20210301_t_NL.IMRO.0399.BpWesterweg279-0301.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Westerweg 279 Gemeente Heiloo
Planstatus:
ontwerp
Plan identificatie:
NL.IMRO.0399.BpWesterweg279-0301
Datum:
2021-03-01
Contactpersoon Buro SRO:
R. van der Made | L. Toppen
Kenmerk Buro SRO:
SR190344
Opdrachtgever:
Huizon Vastgoed
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied......................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 6
2 Het initiatief ........................................................................................................................................ 7 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................................... 7 2.2 Beoogde situatie ........................................................................................................................................... 8
3 Beleid ............................................................................................................................................... 11 3.1 Nationaal beleid .......................................................................................................................................... 11 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................................ 12 3.3 Regionaal beleid .......................................................................................................................................... 14 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................... 16
4 Milieu- en omgevingsaspecten ....................................................................................................... 23 4.1 Milieueffectrapportage ............................................................................................................................... 23 4.2 Milieu .......................................................................................................................................................... 24 4.3 Waterhuishouding....................................................................................................................................... 32 4.4 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................................... 34 4.5 Leidingen ..................................................................................................................................................... 35 4.6 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................... 35
5 Juridische planbeschrijving ............................................................................................................. 38 5.1 Algemeen .................................................................................................................................................... 38 5.2 Verbeelding ................................................................................................................................................. 38 5.3 Planregels .................................................................................................................................................... 38 5.4 Wijze van bestemmen ................................................................................................................................. 39
6 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 40 7 Maatschappelijk uitvoerbaarheid ................................................................................................... 41 7.1 Algemeen .................................................................................................................................................... 41 7.2 Inspraak ....................................................................................................................................................... 41 7.3 Zienswijzen .................................................................................................................................................. 41
3
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel horende bij de Westerweg 279 in Heiloo het bestaande winkelpand te slopen. Hiervoor in de plaats worden woningen gerealiseerd bestaande uit boven- en benedenwoningen. In totaal voorziet het plan in acht woningen. Het initiatief past echter niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan 'Zuidwest'. Op dit moment is het plangebied voorzien van de bestemming 'Gemengd'. De realisatie van acht woningen is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Om het beoogde plan juridisch-planologisch mogelijk te maken zal een partiële herziening van het bestemmingsplan (postzegelbestemmingsplan) opgesteld moeten worden. Onderhavig plan voorziet hierin. Het voorgenomen plan is reeds overlegd met de gemeente Heiloo, waarbij positief is gereageerd door de gemeente op de ontwikkeling aan de Westerweg 279.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied is aan de Westerweg 279 in Heiloo gelegen en bevindt zich op de hoek van de Westerweg en de Kerkakkers. Het plangebied ligt centraal in Heiloo en is kadastraal bekend onder perceelnummer 1944, sectie D met een oppervlakte van ca. 625 m². Op de navolgende afbeelding is de ligging zowel globaal als meer in detail weergegeven.
Globale ligging en begrenzing plangebied, plangebied rood omkaderd. (bron: Google Maps)
5
1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Zuidwest'. De gemeenteraad van de gemeente Heiloo heeft dit bestemmingsplan op 8 november maart 2010 vastgesteld. Verder geldt het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren', vastgesteld op 7 oktober 2019 door de gemeenteraad van de gemeente Heiloo. De volgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan.
Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Zuidwest', plangebied met rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Gemengd', 'Tuin' en 'Verkeer Verblijf'. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Aan de noordoostzijde van het plangebied is binnen de bestemming 'Gemengd' een bouwvlak opgenomen. Op basis van de geldende bestemming is de realisatie van acht woningen binnen het plangebied niet mogelijk. Het plangebied is aan de noordwestzijde niet voorzien van een bouwvlak en het aantal woningen wijkt af van het bestaande aantal woningen. Verder zal de toekomstige bebouwing deels binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijf' worden gerealiseerd. Binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijf' is wonen niet toegestaan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuw en actueel planologisch-juridisch kader die de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk maakt.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen de verschillende omgevingsaspecten aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens een juridische toelichting. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
6
2 Het initiatief 2.1 Bestaande situatie Het plangebied aan de Westerweg 279 is gelegen in woonwijk Zuidwest. De Westerweg geldt als één van de linten door Heiloo en wordt gebruikt als ontsluitingsroute voor de woonwijk Zuidwest. De woningen in de directe omgeving bestaan grenzend aan de Westerweg voornamelijk uit vrijstaande woningen. Grenzend aan de Kerkakkers zijn met name rijwoningen gelegen. Onderstaande afbeeldingen toont een impressie van het plangebied ten opzichte van de omgeving.
Impressie huidige situatie Westerweg (bron: Google Streetview)
Het perceel horende bij de Westerweg 279 bestaat uit een hoofdgebouw met twee bouwlagen grenzend aan de Westerweg en een eenlaagse aanbouw aan de zijde van de Kerkakkers. Voorheen was de begane grond van het hoofdgebouw in gebruik als winkelruimte en de aanbouw als opslag. De winkelruimte heeft een oppervlakte van ca. 350 m². De eerste verdieping van het hoofdgebouw was in gebruik als woonruimte en kantoor. In de huidige situatie is zowel het woonhuis als de winkelruimte leegstaand en verkeert de bebouwing in vervallen staat. Onderstaande afbeeldingen tonen een impressie van de voormalige situatie.
