CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

20220923 Duinzicht Heiloo_Toelichting.pdf

Commissies t/m 31-12-2023 24 oktober 2022, gemeente HeilooBij agendapunt: Bespreeknotitie Ontwerpbestemmingsplan Duinzicht Westerweg 37515.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Duinzicht Heiloo Ontwerpbestemmingsplan 23 september 2022

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Werkwijze en opzet van de toelichting

4 4 4 5 6

Hoofdstuk2 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Bestaand gebruik

7 7 8 10

Hoofdstuk3 Ruimtelijke en functionele opzet 3.1 Bebouwing 3.2 Infrastructuur 3.3 Parkeren 3.4 Duurzaam bouwen

11 11 12 12 12

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Welstandsbeleid 4.5 Waterbeleid

13 13 15 17 20 21

Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieuaspecten 5.2 Verkeer en parkeren 5.3 Natuurwaarden 5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.5 Mer-beoordeling

25 25 32 34 35 38

Hoofdstuk6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Juridische planopzet

40 40 40

Hoofdstuk7 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak en overleg 7.3 Zienswijzen 7.4 Economische uitvoerbaarheid

44 44 44 44 45

2

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Toelichting behorende bij het bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

3

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan ziet op de transformatie van het voormalige caravan- en bungalowpark Duinzicht aan de Westerweg 375 in Heiloo. Het terrein van Duinzicht is al enige tijd in beeld als inbreilocatie voor woningen in Heiloo. Initiatiefnemers hebben besloten de exploitatie te staken en werken met Woongraag BV uit Limmen en woningstichting Kennemer Wonen uit Heiloo aan een nieuwe invulling van het gebied. Deze invulling bestaat uit een duurzame en groene inpassing van een gemengd woonmilieu met 56 woningen.

Figuur 1 entree plangebied vanaf Westerweg, bron: GoogleMaps

Het beoogde bouwprogramma past niet in het huidige bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997'. Het doel van dit bestemmingsplan is daarom het bieden van een nieuw eenduidig en uniforme juridische regeling voor het nieuwe gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied.

1.2

Ligging en begrenzing

De gewenste ontwikkeling heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend Heiloo sectie E nummer 3218, groot circa 17.170 m2 en op een perceelgedeelte langs de Kwekerij, kadastraal bekend als Heiloo, sectie E nummer 2498, groot circa 1.350 m2. Op het onderstaande figuur is het plangebied weergegeven met een rood kader.

4

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Figuur 2: luchtfoto van het gebied. Het plangebied is met een rood kader aangegeven.

Het terrein wordt ontsloten via de Westerweg. Hier bevindt zich de entree van het park, met parkeerterrein en de receptie. Aan de noordzijde ligt een woonwijk met straten Het Bleekveld en De Moestuin die nu dood lopen tegen het park aan. De Egelenburg loopt parallel aan het park en wordt ook ontsloten vanaf de Westerweg. Grenzend aan het plangebied ligt De Kwekerij welke tevens ontsloten is vanaf de Westerweg. Ten westen van het plangebied bevindt zich een openbaar park. Aan de zuidkant is het Bungalowpark Westerhoeve aanwezig.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het grootste deel van de gronden van het plangebied geldt nog het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997', dat door de gemeenteraad van Heiloo op 3 november 1997 is vastgesteld en door GS is goedgekeurd op 16 juni 1998. Bij de herziening van het bestemmingsplan in 2010 is dit plandeel uit het bestemmingsplan 'Zuidwest' gelaten. Volgens het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997' zijn de gronden van het plangebied aangewezen voor 'Recreatieve doeleinden - Zomerhuizenterrein' (Rv-(z)'. De gronden zijn bestemd voor zomerhuizen respectievelijk stacaravans voor toeristisch meervoudig gebruik, met de daarbij behorende gebouwen en andere bouwwerken en parkeer-, groen-, speel- en overige voorzieningen. Langs de bestemmingsgrenzen is een strook van 5 meter aangewezen voor afschermende beplantingen. Binnen Duinzicht zijn 26 zomerhuizen, 34 stacaravans en één dienstwoning toegestaan. Bij elk zomerhuis of stacaravan is een bijgebouw(tje) toegestaan. De oppervlakte voor bedrijfsbebouwing mag niet groter zijn dan 250 m2. Op de gronden gelegen langs de Kwekerij en die onderdeel uitmaken van het perceel Heiloo, E, nummer 2498 geldt wel het bestemmingsplan 'Zuidwest'. De gronden zijn aangewezen voor de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'. De ontwikkeling past binnen de regels van het geldende bestemmingsplan, zodat de bestemming gehandhaafd blijft.

Het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997' zal ter plaatse van het plangebied door dit bestemmingsplan worden vervangen.

5

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

1.4

Werkwijze en opzet van de toelichting

In deze toelichting op het bestemmingsplan 'Duinzicht' wordt het initiatief nader omschreven en toegelicht. Daarnaast is de beoordeling van het initiatief aan de hand van het geldende beleidskader en milieuregelgeving opgenomen. Ten slotte gaat de toelichting in op de juridische aspecten van het bestemmingsplan en de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand is gekomen met behulp van onder meer participatie.

6

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie plangebied en omgeving

Historie

De basis van het landschap in het plangebied werd circa 4000 jaar geleden gelegd, toen het strandwallenlandschap zich vormde. Door de hogere ligging van de strandwal te midden van een moerassige omgeving is vanaf circa 2000 v. Chr. (aanvankelijk nomadische) bewoning in het plangebied geweest. Heiloo is ruim 1300 jaar geleden ontstaan als een agrarisch dorp op de middelste Noord-Kennemerstrandwal. Deze strandwal vormde te midden van de laag gelegen, natte strandvlakten een aantrekkelijke vestigingsplaats. In de periode tot 1800 bleef Heiloo een kleine landelijke nederzetting, bestaande uit de heerlijkheden Heylo en Oesdom. Daarnaast komen er buurtschappen als Zevenhuizen, Oosterzij en Westerzij tot ontwikkeling. In het gebied tussen het toenmalige Limmen en Heiloo, kwam vooral ter hoogte van Heiloo, een aantal buitenplaatsen voor, vaak voortgekomen uit de eerste versterkte Laatmiddeleeuwse huizen. Vanaf de 19e eeuw groeit Heiloo heel geleidelijk door een aantal factoren: de verharding (bestrating) van de eeuwenoude Kennemerstraatweg rond 1830; de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar in 1862; de aanleg van de tram Haarlem-Alkmaar (begin 20e eeuw). Tussen de twee wereldoorlogen vestigden zich meer renteniers, nu ook uit het handels- en bedrijfsleven. De bevolking werd bovendien aangevuld met militairen en middenstanders uit (toen) garnizoensstad Alkmaar.

De beroepsbevolking was dus voor de Tweede Wereldoorlog al breder dan puur agrarisch. De elektrificatie van het spoor in 1930 had daarnaast tot gevolg dat er meer en snellere treinen gingen rijden, waardoor het voor meer mensen aantrekkelijk werd om in Heiloo te gaan wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel mensen tijdelijk in Heiloo gaan wonen en na de oorlog gebleven. Tot 1945 werd de ruimtelijke structuur van het dorp bepaald door de wegen op de strandwal, te weten de Westerweg, de Oosterzijweg, de Hoogeweg, de Heerenweg en de Kennemerstraatweg. Langs deze wegen ontstonden lange stroken lintbebouwing met representatieve bebouwing en achter de huizen ruime tuinen.

7

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Figuur 3 Lintenstructuur Heiloo

Ter plekke van het Witte Kerkje was de eerste verdichting van de bebouwing, waardoor deze locatie als oorspronkelijk centrum aangemerkt werd. Nadat het station rond 1865 ruim een kilometer ten zuiden van 'het oude dorpshart' was aangelegd, dicht bij de oorspronkelijke tuindersgebieden, ontstond ook hier vanaf eind 19e eeuw een tweede verdichting, die later als tweede centrumlocatie is gezien. Na 1945 vonden grote planmatige uitbreidingen van het dorp plaats. Rond de nieuwe woonwijken van Heiloo zijn forse groene zones ontstaan met een dicht net van voet- en fietspaden. De uitbreidingen van Heiloo vonden vanaf 1945 niet alleen op de strandwal plaats, maar ook en in toenemende mate in de gebieden die deel uitmaakten van de strandvlakten.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Kenmerkend voor Heiloo is een noord-zuid gerichte basisstructuur. Deze structuur is grotendeels terug te voeren op de oude hoofdlijnen van het oorspronkelijke strandwallenlandschap en de historische bebouwingsstructuur. Heiloo heeft door haar specifieke historie een eigen “identiteit” meegekregen. Doordat deze sterke basiselementen nog zo duidelijk aanwezig zijn, is er in Heiloo sprake van een grote “leesbaarheid” van de ruimtelijke ontwikkeling door de eeuwen heen. Dit maakt het tot een uniek dorp met een hoge ruimtelijke kwaliteit. De volgende kenmerken vormen die identiteit. Contrast tussen de bebouwde strandwal en de lege strandvlaktes. Stedenbouwkundige opbouw met het sterk noord-zuid gericht wegenpatroon. Herkenbaar oost-west gerichte verkavelingpatroon, met houtwallen en hagen. Bewust gebruiken van de (oostelijke) overgang van strandwal naar strandvlakte (door versterkte huizen, buitens, nijverheid en industrie). Het van oorsprong agrarisch karakter met stolpboerderijen, die gelegen zijn op de overgangen van strandwal en strandvlaktes. 19e en 20e eeuwse tuinderactiviteiten aan de zuidzijde van Heiloo. Invulling van de historische linten met losse, individuele en niet te grootschalige bebouwing.

