Vragen van raadsleden (art. 33a RvO); beantwoording door het college - TVW 2.0
Tekst van het document
De heer T. Dragstra en R. Kockelkorn, Alhier
Heerlen, 26 maart 2024
Onderwerp
Beantwoording vragen ex. art. 33a RvO.
Geachte heren Dragstra en Kockelkorn, Naar aanleiding van uw vragen d.d. 25 maart 2024 inzake Transitievisie Warmte 2.0 delen wij u het volgende mede.
Vraag 1 Is het college het met ons eens dat de Transitievisie Warmte 2.0 een van de majeure projecten is? Antwoord Het college is zich er ten zeerste van bewust dat de uitvoering van de Transitievisie Warmte (hierna nader te noemen TVW) een complexe, langdurige en majeure materie is, die op projectmatige wijze wordt opgepakt. Vraag 2 Hoe heeft het college de afweging gemaakt om tot dit proces voor de Transitievisie Warmte te komen? Antwoord De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) richt zich erop om gemeenten de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de wijkof gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. De TVW is met de ingang van de Wgiw een verplicht programma onder de Omgevingswet (artikel 3.5 van de Omgevingswet). De bevoegdheid voor het vaststellen van deze TVW 2.0 ligt bij het college van burgemeester en wethouders. De TVW 2.0 is in samenwerking met de regiogemeenten onder coördinatie van Stadsregio Parkstad tot stand gekomen en is een uitwerking van de TVW 1.0. Dit met het doel om ambtelijke kennis te verenigen en om samenwerking te bevorderen. Op 13 juli en op 26 september 2022 waren er informatiemomenten met klankbordsessies gepland. De laatste datum is in verband met te weinig aanmeldingen geannuleerd. De bijeenkomst van 19 februari jl. diende om u te informeren over het eindresultaat.
Vraag 3 Welke mogelijkheden ziet het college om te borgen dat de raad betrokken wordt bij de verdere uitwerking en uitvoering van dit proces? Antwoord Een van de belangrijkste bevoegdheden die in de Wgiw is geregeld betreft de aanwijsbevoegdheid. De aanwijsbevoegdheid is de mogelijkheid die gemeenten hebben om in het omgevingsplan regels op te nemen over de verduurzaming van de gebouwde omgeving (bv door gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dus op termijn eindigt). Bij de uitwerking van de uitvoeringsplannen van de TVW 2.0 dient de gebouwde omgeving juridisch planologisch geschikt gemaakt te worden door het opstellen van het omgevingsplan. De bevoegdheid van het vaststellen van het Omgevingsplan ligt bij uw raad. Daarnaast dienen uitvoeringsplannen te voldoen aan de participatieverplichting volgens de Omgevingswet. In de voorbereiding van de uitvoeringsplannen wordt vooraf bepaald welke beoogde resultaten behaald dienen te worden. De wijze van de in te zetten participatie is vormvrij. Uw raad wordt naast belanghebbenden en stakeholders betrokken in het participatieproces. In de startnotities, die voorafgaand aan de uitvoeringsplannen, worden opgesteld wordt beschreven hoe het participatietraject wordt vormgegeven. Uw raad wordt hierover nader geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen, de secretaris, drs. V.N. Gosselink-Van Dijk
de burgemeester, drs. R. Wever