Impressie bebouwing aam de Westerweg 279. Linker afbeelding toont de aanbouw, rechter afbeelding toont het hoofdgebouw (bron: Google Streetview)
7
2.2 Beoogde situatie Huizon Vastgoed is voornemens woningen op de locatie aan de Westerweg 279 in Heiloo te realiseren. Het voornemen is de bestaande bebouwing te saneren en hiervoor in de plaats woningen te realiseren bestaande uit boven- en benedenwoningen. Het programma bestaat uit vier woningen op de begane grond en vier woningen op de eerste verdieping. Het plan voorziet in zowel huur- als koopwoningen passend binnen categorie 1 en 2 zoals bedoeld in de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar (zie toelichting paragraaf 3.3.2). Met het voorgenomen plan wordt een verouderd gebouw gesaneerd die qua architectuur niet passend is in de omgeving. Hiervoor in de plaats worden er woningen gebouwd die qua maatvoering en uitstraling beter passen in de omgeving. Onderstaande afbeelding toont de situatietekening van de beoogde situatie.
Situatietekening beoogde situatie (bron: Huizon Vastgoed)
Er zijn drie bebouwingsbeelden te herleiden: een kop, middendeel en staart. De kop is op de hoek van Westerweg en Kerkakkers gelegen en bestaat uit twee bouwlagen en een kap. Het middendeel en de staart zijn aan de Kerkakkers gelegen. Het middendeel en de staart bestaan grenzend aan de Kerkakkers uit één bouwlaag en een kap. De goothoogte is aan de achterzijde verhoogd. Hierdoor ontstaan er aan de achterzijde twee bouwlagen. Tussen de afzonderlijke bebouwingsbeelden worden een tussenruimten gerealiseerd. De tussenruimte biedt toegang tot de bovenwoningen. Doordat de entrees overdekt zijn kunnen de bewoners droog bij hun woning komen.
8
Onderstaande afbeeldingen tonen een impressie van de verschillende bebouwingsbeelden.
Impressie verschillende bebouwingsbeelden. Linker afbeelding bebouwingsbeeld 'Kop’, rechter afbeelding 'Staart' en onderste afbeelding 'Midden' (bron: Huizon Vastgoed)
9
Onderstaande afbeelding toont het toekomstige beeld vanaf de Westerweg.
3D-impressie beoogde situatie, gezien vanaf de Westerweg (bron: Huizon Vastgoed)
Het parkeren vindt, net als in de huidige situatie, plaats in het openbaar gebied aan de Kerkakkers. Aan de zijde van de Kerkakkers, binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijf', zal een ondergrondse afvalvoorziening gerealiseerd worden.
10
3 Beleid 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het ontwikkelen van nieuwe woningen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Daarnaast is de ontwikkeling dusdanig klein van schaal dat het niet direct van nationaal belang is. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die op 1 juli 2017 in werking is getreden.
11
De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
4.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Aangezien bij dit plan slechts acht woningen worden gerealiseerd, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is er geen verantwoording noodzakelijk in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Bovendien maakt de planlocatie onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Bij voorgenoemde doelen zijn de volgende ambities opgesteld: Gebruik van de leefomgeving a.
b.
c. d.
Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
12
Energietransitie a.
De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector
Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling, de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van acht woningen, wordt aansluitend op het stedelijk gebied mogelijk gemaakt. Met de bouw van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de kern van Heiloo. Hierbij wordt het gebruik van bestaand stedelijk gebied geoptimaliseerd. Er zijn verder geen bijzondere bepalingen van toepassing vanuit de Omgevingsvisie NH 2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 16 november 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de eerste stappen gezet om de ambities, ontwikkelprincipes en sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie, vastgesteld op 19 november 2018, vorm te geven en wordt er een start gemaakt met werken in de geest van de Omgevingswet. Echter valt de Omgevingsverordening NH2020 nog onder de huidige wet- en regelgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie die gaan over de fysieke leefomgeving samengevoegd.
Merendeel van de regels in deze verordening zijn vrijwel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Provinciale Ruimtelijke Verordening uit 2010. Echter zijn een aantal onderdelen wel gewijzigd of nieuw. Belangrijke gewijzigde en nieuwe onderdelen zijn het landelijk gebied, het bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied en de ruimte voor windenergie in de MRA-regio. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:
•
het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken;
• •
het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Planspecifiek In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020 wordt gesteld dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte afspraken. In toelichting paragraaf 3.1.3 wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Op een kleinschalige ontwikkeling is artikel 6.5 van toepassing. In dit artikel
13
worden geen eisen gesteld aan een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied. Gezien de ligging van het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied van Heiloo, worden in de verordening geen regels gesteld aan de realisatie van de beoogde woningen. Vanuit de verordening zijn er verder geen beperkingen met betrekking tot voorliggend plan.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionaal Actie Programma Regio Alkmaar De provincie Noord-Holland en alle gemeenten in Noord-Holland hebben met elkaar regionale actieprogramma's wonen opgesteld. Hiermee geven zij uitvoering aan de Provinciale Woonvisie 2010 2020. In de regionale actieprogramma's wonen staan per regio afspraken over het aantal te bouwen woningen en de kwaliteit ervan. Deze afspraken worden nader kwalitatief uitgewerkt in de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar, zie toelichting paragraaf 3.3.2. Planspecifiek Op het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is het Regionale Actie Programma (RAP) Regio Alkmaar 2016-2020 van toepassing. Kwantiteit De regio Alkmaar heeft in zijn totaliteit tot 2020 ongeveer 13.000-14.000 woningen in de planning zitten. Om de, door de provincie geprognosticeerde, regionale huishoudensontwikkeling te faciliteren moeten er tot 2020 echter 14.260 woningen in de planning worden opgenomen. In de regio Alkmaar is dus geen sprake van een overplanning, maar zelfs van een klein tekort. Dit vult de regio vooralsnog niet in, omdat het aantal geprognosticeerde onttrekkingen niet op voorhand overal haalbaar wordt geacht. Kwaliteit Wat betreft de kwaliteit van de woningen wordt het volgende gesteld:
•
de behoefte aan levensloopbestendige woningen (of nultredenwoningen) bedraagt tot 2020 circa 6.600 woningen, zowel in nieuwbouw als in de bestaande voorraad;
•
binnen de regio worden afspraken gemaakt met woningcorporaties om te voorzien in de behoefte aan sociale huurwoningen;
•
de behoefte aan middeldure huur is en wordt groter dan voorheen. Het aanbod in de middeldure huur wil de regio vergroten.
De gemeente Heiloo heeft in het totale nieuwbouwprogramma voor de regio een geplande productie in de periode 2010 tot 2020 van 987 woningen en de sloop van 60 woningen. Voorliggend bestemmingsplan maakt acht woningen mogelijk binnen het plangebied en is hiermee kwantitatief passen binnen het RAP. De voorgenomen ontwikkeling betreft de ontwikkeling van zowel sociale huur als koopwoningen. Tevens voorziet het voorgenomen plan in woningen op de begane grond (nultredenwoningen). Hiermee past het voorgenomen plan kwalitatief binnen het RAP. 3.3.2 Regionale Woonvisie Regio Alkmaar De regio Alkmaar heeft zijn beleid op het gebied van wonen vastgelegd in de regionale woonvisie. De gemeente Heiloo maakt, samen met de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Graft-de Rijp, Heerhugowaard, Langedijk en Schermer deel uit van de regio Alkmaar. Op 1 juli 2013 heeft de raad van de gemeente Heiloo ingestemd met de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar. In de regionale woonvisie wordt ingegaan op de woonsituatie nu en in de toekomst op het gebied van woonlasten, woonruimte en de verdeling van de woonruimte, duurzaamheid en de relatie tussen wonen, zorg en welzijn.
14
De regio Alkmaar wil een aantrekkelijke regio zijn waar de huidige en toekomstige inwoners graag willen blijven wonen en een gewenste wooncarrière kunnen maken. De veranderende huishoudensamenstelling (vergrijzing, combinatie wonen met zorg, alleenstaande ouders na echtscheiding), betaalbaarheid en toevoegen van het juiste aanbod vormen de opgaven. Omdat het, anders dan voorheen, moeilijker is om oplossingen in de nieuwbouw te realiseren moet juist nu de focus op het waarborgen van de totale voorraad in de regio worden gelegd zowel huur als koop, zodat deze voor een ieder bereikbaar blijft of wordt. Daarnaast is het de uitdaging om te zorgen dat de aantallen nieuwbouw sowieso gerealiseerd worden met aandacht voor het betaalbare segment. Voor de regio Alkmaar is de 'Doelgroep van beleid' de categorie inkomens tot €48.000 (grens soc. koop) met daarbinnen nadruk op de categorie €38.500 (grens sociale huur/huurtoeslaggrens).Bij nieuwbouw zal in ieder geval minimaal 30% sociale woningbouw (huurtoeslaggrens €681,02 en koopwoningen bereikbaar voor inkomens tot €48.000) gerealiseerd moeten worden. Om de visie waar te kunnen maken worden in de regionale woonvisie acties weergegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt. Om realisatie van de in het Regionaal Actie Programma opgenomen afspraken te stimuleren heeft de provincie een woonfonds.
Om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het provinciale woonfonds kunnen regio’s concrete projectvoorstellen indienen. Bij de uitvoering van de acties zal onderzocht worden voor welke een beroep gedaan zal worden op het woonfonds. Planspecifiek Onderhavige ontwikkeling maakt acht woningen, bestaande uit boven- en benedenwoningen mogelijk. De beoogde woningen zullen aansluiten op categorie 1 en 2 uit regionale woonvisie. Hiermee draagt het plan bij aan het gestelde in de woonvisie: het realiseren van nieuwbouw met aandacht voor het betaalbare segment. 3.3.3 Detailhandelsvisie Regio Alkmaar 2025 De Detailhandelsvisie Regio Alkmaar 2025 (juni 2016) bevat de regionale afspraken ten aanzien van besluitvorming over nieuwe initiatieven binnen de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest. De regio werkt aan een toekomstbestendige detailhandelsstructuur, die inspeelt op de behoeften van de bewoners, bezoekers en bedrijven. Het hoofddoel van de detailhandelsvisie is het versterken van de winkelgebieden binnen de structuur. Daarom streeft de regio ernaar dat winkels zoveel mogelijk deel uitmaken van winkelgebieden. Daar versterken ze elkaar en zijn aantrekkelijke gebieden te realiseren. Aangezien de marktruimte beperkt is, zullen nieuwe ontwikkelingen gericht worden ingezet om de winkelgebieden in de detailhandelsstructuur te versterken.
In lijn met die gedachte wordt geen medewerking verleend aan nieuwe ontwikkelingen buiten de structuur. Om hier verder invulling aan te geven heeft de regio duidelijke keuzes en afspraken gemaakt. Gemeente werken aan hun eigen winkelgebieden Binnen de afspraken van de detailhandelsvisie ligt de verantwoordelijkheid en vrijheid bij de individuele gemeenten om samen met ondernemers en vastgoedeigenaren te werken aan hun winkelgebieden. Drie typen winkelgebieden De detailhandelsstructuur kent drie typen winkelgebieden, namelijk 'recreatieve winkelgebieden', 'boodschappenwinkelgebieden' en 'doelgerichte winkelgebieden'. Winkels buiten de structuur Een aanzienlijk deel van de winkels in de regio valt buiten de detailhandelsstructuur. Ook deze winkels hebben een reden van bestaan. In kleine kernen zijn ze zelfs vaak een belangrijke drager onder de leefbaarheid. Er worden dan ook niet actief winkelmeters wegbestemd. Wel zal de regio terughoudend omgaan met nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen, vanuit de wens om uiteindelijk zoveel mogelijk winkels te concentreren in winkelgebieden.
15
Planspecifiek Binnen de regionale detailhandelsvisie wordt gestreefd naar het concentreren van winkels binnen bestaande winkelgebieden. Het wegbestemmen van een detailhandelslocatie buiten de bestaande detailhandelsstructuur ten behoeve van woningbouw is in lijn met de regionale detailhandelsvisie.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie 2030 In 2013 is door de inwoners, de maatschappelijke instellingen, de ondernemers van Heiloo en de gemeente Heiloo de 'Toekomstvisie 2030: de kracht van Heiloo' opgesteld. Op 7 oktober 2013 heeft de raad van de gemeente Heiloo de kernwaarden van de toekomstvisie onderschreven. Heiloo is in 2030 een dorp waar natuur, ruimte, bewustzijn en verbinding de belangrijkste waarden zijn. In Heiloo is in 2030 ruimte in de ruimste zin van het woord: er is fysieke ruimte, er is ruimte voor initiatieven, er wordt ruimte gegeven aan elkaar, en er is ruimte voor wonen, werken en recreëren. Heiloo ligt niet alleen in een groene omgeving, ook bij huis is de natuur dichtbij. Mensen in Heiloo gaan in 2030 bewust om met elkaar en met hun omgeving, en zij voelen zich met elkaar verbonden. De uitgangspunten van de Toekomstvisie 2030 zijn:
•
Heiloo blijft een zelfstandige gemeente maar werkt samen met gemeenten in de regio om de dienstverlening en het voorzieningenniveau op een kwalitatief hoog peil te houden;
• •
Heiloo is een forensengemeente;
•
Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst (People, Planet, Profit); Iedereen voert de regie over zijn eigen leven en is in principe verantwoordelijk voor het voorzien in eigen behoeften.
De toekomstvisie is de basis (geweest) voor een structuurvisie en een strategische visie. Op de structuurvisie wordt in toelichting paragraaf 3.4.2 nader ingegaan. 3.4.2 Structuurvisie 2030 Op 3 november 2014 is de Structuurvisie 2030 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. De structuurvisie beschrijft hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De structuurvisie is een uitwerking en verdieping van de ruimtelijke aspecten uit de Toekomstvisie 2030. Het zijn de ruimtelijke ontwikkelingen die op dit moment zijn te voorzien en die relevant zijn voor de toekomstige ruimtelijk-fysieke inrichting van Heiloo. Al deze aspecten vormen het vertrekpunt voor de structuurvisie en zijn de basis van de feitelijke opdracht voor Heiloo tot 2030. Deze opdracht is vertaald naar de volgende missie: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Het dorpse karakter van Heiloo versterken; De diversiteit aan het woningaanbod vergroten; Een goede balans tussen rood (bebouwing), groen (plantsoenen, bos, agrarische gebied etc.), blauw (oppervlakte water) en grijs (infrastructuur)realiseren; Het bevorderen van duurzaamheid, waaronder energiezuinig en milieubewust leven; Optimaliseren van maatschappelijke voorzieningen, recreatiemogelijkheden en accommodatiegebruik; Verbeteren werkgelegenheid door optimaliseren bedrijvigheid, zakelijke dienstverlening, detailhandel, horeca en toerisme.
Aan de hand van de thema's wonen, werken, verplaatsen en verblijven, vermaken en verblijven, leren en zorgen en recreëren en bewaren wordt de missie verder uitgewerkt.
16
Planspecifiek Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is met name het thema wonen van belang. Het plangebied valt op de structuurvisiekaart, zie onderstaande afbeelding, binnen de begrenzing bebouwd gebied, waar woningbouw voortgezet moet worden.
Structuurvisiekaart Heiloo
Met betrekking tot nieuwbouwwoningen geeft de structuurvisie aan dat deze binnen de vastgestelde contour gebouwd moeten worden. Speerpunten hierbij zijn:
• • • •
Heiloo streeft naar een evenwichtige bevolkingssamenstelling; Heiloo op de kaart zetten; Vraaggericht bouwen uitgangspunt; Heiloo zorgt voor passende huisvesting voor kwetsbare groepen.
De voorgenomen ontwikkeling, de realisatie van acht woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Heiloo, is in lijn met het gestelde in de structuurvisie. 3.4.3 Woonvisie Heiloo De Woonvisie Heiloo (vastgesteld op 4 februari 2019) schetst de visie van de gemeente op het wonen in de gemeente Heiloo voor de komende vijf tot tien jaar. De kaders van deze woonvisie worden bepaald door het rijksbeleid, de Provinciale Woonvisie, het Regionaal Actie Programma (RAP) en de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar. De richting van de Woonvisie Heiloo wordt ingegeven door de Toekomstvisie 2030, de Structuurvisie 2030, het Woningmarkt onderzoek Heiloo 2017 en het collegeprogramma. Heiloo biedt een prettig dorps woonmilieu in een groene omgeving. De uitstraling van Heiloo is luxe en groen. Het woonmilieu van Heiloo laat zich typeren als centrum-dorps. Dit zijn kleinere plaatsen met een
17
dorpse sfeer, een landelijke omgeving, een hoog voorzieningenniveau en een korte afstand tot een centrumgemeente. Heiloo bouwt in een gewild woonmilieu waar de komende decennia een flinke behoefte naar is. De missie van de gemeente Heiloo op het gebied van wonen is:
• • • •
versterking van het dorpse karakter;
• •
WoonKeur, maar maatwerk mogelijk;
vergroting van de diversiteit van het woningaanbod; duurzamer en toekomstbestendiger bouwen dan de landelijk vastgestelde normen; bevorderen doorstroming op de woningmarkt, zodat iedereen (ook starters) een wooncarrière kan maken; een woningbouwprogramma dat aansluit bij de wensen van de woonconsument en: o voldoende sociale huurwoningen omvat; o voldoende betaalbare koopwoningen omvat.
Bij de nieuwbouw van woningen moet een kwaliteitsslag gemaakt worden en inwoners de mogelijkheid geboden worden om door te stromen naar een beter passende woning. Door (nultreden)woningen te bouwen in het betaalbare middensegment en hogere prijssegmenten kan de meeste doorstroming worden gerealiseerd. Daarmee verschuift de aandacht in het woonbeleid van nieuwbouw voor starters naar doorstroming voor starters. Kwaliteit woning en woonomgeving De gemeente Heiloo streeft naar een gedifferentieerde wijkopbouw met als uitgangspunt dat Heiloo een groene gemeente met een dorps karakter blijft. Op het gebied van wonen, duurzaamheid en levensloopbestendigheid valt nog veel te winnen. Met verduurzaming van woningen wordt bijgedragen aan een betaalbare, aantrekkelijke en toekomstbestendige woningvoorraad. In 2050 moeten alle woningen onafhankelijk van aardgas zijn. Daarom wordt bij nieuwbouw aardgasloos gebouwd. Woningbouwbeleid Voor nieuwbouwprogrammering dient gekeken te worden naar de meest recente woningmarktonderzoeken, bevolkingsprognoses en de locatie. Daarom hanteren we geen vooraf vastgelegd woningbouwprogramma. Door geen categorieën met bijbehorende prijsklassen te hanteren wordt de prijs-kwaliteitverhouding beter, kan er gerichter voor de actuele vraag worden gebouwd en zal er meer variatie in woningtypen en prijsklassen ontstaan.
Door marktconform te bouwen komt er ook meer doorstroming op de woningmarkt op gang. Het is de taak van de gemeente om de kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen. Daarom is het van belang om te bepalen om hoeveel en welk type sociale huurwoningen er werkelijk nodig zijn. De prestatieafspraken met corporaties zijn het geëigende middel om dit vast te leggen. Jaarlijks worden deze afspraken geëvalueerd en bijgesteld. Daarbij is het van belang dat de komende jaren door de lopende nieuwbouwprojecten nog veel sociale woningen (huur en koop) worden opgeleverd. Hierdoor voldoet de gemeente ruimschoots aan de regionale afspraak (Regionale Woonvisie) om minimaal 30% in categorie 1 en 2 te realiseren. Planspecifiek Met voorgenomen plan wordt de bestaande, verouderde bebouwing gesaneerd en worden er acht woningen bestaande uit boven- en benedenwoningen gerealiseerd. De toekomstige woningen zijn net buiten het centrum van Heiloo aan de Westerweg gelegen. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het dorpse karakter van Heiloo. In de omgeving van de Kerkakkers zijn met name rijwoningen gelegen, maar bevinden zich ook enkele appartementen. De Westerweg bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen. Doordat de toekomstige woningen bestaan uit boven- en benedenwoningen wordt er een diverser woningaanbod gecreëerd.
Uit de woonvisie blijkt verder dat de gemeente Heiloo zich committeert aan de regionale woonvisie. In toelichting paragraaf 3.3.2 wordt nader ingegaan op de regionale woonvisie. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in de lijn is met de regionaal gemaakte afspraken. Verder zullen de woningen aardgasloos gebouwd worden, daarmee wordt aangesloten op het streven om duurzaam en toekomstbestendig te bouwen.
18
Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan past binnen de Woonvisie Heiloo. 3.4.4 Visie op de detailhandelsstructuur In 2004 is door de gemeente Heiloo de 'Detailhandelsstructuurvisie 2004' vastgesteld. Deze visie heeft sindsdien als handvat gediend om het detailhandelsbeleid uit te voeren. Vervolgens is in 2014 vanwege ontwikkelingen in de detailhandel een herijking van de detailhandelsvisie vastgesteld. De 'Visie op de detailhandelsstructuur' vormt de leidraad voor de ontwikkeling van de detailhandelsstructuur en het beoordelen van detailhandelsinitiatieven binnen de gemeente Heiloo. Uitgangspunten van de herijkte detailhandelsvisie zijn:
• • • • • •
vraag van de consument en huidige aanbodstructuur Heiloo zijn leidend; duurzaam ruimtegebruik; compact en concentratie; vernieuwing faciliteren; leegstand en leefbaarheid; heldere positionering winkelgebieden.
Planspecifiek Centraal in de detailhandelsvisie staat de ambitie om te komen tot een voorzieningenstructuur die de lokale consument zo optimaal mogelijk bedient. Er wordt gestreefd naar een uitgebreid en gevarieerd aanbod aan winkels op de daarvoor geschikte locaties. Hieronder worden de winkelgebieden 't Loo, Stationscentrum en Het Hoekstuk verstaan. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een detailhandelslocatie weggestemd die al geruime tijd leeg staat. Hiermee wordt aangesloten op detailhandelsvisie, die zich richt op clustering van voorzieningen binnen de hierboven genoemde gebieden. Daarnaast richt de detailhandelsvisie zich op de hertontwikkeling van leegstaande commerciële ruimten. Omdat de winkelruimte binnen het plangebied in de huidige situatie leegstaat en in een vervallen staat verkeert, is de beoogde ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten van de detailhandelsvisie. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling passend is met het gestelde binnen de detailhandelsvisie van de gemeente Heiloo. 3.4.5 Parkeerbeleidsplan Gemeente Heiloo 2010 De raad van de gemeente Heiloo heeft in 2010 het Parkeerbeleidsplan Heiloo 2010 vastgesteld. In het parkeerbeleidsplan is aan de hand van de huidige parkeersituatie en bijbehorende problemen en opmerkingen een nieuw parkeerbeleid voor de gemeente Heiloo beschreven. Hierbij komen de volgende parkeerthema's aan bod:
• • • • • • • • • • •
parkeren voor diverse deelgebieden; parkeernormen voor inbreiding- en nieuwbouwlocaties; parkeren bij scholen; grenzen gebied blauwe zone; uitgifte parkeerontheffingen; systematiek voor het vaststellen van parkeerknelpunten; parkeren van grote voertuigen; fietsparkeren bij winkelcentra en bij openbare voorzieningen; gehandicaptenparkeren; de verwijdering van fiets- en/of autowrakken; heilooërprofiel.
