Ambachtsweg 22 en 24_Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Ambachtsweg 22 en 24 ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen toelichting
Ambachtsweg 22 en 24 ontwerp 25-10-2022
Ambachtsweg 22 en 24
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
4
Bijlage 1
Digitale watertoets
4
Bijlage 2
AERIUS-berekening
12
Bijlage 3
Verkennend Bodemonderzoek
33
Bijlage 4
Beknopte Natuurtoets
109
Bijlage 5
Vleermuizenonderzoek
150
Bijlage 6
Geluidsonderzoek
180
3
Ambachtsweg 22 en 24
Bijlagen toelichting
Bijlage 1 Digitale watertoets
4
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 09-03-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
korte procedure
2.
Advies verharding en compens erende maatregelen 0-800
3.
Waterkwaliteit en riolering (niet gemengd s tels el zd opw)
4.
Geen verontreininging
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
09-03-2022, 07:40
P agina 1 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder dat de bebouwing wordt uitgebreid? nee
2.
Primaire waterlopen nee
3.
Regionale waterkeringen nee
4.
Primaire waterkeringen nee
5.
Geurcontouren RWZ I nee
6.
Met hoeveel neemt het verhard oppervlak door uw plan toe? minder dan 800 m2
7.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is of wordt genomen? nee
8.
Heeft het plan een tijdelijke of permanente verandering van het oppervlaktewaterpeil tot gevolg? nee
9.
Is er in of rondom het plangebied s prake van (grond)wateroverlas t (vraag andere partijen (particulieren) als u het antwoord niet weet) nee
10.
Betreft het plan een algehele herziening van een bes temmings plan, een s tructuurvis ie, mas terplan, hers tructurerings plan, tracébes luit, landinrichtings plan of groots chalige wegrecons tructie? nee
09-03-2022, 07:40
P agina 2 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
Is er in of grenzend aan het plangebied oppervlaktewater aanwezig? nee
12.
Hoe worden in het plan het afvalwater en het hemelwater behandeld? via een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool
13.
Vinden er activiteiten plaats op het verharde oppervlak waardoor verontreinigingen kunnen afs poelen en het oppervlaktewater mogelijk belas t wordt? nee
14.
Worden er in het plan wijzigingen in het oppervlaktewaters ys teem aangebracht of vinden er werkzaamheden plaats binnen een zone van 5 meter van een waterloop? nee
15.
Is er s prake van een tijdelijke of permanente grondwateronttrekking en/of -lozing? nee
16.
zonering_afvalwatertrans port nee
17.
geurcontouren_rioolgemalen nee
18.
windcirkel_molens nee
09-03-2022, 07:40
P agina 3 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
korte procedure Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde as pecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraads chap dat de korte procedure moet worden gevolgd. Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om uw aanvraag voor een digitale watertoets daadwerkelijk naar het hoogheemraads chap te vers turen. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd.
Wat moet ik doen? Uw plan heeft een beperkte invloed op het waters ys teem en/of afvalwaterketen welke ondervangen kan worden met s tandaard maatregelen. Deze maatregelen vindt u in de gegeven deeladviezen die u in de ruimtelijke onderbouwing van het plan kunt verwerken. U hoeft dan verder geen contact met ons op te nemen met betrekking tot de watertoets . Mochten er des ondanks vragen zijn dan kunt u op onze watertoets pagina een link vinden naar de gebieds indeling van onze regioadvis eurs en rechts treeks contact opnemen met één van hen. (https ://www.hhnk.nl/watertoets /) U kunt ook met ons algemene nummer bellen (072-582 8282) en vragen naar de regioadvis eur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om uw aanvraag voor een digitale watertoets daadwerkelijk naar het hoogheemraads chap te vers turen. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
09-03-2022, 07:40
P agina 4 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies verharding en compenserende maatregelen 0800 U heeft aangegeven dat er geen of s lechts in zeer beperkte mate s prake is van een toename van bebouwing en/of verharding.
Wat moet ik doen? Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuis houdkundige s ituatie hoeven er geen compens erende maatregelen getroffen te worden
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
09-03-2022, 07:40
P agina 5 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 3.
Waterkwaliteit en riolering (niet gemengd stelsel zd opw) In het plan wordt een ges cheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering.
Wat moet ik doen? In het plan wordt een ges cheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de bas is doels telling van het hoogheemraads chap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te s cheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als s choon kan worden bes chouwd. Bij voorkeur wordt afs tromend hemelwater van verharde oppervlakken eers t voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempas s age.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
09-03-2022, 07:40
P agina 6 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 4.
Geen verontreininging U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen s prake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afs troomt.
Wat moet ik doen? U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen s prake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afs troomt. Het hemelwater kan dus als s choon worden bes chouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiverings inrichting (RWZ I). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling advis eren om een ges cheiden s tels el aan te leggen.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
09-03-2022, 07:40
P agina 7 van 7
https://dewatertoets.nl
Ambachtsweg 22 en 24
Bijlage 2 AERIUS-berekening
12
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Am b ach ts w eg 2 2 - 2 4
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Am b ach ts w eg 2 2 - 2 4
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport en bijlagen
7 april 2023 Projectnummer P002069
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging plangebied
6
4
Invoergegevens AERIUS
7
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
7
4.2
Werkverkeer (bron 2)
8
4.3
Verkeersgeneratie woningen (bron 3)
8
4.4
Totale emissie
9
5
Model
10
6
Rekenresultaten en conclusie
11
7 april 2023
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Ambachtsweg 22-24 in Heiloo is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van 10 woningen aan de Ambachtsweg in de gemeente Heiloo berekend. Het plan maakt de bouw van 7 aaneen gebouwde woningen en 3 appartementen mogelijk op een locatie in het matig stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (7 april 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de bijgevoegde berekening.
Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: maps.google.nl, d.d. 24-02-2022)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
7 april 2023
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.
Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de kans bestaat dat het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Kwetsbaarheid van stikstof gevoelige natuurgebieden Niet alle Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats of leefgebieden voor soorten zijn even kwetsbaar voor een toename van de stikstofdepositie. Wanneer het gebieden betreft waar zich habitats of leefgebieden van soorten bevinden waarvan de kritische depositiewaarde lager is dan de achtergrondwaarde voor stikstof, dan is sprake van een overgevoelig gebied. In die gebieden moet de toename van zelfs een minimale stikstofdepositie al als significant negatief worden beschouwd. In die gebieden kan een toename van de stikstofdepositie met meer dan 0,00 mol N/ha/jaar dan ook niet worden toegestaan. In gebieden waar de kritische depositiewaarde hoger is dan de achtergrondwaarde, is weliswaar sprake van een negatief effect bij een toename van de stikstofdepositie, maar deze wordt pas significant negatief wanneer de toename zo groot is dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. In dergelijke gebieden is dus meer ruimte voor een toename van de stikstofdepositie.
Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de netto stikstofemissie niet toeneemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten binnen het projectgebied of plangebied zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen).
7 april 2023
4
Bij de toepassing van intern of extern salderen gelden belangrijke voorwaarden, namelijk: -
om intern te mogen salderen, moet er sprake zijn van één project of één plan waarbij sprake is van één locatie waarbinnen de te salderen activiteiten zich bevinden;
-
extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of verzachtende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn en mag dus alleen plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid voor woningbouwprojecten waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstofreducerende maatregelen opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.
7 april 2023
5
3
Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het plangebied gelegen aan de Ambachtsweg in Heiloo. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Noordhollands Duinreservaat, gelegen op een afstand van circa 3,3 km;
-
Eilandspolder, gelegen op een afstand van circa 6,1 km;
-
Noordzeekustzone, gelegen op een afstand van circa 8,9 km;
-
Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder, gelegen op een afstand van circa 9,7 km.
.
7 april 2023
6
4
Invoergegevens AERIUS Met behulp van AERIUS kan de depositie als gevolg van de emissies van NO x en NH3 op Natura 2000gebied worden berekend. Om de berekening te kunnen maken, moeten stikstofbronnen worden ingevoerd die bij het project of plan zullen worden gebruikt. In AERIUS zijn voor diverse bronnen standaard emissiekengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 kunnen worden bepaald. Het gaat dan om bronnen die worden gebruikt tijdens de sloop-, aanleg- en/of bouwfase en bronnen die later tijdens het gebruik van het project of plan worden ingezet. Het gaat om bijvoorbeeld (mobiele) werktuigen, maar ook om het verkeer op, van en naar het terrein. Hoe bronnen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in het handboek “Werken met AERIUS Calculator”. Conform dit handboek dient bijvoorbeeld de verkeersgeneratie te worden beschouwd. Niet alleen het handboek speelt daarbij een rol. Ook gerechtelijke uitspraken zijn van belang. Zo blijkt uit jurisprudentie dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit is geborgd in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de werkzaamheden en de verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3).
