Sittarderweg 181_Toelichting_2.pdf
Tekst van het document
Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking: herstructurering gaat voor uitbreiding. Het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. 4. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid: de ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De Bestuurscommissie Ruimte van de regio Parkstad Limburg heeft de Structuurvisie in 2015 kritisch tegen het licht gehouden en onderzoekt de mogelijkheden voor een aanscherping of actualisatie van dit beleid. Belangrijkste opgave hierbij is dat de samenwerkende gemeenten in de toekomst dienen te beschikken over een instrument dat hen in staat moet stellen om integraal in plaats van sectoraal, proactief in plaats van reactief en op het regionale schaalniveau te kunnen sturen op ruimtelijke ontwikkelingen en programma's. Daarbij zal ook expliciet aandacht zijn voor urgente, nieuwe ruimtelijke thema's zoals klimaat, milieu, water, grondstoffen en voedsel
De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op bestemmingsplan Sjabloon toelichting BP Heerlen - 2020.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
25
Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg
Het bestemmingsplan maakt het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen naar een reguliere woning mogelijk. Dit wordt gezien als een administratieve correct (zie Bijlage 1) en daarom is geen sprake van een woningtoevoeging en onevenredige aantasting van de visie zoals beschreven in de Structuurvisie Parktstad Limburg. Hiermee is er geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
2.5
Gemeentelijk beleid
2.5.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
26
2.5.1.1
Vitale stad
In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. 2.5.1.2
Centrale stad
In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. 2.5.1.3
Innovatieve stad
In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. 2.5.1.4
Verrassende stad
In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. 2.5.1.5
Conclusie
Het bestemmingsplan maakt het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, die formeel nooit als bedrijfswoning is gebruikt, naar een reguliere woning mogelijk. Dit wordt gezien als een administratieve correct (zie Bijlage 1) en daarom is geen sprake van een woningtoevoeging en onevenredige aantasting van de visie zoals beschreven in de Structuurvisie Heerlen 2035. Hiermee is er geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
2.5.2 Parkeernota Heerlen - Deel 1 Visie- en Ambitiedocument Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken. Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komend jaren. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit,
bestemmingsplan Sittarderweg 181
27
technologie en maatschappij. Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: Toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties cq maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren.
De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'. In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt.
De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is daarom richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige Parkeernota zal ondergeschikt zijn aan de nog op te stellen Verkeersvisie Heerlen. Uiteindelijk zal de Verkeersvisie Heerlen als kapstok dienen voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota. Onder de Parkeernota hangen vervolgens de verschillende uitvoeringsnota's, zoals de 'Nota Parkeernormen' en de 'Nota Digitalisering'.
Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd. In Heerlen kunnen er immers verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: betaald parkeergebieden; vergunninggebieden; parkeerschijfzones; vrije parkeergebieden Het bestemmingsplan maakt het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, die formeel nooit als bedrijfswoning is gebruikt, naar een reguliere woning mogelijk. Dit wordt gezien als een administratieve correct (zie Bijlage 1) en daarom is geen sprake van een woningtoevoeging. Tevens is de parkeernorm van een bedrijfswoning gelijk aan die van een reguliere woning. Daarom zal er geen onevenredige aantasting de parkeernota en het parkeerbeleid optreden. Hiermee is er geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
28
2.5.3 Archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaarten en archeologiebeleid/ondergrenzen Voor geheel Parkstad Limburg is een archeologische verwachtings-en beleidskaart opgesteld. Deze kaart is gebaseerd op uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek. Voor de gemeente Heerlen en de overige Parkstadgemeenten is door archeologisch adviesbureau RAAP een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het RAAP-rapport betreft een bureauonderzoek naar de archeologische verwachtingen waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen binnen de Parkstadgemeenten en van landschappelijke (geologische en geomorfologische) en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Daarnaast zijn de uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd, waarbij rekening is gehouden met vergraven of ontgronde gebieden, en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden. In dit verband is onder andere ook het Actueel Hoogtebestand Nederland bestudeerd. Op basis van de genoemde inventarisaties is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat is vertaald in een geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart. Deze kaart is door de gemeenteraad van Heerlen vastgesteld op 1 oktober 2013.
Het doel van de archeologische verwachtings- en beleidskaart is het zichtbaar maken waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en het daaraan koppelen van een onderzoeksplicht. Hiermee wordt tevens duidelijk bij welke werkzaamheden wel en bij welke geen archeologisch onderzoek noodzakelijk zal zijn. In de kaart worden de volgende zes categorieën onderscheiden. Categorie 1: beschermde Rijksmonumenten Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Erfgoedwet juncto de Monumentenwet 1988 vereist. Categorie 2: gebieden van zeer hoge waarde en de historische dorpskernen Voor deze gebieden is voor de oppervlakte het wettelijk minimum van 100 m2 genomen. Projecten die over een groter oppervlak de bodem verstoren zijn onderzoeksplichtig. De verstoring van de bodem dient dieper dan 40 cm onder de oppervlakte plaats te vinden voordat de onderzoekplicht geldt. Categorie 3 en 4: gebieden met een hoge en middelhoge verwachtingswaarde Voor deze gebieden zijn de ondergrenzen nog verder verruimd (respectievelijk 250 m2 en 2500 m2 oppervlakte, bij meer dan 40 cm diepte). Hierdoor zijn alleen de grotere projecten onderzoeksplichtig en geldt voor de meeste kleinere (particuliere) vergunningaanvragen geen onderzoeksplicht.
