CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden fracties MBP 2023-2026_begroting 2023 31-10-2022.pdf

Raadsvergadering . (video) 2 november 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Begroting 2023 en MBP 2023-20266.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij 1 CDA

Vraag:

Antwoord:

Vragen over de financiële uitgangspunten begroting: In hoofdstuk 4.1 op pagina 257 worden de uitgangspunten financiële meerjarenbegroting 20232026 nader toegelicht. •In de begroting is de CAO loonstijging structureel verwerkt waarbij het uitgangspunt 2,3% is.

Wij hanteren jaarlijks dezelfde systematiek om onze lonen te indexeren. Deze systematiek houdt in dat wij de inflatiecijfers die het rijk publiceert in de meicirculaire als basis gebruiken voor onze begroting. Als gevolg van de complexe en onvoorspelbare ontwikkelingen op het gebied van energiekosten en prijsinflatie hebben wij in deze begroting gekozen om ons weerstandsvermogen te versterken om prijsstijgingen op te kunnen vangen. Wij doen dat door een extra storting in de algemene reserve te doen de komende jaren.

In onze opinie wordt dit percentage te laag ingeschat. Zeker omdat de laatste tijd steeds meer CAO’s worden afgesloten waarbij een veel hogere loonstijging herkenbaar is. Volgens de laatste cijfers van het CBS zijn de CAO lonen met 3,4% verhoogd en bij de sector overheid zelfs met 4,9%. We vragen ons af of het vanuit oogpunt van goed rentmeesterschap verstandig is om met een CAO stijging van 2,3% te rekenen terwijl we bijna zeker weten dat de werkelijke loonstijging veel hoger uitvalt en dat we straks op de blaren zitten en mogelijke tekorten krijgen. Ons inziens is een aanpassing van de loonstijging in de begroting wenselijk. 2 CDA

Vragen over de financiële uitgangspunten begroting: •De materiële budgetten zijn in onze begroting cumulatief geïndexeerd volgens de imoc percentages van de meicirculaire (2,3%) voor de lasten en conform de CPI (2,4%) voor de baten (CBS/CEP 2022). Indexering sociaal domein is opgenomen volgens OVA/PPC (raming 2023 3,6%);

Wij hanteren jaarlijks dezelfde systematiek om onze materiele budgetten te indexeren. Deze systematiek houdt in dat wij de inflatiecijfers die het rijk publiceert in de meicirculaire als basis gebruiken voor onze begroting. Als gevolg van de complexe en onvoorspelbare ontwikkelingen op het gebied van energiekosten en prijsinflatie hebben wij in deze begroting gekozen om ons weerstandsvermogen te versterken om prijsstijgingen op te kunnen vangen. Wij doen dat door een extra storting in de algemene reserve te doen de komende jaren.

-Wat betreft de lasten vragen we ons af of dit lage indexcijfers recht doet aan de ontwikkelingen op dit moment. Bijna alle kosten worden door leveranciers, dienstverleners, aannemers, RAWbestekken (met daarin de loon- en brandstofverrekening) doorgerekend naar de opdrachtgevers. Kostenstijgingen tussen de 5 - 15% zijn op dit moment niet vreemd. Volgens ons geldt dat ook voor de gemeente Heerlen.

Sociaal Domein: Gemeenten hebben sinds 2015 de verantwoordelijkheid gekregen voor de Jeugdhulp en een aantal nieuwe taken in de Wmo. Voor Jeugdhulp en Wmo hebben gemeenten de opdracht om bij de inkoop te waarborgen dat er een goede verhouding is tussen de prijs en de kwaliteit van de hulp. Conform advies van de VNG hanteren we voor de indexering in het sociaal domein de systematiek volgens Nza (Nationale zorgautoriteit).

We vragen ons af of het vanuit oogpunt van goed rentmeesterschap verstandig is om met een zulk lage indexcijfer van 2,3% rekening te houden terwijl we bijna zeker weten dat de kosten veel hoger uitvallen en dat we straks tegenvallers krijgen en mogelijke tekorten.

Loonkosten maken het belangrijkste onderdeel uit van de kostenopbouw van aanbieders. Over het algemeen wordt ongeveer 90% van de kosten van aanbieders binnen Wmo en Jeugdhulp als loongerelateerd beschouwd en 10% als prijsgerelateerd (materiële kosten). De overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (ova) bevat de loongerelateerde ontwikkelingen in de markt(sector). En de prijsindexcijfer particuliere consumptie (ppc) is een veelgebruikte indicator om het prijsgerelateerde deel van uitgaven te indexeren. De ova en de ppc worden door VWS vastgesteld op basis van cijfers in het voorjaar van het CPB/CEP. We hanteren hierin het systeem met ramingen en nacalculatie. De raming 2023 in het voorjaar is 3,6%, in het voorjaar van 2023 wordt de definitieve index 2023 vastgesteld. Dit verschil wordt verrekend obv nacalculatie. Wij realiseren ons dat de gehanteerde percentages kunnen wijzigen. Dit hebben we in de risicoparagraaf opgenomen en binnen de begroting is rekening gehouden met mogelijke tegenvallers door de algemene reserve jaarlijks te versterken

Ons inziens is een aanpassing van de indexering in de begroting wenselijk. -Wat betreft de baten vragen we ons eveneens af of dit lage indexcijfers recht doet aan de ontwikkelingen op dit moment. Dit is voor ons heel moeilijk in te schatten, maar een extra check of onderbouwing is wel wenselijk. -De indexering van het sociaal domein is voor ons niet goed te beoordelen, maar een extra check of onderbouwing is wel wenselijk. -Voor de lokale heffingen wordt een inflatiecorrectie van 2,4% voorgesteld.

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

3 CDA

Vraag:

Antwoord:

Vragen over het raadsvoorstel belastingverordening:

In 2021 hebben wij inderdaad meer inkomsten voor lijkbezorgingsrechten gehad dan dat wij begroot hadden. Deze hogere inkomsten hebben echter niet geleid tot een ‘winst’. Op pagina 174 van de begroting 2023 kan u zien dat lijkbezorgingsrechten een kostendekkingspercentage kennen van 44% en de kosten voor lijkbezorging zo’n € 600.000 hoger zijn dan de verwachte opbrengsten.

•Verordening lijkbezorgingsrechten 2023 (Grafrechten) Bij het opstellen van de verordeningen zijn de modelverordeningen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zoveel als mogelijk gevolgd. De uitgangspunten bij het opstellen van de verordeningen zijn: waar mogelijk kostendekkend werken, kostenbeperking en beperking verhoging woonlasten. De verwachte inflatiestijging voor 2023 volgens het Centraal Plan Bureau (juni 2022) betreft 2,4%. Dit voorstel geldt ook om de lijkbezorgingsrechten 2023 met 2,4% te laten stijgen. Wat ons echter bevreemd is dat de gemeente Heerlen in 2021 een positief resultaat van € 119.000,= heeft behaald op de lijkbezorgingsrechten. Reden is een toegenomen aantal begravingen. Bron: Jaarrekening 2021 Dit lijkt erop dat de gemeente Heerlen ‘winst’ maakt op de lijkbezorgingsrechten. Het lijkt ons daarom netjes om het overschot van 2021 door te schuiven naar de volgende jaren om daarmee de tarieven van de grafrechten beheersbaar te houden. Kortom, we stellen voor om de lijkbezorgingsrechten in 2023 niet te laten stijgen.

4 cie EBF

op pagina 21 staat in de 4e alinea bij agenda:

De oorsprong van onze inkomsten kunt u zien op pagina 159 van de begroting. De toename van rijksmiddelen in deze begroting maakt extra investeringen in onze stad mogelijk.

….. sociaal economische problemen waar wij als stad mee te maken hebben ….tegen de stroom in de sociale basis …. in stand houden… Boekhoudkundig dan de vraag: Waar komen de gelden vandaan als bij zoveel economische problemen die dezelfde problemen en eruit voortvloeiende sociale problemen aangepakt moeten worden en de overheid als externe partij terugtrekkende bewegingen maakt (bijv in de jeugdzorg). Een gemeente kan zichzelf immers niet aan haar eigen veters optrekken. Welke externe geldbronnen zal het in de toekomst mogelijk kunnen maken het wensenpakket op realistische wijze te kunnen voldoen? Temeer tal van reserves al besproken lijken en dus geen reserve meer zijn of slinkend zijn. Zeker met onzekere inflatie en nog vaker een plotseling opkomend beroep op noodfondsen gedaan zal worden ivm energiekosten. 5 PHB

Pagina 94 Waardoor dalen de kosten van Heerlen vanaf 2018 zo extreem tov het landelijk gemiddelde als het gaat om re-integratievoorzieningen?

De tabel over reintegratievoorzieningen betreft niet de kosten, maar de voorzieningen (denk daarbij aan instrumenten/activiteiten die erop gericht zijn de afstand tot de arbeidsmarkt van een persoon te verkleinen). De daling kan worden verklaard doordat een tijd onvolledige gegevensuitwisseling met CBS heeft plaatsgevonden.

6 SP

Kloppen de grafieken relatief en absoluut verzuim per 1000 leerlingen? (blz 69)

De aantallen in de grafieken zijn juist, maar de weergave was niet juist. In de bijlage de juiste grafieken.

7 SP

Wat is er opgenomen voor de subsidies m.b.t. carnavalsloodsen?

In de begroting is structureel een bedrag van €30.000,- opgenomen voor een tegemoetkoming in de kosten van de huur van de carnavalsloodsen.

8 SP

Wat zijn de regionale economische speerpunten die onze prioriteit zijn? (blz112)

In regio Zuid-Limburg hanteren we de volgende speerpunt sectoren: zorg, logistiek, techniek, maakindustrie, smart services, leisure horeca, customer services, automotive en medische logistiek. Daarbinnen hebben we in Heerlen bijzondere aandacht voor medische logistiek, smart services, leisure (horeca en retail).

9 SP

Kloppen de grafieken met lasten voor éénpersoons huishouden en meerpersoonshuishouden? (blz Dit zijn cijfers afkomstig vanuit Coelo welke uitgaan van een standaard systematiek om gemeentes te kunnen vergelijken. Coelo 142) Zo ja, wat is de verklaring voor het feit dat de woonlasten voor eenpersoonshuishouden hanteert o.a. een andere manier om de afvalstoffenheffing te berekenen, waardoor onze woonlasten op zowel de eenpersoons als onder landelijk gemiddelde liggen en woonlasten meerpersoonshuishouden boven landelijk meerpersoonshuishouden hoger uitvallen dan daadwerkelijk zo is. gemiddelde?

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

Vraag:

Antwoord:

10 SP

Wat als de omgevingswet niet door gaat, blijven de legeskosten dan gelijk?

Als de Omgevingswet niet doorgaat, wordt een geüpdatete versie van de huidige Legesverordening in de raad van december ter besluitvorming voorgelegd. Zoals elk jaar worden de leges verhoogd met een inflatiepercentage dat door het Centraal Planbureau wordt bepaald. Voor 2023 bedraagt dit percentage 2,4. Ook de normbedragen die voor de berekening van sommige leges worden gebruikt, worden aangepast conform de landelijke ontwikkelingen van de bouwkosten.

11 SP

Kernthema wonen: Hoeveel corporatiewoningen zijn er in Heerlen? Hoeveel van deze woningen hebben een energielabel E, F of G?

In Heerlen zijn er 16280 corporatiewoningen waarvan 3655 met EFG label .

12 SP

Welke afspraken (in aantallen) zijn er gemaakt met woningcorporaties ten aanzien van verduurzaming woningvoorraad Heerlen voor de komende jaren?

In de nationale prestatieafspraken hebben het Rijk, de Woonbond en Aedes afgesproken de EFG labels op te heffen door renovatie of sloop/nieuwbouw tegen 2028. De woningcorporaties in Heerlen hebben hun meerjarenplanningen hierop afgestemd. De gesprekken over de het tijdspad van deze verduurzamingsopgave vinden nu plaats tussen de gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties. De planning zal worden opgenomen in de prestatieafspraken Heerlen, jaarschijf 2023.

13 Jongerenp 1.De begroting 2023 is volgens de uitleg gebaseerd op de Mei-circulaire waarbij er aangenomen artij Hrl werd dat er sprake zou zijn van een inflatie van 2,4% in 2023. Terwijl op pagina 6 gesproken word over 4,3%. Op basis van welke percentage heeft men nu de begroting opgesteld?

In de begroting is rekening gehouden met de percentages zoals die benoemd zijn in paragraaf "4.1 uitgangspunten": De materiële budgetten zijn in onze begroting cumulatief geïndexeerd volgens de imoc percentages van de meicirculaire (2,3%) voor de lasten en conform de CPI (2,4%) voor de baten (CBS/CEP 2022). Indexering sociaal domein is opgenomen volgens OVA/PPC (raming 2023 3,6%).

14 Jongerenp 2.Met welke inflatiecijfers hebben de gemeente Maastricht, Roermond, Venlo en Weert gerekend? De gemeentes Roermond, Venlo en Weert gebruiken dezelfde systematiek en hetzelfde inflatiepercentage voor indexering (2,3%). De artij Hrl En heeft het college met andere vergelijkbare gemeentes, en/of met de provincie vooraf contact gemeente Maastricht hanteert geen percentage maar reserveerd middelen op basis van compensatie voor prijsstijgingen die via de gehad om te onderzoeken of de in Heerlen gebruikte cijfers realistisch zijn. algemene uitkering (meicirculaire) ontvangen zijn. De systematiek die de gemeente Heerlen hanteert is afgestemd met de provincie Limburg. 15 Jongerenp 3. Op pagina 7 van het raadsvoorstel word er aangegeven dat het college onze toezichthouder bij Deze begroting is uitzonderlijk omdat het rijk geen duidelijkheid verschaft over de middelen die gemeenten vanaf 2026 ontvangen artij Hrl wijze van uitzondering gaat proberen te overtuigen om de begroting in deze vorm te accepteren. van het rijk. Door deze onduidelijkheid is er geen sprake van structureel begrotingsevenwicht in 2026, een eis die de provincie stelt In welke mate is deze begroting uitzonderlijk ten aanzien van eerdere begrotingen? En op grond aan gemeentelijke begrotingen.

van welke argumenten denkt u de toezichthouder te kunnen overtuigen dat u een begroting We verwachten dat de provincie bij uitzondering deze begroting accepteert omdat de oorzaak van deze afwijking ligt bij de voorlegt die structureel en reeel in evenwicht is, geen opschuivend meerjarenperspectief kent en onduidelijkheid van het rijk. Daarnaast is de problematiek van toepassing op alle gemeenten en dus niet specifiek iets van de de financiële risico’s beheersbaar houd? gemeente Heerlen. 16 Jongerenp 4.De septembercirculaire is volgens de uitleg niet meegenomen in de begroting. Welke artij Hrl afwijkende cijfers kunnen er uit de September circulaire afgelezen worden? En dan specifiek als het gaat om de inflatie cijfers en de middelen die de gemeente Heerlen ter beschikking worden gesteld?

Over de septembercirculaire ontvangt u meer informatie bij de Novembernota 2022.

17 Jongerenp 5.Welke uitwerking zou de September circulaire op de nu voorliggende begroting hebben mits artij Hrl deze wel meegenomen was?

Over de septembercirculaire ontvangt u meer informatie bij de Novembernota 2022.

18 Jongerenp 6.Op pagina 7 word benoemd dat de begroting binnen beheersbare risico’s voor oa het sociaal artij Hrl domein moet opgesteld zijn. Welke mogelijke foutmarge in % heeft de gemeente als het specifiek gaat om het sociaal domein opgenomen?

De begroting is zo realistisch mogelijk opgesteld, en ook in de meerjarenraming nemen we voor het sociaal domein een zo'n goed mogelijke schatting op. We houden in ons weerstandsvermogen rekening met dit risico.

In het weerstandsvermogen houden we rekening de effecten van met economische ontwikkelingen. 19 Jongerenp 7.Op pagina 20 word gerefereerd aan de tegenvallende economische groei voor 2023 die op artij Hrl basis van de Augustus raming op 1,1% uitkomt. Welke meer actuele cijfers zijn er bij het college bekend die van invloed kunnen zijn op de begroting van 2023? De signalen van een forse recessie en economische krimp tekenen zich duidelijk af in de maanden September en Oktober. Welke impact hebben deze signalen op de begroting en op welke wijze denkt het college dit op te kunnen vangen binnen een sluitende begroting? We verwijzen hiervoor naar de paragraaf "Weerstandsvermogen en risicobeheersing". In deze paragraaf staan onze risico's en de 20 Jongerenp 8.In de bestuurssamenvatting startende op pagina 19 word gerefereerd aan een continuering artij Hrl van het in het verleden gevoerde beleid. Tegelijkertijd lezen we dat het de afgelopen jaren middelen die wij beschikbaar hebben om deze risico's op te vangen gekwantificeerd. Die uitwerking van risico's is niet openbaar, maar economisch fors mee heeft gezeten en daardoor meer mogelijk was. Nu de wind economisch fors kan indien gewenst bij de griffie ingezien worden. gedraaid is vraagt dit allicht om een passend beleid.

Waarom kunnen we het ons bijvoorbeeld niet permitteren om op onderdelen wat “ op te potten”? Of bepaalde ambities bij te stellen of anders te prioriteren? In de bestuurssamenvatting word duidelijk dat dit college “ scherp aan de wind gaat varen” om hun ambities waar te maken. Dat kan ook vertaald worden als de grenzen van wat financieel verantwoord is bewust opzoeken. Dat maakt dat er behoorlijke risico’s aan deze begroting kleven. Kan het college uitleggen wat deze risico’s inhouden en op wat de gevolgen kunnen zijn wanneer de financiële grenzen overschreden worden?

