Zienswijzenota Omgevingsvisie Heerlen 2050
Tekst van het document
Zienswijzeverslag ontwerp omgevingsvisie Heerlen 2050 ‘Een oude stad met een jong hart!’ Algemeen Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de Omgevingswet, is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een strategisch document dat de hoofdlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad weergeeft. In de omgevingsvisie zetten we ‐ samen met onze inwoners, ondernemers, partners en gebruikers - de integrale koers uit op weg naar 2050, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De bestaande kwaliteiten en opgaven vormen daarbij het vertrekpunt. Tegelijkertijd willen wij met een heldere visie aangeven waar we met onze gemeente op de langere termijn naartoe willen. De omgevingsvisie vormt hiermee een ideaalbeeld van wat de gemeente in 2050 wil zijn, maar het is ook een realistisch verhaal, want het gaat in op de hoofdopgaven in de komende jaren. Terinzagelegging Het ontwerp van de Omgevingsvisie Heerlen 2050 heeft gedurende zes weken als ontwerp ter inzage gelegen voor zienswijzen in de periode van 05-02-2025 tot en met 18-03-2025. In deze periode zijn 7 zienswijze ingediend. Dit verslag bevat een verkorte weergave van de ingediende zienswijzen. Bij de beoordeling en de wijze van afhandeling is rekening gehouden met de volledige zienswijze. Nr
Indiener
Zienswijze/bezwaar
Reactie/beantwoording
1.
Cumela Nederland (brancheorganisatie voor ondernemers die met mensen en materieel als specialisten werken in de groen-, grond-, en infrasector werken)
1.1.
In de omgevingsvisie wordt, in paragraaf 5.4.4. (Euregionale) economische clusters, de strategische opgave beschreven dat de gemeente Heerlen voldoende ruimte nodig heeft voor de transitie van bedrijventerreinen in het kader van circulaire economie en de energietransitie. Aan deze strategische opgave wordt verdere uitvoering gegeven door in eerste instantie middels een bedrijventerreinenvisie en ontwikkelen/of gebiedsvisies uitvoering te geven aan de herstructurering en revitalisering van bedrijventerreinen én mogelijke uitbreidingsruimte van bedrijven(terreinen).
Indiener vraagt de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te ontwikkelen en te kunnen uitbreiden, en nieuwvestiging mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.
Wijziging omgevingsvisie De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
1
2.
F.A.
1.2.
Indiener verzoekt de gemeente om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven omdat een goede bereikbaarheid essentieel is voor het uitvoeren van werkzaamheden en het transport van groot materieel.
Onder paragraaf 5.3.5. Moderne mobiliteit, wordt beschreven dat de gemeente Heerlen goed bereikbaar moet blijven als werk-, woon- en cultuurstad. Dit biedt basis om rekening te houden met de behoeften van de aanwezige bedrijven.
1.3.
Indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocaties van cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie omdat voldoende (buiten)opslag noodzakelijk is voor het uitvoeren van een circulaire economie.
Het ruimtebeslag op locatie/perceelniveau krijgt beslag in het omgevingsplan.
1.4.
Indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocatie van cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Indiener onderbouwt dit met het argument dat investeren in energieopslagsystemen cumelabedrijven in staat stelt om zelfvoorzienend te zijn in hun energiebehoefte en de opslag van opgewekte energie kan helpen bij het opladen van elektrisch materieel en de productie van waterstof biedt duurzame energieopties.
Vooralsnog worden geen locaties benoemd in de omgevingsvisie voor energieopwekking. Het toestaan van locatiegebonden mogelijkheden voor energieopwekking t.b.v. de op de locatie aanwezige bedrijfsactiviteiten zal onderdeel zijn van de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan.
2.1.
Indiener verzoekt de gemeente een hoofdstuk toe te voegen waarin beschreven staat hoe de visie gerealiseerd moet worden.
In de omgevingsvisie wordt, in hoofdstuk 6. Werken in de beleidscyclus, beschreven hoe de gemeente Heerlen de omgevingsvisie wil operationaliseren.
2.2.
Indiener vraagt de gemeente en standpunt in te nemen over het actief betrekken van de inwoners van Heerlen bij het uitwerken en realiseren van de visie.
Ook hiervoor verwijzen wij graag naar hoofdstuk 6. Van belang daarbij is dat in de beleidscyclus van de Omgevingswet nog meer kerninstrumenten –
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
2
programma’s, omgevingsplan, de 2.0versie van deze omgevingsvisie - zullen volgen waarbij inwoners betrokken zullen worden.
3.
J.Z.
2.3.
Indieners vraagt of de gemeente bereid is een gericht participatieprogramma op te stellen voor het realiseren van punt 2.2.
De gemeente onderschrijft het belang van participatie en heeft een participatievisie en -verordening vastgesteld. Deze documenten vormen de basis voor het toepassen van de verplichte participatie bij de kerninstrumenten van de Omgevingswet.
3.1.
Indiener vindt een duidelijke en verkeersveilige fietsstructuur met goede fietsvoorzieningen, zoals brede en snelle doorfietsroutes, een belangrijk speerpunt. Indiener beschrijft dat een netwerk van aantrekkelijke en veilige fietsstraten belangrijk is in wijken/buurten als stimulans voor fietsers. Indiener beschrijft verschillende manieren voor het stimuleren van fietsgebruik.
De gemeente deelt de mening van indiener en heeft om die reden veel aandacht in de omgevingsvisie besteed aan een stevig fietsnetwerk, inclusief de aanleg, verbreding en vergroening van fietspaden. Dit is goed voor de gezondheid en het klimaat. Zo staat de volgende zin in de omgevingsvisie: ‘Aantrekkelijke en veilige (snel)fietsroutes binnen de regio verdienen daarom prioriteit’.
3.2.
Indiener vraagt de gemeente om de barrière bij de Willemstraat (spoorwegovergang tussen HeerlenZuid en Heerlen-noord) te verbeteren door een fiets- en voetganger brug aan te leggen.
In de omgevingsvisie wordt het belang van nieuwe of betere verbindingen onderschreven. Verbindingen op sociaaleconomisch vlak, verbindingen met de regio, maar ook de verbinding tussen Heerlen Noord en Zuid. Het voorstel van indiener is te specifiek om in de omgevingsvisie op te nemen, maar zal zeker worden meegenomen bij de uitwerking om een betere verbinding tussen Heerlen Noord en Zuid tot stand te brengen.
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
3
3.3.
4.
Progres Real Estate
Indiener pleit voor een meer fiets- en voetganger vriendelijke inrichting van de Putgraaf met een groene uitstraling.
Ook dit voorstel van indiener is te specifiek om op te nemen in de omgevingsvisie. Het voorstel draagt zeker bij aan de ambitie om de verblijfskwaliteit van de buitenruimte te verbeteren, zodat deze aantrekkelijker wordt voor fietsers en voetgangers.
4.1 Indiener verzoekt de gemeente om het kaartmateriaal op pagina 20 en 23 van de omgevingsvisie aan te passen omdat het perceel (kadastraal bekend als HEERLEN G 6338) is geduid als ‘Landschappelijk waardevol gebied’ in plaats van als ‘Woongebied’. Voor de betreffende locatie verwijst de indiener in de zienswijze naar een uitsnede van de kaart.
Het is van belang om in het oog te houden dat de omgevingsvisie een strategisch document dat niet ingaat op locaties op perceelniveau. De kaarten op de genoemde pagina’s en onderstaande afbeelding geven de bestaande situatie weer en beschrijven de kracht van Heerlen. Deze locatie is momenteel géén woongebied. Dit betekent dat de weergave van de locatie op de kaart in overeenstemming is met de bestaande situatie.
4.2 Indiener verzoekt de gemeente om de passage ‘Woonopgave Heerlen-Zuid’ op pagina 67 van de omgevingsvisie aan te passen omdat niet duidelijk wordt beschreven of nieuwbouw op het eerder genoemde perceel is toegestaan.
De omschrijving voor nieuwbouw geldt voor het centrum en de omliggende wijken van het centrum. Daarnaast lijkt het voor deze ontwikkeling niet om een herstructureringsplan te gaan.
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
4
De omgevingsvisie sluit overigens niet uit dat er op projectniveau kansen kunnen bestaan voor woningbouw op de door indiener genoemde locatie.
5.
Prorail
4.3 Indiener verzoekt de gemeente om de omgevingsvisiekaart aan te passen omdat het perceel (kadastraal bekend als HEERLEN G 6338) een groene arcering heeft in plaats van een oranje arcering (groen in plaats van wonen). Voor de betreffende locatie verwijst de indiener in de zienswijze naar een uitsnede van de omgevingsvisiekaart.
Indiener refereert aan de onderstaande afbeelding. De omgevingsvisiekaart is duidend voor de ontwikkelrichting van Heerlen. Deze kaart ziet niet op specifieke percelen, maar heeft een hoger abstractieniveau. Deze kaart kent enkel indicatieve begrenzingen van gebieden. Derhalve is aanpassing van de kaart niet aan de orde.
5.1 Indiener verzoekt de gemeente om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan.
Bij de ontwikkeling van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan zal indiener betrokken worden. Bouwplannen zullen overigens in eerste instantie getoetst worden op basis van het omgevingsplan.
5.2 Indiener verzoekt de gemeente om voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet).
De gemeente zal bij de uitwerking van de omgevingsvisie gebruik maken de meest recente gegevens.
5.3 Indiener wijst de gemeente erop dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt dienen te worden omdat
Bij akoestisch onderzoek in relatie tot railverkeer zullen de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt worden.
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
5
het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden. 5.4 Zienswijze van de indiener gaat ook over trillingen. Indiener verzoekt de gemeente om in het kader van goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Informatiepunt Leefomgeving wordt aanbevolen. Indiener voert als argument dat het mogelijk maken van bebouwing dicht bij het spoor trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers kan ontstaan als gevolg van treinverkeer. Indiener raadt de gemeente aan om het aspect Trillingen te betrekken bij de omgevingsvisie Heerlen en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen.
Bij de uitwerking van de omgevingsvisie en planvorming in de nabijheid van het spoor zal aandacht worden besteed aan het aspect trillingen.
5.5 Indiener verzoekt om in samenwerking met de gemeente als wegbeheerder verder te werken aan de beheersing van risico's op overwegen omdat overwegveiligheid door I&W als een gedeelde verantwoordelijkheid wordt gezien voor spoor- en wegbeheerder.
De gemeente staat open voor overleg met indiener om samen vorm te geven aan de beheersing van risico’s op overwegen.
Indiener gaat ook in op stabiliteit en het waterpeil. 5.6 Indiener verzoekt de gemeente te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. 5.7 Indiener merkt in het bijzonder op dat de initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen
Bij plannen en/of werkzaamheden in de nabijheid van het spoor zal rekening worden gehouden met stabiliteit en er zal op worden toegezien dat er geen nadelige effecten optreden van infiltratie van het hemelwater.
6
5.8 Indiener wijst de gemeente op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor Hoofdspoorwegen.
We hebben kennisgenomen van uw opmerking en de regels over beperkingengebieden voor Hoofdspoorwegen. Wij zullen in voorkomende gevallen de regels in acht nemen.
5.9 Indiener verzoekt de gemeente zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. 5.10 Indiener verzoekt de gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou de indiener graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft.
Gronden waaraan in (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan een functie railverkeer is toegekend, zullen dit ook in de toekomst behouden. Regelingen voor archeologie maken geen (dubbel)activiteiten mogelijk, maar vormen een bescherming van archeologische waarden tegen andere (bouw- en aanleg-) activiteiten. Veelal zijn die activiteiten nog mogelijk, als wordt aangetoond dat archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. De gebieden waar deze regels gelden zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart, en de daarin opgenomen archeologische verwachtingswaarden.
5.11 Indiener verzoekt de gemeente de in de omgevingsvisie opgenomen percelen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V niet te gebruiken zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de indiener. Indiener voert als argument dat deze percelen benodigd zijn ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen.
Indien nodig zal schriftelijk toestemming worden gevraagd.
Zienswijze van de indiener gaat ook over onderstations.
De gemeente zal rekening houden met de onderstations als er uitwerking en
7
5.12 Indiener verzoekt de gemeente de binnen het plangebied aanwezige onderstations niet te laten vervallen omdat deze onderstations cruciaal zijn voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. 5.13 Indiener verzoekt de gemeente ervoor zorg te dragen dat de onderstations – net als in de huidige situatie – te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. 5.14 Indiener verzoekt de gemeente om met het oog op potentiële risico’s voor het bouwen nabij of boven een onderstation rekening te houden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation.
verdere planvorming zal plaatsvinden. Hierover zal afstemming worden gezocht met de indiener.
Zienswijze van de indiener gaat ook over overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra. 5.15 Indiener verzoekt de gemeente dat de binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van de indiener, te allen tijde bereikbaar zijn en blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. 5.16 Indiener verzoekt de gemeente het functioneren van deze voorzieningen niet beïnvloeden door ontwikkelingen in de omgeving.
De gemeente zal hier rekening mee houden als er uitwerking en verdere planvorming zal plaatsvinden. Hierover zal afstemming worden gezocht met de indiener.
5.17 Indiener verzoekt de gemeente om rekening te houden met de vindbaarheid van de stationsentrée door binnen plantontwikkelingen de zichtlijnen te borgen. Indiener voert als argument dat verdichting en hoogbouw in de stationsomgeving de laatste jaren steeds vaker voorkomt en dit de vindbaarheid van een station niet ten goede komt.
De gemeente vindt de vindbaarheid van het station juist belangrijk om de doelstellingen in het kader van de mobiliteitstransitie, zoals beschreven in paragraaf 5.3.5. Moderne mobiliteit, te behalen. Overigens maakt de gemeente zich gelet op de prominente plek van het station in het Maankwartier hierover
8
geen zorgen. 5.18 Indiener verzoekt de gemeente om rekening te houden met windebeleving van de reiziger op het perron en rond het station als gevolg van hoogbouw omdat hoogbouw rond het station invloed heeft op de windcirculatie/windstromen en het kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen.
Bij planvorming en uitwerking is onderzoek naar windhinder en -beleving altijd onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek cf. geldende richtlijnen.
Zienswijze van de indiener gaat ook over schaduwwerking op zonnepanelen. 5.19 Indiener verzoekt de gemeente bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op zonnepanelen van de indiener omdat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken. 5.20 Indiener verzoekt de gemeente om indien nodig in contact te treden met de indiener zodat de doelstelling, in 2030 CO2 neutraal te opereren, haalbaar blijft.
Er zal altijd onderzoek moeten plaatsvinden om te bepalen of planuitwerking mogelijk is.
5.21 Indiener verzoekt de gemeente om de risico’s van zonneparken en reflectie in relatie tot de hoofdspoorweginfrastructuur te laten berekenen en de indiener te voorzien van de uitkomsten voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark. Indiener voert als argument dat uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening en met name de weerstandsbeïnvloeding en de diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en/of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet
Er zal altijd onderzoek moeten plaatsvinden om te bepalen of planuitwerking mogelijk is.
9
‘overstraald’ kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. 6
Vrienden van SCHUNK
1.1.
Indiener verzoekt de gemeente meer aandacht te hebben voor een duurzame omgevingskwaliteit door het ontwikkelen en handhaven van beeldkwaliteitsplannen voor de publieke ruimte en architectuur. Indiener voert als argument dat voor het welbevinden en de eigenwaarde van burgers de ervaren kwaliteit van hun omgeving van belang is.
De gemeente deelt met indiener het belang dat gehecht wordt aan de rol van (de kwaliteit van) de publieke ruimte. Daarom is in de omgevingsvisie ook opgenomen dat het opwaarderen van openbare ruimte van belang is. Zo staat in de omgevingsvisie onder andere: ‘Het stimuleren van bijvoorbeeld kunst in de openbare ruimte, met name Street Art, geeft kwaliteit, identiteit en inspiratie aan de stad en past bij het DNA van Heerlen’. De gemeente onderschrijft het belang van een hoogwaardige en herkenbare publieke ruimte als fundament voor leefkwaliteit, identiteit en het dagelijks welbevinden van inwoners. In de Omgevingsvisie is dit uitgangspunt verankerd via de aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, cultuur, erfgoed en beleving. Daarbij wordt erkend dat een zorgvuldig ontworpen en onderhouden leefomgeving bijdraagt aan trots, betrokkenheid en sociale samenhang. Ruimtelijke kwaliteit en identiteit vormen in de visie belangrijke leidende principes bij gebiedsontwikkeling. In lijn met de visie kiest de gemeente voor een integrale en gebiedsgerichte benadering, waarbij per situatie wordt bekeken hoe ruimtelijke kwaliteit en identiteit het best tot hun recht komen en worden geborgd.
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
10
2.
Openmonumentendag
1.2.
Indiener verzoekt de gemeente cultureel erfgoed en karakteristieke panden te behouden en te beschermen bijvoorbeeld door ze op te nemen in een gemeentelijke monumentenlijst of ze te benoemen tot beschermd stads- en dorpsgezicht. Voor de betreffende gebouwen verwijst de indiener in de zienswijze naar een lijst met bovengrondse herinneringsplakken van de mijnen.
2.1.
Indiener verzoekt de gemeente om in de omgevingsvisie onder een nieuwe kop ‘Heerlen groene stad & architectuurstad’ een beschrijving van het karakter van Heerlen als architectuurstad op te nemen waarbij de geschiedenis van Heerlen toonaangevend moet zijn. Indiener beschrijft in dit kader de geschiedenis van Heerlen als volgt: Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwetijd, Mijntijd (inclusief de erfenis van het Modernisme), Transitiejaren en het Nu.
De gemeente erkent het belang van cultuurhistorisch erfgoed als bron van identiteit, verbondenheid en toekomstwaarde. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat Heerlen actief inzet op het zichtbaar maken en benutten van erfgoed, onder andere via behoud, herbestemming en beleving. De gemeente beschikt over een monumentenbeleid en een archeologische beleidskaart, en onderzoekt op strategische momenten of panden of gebieden in aanmerking komen voor bescherming. Nieuwe initiatieven worden tegen deze kaders gewogen. Waar mogelijk gebeurt dit in samenwerking met lokale erfgoedorganisaties en inwoners. De Omgevingsvisie besteedt in paragraaf 2.3 nadrukkelijk aandacht aan de gelaagde geschiedenis van Heerlen als stad van transformatie, met iconische periodes zoals de Romeinse tijd, het mijnverleden en het modernisme. Ook wordt stilgestaan bij kenmerkende gebouwen en ontwerpers, waaronder architect Frits Peutz, die het ruimtelijke beeld van Heerlen blijvend hebben beïnvloed. Daarmee wordt het architectonisch erfgoed van Heerlen nadrukkelijk erkend als waardevol en richtinggevend. Architectuur maakt onderdeel uit van het bredere cultuuren erfgoedbeleid van de gemeente. In dat kader wordt zorgvuldig omgegaan met waardevolle gebouwen en monumenten, waarbij bescherming,
De zienswijze vormt geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen.
11
2.2.
Indiener verzoekt de gemeente hergebruik van cultureel erfgoed en karakteristieke panden bij nieuwe ontwikkelingen na te streven.
2.3.
Indiener verzoekt de gemeente om in de omgevingsvisie een overzicht op te nemen met beleid dat komt te vervallen bij vaststelling van de omgevingsvisie alsook een overzicht van verouderde begrippen.
herbestemming en beleving centraal staan. De gemeente deelt de overtuiging dat hergebruik van cultureel erfgoed en karakteristieke gebouwen een krachtige manier is om verleden, duurzaamheid en identiteit met elkaar te verbinden. In de Omgevingsvisie (paragraaf 5.4.5) wordt herbestemming van monumenten en erfgoedlocaties aangemerkt als belangrijke strategie om de stad beleefbaar en betekenisvol te maken. Dit aspect blijft belangrijk bij ruimtelijke ontwikkelingen en krijgt verdere uitwerking in omgevingsplannen en gebiedsvisies. Omdat dit de eerste versie van de Omgevingsvisie betreft, vervangt deze op dit moment nog geen afzonderlijke beleidsdocumenten. De structuurvisie Heerlen 2035 zal bij vaststelling van de definitieve Omgevingsvisie komen te vervallen. De omgevingsvisie vormt een strategisch kader voor toekomstige uitwerking via programma’s en het omgevingsplan. Bij volgende herzieningen en bij de doorvertaling naar andere instrumenten zal explicieter worden aangegeven welk bestaand beleid wordt vervangen, geïntegreerd of beëindigd.
12