CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

SLM016368.RAP001.RO_Rondje Groeves_1.pdf

Raadsvergadering . (video) 22 juni 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen “rondje groeves, deelgebied West”15.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. een omgevingsvergunning voor de realisatie van het ‘Rondje Groeves - Vrieheide’ en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde in Heerlerheide te Heerlen

Gemeente Heerlen

IDN-codering: NL.IMRO.0917.OV020801W000002-0301 Status: ontwerp Datum: 12 november 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding Aanleiding Situering projectgebied Juridische status Planvorm Leeswijzer

4 4 5 6 9 9

2

Planologisch beleidskader Rijksbeleid NOVI Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Conclusie Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) Omgevingsvisie (ontwerp d.d. 25 augustus 2020) Mobiliteitsplan Limburg (2018) Regionaal beleid Structuurvisie Parkstad Limburg Gemeentelijk beleid Structuurvisie Heerlen 2035 Groenbeleidsplan Heerlense Mobiliteitsvisie Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017

10 10 10 12 13 13 13 13 16 18 19 19 22 22 23 25 27

3

Gebiedsbeschrijving Algemeen Ruimtelijke en functionele structuur

28 28 28

4

Planbeschrijving Het plan

30 30

5

Omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Geluid Water Europees en Rijksbeleid Regionaal en gemeentelijk beleid Gemeentelijk beleid Bodem Beleidskader Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming

35 35 36 36 36 38 38 39 39 42 42

2/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Soortenbescherming Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Geur Archeologie Beleidsnota archeologie Archeologische verwachtings- en beleidskaart Heerlen Cultuurhistorie Niet gesprongen explosieven Verkeer en Parkeren

44 51 52 52 53 53 53 54 56 57 57

6

Uitvoerbaarheid en Handhaving Handhavingsbeleid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

58 58 58 58

7

Overleg en Procedure Procedurestappen

59 59

Overzicht bijlage(n) Uitwerking plan Vrieheide (Bureau Verbeek) Quickscan Natuurwaarden Notitie Stikstofdepositie Vormvrije m.e.r. beoordeling Bodemonderzoek

3/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

1 Inleiding Aanleiding Het gebied tussen Heerlen, Brunssum en Landgraaf is een ontginningsgebied. Door de jaren heen is er bruinkool, steenkool en zilverzand gewonnen. Het winnen van zilverzand gebeurt nog steeds. De verschillende groeves, die als littekens in het landschap beschouwd kunnen worden, vormen een enorm fascinerend gebied dat echter ontoegankelijk is. Ook is het zicht op de groeves beperkt. Er zijn maar een paar plekken waar een glimp van de groeve kan worden opgevangen. Vanwege de fascinatie met het groevelandschap en het naderende einde van de zilverzandwinning is de tijd rijp om: • Het verhaal van dit fascinerende gebied beleefbaar te maken zodat mensen inzicht krijgen in de verschijningsvorm van het landschap en waardoor de gaten van de groeves zijn ontstaan; • (Ver)binding tussen de omliggende wijken en de groeves te creëren, zowel fysiek als mentaal. Door de ontoegankelijkheid van de groeves liggen de omringende woonwijken met de rug naar de groeves. De groeves vormen achterkanten en er zijn veel hekwerken aanwezig. Het einde van de winning betekent kansen voor het realiseren van verbindingen tussen groeve en woonwijk. Na jaren van winning en de soms daarbij behorende ‘overlast’ is er nu de kans om het nieuwe landschap en de omliggende wijken met elkaar te verbinden en bewoners een kans te geven om op een prettige manier te bewegen in hun directe omgeving.

IBA Parkstad en de gemeente Heerlen zijn daarom voornemens om recreatieve route door het groevelandschap tussen Heerlen, Brunssum en Landgraaf aan te leggen.

4/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Het initiatief betreft het aanleggen van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen. Er worden geasfalteerde en half verharde paden, bruggen en uitzichtpunten aangelegd. Bij de uitzichtpunten worden informatiepanelen, fietsbeugels en in sommige gevallen zitelementen geplaatst. Dit voornemen is in strijd met de voor deze gebieden vigerende bestemmingsplannen. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerlen is echter voornemens de recreatieve route mogelijk te maken door het verlenen van een Omgevingsvergunning voor het afwijken van de vigerende bestemmingsplannen conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. De gemeente heeft, vanwege de planning met betrekking tot de aanleg, ervoor gekozen om twee delen van het hele rondje in procedure te brengen, te weten: 1. Het plan ‘Vrieheide’: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Beaujean, dat loopt vanaf de Roebroekerweg tot aan de rotonde aan de Unolaan. Tevens behoort de brug over de Bruinkoolweg (nabij de visvijver Heksenberg) ook tot dit plan; 2. Het plan Sibelco: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Sibelco, dat start ten noorden van de Euregioweg bij de Tiegelstraat en loopt via de Heideveldweg tot aan de Koolkoelenweg.

Deze Omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing ziet toe op het wijzigen van het gebruik en uitvoeren van de werkzaamheden binnen het plan ‘Vrieheide’. Situering projectgebied Het plangebied is gelegen binnen het stadsdeel Heerlerheide en van de gemeente Heerlen. Voor het grootste deel ligt het plan binnen de buurt Heksenberg, maar aan de rand van deze buurt raakt het plan ook de buurt Vrieheide-De Stack. De brug over de Bruinkoolweg is gelegen binnen het de buurt Rennemig-Beersdal. Het tracé is ongeveer 600 meter lang. De zuidelijke grens is gelegen de Roebroekweg. Van hieruit loopt het tracé over het terrein van de groeves Quaedvlieg en Beaujean (Heksenberg) richting de noordelijke grens om bij de rotonde aan de Unolaan te eindigen. Om vanaf de Koolkoelenweg en over de Bruinkoolweg tot aan het bovengenoemd deel van het tracé te komen, moet ter plaatse van dit kruispunt hoogteverschil worden overbrugd. Om dit te kunnen doen, moet een brug over de Bruinkoolweg worden gerealiseerd, zodat aan de westzijde van de nieuwe brug een verbinding met de onderliggende weg kan worden gerealiseerd. Voor de beschrijving van het totaalplan wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Op het volgend overzichtskaartje is het tracé en de locatie van de brug in rood weergegeven.

5/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - Ligging projectgebied Juridische status De gronden van het plangebied Vrieheide zijn gelegen in diverse bestemmingsplannen en beheersverordeningen met daarbinnen diverse bestemmingen, te weten: • de beheersverordening ‘Snipperlocaties’ d.d. 7 januari 2014; o Bedrijf – Groeve o Recreatie • het facetbestemmingsplan ‘Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen’ d.d. 30 mei 2018; o Regeling stedenbouwkundige bouwvoorschriften • het bestemmingsplan ‘Geconsolideerde versie Heerlerheide Oost’ d.d. 1 april 2015. o Groen o Verkeer – Verblijfsgebied • het bestemmingsplan ‘Heerlerheide Noord’ o Verkeer - Wegverkeer 6/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding – Uitsnede plankaart (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

7/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding – Gecombineerde uitsnede plankaart (bron: Beheersverordening Snipperlocaties) 8/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Strijdigheid met het vigerend bestemmingsplan Het plan is in strijd met de beheersverordening Snipperlocaties ter plekke van de groeve Beaujean (gelegen tussen de Unolaan/Roebroekerweg, zoals weergegeven op bovenstaande afbeelding). Tevens is het plan in strijd met het ‘Stedenbouwkundige bepalingen Heerlen’ ter plekke van te realiseren brug. Er is een strijdigheid met zowel de gebruiksvoorschriften, aangezien het geen bedrijfsmatig gebruik is wat hier uitsluitend is toegestaan, en de bouwvoorschriften. Om het initiatief mogelijk te maken dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld. Planvorm Als onderdeel van de aanvraag Omgevingsvergunning dient een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ te worden opgesteld, waarin het plan, de beleidsmatige en ruimtelijkstedenbouwkundige afwegingen ten behoeve van de realisatie van het plan dienen te zijn verwoord. Het voorliggend document bevat deze goede ruimtelijke onderbouwing. De procedure voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsplannen is geregeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c / 2.12, eerste lid onder a, sub 3° Wabo. Leeswijzer In hoofdstuk 1 heeft de inleiding van het plan en deze ruimtelijke onderbouwing reeds plaatsgevonden. Hoofdstuk 2 bevat een opsomming van de planologische beleidskaders bestaande uit Europees- en Rijksbeleid, Provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid.

In Hoofdstuk 3 wordt het plangebied beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het plan waarvoor deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld. Hoofdstuk 5 gaat in op de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hoofstuk 6 beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de Omgevingsvergunning. Hoofdstuk 7 geeft ten slotte een beeld van de te doorlopen procedure.

9/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

2 Planologisch beleidskader Rijksbeleid NOVI Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) anticipeert reeds op de Omgevingswet, die naar verwachting medio 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.

Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.

We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen.

10/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Conclusie Het voorliggend project voorziet in de aanleg van een wandel-/fietspad en diverse bouwwerken geen gebouwen zijnde op het gronden die tot twee groeves behoren en een brug over de Bruinkoolweg. Het plan dient ter versterking van de leefomgeving en versterking van de quality of life. Het voornemen sluit aan bij aan de uitgangspunten van het NOVI.

11/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uiteindelijk zal de gewijzigde Ladder via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. 2.1.2.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan.

Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en Leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Er dient nadrukkelijk te worden gemotiveerd en afgewogen, met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt, of voldaan wordt aan de Ladder. 2.1.2.2 Conclusie Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO). Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: '… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Het plan voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en een brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen. De beoogde ontwikkeling wordt niet beschouwd als een nieuwe

12/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Een toetsing aan de Ladder is daarom niet aan de orde. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • rijksvaarwegen; • mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • defensie; • hoofdwegen en landelijke spoorwegen; • elektriciteitsvoorziening; • buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; • ecologische hoofdstructuur; • primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); • erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie De voorliggende omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg. De gronden zijn niet gelegen binnen aangewezen beschermde gebieden. Met de voorliggende ontwikkeling worden geen nationale belangen geschaad.

Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014), met bijbehorend plan-MER, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma zijn op 12 december 2014 door Provinciale Staten vastgesteld. Dit als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Op 11 november 2016 heeft Provinciale Staten de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Op onderdelen is de omgevingsverordening gewijzigd (op 31 maart 2017 Wijzigingsverordening hoofdstuk 3 Natuur), (21 december 2017 Wijzigingsverordening paragraaf 2.13 zilvergroene natuurzone), (Wijzigingsverordening regels in zake geothermie en Wijzigingsverordening 3.1 Veehouderijen en Natura 2000), (14 december 2018 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 Paragraaf 2.4 Bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014), (30 augustus 2019 Omgevingsverordening Limburg 2014 wijziging begrenzing Goudgroene, Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschaps zone) en (22 november 2019 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 par. 2.14 Houden van geiten).

13/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om ernaartoe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL2014 kwaliteit centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 2.2.1.1

Omgevingsverordening Limburg

In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. Ook ten aanzien van de bronsgroene landschapszones, de zones rondom natuurbeken en het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg bevat de Omgevingsverordening diverse beschermende regels. Ook bevat de omgevingsverordening o.a. regels omtrent het opnemen van reserveringszones langs spoorwegen en provinciale wegen.

Deze zones dienen vrij te blijven van bebouwing met het oog op een toekomstige verbreding, spoorverdubbeling, het toevoegen van een parallelvoorziening, elektrificatie, of het anderszins uitbreiden of verbeteren van deze provinciale weg of spoorweg. In de verordening is daarnaast onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaand stedelijk gebied (overeenkomstig de ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en

14/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. Een belangrijk onderdeel van het POL2014 betreft de opgave voor de drie regio's Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. De bestuursafspraken voor Zuid-Limburg zijn vastgelegd in de 'Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Zuid-Limburg' d.d. 12 april 2016. Hierin zijn afspraken vastgelegd t.a.v. de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie. Tevens zijn de thema's energie, landschap en landen tuinbouw hierin besproken. In de Omgevingsverordening Limburg zijn deze bestuursafspraken vervolgens verankerd. Plan specifieke aspecten De ontwikkeling is gelegen binnen de zone ‘Buitengebied’. Op het onderstaande kaartje is een uitsnede van de bij het POL2014 behorende kaart 'Zonering Limburg' weergegeven. Het wandel-/fietspad is hierop in rood aangegeven.

Afbeelding - Uitsnede algemene zoneringskaart POL2014 geconsolideerd: gebied Heerlerheide en omgeving (Kaart 1 Zonering Limburg)

15/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Buitengebied Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het zijn alle andere gronden in het landelijk gebied buiten de natuur- en landschapszones. In deze zone is ruimte voor de ontwikkeling van landbouw, tuinbouw en de vrijetijdseconomie. Het accent is gelegd op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw, het terugdringen van milieubelasting vanuit landbouw en het bereiken van goede kwaliteit en goed functioneren van de ondergrond. Conclusie Het plan voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en een brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad. Met het plan wordt het toeristisch (fiets)gebruik gestimuleerd, hetgeen enerzijds goed is voor het milieu en anderzijds ervoor zorgt dat de gronden om de groeves beleefbaar worden gemaakt. De gronden zijn gelegen in de zone ‘Buitengebied’ en het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten die voor deze zone zijn geformuleerd. Het plan leidt niet tot aantasting van het onder andere in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgelegd beleid. Omgevingsvisie (ontwerp d.d.

25 augustus 2020) Op 25 augustus 2020 is het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld (ter inzage van 7 september tot en met 18 oktober 2020). Hierin is voor de periode 2021 tot 2030-2050 aangegeven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij naar een balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt (na definitieve vaststelling) het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De provincie heeft drie hoofdopgaven geformuleerd: • Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, in stedelijk/bebouwd en landelijk gebied; • Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouwtransitie; • Klimaatadaptatie en energietransitie. In onderstaande afbeelding is een uitsnede te zien van de kaart bij de ontwerp-omgevingsvisie. Ook hierop is het wandel-/fietspad en de brug in de zone ‘Buitengebied’ gelegen en in rood aangegeven.

16/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - uitsnede kaart ontwerp-Omgevingsvisie Limburg Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en MiddenLimburg is, rekening houdend met de droogtegevoeligheid en de kwaliteit van de grondwatervoorraden, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, rekening houdend met de ruimteclaims vanuit de verschillende transitieopgaves. De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van natuur Voor wat betreft het onderwerp 'Landschap' gaat het om: Het bouwen en versterken van de kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgs Landschap, waaronder de groenblauwe mantel, (verbrede) Nationale Parken, Nationaal Landschap Zuid-Limburg en stad-landzones. Ontwikkelingen binnen de ruimte van het beleid voor de verschillende thema's zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden.

Conclusie Ondanks de gewijzigde naamgeving van bepaalde waardevolle gebieden, is het inhoudelijke beleid voor deze gebieden voor wat betreft natuur en landschap niet, dan wel niet wezenlijk

17/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

gewijzigd. Voor wat betreft de beoordeling van het bestemmingsplan op basis van de nieuwe omgevingsvisie van de provincie wordt daarom verwezen naar de conclusies in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2. Mobiliteitsplan Limburg (2018) In het mobiliteitsplan Limburg (2018) bespreekt de Provincie de toekomstige opgaven en ambities op het gebied van mobiliteit, en de rol die zij daarin zal spelen in samenwerking met regionale, landelijke en internationale partners. De overkoepelende doelstelling is het creëren van een aantrekkelijke, leefbare en economisch krachtige provincie waarin mensen met plezier werken, wonen, recreëren en studeren. Omdat mobiliteit onlosmakelijk met deze doelstelling is verbonden stelt de Provincie zichzelf als doel om een toekomstbestendige, toegankelijke, slimme, schone en grenzeloze mobiliteit te creëren, zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen. In een aantal regionale opgaven zien we kansen voor mobiliteit. Deze opgaven sluiten aan op de ambities zoals geformuleerd in het coalitieakkoord: • de stedelijke gebieden aantrekkelijk en bereikbaar houden door bijvoorbeeld verschillende manieren van vervoeren aan te bieden en een verantwoorde keuze te bevorderen (multimodaliteit). • het platteland vitaal houden dankzij goede fysieke, maar ook digitale bereikbaarheid.

• de economie versterken dankzij de ontwikkeling van economische clusters zoals campussen en maakindustrie en we vergroten hun (onderlinge) bereikbaarheid. • een internationale koploper blijven in de groene logistiek, met Greenport Venlo als middelpunt. De logistieke sector is een belangrijke economische drager voor Limburg. • de vrijetijdseconomie versterken. Met recreatie en toerisme staat Limburg goed op de kaart, ook publiekstrekkers en evenementen maken Limburg aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers. Met deze doelen wil de provincie de basisvoorzieningen op orde houden door middel van goed beheer en onderhoud van het vervoersaanbod. De kwaliteit hiervan wordt verbeterd en het mobiliteitsnetwerk zal steeds aantrekkelijker gemaakt worden. Dit kan door vervoersmiddelen op een andere of betere manier te benutten en mensen uit te nodigen op een slimmere manier hun vervoer te kiezen. Er wordt dan ook geïnvesteerd in smart mobility. In de regionale uitwerkingen van dit Mobiliteitsplan heeft de provincie voor de regio Parkstad-Vaals de volgende mobiliteitsopgaven gesteld: Bereikbare steden • autoafhankelijkheid verminderen, afwaarderen wegen, aantrekkelijke alternatieven ernaast: kansen Buitenring, fietsaandeel vergroten; • netwerken verschillende modaliteiten goed aansluiten. Grenzeloze vrijetijdseconomie • Autobereikbaarheid is goed.

OV en fietsen kan beter, zowel binnen het stedelijk gebied van Parkstad als in relatie tot de omgeving (zowel in Nederland als in Duitsland).

18/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Vitaal platteland • Veiligheid: landbouwverkeer vs. fietsverkeer staat verder onder druk als de hoeveelheid landbouwverkeer groeit door schaalvergroting. In de mobiliteitsdoelen worden de volgende punten genoemd: Doorstroming • Netwerken verschillende modaliteiten goed op elkaar laten aansluiten. Duurzaamheid • autoafhankelijkheid Parkstad en omgeving verminderen; • fietsaandeel vergroten. Veiligheid • Fietsers scheiden van gemotoriseerd verkeer. Conclusie Het plan voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg. Door de aanleg van het wandel-/fietspad kunnen voetgangers en fietsers in de toekomst (gescheiden van het gemotoriseerd verkeer) het groevelandschap beleven. Ter plaatse van de brug over de Bruinkoolweg dient een hoogteverschil te worden overwonnen om de voetgangers en fietser het tracé dat vanaf de Koolkoelenweg komt te laten vervolgen over de Bruinkoolweg. Hiermee is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met het Mobiliteitsplan Limburg 2018 en is in lijn met de regionale uitwerking. Regionaal beleid Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft in 2009 een intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad'.

De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: • Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; • Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; • Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; • Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft.

19/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: 1. Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur: natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. 2. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht: hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. 3. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking: herstructurering gaat voor uitbreiding. Het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. 4. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid: de ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal.

De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De Bestuurscommissie Ruimte van de regio Parkstad Limburg heeft de Structuurvisie in 2015 kritisch tegen het licht gehouden en onderzoekt de mogelijkheden voor een aanscherping of actualisatie van dit beleid. Belangrijkste opgave hierbij is dat de samenwerkende gemeenten in de toekomst dienen te beschikken over een instrument dat hen in staat moet stellen om integraal in plaats van sectoraal, proactief in plaats van reactief en op het regionale schaalniveau te kunnen sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en programma's. Daarbij zal ook expliciet aandacht zijn voor urgente, nieuwe ruimtelijke thema's zoals klimaat, milieu, water, grondstoffen en voedsel. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op het plan Grondje Groeves ‘Vrieheide’, Heerlen (rood omcirkeld).

20/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg Conclusie Voor het plan zijn met name het thema’s ‘ruimtelijke identiteit’ en 'mobiliteit' van belang. Vooral voor wat betreft het herkenbaar maken van het landschap, het toegankelijk maken van groen en natuur en het toeristisch fietsverkeer. Het wandel-/fietspad en de brug maken deel uit van de recreatieve route door het groevelandschap van Parkstad Limburg. Hiermee wordt het recreatief-fietsgebruik gestimuleerd en wordt de aantrekkingskracht voor recreatieve fietsers versterkt. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan past binnen de beleidsuitgangspunten zoals deze zijn vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad Limburg.

21/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

2.3.2 Regionaal verkeers- en vervoersplan 2011-2020 Het Regionaal Verkeer- en Vervoersplan (RVVP) is aangenomen door de raad van Parkstad Limburg in 2011. Deze nota sluit sterk aan op het Regioprogramma van Parkstad Limburg waarin de nadruk wordt gelegd op de economische structuurversterking via ringwegen en Euregionaal openbaar vervoer door middel van onder andere de aanleg of optimalisatie van diverse structurerende wegen (o.a. Buitenring Parkstad Limburg, Euregioweg, flankerende infrastructuur) en het verbeteren van het Euregionaal openbaar vervoersaanbod (onder andere IC Eindhoven-Heerlen-Aachen en Avantislijn). Het RVVP stelt verder voorop dat de verkeersen vervoersystemen moeten bijdragen aan een voor wonen en recreëren aantrekkelijke regio met goed bereikbare voorzieningen en een minimum aan verkeersonveiligheid en aan milieuoverlast. Conclusie Het plan voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en de brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg. Door de aanleg van het wandel-/fietspad en de brug kunnen voetgangers en fietsers in de toekomst (gescheiden van het gemotoriseerd verkeer) het groevelandschap beleven. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het Regionaal verkeers- en vervoersplan 20112020.

Gemeentelijk beleid In dit onderdeel wordt het algemene relevante beleid beschreven; beleid op specifieke onderdelen komt in hoofdstuk 5 bij de verschillende omgevingsaspecten aan bod. Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt.

Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.

22/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

2.4.1.1 Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. 2.4.1.2 Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. 2.4.1.3 Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol.

Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. 2.4.1.4 Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. 2.4.1.5 Conclusie Voor het plan bevat de Structuurvisie Heerlen 2035 geen specifieke uitgangspunten. Het plan levert echter een bijdrage aan de ambitie om Heerlen een centrale stad en verrassende te laten zijn. Door de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg, kunnen voetgangers en fietsers in de toekomst (gescheiden van het gemotoriseerd verkeer) het groevelandschap beleven. Hiermee is het plan in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Structuurvisie Heerlen 2035.

Groenbeleidsplan Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de

23/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: • Het landschappelijke kader van Heerlen; • De hoofdgroenstructuur van Heerlen; • Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; • Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; • De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; • De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; • Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies. De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt. Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven.

Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Conclusie Het plangebied is gelegen in het stadsdeel ‘Heerlerheide’.

Afbeelding - Groenvisie Heerlerheide 24/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Dit stadsdeel is vanuit verschillende kernen aan elkaar gegroeid, maar kent desondanks een overzichtelijke indeling van ontsluitingswegen. Het stadsdeel wordt nagenoeg geheel omgeven door de hoofdgroenstructuur en heeft als uniek element een in exploitatie zijnde zilverzandgroeve midden in het stadsdeel. Het stadsdeel Heerlerheide ligt binnen het plangebied voor het Gebrookerbos. Bestaande gebruiksfuncties, maar ook nieuwe innovatieve vormen van grondgebruik dienen bij te dragen aan de duurzame instandhouding van de groene omgevingskwaliteit en de leefbaarheid van Heerlerheide. Naast de versterking van de hoofdgroenstructuur van Heerlen speelt daarin ook de integratie van de Beaujeangroeve in het stadsdeel een belangrijke rol. • Beaujeangroeve: Ontwikkeling groeve tot parkgebied met ruimte voor nieuwe functies zoals stadslandbouw, energievoorziening en wonen. • Navolaan, de kerk en omgeving: Ontwikkelen ruimtelijk samenhangend buurtpark met sport- en spelfaciliteiten voor de buurtbewoners. Het voorliggend plan voorziet in de aanleg van een nieuw, vrij liggend wandel-/fietspad en brug die onderdeel zijn van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg. Door de aanleg van het wandel-/fietspad kunnen voetgangers en fietsers in de toekomst (gescheiden van het gemotoriseerd verkeer) het groevelandschap beleven.

Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling aan het Groenbeleidsplan. Heerlense Mobiliteitsvisie Samen onderweg Met 'Heerlen in Beweging' zetten we een transitie in gang om de toekomst van duurzame mobiliteit in Heerlen samen met inwoners, bezoekers, maatschappelijke organisaties en ondernemers vorm te geven. De ambitie gaat ook over de wens om mensen vaker te laten kiezen voor actieve en gezonde mobiliteit zoals wandelen en fietsen zodat de visie steeds een stapje dichterbij komt. De route om te komen tot deze visie is niet in beton gegoten. We kiezen voor een flexibele en adaptieve aanpak zodat we in kunnen (blijven) spelen op maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen én op bijdragen van anderen. We vragen iedereen in Heerlen mee te doen aan het realiseren van de ambities zodat wij met z'n allen onze verantwoordelijkheid nemen voor een leefbare stad voor de generaties nu en na ons.

25/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - Schets mobiliteitsvisie Duurzaam Mobiliteitssysteem Met de Mobiliteitsvisie 'Heerlen in Beweging' wordt niet alleen invulling gegeven aan het realiseren van een gezonde en groene stad. Er wordt tevens invulling gegeven aan de ambitie van de Parkstadgemeenten om in 2040 energieneutraal te zijn (Palet). Het fundament voor het realiseren van deze ambitie is een geïntegreerd duurzaam mobiliteitssysteem waarbij het bieden van keuzevrijheid en flexibiliteit centraal staat. De bestaande netwerken voor auto, fiets en openbaar vervoer worden met elkaar verbonden en verknoopt via mobiliteitshubs. Mobiliteitshubs zijn plekken in de stad waar verschillende modaliteiten (o.a. (deel)auto en fiets), voorzieningen en vervoersdiensten samenkomen en waar je makkelijk kunt overstappen tussen de modaliteiten. Deze hubs vormen een belangrijke (fysieke) voorwaarde om flexibel reizen en keuzevrijheid te bevorderen. Bewustwording We willen bereiken dat inwoners en bezoekers van Heerlen in de toekomst meer gebruik gaan maken van duurzame vervoerwijzen. Dit is een proces van de lange adem omdat men zich eerst bewust zal moeten zijn van zijn of haar huidige mobiliteitsgedrag. Pas dan kan men een verandering doormaken. De weg naar het realiseren van de ambitie is daarom minstens zo belangrijk als het einddoel.

Door met elkaar te werken aan het realiseren van een groene en gezonde stad worden inwoners en bezoekers van Heerlen zich gaandeweg bewust van hun eigen (duurzame) mobiliteitsgedrag. Iedereen draagt zijn of haar steentje bij. Een online Mobiliteitsplatform ondersteunt dit proces.

26/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Conclusie Voor het onderhavig plan bevat de Mobiliteitsvisie Heerlen geen specifieke uitgangspunten, maar het levert een bijdrage aan de ambitie om duurzame vervoerswijzen te stimuleren, de verkeersveiligheid te verbeteren en het duurzame wandel- en fietsnetwerk te optimaliseren. Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 Duurzaamheid omvat een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: • We werken aan beperking van klimaatverandering d.m.v. energiebesparing en inzet hernieuwbare energie. We bewaken en verbeteren de kwaliteit van leefomgeving t.b.v. een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven. • We stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema’s binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing.

De toetsing aan deze kaders komt elders in de onderbouwing aan de orde. Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie hieronder), voor klimaatadaptatie en circulaire economie is het in ontwikkeling. Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan ruimtelijke adaptatie en grondstoffenakkoord. Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan. Concreet voor dit plan zijn er voor energietransitie geen wezenlijke opmerkingen die realisatie in de weg staan. Wel zullen de volgende aandachtspunten ter overweging worden meegenomen: • De mogelijkheid om verlichting en displays langs de route en op de uitzichtlocaties duurzaam-solitair, dus zonder stroomvoorziening uit het net, uit te voeren. Met name om hiermee een duurzaam karakter uit te stralen, zoals bijvoorbeeld het opwekken van stroom middels zonnepanelen of kleine windturbine. • Eventueel op een aantal plekken voorzieningen voor het opladen van elektrische fietsen, navigatiesystemen/telefoons te realiseren, zoals bijvoorbeeld bij de uitzichtpunten. Conclusie Voor het voorliggende bestemmingsplan bevat de Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 geen specifieke uitgangspunten.

Wel zal het realiseren van een wandel-/fietspad en brug, waarmee het groevenlandschap binnen het buurtschap Heerlerheide kan worden beleefd als een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving kunnen worden gezien. Tevens kan deze realisatie een impuls zijn voor bewoners van de omgeving om meer actief te bewegen tijdens vermaak/recreatie. Hiermee is het plan in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017.

27/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

3 Gebiedsbeschrijving Algemeen Voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is het van belang dat de uitgangssituatie, de huidige toestand van het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het gebied en de directe omgeving. Zowel van de historie van de projectlocatie als de huidige ruimtelijke en functionele structuur. Ruimtelijke en functionele structuur Het projectgebied ligt midden in het stadsdeel Heerlerheide en aan de rand van de buurt Heksenberg. Teven raakt het projectgebied aan noordkant net nog de buurt Vrieheide-De Stack.

Groeve Vrieheide Het plangebied is gelegen in de ‘Groeve Vrieheide’ en wordt aan de noordwestzijde omsloten door de Unolaan, aan de oostzijde door de achtertuinen en zijkanten van de woningen aan de Hindestraat en Elandstraat en aan de zuidzijde door de achtertuinen van de woningen aan de Roebroekweg. Tevens maak de brug over de Bruinkoolweg deel uit van het plangebied. Deze is gelegen op de kruising tussen de Koolkoelenweg en de Bruinkoolweg.

28/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding – Luchtfoto Groeve Vrieheide Dit gebied betreft voor het grootste deel een nog steeds in gebruik zijnde groeve. In deze groeve wordt zilverzand gewonnen via ontgronding. Op het groeveterrein is een grote ontgravingsplas ontstaan met daarom heen een landschappelijke inrichting. Bij de entree bij Jongmansweg 63 is bebouwing in de vorm van een aantal loodsen aanwezig. Naast Roebroekweg 29 ligt een tweede entree van de groeve. Op de kruising tussen de Koolkoelenweg en de Bruinkoolweg is een hoogteverschil aanwezig. Hier zal een brug worden gerealiseerd om vanaf de hoger gelegen Koolkoelenweg over een naastgelegen pad via de Bruinkoolweg het tracé richting de Groeve Vrieheide te vervolgen.

