Adviesraad Sociaal Domein Heiloo Advies integraal beleidskader.pdf
Tekst van het document
Advies integraal beleidskader sociaal domein 2023-2026 Aan : Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heiloo Van : Adviesraad Sociaal Domein gemeente Heiloo D.d. : 23 oktober 2022 I.a.a. : afdeling Beleid Samenleven Inleiding Dit advies gaat over het concept integraal beleidskader 2023-2026 “Iedereen doet mee” (verder op beleidskader genoemd) dat zeer binnenkort wordt vastgesteld. Wij waarderen het dat u ons in de gelegenheid stelt advies uit te brengen over dit beleidskader. We hadden echter graag eerst een analyse gezien van de uitvoering en effecten van het vorige beleidskader, zodat we vanuit de doelgroepen en clientèle perspectief actief mee kunnen denken over verbeteringen en ontwikkelingen binnen de voor ons overgebleven aandachtsgebieden. Allereerst onderschrijven we de strategische koers, visie en vier pijlers opgenomen in het beleidskader op hoofdlijnen. Het is bemoedigend te vernemen dat mede onze achterban centraal staat bij de invulling van een nieuw wenkend perspectief. Het is echter een illusie dat onze achterban gebaat zal zijn met alleen zelfredzaamheid en eigen regie in de voorgestelde vorm. Voor de concrete uitwerking en toepassing van het beleid dient naar onze mening de menselijke maat leidraad te zijn.
Dat betekent dat naast voldoende financiële middelen (geen bezuinigingen) ook de inrichting van de organisatie en de attitude van diegene die het directe contact met de cliënt heeft dient, gericht te zijn op de menselijke maat. Geen ‘af-vink’ mentaliteit maar betrokkenheid en een sterk ontwikkelt empathisch vermogen. We vragen om tot een nadere concretisering van het beleidsstuk te komen en hebben daartoe een aantal aanbevelingen: Aanbeveling 1: Luister ook naar inwoners die de eigen regie zijn verloren; Aanbeveling 2: Werk het onderwerp preventie goed uit, Aanbeveling 3: Werk met concrete toezeggingen vanuit de samenwerkingspartners Aanbeveling 4: Formuleer haalbare doelen met de betrokken partijen. De aanbevelingen werken we hieronder uit in de volgende paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5.
Preventie: hoe dan? Toegankelijkheid: laagdrempelig en bekendheid Meten is weten Samenwerking Jeugdbeleid
1
1. Preventie: Hoe dan? Gezien de stijgende zorgkosten is preventie één van de belangrijkste pijlers in het beleidskader. Echter, juist hier geldt dat de uitwerking het succes bepaald; Hoe dan? Wij zijn dan ook zeer geïnteresseerd in concrete voorbeelden uit de gebiedsplannen hoe de preventie ingezet zal gaan worden. In het beleidskader wordt verwezen naar eigen regie van de inwoners. Daarbij willen we opmerken dat een gedeelte van onze achterban niet in staat is eigen regie te pakken. Zij moeten hierin worden ondersteund. Dit neemt echter niet weg dat zij graag meepraten en een eigen mening hebben over hoe het zorgaanbod op de zorgvraag goed ingericht zou kunnen worden. Hoe gaat de gemeente een luisterend oor geven en toegankelijk zijn voor deze inwoners? In het beleidskader wordt verwezen naar jeugdproblematiek die zijn oorsprong vindt in de problemen van volwassenen. We hechten – zoals bekend verondersteld – aan de samenhang tussen de verschillende gebieden binnen het sociaal domein. De problemen op Jeugd, WMO en Participatie kunnen naar onze verwachting in een gezamenlijke aanpak effectiever worden aangepakt. We steunen daarom het inzicht van de gemeente dat jeugdproblematiek niet los van bijvoorbeeld Participatie kan worden gezien. We vragen daarom ook Zaffier als samenwerkingspartner te benoemen en de onderlinge samenwerking nader te concretiseren.
In het beleidskader wordt met name gesproken over samenwerking binnen en met het sociaal team. Uiteraard heeft het sociaal team hier een grote rol in, maar dat is niet genoeg. Preventie moet ook juist vanuit het gedrag van mensen zelf komen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld juiste voeding en sporten in het kader van WMO preventie en bijv (cultuur)participatie. Hoe kun je als gemeente gezond gedrag stimuleren? Ook de grotere noodzaak voor vrijwilligers en mantelzorgers t.b.v. het verhogen van de zelfredzaamheid verdient aandacht. Hierbij speelt ook de toegankelijkheid een grote rol. 2. Toegankelijkheid: laagdrempelig en bekendheid Voor zowel de zorgbehoevenden, zorgprofessionals als de vrijwilligers geldt dat toegankelijkheid erg belangrijk is. De zorg moet laagdrempelig en bekend zijn. De pijlers m.b.t. de leefwereld van de inwoner en het eenvoudig maken sluiten hier goed op aan. Maar ook hier geldt weer: hoe dan? Hoe zorg je dat men van de hulp af weet en hoe zorg je dat de benodigde info op de juiste manier via de juiste kanalen bij de doelgroep komt? Hoe zorg je ervoor dat de huisartsen op de hoogte zijn van het aanbod binnen het sociaal domein en hoe zorg je ervoor dat zij dit laagdrempelig kunnen aanbieden; zij hebben tenslotte al genoeg op hun bordje liggen. Digitalisering kan hierbij helpen, met een simpele druk op de knop zou een verwijzing geregeld moeten kunnen worden.
