echter, er zijn situaties die het soms nodig maken om externen in te huren. Deze situaties laten zich als volgt omschrijven:

1

Inhuur vindt alleen plaats in die gevallen dat sprake is van: - ziekte en de voortgang van het werk dat zoveel prioriteit heeft dat inhuur daarvoor nodig is; - een tijdelijke piek in het werk waarbij de organisatie dit niet kan opvangen; - een bestuurlijke tijdelijke opdracht die niet gepland is en buiten de ‘basisafspraken’ valt; - tijdelijk specifieke kennis die nodig is, die niet binnen de organisatie voor handen is, om werkzaamheden uit te laten voeren (kan op elk beleidsterrein zijn, maar zeker op de terreinen ruimtelijke ontwikkeling en ICT); - de arbeidsmarkt die, zelfs in coronatijd, soms erg krap is voor specifieke functies en werk dat stil ligt dat niet verantwoord is. De dekking van deze kosten moet gevonden worden binnen reguliere budgetten zoals: specifiek projectgeld, het budget inhuur, derde geldstromen (subsidies), het directiebudget, extra bijdrage van een gemeente voor een specifieke klus, maar vooral binnen het reguliere personeelsbudget (geld dat bijvoorbeeld tijdelijk vrijvalt vanwege vacatures). Het management stuurt ook op deze budgetten middels het ontwikkelde dashboard waarin de personele lasten (salarissen en inhuur) bijna realtime inzichtelijk zijn. Omdat er voornamelijk binnen bestaande reguliere budgetten dekking voor inhuur moet worden gevonden, betekent dat, dat wij soms moeten accepteren dat iets minder inzet gepleegd kan worden op taken.

Immers, inhuur is duurder dan vaste medewerkers. In 2020 hebben wij als werkorganisatie circa 12% inhuur moeten inzetten. De door u gevraagde uitsplitsing kunnen wij op dit moment niet leveren. Vraag 4. Wordt binnen de BUCH gebruik gemaakt van de mogelijkheid om voor personele knelpuntcategorieën bindingspremies of arbeidsmarkttoelage toe te kennen? Antwoord Het antwoord op deze vraag is ja. Daarbij moet wel gezegd worden dat wij dat spaarzaam doen, maar de noodzaak wordt wel steeds groter. De arbeidsmarkt is erg krap als het gaat over specifieke kennis en kunde die wij op verschillende beleidsterreinen nodig hebben. Dit zijn beleidsterreinen waarvoor alle gemeenten in Nederland versterking zoeken. Daarnaast merken wij dat ons loongebouw soms moeilijk kan concurreren met sommige andere gemeenten en dan vooral met de 100.000+-gemeenten. Een arbeidsmarkt waar wij ook op opereren. Ik hoop dat bovenstaande antwoorden helder zij en u verder helpen. Hartelijke groet, Dick van Huizen algemeen directeur

2

Vraag In aansluiting op bovengenoemd overzicht met de groei van de begroting van de BUCH over de jaren 2015 t/m heden een overzicht van de toekenning aan Heiloo van financiën uit het gemeentefonds tbv loon- en prijsindex etc en nieuwe taken. [NB: doel is om hiermee een beeld te krijgen of de inkomsten voor Heiloo in die periode zijn meegestegen] Antwoord: Het is in het korte tijdsbestek niet mogelijk om het verloop in detail uit te splitsen naar loonen prijsindex etc en nieuwe taken. De lastige bijkomstigheid is dat de hoogte van de algemene uitkering voor een belangrijk deel wordt bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Een vuistregel is dat een mutatie in de rijksuitgaven leidt tot een mutatie in het gemeentefonds van 10%. Dus als de rijksuitgaven € 100 miljoen stijgen, leidt dat tot een extra voeding van € 10 miljoen. De rijksoverheid neemt in de meerjarenraming een loon/prijsontwikkeling (LPO) op (dus inclusief inflatie). Dit maakt dus onderdeel uit van het accres, maar in het accres zit dus ook bijvoorbeeld beleidsintensiveringen en volumestijgingen verwerkt.

Het ingewikkelde hierbij is dat de algemene uitkering wordt gepubliceerd tegen lopende prijzen (inclusief indexatie), waarbij geen uitsplitsing wordt gegeven van het indexatie deel en de overige ‘trap-op trap-af wijzigingen. In aanvulling hierop is bij de meicirculaire 2020 aangekondigd dat de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 worden vastgeklikt op het niveau dat toen is gepubliceerd. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. Een mogelijke toe- of afname van de rijksuitgaven leiden in die jaren dus niet tot wijziging van het accres. Naast de wijzigingen in het accres (waar de indexatie dus een onderdeel vanuit maakt), spelen ook de zogenaamde maatstaven een rol. Binnen de algemene uitkering zijn circa 90 maatstaven die worden gebruikt om de totale algemene uitkering te verdelen over alle gemeenten. Een gemeente als Heiloo heeft de afgelopen jaren meer geld gekregen in de algemene uitkering vanwege een toename van het aantal inwoners, woningen, oppervlakte bebouwing etc. Dit is het zogenaamde hoeveelheidseffect. Verder muteert de algemene uitkering vanwege nieuwe taken die worden toegevoegd, extra compensaties (denk aan het coronasteunpakket) die tussentijds worden gegeven en ook taken/budgetten die weer teruggaan naar het rijk (bijvoorbeeld een deel van de wet langdurige zorg).

Ook is de integratie uitkeringen sociaal domein de afgelopen periode opgegaan in het “algemene” deel van de algemene uitkering, wat de vergelijking tussen de jaren bemoeilijkt. Tot slot speelt de ontwikkeling van de WOZ waarde van een gemeente een rol. In de algemene uitkering wordt een gemeente via de zogenaamde inkomstenmaatstaf “gekort” op de uiteindelijke uitkering. Hoe hoger de WOZ-waarde, hoe hoger deze negatieve maatstaf. Uiteraard kan wel het verloop van de algemene uitkering vanaf 2015 worden weergegeven, waarbij de jaren 2021 en 2022 indicaties zijn (voor verwerking meicirculaire). Daarbij is ook de toename van het aantal inwoners inzichtelijk gemaakt. Dit is een grove indicatie voor het hoeveelheidseffect. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de algemene uitkering vanaf 2015 t/m 2022 € 7,1 mln (31%) stijgt. Het aantal inwoners stijgt in die periode met 8%. 3

Jaar

Algemene uitkering (x € 1.000)

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022

22.725 24.071 23.733 * 24.785 26.768 29.169 29.268 ** 29.832 **

22.553 22.689 22.857 23.099 23.464 23.968 24.145 24.345 ***

Toename AU

Toename inw.

7.107

1.792

31%

8%

∆: 2022 2015 %

Inwoners per 1/1

* Exclusief uitkering voor spoorwegonderdoorgang (€ 4,5 mln) ** Algemene uitkering: indicatie o.b.v. laatst bekende doorrekening *** Voor groei inwoners per 1-1-2022 aanname van 200 extra inwoners De bijdrage van Heiloo aan de BUCH neemt toe van 11, 6 mln in de primitieve begroting naar 16,5 mln in 2022 (+ 4,9 mln of 42%). Het is hierbij niet terecht om te veronderstellen dat de bijdrage aan de BUCH en de algemene uitkering zich in hetzelfde tempo zouden moeten bewegen. Het punt is dat in de toename van de bijdrage BUCH, ook zaken zitten die saldoneutraal zijn geweest. Bijvoorbeeld bij de overdracht van het wagenpark waren deze kosten al opgenomen in de begroting van Heiloo. Oftewel dit is een verschuiving van ‘programmageld’ naar ‘bijdrage BUCH’ geweest. Ook het extra geld voor team vergunningen voor het woningbouw tempo staat los van de algemene uitkering. Deze worden in feite gedekt door een toename van de bouwleges. Tot slot kan het ook zijn dat de verhouding loon- en prijsindexatie bij de BUCH een andere verhouding heeft dan in de algemene uitkering.

Met vriendelijke groet, Eric de Nijs Gemeentecontroller

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=fc41be42-2389-47ec-b1a1-8dc3e38d7a3a