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Iets over draaiuren noemen. De gegevens over de in te zetten mobiele werktuigen, het aantal draaiuren en het bouwjaar (stageklasse) zijn door de opdrachtgever verstrekt. Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV en V mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof.
7 april 2023
7
Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie
Werktuig
Sloop
Kraan Betonpomp Kraan Heistelling Boorinstallatie Kraan Betonmixer Grondkraan Totale emissie in kg NOx /jaar Bouw woningen
kW
Stage
Draaiuren
Verbruik liters /uur
Totaal Verbruik liters
Emissie NOx
110 200 125 450 200 300 100 100
Stage V Stage IV Stage IV Stage IV Stage V Stage V Stage V Stage IV
144 uur 24 uur 120 uur 24 uur 16 uur 48 uur 24 uur 12 uur
11,42 19,81 12,10 44,86 19,81 27,50 9,70 10,08
1.644 475 1.452 1.077 317 1.320 233 121
9,9 2,9 8,5 6,2 1,8 7,5 1,4 0,8 39,0
kg kg kg kg kg kg kg kg kg
De totale emissie van mobiele werktuigen bedraagt 39,0 kg NOx/jr.
4.2
Werkverkeer (bron 2)
Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Deze gegevens zijn door de opdrachtgever verstrekt. Tabel 2. Ritproductie werkverkeer Verkeer Totaal
Eenheid
Aantal
Licht verkeer
73
Middelzwaar verkeer
110
Zwaar verkeer
63
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 3). Tabel 3. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt 0,6 kg NOx/jr.
4.3
Verkeersgeneratie woningen (bron 3)
In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor koopwoningen van het type tussen- of hoekwoningen (7,5 ritten per woning) en sociale huurappartementen (4,0 ritten per appartement) in de rest van de bebouwde kom. Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met 64,5 ritten licht verkeer per etmaal. Dit aantal is naar boven afgerond 65. Daarnaast is
7 april 2023
8
er voor de volledigheid rekening gehouden met 2 ritten middelzwaar vrachtverkeer ten behoeve van bezorgingen. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 3). De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 9,0 kg NOx/jr.
4.4
Totale emissie
De totale emissie van het plan in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt 48,6 kg NOx/jr.
7 april 2023
9
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (7 april 2023). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2023. Indien het plan later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worstcase worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS-model
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815
7 april 2023
10
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf-bestand is als bijlage toegevoegd.
Afbeelding 4 - Rekenresultaat
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
7 april 2023
11
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Ory Projectontwikkeling bv Ambachtsweg 22-24, 1851 MW Heiloo Ambachtsweg 22-24 Gebruik van 10 woningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RcKLdu3nan1A 07 april 2023, 11:15 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
2023 -
2,2 kg/j
48,6 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,6 kg/j 0,6 kg/j
39,0 kg/j 9,6 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:108831,49 Y:511707,1 0,15 ha
Sloop - Kraan 110 kW
Stageklasse
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
1644 l/j
Draaiuren AdBlue verbruik
144 u/j 98 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Woningen - Betonpomp Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 200 kW diesel, SCR: ja
475 l/j
Woningen - Kraan 125 kW Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1452 l/j
Woningen - Heistelling 450 kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1077 l/j
Woningen Boorinstallatie 200 kW
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
317 l/j
Woningen - Kraan 300 kW Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1320 l/j
Woningen - Betonstorter Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 100 kW diesel, SCR: ja
233 l/j
Woningen - Grondkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 100 kW diesel, SCR: ja
121 l/j
RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
39,0 kg/j 1,6 kg/j
24 u/j
28 l/j
NOₓ NH₃
120 u/j 87 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
64 l/j
NOₓ NH₃
16 u/j
19 l/j
NOₓ NH₃
48 u/j
79 l/j
NOₓ NH₃
24 u/j
14 l/j
NOₓ NH₃
12 u/j
7 l/j
NOₓ NH₃
9,9 kg/j 0,4 kg/j 2,9 kg/j 0,1 kg/j 8,5 kg/j 0,3 kg/j 6,2 kg/j 0,3 kg/j 1,8 kg/j 76,1 g/j 7,5 kg/j 0,3 kg/j 1,4 kg/j 55,9 g/j 0,8 kg/j 29,0 g/j
6/7
Projectberekening
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Werkverkeer X:108930,89 Y:511692,6 1.250,38 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersgeneratie X:108930,89 Y:511692,6 1.250,38 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 15,5 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
73,0 p/jaar 110,0 p/jaar 63,0 p/jaar 0,0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 9,0 kg/j Type scherm - NO₂ 2,0 kg/j Hoogte - NH₃ 0,5 kg/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
65,0 p/etmaal 2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RcKLdu3nan1A (07 april 2023)
7/7
Ambachtsweg 22 en 24
Bijlage 3 Verkennend Bodemonderzoek
33
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 5
OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 6 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 6 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 6 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 7
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................... 8 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN VELDONDERZOEK................................................................................ 8 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 10 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 10
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 11
6.
SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 12
7.
REFERENTIES ..................................................................................................................... 13
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Ambachtsweg 22-24 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL). De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puin houdende grond aanwezig zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002. In de bovengrond van nummer 24 (bg1) is een lichte verhoging van som PCB’s geconstateerd. In de bovengrond van nummer 22 (bg2) zijn lichte verhogingen van lood, som PAK en som PCB’s geconstateerd. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. Op basis van het tijdelijk handelingskader ten aanzien van PFAS valt de boven- en ondergrond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De bovengrond van nummer 24 en de ondergrond kunnen als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd. De bovengrond van nummer 22 is verontreinigd ten aanzien van PFAS, maar bodemsanering daarvan is niet noodzakelijk.
In het grondwater zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de grond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen. Bodemonderzoek dient in principe NA eventuele sloop van opstallen plaats te vinden. Aangezien inpandige boringen niet mogelijk waren, kan het bevoegd gezag aanvullend onderzoek eisen NA sloop. Dit om na te gaan of onder de (voormalige) bebouwing afwijkend bodemmateriaal aanwezig is. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Naar de toepassingsmogelijkheden van de aanwezige laag puingranulaat is geen onderzoek uitgevoerd.
Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Om cijfermatig uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van een asbestonderzoek wordt door Landview BV niet noodzakelijk geacht. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel.
-2-
Landview BV Bodemonderzoek
1.
Rapportnummer 2021638
INLEIDING
In opdracht van Ory Projectontwikkeling BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Ambachtsweg 22-24 te Heiloo, gemeente Heiloo. Het onderzoek is verricht door Landview BV, in de periode oktober 2021, conform de offerte van 23 september 2021. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL). De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er licht verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puin houdende grond aanwezig zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002. Aanleiding voor het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Doel van het onderzoek is aan te tonen dat de verwachte verhoogde gehalten verontreinigende stoffen in de grond op de locatie niet tot meer gebruiksbeperkingen leiden dan beperkingen in het hergebruik. Van hergebruik is sprake wanneer grond, die bij eventueel graafwerk is vrijgekomen, buiten de locatie wordt toegepast.
Daarnaast wordt nagegaan of er inderdaad geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, aanwezig zijn in het grondwater. Wegens mogelijke afvoer van grond wordt deze, in verband met het van kracht worden van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS houdende grond en baggerspecie (d.d. 8 juli 2020), aanvullend en onderzocht op PFAS. De locatie is niet direct verdacht voor GenX, waardoor kan worden volstaan met onderzoek op de 28 verbindingen uit het handelingskader. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725. De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven.
De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.
-3-
Landview BV Bodemonderzoek
2.
Rapportnummer 2021638
VOORONDERZOEK
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in september-oktober 2021 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).
2.1
BASISINFORMATIE
De aanleiding tot het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Heiloo. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Heiloo, sectie D, nummers 1807 en 1808 Oppervlakte : circa 1250 m² Gebruik verleden : agrarisch Gebruik heden : bedrijfspanden Gebruik toekomst : wonen
2.2
HISTORISCH ONDERZOEK
De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever, eigenaren en of gebruikers van de locatie. Daarnaast is informatie verkregen van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN). De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden Archeologie Verhardingen, bebouwingsgraad Eerdere onderzoeken
website OD NHN bodemkwaliteitskaart website OD NHN, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ http://archeologieinnederland.nl opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie opdrachtgever, eigen archief, OD NHN
relevantie groot gering X X X X X X X X
X
X
Bodemgebruik en situatie op het terrein: De locatie bevindt zich in stedelijk gebied, op een bedrijventerrein. Op de locatie bevinden zich twee bedrijfspanden met (dikke) betonvloer. Nummer 24 dateert, volgens de BAG viewer van het kadaster, uit 1965 en nummer 22 uit 1966. De bestaande panden zullen worden gesloopt en vervangen worden door bouw van woningen. Rondom de panden is ‘open’ bestrating aanwezig. Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in zone B4 T/O5 (oudere woongebieden en bedrijven). Uit de kaarten blijkt dat op de locatie bovengrond van kwaliteit “wonen” en ondergrond van kwaliteit “landbouw/natuur” verwacht kan worden.
-4-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Uit de Bodemrapportage van de OD NHN blijkt, dat op nummer 22 een schoonmaakbedrijf geregistreerd staat en op nummer 24 een lasbedrijf en rijwielreparatie. Beide percelen, in het verleden de adressen Oosterzij 17 en 19, hoefden in het verleden in het kader van de BSB-operatie niet onderzocht te worden (lage potentie op verontreiniging) (zie bijlage 5). Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft geen aanvullende gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon bij de ontwikkeling van het gebied gewijzigd is. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Vanwege een eventuele (ver)bouwdatum tussen de jaren ’30 en ’80 kunnen in de opstallen asbesthoudende materialen verwerkt zijn. Door uitvoering van een asbestinventarisatie onderzoek, welke geen deel uitmaakt van dit onderzoek, kan bekeken worden of asbesthoudende stoffen gebruikt zijn. Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv.
brand in de bodem gering.
2.3
ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 1,3 m +NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging en het neerslagoverschot is er sprake van lokale inzijging (neerwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 20 en 30 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag. De locatie is gesitueerd op een oude strandwal. Deze strandwal is door de werking van golven van de zee gevormd.
Veelal zijn hierop lage duinen tot ontwikkeling gekomen, maar de menselijke invloed is nadien zo groot geweest, dat slechts fragmenten van deze oorspronkelijke vormen bewaard zijn gebleven. Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.
-5-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
3.
OPZET BODEMONDERZOEK
3.1
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE
Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie, waar echter licht verhoogde gehalten van zware metalen en of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen kunnen worden in de mogelijk puin houdende (boven)grond. In het grondwater worden, behalve mogelijk arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.
3.2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
Uitgaande van een onverdachte locatie met een oppervlakte van 1250 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen, op de locatie 2 grondboringen verricht tot de grondwaterstand, met een maximum van 2 m –mv. Ter controle op de representativiteit van de grondboringen worden aanvullend 6 boringen tot 0,5 m -mv verricht. De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. Van de bovengrond worden 2 mengmonsters, één per kadastraal perceel, samengesteld. Van de ondergrond wordt 1 mengmonster samengesteld. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe wordt 1 boring verricht, welke met een peilbuis wordt afgewerkt. De filterstelling van deze peilbuis is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zal één grondwatermonster uit deze peilbuis worden genomen.
3.3
CHEMISCHE ANALYSES
De grondmengmonsters en het grondwatermonster worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). De grond wordt aanvullend onderzocht op de 28 PFAS-verbindingen uit het handelingskader. De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht.
De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond. Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l). De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.
-6-
Landview BV Bodemonderzoek
3.4
Rapportnummer 2021638
TOETSINGSKADER
Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.
Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen. De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie.
Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. PFAS Op 29 november 2019 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden. Op 1 juli 2020 zijn de aanpassingen in het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden. Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid.