De kapstok voor het parkeerbeleid van de gemeente Heiloo is een groen, sociaal, veilig en duurzaam Heiloo waarbij de fiets op de eerste en de auto op de tweede plaats komt. Omdat ruimte schaars is, moet
19
beschikbare (parkeer)ruimte zo efficiënt mogelijk worden benut, voordat er eventueel nieuwe ruimte wordt vrijgemaakt. Aan de hand van parkeernormen wordt het aantal parkeerplaatsen dat in een gebied nodig is bepaald. Een parkeernorm geeft het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie. Bij de hantering van parkeernormen hanteert de gemeente een sturend parkeerbeleid en niet een vraagvolgend. Wat betreft de parkeernormen wordt aansluiting gezocht bij de landelijk geldende parkeernormen zoals deze door het CROW als richtlijn is aangegeven in het ASVV. Voor het plangebied betekent dit dat de parkeernormen uit de volgende tabel moeten worden aangehouden. Functie
Parkeernorm
Woning (duur)
1,75 parkeerplaats per woning
Woning (middelduur)
1,7 parkeerplaats per woning
Woning (goedkoop)
1,4 parkeerplaats per woning
Incl. bezoekersparkeren
Planspecifiek Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen zijn de parkeernormen uit het Parkeerbeleidsplan Heiloo 2010 aangehouden. Het plangebied is aangemerkt als 'schil'/'overloopgebied van het centrum'. Voor het plangebied betekent dit dat voor de beoogde woningen, 'Woning goedkoop (cat. 1 en 2)', een parkeernormen geldt van 1,4 parkeerplaats per woning. In de paragraaf Verkeer en parkeren, zie toelichting paragraaf 4.6, is een nadere berekening opgenomen van de parkeerbehoefte die volgt uit het initiatief. Hieruit blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen zich bevinden op de locatie om te voorzien in de parkeerbehoefte. 3.4.6 Duurzaam bouwen beleid 2018 Op 3 maart 2014 is het 'Duurzaam bouwen beleid 2018' vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. Dit beleid, dat ambitieuzer is dan het landelijk beleid, heeft als doelstelling verduurzaming van alle woningen in Heiloo op de vijf duurzaam bouwen thema's (groen, water, energie, materialen, leefomgeving). De nadruk ligt hierbij op energie, waarin de redenering van de 'Trias Energetica' wordt gevolgd. Dat wil zeggen eerst de vraag naar energie terugdringen, vervolgens de restvraag proberen in te vullen met duurzame energie en tenslotte gebruik maken van energie-efficiënte apparatuur. Het potentieel voor energiebesparing in de gebouwde omgeving op korte termijn zit vooral in de bestaande woningbouw (ca. 68%).
Bij nieuwbouw gaat de gemeente in discussie met als doel 10% efficiënter dan de Rijksnorm te bouwen. De ontwikkelende partijen hebben hierbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en controle van de duurzame maatregelen. En waar mogelijk zal het experiment gezocht worden om bouwinnovaties aan te jagen. Ontwikkelaars, woningcorporaties, toekomstige kopers en particulieren met verbouwingsplannen zullen vroeg in het proces geïnformeerd worden. Via de afdeling projecten, bouw- en woningtoezicht, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en handhaving zal verwezen worden naar onze samenwerking met het RUD NHN (regionale uitvoeringsdienst Noord Holland noord), voor een ‘advies op maat’ gesprek. Daarnaast wil de gemeente de te behalen ambitieniveaus zo veel mogelijk in de afspraken vastleggen. In de anterieure overeenkomst wordt hieraan invulling gegeven. Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling is het streven dat wordt voldaan aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De concrete maatregelen die hiervoor worden getroffen zijn nog niet bekend en worden in het vervolg nader verkend. De ontwikkeling zal aardgasloos worden uitgevoerd.
20
3.4.7 Welstandsnota 2013 De Welstandsnota 2013 is in november 2013 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. De welstandsnota gaat over architectuur; wat mag, wat mag niet en wat wenselijk is voor de architectuur van een bouwplan in Heiloo. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert over bouwplannen aan de hand van beoordelingscriteria die in de welstandsnota zijn vastgelegd. De welstandsnota is echter meer dan een toetsingsinstrument voor ingediende bouwplannen. De welstandsnota wil ook een kennis- en inspiratiebron voor wat betreft de stedenbouwkundige en architectonische karakteristieken van Heiloo zijn. De navolgende afbeelding toont de gebiedskaart uit de welstandsnota.
Gebiedskaart welstandsnota, plangebied, zwart omcirkeld, binnen woongebieden met 1b en 2h (bron: gemeente Heiloo)
Planspecifiek De oostzijde van het plangebied is gelegen binnen het welstandsgebied 1b 'Overige linten'. De westzijde van het plangebied is gelegen binnen het welstandsgebied 2h 'Zuidwest'. Overige linten Heiloo is een lintdorp dat is ontstaan op de evenwijdig aan de kust gelegen strandwal die zich uitstrekt tussen Uitgeest en Alkmaar. Kenmerkend voor dit type landschap is een duidelijke overgang tussen de besloten, bebouwde en beboste ruimtes op de strandwal en de open strandvlakte met incidentele bebouwing. Het plangebied is deels gelegen in het deelgebied 'Overige linten'. Deze voormalige historische linten hebben tegenwoordig meer een woonfunctie. De bebouwing heeft een aan de Kennemerstraatweg verwante bebouwingstypologie, echter met iets kleinere bouwvolumes en meer ruimte tussen de woningen. De individuele woonhuizen hebben overwegend één bouwlaag, een markant pannendak met een nokrichting haaks op de weg, grote vaak erkervormige raampartijen en bescheiden metselwerkaccenten in de stenen gevels. Zuidwest De woonwijk Zuidwest wordt gekenmerkt door een sterke samenhang tussen stedenbouw en architectuur. De wijk kan worden gekarakteriseerd door drie typen verkeerswegen: lint, laan en erf. De historische wegen met lintbebouwing hebben een functie als ontsluitingsroute voor de wijken. Binnen de wijken is veel
21
openbaar groen te vinden. Het beeld van de laanbeplanting, waarbij de (grote) bomen in een brede grasberm staan, is zeer karakteristiek. De woningen in Zuidwest zijn overwegend geclusterd in ruimtelijke eenheden. Bij de voorgenomen ontwikkeling is onderscheidt gemaakt tussen de bebouwing grenzend aan de lintbebouwing horende bij de Westerweg en de bebouwing grenzend aan de Kerkakkers. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de welstandscriteria van de gemeente Heiloo. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt het ontwerp nader getoetst aan de Welstandscriteria.
22
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. b.
c.
d.
het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
Planspecifiek Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2.000 woningen of meer. Omdat het in dit geval slechts om acht woningen gaat, is een m.e.r.-beoordeling niet vereist en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het kader van dit ruimtelijke plan zijn de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.
23
4.2 Milieu 4.2.1 Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. Planspecifiek Het voorgenomen plan betreft de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van acht woningen. In het geldende bestemmingsplan 'Zuidwest' is het plangebied voorzien van de bestemming 'Gemengd'. Binnen de bestemming 'Gemengd' is wonen reeds toegestaan. Bij een planologische functiewijziging naar een gevoeliger bodemgebruik dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen).
Het geldende bestemmingsplan staat op de planlocatie reeds wonen toe. Verder is er geen aanleiding om te veronderstellen dat er bodemverontreiniging aanwezig is. Derhalve is een verkennend bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal een verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd. 4.2.2 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.
Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'. Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen dit NSL, dat sinds 1 augustus 2009 in werking is, werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM 2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt.
24
Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 m aan weerszijden van rijkswegen en 50 m langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming:
• • •
scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling zal een beperkt effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse. Met de voorgenomen ontwikkeling worden 8 woningen gerealiseerd. In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 woningen met twee ontsluitingswegen) bij voorbaat aangemerkt als niet in betekende mate. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Het project heeft 'niet in betekenende mate' invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Bovendien is ter plaatse planologisch gezien al een kantoor toegestaan.
Wel is ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’, met behulp van de Atlas Leefomgeving, gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Op de volgende afbeeldingen zijn de globale concentraties over 2017 van fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) weergegeven. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 µg/m3 voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De specifieke concentraties over 2017 van fijnstof (PM 10), fijnstof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in het plangebied bedragen respectievelijk 17.82 μg/m³ PM10, 10 μg/m³ PM2,5 en 15.31 μg/m³ NO2. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden en wordt voldaan aan de door de WHO (wereldgezondheidsorganisatie) en GGD bepaalde advieswaarden. Daaruit volgt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
25
Uitsnede Atlas Leefomgeving fijnstof, globale ligging plangebied zwart omkaderd (PM10)
Uitsnede Atlas Leefomgeving stikstofdioxide, globale ligging plangebied zwart omkaderd (NO2)
Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoering van dit plan. 4.2.3 Geluid De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh):
• • •
woningen; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen voor woonschepen); andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven).
verpleeghuizen,
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Heiloo, buiten de zone van gezoneerde wegen. De locatie ligt op 11 m uit de as van de Westerweg. Dit is een 30 km/u-weg zonder geluidzone. De woningen liggen tevens op korte afstand van de Kerkakkers. Dit is een 30 km weg met een lage verkeersintensiteit. Wegen op woonerven en 30 km/u-wegen hebben geen geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh, maar de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen kan wel van belang zijn bij de beoordeling of sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Verder is het plangebied gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Uitgeest-Alkmaar, op 137 m afstand van het spoor. Door Adviesburo van der Boom is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer en railverkeer (nr. 19-261, d.d. 26 maart 2020, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1) Er liggen geen gezoneerde wegen in de omgeving van de woningen. Er hoeft voor wegverkeer dus niet te worden getoetst aan de Wgh.
De geluidbelasting door wegverkeer op de Westerweg en de Kerkakkers samen bedraagt ten hoogste 62 dB zonder aftrek. De hoogste geluidbelasting door railverkeer op de ontwikkeling bedraagt ten hoogste 42 dB. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt op de woningen niet overschreden. Er zijn geen hogere waarden voor railverkeer op deze locatie nodig.
26
Omdat sprake is van een geluidbelasting door wegverkeer van meer dan 53 dB zonder aftrek dient ten behoeve van de omgevingsvergunning aangetoond te worden dat voor het plan voldaan wordt aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt ten aanzien van de geluidwering. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex.artikel 110-g Wgh. De woningen ondervinden een geluidbelasting van ten hoogste 62 dB zonder aftrek door wegverkeer. Voor de geluidbelaste gevels zijn geluidwerende voorzieningen nodig. De benodigde karakteristieke geluidwering G A;k bedraagt 29 dB. Voor de geluidluwe zuidgevels, met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek, bedraagt de benodigde karakteristieke geluidwering GA;k 20 dB. Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor de geluidluwe gevels zijn geen geluidwerende voorzieningen nodig die de minimumeisen te boven gaan. 4.2.4 Bedrijven en milieuzonering Het aspect bedrijven en milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen).