3a. Tarieventabel bij Legesverordening Heiloo 2026.docx
Tekst van het document
€ 13,50
€ 24,90
€ 191,00
€ 45,50
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap [gereserveerd] Artikel 3.11 t/m 3.18 [Gereserveerd] Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: Artikel 3.18a Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag Als een aanvrager zijn aanvraag om een vergunning, ontheffing, melding of beschikking als bedoeld in voorgaande paragrafen intrekt, bestaat aanspraak op teruggaaf van de op grond van het betreffende artikel verschuldigde leges. Artikel 3.18b Kinderopvang/Peuterspeelzalen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:
€ 191,00
100%
a.
het afgeven van een beschikking tot exploitatie van een vestiging van een kindercentrum of gastouderbureau:
€ 485,90
b.
het afgeven van een beschikking tot exploitatie van gastouderopvang bij de gastouder thuis:
€ 77,40
c.
het afgeven van een beschikking tot exploitatie van een vestiging van een peuterspeelzaal:
€ 485,90
Aldus besloten door de raad van de gemeente Heiloo in de openbare raadsvergadering van maandag 3 november 2025.
G.A. Beeksma griffier
M. ten Bruggencate voorzitter
Bijlage 1: Tarieven 2026 MOOI Noord-Holland adviseurs omgevingskwaliteit. Bijlage 2: UAV 2012 Staatscourant 2012 nr. 1567 Bijlage 3 Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
BIJLAGE 1: Tarieven 2026 MOOI Noord-Holland adviseurs omgevingskwaliteit.
BIJLAGE 2: UNIFORME ADMINISTRATIEVE VOORWAARDEN VOOR DE UITVOERING VAN WERKEN EN TECHNISCHE INSTALLATIEWERKEN 2012 [Beschikbaar via https://wetten.overheid.nl/BWBR0031190/2012-03-01]
BIJLAGE 3: Definitie kleine en grote buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is: a. een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. b. Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vallen onder de artikel 2.46a sub c grote buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, tenzij de activiteit valt binnen de volgende categorieën. Dan is het een artikel 2.46a sub b kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit’: •
1.
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
•
2.
Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;
•
3.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50m2;
•
4
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
•
5
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter; •
6
een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling (de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit); •
7
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; •
8
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; •
9
het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in Omgevingswet c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was
•
10.
ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar;