CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening re-integratie participatiewet gemeente Heerlen 2023

Commissie Economie, Bestuur en Financiën 6 februari 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Verordening re-integratie Participatiewet gemeente Heerlen 20234.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 19 april 2023

VERORDENING RE-INTEGRATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE HEERLEN 2023

Vastgesteld door:

De raad van de gemeente Heerlen,

Datum:

Gemeenteraad van Heerlen

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 januari 2024 gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vijfde lid en zevende lid, van de Participatiewet, artikel 36 IOAW en artikel 36 IOAZ; gezien het advies van de commissie Economie, Bestuur en Financiën van de raad 16 januari 2024 besluit vast te stellen de verordening Re-integratie Participatiewet gemeente Heerlen 2023. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek, omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren ; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10a van de wet; praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder ook wordt begrepen persoonlijke

ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken;

Pagina 2/14 -

-

-

werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van de wet, met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; wet: Participatiewet.

HOOFDSTUK 2 Artikel 2

BELEID EN EVALUATIE

Evenwichtige verdeling en evaluatie

1. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 2. Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk.

HOOFDSTUK 3

VOORZIENINGEN

Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan aan personen die behoren tot de doelgroep en werkgevers voorzieningen bij participatie bieden voor zover deze voorzieningen naar het oordeel van het college voor de participatie noodzakelijk zijn. Deze voorzieningen kunnen bestaan uit: a. sociale activering b. verbetering basisvaardigheden c. scholing d. participatieplaats e. participatievoorziening beschut werk f. basisbaan g. persoonlijke ondersteuning bij werk h. loonkostensubsidie kwetsbare werknemers i. uitstroompremie j. premie ontwikkeltraject WerkvoorHeerlen k. werk met behoud van uitkering/proefplaats 2. Het college houdt bij het aanbieden van voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op: de individuele mogelijkheden, competenties en capaciteiten, en de mogelijkheid dat de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, of gebruik maakt van de voorziening beschut werk, en op zorgtaken van die persoon. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:

Pagina 3/14 a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 3. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon voor wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 4. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.

de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt naar het oordeel van het college niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af, zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Artikel 4

Sociale activering

1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.

Pagina 4/14 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 5 Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor duurzame arbeidsinschakeling. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7 lid 3 onderdeel a van de wet. 3. Het college kan nadere regels vaststellen voor scholing als bedoeld in het eerste lid. Artikel 6 Verbetering basisvaardigheden 1. Het college kan aan personen die behoren tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van de verbetering van basisvaardigheden. 2. Onder verbetering van basisvaardigheden wordt verstaan het volgen van een traject om de taal- reken- en/of digitale vaardigheden te verhogen. Artikel 7 Participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3.

De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 200 per kalenderjaar, mits aantoonbaar voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 4. De periode waarover iemand in aanmerking kan komen voor de premie bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt ten hoogste 2 jaar. 5. De premie kan twee maal per jaar worden aangevraagd over het tijdvak 1 januari tot en met 30 juni en over het tijdvak van 1 juli tot en met 31 december. Artikel 8

Participatievoorziening beschut werk

1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. sociale activering als bedoeld in artikel 4; c. scholing als bedoeld in artikel 5; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 10; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Pagina 5/14

Artikel 9 Basisbaan 1. Het college kan aan personen met recht op algemene bijstand een basisbaan aanbieden. 2. Het doel van de basisbaan is personen die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn naar reguliere arbeid tegen minimumloon additioneel werk te laten verrichten. 3. Het college plaatst de persoon alleen als met zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien met zijn plaatsing geen verdringing van reguliere arbeid plaatsvindt. 4. Het college draagt er zorg voor dat de basisbaan wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die zowel door het college, de werkgever als de persoon wordt ondertekend. Artikel 10

Persoonlijke ondersteuning bij werk

1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 4. Artikel 11

Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers

1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 4, verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 50% van de loonkosten gedurende maximaal 12 maanden respectievelijk 24 maanden ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende 12 maanden geen regulier betaald werk heeft gehad b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan 55 jaar, of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten 24 maanden werkloos is geweest. 5. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk. Artikel 12

Uitstroompremie

1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie van € 1.500 toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen

Pagina 6/14 geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op Participatiewetuitkering aangewezen is geweest. 3. Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste 12 maanden. 4. De premie kan worden aangevraagd vanaf de 13e maand na de indiensttreding en moet binnen 18 maanden na de indiensttreding zijn aangevraagd. Artikel 13 Premie Ontwikkeltraject WerkvoorHeerlen 1. Het college kan aan rechthebbenden een premie deelname ontwikkeltraject WvH toekennen ad € 1 per gewerkt uur met een maximum van € 120 per maand. 2. De premie kan twee maal per jaar worden aangevraagd over het tijdvak 1 januari tot en met 30 juni en over het tijdvak van 1 juli tot en met 31 december. 3. De aanvraag voor de premie deelname ontwikkeltraject WerkvoorHeerlen dient door het college te zijn ontvangen binnen 3 maanden na het ontstaan van het recht. 4. De periode waarover iemand in aanmerking kan komen voor de premie deelname ontwikkeltraject WerkvoorHeerlen bedraagt ten hoogste 1 jaar. Artikel 14 Werk met behoud van uitkering/proefplaats 1.

Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaatsing is het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie of de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e.

de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.

Pagina 7/14 5.

6.

Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.

Hoofdstuk 4. Specifieke bepalingen Artikel 15 Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet ambtshalve of op aanvraag loonkostensubsidie aan de werkgever die een dienstbetrekking aangaat met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.

Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Artikel 16 Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van WSP Parkstad of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. Artikel 17

Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.

Pagina 8/14 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaard uitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 18

Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever.. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college onderzoekt zo spoedig mogelijk maar in elk geval binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. Het college wint een deskundig oordeel en advies in, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. 7.

Het college legt binnen 5 werkdagen na afronding van het onderzoek de uitkomsten vast in een onderzoeksverslag. 8. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon en, indien van toepassing, aan de werkgever. Artikel 19

Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan:

Pagina 9/14 a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt ve strekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag en onder welke voorwaarde de subsidie wordt verstrekt; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft. Artikel 20

Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 21 Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de kwaliteitseisen, zoals gesteld door het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de loonwaardemeting. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde loonwaardemeting afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. De gemeente biedt jobcoaches van WSP Parkstad en door de gemeente gecontracteerde jobcoaches met voorrang aan. Artikel 22 Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve of op aanvraag jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 16a tot en met 16c van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 16 tot en met 18 in deze verordening, worden verleend als:

Pagina 10/14 a.

de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. Artikel 24 Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. Artikel 25

Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt is conform de normbedragen voorzieningen van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 4. Het college brengt het bedrag voor een vervoersvoorziening dat de werknemer ontvangt van de werkgever in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 26

Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. Artikel 27 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.

Pagina 11/14 2. In beginsel kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd, als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.

Pagina 12/14 Artikel 28 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd, als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 29

Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht

1. De Verordening loonkostensubsidie 2015 Gemeente Heerlen wordt ingetrokken. 2. De Participatieverordening Gemeente Heerlen wordt ingetrokken. 3. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Participatieverordening Gemeente Heerlen, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit Participatieverordening Gemeente Heerlen voor de duur: a. van 12 maanden gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. 4. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De Participatieverordening Gemeente Heerlen blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid. Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 met terugwerkende kracht tot 1 juli 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Heerlen 2023. Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen van .

griffier,

voorzitter,

Pagina 13/14 Formulier algemene informatie Auteur: Janis Maas

Vastgesteld door:

Gemeenteraad van Heerlen

Officiële naam van de verordening:

VERORDENING RE-INTEGRATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE HEERLEN 2023

Citeertitel van de verordening:

Participatieverordening Heerlen 2023

Publiceertitel

Verordening van gemeente Heerlen houdende Verordening re-integratie participatiewet gemeente Heerlen 2023

Onderwerp van de verordening:

Implementatie Breed Offensief

Wettelijke grondslag:

Participatiewet

Afdelingscode:

Beleid Algemeen

Afdeling: Beleid Economie

Registratienummer van de verordening: Registratienummer collegevoorstel: Beleidsonderwerp

Werk

Datum inwerkingtreding:

1 februari 2024

Datum inwerkingtreding: Datum inwerkingtreding:

Andere datum

Datum terugwerkende kracht (t/m) (indien van toepassing

1 juli 2023.

Datum besluit/ondertekening: Geldig voor bepaalde duur: (ja/nee)

Nee

Algemeen verbindend voorschrift?

Ja

de verordening treedt in de plaats van:

Participatieverordening 2015 gemeente Heerlen

Registratienummer vorige verordening:

gmb-2014-72638

Onderstaande gegevens niet zelf invullen. Datum besluit intrekking: Datum publicatie intrekking: Datum inwerkingtreding intrekking

Pagina 14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=62213e69-cecb-4877-b28a-fd4751143b15