-7-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Op grond van het onderzoek dat tot nu toe is gedaan is er vooruitlopend op een definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie een voorlopige norm vastgelegd, die boven de bepalingsgrens ligt. Uitgangspunt van het tijdelijk handelingskader is dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater hierdoor niet mag verslechteren (stand still). In het tijdelijke handelingskader zijn de onderstaande toetsingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau opgenomen. Tabel 3: Aangepaste toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau(1) (in μg/kg d.s.)(2) Bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie
Bodemfunctieklasse Wonen of industrie
PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 Andere PFAS = 3 Landbouw/natuur Wonen of industrie PFAS = 1,4 PFOS = 1,9 Landbouw/natuur, wonen of industrie Landbouw/natuur PFAS = 1,4 PFOS = 1,9 (1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. (2) Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
De Provincie Noord-Holland heeft op 20 november 2019 haar eigen beleidsregel gepubliceerd. In die beleidsregel is opgenomen dat, indien de op een locatie aangetroffen gehalten van PFOS of PFOA in de grond lager zijn dan respectievelijk 1,5 µg/kg en 1,7 µg/kg, en/of in grondwater lager dan 0,01 µg/l, de locatie als niet verontreinigd wordt beschouwd. Stoffen behorend tot PFAS worden individueel per stof beoordeeld. Voor gehalten van andere stoffen behorend tot PFAS gelden de normen en handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden.
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK
Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 20 oktober 2021 door Tijdens het veldwerk bleek rondom het pand van nummer 22 puingranulaat (geen bodem) te zijn opgebracht. Verdeeld over de onbebouwde delen van het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor en de pulsboorset 2 grondboringen tot de grondwaterstand en 6 boringen tot (minimaal) 0,5 m -mv verricht. Daarnaast is 1 peilbuisboring verricht, waarin een filter is geplaatst. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,2 m -mv bestaat overwegend uit zwak siltig, matig fijn zand. Ter plaatse van de boringen 3, 7 en 9 bestaat de toplaag uit puingranulaat (geen bodem). De tijdens het veldwerk waargenomen zintuiglijke bijzonderheden staan in tabel 4 op de volgende pagina. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. De waargenomen baksteen resten worden als niet asbestverdacht aangemerkt. -8-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
Tabel 4: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden
01
Diepte boring (m -mv) 2,20
04 05 08
0,55 0,55 0,60
Boring
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 0,90 0,07 - 0,55 0,07 - 0,55 0,15 - 0,60
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand
zwak puinhoudend, resten baksteen resten baksteen matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend zwak baksteenhoudend
Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de grond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, mengmonsters samengesteld conform onderstaande tabel. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de bijmengingen. Tabel 5: Monsterselectie Analysemonster bg1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,55
bg2
0,05 - 0,60
og
0,45 - 1,80
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,07 - 0,45) 04 (0,07 - 0,55) 05 (0,07 - 0,55) 06 (0,07 - 0,55) 03 (0,05 - 0,25) 03 (0,25 - 0,45) 07 (0,05 - 0,50) 08 (0,15 - 0,60) 09 (0,05 - 0,50) 01 (0,50 - 0,90) 01 (1,30 - 1,80) 02 (0,45 - 0,90) 02 (0,90 - 1,20) 03 (0,45 - 0,90) 03 (0,90 - 1,30)
AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, PFAS (28) Handelingskader
Ter bemonstering van het grondwater is grondboring 1 afgewerkt met een peilbuis. Het filter is conform NEN geplaatst, gebaseerd op de tijdens het veldonderzoek ingeschatte grondwaterstand van 0,80 m -mv. De verbinding tussen filter en stijgbuis is geklemd. Het filter is voorzien van een filterkous. Tot een halve meter boven het filter is het boorgat opgevuld met filtergrind; hierboven is een halve meter opgevuld met Bentoniet (zwelklei). De peilbuis is niet ingemeten ten opzichte van NAP, omdat bij verkennend bodemonderzoek hieraan geen prioriteit wordt gegeven. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuis en voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering is op 27 oktober 2021 door de heer uitgevoerd. De filterstelling van de bemonsterde peilbuis, de grondwaterstand (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: gegevens grondwater Peilbuis
1
Filterstelling (m –mv) 1,2 – 2,2
Gws (m –mv) 1,15
Zuurgraad (pH) 6,59
Ec (µS/cm) 468
Troebelheid (FTU) 6,84
Zintuiglijke afwijkingen geen
De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Tijdens de bemonstering is mogelijk beluchting van het grondwater van de peilbuis opgetreden; er zijn echter geen luchtbellen aangezogen.
-9-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2021638
De boorpunten (1 t/m 9) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de peilbuis, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.
4.2
ANALYSERESULTATEN GROND
Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. Tabel 7: Overschrijdingstabel grond Analysemonster bg1 bg2 og > AW >I Index
Traject (m -mv) 0,00 - 0,55 0,05 - 0,60
> AW (+index)
PCB (som 7) (0,36) PCB (som 7) (0,02) Lood (0,21) PAK 10 VROM (0,03) 0,45 - 1,80 : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
> I (+index)
BBK monster-conclusie
-
Klasse industrie Klasse wonen
-
Altijd toepasbaar
In mengmonster bg1 van de bovengrond overschrijdt het gehalte aan som PCB’s de achtergrondwaarde. In mengmonster bg2 van de bovengrond overschrijden de gehalten aan lood, som PAK en som PCB’s de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. Tabel 8: Gemeten gehalten PFAS in µg/kg d.s Analysemonster bg1 bg2 og
Traject (m ) 0,00 - 0,55 0,05 - 0,60 0,45 - 1,80
Som PFOA gemeten 0,3 0,7 0,5
Som PFOS gemeten 0,7 2,5 0,1
Som PFOA gecorrigeerd n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Som PFOS gecorrigeerd n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Op basis van het tijdelijk handelingskader valt de boven- en ondergrond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De bovengrond van nummer 24 en de ondergrond kunnen als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd. De bovengrond van nummer 22 is verontreinigd ten aanzien van PFAS, maar bodemsanering daarvan is niet noodzakelijk.
4.3
ANALYSERESULTATEN GRONDWATER
De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. In het grondwatermonster uit de peilbuis zijn van de geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties gemeten.
- 10 -
Landview BV Bodemonderzoek
5.
Rapportnummer 2021638
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In de bovengrond van nummer 24 (bg1) is een lichte verhoging van som PCB’s geconstateerd. In de bovengrond van nummer 22 (bg2) zijn lichte verhogingen van lood, som PAK en som PCB’s geconstateerd. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. Op basis van het tijdelijk handelingskader ten aanzien van PFAS valt de boven- en ondergrond op de locatie in de bodemkwaliteits/bodemfunctieklasse “wonen of industrie”, wanneer toegepast op een landbodem boven grondwaterstand. De bovengrond van nummer 24 en de ondergrond kunnen als niet verontreinigd ten aanzien van PFAS worden beschouwd. De bovengrond van nummer 22 is verontreinigd ten aanzien van PFAS, maar bodemsanering daarvan is niet noodzakelijk. In het grondwater zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de grond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek bevestigd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien.
Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen. Bodemonderzoek dient in principe NA eventuele sloop van opstallen plaats te vinden. Aangezien inpandige boringen niet mogelijk waren, kan het bevoegd gezag aanvullend onderzoek eisen NA sloop. Dit om na te gaan of onder de (voormalige) bebouwing afwijkend bodemmateriaal aanwezig is. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Naar de toepassingsmogelijkheden van de aanwezige laag puingranulaat is geen onderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Om cijfermatig uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van een asbestonderzoek wordt door Landview BV niet noodzakelijk geacht.
- 11 -
Landview BV Bodemonderzoek
6.
Rapportnummer 2021638
SLOTOPMERKINGEN
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht door Landview BV. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Hoewel de grootste zorgvuldigheid wordt betracht bij de uitvoering van het onderzoek is het, juist door de steekproefsgewijze bemonstering, mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in het bodemprofiel aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Landview BV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. In dit kader wordt tevens opgemerkt dat Landview BV niet kan instaan voor de volledigheid en juistheid van door derden verstrekte informatie en van eventueel door derden uitgevoerd (voor)onderzoek. Het uitgevoerde bodemonderzoek betreft een momentopname. Beïnvloeding van bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verstreken na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het gebruik van de resultaten van het onderzoek. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.