Categorie 5: gebieden met een lage verwachtingswaarde In gebieden met een lage verwachtingswaarde, geldt alleen voor grotere projecten (10.000 m2 en meer dan 40 cm diepte) een onderzoeksplicht. Categorie 6: gebieden zonder verwachtingswaarde In deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht. In het algemeen geldt dat een ontheffing van de onderzoeksplicht mogelijk is wanneer blijkt (na archeologisch advies van een gekwalificeerde archeoloog) dat het project een gering risico vormt voor het "bodemarchief".
Het bestemmingsplan maakt enkel het gebruik van de bestaande voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen als reguliere woning mogelijk. Er vinden geen bouwactiviteiten plaats. Het bestemmingsplan maakt geen werkzaamheden mogelijk waarmee eventueel aanwezige archeologische waarden onevenredige worden aangetast. Hiermee vormt de Archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaarten en archeologiebeleid/ondergrenzen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
29
2.5.4 Bodembeleidsplan 2016 Op 28 september 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen het bodembeleidsplan Heerlen 2016 vastgesteld, met daarin opgenomen de Nota bodembeheer en de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Heerlen. Het bodembeleidsplan Heerlen 2016 geeft aan hoe de gemeente Heerlen omgaat met bodemverontreinigingen. Onderdeel van het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer met de bodemkwaliteitskaart waarin het beleid wordt beschreven voor hergebruik en toepassen van grond. Voor uitgebreidere informatie over het aspect bodem, zie paragraaf 5.4.
2.5.5 Beleidsregel voor externe veiligheid In de 'Beleidsregel voor externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente Heerlen het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moeten worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Een aanscherping c.q. actualisatie wordt meegenomen in de nog op te stellen omgevingsvisie. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf. Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden.
In 2014 is in opdracht van de provincie Limburg door Adviesgroep AVIV in beeld gebracht welke risicobronnen in de gemeente Heerlen aanwezig zijn en welke risico's deze voor de omgeving kunnen opleveren. De invloedsgebieden van respectievelijk BEVI-inrichtingen, hogedruk aardgasleidingen en spoor-, rijks- en provinciale wegen zijn op kaarten weergegeven. De invloedsgebiedenkaarten lenen zich als praktisch instrument voor een quick scan bij een ruimtelijk project om gemakkelijk vast te stellen of de externe veiligheid in beschouwing genomen moet worden en het groepsrisico verantwoord. De kaarten hebben een signaalfunctie. Ze geven ook aan waar de zoneringen voor de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico liggen die zich wettelijk verplicht dienen te vertalen in de planregels. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage van dit onderzoek: 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening, Adviesgroep AVIV, 26 november 2014'. In het vervolg van voorliggende paragraaf is gebruik gemaakt van de informatie uit dit onderzoek. De aspecten en onderzoeken in het kader van de externe veiligheid wordt in paragraaf 5.7 Externe veiligheid verder toegelicht.
2.5.6 Beleidsplan stedelijk watermanagement 2011-2015 Vanuit de Wet milieubeheer zijn gemeenten wettelijk verplicht een vigerend rioleringsplan te hebben. Het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement van de gemeente Heerlen is daar het gevolg van en heeft een looptijd van 2011 tot en met 2015. Het BSW is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2006-2010. Het BSW heeft een strategisch en beleidsmatig karakter, en vormt de basis voor het bestuur bij besluiten over de aanpak van aanleg en beheer van het stedelijk watermanagement binnen de planperiode. Hoofddoelstelling van het BSW is invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, overtollig hemelwater en overtollig grondwater. Het BSW geeft inzicht in: de mate waarin de doelen uit het GRP 2006-2010 zijn behaald; belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van beleid en plannen; de stand van zaken van de uitvoering; de nog uit te voeren maatregelen met tijdsplanning; de gekozen strategie om het resultaat (uitvoeren maatregelen) te behalen; middelen en de kostendekking.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
30
Het plan zorgt niet voor een extra aansluiting op het riool of een toename van verhard oppervlak. Er treedt geen aantasting van het Beleid stedelijk watermanagement 2011-2015 op en dit beleid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
31
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Sittarderweg 181 en zijn directe omgeving. Zowel de historie van het plangebied als de huidige ruimtelijke en functionele structuur worden beschreven.
3.1
Historie
Het plangebied is gelegen op de grens tussen de levendige buurten Musschemig en Grasbroek die een van de oudere buurten van Heerlen vormen. Sinds de sluiting van de mijnen heeft het gebied zich ontwikkeld tot een gevarieerde woonbuurt met diverse onderwijsvoorzieningen. Oorspronkelijk bestaat het gebied uit oude mijnwerkerskoloniën, gebouwd in de periode 1900 - 1918. Het basisprincipe van de mijnwerkerskoloniën lag in de enorm sterke expansie van de bevolking door de mijnindustrie. Bestaande woningen en normale woningbouw konden de enorme toevloed van bewoners niet aan. Een oplossing werd gevonden in de structurele massabouw van woningen. Koloniën zijn gebouwd vanuit diverse uiteenlopende gedachten en achtergronden. Ten eerste moesten de mijnwerkers op loopafstand wonen van de mijnzetel waar zij werkten. Er was immers een gebrek aan goed vervoer. Ten tweede moesten koloniën buiten de bebouwde kom gebouwd worden en dat had ook een aantal redenen. De grond was goedkoper omdat deze buiten een bebouwde kom lag en ze kon veelal van één eigenaar aangekocht worden waarmee grondspeculatie voorkomen kon worden. De arbeiderskoloniën waren concentraties van woningen, gebouwd langs bestaande infrastructuur waardoor het negentiende eeuwse infrastructurele netwerk grotendeels nog herkenbaar is.
De koloniën kwamen door hun ligging vaak wel geïsoleerd te liggen, waardoor het aansluiten van de koloniën op waterleidingen en elektriciteit soms lang op zich liet wachten. De huizen werden aangelegd rond korte straten en hadden ruime tuinen. De ligging was vaak in de buurt van de natuur, buiten de stad en drassige gronden en heidegebieden werden gemeden. Er werd gebouwd op goede vruchtbare grond. Dit was allemaal bij elkaar opgeteld ook vanuit een ideologische en maatschappelijke overweging. De stad werd gezien als een bron van ziekte en van moreel en zedelijk verval. De schone buitenlucht zou de mijnwerker goed doen en in de ruime tuinen zou de arbeider zelf groenten en aardappelen kunnen verbouwen. De koloniën waren daarnaast ook kleinschalig. Men vreesde namelijk voor grote concentraties van arbeiders, wat alleen maar tot stakingen en opstand zou kunnen leiden. Na de sluiting van de mijnen zijn de wijken Musschemig en Grasbroek geleidelijk getransformeerd naar een gevarieerde woonbuurt. Midden jaren tachtig van de vorige eeuw is de woonwijk Zeswegen aangelegd, gebaseerd op de wijkgedachte met woonerven en een relatief hoge bebouwingsdichtheid. Latere uitbreiding vond plaats in noordwestelijke richting. In de jaren negentig is de wijk Nieuw-Husken gerealiseerd.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
32
3.2
Ruimtelijke structuur
Het plangebied is gelegen aan de Sittarderweg en wordt begrensd door de deze straat en de omliggende percelen. Ten noorden en westen van het plangebied zijn de hoofdwegen zoals de Beersdalweg - Kloosterweg en Wickraderweg gelegen. Deze laatste gaat na de rotonde in oostelijke richting over in de Euregioweg. Op de rotonde kruist de tevens oostelijk gelegen Palemigerboord de Wickraderweg - Euregioweg. De Sittarderweg is de verbindingsweg die tussen de wijken Musschemig en Grasbroek ligt. Het is een oude verbindingsweg tussen de Palemigerboord en de Kloosterweg. De overkluisde Caumerbeek is een belangrijk structurerend element. Het Caumerbeekdal moet de komende jaren ontwikkeld worden tot een 'stadspark'. Dit stadspark dient als een belangrijke verbinding tussen de verschillende buurten en stadsdelen van Heerlen.
In afbeelding 3.1 is de ruimtelijke structuur en de ligging van het plangebied schematisch weergegeven. In ruimtelijke zin is het plangebied gelegen op de grens tussen de woonwijken Musschemig en Grasbroek. Deze gebieden worden hieronder nader beschreven. Musschemig - Grasbroek De deelgebieden Grasbroek, Musschemig en Schandelen vormen samen de buurt Grasbroek Musschemig - Schandelen (GMS) en liggen noordelijk van het centrum van Heerlen. Het plangebied is gelegen op de grens van de deelgebieden Musschemig en Grasbroek. De buurt wordt grofweg begrensd door de Kloosterweg, Euregioweg, Palemigerboord en Meezenbroekerweg en ligt direct ten noorden van het NS- en busstation. De Sittarderweg was voorheen de belangrijkste route die Heerlen verbond met Heerlerheide, Hoensbroek, Sittard en Brunssum. De weg eindigde bij de mijnzetel Oranje Nassau I. Hierdoor ontstond de voor de voormalige mijnstreek typische bebouwing: de herkenbare mijnwerkerswoonwijken langs de Sittarderweg en parallel daaraan rondom de Diamantstraat.
De Willemstraat vormde de voortzetting van het centrum, overlopend in de Grasbroekerweg, met daarlangs verspreide (bedrijfs)bebouwing en aan de oostzijde grootschalige elementen zoals de voormalige L.T.M. remise en de voormalige steenfabriek. Door de sluiting van de mijn, de daarop volgende operatie om de voormalige mijnterreinen in te richten en de aanleg van grotere doorgaande routes als de Schandeler- en Palemigerboord en de Kloosterweg is een groot gebied ontstaan, weliswaar duidelijk begrensd door verkeersbarrières, maar met veel losse elementen en restgebieden. Incidentele invullingen van wisselende kwaliteit hebben niet geleid tot een eenheid. Het deelgebied Musschemig - Grasbroek wordt enerzijds gevormd door de woonbuurt Musschemig met de kenmerkende en markante 'kolonie'-achtige stedenbouwkundige structuur en bebouwing. Anderzijds wordt het deelgebied gevormd door de woonbuurt Grasbroek, dat feitelijk een mix vormt van de wijken Schandelen en Musschemig.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
33
In het verleden is sprake geweest van enkele ontwikkelingen die afwijken van de herkenbare stedenbouwkundige vorm. Het gebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door grondgebonden woningen, afgewisseld door meergezinswoningen. De woonbuurt Schandelen bestaat voor een groot deel uit huurwoningen, in tegenstelling tot Grasbroek, waar juist veel koopwoningen staan.
Afbeelding 3.2: Links de woonbuurt Musschemig, rechts de woonbuurt Grasbroek, van elkaar gescheiden door de Sittarderweg (centraal in de foto). Het plangebied is rood omcirkeld (Bron: Bing Maps)
3.3
Mobiliteit/Ontsluiting
Het voorliggende plangebied wordt primair ontsloten via de Sittarderweg en de Palemigerboord. Vanaf de rotonde kan vervolgens ontsluiting plaatvinden via de Wickraderweg en Beersdalweg richting de N281 of de ander kant uit via de Euregioweg. Via de Sittarderweg kan ook gemakkelijk het stadscentrum van Heerlen worden bereikt waar het treinstation van Heerlen is gesitueerd, alsmede het centrale busstation van de stad.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
34
3.4
Functionele structuur
De pand is gelegen in het bouwlint van de Sittarderweg, aan de rand van de woonwijk. Hoewel het pand, door de beklede plint en twee grote ramen, niet de typische uitstraling van een reguliere woning heeft, past het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning wel binnen het karakter van de woonwijk. Het volledige pand zal daarom met de vaststelling van dit plan de functie wonen krijgen. Hiermee wordt de voormalige bedrijfswoning afgesplitst van het bedrijf dat op het naastgelegen perceel verder wordt geëxploiteerd.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
35
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
Planuitgangspunten De bestemming van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen zal worden omgezet naar Wonen. Op basis van zowel provinciaal- als regionaal beleid wordt dit gezien als een administratieve correctie en niet als het toevoegen van een woning en compensatie is niet aan de orde. De woning is gelegen in het bouwlint van de Sittarderweg, aan de rand van de woonwijk en heeft door de beklede plint en twee grote ramen, niet de typische uitstraling van een reguliere woning. Het plangebied (hieronder in rood aangegeven) zal met de vaststelling van dit plan de functie wonen krijgen. Hiermee wordt de voormalige bedrijfswoning afgesplitst van het bedrijf dat op het naastgelegen perceel verder wordt geëxploiteerd
Fragment van de digitale plankaart www.ruimtelijkeplannen.nl
bestemmingsplan Sittarderweg 181
36
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.
5.1
Milieueffectrapportage
M.e.r.-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage onderdeel D, categorie 11.2, bij het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat ('Stedelijk ontwikkelingsproject'). De beoogde ontwikkeling, het wijzigen van het gebruik van een bestaande woning, van bedrijfswoning naar regulier wonen, is niet te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit m.e.r.. Voor het bestemmingsplan waarmee de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, is dan ook geen m.e.r.-procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk.
5.2
Akoestiek
De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. De normen uit de Wet geluidhinder hebben tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient dan ook rekening te worden gehouden met het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Binnen het plangebied is alleen het geluidsaspect wegverkeerslawaai relevant.
5.2.1 Wegverkeerlawaai Ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Een dergelijke zone geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangewezen gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Wel dient hier in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd te worden. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten de ten hoogst toelaatbare waarden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege het wegverkeerslawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder). Indien echter - zo bepaalt artikel 76, derde lid, Wet geluidhinder- op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is dan behoeven die waarden niet in acht te worden genomen voor in de zone van een weg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
37
In dit bestemmingsplan is dit laatste aan de orde en behoeft een akoestisch onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai niet plaats te vinden.
5.3
Water
In het kader van de Watertoets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat.
5.3.1 5.3.1.1
Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede kwaliteit te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Heerlen in het stroomgebied van de Maas is gelegen. Het stroomgebiedbeheersplan Maas is op 22 december 2015 vastgesteld en heeft een looptijd tot eind 2021. Een belangrijk onderdeel van het SGBP is een maatregelenprogramma. Het maatregelenprogramma bestaat enerzijds uit maatregelen die worden genomen in het kader van reeds bestaande nationale en/of Europese wetgeving (bijv. Europese Nitraatrichtlijn) en anderzijds een groot aantal regionale en locatie gebonden maatregelen. 5.3.1.2
Waterwet
De Waterwet (22 december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de Wet is overgegaan naar de Waterwet. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Dit brengt met zich mee dat de perceeleigenaar verantwoordelijk is voor de ontwatering en afwatering van zijn eigen perceel. Alleen in uitzonderingsgevallen kan hemelwater geloosd worden op het openbaar riool. 5.3.1.3
Wet ruimtelijke ordening en watertoets
De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden besproken met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
38
5.3.2 5.3.2.1
Regionaal en gemeentelijk beleid Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021
Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Dit gaat over: Hoogwaterbescherming in de Maasvallei Aanpak van regionale wateroverlast en watertekort, mede in verband met klimaatverandering Behoud en herstel van beken en waterrijke natuurgebieden en verbetering van hun waterkwaliteit Drinkwatervoorziening en grondwaterbeheer. Provinciale Staten hebben het beleid vastgesteld. Waterschap Limburg, gemeenten en derden voeren het uit. Een belangrijk onderdeel van het Provinciaal Waterplan is de alliantie tussen Provincie en Waterschap Limburg. In de planperiode 2016-2021 investeren Waterschap Limburg, gemeenten, de Rijksoverheid, de Europese Unie en de Provincie gezamenlijk 580 miljoen euro in het Limburgse water. De Provincie draagt hier aan 24 miljoen euro bij. Met het Provinciaal Waterplan wordt niet alleen voldaan aan de eisen die Europa stelt in de Kaderrichtlijn Water en de Rijksoverheid in de Waterwet en het Deltaprogramma. Het Provinciaal Waterplan vormt samen met het van de Rijksoverheid en het Waterbeheersplan Limburg 2016-2021 van Waterschap Limburg een onderdeel van het tweede Stroomgebiedbeheerplan Maas 2016-2021. Provinciale Staten hebben het beleid vastgesteld. Waterschap Limburg, gemeenten en derden voeren het uit.
De operationele uitwerking vindt plaats via POL-aanvullingen en beleidsregels. 5.3.2.2
Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Limburg
Per 1 januari 2017 zijn de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei gefuseerd tot het nieuwe Waterschap Limburg. Vooruitlopend op deze fusie hebben de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei gezamenlijk het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Het Waterbeheerplan 2016-2021 is een integraal beleids- en uitvoeringsplan van Waterschap Limburg. Het bevat de beleidsvoornemens voor de periode 2016 tot en met 2021. Daarnaast wordt een globale doorkijk geboden naar de verdere toekomst Zo wordt de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg waarbij nadrukkelijk de gevolgen van de klimaatverandering en de ontwikkeling in de maatschappij worden betrokken. In het Waterbeheerplan 2016-2021 is beschreven hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen, welke thema's hierbij spelen, welke maatregelen het waterschap gaat uitvoeren, wie hun partners daarin zijn en hoe het waterschap dit monitort en bijstuurt. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van d Ook staat beschreven welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het optimaliseren van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. 5.3.2.3
Keur en beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019
In de Keur is een nieuwe bergingsnorm opgenomen van 80 mm voor rechtstreekse lozingen op oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de bergingsnorm bij nieuwe verharding (rechtstreeks lozend op oppervlaktewater) bindend is. Bij bestaande verharding wordt de norm als richtlijn gebruikt. Hierbij is het streven om zoveel mogelijk naar de nieuwe norm toe te groeien. Uitgangspunt gemeente blijft bergingseis T=25 (35 mm in 45 minuten) en doorkijk naar T=100 (45 mm in 30 minuten).
bestemmingsplan Sittarderweg 181
39
5.3.3
Gemeentelijk beleid
5.3.3.1
Integraal Waterplan
Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast in onze gemeente. Aanleg en beheer van de riolering is een gemeentelijke taak, die zijn wettelijke basis vindt in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Al sinds 2011 wordt in de regio Parkstad met onze waterpartners samengewerkt aan het verbeteren van de waterketen (riolering en afvalwaterzuivering) en het watersysteem (beken). Het Integraal Waterplan is het eerste gezamenlijke visiedocument. In het plan is de regionale ambitie en visie beschreven van de samenwerkingsregio Parkstad. De speerpunten zijn: "Een klimaatbestendige stad", "Gezond, schoon en voldoende water", "Werken aan waterbewustzijn", "Anticiperen op de Omgevingswet" en "Samenwerken inde waterketen". 5.3.3.2
Watertakenplan 2020-2024
In het plan is de gemeentelijke wateropgave voor de middellange termijn omschreven. De speerpunten zijn: "Een klimaatbestendig Heerlen", "Anticiperen op de Omgevingswet", "Samenwerken in de waterketen", "Meten, data en rekenen", "Beheer op maat" en "Werken aan waterbewustzijn". Door het opnemen van een uitvoeringsprogramma en een kostendekkingsplan wordt de komende jaren invulling gegeven aan de speerpunten.
5.3.4
Plangebied
Het bestemmingsplan maakt enkel het gebruik van de bestaande voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen als reguliere woning mogelijk. Het plan zorgt niet voor extra oppervlakte aan verharding. Ook zal door dit plan de opvang en afvoer van hemelwater niet veranderen. Het aspect water vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.4
Bodem
Algemeen Bij een bestemmingsplanprocedure moet het bevoegde gezag voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de in het bestemmingsplan toe te kennen functie. Daarvoor dient een bodemonderzoek. Een bodemonderzoek hoeft echter niet te worden uitgevoerd als de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan dienen voor een bestemmingsplanwijziging. Een belangrijke voorwaarde daarbij is de vaststelling van het niet verdacht zijn van de locatie voor puntbronnen op basis van een uitgevoerd NEN 5725 vooronderzoek. Blijkt hieruit dat er geen verdachte locaties/situaties zijn, ofwel er zijn geen knelpunten, dan kan volstaan worden met dit vooronderzoek aangevuld met een veldinspectie. Uit het vooronderzoek volgens NEN 5725 kan ook blijken dat de kwaliteit van de bodem onvoldoende zou kunnen zijn ofwel een verdachte situatie bestaat. In die gevallen moet altijd een vooronderzoek gevolgd door een verkennend onderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd, aangevuld met een bodemonderzoek asbest conform NEN5707. Onderzoeken die niet volgens de geldende normen zijn opgesteld en uitgevoerd zijn of verouderde onderzoeken gelden niet als representatief en onvoldoende.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
40
5.4.1 5.4.1.1
Beleidskader Wet bodembescherming
De Wet bodembescherming (Wbb) stelt regels om de bodem te beschermen. De Wbb maakt duidelijk dat grondwater een onderdeel van de bodem is. Daarnaast worden de sanering van verontreinigde bodem en grondwater door middel van de Wbb geregeld. Ook lozingen in of op de bodem kunnen op grond van de Wbb worden gereguleerd. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de Wbb is overgegaan naar de Waterwet. 5.4.1.2
Besluit bodemkwaliteit
Het landelijke Besluit bodemkwaliteit (Bbk) heeft als doel duurzaam bodembeheer. Het Bbk geeft regels voor de toepassing van grond en baggerspecie. Hiermee wordt gewaarborgd dat de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater als gevolg van de toepassing voldoende wordt beschermd.
5.4.2 5.4.2.1
Gemeentelijk beleid Bodembeleidsplan
Voor de gemeente Heerlen is sinds 28 september 2016 het Bodembeleidsplan 2016 van toepassing. In dit bodembeleidsplan wordt het gemeentelijk bodembeleid beschreven en het beleidsplan is daarom het richtinggevend kader (in aanvulling op de wettelijke regelingen) voor zowel bodembescherming als bodemsanering.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
41
5.4.2.2
Nota bodembeheer
bestemmingsplan Sittarderweg 181
42
Het landelijke Besluit bodemkwaliteit (Bbk) heeft als doel duurzaam bodembeheer. De gemeentelijke Nota bodembeheer beschrijft hoe de gemeente Heerlen invulling geeft aan het Bbk. Op 28 september 2016 is de Nota bodembeheer met daarin opgenomen de Bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen vastgesteld. Heerlen heeft gekozen voor een zogenaamd gebiedsspecifiek beleid. Op basis van dit beleid zijn lokale maximale waarden opgesteld. De gemiddelde kwaliteit van de bodem is ingedeeld in drie algemene categorieën te weten: industrie, wonen en achtergrondwaarde. Voor gebieden waar lokale maximale waarden zijn opgesteld gelden de waarden uit de algemene categorieën niet meer.
Het plangebied is gelegen in deelgebied Woonwijken.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
43
5.4.3
Plangebied
Ter plaatse is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de locatie Sittarderweg 181 te Heerlen, uitgevoerd door Lievense Milieu B.V., d.d. 19 mei 2020, rapportnummer SLM012542.RAP001.MH.GL versie 2.0 (Bijlage 2). Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat De bodem is tot 2,0 m-mv sterk geroerd en zeer heterogeen. De bodem bestaat afwisselend uit zand, leem en funderingslagen. Duidelijke bodemlagen zijn niet te onderscheiden. Er worden diverse soorten bodemvreemde materialen (baksteen, puin, slakken, kooltjes, kolengruis) aangetroffen in meerdere gradatie'; De bovengrond is licht tot matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met lood en PAK. Het gehalte aan zink overschrijdt de LMW; De ondergrond is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, molybdeen en nikkel. De gehalten cadmium, koper en nikkel overschrijden de LMW in geringe mate; Bij de smeerput is geen verontreiniging met minerale olie aangetroffen. De bodemaag in de smeerput direct onder de betonvloer (circa 1.5 m onder maaiveld) is wel matig verontreinigd met nikkel en sterk met zink. Daarnaast zijn veelal lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK gemeten.
De verhoogde gehalten hangen samen met bodemvreemde materialen in de ophooglaag; De bodem aan de onderzijde van de ondergrondse HBO-tank is niet verontreinigd met minerale olie; Hoewel de funderingslagen analytisch niet zijn onderzocht, is het gezien de onderzoeksresultaten aannemelijk dat deze lagen verhoogde gehalten zware metalen en/of PAK kunnen bevatten; Het grondwater bevat een marginaal verhoogde concentratie barium Zowel visueel als analytisch is er geen asbest aangetroffen en/of waargenomen. De locatie is daarmee niet meer verdacht op de aanwezigheid van asbest. De locatie is omstreeks 1920 opgehoogd met bouwpuin van de voormalige steenfabriek aan de Meezenbroekweg. Er is sprake van een historische bodemverontreiniging die niet anders is dan bekend in de omgeving van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie komt globaal overeen met de resultaten uit voorgaande onderzoeken. De zinkverontreiniging bevindt zich op aanmerkelijke diepte en onder een betonvloer in een smeerput. De omvang van de sterke zinkverontreiniging onder de bebouwing is niet bekend. Mogelijk is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke bodemverontreiniging bevindt zich op aanmerkelijke diepte en onder een betonvloer in een smeerput. Rondom de smeerput is de bodem bestraat en/of bebouwd.