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

Vraag:

21 Jongerenp 9.In de bestuurssamenvatting word wel melding gemaakt van de opgave die er met name bij artij Hrl de woningverenigingen lijkt te liggen voor wat betreft de verduurzaming van woningen. Waar in de samenvatting word de algehele bouwopgave benoemd die allicht een van de meest urgente issues van deze tijd is. En waarom worden hier geen ambities in uitgesproken? Verder concluderen we ........(tekst ontbreekt)

Antwoord:

De ambitie voor woningbouw is te kaderen in de woonbehoeftestudie en het Limburgse bod voor de nationale prestatieafspraken woningbouw. De woonbehoef-testudie voor Heerlen is onderdeel van de regionale woonbehoeftestudie. Die werkt met twee scenario’s om de woonbehoefte voor de komende 10 jaar te bepalen. Het ‘basis’-scenario is gebaseerd op behoudende migratiecijfers (gemiddelde van de afgelopen 10 jaar). Volgends dit scenario wordt verwacht dat het aantal huishoudens in de Heerlen de komende jaren afneemt met 1.145. Daarnaast is er het ‘migratie’-scenario waarbij uitgegaan wordt van een meer actueel migratiesaldo (gemiddelde van de afgelopen 5 jaar). In dit scenario wordt verwacht dat de huishoudensdaling komende 10 jaar voor een groot deel gecompenseerd wordt door migratie en het aantal huishoudens nog maar afneemt met 120. Het college heeft gezamenlijk met de andere parkstadgemeenten meer ambitie uitgespreken. Daarbij wordt uitgegaan van een scenario waarbij de regio nog meer mensen van buiten de regio aantrekt dan de veronderstelling is in het ‘migratie’-scenario. Dit is een heldere ambitie om het krimpverhaal, dat de voorbije jaren dominant was, te verlaten. De woningbouwopgave Heerlen maakt deel uit van de provinciale woningbouwop-gave. De provinciale woningbouwafspraken voor Limburg gaan uit van minimaal bruto toevoeging van 26.550 woningen.

De provincie heeft daarbij aangegeven om dit bod met 20.000 te willen ophogen indien de andere Nederlandse provincies moeilijkheden hebben hun bod te realiseren. Belangrijk is dat bruto toevoeging betekent dat we niet alleen inzetten op nieuwbouw, maar ook op herstructurering. Nieuwe woningen moeten voldoen aan hedendaagse kwaliteits- en duurzaamheidseisen en geschikt zijn voor vnl. kleinere huishoudtypes. Dit betekent ook dat de bestaande voorraad deels gesloopt en deels geherstructureerd moet worden. Op dit moment willen wij niet vooruitlopen op de Woondeal. Hierin zal per gemeente worden opgenomen wat de woningbouwopgave is. Zoals aangegeven in bovenstaande, is dit voor Heerlen en Parkstad een ander beeld dan voor de Randstad. Het college is zich bewust van de kansen die nieuwe woningbouw biedt. Tegelijk is het van belang de vinger aan de pols te houden m.b.t. de leefbaarheid van wijken en buurten. Een evenwichtsoefening tussen nieuwe toevoegingen, herstructure-ring en sloop moet hiertoe bijdragen. Ons doel is hier een duurzame en dus toekomstbestendige woningvoorraad. Naast de woningbouwopgave is er in de bestuurssamenvatting bijzondere aandacht voor verduurzaming van de sociale voorraad. Verduurzaming gaat dan over isolatie, energieverbruik en warmte opwek van en voor de woningen. Deze nadruk heeft een direct verband met het energiearmoede verhaal.

Uit cijfers blijkt dat de energiearmoede sterk geconcentreerd ligt bij huishoudens in corporatiewoningen. De nationale prestatieafspraken tussen Rijk, AEDES, Woonbond en VNG zijn bovendien helder m.b.t. het tijdspad voor de woningen met de slechtste energiescore. In 2028 moeten deze woningen verdwijnen uit de sociale voorraad. De verduurzamingsslag beperkt zich natuurlijk niet tot de sociale woningvoorraad, maar geldt ook voor particuliere eigenaars. Landelijke wetgeving m.b.t. particuliere huurwoningen met een slechte energiescore is in voorbereiding. Aanvullend gaat het Nationaal Isolatieprogramma voor volgende actielijn: “Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders”. Dit moet ertoe leiden dat 700.000 sociale huurwoningen en 300.000 private huurwoningen naar het niveau van de standaard geïsoleerd worden. Kleine particuliere verhuurders met gereguleerde huurwoningen worden gestimuleerd te verduurzamen via de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Via normering zal worden geborgd dat alle slecht geïsoleerde woningen, zowel in het sociale als het particuliere segment, in 2030 zijn verbeterd. De uitwerking van de wijze van normering die zowel sociale als particuliere verhuurders zal betreffen, zal onderdeel uitmaken van het programma verduurzaming gebouwde omgeving dat het kabinet eind mei of begin juni zal presenteren.

22 Jongerenp 10.Programma bestuur en ondersteuning. Hoeveel FTE komt de gemeente tekort om de artij Hrl uitvoering van de programma’s mogelijk te maken? En hoeveel additionele FTE wil de gemeente in 2023 aan de formatie toevoegen.

In de paragraaf bedrijfsvoering, onderdeel versterken uitvoeringskracht, is een specificatie opgenomen van investeringen in de uitvoeringskracht in de komende jaren.

23 Jongerenp 11.Op pagina 55 word aangegeven dat er mogelijk op korte termijn grootschalig onderhoud artij Hrl aan wegen “iets” word uitgesteld. Tegelijkertijd word op pagina 23 vastgesteld dat de kwaliteit van het onderhoud in de stad als onvoldoende word gekwalificeerd. Hoe verhouden deze uitspraken zich tot elkaar en wat mogen we dan van dit college verwachten?

Met grootschalig onderhoud wordt bedoeld dat we de openbare ruimte gaan herinrichten als ze aan het einde van haar levensduur is en met zogenaamd kleinschalig onderhoud (schoonmaken en herstelwerk) niet meer in stand kan worden gehouden. Omdat het gewenst is de openbare ruimte toekomstbestendig in te richten maar de middelen in de eerste jaren van deze bestuursperiode nog niet toereikend zijn zal er in eerste instantie een achterstand ontstaan in de realisatie van het onderhoud. Ondanks de achterstand die we nu hebben stelt het college voor om de komende jaren het onderhoud/investeringen aan de wegen, elk jaar meer, weer op peil te gaan krijgen Op pagina 23 ( moet zijn pagina 25) gaat het om kleinschalig onderhoud waarmee we de openbare ruimte schoon en veilig houden. Samen met onze partners RD4 en Werk voor Heerlen gaan we onderzoeken welke verbeterslagen we kunnen maken om een kwaliteitsverbetering in het onderhoudsbeeld de bewerkstelligen.

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

Vraag:

24 Jongerenp 12.Op pagina 61 Economie word gerefereerd aan beperkte uitvoerings capaciteit vanwege artij Hrl gebrek aan personeel. Vervolgens concluderen we dat de overgebleven corona gelden uit de vorige periode in de algemene reserve zijn beland en op het programma Economie zowel in absolute als in procentuele zin fors bezuinigd word in 2023. Hoe valt dit te rijmen met a) de uitspraak dat er niet bezuinigd word in de begroting b) de lokale economie de motor is van onze samenleving c) de steeds groter wordende opgave om te investeren in nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen en het verstevigen van kwalitatieve werkgelegenheid in een regio die het relatief zwaar heeft?

Antwoord:

In deze begroting zit geen bezuiniging op economie. De afname in lasten tussen 2022 en 2023 zijn het gevolg van een aantal incidentele middelen die in 2022 beschikbaar zijn (subsidie, bijdrage uit FES, rijksmiddelen) en een administratieve herverdeling van personeelslasten tussen de verschillende kernthema’s.

De instellingen houden in hun eigen begroting rekening met deze ontwikkelin-gen. De subsidieaanvragen liggen mede hierdoor bij 25 Jongerenp 13.1Op pagina 79 word geconcludeerd dat er een verschuiving is in de vrijetijdsbesteding en artij Hrl daarmee de interesse voor de amateurkunst afneemt. Welke financiële gevolgen heeft deze trend verschillende culturele organisaties hoger dat de begrotingen van de afgelopen jaren. voor de bestaande cultuuraanbieders in de stad en welke negatieve financiële tegenvallers kunnen we op grond van deze trend verwachten voor het jaar 2023. We denken hier onder andere aan een eventueel tekort op de exploitatie begroting van bijvoorbeeld het Cultuurhuis, De nieuwe Nor en het Theater. Bovenstaand geconcludeerd hebbende. 13.2 Heeft het college rekening gehouden in deze begroting met eventuele tekorten van deze en andere van gemeentelijke subsidie afhankelijke cultuur aanbieders ? En zo ja welke voorzieningen heeft het college hiervoor getroffen?

In de begroting is rekening gehouden met een indexering.

13.3 Waarom word op pagina 78 geen courante ( jaar 2020 en jaar 2021) bezoekers aantallen genoemd? En kunnen deze nog aangevuld worden inclusief de aantallen tot en met 1 Oktober 2022?

De meest recente cijfers die bij ons bekend zijn, zijn toegevoegd in onderstaande tabellen. Hierin is de impact van corona duidelijk zichtbaar.

26 Jongerenp 14.Verder zien we in de begroting cultuur pagina 85 dat de baten fors afnemen en er ongeveer artij Hrl 1,3 Miljoen extra lasten toegevoegd worden voor 2023.Hoe verhoud zich dit tot de afnemende interesse in het cultuuraanbod?

Verschuivingen in onze archieftaken beïnvloeden onze baten. En onder meer hogere kapitaallasten verhogen onze lasten. De coronacrisis heeft de culture-le sector hard geraakt. Ook andere ontwikkelingen hebben een impact. We blijven investeren in het versterken en uitbreiden van het cultuurklimaat. We bieden ruimte voor vernieuwing en blijven de hoge kwaliteit bewaken.

Hiervoor hanteert de gemeente de regels van de Algemene Subsidieverorde-ning met betrekking tot de maximale stand van het eigen 27 Jongerenp 15.Tijdens de corona periode hebben diverse cultuur aanbieders forse subsidiebedragen artij Hrl ontvangen en hebben doordat ze deze gelden vaak grotendeels niet hoefden te besteden forse vermogen. positieve resultaten op hun jaarrekening kunnen overleggen. Op welke wijze gaat het college met deze cultuur aanbieders om en is het denkbaar en mogelijk dat deze aanbieders eerst deze opgebouwde reserves dienen aan te spreken alvorens vanuit de gemeente nieuwe subsidies te ontvangen? 28 Jongerenp 16.Welke financiële implicaties heeft de kandidaatstelling voor Heerlen als culturele hoofdstad in artij Hrl 2033? Wat kost het opstellen van de projectorganisatie en een projectleider per jaar? En welk raadsbesluit ligt aan het wel of niet kandidaat stellen voor dit evenement ten grondslag? Is het gezien de krapte qua personeel in de organisatie en de urgentere prioriteiten niet voor de hand liggend hiervan af te zien? En dit eerst (opnieuw) aan de raad voor te leggen?

In 2023 wordt door een projectleider onderzocht wat de financiële implicaties zijn. De kosten voor het aanstellen van een projectleider zijn opgenomen in de begroting 2023 en volgende jaren. Hiervoor is 50.000 euro per jaar be-schikbaar gesteld. Deze ambitie past binnen de koers die Heerlen heeft ingezet met het recente coalitieakkoord. In eerste fase zal een projectleider de mogelijkheden onderzoeken. We nemen u t.z.t. graag mee in de voortgang en in het besluitvormingsproces.

29 Jongerenp 17.Is het gezien het ongunstige economische klimaat niet verstandiger eerst de artij Hrl bezoekersaantallen van een vernieuwd zwembad in Hoensbroek af te wachten voordat men een nieuw zwembad toe gaat voegen in het centrum? En is er ook een voorziening opgenomen voor het verder onderzoeken van het openbaar zwemmen in de zuidplas dat als de veelgevraagde buiten zwemlocatie voor de hand ligt?

We zijn overtuigd van de meerwaarde van het Centrumbad, onder andere vanwege de samenhang met Zwembad Hoensbroek. Het nieuwe zwembad staat dan ook niet ter discussie.

30 Jongerenp 18.Op pagina 83 word 200.000 begroot voor Led-verlichting op onze sportvelden. Welke artij Hrl sportvelden exact worden bedoeld? En welke zijn al voorzien van led verlichting? En is het vervangen van alle bestaande verlichting af te dekken met de begrootte € 200.000?

De verlichting van alle sportparken wordt op dit moment geïnventariseerd waarbij bekeken wordt welke LED verlichting nodig is en wat de kosten van vervanging zijn. De uitkomst van de inventarisatie zal duidelijkheid geven in hoeverre het bedrag van €200.000 toereikend is om de verlichting van alle sportvelden om te vormen.

Vooralsnog is er geen voorziening opgenomen voor verder onderzoek van het openbaar zwemmen in de Zuidplas. Op het moment dat het proces daar aanleiding toe geeft, zullen wij hiervoor een voorstel doen aan de raad.

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

Vraag:

31 Jongerenp 19.Op onder andere pagina 141 staat dat we de implementatie van de omgevingswet stevig op artij Hrl gaan pakken. Nu zeer recent is gebleken dat deze uitgesteld word zijn we benieuwd welke gevolgen dit voor de gemeente heeft en of dit uitstel niet in ieder geval voor de eerste 2 kwartalen van het jaar tot een personele kostenbesparing leid? Verder zijn we benieuwd of het denkbaar en mogelijk is om de ingeplande capaciteit van de ambtenaren voorlopig in te plannen op meer urgentere zaken. Denk hierbij op het accelereren van de nieuwbouw, verbouw van woningen of het versnellen van de huidige vergunningprocedures.

Antwoord:

Het uitstel van de Omgevingswet voor de periode van een half jaar betreft nu nog een voorstel van de minister aan de Eerste Kamer. De minister gaat naar verwachting op 1 november a.s. hierover in gesprek met de Eerste Kamer. Aan de hand van de resultaten van dit gesprek wordt naar verwachting het Koninklijkbesluit, dat nu de invoering op 1 januari 2023 regelt, ingetrokken en volgt er een nieuw Koninklijkbesluit met de invoerings-datum op 1 juli 2023 wordt. Het uitstel is nu dus nog niet definitief. De aanleiding van de minister voor het voorgestelde uitstel is dat dat het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) nog niet volledig ketenbreed is getest, en bevoegde gezagen onvoldoende hebben kunnen oefenen. Dit geldt ook voor Heerlen. De minister stelt in zijn voorstel voor dat de extra tijd bedoeld is als extra test- en oefentijd. Heerlen heeft deze tijd ook nodig en zal hier zijn inzet aan moeten leveren, zodat medewerkers vertrouwen krijgen in het DSO, er in voldoende mate mee kunnen werken en de inwoner gedegen advies erover kan geven. Deze inzet zal niet leiden tot een personele besparing. Daarnaast verandert een mogelijk uitstel niets aan de termijnen waarbinnen de transitie van de Omgevingswet moet plaatsvinden. Gemeentes moeten in 2025 beschikken over een vastgestelde omgevingsvisie en op 31 december 2029 over een omgevingsplan.

Daarnaast moet ook de transitie van de Omgevingswet gereed zijn waardoor we volledig kunnen werken volgens de gedachte van de Omgevingswet (zowel op gebied van toepassen van de instrumenten als ook op gebied van houding en gedrag). Hierdoor is het nodig om vast te houden aan de geraamde personele capaciteit.

Ouderenbeleid en Buurtgericht werken: 32 Jongerenp 20.Getuige het vergelijk ten opzichte van de begroting van vorig jaar vallen de volgende zaken artij Hrl op: Er word behoorlijk bezuinigd op ouderenbeleid, wonen, Economie,stedelijke ontwikkeling, Er is geen sprake van een bezuiniging. In het nieuwe MBP 2023-2026 zijn een aantal posten verschoven naar andere kernthema's. De buurtgericht werken. Niet alleen in absolute bedragen maar ook in relatie tot het percentage van Lokale inclusie agenda en Eenzaamheid zijn begroot op kernthema Sociale basisvoorzieningen, in de meerjarenraming van de vorige het de gehele begroting. Hoe verhoud zich dit tot de uitspraak dat er niet bezuinigd word? En hoe begroting waren beide posten opgenomen onder kernthema Ouderenbeleid. Ook vanuit kernthema Buurtgericht werken heeft er een verklaart u deze bezuinigingen in het licht van de enorme opgaves die er liggen rondom 1) de verschuiving plaatsgevonden naar ander kernthema middelen en heffingen. enorme bouwopgave die er voor ons ligt 2) de sterk vergrijzende samenleving, 3) en de naderende recessie? 33 Jongerenp 21.Er word geanticipeerd op een forse afname in de kosten voor de bijstandsuitkering, terwijl artij Hrl de signalen op recessie zich behoorlijk aftekenen. Ook het aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners is de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven.

Ondanks de nu nog ruim beschikbare werkgelegenheid ligt het voor de hand dat de uitkeringen in tijden van recessie fors toe gaan nemen. Ook de jeugdwerkeloosheid loopt in tijden van recessie vaak op. Welke maatregelen kan het college aanwenden om eventuele tegenvallers op dit vlak te ondervangen en heeft het college een plan van aanpak wanneer een tegenvallend scenario op dit vlak zich voordoet?

In de begroting 2023 is het BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzienin-gen Gemeenten) budget neutraal opgenomen. D.w.z. het (voorlopig) bijstands-budget (officieel BUIG) van het Rijk wordt in de begroting volledig ingezet om de bijstandsuitkeringen te betalen. Wij houden in de begroting rekening met risico’s sociaal domein, deze zijn onderdeel van ons weerstandvermogen. M.b.t. de BUIG hebben we zowel aan de batenkant alsook aan de lastenkant te maken met ontwikkelingen die zowel negatief als positief kunnen uitvallen. Bij macro-economische positieve of negatieve ontwikkelingen beweegt óók het macro-budget mee. Dit betekent ook dat bij dergelijke ontwikkelingen de inkomsten- alsook de uitgaven-kant meebewegen. De in de begroting gehan-teerde budgettaire neutraliteit is dus per saldo een reëel en voorzichtig uitgangspunt In 2021 hebben we ruim 5 mln euro overgehouden op de rijksmiddelen BUIG en dit jaar zien we onze bijstandsaantallen maandelijks teruglopen. Er is dus nog geen sprake van een tegenvallend scenario. Wij houden hier uiteraard wel rekening mee door wekelijks onze aantallen te monitoren en landelijke ontwikke-lingen te volgen. In de tussenrapportages (zomernota en novembernota) nemen we de Raad mee in de financiële afwijkingen en de forecast naar het jaareinde. Wij werken ontschot. Dit betekent dat alle mee- en tegenvallers t.g.v./t.l.v.

de algemene middelen dan wel de algemene reserve komen.

34 Jongerenp 22.Pagina 95 geeft u aan dat de ontwikkeling van schuldhulpverlening naar aanleiding van de artij Hrl fors gestegen energieprijzen onzeker is. Heeft het college een voorziening in de begroting getroffen voor eventuele tegenvallers in de schuldhulpverlening en is de formatie gebudgetteerd op een oplopende vraag van diensten?

Voor Schuldhulpverlening krijgen we geen specifieke uitkering. Dekking zit in het Gemeentefonds. In onze begroting is de (meerjaren)begroting van de Kredietbank Limburg verwerkt. Evenals het budget voor het loket schuldhulpverlening. In de tussenrapportages (zomernota en novembernota) nemen we de Raad mee in de financiële afwijkingen en de forecast naar jaareinde. Alle mee- en tegenvallers komen t.g.v./t.l.v. de algemene middelen dan wel de algemene reserve.

35 Jongerenp 23.Pagina 95 Waarom zou de aanpassing van de eigen bijdrage WMO voor Heerlen niet artij Hrl budgetneutraal zijn en voor andere gemeentes wel?

Het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage in de WMO. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025. De bijdrage uit de algemene uitkering wordt vanaf 2025 met € 700.000 verlaagd. Het kabinet gaat ervan uit dat dit budgettair neutraal verloopt voor de gemeentes omdat er inkomsten uit de eigen bijdrages van burgers tegenover staan. Heerlen kent echter een vrijstelling van de eigen bijdrage WMO voor een groot aantal cliënten (minimabeleid). Er is een risico dat de nieuwe regeling voor Heerlen niet budgettair neutraal zal zijn.

36 Jongerenp 24.Pagina 95, de fors stijgende kosten van de WMO worden deels verklaard door de artij Hrl aanzuigende werking van het abonnement tarief. Hoe denkt het college de kosten hierop langjarig beheersbaar te houden en welke maatregelen neemt het college om deze kosten enigszins betaalbaar te houden?

Wij houden de kosten zo beheersbaar mogelijk door aan de voorkant strak (doch rechtvaardig) te indiceren, waar mogelijk hercontroles uit te voeren op reeds verstrekte voorzieningen en in te zetten op de eigen kracht en de steunstructuren die mensen in het voorliggend veld hebben. Het is een landelijke trend dat de gemeentelijke uitgaven aan de WMO opnieuw zijn gestegen. De VNG dringt er nog steeds bij het rijk op aan om gemeenten volledig te compenseren voor de meerkosten die het gevolg zijn van het invoeren van het abonnementstarief.

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

Vraag:

37 Jongerenp 25.De kosten voor onder andere de maatwerkvoorzieningen lopen fors op de komende jaren artij Hrl op, voor hulp bij het huishouden als gevolg van het abonnementstarief fors toegenomen.Terwijl het college ook de ambitie heeft om partners minimaal 14 euro te betalen. Welke impact gaat deze ambitie op per 2024 op de kosten hebben? En heeft men hier in de meerjarenbegroting al rekening mee gehouden? En zo niet waarom niet?

Antwoord:

In de begroting is de ambitie om partners minimaal 14 euro te betalen financieel meegenomen voor Werk voor Heerlen. Voor alle overige contracten verwerken we deze ambitie op het moment dat contracten aflopen en nieuwe contractafspraken volgen (vooralsnog opgenomen als pm post, zie paragraaf 4.2 Ontwikkellingen)

De voorzieningenwijzer richt zich op alle inkomensverruimende voorzieningen. Dit betreffen landelijke (bijv. Toeslagen, 38 Jongerenp 26.De begroting geeft in meerdere delen van de begroting aan dat via de voorzieningwijzer artij Hrl veel meer burgers bewust willen maken van de voorzieningen waar deze burgers recht op Zorgverzekeringen), provinciale (bijv. Kwijtschelding Waterschapsheffing) en gemeentelijke regelingen (bijv. het kindpakket, Fit&Fun). hebben. Er bestaat de indruk dat een groot deel van de burgers geen gebruik maakt van de We hebben dan ook maar voor een beperkt deel zicht op de mate van onderbenutting. Monitoring ten aanzien van de gemeentelijke voorzieningen die er voor ze zijn. Kan het college de aantallen burgers die geen gebruik maakt regelingen vindt maandelijkse plaats aan de hand van financiële rapportages. In de tussenrapportages (zomernota en novembernota) van de voor hun bedoelde voorzieningen en kan het college dan ook kwantificeren welke nemen we de Raad mee in de financiële afwijkingen en de forecast naar jaareinde. Alle mee- en tegenval-lers komen t.g.v./t.l.v. de financiële impliciaties het zou hebben wanneer al deze burgers wel aanspraak zou maken op deze algemene middelen dan wel de algemene reserve. voorzieningen? 39 Jongerenp 27.Er word fors bezuinigd op het arbeidsmarktbeleid, terwijl de ambities groot zijn.

Getuige de artij Hrl meerjarenbegroting worden hier ook structureel fors minder middelen ter beschikking gesteld. Waarop is deze bezuiniging gebaseerd en op welke wijze gaat dit de participatie verhogen?

De kosten voor arbeidsmarktbeleid lopen de komende jaren inderdaad af. Deze kostendaling is het gevolg van een lagere bijdrage die WOZL en WSP van de gemeente vragen in hun meerjarenbegroting. We bezuinigen niet op arbeidsmarktbeleid.

40 Jongerenp 28.Op pagina 257 zien we specifiek dat de doorwerking van het minimumtarief van €14- per artij Hrl uur als pm gekenmerkt staat. Wat moeten we hieruit opmaken? Heeft de gemeente geen overzicht van de kosten van het toepassen van dit minimumloon? Kan het college dit niet inventariseren tenminste voor het begrotingsjaar 2023. We zien dat het uurtarief voor mensen die voor werk voor Heerlen aan de slag gaan ook al op 14 euro per uur begroot word wat vervolgens tot een additionele structurele kostenpost van 950.000 jaarlijks met zich meebrengt. Hoe denkt het college dat deze mensen op grond van hun inkomen bij werk voor Heerlen nog gestimuleerd worden om uiteindelijk in de arbeidsmarkt een baan te gaan zoeken? En is het college nog van mening dat de werkvoorziening Werk voor Heerlen niet primair bedoeld is om mensen klaar te stomen voor de reguliere arbeidsmarkt? Welke risico’s op terugval in uitstroom denkt het college hiermee te nemen?

Doorwerking van het minimumtarief van € 14 per uur staat op pm omdat we dit minimumtarief invoeren bij nieuwe contracten die we aangaan. Per contract bekijken we of er financiële consequenties zijn en zo ja, hoe groot die consequenties zijn. De impact daarvan kunnen we nu niet goed inschatten, mede ook als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon per 1-1-2023.

41 Jongerenp 29.Op pagina 257 zien we dat er een bedrag van 500,000 euro jaarlijks gereserveerd is voor de artij Hrl NPHLN terwijl de voortzetting Sociaal veilig heerlen noord in 2023 750.000 en vervolgens jaarlijks 1.000.000 euro jaarlijks gereserveerd word. Hoe verhouden deze bedragen zich tot elkaar? Kunnen we stellen dat Sociaal veilig Heerlen Noord een onlosmakelijk onderdeel is van het programma Heerlen Noord? En zijn er nog andere programma’s en budgetten die onlosmakelijk met het programma Heerlen Noord verbonden zijn? Zo ja kunnen deze dan in zijn totaliteit bij elkaar opgeteld worden om de totale investeringen in Heerlen Noord helder op het netvlies te krijgen?

Met de inzet op sociaal-veilig geeft gemeente Heerlen een belangrijke bijdrage en invulling aan het NPHLN thema Leefbaarheid en Veiligheid. Met het bedrag van € 750k in 2023 en € 1.000k in verdere jaren kunnen we de huidige aanpak sociaal-veilig in de drie focusbuurten continueren. Het bedrag van € 500k is bedoeld als impuls voor het NPHLN. Met dit integraal projectgeld kunnen initiatieven worden aangejaagd en kunnen we partners stimuleren om mee te investeren in Heerlen-Noord. Met € 369k willen wij structureel extra uitvoeringskracht geven aan schoon en heel voor Heerlen-Noord, als bijdrage aan het thema Gezondheid en Leefomgeving.

42 PHB

blz 25 beleidsindicatoren verhouding formatie-bezetting 2018 10.8 versus 10.8 2019 10.6 versus 10.5 2020 10.4 versus 10.0 2021 10.45 versus 9.49

43 PHB

Oftewel voor 2021 is het verschil tussen formatie en bezetting per 1000 inwoners bijna 1 hoe moeten we dit duiden? Blz 93 beleidsindicatoren Onder kopje banen staan cijfers die volgens mij geen % zijn

Een contract bij WerkvoorHeerlen is altijd tijdelijk (maximaal 2 jaar) en dient als ontwikkelinstrument. Hierna stromen kandidaten uit naar de reguliere arbeidsmarkt. Het is niet mogelijk om langer dan 2 jaar een ontwikkelcontract te hebben bij WerkvoorHeerlen. Het college is nog steeds van mening, dat de activiteiten van WerkvoorHeerlen, naast de onderhoudswerkzaamheden, bedoeld zijn om mensen te begeleiden richting reguliere arbeidsmarkt. Het college verwacht door het hanteren van het minimumloon van 14,-- geen terugval in de uitstroom.

Hoofdoorzaak is dat er in de laatste jaren steeds meer krapte op de arbeidsmarkt is ontstaan. In 2021 is het daarom binnen de arbeidsmarkt moeilijk om alle openstaande vacatures in te vullen. Hierdoor is de bezetting lager dan de formatie. In bepaalde gevallen wordt dan gekozen voor externe inhuur. Doel daarbij is het realiseren van (tijdelijke) capaciteit om de aan de organisatie gestelde opgaven te realiseren.

in de eerste grafiek “Banen” staan inderdaad geen percentages. Het betreft hier aantallen. De juiste omschrijving voor de grafiek is “Banen per 1000 inwoners van 15-64 jaar”.

Technische, financiële, informatieve en procesmatige vragen inzake MBP 2023-2026 / Begroting 2023 Nr.

Partij

44 PHB

Vraag:

Antwoord:

Blz 174: gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishouden afvalstoffenheffing tekst blz 170: vastrecht stijgt met 2.82% rest blijft gelijk.

Het staatje klopt niet. In de bedragen (OZB-Afval en Riool) onderin het staatje heeft abusievelijk een verschuiving in de jaren plaatsgevonden. Het totale bedrag klopt wel. De cijfers (OZB-Afval en Riool) genoemd bij 2023 zijn van 2022, 2022 in het staatje betreft 2021 en zo verder. De bedragen van 2023 staan er niet in. Hieronder het juiste staatje.

Echter in het staatje van afval meerpersoonshuishoudens staat bij afval 2022 309.17 euro versus 2023 333.14 euro genoemd. Oftewel een stijging van 8% !!! (ipv 2.82%) graag uitleg hierover

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=1dcc702a-ac5b-4b7f-a97f-47e798303bf0