CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Achtergrondinformatie 05-10-2020: Vuurwerk Heiloo research-vuurwerkpeiling-2019_uitkomsten.pdf

Commissies t/m 31-12-2023 18 april 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Vuurwerk9.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

TE WEINIG HANDHAVING VUURWERK VOLGENS NEDERLANDERS

Peiling vuurwerk en jaarwisseling 2019 Onderzoek i.o.v. Binnenlands Bestuur, december 2019

www.ioresearch.nl

COLOFON

Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede Rapportnummer 2019/176 Datum December 2019 Opdrachtgever Binnenlands Bestuur Auteurs Frank ten Doeschot Laurens Klein Kranenburg Sanne Warta

Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron (I&O Research) duidelijk wordt vermeld.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Colofon

INHOUDSOPGAVE

Belangrijkste uitkomsten ..................................................................................................... 4 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding ...................................................................................................................... 7 1.1

Aanleiding voor het onderzoek ................................................................................. 7

1.2

Onderzoeksvragen .................................................................................................. 7

1.3

Verantwoording...................................................................................................... 7

Afsteekgedrag en handhaving ..................................................................................... 9 2.1

Afsteekgedrag........................................................................................................ 9

2.2

Afsteektijden ....................................................................................................... 12

2.3

Illegaal vuurwerk ................................................................................................. 14

2.4

Vuurwerkvrije zones ............................................................................................. 15

2.5

Prioriteiten in handhaving ...................................................................................... 19

Opvattingen over vuurwerk ....................................................................................... 21 3.1

Algemeen vuurwerkverbod .................................................................................... 21

3.2

Afsteekverbod knalvuurwerk en vuurpijlen .............................................................. 26

3.3

Lokaal vuurwerkverbod ......................................................................................... 27

3.4

Alternatieven voor vuurwerk .................................................................................. 29

Openbare orde en veiligheid ...................................................................................... 31 4.1

Handhaving openbare orde .................................................................................... 31

4.2

Rol burgemeester ................................................................................................. 33

Onderzoeksverantwoording ....................................................................................... 36

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Inhoudsopgave

Belangrijkste uitkomsten Nederlanders: strengere handhaving vuurwerk blijft in praktijk uit De steun voor strengere handhaving van de afsteektijden en het verbod op illegaal vuurwerk is in vergelijking met 2018 verder toegenomen. Acht op de tien Nederlanders vinden dat het verbod op illegaal vuurwerk strenger moet worden gehandhaafd. Twee derde is vóór strengere handhaving van de afsteektijden. Hoewel het draagvlak voor strengere handhaving toeneemt, zien steeds meer Nederlanders dat er juist minder intensief wordt gehandhaafd. Dit blijkt uit landelijk representatief onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur onder 1.992 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Nederlanders vrijwel unaniem voor zwaarder straffen bij geweld tegen politie of hulpverleners Bijna alle Nederlanders (95%) vinden dat er zwaardere straffen moeten komen bij geweld tegen politie of hulpverleners. Ook is agressie tegen politie of hulpverleners volgens Nederlanders het belangrijkste onderwerp waarop politie en andere toezichthouders moeten handhaven. Ruim een kwart (28%) vindt dat dit prioriteit moet krijgen in de handhaving, nog voor zaken als de handel in illegaal vuurwerk en de handhaving van afsteektijden. Overall is nu 50 procent van de Nederlanders voorstander van een algemeen vuurwerkverbod voor particulieren, 45 procent is hierop tegen.

Het aandeel voorstanders is terug op het niveau van 2015 (49%). Een lokaal vuurwerkverbod kan op de steun van een iets groter deel van de bevolking (57%) rekenen. Veiligheid hulpverleners gaat voor Ruim driekwart (78%) is het ermee eens dat er volgend jaar geen vuurwerk mag worden afgestoken in wijken waarin de politie en hulpverleners worden bedreigd. Als de politie de veiligheid in een gemeente niet kan garanderen, is 72 procent het ermee eens dat het afsteken van vuurwerk in deze gemeente wordt verboden. Burgemeester moet verantwoordelijk blijven voor openbare orde en veiligheid Er is per saldo weinig animo voor het idee om de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid over te hevelen van de burgemeester naar een wethouder. Een op de acht Nederlanders (13%) is hier voor, ruim de helft (57%) is hierop tegen. De rest weet het niet. Drie op de tien Nederlanders zouden het de burgemeester aanrekenen als het bij het afsteken van vuurwerk uit de hand loopt. Zes op de tien Nederlanders zouden dit de burgemeester niet aanrekenen. Per saldo geen steun voor verdere beperking van afsteektijden De steun voor verdere beperking van de afsteektijden is niet verder gegroeid. Iets minder dan vier op de tien Nederlanders (38%) vinden dat de afsteektijden verder beperkt moeten worden. Ruim vier op de tien Nederlanders (43%) vinden de huidige afsteektijden prima.

Nu ook meerderheid PvdA- en D66-kiezers voor vuurwerkverbod Binnen de verschillende kiezersgroepen is een aantal interessante verschuivingen te zien. Kiezers van linkse partijen (Partij voor de Dieren, PvdA, GroenLinks en SP) zijn in meerderheid voorstander van een vuurwerkverbod voor particulieren. Aanhangers van de Partij voor de Dieren (76%) en GroenLinks (73%) zijn het vaakst voor een dergelijk verbod en de steun hiervoor is onder deze kiezers verder gegroeid. Een andere ontwikkeling is dat nu ook onder PvdA- en D66-kiezers een meerderheid is te vinden voor een particulier vuurwerkverbod. In 2018 was er nog net geen meerderheid onder deze kiezers. SP-kiezers (55%) zijn stabiel in hun voorkeur voor een vuurwerkverbod.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Belangrijkste uitkomsten

4

Meer steun voor vuurwerkverbod onder kiezers VVD, CDA en PVV Bij de PVV is er voor het eerst een meerderheid (54%) voor een vuurwerkverbod (2018: 46%). Onder VVD- en CDA-kiezers is de steun voor een vuurwerkverbod eveneens gegroeid, maar het percentage tegenstanders is bij deze partijen groter dan het aandeel voorstanders. Bij de VVD is men verdeeld (45% voor, 48% tegen), terwijl CDA-kiezers duidelijk vaker tegenstander van een verbod zijn (41% voor, 56% tegen). Onder 50 Plus-kiezers houden voor- en tegenstanders elkaar in balans (47%). FvD-stemmers zijn en blijven tegen een algemeen vuurwerkverbod. Van de christelijke partijen (CU en SGP) is een stabiele meerderheid voor een algemeen vuurwerkverbod. Als we de balans opmaken, zijn alleen CDA- en FvD-kiezers nog duidelijk tegen een algemeen vuurwerkverbod. Bij de andere partijen is het beeld verdeeld (VVD, 50 Plus) of is een meerderheid voor een vuurwerkverbod (overige partijen). Groter deel van Nederlanders voorstander van verbod op vuurpijlen Een meerderheid van de Nederlanders (66%) is vóór het verbieden van knalvuurwerk (2018: 63%). Over het afsteken van vuurpijlen zijn Nederlanders verdeeld. Het aandeel voorstanders van een dergelijk verbod is niettemin gegroeid van 41 naar 48 procent. Van alle Nederlanders zou 7 procent zich niets aantrekken van vuurwerkvrije zones, tegen 4 procent vorig jaar.

Het valt echter niet uit te sluiten dat een deel van de respondenten een sociaal wenselijk antwoord heeft gegeven. Meer vrees voor ‘waterbedeffect’ bij aanwijzen vuurwerkwijze zones Iets meer dan de helft van de Nederlanders (51%) denkt dat er overlast zal ontstaan op andere plekken wanneer er vuurwerkvrije zones worden aangewezen. Dat is een duidelijke toename ten opzichte van 2018 (43%). Overall afsteekgedrag stabiel Overall is het aandeel vuurwerkafstekers stabiel sinds 2016. Binnen leeftijdsgroepen zijn er wel trends in afsteekgedrag. De trend dat jongeren minder vuurwerk afsteken, zet door. Daar staat tegenover dat verhoudingsgewijs meer 25-34 jarigen vuurwerk afsteken, in minder mate geldt dit ook voor 35-49 jarigen. Verantwoording I&O Research voerde van donderdag 7 november tot en met maandagochtend 18 november 2019 een online onderzoek uit naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders met betrekking tot vuurwerk. In deze periode werkten 1.992 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee aan het onderzoek. I&O Research heeft vanaf 2014 een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Een uitgebreide onderzoeksverantwoording is opgenomen in het rapport. Meer informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Laurens Klein Kranenburg (053-2005 222). Overname uit deze publicatie is alleen toegestaan met expliciete vermelding van I&O Research als bron.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Belangrijkste uitkomsten

5

1 HOOFDSTUK

Inleiding

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Inleiding

6

1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor het onderzoek Binnenlands Bestuur is hét vakblad voor binnenlandse bestuurders en ambtenaren bij gemeenten, provincies, waterschappen en rijksoverheid. Binnenlands Bestuur en I&O Research onderzoeken in samenwerking hoe burgers staan tegenover actuele en maatschappelijke zaken die voor bestuurders en ambtenaren relevant zijn of kunnen worden. Dit onderzoek is de twintigste peiling van I&O Research en Binnenlands Bestuur. Met de jaarwisseling in zicht nemen we het afsteken van vuurwerk en het verloop van de jaarwisseling onder de loep. Ook de regelgeving rondom het afsteken van vuurwerk, en het handhaven van deze regels door politie en/of andere toezichthouders komen aan bod. Daarnaast gaan we in op de vraag hoe Nederlanders staan tegenover een (gedeeltelijk) vuurwerkverbod. Ook is er aandacht besteed aan de mate van steun voor alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren.

1.2 Onderzoeksvragen I&O Research heeft dit onderzoek uitgevoerd onder Nederlanders van 18 jaar en ouder met als centrale vragen: 1 In hoeverre zijn Nederlanders voor of tegen het afsteken van vuurwerk door particulieren en onder welke voorwaarden? 2 Hoe denken Nederlanders over alternatieven voor het afsteken van vuurwerk door particulieren? 3 Verandert het afsteekgedrag (van degenen die nu vuurwerk afsteken) door het aanbieden van alternatieven? 4 Hoe wordt er aangekeken tegen de regelgeving rondom het afsteken van vuurwerk, en het handhaven ervan? 5 In hoeverre ervaren Nederlanders overlast van (het afsteken van) vuurwerk tijdens de jaarwisseling?

1.3 Verantwoording I&O Research voerde van donderdag 7 november tot en met maandagochtend 18 november 2019 een online onderzoek uit naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders met betrekking tot vuurwerk. In deze periode werkten 1.992 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee aan het onderzoek. I&O Research heeft een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd in: • 2014 (26-28 december 2014); • 2015 (3-8 december 2015); • 2016 (1-5 december 2016); • 2017 (16-26 november 2017); • 2018 (15-22 november 2018). Als we vermoeden dat verschillen in de veldwerkperiode van invloed zijn op de uitkomsten (zgn. ‘periodeeffecten’) is dat in de rapportage aangegeven. Zie hoofdstuk 5 voor een nadere onderzoeksverantwoording.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

7

2 HOOFDSTUK

Afsteekgedrag en handhaving

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

8

2. Afsteekgedrag en handhaving 2.1 Afsteekgedrag Afsteekgedrag vuurwerk stabiel Net als in voorgaande jaren steken zes op de tien Nederlanders doorgaans geen vuurwerk af rond de jaarwisseling. Vier op de tien Nederlanders steken dus wel eens vuurwerk af. Hiervan zegt 17 procent dit ‘meestal wel’ of ‘altijd’ tijdens de jaarwisseling te doen. Dat is ongeveer gelijk aan vorig jaar, toen 15 procent behoorde tot de ‘reguliere’ vuurwerkafstekers (tabel 2.1)1. Tabel 2.1 Steekt u doorgaans vuurwerk af rond de jaarwisseling? 2016

2017

2018

2019

Ja, altijd

7%

8%

7%

7%

Ja, meestal wel

10%

9%

8%

10%

Het ene jaar wel, het andere niet

8%

8%

9%

7%

Een enkele keer

15%

15%

16%

15%

Nooit

61%

60%

60%

61%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

Meer vuurwerkafstekers onder 25-34 jarigen Net als in eerdere jaren is het afsteken van vuurwerk onder jongeren beduidend populairder dan onder ouderen. Twee derde van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar steekt weleens vuurwerk af rond de jaarwisseling. Daarmee steken zij van alle leeftijdsgroepen het vaakst vuurwerk af. Sinds 2016 is dit aandeel echter met 10 procentpunt gedaald (van 76% naar 66%). Bij 25-34 jarigen is juist een stijging te zien in het aantal mensen dat vuurwerk afsteekt. Twee derde van de 25-34 jarigen (64%) steekt wel eens vuurwerk af, terwijl dit in 2016 iets meer dan de helft (51%) was. Onder de 35-49 jarigen steekt ongeveer de helft (52%) wel eens vuurwerk af, waarbij een lichte stijging sinds 2016 is te noteren. Onder de 50-64 jarigen is dit minder dan een derde (31 procent) en van de 65-plussers steekt een op de acht wel eens vuurwerk af. Deze percentages onder 50-plussers zijn niet significant veranderd ten opzichte van voorgaande jaren (figuur 2.1). Mannen (46%) steken naar verhouding vaker vuurwerk af dan vrouwen (32%). Ook dit beeld is ongewijzigd in vergelijking met 2018.

1

Het verschil tussen 15 procent (2018) en 17 procent (2019) is niet statistisch significant.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

9

Figuur 2.1 Aandeel Nederlanders dat ‘wel eens’ vuurwerk afsteekt rond de jaarwisseling (naar leeftijd)2

66% 73% 73% 76%

18-24

64% 55% 56% 51%

25-34

52% 54% 55% 56%

35-49

31% 31% 30% 30%

50-64

13% 14% 15% 13%

65+

2019 2018 2017

39% 40% 40% 39%

Totaal

0%

20%

2016

40%

60%

80%

100%

Aankomende jaarwisseling stabiel aantal vuurwerkafstekers verwacht Het percentage mensen dat denkt dit jaar vuurwerk te gaan afsteken (18%) is vergelijkbaar met vorig jaar (tabel 2.2). Tabel 2.2 Bent u dit jaar van plan vuurwerk af te gaan steken rond de jaarwisseling? 2016

2018

2019

Ja, zeker wel

7%

Steekt vuurwerk af:

8%

Steekt vuurwerk af:

6%

Steekt vuurwerk af:

7%

Steekt vuurwerk af:

Waarschijnlijk wel

12%

19%

11%

19%

10%

16%

11%

18%

Waarschijnlijk niet

16%

13%

16%

13%

Zeker niet

63%

63%

64%

64%

Weet ik (nog) niet

2%

5%

4%

5%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

2

2017

‘Wel eens’ is een samenvoeging van categorie 1 (altijd) tot en met categorie 4 (een enkele keer).

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

10

Jongeren gaan minder vaak vuurwerk afsteken Onder 25-34 jarigen is het aandeel (waarschijnlijke) vuurwerkafstekers gestegen van 20 naar 28 procent (figuur 2.2). Hiermee is deze groep weer terug op het niveau van 2016 en 2017. In de jongste leeftijdsgroep (van 18-24 jaar) is het aandeel dat zeker of waarschijnlijk vuurwerk gaat afsteken in vier jaar tijd significant gedaald van 39 naar 30 procent. In andere leeftijdsgroepen is het aandeel (waarschijnlijke) vuurwerkafstekers gelijk gebleven. Figuur 2.2 Aandeel Nederlanders dat ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ vuurwerk gaat afsteken bij de komende jaarwisseling (%) 30% 32%

18-24

39% 20%

25-34

28% 28% 27% 32% 30% 29% 33%

35-49 12% 11% 10% 10%

50-64

65+

45%

2019

4% 4% 4% 3%

2018 2017

18% 16% 19% 19%

Totaal 0%

2016 20%

40%

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

60%

11

2.2 Afsteektijden Steun voor verdere beperking afsteektijden niet verder gegroeid Het afsteken van vuurwerk is alleen toegestaan op 31 december vanaf 18.00 uur ’s avonds tot 1 januari 2.00 uur ’s nachts. Ruim vier op de tien Nederlanders (43%) vinden de huidige afsteektijden prima (tabel 2.3). Iets minder dan vier op de tien Nederlanders (38%) vinden dat de afsteektijden verder beperkt moeten worden. Dit aandeel is gelijk gebleven ten opzichte van 2018, na de eerdere toenames in 2016 en 2017. Onder de vuurwerkafstekers3 is het aandeel mensen dat de afsteektijden prima vindt, gedaald met 8 procentpunt. Dit betreft cijfers over volwassen vuurwerkafstekers.4 Tabel 2.3 Welke uitspraak past het best bij uw mening over de afsteektijden? TOTAAL

VUURWERKAFSTEKERS5

NIET-VUURWERKAFSTEKERS

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

Afsteektijden moeten verder beperkt worden

29%

33%

38%

38%

12%

12%

16%

16%

33%

38%

42%

45%

Afsteektijden zijn prima zo

47%

43%

46%

43%

60%

57%

63%

55%

44%

39%

42%

39%

Afsteektijden moeten verruimd worden (eerder beginnen)

7%

6%

5%

6%

19%

19%

14%

19%

4%

3%

3%

2%

Afsteektijden moeten verruimd worden (later stoppen)

-

-

-

1%

-

-

-

3%

-

-

-

1%

Het maakt mij niets uit

7%

7%

5%

5%

5%

7%

6%

3%

7%

6%

4%

5%

Anders*

8%

10%

6%

7%

2%

3%

1%

3%

10%

11%

7%

8%

Weet ik niet

2%

2%

1%

1%

2%

0%

0%

0%

2%

2%

1%

0%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

* In de categorie ‘anders’ wordt vaak gepleit voor een (volledig) particulier vuurwerkverbod.

‘Regelmatig vuurwerk afgestoken buiten toegestane afsteektijden’ De mate waarin mensen zich niet aan de afsteektijden houden, is ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Volgens twee derde van de Nederlanders wordt er regelmatig tot vaak vuurwerk afgestoken buiten de toegestane afsteektijden (tabel 2.4). Ook ongeveer zes op de tien vuurwerkafstekers geven aan dat dit in de praktijk gebeurt. Aan hen is niet gevraagd of zij zich zelf aan de afsteektijden houden.

3

Degenen die ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ vuurwerk gaan afsteken tijdens de jaarwisseling.

4

We hebben geen onderzoek gedaan naar de mening van kinderen en jongeren hierover.

5

Idem.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

12

Tabel 2.4 In hoeverre houden mensen in uw buurt zich aan deze afsteektijden? VUURWERKAFSTEKERS

TOTAAL

NIET-VUURWERKAFSTEKERS

2018

2019

2018

2019

2018

2019

Er wordt (bijna) geen vuurwerk afgestoken buiten de toegestane afsteektijden.

6%

6%

7%

9%

5%

5%

Er wordt af en toe vuurwerk afgestoken buiten de toegestane afsteektijden.

24%

24%

32%

32%

22%

22%

Er wordt regelmatig vuurwerk afgestoken buiten de toegestane afsteektijden.

35%

33%

35%

29%

35%

34%

Er wordt vaak vuurwerk afgestoken buiten de toegestane afsteektijden.

31%

34%

24%

28%

33%

36%

Weet ik niet

4%

3%

2%

2%

5%

3%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

Minder handhaving afsteektijden volgens Nederlanders Volgens meer dan de helft van de Nederlanders (54%) worden de afsteektijden niet of beperkt gehandhaafd. Dit is een stijging van 10 procentpunt ten opzichte van 2018. Zowel bij vuurwerkafstekers als bij niet-vuurwerkafstekers is een stijging te zien in het aandeel mensen dat aangeeft dat de afsteektijden niet worden gehandhaafd. Een zeer klein deel van de bevolking (2%) geeft aan dat er in de buurt intensief wordt gehandhaafd en ongeveer een op de zeven zien beperkte handhaving op afsteektijden. Dat is minder dan in voorgaande jaren. Voor ongeveer drie op de tien Nederlanders (28%) is het onbekend in hoeverre de afsteektijden in de buurt worden gehandhaafd. Tabel 2.5 In hoeverre worden afsteektijden in de buurt gehandhaafd? TOTAAL

VUURWERKAFSTEKERS

NIET-VUURWERKAFSTEKERS

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

Intensief

3%

3%

2%

2%

5%

6%

3%

6%

2%

2%

2%

1%

Beperkt

22%

22%

19%

16%

31%

33%

27%

24%

20%

20%

18%

14%

Niet

44%

44%

44%

54%

37%

37%

40%

48%

45%

45%

44%

56%

Weet ik niet

32%

31%

35%

28%

26%

25%

29%

23%

33%

32%

36%

29%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

13

Steeds meer draagvlak voor strengere handhaving afsteektijden Twee derde van de Nederlanders is vóór strengere handhaving van de afsteektijden. Hiermee zet de stijging vanaf 2017 zich voort. Ook onder vuurwerkafstekers is het draagvlak voor een strengere handhaving in de afgelopen jaren gegroeid (van 34% naar 41%) (tabel 2.6). Het strenger handhaven van de afsteektijden kan op brede steun rekenen onder verschillende kiezersgroepen. Kiezers van 50 Plus (79%), SP (78%), GroenLinks (72%), Partij voor de Dieren (71%6) en de PvdA (69%) zijn hiervan het vaakst voorstander. Onder VVD-kiezers is het draagvlak verhoudingsgewijs het kleinst (53%). Tabel 2.6 En wat zou u willen met betrekking tot de handhaving van de afsteektijden? VUURWERKAFSTEKERS (N= 354)

TOTAAL

NIET-VUURWERKAFSTEKERS (N= 1536)

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

De handhaving zou strenger mogen

61%

61%

64%

66%

37%

34%

39%

41%

66%

68%

69%

72%

De handhaving is voldoende

20%

18%

17%

15%

35%

31%

28%

28%

16%

15%

15%

12%

De handhaving mag minder streng

4%

5%

4%

4%

13%

16%

15%

12%

2%

3%

2%

2%

Maakt mij niet uit

9%

10%

9%

11%

11%

15%

16%

17%

9%

8%

8%

9%

Weet ik niet

6%

6%

5%

4%

5%

3%

2%

2%

6%

7%

6%

5%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

2.3 Illegaal vuurwerk Ongeveer een derde van de Nederlanders (34%) denkt dat het verbod op illegaal vuurwerk in enige mate wordt gehandhaafd. Dit aandeel is stabiel gebleven sinds 2016. Wel is er een stijging te zien in het percentage mensen dat aangeeft dat het verbod op het afsteken van illegaal vuurwerk niet wordt gehandhaafd. In de periode van 2016 tot 2019 is dit percentage gestegen van 16 naar 26 procent (tabel 2.7). Deze stijging is zowel bij vuurwerkafstekers te zien als bij niet-vuurwerkafstekers. Tabel 2.7 Het verbod op het afsteken van illegaal vuurwerk wordt… VUURWERKAFSTEKERS (N= 354)

TOTAAL Mate van handhaving

6

2016

2017

2018

2019

2016

2017

NIET-VUURWERKAFSTEKERS (N= 1536)

2018

2019

2016

2017

2018

2019

intensief

6%

5%

6%

7%

6%

8%

9%

12%

6%

4%

5%

5%

beperkt

28%

32%

29%

27%

37%

39%

39%

35%

26%

30%

27%

25%

niet

16%

23%

14%

26%

16%

22%

13%

23%

16%

23%

14%

27%

weet ik niet

50%

41%

51%

40%

40%

31%

39%

30%

52%

43%

53%

43%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Cijfer indicatief (minder dan 50 respondenten).

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

14

Meer steun voor strengere handhaving op illegaal vuurwerk Net als in eerdere jaren is de steun voor strengere handhaving van het verbod op illegaal vuurwerk groot. Het percentage Nederlanders dat hier voorstander van is, steeg het afgelopen jaar van 74 naar 80 procent. Het huidige niveau van handhaving is voor bijna één op de tien Nederlanders voldoende (tabel 2.8). Tabel 2.8 En wat zou u willen met betrekking tot de handhaving van het verbod op illegaal vuurwerk? VUURWERKAFSTEKERS (N= 354)

TOTAAL

NIET-VUURWERKAFSTEKERS (N= 1536)

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

2016

2017

2018

2019

De handhaving zou strenger mogen

72%

77%

74%

80%

54%

63%

56%

66%

77%

80%

78%

85%

De handhaving is voldoende

13%

10%

12%

9%

26%

21%

25%

20%

10%

8%

10%

6%

De handhaving mag minder streng

2%

2%

1%

2%

5%

6%

3%

7%

1%

1%

1%

1%

Maakt mij niet uit

5%

3%

4%

3%

7%

6%

9%

3%

5%

3%

3%

2%

Weet ik niet

7%

7%

8%

6%

7%

4%

7%

5%

7%

8%

9%

5%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

80%

vindt dat het verbod op illegaal vuurwerk strenger mag worden gehandhaafd. In 2016 was dit 72 procent.

2.4 Vuurwerkvrije zones Volgens 16 procent van de Nederlanders is er dit jaar een vuurwerkvrije zone in hun gemeente. Het grootste gedeelte van deze gemeenten had volgens de inwoners vorig jaar ook een vuurwerkvrije zone. Vier op de tien Nederlanders (43%) weet niet of er vuurwerkvrije zones in de gemeente zijn. Dit was ook in eerdere jaren het geval (tabel 2.9).7 Tabel 2.9 Waren er vorig jaar of zijn er dit jaar in uw gemeente ook plekken aangewezen waar vuurwerk afsteken verboden was of is? (%) 2019

7

Ja, vorig jaar en dit jaar ook

15%

Ja, maar alleen dit jaar

1%

Ja, maar alleen vorig jaar

1%

Nee

39%

Weet ik niet

43%

Totaal

100%

Vanwege een wijziging in de vraagstelling zijn de percentages niet rechtstreeks te vergelijken met eerdere jaren.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

15

Aan inwoners van gemeenten met een vuurwerkvrije zone is gevraagd in hoeverre zij denken dat mensen zich houden aan het vuurwerkverbod in deze zones. Er zijn verhoudingsgewijs meer mensen (66%) die hierover een oordeel kunnen geven. De groep die geen zicht heeft op de eventuele verandering in het afsteekgedrag (34%) zal voornamelijk bestaan uit bewoners die verder weg wonen van een vuurwerkvrije zone (tabel 2.10). De helft van de inwoners zegt dat er geen of minder vuurwerk wordt afgestoken dan voorheen. In 2018 was dit 43 procent. Ook de groep die zegt dat er evenveel vuurwerk wordt afgestoken als voorheen, is gegroeid (van 8% naar 14%). Tabel 2.10 In hoeverre houden mensen zich aan dit verbod (in deze zones), volgens u? (alleen inwoners van gemeenten met een vuurwerkvrije zone) 2016 (N=305)

2017 (N=432)

2018 (N=410)

2019 (N=349)

Er wordt (bijna) geen vuurwerk meer afgestoken in deze zones.

24%

27%

22%

25%

Er wordt af en toe vuurwerk afgestoken, maar wel minder dan voorheen.

23%

19%

21%

25%

In de vuurwerkvrije zones wordt evenveel vuurwerk afgestoken als voorheen.

5%

8%

8%

14%

In de vuurwerkvrije zones wordt meer vuurwerk afgestoken dan voor het verbod.

2%

0%

2%

2%

Weet ik niet (meer)

46%

45%

47%

34%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

Minder intensieve handhaving van vuurwerkvrije zones De handhaving van vuurwerkvrije zones is in de ogen van de bewoners minder intensief geworden dan voorgaande jaren. Er is een stijging in het aantal bewoners dat aangeeft dat de vuurwerkvrije zone(s) niet tot beperkt worden gehandhaafd. Daarnaast weten ruim vier op de tien bewoners (44%) niet in hoeverre de vuurwerkvrije zones in hun gemeente worden gehandhaafd (tabel 2.11). Tabel 2.11 In hoeverre worden deze vuurwerkvrije zones in uw buurt gehandhaafd door de politie en/of andere toezichthouders? (alleen inwoners van gemeenten met een vuurwerkvrije zone) 2016 (N=305)

2017 (N=432)

2018 (N=410)

2019 (N=349)

Intensief

16%

12%

12%

8%

Beperkt

23%

27%

23%

30%

Niet

14%

12%

9%

17%

Weet ik niet

47%

49%

56%

44%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

16

Meerderheid voor strengere handhaving in vuurwerkvrije zones Voor iets meer dan de helft (54%) van de bewoners zou het vuurwerkverbod in deze zones strenger mogen worden gehandhaafd. Dit is iets hoger dan in 2018, maar vergelijkbaar met het beeld in eerdere jaren. Een op de vijf bewoners vindt het huidige niveau van handhaving voldoende (tabel 2.12). Tabel 2.12 En wat zou u willen met betrekking tot de handhaving van de vuurwerkvrije zones? (alleen inwoners van gemeenten met een vuurwerkvrije zone) 2016 (N=305)

2017 (N=432)

2018 (N=410)

2019 (N=349)

De handhaving zou strenger mogen

53%

53%

49%

54%

De handhaving is voldoende

26%

19%

20%

20%

De handhaving mag minder streng

2%

4%

2%

4%

Maakt mij niet uit

7%

6%

6%

10%

Weet ik niet

13%

17%

22%

12%

TOTAAL

100%

100%

100%

100%

Er is een stabiele trend zichtbaar met betrekking tot de mening van inwoners over vuurwerkvrije zones in hun gemeente. Ieder jaar geven ongeveer zeven op de tien bewoners aan blij te zijn met vuurwerkvrije zones. De groep die er niet blij mee is, is klein en schommelde de afgelopen jaren tussen de 4 en 6 procent (tabel 2.13). De houding van inwoners tegenover het aantal vuurwerkvrije zones in de gemeente is min of meer hetzelfde gebleven. Ongeveer de helft van de inwoners van gemeenten met vuurwerkvrije zones is voor meer vuurwerkvrije zones. In gemeenten waar geen vuurwerkvrije zone is, zou 46 procent graag een of meer vuurwerkvrije zones gerealiseerd zien (tabel 2.14). Tabel 2.13 Welke uitspraak past het best bij uw mening over de vuurwerkvrije zones in uw gemeente? (alleen inwoners van gemeenten met een vuurwerkvrije zone) 2014 (N=487)

2015 (N=229)

2016 (N=305)

2017 (N=432)

2018 (N=410)

2019 (N=349)

Ik ben daar blij mee

72%

72%

69%

69%

71%

69%

Ik ben daar niet blij mee

3%

5%

2%

5%

4%

6%

Het maakt mij niets uit

17%

15%

21%

15%

15%

17%

Anders

8%

8%

6%

8%

9%

7%

Weet ik niet

1%

0%

2%

2%

1%

1%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

17

Tabel 2.14 Welke uitspraak past het best bij uw mening over de vuurwerkvrije zones in uw gemeente? MET VUURWERKVRIJE ZONE

ZONDER VUURWERKVRIJE ZONE

2016 (N=305)

2017 (N=432)

2018 (N=410)

2019 (N= 349)

2016 (N=2.214)

2017 (N=2.907)

2018 (N=2.642)

2019 (N= 1.642)

Er moeten (meer) vuurwerkvrije zones komen

48%

53%

55%

51%

47%

48%

48%

46%

De vuurwerkvrije zones zijn prima zo

32%

27%

27%

25%

-

-

-

-

Er moeten minder vuurwerkvrije zones komen

3%

3%

4%

7%

-

-

-

-

Er zijn geen vuurwerkvrije zones nodig

-

-

-

-

18%

18%

16%

18%

Het maakt mij niets uit

9%

8%

7%

10%

20%

18%

19%

20%

Anders

6%

6%

6%

5%

9%

9%

10%

11%

Weet ik niet

2%

4%

2%

2%

5%

7%

7%

5%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

Draagvlak vuurwerkvrije zones Ten slotte hebben we aan Nederlanders de vraag voorgelegd wat hun voorkeur heeft: een algeheel vuurwerkverbod in de gemeente, het aanwijzen van één of meerdere vuurwerkvrije zones of het overal vuurwerk kunnen afsteken. Drie op de tien Nederlanders kiezen voor de optie ‘meerdere vuurwerkvrije zones’ (tabel 2.15). Een kwart is voorstander van het aanwijzen van één vuurwerkvrije zone. De uiterste varianten (overal vs. nergens vuurwerk afsteken) worden door respectievelijk 20 en 18 procent gekozen. In gemeenten waar al ervaring is met een vuurwerkvrije zone is men vaker voor het aanwijzen van een of meer vuurwerkvrije zones. Tabel 2.15 Welke uitspraak past het best bij uw mening over het afsteken van vuurwerk en vuurwerkvrije zones in uw gemeente? TOTAAL

MET VUURWERKVRIJE ZONE (N=321)

ZONDER VUURWERKVRIJE ZONE (N=806)

Er moeten helemaal geen vuurwerkvrije zones zijn (nergens vuurwerk afsteken)

18%

21%

19%

Er moet één zone komen waar wél vuurwerk mag worden afgestoken (verder mag het nergens)

25%

28%

24%

Er moeten meerdere vuurwerkvrije zones zijn

29%

33%

26%

Je moet overal vuurwerk kunnen afsteken

20%

12%

25%

Weet ik niet / geen mening

9%

6%

6%

100%

100%

100%

TOTAAL

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

18

2.5 Prioriteiten in handhaving Aanpak agressie tegen politie of hulpverleners prioriteit Op de vraag ‘Wat is volgens u het belangrijkste vuurwerkonderwerp waarop de politie en/of andere toezichthouders moeten handhaven?’ wordt het vaakst (28%) geantwoord: agressie tegen politie of hulpverleners. Dit onderwerp is in 2019 voor het eerst opgenomen in de vragenlijst. Daardoor vallen de percentages bij de andere thema’s (iets) lager uit. Het handhaven van het verbod op handel in en afsteken van illegaal vuurwerk staat dit jaar op de gedeeld tweede plaats. Van elk thema vindt een op de vijf Nederlanders dat dit het belangrijkste thema is waarop gehandhaafd moet worden (figuur 2.3). Het tegengaan van vandalisme (eveneens nieuw in de vragenlijst) vindt bijna een op de tien Nederlanders het belangrijkst. Figuur 2.3 Wat is volgens u het belangrijkste vuurwerkonderwerp waarop de politie en/of andere toezichthouders moeten handhaven? (één antwoord mogelijk) 28%

Agressie tegen politie of hulpverleners* 20%

Verbod op handel in illegaal vuurwerk

20% 20% 21%

Verbod op afsteken van illegaal vuurwerk

17%

Afsteektijden

22% 21%

9%

Vandalisme* Vuurwerkvrije zones Verkoop aan minderjarigen Maakt mij niet uit Anders

36% 35%

4% 5% 5% 3%

8% 8%

2019

1% 2% 2%

2018

3%

2017

6% 6%

1% 1% 3%

Weet ik niet 0%

10%

20%

30%

40%

50%

* Nieuw in vragenlijst 2019.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

19

3 HOOFDSTUK

Opvattingen over vuurwerk

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

20

3. Opvattingen over vuurwerk 3.1 Algemeen vuurwerkverbod Meerderheid voorstander van vuurwerkverbod in combinatie met centrale vuurwerkshow De helft van de Nederlanders is voor een algemeen vuurwerkverbod voor particulieren. Dit beeld is sinds 2015 stabiel, met uitzondering van een kleine daling in 2016 (figuur 3.1). Een kleine meerderheid van 55 procent is voorstander van een algemeen verbod in combinatie met een vuurwerkshow op een centrale plaats in de gemeente. Dit beeld is sinds 2017 ongewijzigd gebleven. De steun voor vuurwerkvrije zones is gedurende de gehele periode groot (70% of meer), hoewel er dit jaar een daling van 4 procentpunt is te noteren ten opzichte van vorig jaar. Nu ook meerderheid PvdA- en D66-kiezers voor vuurwerkverbod Kiezers van linkse partijen (Partij voor de Dieren, PvdA, GroenLinks en SP) zijn in meerderheid voorstander van een vuurwerkverbod voor particulieren. Aanhangers van de Partij voor de Dieren (76%) en GroenLinks (73%) zijn het vaakst voor een dergelijk verbod en de steun hiervoor is onder deze kiezers verder gegroeid (tabel 3.1 en figuur 3.4). Een andere ontwikkeling is dat nu ook onder PvdA- en D66-kiezers een meerderheid is te vinden voor een particulier vuurwerkverbod. In 2018 was er nog net geen meerderheid onder deze kiezers. SP-kiezers (55%) zijn stabiel in hun voorkeur voor een vuurwerkverbod.

Meer steun voor vuurwerkverbod onder kiezers VVD, CDA en PVV Bij de PVV is er voor het eerst een meerderheid (54%) voor een vuurwerkverbod (2018: 46%) (figuur 3.4). Onder VVD- en CDA-kiezers is de steun voor een vuurwerkverbod eveneens gegroeid, maar het percentage tegenstanders is bij deze partijen groter dan het aandeel voorstanders. Bij de VVD is men verdeeld (45% voor, 48% tegen), terwijl CDA-kiezers duidelijk vaker tegenstander van een verbod zijn (41% voor, 56% tegen). Onder 50 Plus-kiezers houden voor- en tegenstanders elkaar in balans (47%). FvD-stemmers zijn en blijven tegen een algemeen vuurwerkverbod. Van de christelijke partijen (CU en SGP) is een stabiele meerderheid voor een algemeen vuurwerkverbod. Als we de balans opmaken, zijn alleen CDA- en FvD-kiezers nog duidelijk tegen een algemeen vuurwerkverbod. Bij de andere partijen is het beeld verdeeld (VVD, 50 Plus) of is een meerderheid voor een vuurwerkverbod (overige partijen). Vuurwerktraditie leeft Met de stelling ‘Het afsteken van vuurwerk is een mooie traditie die we in stand moeten houden’ is 55 procent van de Nederlanders het eens, tegen 58 procent in 2018. Met name kiezers van het CDA (65%), VVD (59%), PVV (59%), 50 Plus (55%) en Forum voor Democratie (71%) kunnen zich hierin vinden, hoewel in iets mindere mate dan voorgaande jaren (figuur 3.2).

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

21

Figuur 3.1 Steun voor vuurwerkverbod en vuurwerkvrije zones (% (helemaal) mee eens)8 100% 90% 80%

78% 70%

71%

74%

70%

70% 60%

54% 48%

50% 40%

49% 42%

53%

47%

55%

48%

Algemeen vuurwerkverbod

55%

50%

30%

Algemeen vuurwerkverbod met centrale vuurwerkshow Vuurwerkvrije zones

20% 10% 0% 2015

2016

2017

2018

2019

Figuur 3.2 Steun voor centrale vuurwerkshow en vuurwerktraditie (% (helemaal) mee eens)9 100% 90% 80% 70% 60% 50%

62%

61%

60%

63%

58%

66%

58%

64%

55%

40%

De gemeente moet bij de jaarwisseling op een centrale plaats een professionele vuurwerkshow organiseren. Het afsteken van vuurwerk is een mooie traditie die we in stand moeten houden.

30% 20% 10% 0% 2015

8

2016

2017

2018

2019

De periode van afname van de vragenlijst is door de jaren heen wat naar voren geschoven. Daardoor is een klein tijdseffect niet uit te

sluiten. 9

Idem als 7.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

22

Figuur 3.3 Angst voor vuurwerk en boetes op afsteken illegaal vuurwerk (% (helemaal) mee eens)10 100% 90%

83%

86%

86%

84%

Ik ben bang voor vuurwerk dat vlakbij mij wordt afgestoken.

80% 70% 60%

59%

57%

57%

57%

58%

37%

38%

39%

38%

39%

50% 40%

Ik durf voor en rond oudjaar niet goed de straat op vanwege het vuurwerk dat op straat wordt afgestoken.

30%

Er moeten hogere boetes komen voor het afsteken van illegaal vuurwerk.

20% 10% 0% 2015

2016

2017

2018

2019

Tabel 3.1 Houding ten aanzien van vuurwerkverbod en andere alternatieven, naar huidige politieke voorkeur (% eens) VVD

PVV

CDA

D66

GL

SP

PVDA

CU

PVDD*

50+

SGP

FVD

TOTAAL

76

47

61

35

50

Het afsteken van vuurwerk door particulieren moet helemaal worden verboden. 45

54

41

59

73

55

57

60

Het afsteken van vuurwerk door particulieren moet helemaal worden verboden, in plaats daarvan moet er op een centrale plaats bij de jaarwisseling een professionele vuurwerkshow worden georganiseerd. 55

58

44

67

73

60

67

57

86

52

56

36

55

80

77

73

56

70

De gemeente moet vuurwerk op bepaalde plaatsen verbieden (vuurwerkvrije zones). 61

64

69

77

84

75

75

80

De gemeente moet bij de jaarwisseling op een centrale plaats een professionele vuurwerkshow organiseren. 61

65

53

79

79

66

68

71

79

59

59

57

64

Het afsteken van vuurwerk is een mooie traditie die we in stand moeten houden. 59

59

65

49

31

58

43

50

33

55

39

71

55

62

65

71

46

63

49

58

Ik ben bang voor vuurwerk dat vlakbij mij wordt afgestoken. 52

55

58

62

70

64

Ik durf voor en rond oudjaar niet goed de straat op vanwege het vuurwerk dat op straat wordt afgestoken. 27

46

40

38

50

50

37

43

63

37

28

34

39

86

90

83

95

75

84

Er moeten hogere boetes komen voor het afsteken van illegaal vuurwerk. 85

10

82

84

89

88

90

87

Idem als 7.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

23

Figuur 3.4 Houding ten aanzien van algemeen vuurwerkverbod, naar (huidige) politieke voorkeur (%) 100

80 61

53

41 59

61

48

55

45

42

60

63

56

55

47 59

34

32

60

61

64

40

20

36

46

54 38

38

34

41

44

53 36

35

0 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 PVV

VVD

CDA

FvD

SGP

100

80 47

49

37

40

49

40

42

45

44

35

37

62

60

25

24

73

72

22 35

60

40

20

49

50

59

54

47

57

55

55

55

76 64

0 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 D66

PvdA

SP

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

GL

PvdD

24

Figuur 3.4 (vervolg) Houding ten aanzien van algemeen vuurwerkverbod, naar (huidige) politieke voorkeur (%) 100

80 40

53

42

35

36

47

49

49

45

47

48

50

60

40 54 20

60 47

58

47

60

0 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 50 Plus

CU

Totaal

Verbod weerhoudt een derde van de vuurwerkafstekers niet om zelf vuurwerk af te steken Bijna zes op de tien vuurwerkafstekers (59%) zouden (waarschijnlijk) stoppen met zelf vuurwerk afsteken op het moment dat er een algeheel vuurwerkverbod komt. Niettemin geeft een derde van de vuurwerkafstekers (34%) aan dat ze (zeker) niet zouden stoppen met vuurwerk afsteken. Een op de tien weet het nog niet. Als er een professionele vuurwerkshow wordt georganiseerd (zonder verbod) zouden drie op de tien Nederlanders stoppen met zelf vuurwerk afsteken. Dit beeld is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd (figuur 3.5). Figuur 3.5 Vuurwerkafstekers: zelf stoppen met vuurwerk afsteken bij alternatieven? (% zeker of waarschijnlijk wel) 100% 90% 80% 70%

59%

60%

59%

58%

63% 57%

59% Algeheel vuurwerkverbod

50% 40%

Professionele vuurwerkshow

30% 20%

28%

26%

27%

2015

2016

2017

23%

30%

30%

2018

2019

10% 0% 2014

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

25

3.2 Afsteekverbod knalvuurwerk en vuurpijlen De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) adviseerde eind 2017 om een verbod in te stellen op knalvuurwerk en vuurpijlen. Dit type vuurwerk zorgt voor de meeste overlast en het meeste letsel. Het kabinet heeft vooralsnog besloten om de aanbevelingen van de OVV niet over te nemen en dus geen verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen in te stellen. Meer voorstanders van verbod op vuurpijlen Een meerderheid van de Nederlanders (66%) is vóór het verbieden van knalvuurwerk (2018: 63%). Over het afsteken van vuurpijlen zijn Nederlanders verdeeld (zie figuur 3.6). Het aandeel voorstanders van een dergelijk verbod is niettemin gegroeid van 41 naar 48 procent. Van alle Nederlanders zou 7 procent zich niets aantrekken van vuurwerkvrije zones, tegen 4 procent vorig jaar. Het valt echter niet uit te sluiten dat een deel van de respondenten een sociaal wenselijk antwoord heeft gegeven. Meer vrees voor ‘waterbedeffect’ bij aanwijzen vuurwerkwijze zones Iets meer dan de helft van de Nederlanders (51%) denkt dat er overlast zal ontstaan op andere plekken wanneer er vuurwerkvrije zones worden aangewezen. Dat is een duidelijke toename ten opzichte van 2018 (43%). Figuur 3.6 Steun voor diverse maatregelen en aanpassingen gedrag (%)

Het afsteken van knalvuurwerk moet worden verboden.

66%

Door het aanwijzen van vuurwerkvrije zones zal er overlast ontstaan op andere plekken.

51%

Het afsteken van vuurpijlen moet worden verboden.

48%

Ik trek me niets aan van vuurwerkvrije 7% zones. 0% (helemaal) mee eens

17%

32%

5%

48%

36%

57%

20%

3%

30%

40%

60%

(helemaal) mee oneens

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

80%

100%

weet ik niet

26

3.3 Lokaal vuurwerkverbod In de discussie rond het verbieden van vuurwerk speelt ook de vraag of het niet aan gemeenten moet worden overgelaten om een lokaal vuurwerkverbod (voor de gehele gemeente) in te stellen. De Raad van State heeft onlangs nog bevestigd dat de gemeenteraad deze bevoegdheid heeft.11 Ruim de helft van de Nederlanders is (overwegend) voor een lokaal vuurwerkverbod, vergelijkbaar met 2018. Meer dan een derde is hierop tegen (tabel 3.2). Het percentage mensen dat sterk tegen de maatregel is, is gestegen van 18 naar 22 procent. Van de vuurwerkafstekers is meer dan twee derde tegen, dat is meer dan in 2018. Tabel 3.2 Bent u voor of tegen een lokaal vuurwerkverbod in uw eigen gemeente? VUURWERKAFSTEKERS (N= 353)

TOTAAL

NIET-VUURWERKAFSTEKERS (N= 1536)

2018

2019

2018

2019

2018

2019

Sterk voor

34%

36%

9%

7%

39%

44%

Enigszins voor

24%

21%

22%

19%

25%

21%

Enigszins tegen

16%

15%

22%

19%

15%

13%

Sterk tegen

18%

22%

41%

50%

13%

14%

Weet niet / geen mening

8%

7%

6%

4%

9%

7%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

TOTAAL

Waarom geen lokaal vuurwerkverbod in de gemeente? Aan respondenten is gevraagd of zij voor of tegen een lokaal vuurwerkverbod zijn en indien gewenst konden zij dit toelichten. Voor sommige mensen was het niet duidelijk of het om een totaalverbod in de gemeente ging of om een aantal vuurwerkvrije zones. Desalniettemin kunnen we in grote lijnen een beeld schetsen van de redenen waarom mensen voor of tegen een lokaal vuurwerkverbod zijn. Er zijn een aantal redenen tegen een lokaal vuurwerkverbod. Een deel van de tegenstanders heeft liever een landelijk dan een lokaal verbod. Veel mensen vinden ook dat het onduidelijkheid en ongelijkheid creëert wanneer het beleid per gemeente verschilt. Vuurwerkafstekers kunnen dan naar een andere gemeente gaan waar geen verbod geldt en daar overlast veroorzaken. Ook denkt een deel van de tegenstanders dat betere handhaving een betere oplossing is voor het probleem. Maar er zijn ook mensen die zeggen dat een verbod niet gehandhaafd kan worden, dat mensen zich niet aan het verbod zullen houden of dat het juist averechts werkt. Sommigen hechten waarde aan de traditie van vuurwerk en vinden het oneerlijk dat er een verbod voor iedereen geldt wanneer er een paar mensen zijn die vuurwerk misbruiken. Ook wordt er gezegd dat een verbod “betuttelend” is.

Enkele citaten die dit illustreren: • “Eén keer per jaar moet kunnen.” • “Als in de ene gemeente het wel en de andere niet mag geeft dat veel onduidelijkheid, er moet een landelijk beleid komen.” • “Dat helpt niet, want als de buurtgemeente het wel toestaat dan gaat men daar naartoe en wordt daar de overlast veel groter.”

11

Advies Raad van State, Wijziging Vuurwerkbesluit in verband met verplichtstelling veiligheidsbrillen, lonten en instructies.

Staatscourant 2019, nr. 57534.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

27

•

“Het hoort bij de Nederlandse traditie, er mag al bijna niks meer tegenwoordig.”

• “Als de handhaving goed is, is het in ere houden van de traditie prima mogelijk” • “Een verbod moet worden gehandhaafd. Gebeurt dat niet, dan heeft het ook geen zin.” • “Ik heb er geen last van en op oudejaarsavond is het heel mooi dat er vuurwerk wordt afgestoken.” • “De jongeren die het leuk vinden om knalvuurwerk af te steken trekken zich echt niets aan van zo'n verbod.” • “Als iets wordt verboden, bestaat de neiging dat juist te doen. Wellicht zijn ontmoediging en/of (georganiseerde) alternatieven beter.” Waarom wel een lokaal vuurwerkverbod in de gemeente? Voorstanders van een lokaal vuurwerkverbod zijn voor een groot deel ook voorstander van een landelijk vuurwerkverbod en zien dit als een eerste stap in de goede richting. Het is niet duidelijk in hoeverre mensen die voor een lokaal verbod zijn dit lokaal verbod ook verkiezen boven een landelijk verbod en wat de argumenten hiervoor zijn. Veel argumenten die genoemd worden, zijn argumenten tegen het gebruik van vuurwerk in het algemeen, zoals de mogelijke risico’s, de overlast, vervuiling en angst voor vuurwerk. Een aantal mensen benoemt voordelen van een lokaal verbod, zoals dat het makkelijk(er) te handhaven is op lokaal niveau en dat de gemeente er het beste zicht op heeft waar een verbod nodig is.

Ter illustratie enkele citaten: • “De gemeente weet zelf het beste hoe het zit in de omgeving, dus dan is het aan gemeente vind ik om dat te bepalen.” •

“Dan is de handhaving makkelijker.”

• “Als je het landelijk doet worden hierbij alle gemeenten getroffen, ook de gemeenten waar nooit trammelant is met vuurwerk afsteken.” • “Het is beter dan niets, maar liever zou ik zien dat het landelijk geregeld zou zijn.” •

“Ik vind dat er heel veel voor te zeggen is om met vuurwerk te stoppen: milieu, bange dieren en mensen, geld kan beter besteed worden.”

• “Geeft ook rustiger plaatsen voor huisdieren om uit te laten en ouderen om toch nog een rondje buiten te kunnen maken zonder angstig voor het vuurwerk te zijn.”

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

28

3.4 Alternatieven voor vuurwerk Professionele vuurwerkshow populairste alternatief bij particulier vuurwerkverbod Een professionele vuurwerkshow is ook dit jaar weer het populairste alternatief bij een particulier vuurwerkverbod. Ruim zes op de tien Nederlanders geven hieraan de voorkeur (figuur 3.7). Overige alternatieven, zoals een groot vreugdevuur, popconcert of gezamenlijk eten, volgen op grote afstand. Van de Nederland heeft 18 procent geen behoefte aan een alternatief. Figuur 3.7 Stel dat het afsteken van vuurwerk in uw gemeente voor particulieren wordt verboden, wat zou u dan graag als alternatief zien (betaald door uw gemeente)? (één antwoord mogelijk)

63% 64%

Een professionele vuurwerkshow

63%

64% 61% 18% 16%

Niets, alternatief is niet nodig

15%

14% 18% 3% 4%

Een groot vreugdevuur

5%

5% 5% 3% 3%

Een popconcert

2%

3% 1% 3% 2%

Gezamenlijk eten met stad- of dorpsbewoners

2%

3% 3% 1% 1%

Een klassiek concert

Een publiek toegankelijke (openlucht-)film

Iets anders

Weet ik niet

0%

1% 1% 1% 0%

0%

2019

0% 0% 3% 5%

2018 2017

5%

4% 4% 5% 5%

2016 2015

7% 7% 7%

0%

20%

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

40%

60%

80%

100%

29

4 HOOFDSTUK

Openbare orde en veiligheid

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

30

4. Openbare orde en veiligheid 4.1 Handhaving openbare orde Vrijwel iedereen vóór zwaardere straffen geweld tegen politie Bijna alle Nederlanders (95%) vinden dat er zwaardere straffen moeten komen bij geweld tegen politie of hulpverleners (figuur 4.1). Ruim driekwart (78%) is het ermee eens dat er volgend jaar geen vuurwerk mag worden afgestoken in wijken waarin de politie en hulpverleners worden bedreigd. Als de politie de veiligheid in een gemeente niet kan garanderen, is 72 procent het ermee eens dat het afsteken van vuurwerk in deze gemeente wordt verboden. Drie op de tien Nederlanders zouden het de burgemeester aanrekenen als het bij het afsteken van vuurwerk uit de hand loopt. Zes op de tien Nederlanders zouden dit de burgemeester niet aanrekenen. Er is per saldo weinig animo voor het idee om de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid over te hevelen van de burgemeester naar een wethouder. Een op de acht Nederlanders (13%) is hier voor, ruim de helft (57%) is hierop tegen. De rest weet het niet. Figuur 4.1 Stellingen agressie tegen hulpverleners en handhaving openbare orde en veiligheid (%)

Er moeten zwaardere straffen komen bij geweld tegen politie of hulpverleners

95%

In wijken waar politie en hulpverleners worden bedreigd, mag volgend jaar geen vuurwerk meer worden afgestoken

17% 5%

78%

Als de politie in een gemeente de veiligheid niet kan garanderen, moet het afsteken van vuurwerk worden verboden in die gemeente

72%

Als het bij het afsteken van vuurwerk uit de hand loopt, reken ik dat de burgemeester aan De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid moet worden overgeheveld van de burgemeester naar een wethouder

3%

31%

(helemaal) mee eens

30%

57%

20%

40%

60%

(helemaal) mee oneens

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

6%

8%

62%

13%

0%

22%

80%

100%

weet ik niet

31

Openbare orde belangrijker dan plezier om vuurwerk af te kunnen steken Aan respondenten is gevraagd een afweging te maken tussen openbare orde en veiligheid en het plezier om vuurwerk af te kunnen steken. Ze konden dit aangeven op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 staat voor openbare orde en veiligheid en 7 voor plezier om vuurwerk af te steken. In figuur 4.2 zien we dat ongeveer bijna twee derde (65%) prioriteit geeft aan openbare orde en veiligheid, 13 procent kiest een middenpositie en 17 procent vindt het vuurwerkplezier belangrijker. Voornamelijk vuurwerkafstekers vinden vuurwerkplezier belangrijk: vier op de tien (41%) vuurwerkafstekers vinden vuurwerkplezier belangrijker dan openbare orde en veiligheid. Figuur 4.2 Als u de openbare orde en veiligheid en het plezier om vuurwerk af te kunnen steken tegen elkaar afzet, waar ligt dan wat u betreft de prioriteit? Kunt u dat aangeven door een positie op onderstaande schaal te kiezen? (waarbij 1 ‘openbare orde en veiligheid heeft prioriteit’ is en 7 ‘plezier om vuurwerk af te steken heeft prioriteit) 60% 50% 41%

40% 30% 19%

20%

13%

10%

5%

5%

6%

6%

5%

5

6

7 - plezier vuurwerk afsteken

geen mening

0% 1openbare orde en veiligheid

2

3

4

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

32

4.2 Rol burgemeester Aan mensen is gevraagd wat ze denken dat de burgemeester van de gemeente zou kunnen (of moeten) doen met oud en nieuw, als het gaat om het afsteken van vuurwerk en de openbare orde. Hieruit zijn verschillende meningen, op het gebied van meerdere thema’s, naar voren gekomen. Strengere handhaving wordt veruit het meeste genoemd. Ook pleit een groot deel van de mensen voor een algeheel vuurwerkverbod of een verbod in combinatie met een vuurwerkshow. Wat moet of kan de burgemeester doen? Een klein deel van de inwoners vindt dat de burgemeester niets hoeft te doen. Sommigen hiervan vinden dat het beleid goed is zoals het nu is of dat dit niet een kwestie is waarbij bemoeienis van de burgemeester gewenst is. Ook wordt er door een kleine groep gezegd dat de burgemeester niets kan doen, bijvoorbeeld omdat de maatregelen toch niet zullen helpen of omdat de burgemeester niet genoeg middelen heeft om iets te doen. Een ander klein deel van de mensen vindt dat de burgemeester hier niet verantwoordelijk voor is en dat burgers zelf verantwoordelijkheid moeten nemen en zich gepast moeten gedragen. Zo zei iemand: “De inwoners moeten hun verantwoording nemen. Waarom zou de burgemeester de schuld krijgen als de inwoners zich niet kunnen gedragen.” Vuurwerk verminderende maatregelen Het instellen van een algeheel vuurwerkverbod wordt vaak genoemd.

Men ziet hierbij vooral een vuurwerkshow als een goed alternatief. Iemand zegt: “Algemeen verbod instellen, er wordt al een professionele vuurwerkshow elk jaar georganiseerd. Dat lijkt mij voldoende, en bovendien de toekomst. In andere landen doen ze de jaarwisseling ook zo.” Een andere maatregel die door veel mensen genoemd wordt is het aanwijzen van één plek waar wel vuurwerk afgestoken mag worden. Ook vuurwerkvrije zones, een verbod op knalvuurwerk en kortere afsteektijden zijn genoemd, hoewel in mindere mate dan een algeheel verbod, een vuurwerkshow en het aanwijzen van één plek. Een klein gedeelte zegt dat alles verbieden averechts werkt en dat er bijvoorbeeld op een positieve manier gestimuleerd moet worden om vuurwerk af te steken op aangewezen plekken. Daarnaast is er een kleine groep die aangeeft nooit overlast te ondervinden van vuurwerk en daarom geen verbod wil. Strengere handhaving Door het grootste gedeelte van de mensen is genoemd dat er strenger gehandhaafd en gecontroleerd moet worden. Een kleiner deel van de mensen noemt specifiek het handhaven van een verbod op illegaal vuurwerk. Er wordt gepleit voor meer politie op straat: “Alle hands aan dek- politie en hulpverleners in volle sterkte actief!”.

Tegelijkertijd wordt er ook aangegeven dat men denkt dat er hiervoor te weinig politie beschikbaar is in de gemeente: “Het is erg lastig, er zijn niet voldoende mensen om de orde te handhaven”. Er wordt door enkele mensen voorgesteld om meer geld beschikbaar te stellen voor de handhaving rondom oud-en-nieuw en om de politie meer bevoegdheden te geven. Ook stelt men hogere straffen voor, voornamelijk hogere boetes of werkstraffen. Een klein gedeelte van deze mensen oppert om mensen die overlast veroorzaken in een cel te laten verblijven gedurende de jaarwisseling. Daarnaast worden hogere straffen op het hinderen van hulpverleners meerder malen genoemd: “(veel) hogere straffen bij overtreding en bij het belagen/hinderen van hulpverleners zeker veel hogere straffen dan nu.”

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

33

Voorlichting en communicatie Veel mensen geven aan dat de gemeente duidelijk moet zijn in wat hun beleid is en dit ook consequent moet handhaven. Zo wordt er gezegd: “Duidelijker standpunt innemen in plaats van inzetten op het meten van draagvlak onder de bevolking.” en “Duidelijke info aan de bewoners over wat wel en niet is toegestaan”. Een kleiner gedeelte hiervan geeft aan dat ze het op prijs stellen als de burgemeester de burgers toespreekt en adviseert met betrekking tot de veiligheid in de gemeente. Een veiligheidscampagne en veiligheidsinstructies wordt door een iets kleiner deel van de mensen genoemd. Daarnaast vindt een klein deel dat jeugd die overlast veroorzaakt moet worden aangepakt. Overig Een ander idee dat door een enkeling werd genoemd was het gebruik maken van buurtpreventie en buurtapps, evenals het instellen van een meldpunt met behulp van een app of telefoonnummer waar mensen overlast kunnen melden. Iemand zegt het volgende: “Controle inzetten ook vanuit burgers zelf, buurt-app meldingen etc.” Een klein aantal mensen vindt dat de burgemeester zelf op pad moet met de politie om toe te zien op de handhaving en zijn/haar gezicht moet laten zien rond de jaarwisseling. Ook vindt een enkeling dat alle burgemeesters bij de tweede kamer moeten pleitten voor een landelijk vuurwerk verbod.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Omgang met en perceptie van vuurwerk

34

5 HOOFDSTUK

Onderzoeksverantwoording

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Onderzoeksverantwoording

35

5. Onderzoeksverantwoording Meting 2019 I&O Research voerde van donderdag 7 tot en met maandagochtend 18 november 2019 een online onderzoek uit naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders met betrekking tot vuurwerk en het verloop van de jaarwisseling. In deze periode werkten 1.992 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee aan het onderzoek. De deelnemers zijn geselecteerd uit het I&O Research Panel, aangevuld met leden van PanelClix. De onderzoeksresultaten zijn na herweging op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 representatief voor Nederlanders van 18 jaar en ouder, voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Dit is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Eerdere metingen Het onderzoek in 2018 is uitgevoerd van donderdag 15 november tot en met donderdag 22 november 2018. In totaal hebben in deze periode 3.052 Nederlanders (18+) deelgenomen aan het onderzoek. De meting in 2017 vond plaats van donderdag 16 november tot en met zondag 26 november 2017. Aam dit onderzoek werkten 3.339 Nederlanders (18+) mee. De meting in 2016 vond plaats van donderdag 1 december tot en met maandag 5 december 2016. Aan dit onderzoek namen 2.519 Nederlanders van 18 jaar en ouder deel. De meting in 2015 vond plaats van donderdag 3 tot en met dinsdag 8 december 2015 onder 2.492 Nederlanders (18+).

De meting in 2014 vond plaats van 26 december tot en met 28 december 2014. Aan dit onderzoek namen 5.865 Nederlanders van 18 jaar en ouder deel. I&O Research Panel Het I&O Research Panel is geworven op basis van aselecte personen- en huishoudensteekproeven op traditionele manier (geen zelfaanmelding). Sinds april 2019 werkt het I&O Research Panel met een spaarprogramma, waarbij deelnemers punten sparen afhankelijk van de lengte en complexiteit van de vragenlijst. Deze punten kunnen later worden ingewisseld voor Bol.com-tegoed of een donatie aan een goed doel. I&O Research I&O Research is een maatschappelijk betrokken bureau voor beleids- en marktonderzoek. Het is onze missie bij te dragen aan beter onderbouwde keuzes van onze klanten, op basis van onderzoek en advies. Wij werken voor overheids- en non-profitorganisaties. I&O Research is de laatste jaren gegroeid tot het zevende marktonderzoekbureau van Nederland. In de sector ‘overheid & onderwijs’ is I&O Research de nummer 1 (volgens de MarktOnderzoeksAssociatie, MOA, 2018). I&O Research heeft vestigingen in Amsterdam en Enschede. I&O Research is lid van de MarktOnderzoeksAssociatie (MOA), maakt deel uit van de Research Keurmerk Groep en onderschrijft de internationale ICC/ESOMAR-gedragscode voor markt- en sociaalwetenschappelijk onderzoek. I&O Research is ISO 9001-, ISO 20252- en ISO 27001-gecertificeerd.

Het online onderzoekspanel (I&O Research Panel) is ISO 26362-gecertificeerd. Dit is de norm voor online en offline access panels.

Peiling vuurwerk en jaarwisseling • Onderzoeksverantwoording

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=5fa8ed4a-d6ac-46ea-9d5e-a4c1cbeee201