8

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Figuur 4: Morfologie Westerweg

Het plangebied bevindt zich aan de Westerweg, tussen de Zevenhuizenlaan en de Vennewatersweg. Voor dit deel van Heiloo zijn de volgende cultuurhistorische elementen uit de historische kaarten afleesbaar: 1850 laddervormige structuur van wegen en paden die in de loop der eeuwen is aangelegd op de hoog en droog gelegen strandwal. De ladderstructuur bestaat uit staanders en sporten. De staanders zijn de lintwegen die in de noord-zuid de richting de strandwal volgen (Westerweg – Hoogeweg). Dwars daarop staan de sporten van de ladder, de oost-westverbindingen (Vennewatersweg- Slootenslaan-Het Zevenhuizen). 1880 Isabella's hof was gelegen op overgang wal en vlakte. 1950 Langs de doorgaande wegen is lintbebouwing ontstaan, met de karakteristieke Heiloose bebouwing en erfinrichting. 1970 de overgang tussen strandwal en vlakte is zichtbaar op de kaart. De recreatieterreinen en het parkbos aan de Slootenslaan zijn nu ingetekend op de kaart. 1983 sportpark is aangelegd op strandvlakte. 1994 steeds meer bedrijvigheid langs Vennewatersweg. 2018 huidige situatie met waterlopen; Zichtbaar is de rommelige structuur van het gebied, met allemaal naar binnen gekeerde eilandjes van parken. De historische Slootenslaan met parkbos en watergangen zijn nog steeds aanwezig.

9

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

2.3

Bestaand gebruik

Het plangebied was tot voor kort in gebruik voor 64 zomerhuizen met bijgehorende tuinen en bijgebouwen en infrastructuur. Nadat de initatiefnemers hadden besloten de exploitatie van het bungalowpark te beëindigen is het aantal zomerhuizen langzaam aan verminderd, waarna vrijkomende percelen door de initiatiefnemer zijn geruimd en ingezaaid. Onderdeel van de exploitatie is tevens een beheerderswoning met bijbehorende bouwwerken. Deze bebouwing blijft behouden en maakt geen onderdeel uit van het plangebied.

10

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Hoofdstuk 3

Ruimtelijke en functionele opzet

Dit hoofdstuk geeft de ruimtelijke opzet van het plangebied weer. De beoordeling aan ruimtelijk beleidsen omgevingsuitgangspunten volgt daarna.

3.1

Bebouwing

De initiatiefnemers wensen een gemengd woonprogramma toe te voegen op deze inbreidingslocatie in een stedenbouwkundige opzet, die recht doet aan de identiteit van het gebied. De structuur van het gebied in en rondom het plangebied is nu rommelig, naar binnen gekeerd en versnipperd met allemaal eigen 'eilandjes', zonder verbinding met elkaar. Het groene karakter is juist positief en willen initiatiefnemers behouden, maar op zo'n manier dat er doorgaande lijnen ontstaan waar iedereen van kan genieten. Vanuit de analyse van het gebied is vanwege de ligging op de strandwal een structuur van lanen en paden geschetst, waarbinnen velden ontstaan die elk een eigen woonprogramma kunnen bevatten. Door de lanen, paden en greppels kan worden bijgedragen aan de dorpse identiteit van Heiloo en het groene karakter behouden. In het onderstaande figuur is het stedenbouwkundige plan voor het plangebied opgenomen.Het stedenbouwkundige plan is bijgevoegd als Bijlage 1.

Figuur 5: Stedenbouwkundig plan Duinzicht, bron: MB Architecten

De bebouwing bestaat uit 56 woningen in verschillende woningbouwcategorieën met daarbij behorende tuinen, erven, groen-, parkeer- en speelvoorzieningen en infrastructuur. De woningen bestaan uit: 14 sociale driekamerappartementen; 9 sociale tweekamerappartementen;

11

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

17 seniorenwoningen; 12 twee-onder-een-kap woningen; 4 vrijstaande woningen.

3.2

Infrastructuur

Vanaf de Westerweg wordt het plangebied naar analogie van de iets noordelijker gelegen Egelenburg ontsloten door een lange gebogen laan, zodat een groen middengebied (kenmerkend is voor Heiloo) ontstaat. Hier is de waterberging opgelost via groene bermen die tevens als wadi en wandelverbinding dienen en ontstaat zo ontstaat tevens zicht op het park. Het gebied kent een langzaamverkeer verbinding naar de Moestuin, die tevens als calamiteitenverbinding kan dienen. Aan de zuidzijde is rekening gehouden met de aansluiting op de transformatie van het bungalowpark Westerhoeve, waar mogelijk in de komende jaren een ontwikkeling zal plaatsvinden. Op deze wijze kan de Slootenslaan daarbij als langzaamverkeer verbinding worden voortgezet. In Bijlage 2 is een matenplan opgenomen waarin de inrichting van het plangebied en voorgenomen infrastructuur zijn opgenomen.

3.3

Parkeren

Het parkeren vindt plaats op eigen terrein voor de vrijstaande- en halfvrijstaande woningen. Hier is ruimte voor 30 parkeerplaatsen. Voor de seniorenwoningen en appartementen vindt het parkeren op maaiveld plaats. Hiervoor worden 83 parkeerplaatsen ingericht, overwegend in de vorm van dwarsparkeren en langs de centrale as in de vorm van langsparkeren. Deze parkeerplaatsen worden in een halfverharding aangelegd voor de waterdoorlaatbaarheid en gewenste groene uitstraling. Voor het laden van elektrisch vervoer wordt ondergrondse infrastructuur aangelegd en laadpalen aangelegd. Voor de berekening van de parkeerbalans wordt verwezen naar paragraaf 5.2.

3.4

Duurzaam bouwen

Klimaat en duurzaamheid geldt als uitgangspunt bij nieuwbouw. Dit geldt zowel voor materiaalgebruik als voor het energieverbruik. De nieuw te realiseren woningen zijn bijna energieneutrale woningen en uiteraard gasloos. Initiatiefnemers zetten in op de realisatie van een groene omgeving die ingericht is met het oog op klimaatadaptatie, dus voldoende ruimte voor waterberging en groen ter voorkoming van hittestress.

12

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke fucties en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, en gezonde en veilige leefomgeving ervaren.

Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Beoordeling: voorliggende ontwikkeling past binnen de hoofddoelstellingen zoals opgenomen in de NOVI.

13

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

4.1.2

Barro

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 deels in werking getreden en op 1 oktober 2012 uitgebreid. Het is een doorvertaling van het beleid uit de NOVI in regels. Het omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn onder andere de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het plangebied van voorliggende bestemmingsplan is niet gelegen op een locatie waarmee een van de onderwerpen uit het Barro wordt geraakt. Het Barro heeft voor het voorliggende plan geen consequenties en het plan is verder in overeenstemming met de NOVI opgesteld.

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een aantal eisen aan de toelichting bij het bestemmingsplan bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit moet voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen dat er sprake is van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Doel is om bij de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling te zorgen voor een zorgvuldig of duurzaam gebruik van ruimte, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat daarom een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied bevat het ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

In het plangebied wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling door de toevoeging van 56 woningen. De 'stappen van de ladder' zijn in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft in de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Woningbouwbehoefte De regionale afstemming voor woningbouw gebeurt via de Regionale Woonakkoorden, die de Regionale Actieprogramma's (RAP's) vervangen. Via het woonakkoord stuurt de provincie Noord-Holland op de uitvoering van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De regio Alkmaar kent een grote woningbouwbehoefte. Het Woonakkoord Regio Alkmaar 2021 - 2025 gaat uit van de toevoeging van 2.000 woningen per jaar tot 2030. Het woonakkoord volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat

14

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes zijn o.a.: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Het plan Duinzicht is een relatief jong plan, dat ten tijde van het vaststellen van het Woonakkoord Regio Alkmaar 2020 - 2025 nog niet is meegenomen.

Het plan voldoet aan de richtinggevende principes voor woningbouw doordat het plan in de komende jaren wordt gerealiseerd en waarbij wordt voorzien in een gemengd woonmilieu zodat voor meerdere doelgroepen woningen beschikbaar komen. Hiermee wordt voorzien in een dringende woningbouwbehoefte. Het type seniorenwoning kan bovendien voor doorstroming zorgen op de bestaande krappe woningmarkt. Inmiddels is de locatie Duinzicht in de regionale afspraken opgenomen als hard plan voor de uitvoering 2022 - 2024 (www.plancapaciteit.nl) en zal het plan in een komende woonakkoord worden opgenomen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciale omgevingsvisie

Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities is er een aantal opgenomen: Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.

Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving

15

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d.

Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het voorliggende initiatief zorgt voor de toevoeging van een gemengd woonmilieu waarmee de kern Heiloo wordt versterkt. De planlocatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied waardoor het gevoelige landschap buiten de kern wordt ontzien. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsvisie NH2050 ruimte biedt voor de realisatie van woningen op deze locatie.

16

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

4.2.2

Omgevingsverordening NH2020

Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De voorliggende locatie valt binnen bestaand stedelijk gebied. De provincie geeft hier beleidsvrijheid aan gemeenten. Juist de binnenstedelijke woningbouwontwikkelingen worden door de provincie ondersteund en gefaciliteerd. Dit is hetzelfde geregeld in het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022 die van 10 mei tot en met 18 juni 2021 ter inzage heeft gelegen en gelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Er is derhalve geen strijd met de Omgevingsverordening NH2020 en het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Toekomstvisie 2030

In 2013 is door de inwoners, de maatschappelijke instellingen, de ondernemers van Heiloo en de gemeente Heiloo de 'Toekomstvisie 2030: de kracht van Heiloo' opgesteld. Op 7 oktober 2013 heeft de raad van de gemeente Heiloo de kernwaarden van de toekomstvisie onderschreven. Heiloo is in 2030 een dorp waar natuur, ruimte, bewustzijn en verbinding de belangrijkste waarden zijn. In Heiloo is in 2030 ruimte in de ruimste zin van het woord: er is fysieke ruimte, er is ruimte voor initiatieven, er wordt ruimte gegeven aan elkaar, en er is ruimte voor wonen, werken en recreëren. Heiloo ligt niet alleen in een groene omgeving, ook bij huis is de natuur dichtbij. Mensen in Heiloo gaan in 2030 bewust om met elkaar en met hun omgeving, en zij voelen zich met elkaar verbonden. De uitgangspunten van de Toekomstvisie 2030 zijn: Heiloo blijft een zelfstandige gemeente maar werkt samen met gemeenten in de regio om de dienstverlening en het voorzieningenniveau op een kwalitatief hoog peil te houden; Heiloo is een forensengemeente; Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst (People, Planet, Profit); Iedereen voert de regie over zijn eigen leven en is in principe verantwoordelijk voor het voorzien in eigen behoeften. De toekomstvisie is de basis (geweest) voor een structuurvisie en een strategische visie.

Op de structuurvisie wordt in paragraaf 4.3.2 nader ingegaan. 4.3.2

Structuurvisie 2030

Op 3 november 2014 is de Structuurvisie 2030 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. De structuurvisie beschrijft hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De structuurvisie is een uitwerking en verdieping van de ruimtelijke aspecten uit de Toekomstvisie 2030. Het zijn de ruimtelijke ontwikkelingen die op dit moment zijn te voorzien en die relevant zijn voor de toekomstige ruimtelijk-fysieke inrichting van Heiloo. Al deze aspecten vormen het vertrekpunt voor de structuurvisie en zijn de basis van de feitelijke opdracht voor Heiloo tot 2030. Deze opdracht is vertaald naar de volgende missie: 1. het dorpse karakter van Heiloo versterken; 2. de diversiteit aan het woningaanbod vergroten; 3. een goede balans tussen rood (bebouwing), groen (plantsoenen, bos, agrarische gebied etc.), blauw

17

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

(oppervlakte water) en grijs (infrastructuur)realiseren; 4. het bevorderen van duurzaamheid, waaronder energiezuinig en milieubewust leven; 5. optimaliseren van maatschappelijke voorzieningen, recreatiemogelijkheden en accommodatiegebruik; 6. verbeteren werkgelegenheid door optimaliseren bedrijvigheid, zakelijke dienstverlening, detailhandel, horeca en toerisme; 7. Aan de hand van de thema's wonen, werken, verplaatsen en verblijven, vermaken en verblijven, leren en zorgen en recreëren en bewaren wordt de missie verder uitgewerkt.

Figuur 5 Visiekaart Structuurvisie 2030

De voorgaande afbeelding toont de kaart van de Structuurvisie. De voorliggende planlocatie is gelegen binnen de begrenzing van bebouwd gebied. Binnen deze begrenzing worden kansen gezien om jonge gezinnen te verleiden met een woonmilieu dat beantwoordt aan hun behoeften. Ook is het een kans dat Heiloo nog relatief veel ontwikkellocaties en -mogelijkheden heeft (naast Zandzoom en Zuiderloo). Dit is een positief punt aangezien er de komende jaren blijvend woningen moeten worden gebouwd. Duurzaamheid is benoemd als speerpunt evenals vraaggericht bouwen. De voorliggende ontwikkeling van een (vraaggerichte) woningbouwontwikkeling binnen het bestaande grid van de Westerweg is een passende ontwikkeling waarmee tegemoet wordt gekomen aan de

18

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

blijvende vraag aan woningen binnen de begrenzing van het bebouwd gebied van de kaart van de Structuurvisie. Door de steeds strengere duurzaamheidseisen aan nieuwbouw wordt tevens tegemoet gekomen aan de behoefte aan duurzaam bouwen. 4.3.3

Woonvisie Heiloo

Op 4 februari 2019 is de Woonvisie Heiloo vastgesteld. De Woonvisie Heiloo schetst de visie van de gemeente op het wonen in de gemeente Heiloo voor de komende vijf tot tien jaar. De kaders van deze woonvisie worden bepaald door het rijksbeleid, de Provinciale Woonvisie, het Regionaal Actie Programma (RAP), de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar en vanaf begin 2019 naar verwachting ook de regionale woningbouwprogrammering. De richting van de Woonvisie Heiloo wordt ingegeven door de Toekomstvisie 2030, de Structuurvisie 2030, het Woningmarkt onderzoek Heiloo 2017 en de Coalitieovereenkomst Heiloo 2018 – 2022. Met name in de Structuurvisie 2030 zijn de onderwerpen rond het thema wonen vastgelegd. De inwoners van Heiloo hebben hierin aangegeven hoe zij Heiloo als woonplaats in de toekomst graag zien. Daarnaast bepaalt de coalitieovereenkomst voor een belangrijk deel de accenten in deze woonvisie. Tot circa 2040 neemt zowel het aantal huishoudens als het aantal inwoners toe, waarbij het aantal huishoudens sneller toeneemt dan het aantal inwoners. Hierdoor zijn er steeds meer woningen nodig om hetzelfde aantal inwoners te huisvesten. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de vergrijzing. De leeftijdsgroep 65-plus neemt de komende vijftien jaar fors toe. In 2030 is de groep alleenstaande 65-plussers het grootst, gevolgd door de gezinnen 35 tot 65 jaar.

De groep samenwonende 65-plussers zonder kinderen is in omvang de derde groep. De missie van de gemeente Heiloo op het gebied van wonen is: Versterking van het dorpse karakter; Vergroting van de diversiteit van het woningaanbod; Duurzamer en toekomstbestendiger bouwen dan de landelijk vastgestelde normen; Bevorderen doorstroming op de woningmarkt, zodat iedereen (ook starters) een wooncarrière kan maken; WoonKeur, maar maatwerk mogelijk; Een woningbouwprogramma dat aansluit bij de wensen van de woonconsument en: 1. Voldoende sociale huurwoningen omvat; 2. Voldoende betaalbare koopwoningen omvat. Bij de nieuwbouw van woningen moet een kwaliteitsslag worden gemaakt en inwoners de mogelijkheid worden geboden om door te stromen naar een beter passende woning. Door (nultreden) woningen te bouwen in het betaalbare middensegment en hogere prijssegmenten kan de meeste doorstroming worden gerealiseerd. Daarmee verschuift de aandacht in het woonbeleid van nieuwbouw voor starters naar doorstroming voor starters. De woningen die met het voorliggende plan mogelijk worden gemaakt vallen in verschillende woningbouwsegmenten. Een groot deel van de woningen komt beschikbaar in de sociale huur. Dit zijn de 2- en 3kamer appartementen. Hiermee wordt ingezet op een grote behoefte aan nieuwe duurzamere sociale huurwoningen.

Er wordt bovendien ingezet op de realisatie van 17 seniorenwoningen, waarmee doorstroming binnen het bestaande woningaanbod kan worden gerealiseerd. Ten slotte worden nog halfvrijstaande en vrijstaande woningen gerealiseerd in het duurdere segment. Hierdoor is sprake van een verdeling van 41% sociaal, 30% middelduur en 29% duur. Geconcludeerd wordt dat het woningbouwaanbod n de lijn van de Woonvisie ligt en sprake is van een sterk sociaal woningbouwprogramma.

19

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

4.3.4

Verordening doelgroepen woningbouw Heiloo 2020

Op 2 maart 2020 heeft de gemeenteraad de Verordening Doelgroepen Woningbouw Heiloo 2020 vastgesteld. De verordening zorgt voor een wettelijke grondslag om bij het vaststellen van een exploitatieplan bij een bestemmingsplan regels op te nemen voor de realisatie van woningbouw. Het gaat daarbij om het opnemen van een minimaal aantal te realiseren woningen in een sociaal of middelduur segment. Per plan maakt de gemeenteraad de afweging of daarbij een exploitatieplan moet worden vastgesteld. Als de kosten voor de ruimtelijke ontwikkeling anderzins zijn verzekerd, zoals via een anterieure overeenkomst, dan is er geen aanleiding om een exploitatieplan vast te stellen. Afspraken over het woningbouwprogramma kunnen dan eveneens in de anterieure overeenkomst worden opgenomen.

4.4

Welstandsbeleid

Het welstandsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Welstandsnota Heiloo, prachtig dorp in het groen. Of een vergunningplichtig bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand wordt op basis van de nota getoetst door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, een samenvoeging van de voormalige welstands- en monumentencommissies, verder genoemd ‘de commissie’. Om deze toetsing te kunnen uitvoeren zijn gebiedscriteria en architectuurcriteria omschreven, de eerste primair voor nieuwbouw, de tweede voor verbouwingen.

20

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Figuur 6 Gebiedskaart welstandsnota Heiloo

Het projectgebied valt in het welstandsgebied Sport en recreatieterreinen. Duidelijk is dat de gebiedsgerichte welstandseisen voor dat gebied niet aansluiten op het nieuw te realiseren woongebied. Daarom kan aansluiting worden gevonden bij het aangrenzend welstandsgebied 'Woongebieden'. De verkaveling voor het plan is hierop afgestemd.

4.5

Waterbeleid

Op grond van artikel 3.1.6 lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is de zogenaamde waterparagraaf. Deze waterparagraaf moet inzicht geven in de wijze waarop het waterbeleid is vertaald naar de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. Daarbij wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop bij het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

ruimtelijk relevant waterbeleid; de taken van de waterbeherende instantie; het overleg met de waterbeherende instantie; het huidige watersysteem; het toekomstige watersysteem.

De waterparagraaf geeft ook een weergave van de watertoets. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets heeft betrekking op alle waterhuishoudkundige aspecten, zoals veiligheid, wateroverlast, riolering, watervoorziening, volksgezondheid, bodemdaling, grondwaterkwaliteit, verdroging en natte natuur. In de volgende subparagraaf wordt eerst de toepasselijke regelgeving beschreven. Naast de Europese en nationale wetgeving worden ook de toepasselijke (beleids)regels van de bevoegde lagere organen genoemd. 4.5.1

Europees beleid

Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking getreden. De KRW geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kust-water en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: Aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed. Verbetering van het aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies. Duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn. Er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Voor de KRW zijn ecologische èn fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang en/of het beschermingsniveau van het grondwater. De KRW heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor bijvoorbeeld riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid.

21

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

4.5.2

Nationaal beleid

4.5.2.1 Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Met als resultaat één vergunning; de watervergunning. Watervergunningen kunnen betrekking hebben op bouw- of aanlegwerkzaamheden bij water en dijken; lozen en onttrekken van water; varen, aanmeren en evenementen en plannen ten behoeve van natuur en recreatie en uitbreidingsplannen. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning.

4.5.2.2 Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 is het rijksplan voor het waterbeleid. Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn verwerkt: Hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid Gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland Benodigde maatregelen en ontwikkelingen Beheerplannen voor de stroomgebieden Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico Mariene Strategie Beleidsnota Noordzee Functies van de rijkswateren Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.

Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan.

22

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

4.5.3

Waterschapsbeleid

4.5.3.1 Beleid HHNK Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn.

4.5.4

Gemeentelijk beleid

4.5.4.1 Gemeentelijk rioleringsplan 2019 - 2023 De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en transport van het afval-, en hemelwater, en het voorkomen van structurele grondwateroverlast. De gemeente geeft vanuit het regionale Samenwerkingsverband Waterketen Noord-Kennemerland Noord met de zeven regionale gemeenten (Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk, Uitgeest), het hoogheemraadschap en het drinkwaterbedrijf PWN invulling te geven aan deze taakstelling. Voor het projectgebied is van belang dat de gemeente inzet op het gescheiden inzamelen van afval- en hemelwater en waar mogelijk op het volledig afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het gemeentelijke rioleringsstelsel. Als in een plangebied voldoende ruimte is voor het opvangen en vertraagd afvloeien van hemelwater stuurt de gemeente op het afkoppelen. Voor het plan is een waterhuishoudingsplan gemaakt, waarop in de watertoets nader wordt ingegaan.

4.5.5

Watertoets

De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit (ruimte voor water) en waterkwantiteit en veiligheid (overstroming). Waterkering De projectlocatie is niet gelegen binnen de beschermingszone van een primaire- of regionale waterkering. Waterkwaliteit Uitgangspunt voor het plan is dat hemelwater en afvalwater apart dient te worden ingezameld. Voorwaarde is dan wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Geadviseerd wordt om met het oog op de waterkwaliteit altijd het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink maximaal te voorkomen en dat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt op de verharding. Zo wordt voorkomen dat er ongewenste stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen, waardoor een negatief effect ontstaat op de waterkwaliteit. Het afstromend hemelwater van schone oppervlakken (daken en erfverharding) zal uiteindelijk geschieden naar het oppervlaktewater. Het gebruik van uitloogbare materialen wordt bij de uitvoering van

23

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

het bouwwerk voorkomen. De behandeling van het vuilwater blijft gebeuren op de bestaande wijze. Waterberging Op grond van de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, moet bij een toename van meer dan 800 m2 bebouwd of overig verhard oppervlak binnen stedelijk gebied, minstens 10% van het extra bebouwde of verharde oppervlak worden gecompenseerd door middel van nieuw oppervlaktewater. Bij meer dan 2.000 m2 toename aan verhard oppervlakte moet via maatwerk gezorgd worden voor watercompensatie. Dit water moet worden gerealiseerd binnen hetzelfde peilvak en dient blijvend in open verbinding te staan met de rest van het watersysteem. Het voorliggende project voorziet in de sloop van bestaande opstallen en verhardingen. Door initiatiefnemers is een waterbalans opgesteld, zie Bijlage 7. Uit de berekening volgt dat een oppervlakte van 7.345 m2 verharding wordt verwijderd. Door de nieuwe opstallen en (half)verhardingen bestaat de nieuwe oppervlakte uit 10.500 m2 verharding. Per saldo neemt de verharding in het projectgebied met 3.145 m2 toe. Hierdoor ontstaat een compensatieverplichting van 315 m2 waterberging. Hiervoor is tevens een watervergunning nodig. Binnen het plangebied is ruimte om waterberging te realiseren.

Hiervoor worden in ieder geval groene bermen ingezet die als wadi's dienen en waarmee hemelwater wordt opgevangen in het plangebied dat vertraagd kan afvloeien. De initiatiefnemers stellen een waterhuishoudingsplan op, dat met het HHNK wordt besproken en de informatie levert voor de aanvraag voor de watervergunning. Het waterhuishoudingsplan beschrijft de wijze van aanleg van watergangen en de afwatering, waarna de watervergunning wordt aangevraagd. De uitgangspunten voor het waterhuishoudingsplan zijn al besproken met het HHNK en akkoord bevonden. Conclusie Gelet hierop, vormt het aspect water voor de uitvoerbaarheid van het project geen belemmering.

24

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

5.1

Milieuaspecten

5.1.1

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 5.1.2

Bodem

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar oud zijn. Uitzondering hierop zijn de plannen waar de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en/of bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende weergeven en er geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn bij de bestemmingsplanwijziging. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Deze bodemonderzoeken mogen wettelijk niet ouder zijn dan 5 jaar. Onderzoeksresultaten bodem Door Landview BV is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (2021642-PP, 11 november 2021, Bijlage 3. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002.

In mengmonster og1 van de ondergrond zijn lichte verhogingen van lood en zink aangetroffen. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwater is plaatselijk een lichte verhoging van zink aangetroffen. De hypothese dat geen bodemverontreiniging aanwezig is, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Naar de toepassingsmogelijkheden van de aanwezige puinverharding bij de boringen 1 en 9 is geen onderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Tijdens een verkennend

25

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. 5.1.3

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 aangehouden. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weining verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied.

Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Het gemengd gebied kent door de aanwezige variatie aan functies en situering al een hogere milieubelasting. Dit kan aanleiding zijn om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Een geadviseerde afstand van 30 meter kan dan bijvoorbeeld worden gecorrigeerd tot 10 meter en een geadviseerde afstand van 100 meter tot 50 meter. Uitzondering op het verlagen van de richtafstanden vormt het aspect gevaar: de richtafstand voor dat milieuaspect wordt niet verlaagd. De tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer. milieucatego richtafstand tot omgevingstype richtafstand tot omgevingstype rie rustige woonwijk gemengd gebied

26

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

bestemmingsplan Duinzicht Heiloo

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Het systeem van richtafstanden gaat uit van het principe van scheiding van functies: de richtafstandenlijst geeft richtafstanden tussen bedrijfslocatie en omgevingstype rustige woonwijk respectievelijk gemengd gebied. Binnen (hiervoor aangewezen) gebieden met functiemenging zijn milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar gesitueerd. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Voor gebieden met functiemenging wordt een aparte afweging gemaakt ten aanzien van de aan te houden afstand en de te nemen maatregelen in relatie tot het gewenste woon- en leefklimaat. Voor de toelaatbaarheid van activiteiten binnen gebieden met functiemenging gelden randvoorwaarden. Het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid en de activiteiten vinden hoofdzakelijk inpandig en overdag plaats. Naast de geadviseerde milieuzonering voor bedrijven op basis van de VNG uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', kunnen er ook nog afstandscriteria uit specifieke milieuwet- en regelgeving gelden.

Denk hierbij aan de Wet milieubeheer, de agrarische geurwetgeving en de veiligheidsregelgeving. Deze regelgeving geldt uiteindelijk als toetsingskader voor de toegestane milieueffecten. Ook deze afstandscriteria worden meegenomen bij de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen. Onderzocht worden zowel de feitelijke invloed van de ter plaatse gevestigde en te vestigen milieubelastende functies als de invloed die kan uitgaan van milieubelastende functies die op grond van de geldende bestemming gevestigd kunnen worden. Onderzoeksresultaten milieuzonering Het projectgebied is te kwalificeren als een rustig woongebied. Er zijn in de directe omgeving wel andere functies dan wonen aanwezig, zoals thans nog het bungalowpark Westerhoeve en enkele kleine dienstverlenende bedrijven. Deze bedrijven vormen gelet op de afstand en beperkte milieuhinder geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom. Aan Het Zevenhuizen 42 is een bedrijf in diverse bouwmaterialen, zoals afrasteringen, aanwezig. Dit bedrijf bevindt zich op meer dan 100 meter van het projectgebied. Via het bestemmingsplan Zuidwest is geborgd dat op dit perceel geen bedrijven in een zwaardere milieucategorie zich daar kunnen vestigen. Ook liggen op een kortere afstand van het bedrijf al bestaande woningen, waar het bedrijf rekening mee dient te houden.

Vanuit milieuzonering zijn er daarom geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.4

Geluidhinder

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het projectgebied is gelegen binnen de invloedssfeer van verkeerswegen en een spoorlijn. Wegverkeerslawaai: geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=d9f72ae0-ddb5-44bf-9c45-0aa446f071fa