We moeten hier echter ook rekening houden met privacy van mensen, dus digitalisering is niet altijd ons redmiddel. Hoe bereik je iemand met schulden? Hoe zorg je dat je de schaamte wegneemt omtrent dit onderwerp? Met ouderwetse folders in de bibliotheek bereik je wellicht niet de doelgroep waar dit belangrijk voor is. Ont-digibetisering is belangrijk, maar houd ook rekening met
2
taalachterstanden of laaggeletterdheid. Om jongeren te bereiken en te informeren over de activiteiten binnen het sociaal domein moet je kanalen inzetten waar zij hun informatie halen, zoals social media en influencers. Zorg ook dat informatie over hulpverlening simpel online te vinden is; vermijd daarbij moeilijk taalgebruik en schrijf alles minimaal op B1 niveau. Met andere woorden; onderzoek per doelgroep (jongeren, ouderen, vluchtelingen, etc.) hoe zij aan hun informatie komen en op welk niveau zij communiceren en biedt de zorg op die manier aan. Maak het daarnaast laagdrempelig voor vrijwilligers om te starten; help de verschillende organisaties om het aanbod goed te communiceren, maar stimuleer ze ook het aanbod passend te maken voor de jongere vrijwilligers. Juist in een vergrijzende gemeente als Heiloo zal het profiel van de vrijwilliger de komende jaren veranderen; we hebben meer jongere vrijwilligers (18-60 jaar) nodig in de gemeente. Deze vrijwilligers hebben een andere tijdsbesteding en interesses; het huidige aanbod van vrijwilligerswerk is daar nu niet altijd op toegespitst. Stimuleer daarnaast de werkgevers in de regio om hun werknemers meer ruimte te geven voor vrijwilligerswerk tijdens werktijd; en geef voorlichting op (hoge) scholen. 3. Meten is weten Wij zijn erg blij met de aandacht voor cijfers en sturing.
Door de juiste metrics te monitoren kun je succes goed meten, bijsturen en kosten in de gaten houden. Besteed dus voldoende tijd aan het vaststellen van de juiste metrics en KPI’s die echt het succes van de acties meten (bijv. kijk niet naar hoeveel mensen meedoen aan een programma, maar kijk naar het einddoel; hoeveel mensen daadwerkelijk geholpen zijn door een programma). Kijk hierbij ook naar voor wie de cijfers belangrijk zijn. Het college en de raad willen geïnformeerd worden over resultaten (resultaat KPI’s), de partijen in het werkveld zijn moeten vooral weten welke impact hun acties hebben (stuur KPI’s). Verder is het belangrijk om doelen te stellen die gelinkt zijn aan deze KPI’s. Vanuit de beheersmaatregelen zijn bepaalde ambities neergelegd; wat is dan een realistisch target voor de komende jaren? Ook voor de overige doelen geldt; wat is de status nu, waar wil je naar toe groeien in de komende jaren en hoe verbetert dit concreet het zorgaanbod voor onze achterban? Daarbij helpt het dat de cijfers m.b.t. zorgconsumptie, kwetsbaarheid en veerkracht deelbaar te maken, zodat alle partijen in de zorgketen hetzelfde beeld van de situatie hebben. Zorg dat de cijfers recent zijn en regelmatig geüpdatet worden. Graag worden we periodiek op de hoogte gehouden van de bereikte doelen die zien op onze achterban. 4.