Direct contact met de bodemverontreiniging is, bij het huidige bodemgebruik, niet mogelijk.
Conclusie Milieuhygiënisch gezien zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Wel dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de sterke verontreiniging met zink onder de bebouwing op het westelijk terreindeel. Bij wijziging van het feitelijk gebruik van dit terreindeel (bij sloop van het gebouw en/of bij graafwerkzaamheden) dient voorafgaand hieraan aanvullend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
44
5.5
Natuurwaarden
5.5.1 Natura 2000 De Europese Unie (EU) wil de biodiversiteit in Europa beschermen. Dit doet zij door gebieden aan te wijzen als Natura 2000-gebied. Dat is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland zijn meer dan 160 natuurgebieden aangewezen. Deze liggen allemaal binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Oorspronkelijk zijn deze gebieden aangewezen als Habitat- of Vogelrichtlijngebied. Al deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van planten- en / of diersoorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. In Nederland zijn de Europese regels voor gebiedsbescherming vertaald in de Natuurbeschermingswet. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de gebieden aan. In dat traject kunnen provincies, gemeenten, eigenaren en gebruikers van het aan te wijzen gebied hun zienswijze kenbaar maken. In het aanwijzingsbesluit van het betreffende Natura 2000-gebied wordt de exacte ligging aangegeven, evenals de soorten en habitattypen die in het gebied moeten worden beschermd.
5.5.2 Wet natuurbescherming (Wnb) Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De nadruk komt te liggen op het samenspel tussen provincies en gemeenten. Provincies bepalen wat voor hun gebied wel en niet mag in de natuur. De provincie Limburg heeft dit opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014, hoofdstuk 3. Er gelden drie vergunningen voor activiteiten in of met een effect op een Natura 2000-gebied: als er sprake is van effect op stikstof, geluid, licht en grondwater (Vergunning gebiedsbescherming); als er sprake is van effect op beschermde dieren en planten (Vergunning soortenbescherming); bij het kappen van bomen en struiken (Vergunning houtopstanden). 5.5.3 Plangebied Het bestemmingsplan maakt enkel het gebruik van de bestaande voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen als reguliere woning mogelijk. Eventueel aanwezige natuurwaarden worden niet aangetast. Een onderzoek naar beschermde soorten of gebieden is niet aan de orde. Hiermee vormen de natuurwaarden geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.6
Luchtkwaliteit
5.6.1 Nationaal beleid In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 onder titel 2 eisen ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen. Daarmee hangen de volgende besluiten en regelingen samen: Besluit gevoelige bestemmingen Besluit 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Regeling 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om aan de ene kant de uitstoot van schadelijke
bestemmingsplan Sittarderweg 181
45
stoffen te beperken en aan de andere kant te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. 5.6.1.1
Besluit gevoelige bestemmingen
Conform artikel 5.16a van de Wm kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarden projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. In dit kader is het Besluit gevoelige bestemmingen (Besluit) opgesteld. Het Besluit beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde 'gevoelige bestemmingen'. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden, indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen of binnen 50 meter vanaf provinciale wegen. 5.6.1.2
Niet in betekenende mate (NIBM)
In de AMvB 'Niet in betekenende mate' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO 2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die binnen de getalsmatige grenzen vallen en daardoor niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Dit moet gemotiveerd worden door de gemeente.
5.6.2 Plangebied Middels dit bestemmingsplan wordt het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen naar een reguliere woning mogelijk gemaakt. Er treedt in feite geen enkele wijziging van het gebruik op. Alhoewel deze ontwikkeling niet specifiek wordt genoemd, is de conclusie gerechtvaardigd dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen zoals aangegeven in artikel 5.16 lid 1 onder c Wet milieubeheer leveren daarom geen beperkingen op voor de ontwikkeling.
5.7
Externe veiligheid
5.7.1 Nationaal beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens tegenwoordig ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afhankelijk van de ruimtelijke ontwikkeling en beschikbare gegevens is deze beperkt of ruim van opzet.
bestemmingsplan Sittarderweg 181
46
5.7.1.1
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het PR kan op de kaart van een gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Via het PR wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. 5.7.1.2
Groepsrisico
Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Bij het GR wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het GR geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Voor het bevoegd gezag geldt een verantwoordingsplicht, wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten via het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betreft ook de al bestaande (beperkt) kwetsbare objecten, zoals al gebouwde woningen. Een risicobron is bijvoorbeeld een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Met het invloedsgebied wordt gedoeld op het gebied waarbinnen minimaal 1% van de aanwezige personen overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen ter plaatse van de risicobron. Het invloedsgebied van een risicobron is soms vastgelegd in de wet.
In de andere gevallen kan het worden berekend aan de hand van vastgelegde rekenregels. De verantwoording van het groepsrisico is één van de onderdelen van een goede ruimtelijke ordening. De omvang en diepgang van de verantwoording is daarbij afhankelijk van de gevolgen voor het groepsrisico. Dit wordt per bestemmingsplan beoordeeld.