29/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

4 Planbeschrijving Het plan Het plan ‘Rondje Groeves’ stekt tot het aanleggen van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg om te wandelen en fietsen. Hiervoor is door Bureau Verbeek een studie uitgevoerd en een ontwerp opgesteld. De gemeente heeft, vanwege de planning, ervoor gekozen om twee delen van het hele rondje in procedure te brengen, te weten: 1. Het plan ‘Vrieheide’: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Beaujean, dat loopt vanaf de Roebroekerweg tot aan de rotonde aan de Unolaan. Tevens maakt de brug over de Bruinkoolweg deel uit van dit plan; 2. Het plan Sibelcol: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Sibelco, dat loopt ten noorden van de Euregioweg, tussen de Heerenweg en de Tiegelstraat. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing ziet toe op het mogelijk maken van de functie ‘wandel-/fietspad’, de realisatie van een brug en het uitvoeren van de werkzaamheden binnen het deelgebied ‘Vrieheide’. De uitwerking van het deelgebied Vrieheide is als Bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Het plangebied start aan de Roebroekerweg en vervolgt zijn weg achter de woningen van de Elandstraat richting de rotonde aan de Vrijheerenberg/Unolaan. Voor het wandel-/fietspad zal nieuw asfalt moet worden aangelegd. Tevens is op de kruising tussen de Koolkoelenweg en de Bruinkoolweg is een hoogteverschil aanwezig.

Hier zal een brug worden gerealiseerd om vanaf de hoger gelegen Koolkoelenweg over een naastgelegen pad via de Bruinkoolweg het tracé richting de Groeve Vrieheide te vervolgen. Op de onderstaande afbeelding is aangegeven welke maatregelen er nodig zijn om dit deel van het Rondje Groeves te realiseren en waar de uitzichtpunten U1 en U5 en de brug zich bevinden.

30/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding – Maatregelen in plangebied Groeve Queadvlieg (U1) Ter plaatse van deze locatie zullen twee elementen/machines, die gebruikt worden bij de zandwinning, kunnen worden aangekocht. Zij zullen worden gebruikt als landmark naast het wandel-/fietspad worden geplaats, waarbij wordt verwezen naar het gebruik in de naast gelegen groeve.

31/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - locatie en impressie landmark U1 aan de groeve Quaedvlieg Groeve Beaujean (U5) Bij dit majeure uitzichtpunt aan de rand van de Maria Christinawijk staan twee grote zandspinnen die dienen als uitzichtpunt richting de groeves. Een zandspin is gericht op de kerk in het centrum van Heerlerheide, de ander op U1. Doordat de zandspinnen boven de afgrond gesitueerd zijn, draagt dit voor bezoekers bij aan de belevening van een uitkijkpunt op nog grotere hoogte. De bezoeker komende vanaf de rotonde heeft, tussen de twee zandspinnen door, een zicht op onderliggende groeve en kan vanaf daar de uitkijkpunten beklimmen. Een informatiepaneel staat loodrecht tegenover de westelijke gesitueerde zandspin. Recht tegenover de zuidelijke spin staan, op het witte uitzichtpunt, een viertal fietsbeugels.

32/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding - locatie en impressie uitzichtpunt U5 aan de groeve Beaujean De brug aan de Bruinkoolweg De route van het Rondje Groeves voert vanaf groeve Quaedvlieg via de Bruinkoolweg naar het oude mijnspoor, waar thans een fietspad op is aangelegd. Ter hoogte van de Bruinkoolweg is echter een hoogteverschil van 8 meter te overbruggen. Hier is op dit moment een trap gesitueerd, maar zal de aanleg van een brug over de Bruinkoolweg plaatsvinden, waarbij het fietspad over het voormalige mijnspoor wordt doorgetrokken. Het routetracé zal dan verder gebruik maken van bestaande infrastructuur. Deze brug is vergelijkbaar met de brug over de Heerenweg, eveneens onderdeel van het mijnspoor, zoals volgende afbeelding te zien is.

33/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

Afbeelding – impressie en voorbeeld van brug over de Bruinkoolweg

34/59 — SLM016368 — Ruimtelijke Onderbouwing — versie 2 – 12 november 2021

5 Omgevingsaspecten In de volgende paragrafen worden de relevante milieu- en andere aspecten, voor zover van belang voor het plangebied, beschreven. Milieueffectrapportage In de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C). Onderdeel D bevat activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een m.e.r-procedure nodig. De opgenomen drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. De aanleg van een wandel-/fietspad met een brug hiervoor is op zichzelf geen activiteit die wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder: Besluit m.e.r.) en valt ook niet onder de categorie autosnelwegen, autowegen, of andere wegen met vier of meer rijstroken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=5cf27717-64cd-402c-afe8-06d741756a93