Vragen schriftelijk Jongeren partij Heerlen vergadering EBF 11 juni 11062024
Tekst van het document
Vraag: • Vraag 13. Graag dit overzicht volledig maken met bedragen in € bij onder andere de individuele inkomenstoeslag. De ontbrekende Fit en Fun regeling en graag een overzicht verschaffen in tabel hoeveel de kwijtschelding lokale lasten bedragen in vergelijk met de genoemde overige gemeenten. Antwoord: Hieronder zijn de verschillen te zien tussen de aanvullende inkomensondersteuningsmaatregelen in de gemeenten Heerlen, Maastricht, Roermond en Venlo. Individuele inkomenstoeslag 2024
Heerlen
Alleenstaande € 458
Alleenstaande ouder € 528
Gehuwden/samenwonenden € 648
Maastricht Roermond
€ 514 € 479
€ 642 € 619
€ 716 € 682
Venlo
€ 500
€ 640
€ 710
Participatieregeling Heerlen (tot 110%)
Fit & Fun: € 75 per persoon
Maastricht (tot 110%)
Volwassenenfonds Sport (€225) en Cultuur (€425)
Roermond (tot 120%) Venlo (tot 120%)
Participatieregeling: € 100 Meedoenregeling op Stadspas: €100 per gezinslid
Kwijtscheldingen lokale lasten 2023 (in totaal) Heerlen
€ 1.538.828
Maastricht Roermond
€ 2.170.000 € 638.086,28
Venlo
€ 1.017.000
Mantelzorgcompliment Heerlen
€ 200
Maastricht Roermond
€ 75 € 175
Venlo
€ 75 (via Stadspas)
Tegemoetkoming Chronisch Zieken / bijdrage eigen risico / tegemoetkoming premie Heerlen (tot 120%)
€ 125 (tegemoetkoming chronisch zieken)
Maastricht (tot 110%) Roermond (tot 130%)
€ 80 (tegemoetkoming premie) € 200 (tegemoetkoming chronisch zieken)
Venlo (tot 120%)
€ 256,20 (tegemoetkoming premie)
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Heerlen (tot 120%)
Sport € 225
Cultuur € 425
Maastricht (tot 110%) Roermond (tot 120%)
€ 225 € 225
€ 425 € 425
Venlo (tot 130%)
€ 350
€ 500
• Van 2021 tot en met 2023 zijn er bijna 1300 mensen naar Heerlen verhuisd die direct een aanspraak hebben gemaakt op een bijstandsuitkering, hoeveel reeds in Heerlen woonachtige mensen zijn in de bijstand terechtgekomen gedurende deze periode. En welke maatregelen onderneemt het college om de instroom van bijstandsgerechtigden van buiten de regio te beperken en hiermee de druk op de ondersteunende voorzieningen structureel te verlichten? Antwoord: Gedurende de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 is er aan 1989 personen een bijstandsuitkering toegekend die in de periode daarvoor al woonachtig waren in gemeente Heerlen.
We kunnen geen directe maatregelen nemen om mensen die naar gemeente Heerlen verhuizen en een beroep doen op onze voorzieningen tegen te houden. Om wat meer grip te krijgen op de instroom van buiten de regio, zijn er wel een aantal maatregelen genomen op de woningmarkt. Zo hebben we in de huisvestingsverordening opgenomen dat vitale beroepsgroepen voorrang krijgen op bepaalde woningen. Daarnaast is in deze verordening opgenomen dat woningen met een WOZ-waarde tot € 300.000 na aankoop niet mogen worden verhuurd. Verder is afgesproken dat woningcorporaties in Parkstad het beleid dat zij hanteren om woonruimte te verdelen, afstemmen met
bewonersorganisaties en gemeenten. Hierdoor worden lokale verschillen zichtbaar en bespreekbaar gemaakt. In 2024 wordt de collectieve regionale aanpak verder vormgegeven, mede binnen de context van de Wet Regie Volkshuisvesting en de op te leveren Regionale Woonzorgvisie (inclusief de lokale vertaling naar Heerlen). Ten slotte hebben we aan de bel getrokken bij gemeente Den Haag die, net als andere Randstadgemeenten, kwetsbare inwoners actief wees op de mogelijkheden in onder andere gemeente Heerlen. We hebben laten weten dat dit een zeer onwenselijke ontwikkeling is en hebben hen gevraagd om hiermee te stoppen.
• Zijn er nog mogelijkheden om gemeentelijk vastgoed af te stoten teneinde een structurele bezuiniging te realiseren op onderhoudskosten? Antwoord: Uiteraard kunnen we panden afstoten, dit kan leiden tot een structurele bezuiniging op onderhoudskosten. • Ten aanzien van de heffingen die nauwelijks zijn gestegen de afgelopen jaren? Wat kost de kwijtschelding van lokale lasten zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing voor minima in zijn totaal. En heeft u gezien de forse inkomensstijging die de minima de laatste jaren hebben gehad voorzien om deze kwijtschelding op zijn minst aan te laten sluiten met de gestegen inkomsten van de minima? En klopt het dat werkenden en middeninkomens geen recht hebben op deze vorm van ondersteuning? Klopt de conclusie dat het beleid zich de afgelopen vooral gericht heeft op het ontzien van de laagste inkomens en in die zin u nu voornemens bent om hieraan vast te houden op grond van de ladder van Lodewijks. En hoe verhoudt zich dit tot de forse inkomensontwikkeling van de laagste inkomens daar waar met name de middeninkomens het naar rato extra zwaar hebben gehad. En kan dit niet een reden zijn voor het college om naar een meer evenwichtiger beleid te voeren die ook tegemoet komt aan een grote groep van Heerlense inwoners die nu structureel buiten de boot vallen bij allerlei regelingen en u nu op basis van u
plannen voornemens bent om die zwaarder te belasten? En hoe helpt het voorgenomen beleid in het terugdringen van de aanzuigende werking op mensen die het al zwaar hebben? En op welke wijze denkt u een bijdrage te leveren aan de aantrekkingskracht op werkenden in uw beleid? Antwoord: In de huidige begroting 2024 is € 1.835.000 opgenomen aan totale kwijtscheldingslasten. Voor wat betreft het beleid op kwijtschelding van belastingen is er landelijke regelgeving, gemeenten moeten rekening houden met deze basisregeling en kunnen slechts op onderstaand punt afwijken hiervan. -Gemeentes kunnen uitgaan van hogere kosten van bestaan (kosten als huur, hypotheek, voeding, kleding en medicijnen) dan landelijk toegestaan. De basisregeling is 90%, gemeentes mogen hiervan afwijken tot een percentage van 100%. Als een gemeente uitgaat van hogere kosten van bestaan komt een grotere groep in aanmerking voor kwijtschelding. Wij gaan uit van 100%, de ruimst mogelijke kwijtschelding.
• De kosten van het sociaal domein en meer expliciet de WMO lopen continu uit de pas met de begroting en er worden structureel dezelfde argumenten gebruikt waarom deze overschrijdingen plaats vinden (o.a. abonnementstarief en openeinderegeling in combinatie met de vergrijzing). Daarnaast valt er in de meicirculaire te lezen dat het rijk voornemens is de openeinderegeling binnenkort te stoppen en de kosten beheersbaar te maken. Welke beleid voert u in het licht van het naderende ravijnjaar om de kosten in de hand te houden? En hoe wordt de urgentie van de noodzaak om in financiële zin pas op de plaats te maken ingebed in de wijze waarop men met WMO aanvragen omgaat? En noopt de financiële situatie niet tot een fundamenteel andere aanpak? Antwoord Wij zetten in op het intensiveren van informele zorg en preventie samen met onze contractpartijen; onder het motto voorkomen is beter dan genezen. Bij de indicering van Wmo maatwerkvoorzieningen werken wij
met strakke criteria (kritisch indiceren en hercontroles op het gebruik van voorzieningen). Verder werken wij met een aantal partners met een lumpsum. De subsidietender HbH heeft in 2023 geen inschrijver opgeleverd. In 2024 zullen we een nieuwe procedure doorlopen. Waarin we ook kijken naar hoe we de HbH inhoudelijk zo efficiënt mogelijk kunnen regelen. Rijk en gemeenten gaan samenwerken om te zorgen dat de uitgaven irt de zorgtaken Wmo beheersbaar blijven. En rijk is voornemens de openeinderegeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo 2015 niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende, geobjectiveerde indexering ontwikkeld die rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie en vergrijzing.
• De problematiek in relatie tot het ravijnjaar is voor Heerlen onevenredig groot. In de pers verwijst het college naar de afhankelijkheid van de stad van een verhoogde bijdrage van het VNG en van het rijk. Ligt een belangrijk deel van dit naar rato grote tekort ook niet in de stapeling van ambities die zoals gebleken te ambitieus en niet betaalbaar blijken? Antwoord Heerlen is gezien haar sociaal economische positie meer dan gemiddeld afhankelijk van rijksmiddelen. Derhalve heeft een korting ook een meer dan gemiddeld effect. • De gemeente Weert heeft een raadsvoorstel deze maand klaarliggen om ook in de uitvoering de kracht te hebben om de woningbouwambitie waar te kunnen maken en waar mogelijk te versnellen, in totaal vraagt men daar om 3 miljoen extra in 3 jaar. Is de huidige personele bezetting en de bezetting van de Heerlense afdelingen die raken aan volkshuisvesting, nieuwbouw, vergunningen en herstructurering “klaar” en voldoende bemenst om ook de Heerlense ambities op dit gebied waar te maken? En heeft men in de meerjarenbegroting rekening gehouden met een versterkte focus op deze prioriteit die tevens de drijver is voor de brede schaalsprong en de groeiambitie van de stad? En is er voorzien
dat op deze specifieke afdelingen geen personele reducties zijn voorzien teneinde de voortgang van de woningbouw en herstructurering niet in gevaar te brengen? Antwoord Ook wij zijn bezig met een inventarisatie om te bepalen of en zo ja welke versterkingen in processen, regelgeving, organisatiekracht nodig zijn voor deze ambitie.
• Heerlen is een van de steden die relatief het meeste geld uitgeeft aan culturele subsidies per inwoner. Terwijl de draagkracht van de stad in het licht van het ravijnjaar relatief laag is. Bent u voornemens om dit beleid te continueren of dwingt de financiële situatie tot een heroverweging? Als één stad heeft bewezen dat cultuur en erfgoed een bron van creativiteit, kracht en trots kunnen zijn is het Heerlen wel. Dat is precies waarom we óók - of misschien juist - als het moeilijk is blijven investeren in cultuur. In alle delen van onze stad en voor alle leeftijden. Daarbij zullen we altijd, maar misschien nu nog meer, moeten kiezen voor investeringen met de grootst mogelijke betekenis voor de inwoners van onze stad. • U bent volgens u schrijven in de kaderbrief voornemens om een forse ingreep in de gemeentelijke organisatie te doen. Via welke methodiek bent u van plan dit te doen? En hoe borgt u dat jong talent dat u de afgelopen jaren geworven heeft zoveel behouden kan worden voor de organisatie? En kunt u uitsluiten dat tot mogelijke maatregelen ook gedwongen ontslagen behoren? Antwoord: Er wordt geen specifieke methodiek ingezet zoals bijvoorbeeld bij de reorganisatie. Nadere toelichting hierover volgt bij de begroting. Het is juist de bedoeling om jonge talenten te behouden.
Jong talent zal extra bijdragen aan het anders werken en mede daarmee aan het realiseren van de bezuinigingsoperatie. We borgen dit vanuit Human Being Managent (HBM) en met behulp van instrumenten als Strategische Personeels Planning (SPP) aandacht voor opleiding en ontwikkeling en
het bieden van ontwikkel-kansen (via bijvoorbeeld Koersvaarders) zodat we jong talent weten te boeien en aan ons te binden. Ja, op dit moment is er geen aanleiding om ervan uit te gaan dat het noodzakelijk is om te komen tot gedwongen ontslagen, om de gewenste financiële doelstellingen te behalen. • Kunt u de prognose van de beleidsindicatoren op pagina 28 van de jaarstukken 2023 zodanig inrichten dat wij een inzicht krijgen in de situatie van deze beleidsindicatoren per jaar op basis van de door u voorgelegde kaderbrief? En kunt u daarbij verdiepend aangeven hoeveel autonome uitstroom van personeel u verwacht de komende jaren (als gevolg van bijvoorbeeld pensioen) en welke financiële impact deze heeft op de begroting? Nee, zie toelichting bij de volgende vraag. Vraag: En kunt u daarbij verdiepend aangeven hoeveel autonome uitstroom van personeel u verwacht de komende jaren (als gevolg van bijvoorbeeld pensioen) en welke financiële impact deze heeft op de begroting? Antwoord: De insteek bij dit alles is om de natuurlijke uitstroom (ca 150 fte in de komende 5 jaar) te combineren met de taken en werkzaamheden die vrijvallen door efficiënter werken, verregaande automatiseringen en robotisering. Daarbij is er voldoende ander werk waar medewerkers eventueel naar toe kunnen worden geleid. Het spreekt voor zich dat dit een dynamische puzzel is, die ook deels nog gelegd moet worden.
Daarbij komt nog het groeiende inzicht voor wat betreft de exacte financiële opgave voor de begroting zelf, met alle interne en externe factoren die daarbij een rol spelen. Het is daardoor ook niet mogelijk om op dit moment een goede prognose op de beleidsindicatoren te geven. Momenteel is juist de financiële opgave voor de begroting leidend en voldoende richtinggevend.
• Op pagina 7 van de kaderbrief geeft het college aan dat een generieke besparing te willen doen van 5% op alle verbonden partijen, omschreven als volgt: Daarnaast kiezen we, wanneer dat mogelijk en gewenst is, voor generieke maatregelen ten aanzien van onze verbonden partijen. Dat zijn
partijen waarmee we of een contract hebben of een subsidierelatie of een gemeenschappelijke regeling. We kunnen niet anders. Zolang Den Haag ons kort kunnen wij niet anders dan die korting doorgeven. Wij denken hierbij aan een generieke maatregel van 5%. Immers, daar waar de gemeente zelf keuzes moet maken ten aanzien van de eigen organisatie en de eigen plannen en projecten, mag dat ook verwacht worden van de aan de gemeente gelieerde organisaties. Heeft dit statement ook betrekking op partners zoals Inclusio & Jens. En geldt dit bijvoorbeeld ook voor Schunk, Het zwembad in Hoensbroek en anderen. En is er behoudens de generieke benadering ook een plan van aanpak om met de grotere partners die een groot deel van de kosten uitmaken ook als eerste de gesprekken aan te gaan om tot een besparing te komen? En is 5% besparen voldoende? Wetende dat het tekort 5% op de totaalbegroting is en er op een zeer groot gedeelte van de begroting geen regie te voeren valt? Antwoord. De statement heeft technisch gezien alleen betrekking op de verbonden partijen. De 5% tekort op het begrotingstotaal wordt niet enkel afgedekt met de korting/bezuiniging op de verbonden partijen, echter in de bezuinigingsopgave onderzoekt het college momenteel een breder pallet aan mogelijkheden.
Hierbij zijn naast verbonden ook contracten, subsidies, de organisatie, baten en overige bezuinigen onderdeel van de zoektocht. Alle bezuinigingsmogelijkheden moeten realistisch zijn omdat deze ook door de toezichthouder worden getoetst. • Op pagina 30 van de jaarstukken 2023 geeft u aan dat u langjarig partnerschap aangaat met Heerlen Noord en de alliantie. Op welke wijze heeft u dit ook gematerialiseerd en is het programmabureau voor de lange termijn verzekerd van de investeringen die daarbij nodig zijn? En op welke wijze is er geborgd dat middelen bedoeld voor de structurele inhaalrace niet terechtkomen bij andere programma’s of het afdichten van tekorten in de interne organisatie? Antwoord Het programma Heerlen-Noord wordt gefinancierd door de gemeente Heerlen en andere partners van de alliantie. Hiervoor worden in de begroting steeds middelen vrijgemaakt en jaarlijks worden middelen vrijgemaakt om projecten een impuls te geven.
Daarnaast financiert het Rijk het programma met fondsen zoals het Volkshuisvestigingsfonds, Preventie met Gezag en Kansrijke Wijk, deze zijn veelal bestemd voor Heerlen-Noord. Dit zijn vooralsnog geen structurele financieringsbronnen. Tweemaal per jaar wordt een monitorings- en verantwoordingsrapportage opgesteld. • Op welke wijze wordt er in het licht van het ravijnjaar nog invulling gegeven aan de oproep van de Jongerenpartij Heerlen aan te sluiten op de ambitie van de regio om hier de Einsteintelescoop te huisvesten en de daarmee gepaarde werkgelegenheid in te bedden in onze regio? Antwoord: Juist vanwege het ravijnjaar blijven wij onverminderd inzet plegen in het aanboren van kansen voor de stad, en zeker ook voor de economische structuurversterking. De ontwikkelingen rondom de Einsteintelescope zijn daar onderdeel van net als andere kansen ten aanzien van een robuuste kenniseconomie in een grensoverstijgend perspectief. Dit doen wij via zowel onze bestuurlijke als ambtelijke lobby en netwerken in de (EU)regio, Den Haag, Düsseldorf en Brussel.
• Welke impact zou het opnieuw prioriteren van de buurtvergroeningsplannen hebben? Is het mogelijk om voor de jaren 2026 en 2027 deze plannen “te pauzeren” in afwachting van de dan beschikbare middelen? Antwoord: Het tegengaan van verstening van de openbare ruimte en de waarde van groen voor de leefbaarheid van de openbare ruimte wordt steeds meer gedragen. Daarnaast wordt ook de noodzaak van klimaatadaptief handelen steeds meer erkend. Als de effecten van de buurtvergroening in de eerste buurten zichtbaar worden zal dat waarschijnlijk leiden tot vragen voor meer groen uit andere buurten. We kunnen een pauze in lassen in de vergroeningsopgave van buurten. De vraag om aanpak en beschikbare middelen zal blijven bestaan. • Het centrum Hoensbroek is niet als compleet programma opgenomen in de begroting, terwijl de opgaven en de urgentie zoals ook het college aangeeft ontzettend groot is en men kennelijk nu ook bereid is om hierin
te investeren. Waarom is dit geen zelfstandig programma in de begroting en is het niet mogelijk om te overwegen dit toch te doen en daar ook de benodigde middelen en mensen aan toe te wijzen teneinde ook grip en overzicht te houden op de prioriteiten? Antwoord Wij zijn nu bezig met de uitwerking van zowel de inhoudelijke aanpak en de daarbij best passende organisatorische inbedding. • Wat betekent het Ravijnjaar voor de recent gecommuniceerde noodzaak om kunstgrasvelden op het terrein van EHC/Passart te vervangen? En is het college van zin om het gehele terrein aan de nieuwe vereniging ter beschikking te stellen of kan een deel van het terrein ook beschikbaar worden gemaakt voor kwalitatieve woningbouw en hiermee een positieve impuls aan de Dem geven? Antwoord: Op het moment dat het kunstgrasveld wordt afgekeurd zijn wij voornemens om dit niet meer te vervangen. Op dat moment zal er besloten worden hoe om te gaan met het hiervoor gereserveerde bedrag. We willen nu niet vooruitlopen op een eventuele herbestemming van die ruimte. • Wat betekent het ravijnjaar voor de voorgenomen verhuizing van Avon en de clustering van sportvoorzieningen bij de Varenbeuk? Antwoord: Er is nog geen krediet opgenomen ten behoeve van de verplaatsing. Op dit moment kunnen we nog niet zeggen welke impact het ravijnjaar heeft op deze ontwikkeling.