Samenwerking De ambities in dit beleidskader zijn hoog en een belangrijke rode draad is de samenwerking binnen de zorgketen. Hierbij ligt er een uitdaging in de splitsing tussen Zaffier en het Sociaal Domein bij de gemeenten zelf. In het beleidskader worden verschillende samenwerkingspartners genoemd die kunnen bijdrage aan een goedkope oplossing voor de behoefte aan hulp en ondersteuning vanuit onze
3
achterban. We zien graag een nadere concretisering van de toezeggingen vanuit deze partners om mee te werken aan mogelijke goedkope oplossingen. Zijn zorgaanbieders, huisartsen, scholen en woningcoöperaties in Heiloo bijvoorbeeld bereidwillig om de nodige extra gratis uren te investeren in onze achterban of worden zij hiervoor bijvoorbeeld door een concrete toezegging vanuit zorgverzekeraars gecompenseerd? Hoe worden deze partners geïnformeerd over vroegsignalering van sociale problemen die met name zien op onze achterban? Krijgen zij hierbij ook blijvende begeleiding/ ondersteuning of zelfs een meldplicht bij (vroeg)gesignaleerde problematiek? 5. Jeugdbeleid In ons advies inzake “Jeugd regio Alkmaar” welke wij hebben uitgebracht in juli 2021 hebben wij reeds aangegeven dat wij het belangrijk vonden dat wij 3 van de 5 leidende principes uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein herkenden, te weten: 1. Zelfredzaamheid en eigen regie 2. Preventie en vroeg signalering 3. Integraal werken en maatwerk 4. Ruimte voor maatschappelijke initiatieven 5. Experimenteren Nummer 4 en 5 zagen wij toentertijd nog onvoldoende terug. In het concept document beleidskader dat nu voorligt wordt aangegeven dat er langs 4 strategische pijlers gewerkt zal worden:
We werken vanuit de INWONER en zijn/haar LEEFWERELD We bewegen ons meer richting PREVENTIE We organiseren ons EENVOUDIG We maken DUIDELIJKE KEUZES Kijkend naar de eerdergenoemde 5 leidende principes vinden wij het belangrijk dat wij deze nu wederom herkennen in de 4 strategische pijlers uit het beleidskader. Immers, “we werken vanuit de inwoner en zijn/haar leefwereld” sluit aan bij zelfredzaamheid en eigen regie. Pijler 2 “we bewegen ons meer richting preventie”, komt overeen met leidend principe 2. De 4e pijler “we maken duidelijke keuzes” zou aan kunnen sluiten bij integraal werken en maatwerk”. De 3e pijler “we organiseren ons eenvoudig” zal in een later stadium moeten blijken of dit gerealiseerd wordt, daar kunnen wij, op basis van het voorliggende beleidskader nog geen conclusie over trekken. Leidend principe 4 “Ruimte voor maatschappelijke initiatieven” zien wij in dit document sterk terug, immers er wordt stevig ingezet op samenwerking tussen de diverse maatschappelijke partijen. Of dit nu gaat om sportinstellingen, het Sociaal Team, de huisarts of andere
4
(professionele) partners, de insteek is dat al deze partijen hun steentje bijdragen aan het creëren van een stevige sociale basis, hetgeen 1 van de 2 hoofdopgaven is. Indien wij kijken naar hoofdopgave 2 “Zorgdragen voor de juiste hulp en passende ondersteuning” waarbij wij met name inzoomen op de jeugd en onderwijs en de opgaven die die daar voor de komende jaren liggen dan zijn wij blij te vernemen dat de ondersteuning zoveel mogelijk vanuit de eigen omgeving van het gezin en de jeugdige zal komen en dat de klemtoon ligt op het behouden van de eigen regie en zelfredzaamheid van jeugdigen en ouders. Ook het feit dat ervaringsdeskundigen ingezet zullen gaan worden is in overeenstemming met het advies dat wij in juli 2021 gegeven hebben. Ook het feit dat er niet alleen naar de problematiek van de jongere, maar ook naar het gehele gezin gekeken wordt is in lijn met ons eerdere advies. Hoewel wij ons er terdege van bewust zijn dat het voorliggende beleidskader een visiedocument is en dat er nog gewerkt moet worden aan een uitvoeringsdocument, willen wij onze zorgen uiten over de uitvoerbaarheid van de in het document genoemde voorstellen/acties. Het betrekken van vele maatschappelijke organisaties/instellingen vraagt om een zeer goede coördinatie en informatievoorziening aan alle partijen.
Iedereen moet immers weten wat er van hem/haar verwacht wordt en het moet duidelijk zijn wie waarvoor ingezet kan worden. Tevens gaat het Sociaal Team een zeer belangrijke rol spelen in dit proces en zal zij in veel gevallen een eerste contactpunt zijn om “lijntjes verder uit te zetten” en te borgen dat er ook opvolging gegeven wordt aan uitgezette acties. De ASD Heiloo vraagt zich af of het Sociaal Team hier voldoende voor uitgerust is qua menskracht en kennis om deze belangrijke taak te kunnen vervullen. In dit verband willen we daarom nog één zorg overbrengen: het sociaal team krijgt (terecht) een centrale en belangrijke rol in het sociaal domein. Tegelijkertijd is er geen budget voor extra FTE. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat het sociaal team alle (extra) taken kan uitvoeren zonder extra ondersteuning? Ten slotte. Als we het wettelijk kader betrekken in dit geheel komen wij met een aantal plus en minpunten: Voordelen • •
Beleidsregels hebben verbindende kracht. Minder tijdrovend dan uitgebreidere wetgeving.
Nadelen • •
Beleidsregels hebben minder aanzien dan een uitgebreidere wet. Beleidsregels zijn een vorm van verticale sturing; soms kan een meer horizontale vorm van sturing voordelig zijn omdat handhavingskosten lager kunnen zijn indien door het horizontaliseren de spontane naleving toeneemt.
5
Slaagfactoren Indien beleidsregels zorgen voor een goede nadere invulling van wet- en regelgeving, die minder rigide is omdat beleidsregels makkelijker kunnen worden aangepast. Faalfactoren Van hogerhand opgelegde beleidsregels kunnen bij lagere bestuurslagen botsen met de wens naar bestuur vrijheid. De onderlinge samenwerking kan in dat geval verslechteren.
Namens de Adviesraad Sociaal Domein Heiloo, G. van der Meulen, voorzitter J. Ouderkerken, secretaris
6