5.7.2 Externe veiligheid inrichtingen Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is opgenomen in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi). Ter uitvoering van het Bevi geldt de 'Regeling externe veiligheid inrichtingen' (Revi). Hierin zijn aan te houden afstanden opgenomen voor zogenaamde categoriale inrichtingen. Daarnaast zijn in het Revi regels opgenomen voor de berekening van de aan te houden afstanden voor de niet-categoriale inrichtingen.
5.7.3 Gemeentelijk beleid In de 'Beleidsregel voor externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente Heerlen het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moeten worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Een aanscherping c.q. actualisatie wordt meegenomen in de nog op te stellen omgevingsvisie. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf. Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden. In 2014 is in opdracht van de provincie Limburg door Adviesgroep AVIV in beeld gebracht welke risicobronnen in de gemeente Heerlen aanwezig zijn en welke risico's deze voor de omgeving kunnen opleveren.
De invloedsgebieden van respectievelijk BEVI-inrichtingen, hogedruk aardgasleidingen en spoor-, rijks- en provinciale wegen zijn op kaarten weergegeven. De invloedsgebiedenkaarten lenen zich als praktisch instrument voor een quick scan bij een ruimtelijk project om gemakkelijk vast te stellen of de externe veiligheid in
bestemmingsplan Sittarderweg 181
47
beschouwing genomen moet worden en het groepsrisico verantwoord. De kaarten hebben een signaalfunctie. Ze geven ook aan waar de zoneringen voor de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico liggen die zich wettelijk verplicht dienen te vertalen in de planregels. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage van dit onderzoek: 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening, Adviesgroep AVIV, 26 november 2014'. In het vervolg van voorliggende paragraaf is gebruik gemaakt van de informatie uit dit onderzoek.
5.7.4 Plangebied Aan de hand van de risicokaart (zie: www.risicokaart.nl), het geldende bestemmingsplan, de studie 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening' (AVIV, projectnummer 142686 d.d. 26.11.2014) en de Regeling Basisnet zijn externe veiligheidsrisico's beoordeeld. De bevindingen zijn weergegeven in de onderstaande tabellen
Tabel inrichtingen Wetgeving /regels
Soort
Bronnen informatie
Relevantie externe veiligheid
Bevi/Revi
bedrijven
Risicokaart/plan
Texaco Heerlen V.O.F
Besluit risico's zware ongevallen
bedrijven
Risicokaart/Lijst BRZO
Nvt
Activiteitenbesluit
Windmolens tot 50 MW
Bedrijvenbestand
Nvt
Vuurwerkbesluit
Vuurwerkopslag Vuurwerkverkoop
Bedrijvenbestand
Nvt
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Munitieopslag
Bedrijvenbestand
Nvt
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik
Ontplofbare stoffen
Bedrijvenbestand
Nvt
Wet luchtvaart
Luchthavens
Bedrijvenbestand
Nvt
Tabel buisleidingen (Revb-regeling) in Heerlen Soort buisleiding
Aanwezig in plangebied
opmerking
Aardgasleidingen => 50 mm Nee of meer en druk van 1600 kPa of meer. Buisleidingen voor aardolieproducten >=70 mm en druk 1600 kPa of meer.
Niet aanwezig in gemeente Heerlen
Buisleidingen voor brandbare stoffen >=70 mm en druk 1600 kPa of meer.
Niet aanwezig in gemeente Heerlen
bestemmingsplan Sittarderweg 181
48
Buisleidingen voor giftige Niet aanwezig in gemeente stoffen en specifieke stoffen Heerlen >=70 mm en druk 1600 kPa of meer.
Tabel Transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) Soort transportbuisleiding
Aanwezig in plangebied
Opmerking
Basisnet water
Niet aanwezig in gemeente Heerlen. Plan ligt niet in invloedsgebied Basisnet water.
Nvt
Basisnet spoor, Route A380
Nee
Basisnet weg (rijksweg A76+A79)
Nee
Wegen die deel uitmaken van Nee de route vervoer gevaarlijke stoffen: N281 en Weltenlaan Overige wegen in en rond plan
Nee
De dichtst bij gelegen inrichting is Texaco Heerlen V.O.F (vulpunt, reservoir en afleverinstallatie) met een risicocontour 10-6 afstand van 45 meter, gelegen op ongeveer 120 meter van het plangebied. Uit bovenstaande inventarisatie blijkt dat binnen de risicocontouren van een beschouwde risicobronnen zich geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten bevinden. Het plaatsgebonden risico voor externe veiligheid staat dan ook niet in de weg aan de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.7.4.1
Beoordeling groepsrisico
Het huidige plan omvat geen/onvoldoende verantwoording van het GR, de omvang van het GR is niet berekend of bekend. Het voorliggend bestemmingsplan maakt het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen mogelijk. In het vigerend bestemmingsplan "Heerlen-Stad Noord" heeft de woning de aanduiding 'bedrijfswoning' gekregen. In dat plan is ook de verantwoording van het GR gemotiveerd. In het voorliggend plan wordt enkel het gebruik als reguliere woning planologisch mogelijk gemaakt. Voor zo ver een groepsrisico aan de orde is, verandert deze niet door het nieuwe bestemmingsplan. 5.7.4.2