Sittarderweg 181_Bijlagen bij de toelichting_2.pdf
Tekst van het document
Sittarderweg 181
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Brief verzoek Sittarderweg 181
4
Bijlage 2
VBAO Sittarderweg 181 te Heerlen
7
Bijlage 3
Bedrijven en milieuzonering
145
bestemmingsplan Sittarderweg 181
2
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Sittarderweg 181
3
Bijlage 1
Brief verzoek Sittarderweg 181
bestemmingsplan Sittarderweg 181
4
De Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Parkstad t.a.v. mevr. S. Lipsch Postbus 200 6400 AE HEERLEN 6400 AE200
Datum 9 oktober 2020
Onderwerp verzoek toevoegen 1 woning aan regionale woningmarktprogrammering
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Bijlage(n) geen Domein Ruimte - Team Beleid Ruimte
Telefoonnummer 045-5604295
Geachte mevrouw Lipsch, Met deze brief verzoek ik u om een woning aan Sittarderweg 181 te Heerlen toe te voegen aan de regionale woningmarktprogrammering. Volgens het geldend beleid is compensatie in deze casus niet vereist. Ik licht dat hieronder toe. Volgens het vigerende bestemmingsplan Heerlen Stad-Noord (bestemmingsplan uit 2015) is de woning aan de Sittarderweg 181 te Heerlen gekwalificeerd als bedrijfswoning, terwijl deze woning sinds 2011 feitelijk wordt gebruikt als particuliere woning. Huidige eigenaar van de woning aan de Sittarderweg 181, dhr. Swakhoven, heeft tot 2011 ter plaatse, plaatselijk bekend Sittarderweg 183, een bedrijf gehad, maar heeft dat bedrijf toen verkocht. Eerder, en wel in 2002, is het bedrijf zowel kadastraal als eigendomtechnisch afgesplitst van de woning. De voormalige bedrijfswoning staat sinds de eigendomsverkrijging op 15 november 1990 op naam van de heer Swakhoven privé. In 2002 is het bedrijfsmatige gedeelte in een holding ondergebracht.
Eind 2019 heeft de heer Swakhoven ontdekt dat zijn particulier bewoonde woning de functieaanduiding van een bedrijfswoning heeft. Daarop heeft hij de gemeente om planologische medewerking verzocht, teneinde de planologisch, juridische situatie in overeenstemming te brengen met de reeds lang bestaande feitelijke situatie. Daarvoor is het noodzakelijk dat deze woning aan de woningmarktprogrammering van de Stadsregio Parkstad wordt toegevoegd. In de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg, hoofdstuk 5 - Zuid-Limburgse beleidsafspraken en de aanpak voor de woningmarkt, wordt omschreven op welke wijze de regio de woningmarkt wil reguleren. Volgens Beleidsafspraak VI moeten woningen (woningbouwinitiatieven) die aan de vastgestelde woningmarktprogrammeringen worden toegevoegd, worden gecompenseerd. Deze beleidsafspraak kent een noot, te weten noot 10. ‘10 Legalisatie van illegale woningsplitsingen en/of administratieve correcties worden niet gezien als nieuwe woningbouw, maar het weergeven van een feitelijke situatie. Hierdoor kan de woningvoorraad soms af- of toenemen. Dit kan ook betekenen dat de transformatieopgave licht toeneemt. Hiervoor hoeft echter niet gecompenseerd te worden zoals bedoeld onder beleidsafspraak VI.’ De voorliggende casus betreft naar de mening van de gemeente een situatie die onder de reikwijdte van noot 10 valt en derhalve van compensatie is ontheven.
Het gaat immers om een administratieve correctie omdat enkel een reeds langjarig bestaande feitelijke situatie moet worden vervat in een planologische maatregel. Graag verneem ik uw besluit in deze. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Heerlen, namens dezen,
R. de Jong Teamleider Beleid Ruimte Deze brief is geautomatiseerd aangemaakt en daarom niet ondertekend.
Bijlage 2
VBAO Sittarderweg 181 te Heerlen
bestemmingsplan Sittarderweg 181
7
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sittarderweg 181 te Heerlen
Opdrachtgever: Gemeente Heerlen
Organisatie
Telefoon
Projectnummer
SLM012542 Adres
Datum
Documentnummer
19 mei 2020
SLM012542.RAP001.MH.GL, versie 2.0
Colofon Opdrachtgever Gemeente Heerlen, Domein Ruimte Postbus 1 6400 AA Heerlen Contactpersoon opdrachtgever
Contactpersoon
Autorisatie Projectnummer
Documentnummer
Versie
Status
SLM012542
SLM012542.RAP001.MH.GL
2.0
Definitief
Opgesteld door
Functie
Datum
Paraaf
Geverifieerd door
Functie
Datum
Paraaf
Akkoord projectleider
Functie
Datum
Paraaf
Rapporthistorie Versie
Datum
Wijzigingen
2.0
19 mei 2020
Toevoegen analysemonsters
2/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek 1.2 Kwaliteit 1.3 Leeswijzer 1.4 Disclaimer
4 4 4 5 5
2
Vooronderzoek 2.1 Locatiegegevens 2.2 Historische locatiegegevens 2.3 Toekomstig gebruik 2.4 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken 2.5 Locatie-inspectie 2.6 Archiefonderzoek 2.7 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.8 Bodembeleid 2.9 Puin in relatie tot asbest 2.10 PFAS 2.11 Hypothese en onderzoeksstrategie
6 6 7 9 9 13 13 14 14 14 15 15
3
Veldwerk en chemische analyses 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden 3.2 Zintuiglijke waarnemingen 3.3 Grondwaterbemonstering 3.4 Laboratoriumanalyses
17 17 18 20 20
4
Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Toetsing van de analyseresultaten 4.2 Grond 4.3 Grondwater 4.4 Asbest
22 22 23 25 26
5
Conclusies
27
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Regionale ligging van de onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie Profielbeschrijvingen Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Analysecertificaten Afkortingen en begrippen Fotorapportage terreininspectie Bodemkwaliteitsrapportage en voorgaande onderzoeken
3/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
1
Inleiding
In opdracht van de gemeente Heerlen heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Sittarderweg 181 te Heerlen. De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in de bijlagen 1 en 2. 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek De aanleiding voor onderhavig onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. De bestemming zal wijzigen van ‘bedrijfswoning’ naar ‘wonen’. In verband met de bestemmingswijziging is het noodzakelijk om de bodemkwaliteit vast te stellen en te beoordelen of deze geschikt is voor de nieuwe bestemming. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is vast te stellen of er op de locatie sprake is van een verontreiniging van grond, grondwater, en/of asbest. Onderhavig uitgevoerd onderzoek bestaat uit: − een vooronderzoek conform de NEN 57251; − een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 57402; − een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 3 en 58974. 1.2 Kwaliteit Lievense Milieu B.V. is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001 en ISO 14001, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Verder is Lievense Milieu B.V. gecertificeerd voor het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De certificaten van alle vestigingen van Lievense Milieu B.V.
staan geregistreerd op onze hoofdvestiging te Nieuwegein. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Fransen Milieutechniek B.V. conform de onderstaande protocollen: − Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. − Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. − Protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Fransen Milieutechniek B.V. is hiervoor gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen.
1 NEN 5725:2017 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.
NEN 5740:2009+A1:2016 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 3 NEN 5707+C2:2017 – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond 4 NEN 5897+C2:2017: Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 2
4/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
De analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van Lievense Milieu B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. 1.3 Leeswijzer Dit rapport beschrijft de wijze van uitvoering en resultaten van het onderzoek en kent de volgende opbouw: In hoofdstuk 2 worden de algemene informatie van de onderzoekslocatie, de resultaten van het vooronderzoek en de daaruit voortvloeiende onderzoekshypothese beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het laboratoriumonderzoek getoetst. Hoofdstuk 5 sluit af met de conclusies en eventuele aanbevelingen. Voor een uitleg van de in dit rapport gebruikte begrippen en afkortingen wordt verwezen naar bijlage 6. 1.4 Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef.
Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. Lievense Milieu B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.
5/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
2
Vooronderzoek
In het kader van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725:2017. In het kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: − Gemeente Heerlen. − Gemeente Maastricht. − Provincie Limburg. − Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). − Recent kaartmateriaal (Google Earth en Maps). − Kadaster (https://mijn.kadaster.nl/). − Grondwaterkaarten TNO. − Terreininspectie. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. 2.1
Locatiegegevens
In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen: Adres onderzoekslocatie
Sittarderweg 181 te Heerlen
Oppervlakte locatie
Circa 375 m²
Kadastrale gegevens
Gemeente Heerlen, sectie R, nummer 3830
Huidig gebruik van de locatie
Wonen
Toekomstig gebruik van de locatie
Wonen
Aanwezige verhardingen
Klinkers en beton
Aanwezigheid ondergrondse opslagtanks Asbest
Buiten gebruik zijnde HBO-tank (tank is gereinigd en afgevuld met zand) Niet bekend
De onderzoekslocatie betreft het perceel Sittarderweg 181 te Heerlen en betreft een voormalige bedrijfswoning bij het naastgelegen bedrijf. De woning is al geruime tijd niet meer in gebruik als bedrijfswoning en is kadastraal daarvan afgesplitst. Ten noorden van de locatie bevindt zich het bedrijfspand van de firma Swakhoven, een bedrijf dat zich specialiseert op het gebied van mechanische beveiliging, toegangsbeheer en kluizen. Ten noordoosten van de locatie is een kantoorpand gelegen. Ten zuiden en westen wordt de locatie omgeven door woonbebouwing en aangrenzende tuinen. Ten oosten van de Sittarderweg is een autobedrijf gelegen met bijbehorend tankstation. Dit tankstation bevindt zich op geruime afstand van de locatie (>25 m), aan het Palemigerboord.
6/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Op onderstaande luchtfoto is een weergave van de huidige situatie te zien (bron: Google Maps). De begrenzing van de onderzoekslocatie is met rode lijn aangegeven.
Figuur 2.1: Luchtfoto met huidige situatie
2.2
Historische locatiegegevens
Via de website www.topotijdreis.nl is historisch kaartmateriaal geraadpleegd van de periode 1850-2018. In figuren 2.2 t/m 2.7 zijn enkele uitsnedes van het geraadpleegde historische kaartmateriaal weergegeven voor de periode 1900-2018.
Figuur 2.2: Situatie 1900
7/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Figuur 2.3: Situatie 1925
Figuur 2.4: Situatie 1950
Figuur 2.5: Situatie 1975
Figuur 2.6: Situatie 2000
Figuur 2.7: Situatie 2018
De Sittarderweg met in het verlengde daarvan de t-splitsing Schelsberg-Heerenweg is op kaartmateriaal van omstreeks 1850 al zichtbaar. Alhoewel in de loop van de tijd meerdere ingrepen in de infrastructuur hebben plaatsgevonden, is de ligging van deze wegen vrijwel ongewijzigd gebleven. Tot de jaren ’20 is de omgeving in gebruik als landbouwgrond/natuur. In de jaren ’20 is de bebouwing aan de Sittarderweg, ter plaatse en ten zuiden van de onderzoekslocatie, sterk toegenomen. In diezelfde periode nam ook de bebouwing aan de Schelsberg (noordelijk) en ter plaatse van de wijk Musschenbroek (oostelijk) toe. Met de aanleg van het Palemigerboord in de jaren ’60 vonden ook elders in de omgeving ingrepen plaats in de infrastructuur. Ten noordoosten van de onderzoekslocatie werd destijds een rotonde aangelegd en vanaf die tijd is de Sittarderweg, middels een bocht, aangesloten op het Palemigerboord. Ondanks meerdere wijzigingen in de infrastructuur in de decennia daarna, is de ligging van de Sittarderweg sinds die tijd niet meer veranderd. In diezelfde periode werd de bebouwing aan de oostkant van de onderzoekslocatie, tussen de Sittarderweg en het Palemigerboord uitgebreid. Ook het autobedrijf/tankstation ten oosten van de locatie, stamt op basis van gegevens van het Kadaster uit die periode.
8/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Uit de historische informatie van eerder uitgevoerd bodemonderzoek (MAH, 1999) blijkt dat het maaiveld in de omgeving van de Sittarderweg oorspronkelijk lager gelegen was (moeras) en in het verleden is aangevuld met afvalstenen (bouwpuin) afkomstig van sloopwerkzaamheden van de voormalige steenfabriek aan de Meezenbroekweg. Vermoedelijk is deze ophooglaag vóór 1920 opgebracht. De huidige bebouwing ter plaatse van de onderzoekslocatie stamt op basis van gegevens van de gemeente Heerlen uit medio jaren ’50. Tot 1990 was de locatie in gebruik ten behoeve van een levensmiddelenwinkel waarbij de loods in gebruik was ten behoeve van de opslag van levensmiddelen. In 1991 werd een instrumentenmakerij ten noorden van de locatie (heden bedrijfspand firma Swakhoven, Sittarderweg 183) gebouwd. Vanaf 1990 is de locatie in gebruik geweest als instrumentmakerij, groothandel in pedicurematerialen, sleutel- en slotenservice, verkoop bandkasten en kluizen etc. Op de locatie bevindt zich een buitengebruik zijnde ondergrondse HBO-tank (zie bijlage 2 voor de ligging van deze tank). Deze tank is omstreeks 1993 met zand afgevuld. Uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat ten noorden, de voormalige locatie Sittarderweg 185, een carrosseriebedrijf gevestigd was. De bebouwing van dat voormalige carrosseriebedrijf is inmiddels gesloopt.
De bebouw was vast gebouwd aan het woonhuis met garage op de onderzoekslocatie. De heer Swakhoven (eigenaar) heeft aangegeven dat de garage in het woonhuis vroeger als doorvaart naar het achterterrein werd gebruikt. Inmiddels behoort een gedeelte van de voormalige locatie Sittarderweg 185 toe aan de bedrijfslocatie van de firma Swakhoven. Ten zuiden van de locatie, ter plaatse van Sittarderweg 175, is in het verleden een bedrijf gevestigd geweest dat zich bezighield met de reparatie van autoradiatoren. 2.3
Toekomstig gebruik
In het bestemmingsplan ‘Heerlen, Stad Noord’ van 2015 heeft het bedrijf de bestemming ‘bedrijf’ gekregen en is de woning als ‘bedrijfswoning’ aangeduid. De woning was op dat moment echter al niet meer als bedrijfswoning in gebruik en ook kadastraal daarvan afgesplitst. Alhoewel het feitelijk gebruik van de onderzoekslocatie dus niet zal veranderen, is het de bedoeling om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie en de bestemming ‘wonen’ aan de voormalige bedrijfswoning toe te kennen. De naastgelegen bedrijfsactiviteiten blijven gehandhaafd. 2.4
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Ter plaatse van de onderzoekslocatie van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 1 Historisch bodemonderzoek Sittarderweg 181 gelegen in Musschemig, Gemeente Heerlen, kenmerk 10211, d.d. 14 augustus 1990; 2 Indicatief milieutechnisch bodemonderzoek terrein aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, Geoconsult, kenmerk MM-0455, d.d. 9 oktober 1990;
9/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
3 Aanvullend milieutechnisch bodemonderzoek terrein aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, Geoconsult, kenmerk MM-0455-A, d.d. 17 oktober 1990; 4 Oriënterend bodemonderzoek Sittarderweg 181 te Heerlen, Intron, kenmerk B91275, d.d. september 1991; 5 Nader bodemonderzoek Sittarderweg 181 te Heerlen, MAH, kenmerk M703c-PRO/98, d.d. 23 maart 1999. In meerdere van bovenstaande onderzoeken wordt een ondergrondse HBO-tank aan de achterzijde van de woning vermeld. In de omgeving van de locatie zijn tevens bodemonderzoeken bekend: 6 Oriënterend bodemonderzoek Sittarderweg 185-199 te Heerlen, Royal Haskoning, kenmerk 9V7825.01H, d.d. 16 juni 2010; 7 Historisch onderzoek Sittarderweg 185, Register, kenmerk HO nr 5981, d.d. 12 juni 2008; 8 Historisch onderzoek Sittarderweg 175, Register, kenmerk HO nr 6433, d.d. 2 oktober 2006; 9 Vooronderzoek verlagen leidingen Sittarderweg / Schelsberg, Gemeente Heerlen, kenmerk: HL091701238, d.d. 12 december 2017; 10 Verkennend bodemonderzoek t.b.v. verlagen leidingen Sittarderweg-Schelsberg te Heerlen, Geonius, kenmerk MA150152.091.R01, d.d. 6 april 2018; 11 Onderzoek kwaliteit asfalt en fundering gedeelte Palemigerboord (ter hoogte van kruising met Sittarderweg) in het kader van Groot Asfaltonderhoud Heerlen 2016, Geonius, kenmerk MA150152.020.008, d.d. 19 mei 2016 De bodemrapportage van de gemeente Heerlen is toegevoegd in bijlage 8.
In bijlage 8 zijn tevens de voorpagina’s, samenvattingen/conclusies en tekeningen van de bodemonderzoeken toegevoegd die uitgevoerd zijn op de onderzoekslocatie. Hieronder worden de bodemonderzoeken verder toegelicht. Sittarderweg 181 (onderzoekslocatie) 1. Historisch bodemonderzoek Sittarderweg 181 gelegen in Musschemig, Gemeente Heerlen, kenmerk 10211, d.d. 14 augustus 1990. De locatie is door de auteurs als een niet verdacht terrein beschouwd. 2. Indicatief milieutechnisch bodemonderzoek terrein aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, Geoconsult, kenmerk MM-0455, d.d. 9 oktober 1990. Het bodemonderzoek werd uitgevoerd in verband met de eventuele bouwplannen op het perceel en ter vastlegging van de nulsituatie. In de bodem zijn tot ca. 1,1 m-mv bouwpuin- en mijnsteenresten aangetroffen. In de bodem zijn licht tot matig verhoogde gehalten zware metalen en licht verhoogde gehalten PAK aangetoond. Deze gehalten zijn naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit het aangetroffen bouwpuin. De gehalten EOX lagen rond de Awaarde.
10/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
In het grondwater (gws 2,37 m-mv) zijn een sterk verhoogde gehalte aan EOX en 1,1,1trichloorethaan vastgesteld naast licht tot matig verhoogde concentraties aan chroom, BTEX en tetrachlooretheen. Het is aannemelijk geacht dat de grondwaterverontreiniging afkomstig is van een bron buiten de onderzoekslocatie aangezien ter plaatse van de onderzoekslocatie geen aanleidingen te vinden zijn die een dergelijke vervuiling kon veroorzaken. 3. Aanvullend milieutechnisch bodemonderzoek terrein aan de Sittarderweg 181 te Heerlen, Geoconsult, kenmerk MM-0455-A, d.d. 17 oktober 1990. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat het grondwater (gws 2,16-3,07 m-mv) matig tot sterk verontreinigd was met EOX, BTEX en 1,1,1-trichloorethaan. Het aantreffen van EOXverbindingen kan veroorzaakt worden door de hoge mate waarin vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen voorkomen. Mogelijk worden de zwaardere fracties van laatstgenoemde stoffen bij de EOX-meeting aangetoond. Uit het onderzoek blijkt verder dat ter plaatse van Sittarderweg 175, op ca. 20 à 30 m van Sittarderweg 181, een bedrijf was gesitueerd dat onder meer gebruik maakte van ontvettingsbaden (chloorkoolwaterstoffen). Dit zijn de stoffen waaruit de op dit perceel aangetroffen grondwaterverontreiniging bestaat. Op de onderzoekslocatie zelf waren geen aanwijsbare vervuilingsbronnen aanwezig.
Het lijkt dus het meest aannemelijk dat de vervuilingsbron buiten de onderzoekslocatie gesitueerd is. 4. Oriënterend bodemonderzoek Sittarderweg 181 te Heerlen, Intron, kenmerk B91275, d.d. september 1991. In de opgebrachte grond (dikte varieert tussen 0,6 en 2,4 m) zijn licht verhoogde gehalten koper, cadmium, lood, zink en PAK aangetoond, maximaal matig verhoogde gehalten zink en lood. De verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan bodemvreemde materialen (puin, kooltjes, slakken). In de ongeroerde ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan EOX en cadmium vastgesteld. In het grondwater (gws 2,2-3,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan BTEX, sterk verhoogde gehalten aan 1,1,1-trichloorethaan en licht verhoogde gehalten aan overige VOCl’s gemeten. Het gehalte aan EOX in het grondwater lag beneden de A-waarde. 5. Nader bodemonderzoek Sittarderweg 181 te Heerlen, MAH, kenmerk M703c-PRO/98, d.d. 23 maart 1999. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is, ten gevolge van een opgebrachte puinhoudende bodemlaag afkomstig van sloopwerkzaamheden van de voormalige steenfabriek Meezenbroekweg, variërend van 0,5 tot 3,0 m-mv licht verontreinigd met zware metalen en PAK. Tijdens het nader onderzoek zijn de verhoogde gehalten aan VOCl’s in het grondwater niet bevestigd (gws 1,26-1,78 m-mv).
Mogelijk heeft de VOCl-verontreiniging, die vermoedelijk te relateren is aan de voormalige bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Sittarderweg 175 (Van Schweden) en veroorzaakt is in de periode 1960-1964, in het grondwater zich gezien de periode tussen het oriënterend en nader onderzoek stroomafwaarts naar buiten de onderzoekslocatie verplaatst. Er was toen geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
11/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Sittarderweg 185 (noordelijk, belendend perceel t.o.v. onderzoekslocatie) 6. Oriënterend bodemonderzoek Sittarderweg 185-199 te Heerlen, Royal Haskoning, kenmerk 9V7825.01H, d.d. 16 juni 2010 Tot een diepte van 3,0 m-mv zijn bodemvreemde bijmengingen met puin, baksteen, beton, asfalt, kooltjes en asfaltdeeltjes aangetroffen. In de grondmonsters zijn verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, molybdeen, xylenen en naftaleen vastgesteld (gws 1,77-2,3 m-mv). Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Deze lichte verontreinigingen zijn mogelijk te relateren aan de voormalige bodembedreigende (bedrijfsmatige) activiteiten. De aanwezigheid van ondergrondse tanks is middels het gebruik van een metaaldetector en plaatsing van boringen niet aangetoond. 7. Historisch onderzoek Sittarderweg 185, Register, kenmerk HO nr 5981, d.d. 12 juni 2008. Uit het historisch onderzoek is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake was van bodemverontreiniging vanwege enkele bodembedreigende activiteiten. Ook zijn er aanwijzingen dat op de locatie mogelijk asbest is verwerkt of toegepast. Deze locatie is verder niet onderzocht... Sittarderweg 175 (ten zuiden van de onderzoekslocatie) 8. Historisch onderzoek Sittarderweg 175, Register, kenmerk HO nr 6433, d.d. 2 oktober 2006.
Uit het historisch onderzoek is gebleken dat op de locatie mogelijk sprake was van bodemverontreiniging. Ook zijn er aanwijzingen dat op de locatie mogelijk asbest is verwerkt of toegepast. Deze locatie is verder niet onderzocht. Reconstructie Sittarderweg-Schelsberg 9. Vooronderzoek verlagen leidingen Sittarderweg / Schelsberg, Gemeente Heerlen, kenmerk: HL091701238, d.d. 12 december 2017 De rijweg/asfaltverharding was verdacht van bodemverontreiniging. De fundering onder de rijweg/verharding was verdacht voor asbest. 10. Verkennend bodemonderzoek t.b.v. verlagen leidingen Sittarderweg-Schelsberg te Heerlen, Geonius, kenmerk MA150152.091.R01, d.d. 6 april 2018 Aanleiding voor het onderzoek waren geplande werkzaamheden aan leidingen. De slakkenfundatie ter plaatse van de beklinkerde rijbaan van de Schelsberg is sterk verontreinigd met barium en licht verontreinigd met molybdeen en PAK. De bodemlaag onder de slakkenfundatie was niet verontreinigd. De bovengrond ter plaatse van het fietspad, trottoir en groenstrook is maximaal licht verontreinigd met molybdeen en/of PAK. De ondergrond was maximaal licht verontreinigd met zink en/of kwik, PAK en minerale olie. Visueel en analytisch is geen asbest aangetroffen.
12/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
11. Onderzoek kwaliteit asfalt en fundering gedeelte Palemigerboord (ter hoogte van kruising met Sittarderweg) in het kader van Groot Asfaltonderhoud Heerlen 2016, Geonius, kenmerk MA150152.020.008, d.d. 19 mei 2016. Het asfalt was teervrij. De slakkenfundatie is sterk verontreinigd met barium en licht verontreinigd met overige zware metalen en/of PAK. De stolfundatie bevat licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie. De onderliggende zintuiglijk schone bodem is niet verontreinigd. De zwak baksteen- en matig koolhoudende ondergrond is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met overige zware metalen en PAK. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 2.5 Locatie-inspectie Op 31 maart 2020 is door de heer M. Hanssen van Lievense Milieu B.V. een terreininspectie uitgevoerd. Foto’s van deze terreininspectie zijn opgenomen in bijlage 7. Zie tevens bijlage 2 voor een situatietekening van de locatie. De voormalige winkel in de woning aan de voorzijde van de locatie is in gebruik als woonruimte. De voormalige doorgang ten noorden, in de woning, is in gebruik als garage. Deze garage is voorzien van een betonvloer met daaroverheen vloerbedekking. De tuin tussen het pand aan de voorzijde van de locatie en de opslagloods aan de achterzijde is grotendeels voorzien van een klinkerverharding.
Een klein gedeelte is in gebruik als bloementuin en vijver. De loods aan de achterkant van de locatie is ingedeeld in meerdere compartimenten. De gehele opslagloods is voorzien van een in goede staat verkerende betonvloer zonder scheuren. De loods is in gebruik als werkplaats/opslagruimte. Er worden onder andere een aanhangwagen en oldtimer-auto’s gestald. Op de betonvloer zijn plaatselijk (olie)vlekken zichtbaar. Aangezien de vloer in goede staat verkeerd, is het niet aannemelijk dat er olie in de bodem terecht gekomen is. In het voorlaatste compartiment is een smeerput aanwezig die, volgens de eigenaar, nooit is gebruikt. Ook in de smeerput is een betonvloer aanwezig. De bodem van de smeerput bevindt zich op circa 1,5 m-mv. Helemaal aan de achterkant (westzijde) bevindt zich een voormalige paardenstal, welke niet meer in gebruik is. De loods maakt een opgeruimde en nette indruk. 2.6 Archiefonderzoek Bij gemeente Heerlen zijn de beschikbare bouw-, sloop- en milieudossiers opgevraagd. Voor de locatie zijn de volgende bouwvergunningen afgegeven aan de toenmalige eigenaar: − Bouwvergunning woon-winkelhuis in 1953, nummer 9030. − Bouwvergunning opslagplaats met stal, alsmede wijziging goedgekeurd plan in 1954, nummer 9031. − Bouwvergunning aanbouw serre in 1955, nummer 9032.
− Bouwvergunning voor een instrumentenmakerij (heden bedrijfspand firma Swakhoven, Sittarderweg 183) alsmede wijziging goedgekeurd plan in 1991, nummer b5352. Er zijn bij de gemeente geen sloop- danwel milieudossiers voorhanden.
13/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
2.7 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De maaiveldhoogte van de onderzoekslocatie bevindt zich op circa 89 m +NAP (AHN kaart). De regionale bodemopbouw kan worden geschematiseerd zoals weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.2. Tabel 2.2: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)
Formatienaam
Formatie-opbouw
Geohydrologische omschrijving
0-5
Boxtel
Lössleem
Matig doorlatende laag
5-75
Heksenberg, Rupel en Tongeren
Fijnkorrelig, klei- en glauconiethoudend fijn zand en klei
Matig doorlatende laag
>75
Carboonafzettingen
Schalierijke afzettingen
Ondoorlatende basis
Bron: Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1985, kaartblad 62W, 62O
Uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat het grondwater gemiddeld genomen op circa 2,5 m-mv wordt aangetroffen. De globale stromingsrichting van het freatisch grondwater is noordwestelijk. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied/waterwingebied (bron: provinciaal waterplan Limburg 2016-2021, kaart 8). 2.8 Bodembeleid De bodemkwaliteit binnen de gemeente Heerlen staat beschreven in de Bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen (Grontmij, kenmerk 344213 rev D1, d.d. 26 januari 2016). Onderhavige locatie is gelegen in het deelgebied ‘2 woonwijken’. De indicatieve ontgravingskwaliteit van de bovengrond voldoet aan klasse ‘AW2000’ en van de ondergrond aan klasse ‘industrie’. Voor de bovengrond geldt voor zink als lokale maximale waarde (LMW) de waarde 265,1 mg/kg ds. Voor de overige stoffen geldt de maximale waarden voor de klasse wonen. Ook voor de ondergrond geldt voor alle stoffen als LMW de maximale waarde voor de klasse wonen. De LMW zijn toegevoegd in bijlage 4. 2.9 Puin in relatie tot asbest Het vigerend landelijk beleid ten aanzien van asbest stelt dat dat wanneer op een locatie puin(resten) aanwezig zijn, de locatie conform de NEN 5707 als asbestverdacht dient te worden beschouwd. Wanneer sprake is van een asbestverdachte locatie, dient een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd te worden.
Als aangetoond kan worden wat de herkomst is van het puin en dat het puin niet asbestverdacht is, hoeft geen verkennend asbestonderzoek aanbevolen te worden (zie NEN5725:2017).
14/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
2.10 PFAS Er is geen aanleiding om aan te nemen dat op onderhavige onderzoekslocatie hoge gehalten PFAS en/of GenX in de grond aanwezig zijn, er is geen puntbron in de directe omgeving bekend. In vrijwel heel Nederland zijn (zeer) licht verhoogde gehalten aan PFAS verbindingen in de grond aanwezig als gevolg van atmosferische depositie. Aangezien geen afvoer van grond is voorzien is in onderhavig onderzoek geen onderzoek verricht naar PFAS in de bodem. 2.11 Hypothese en onderzoeksstrategie Uit eerdere bodemonderzoeken blijkt dat op de locatie een ophooglaag aanwezig is met bodemvreemde bijmengingen (puin, baksteen, slakken, mijnsteen, kooltjes). De dikte van deze laag varieert tussen 0,6 en 2,5 m. In deze laag werden verhoogde gehalten zware metalen, PAK en EOX aangetoond. Tussen de woning en achtergelegen schuur heeft een ondergrondse HBO-tank gelegen welke is afgevuld met zand. Bij eerdere bodemonderzoeken is bij deze tank een boring en een peilbuis geplaatst. Zintuiglijk zijn daarbij tot 3,8 m-mv geen verontreinigingen met olie waargenomen. Er zijn geen analyses uitgevoerd op minerale olie. In het grondwater zijn in het verleden verontreinigingen met BTEX, 1,1,1-trichloorethaan en EOX aangetoond. De verontreiniging in het grondwater was waarschijnlijk afkomstig van een bron buiten de onderzoekslocatie.
Bij vervolgonderzoeken werden uiteindelijk geen verhoogde gehalten vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en EOX meer aangetoond, en wat betreft BTEX werden uiteindelijk alleen licht verhoogde gehalten aangetoond. Omdat op de locatie puin van onbekende herkomst en kwaliteit aanwezig is, is de locatie vooralsnog verdacht met betrekking tot asbest. Op basis van vooronderzoek concluderen wij dat de bodem van delen van de locatie mogelijk is verontreinigd. Verschillende deellocaties hebben daarom een eigen onderzoeksstrategie Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel 2.3 (zie voor ligging bijlage 2). Tabel 2.3: Voormalig en huidig gebruik en mogelijke consequenties voor de bodem Deellocatie
Oppervlakte/inhoud
Strategie NEN
Toelichting
5740 / NEN 5707 A. Gehele locatie
Ca. 375 m²
VED-HE-NL
Door de aanwezigheid van bodemvreemde materialen met name verdacht op de aanwezigheid van zware metalen, PAK, EOX en asbest in de bodem. Licht verhoogde gehalten BTEX in het grondwater.
B. Buiten gebruik zijnde
3.000 liter
VEP-OO
ondergrondse HBO-tank C. Smeerput
Verdacht voor de aanwezigheid van olieproducten in grond en grondwater
<10 m²
VEP
Verdacht voor de aanwezigheid van olieproducten in grond en/of grondwater
15/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Toelichting tabel: VED-HE: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming; VEP-OO: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks; VEP: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern.
16/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
3
Veldwerk en chemische analyses
3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd ten behoeve van het verkennend bodem- en asbestonderzoek: Tabel 3.1: Onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek Deellocatie
A. Gehele terrein
Strategie
VED-HE-NL
Veldwerk Boring tot 0,5 m-mv
Boring tot 2,0 m-mv
Peilbuis
Grond 1
Grondwater 2
2 proefgaten 0,3x0,3x0,5 m
1 proefgat 0,3x0,3x0,5 m doorboren tot 2,0 m-mv
1 proefgat 0,3x0,3x0,5 m in combinatie met peilbuis
2 x std. pakket +
1 x std. pakket
(375 m2)
B. Ondergrondse
Analyses
1 x asbest in grond
VEP-OO
1 boring tot 1,0 m-mv
3 boringen
Gecombineerd met deellocatie A
1 x min. olie
1 x min. olie
VEP
1 boring tot 1,0 m
-
-
1 x std. pakket
-
HBO-tank (3.000 liter) C: Smeerput (<10 m²)
Toelichting tabel: 1) Standaard NEN 5740 stoffenpakket grond: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK, PCB, minerale olie, organisch stof- en lutumpercentage. 2) Standaard NEN 5740 stoffenpakket grondwater: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 april 2020 door de heer M. Fransen van Fransen Milieutechniek B.V. De verrichte veldwerkzaamheden zijn ingemeten ten opzichte van vaste punten. In de woning zijn geen boringen verricht. De situatietekening met boorpunten is opgenomen in bijlage 2. Om de ondergrondse opslagtank te lokaliseren zijn meerdere boringen geplaatst (boring 2-2C). Uiteindelijk is de tank aangetroffen op een diepte van circa 0,3 m-mv. Zowel bij de tank als de smeerput zijn oliewatertests op de uitgeboorde grond uitgevoerd. Daarbij zijn geen oliewaterreacties waargenomen. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepte van het peilfilter ter plaatse van boring 3 en overige zintuiglijke waarnemingen. In bijlage 3 zijn tevens foto’s opgenomen van het materiaal uit de proefgaten. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat ter plaatse van de locatie sprake is van een sterk geroerd bodem tot circa 2 m-mv. De bodem bestaat afwisselend uit zand, leem en funderingslagen. Duidelijke bodemlagen zijn niet te onderscheiden.
17/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Aangezien de smeerput voorzien is van een betonvloer en er geen oliewaterreactie zijn waargenomen bij de opgeboorde grond is besloten om ter plaatse van de smeerput geen peilbuis te plaatsen. Op basis van de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen is wel besloten om de bodem ter plaatse van de smeerput op het standaardpakket te analyseren in plaats van alleen op minerale olie. 3.2 Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk waarnemingen gedaan die mogelijk kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Deze waarnemingen zijn weergegeven in onderstaande tabel 3.2. Tabel 3.2: Zintuiglijke waarnemingen Meetpunt
001
Diepte boring
Traject
(m -mv)
(m -mv)
0,50
0,19 - 0,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
-
uiterst baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sterk slakhoudend
002
2,00
0 - 0,5
Leem
sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, geen oliewaterreactie
0,5 - 1,0
Leem
sterk baksteenhoudend, geen oliewaterreactie
1,0 - 1,8
-
volledig baksteen, zwak kolengruishoudend, zwak koolhoudend, geen oliewaterreactie
1,8 - 2,0
-
uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen oliewaterreactie, gestaakt i.v.m. niet aantreffen tank
002A
2,00
0 - 0,4
Leem
sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, geen oliewaterreactie
0,4 - 0,5
Zand
geen oliewaterreactie
0,5 - 1,0
Leem
sterk baksteenhoudend, geen oliewaterreactie
1,0 - 1,8
-
volledig baksteen, zwak kolengruishoudend, zwak koolhoudend, geen oliewaterreactie
1,8 - 2,0
-
uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen olie-water reactie, gestaakt i.v.m. niet aantreffen tank
002B
1,0
0 - 0,4
Leem
sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, geen oliewaterreactie
0,4 - 1,0
-
volledig baksteen, geen olie-water reactie, gestaakt i.v.m. baksteen / niet aantreffen tank
18/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Meetpunt
002C
Diepte boring
Traject
(m -mv)
(m -mv)
2,0
0 - 0,4
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Leem
sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, geen oliewaterreactie
0,4 - 0,8
Zand
geen oliewaterreactie
0,8 - 1,5
-
volledig baksteen, zwak koolhoudend, geen oliewaterreactie
002C
2,0
1,5 - 1,8
Leem
matig baksteenhoudend, sporen kolengruis, geen olie-water reactie
1,8 - 2,0
-
uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen oliewaterreactie
003
4,6
0,06 - 0,15
Zand
geen olie-water reactie
0,15 - 0,4
Zand
zwak kolengruishoudend, zwak koolhoudend, zwak baksteenhoudend, geen oliewaterreactie
0,4 - 1,0
Zand
geen oliewaterreactie
1,0 - 1,5
Zand
zwak baksteenhoudend, geen oliewaterreactie
1,5 - 2,0
-
volledig baksteen, geen oliewaterreactie
004
0,5
0,1 - 0,5
-
sterk koolhoudend, sterk kolengruishoudend, sterk slakhoudend, zwak puinhoudend, zwak glashoudend
005
2,0
0,05 - 0,5
-
sterk slakhoudend, sterk koolhoudend, matig kolengruishoudend, matig puinhoudend
0,5 - 1,0
-
sterk slakhoudend, sterk koolhoudend, matig kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
1,0 - 2,0
Zand
matig kolengruishoudend, matig koolhoudend, matig slakhoudend
006
1,2
0,05 - 0,7
Leem
matig kolengruishoudend, matig slakhoudend, matig koolhoudend, sporen glas, geen oliewaterreactie
0,7 - 1,2
Leem
sporen kolen, sporen kolengruis, geen oliewaterreactie
Het asbestonderzoek is conform NEN 5707/5897 uitgevoerd en voor zover van toepassing conform BRL 2018.
19/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Voorafgaande aan het graven van de proefgaten is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen door de erkende veldwerker de heer M. Fransen. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De gehele locatie is grotendeels verhard en daarmee is de vereiste minimale inspectiegraad van 25% niet haalbaar. De maaiveldinspectie is derhalve niet uitgevoerd conform protocol 2018. 3.3
Grondwaterbemonstering
Het grondwater is bemonsterd op 15 april 2020 door de heer A.J. Fransen. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3.3: Peilbuisgegevens Watermonster
003-1-1
3.4
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(m -mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)
3,60 - 4,60
4,60
7,1
812
10,7
Laboratoriumanalyses
De selectie van de bodemmonsters voor analyse heeft plaatsgevonden op basis van zintuiglijke waarnemingen en herkomst. De analysecertificaten voor grond en asbest zijn opgenomen in bijlage 5. In onderstaande tabellen zijn de geanalyseerde grond-, grondwater en asbestmonsters weergegeven. Het analytisch grondonderzoek heeft zich, met uitzondering van analysemonster 002C-6, gericht op bodem met minder dan 50% bodemvreemde materialen. Funderingslagen (>50% bodemvreemd materiaal) zijn niet onderzocht. Uitzondering hierop is monster 002C-6 aan de onderkant van de ondergrondse HBO-tank. Tabel 3.4: Samenstelling (grond)mengmonsters Analyse-
Traject
monster
(m -mv)
Deelmonsters
Zintuiglijke waarneming
Analysepakket
Leem, sporen kolen, sporen
Standaardpakket inclusief lutum en
baksteen, sporen kolengruis
organische stof
Zand, zwak
Standaardpakket inclusief lutum en
kolengruishoudend, zwak
organische stof
Deellocatie A: gehele terrein 002C-1
003-2
0 - 0,4
0,15 - 0,4
002C (0 - 0,4)
003 (0,15 - 0,4)
koolhoudend, zwak baksteenhoudend MM01
0,4 - 1,0
003 (0,4 - 0,7)
Zand, zwak
Standaardpakket inclusief lutum en
003 (0,7 - 1,0)
kolengruishoudend, zwak
organische stof
koolhoudend, zwak baksteenhoudend Uitsplitsing MM01 op lood en zink 003-4
0,4 - 0,7
003 (0,4 - 0,7)
Zand, -
Lutum, organische stof, lood en zink
003-5
0,7 - 1,0
003 (0,7 - 1,0)
Zand, -
Lutum, organische stof, lood en zink
20/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Analyse-
Traject
monster
(m -mv)
MM02
1,0 - 2,0
Deelmonsters
Zintuiglijke waarneming
Analysepakket
005 (1,0 - 1,5)
Zand, matig-sterk
Standaardpakket inclusief lutum en
005 (1,5 - 2,0)
slakhoudend, matig
organische stof
kolengruishoudend, matigsterk koolhoudend, zwak baksteenhoudend Deellocatie B: ondergrondse HBO-tank 002C-6
1,8 - 2,0
002C (1,8 - 2,0)
Uiterst kolengruishoudend,
Minerale olie (C10-C40), organische
sterk koolhoudend
stof
(fundering) Deellocatie C: smeerput 006-1
0,05 - 0,5
006 (0,05 - 0,5)
Leem, matig
Standaardpakket inclusief lutum en
kolengruishoudend, matig
organische stof
slakhoudend, matig koolhoudend, sporen glas Heranalyse analysemonster 006-1 op zink 006-1her
0,05 - 0,5
006 (0,05 - 0,5)
Leem, matig
Zink, organische stof en lutum
kolengruishoudend, matig slakhoudend, matig koolhoudend, sporen glas
Tabel 3.5: Grondwateranalyse Analyse-
Filterdiepte
monster
(m -mv)
003-1-1
3,6 - 4,6
Analysepakket
Standaard pakket
Tabel 3.6: Asbestanalyse Analyse-
Traject
monster
(m -
Deelmonsters
Zintuiglijke
Analysepakket
waarneming
mv) Asb-MM01
0,1 -
001 (0,19 -
Zwak
0,5
0,5)
puinhoudend,
004 (0,1 - 0,5)
sterk
Asbest in puin
baksteenhoudend Asb005-5+6
0,05 -
005 (0,05 -
Matig
0,5
0,5)
puinhoudend
21/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Asbest in puin
4
Bespreking onderzoeksresultaten
4.1
Toetsing van de analyseresultaten
De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: − Achtergrondwaarde grond: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond wordt gesproken over niet verontreinigde bodem (bodemindex < 0). Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte of een lichte verontreiniging (bodemindex > 0). − Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogd gehalte (bodemindex > 1,0). De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen.
Naast de achtergrond- en interventiewaarde hanteren wij een zogenaamde tussenwaarde. Dit is het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (bodemindex > 0,5 en < 1,0). Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogd gehalte of matige verontreiniging genoemd. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Ernst en spoed Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan voor 1 januari 1987 (voor asbest voor 1 juli 1993) geldt het volgende. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten gehalte van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed.
22/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
4.2
Grond
Een overzicht van de toetsingsresultaten is weergegeven in de volgende tabel. De getoetste analyseresultaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 4. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.1: Analyseresultaten grond (samenvatting) Analysemonster
Deelmonsters
Zintuiglijke waarneming
Resultaat
Toetsing
Parameter
Gehalte*
Wbb
LMW
Leem, sporen kolen,
Lood
70
■
<LMW
sporen baksteen,
Zink
180
■
sporen kolengruis
PAK 10 VROM
3,15
■
Zand, zwak
Lood
58,2
■
kolengruishoudend,
Zink
468
■■
zwak koolhoudend,
PAK 10 VROM
1,96
■
Cadmium
1,45
■
Kobalt
21,7
■
Koper
68,1
■
Lood
1.060
■■■
Molybdeen
2,5
■
Nikkel
51,6
■
Zink
501
■■
Deellocatie A: gehele terrein 002C-1
002C (0 - 0,4)
(0 - 0,4)
003-2
003 (0,15 - 0,4)
>LMW
zwak baksteenhoudend MM01
003 (0,4 - 0,7)
(0,4 - 1,0)
003 (0,7 - 1,0)
Zand, -
>LMW
Uitsplitsing MM01 op zink en lood 003-4
003 (0,4 - 0,7)
Zand, -
-
-
<AW
<LMW
003 (0,7 - 1,0)
Zand, -
-
-
<AW
<LMW
MM02
005 (1,0 - 1,5)
Zand, matig
PAK 10 VROM
7,77
■
>LMW
(1,0 - 2,0)
005 (1,5 - 2,0)
slakhoudend, matig
-
-
-
<LMW
(0,4 - 0,7) 003-5 (0,7 - 1,0)
kolengruishoudend, matig koolhoudend Deellocatie B: ondergrondse HBO-tank 002C-6 (1,8 - 2,0)
002C (1,8 - 2,0)
Uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend (fundering)
23/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Analysemonster
Deelmonsters
Zintuiglijke waarneming
Resultaat
Toetsing *
Parameter
Gehalte
Wbb
LMW
Leem, matig
Cadmium
2,59
■
>LMW
kolengruishoudend,
Kobalt
32
■
matig slakhoudend,
Koper
49,6
■
matig koolhoudend,
Lood
109
■
sporen glas
Molybdeen
2,3
■
Nikkel
72,6
■■
Zink
1.430
■■■
PAK 10 VROM
7,46
■
Zink
905
■■■
Deellocatie C: smeerput 006-1
006 (0,05 - 0,5)
(0,05 - 0,5)
Heranalyse analysemonster 006-1 op zink 006-1 (0,05 - 0,5)
006 (0,05 - 0,5)
Leem, matig
>LMW
kolengruishoudend, matig slakhoudend, matig koolhoudend, sporen glas
Toelichting tabel: Wbb Wet bodembescherming; LMW Lokale maximale waarden * Gehalte in mg/kg; omgerekend naar standaardbodem; ■ Groter dan de landelijke achtergrondwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde; ■■ Groter dan de tussenwaarde, maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; ■■■ Groter dan de interventiewaarde. <LWM Kleiner dan de LMW >LMW Groter dan de LMW
Deellocatie A: gehele terrein De leemhoudende bovengrond met bodemvreemde bijmengingen (002C-1) bevat licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK. De zintuiglijk verontreinigde zandige bovengrond (003-2) is licht verontreinigd met lood en PAK en matig met zink. Het gehalte aan zink overschrijdt tevens de LMW. In het mengmonster van de ondergrond van boring 3 (MM01) is een matig verhoogd gehalte zink en een sterk verhoogd gehalte lood aangetoond, evenals licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen. Bij de uitsplitsing van dit mengmonster is noch het matig verhoogde zinkgehalte, noch het sterk verhoogde gehalte lood bevestigd. De gehalten zink en lood in de separate monsters liggen beneden de achtergrondwaarde. De gehalten cadmium, koper en nikkel overschrijden de LMW in geringe mate. De matig tot sterk slakhoudende ondergrond bij boring 5 (MM02) bevat enkel een licht verhoogd gehalte PAK. Het PAK-gehalte overschrijdt de LMW in geringe mate.
24/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Deellocatie B: ondergrondse HBO-tank In de uiterst kolengruishoudende en sterk koolhoudende laag (onderzijde tank) is analytisch geen minerale olie aangetoond. Deellocatie C: smeerput De bodem onder de betonvloer van de smeerput is matig verontreinigd met nikkel, sterk met zink en licht verontreinigd met overige zware metalen en PAK. Er is analytisch geen verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Ook hier is sprake van een overschrijding van de gebiedseigen kwaliteit. De gehalten cadmium en nikkel overschrijden de LMW in geringe mate. Het zinkgehalte overschrijdt de LMW in ruime mate. Deze boring 006 is uitgevoerd in de smeerpunt, de bovenzijde bevindt zich dus circa 1,5 meter onder het maaiveld. Het is niet 100% zeker of deze bodemlaag hier is aangebracht bij de aanleg van de smeerput ter versteviging van de ondergrond, of lang geleden bij de ontwikkeling van de locatie en omgeving. Als van het eerste sprake is dan is de omvang van de sterk met zink verontreinigde laag zeer beperkt. Ook onze interpretatie van de bodemopbouw (sterk heterogeen) wijst daar op. Conclusie grond Uit de boorbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot 2,0 m-mv sterk geroerd is en zeer heterogeen is. Duidelijke bodemlagen zijn niet te onderscheiden. Er worden diverse soorten bodemvreemde materialen aangetroffen in meerdere gradaties.
De verhoogde gehalten zijn te relateren aan bodemvreemde materialen in de ophooglaag. De locatie is omstreeks 1920 opgehoogd met bouwpuin van de voormalige steenfabriek aan de Meezenbroekweg. De verontreinigingssituatie komt globaal overeen met de resultaten uit voorgaande onderzoeken. Op basis van matig verhoogde gehalten zware metalen is reeds in het verleden nader bodemonderzoek uitgevoerd waarbij geen sterke verontreinigingen zijn aangetroffen. Op basis hiervan, de sterk heterogene bodemopbouw en de mogelijkheid dat deze grond op de bodem van de smeerput is aangebracht achten wij het aannemelijk dat sprake is van een puntverontreiniging bij boring 6 waarvan de omvang minder dan 25 m³ bedraagt en er dus geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke verontreiniging met zink bevindt zich inpandig onderin een smeerput onder een betonlaag, mede gezien de diepte is sowieso geen sprake van humane risico’s. 4.3
Grondwater
Een overzicht van het toetsingsresultaat is weergegeven in de volgende tabel. De getoetste analyseresultaten van het grondwatermonster zijn opgenomen in bijlage 4. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5.
25/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Tabel 4.2: Analyseresultaten grondwater (samenvatting) Analysemonster
Filterdiepte (m-mv)
003-1-1
3,6 - 4,6
Resultaat
Toetsing
Parameter
Gehalte*
Wbb
Barium
82
■
Toelichting tabel: Wbb Wet bodembescherming; * Gehalte in µg/l; ■ Groter dan de streefwaarde.
In het grondwater is enkel een marginaal verhoogd gehalte barium vastgesteld. Het gehalte geeft geen aanleiding tot nader onderzoek. 4.4
Asbest
Het analysecertificaat van de asbestanalyse is opgenomen in bijlage 5. Een samenvatting van de resultaten is opgenomen in tabel 4.3. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is de meest verdachte laag geanalyseerd op asbest. Tabel 4.3: Analyseresultaten asbest Analyse-
Traject
monster
(m-mv)
Asb001-5
Asb005-5+6
0,23 - 0,6
0,05 - 0,5
Proefgat
Zintuiglijke
Concentratie asbest (mg/kg)
waarneming
Grove fractie
Fijne fractie
Totaal
(>20 mm)
lab (<20 mm)
(fijn + grof)
-
<1,0
<1,0
-
<2
<2
001 (0,19 - 0,5)
Zwak
004 (0,1 - 0,5)
puinhoudend
005 (0,05 - 0,5)
Matig puinhoudend
Op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen (>20 mm). In de fijne fractie van de zwak tot matig puinhoudende bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond <20 mm. Volgens het analysecertificaat wijkt de hoeveelheid monster van analysemonster Asb001-5 af van de geldende norm. Omdat er geen asbest is aangetoond worden de resultaten desalniettemin representatief geacht voor het gehele monster en wordt deze afwijking als niet kritisch beschouwd. Er is geen sprake van een asbestverontreiniging in het geanalyseerde materiaal. Aangezien de meest verdachte lagen zijn geanalyseerd, wordt er vanuit gegaan dat in het overig materiaal ook geen asbest aanwezig is.
26/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
5
Conclusies
In opdracht van gemeente Heerlen heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Sittarderweg 181 te Heerlen. De aanleiding voor onderhavig onderzoek is gelegen in de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is vast te stellen of er op de locatie sprake is van een verontreiniging van grond, grondwater en/of asbest. Uit het onderzoek blijkt het volgende: − De bodem is tot 2,0 m-mv sterk geroerd en zeer heterogeen. De bodem bestaat afwisselend uit zand, leem en funderingslagen. Duidelijke bodemlagen zijn niet te onderscheiden. Er worden diverse soorten bodemvreemde materialen (baksteen, puin, slakken, kooltjes, kolengruis) aangetroffen in meerdere gradaties. − De bovengrond is licht tot matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met lood en PAK. Het gehalte aan zink overschrijdt de LMW. − De ondergrond is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, molybdeen en nikkel. De gehalten cadmium, koper en nikkel overschrijden de LMW in geringe mate. − Bij de smeerput is geen verontreiniging met minerale olie aangetroffen. De bodemaag in de smeerput direct onder de betonvloer (circa 1.5 m onder maaiveld) is wel matig verontreinigd met nikkel en sterk met zink. Daarnaast zijn veelal lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK gemeten.
De verhoogde gehalten hangen samen met bodemvreemde materialen in de ophooglaag. − De bodem aan de onderzijde van de ondergrondse HBO-tank is niet verontreinigd met minerale olie. − Hoewel de funderingslagen analytisch niet zijn onderzocht, is het gezien de onderzoeksresultaten aannemelijk dat deze lagen verhoogde gehalten zware metalen en/of PAK kunnen bevatten. − Het grondwater bevat een marginaal verhoogde concentratie barium. − Zowel visueel als analytisch is er geen asbest aangetroffen en/of waargenomen. De locatie is daarmee niet meer verdacht op de aanwezigheid van asbest. De locatie is omstreeks 1920 opgehoogd met bouwpuin van de voormalige steenfabriek aan de Meezenbroekweg. Er is sprake van een historische bodemverontreiniging die niet anders is dan bekend in de omgeving van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie komt globaal overeen met de resultaten uit voorgaande onderzoeken. De zinkverontreiniging bevindt zich op aanmerkelijke diepte en onder een betonvloer in een smeerput. Rondom de smeerput is de bodem bestraat en/of bebouwd. Daarmee zijn er geen risico’s voor de gebruikers. Het gebruik van de locatie verandert overigens niet. Milieuhygiënisch gezien zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie.
27/27 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Bijlagen Bijlage 1 Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2 Situatietekening onderzoekslocatie Bijlage 3 Profielbeschrijvingen Bijlage 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 5 Analysecertificaten Bijlage 6 Afkortingen en begrippen Bijlage 7 Fotorapportage terreininspectie Bijlage 8 Bodemkwaliteitsrapportage en voorgaande onderzoeken
SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Bijlage 1 Regionale ligging van de onderzoekslocatie
Bijlage 1 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Opdrachtgever:
LEGENDA
Gemeente Heerlen Titel:
Ligging onderzoekslocatie
Regionale ligging Kaartblad(en):
60D, 62B Adres:
Ridder Hoenstraat 199 te Heerlen Projectnummer:
SOM012977
Tekenaar:
Documentnaam:
SLM012542.dwg
Gezien door:
Bijlage:
1
Datum:
21 april 2020
Formaat:
A4
Schaal:
1: 25.000
0
250
500
750
1.000
1.250m
Ondergronden zijn afkomstig van het Kadaster
Bijlage 2 Situatietekening onderzoekslocatie
Bijlage 2 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
183
03
ang naar Vml. doorg in achterterre
02
01
03
Sittarderw
181
01 04
eg
06 05
02C
Vml. paardenstal
02A
02B
09
02
10
Garage
06
08
07
04
05
179
177
Opdrachtgever:
LEGENDA
Gemeente Heerlen Titel:
Situatietekening met boorpunten
Begrenzing onderzoekslocatie
Boring tot 1,0 m-mv
Bebouwing
Boring tot 2,0 m-mv
Ondergrondse HBO-tank
Peilbuis
Idem
Smeerput
Betonverharding
Projectnummer:
SLM012542
Tekenaar:
Documentnaam:
SLM012542.dwg
Gezien door:
Tuin
Klinkerverharding Bijlage:
2
Datum:
23 april 2020
Proefgat 0,3x0,3x0,5 m
Water
Formaat:
A3
Boring tot 0,5 m-mv
Foto-opname-locatie
Schaal:
1: 200
175-175A
Locatie:
Sittarderweg 181 te Heerlen Adres:
0
2
4
6
8
10m
Ondergronden zijn afkomstig van het Kadaster
Bijlage 3 Profielbeschrijvingen
Bijlage 3 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Materiaal proefgat 1 (0,19-0,5 m-mv)
Materiaal proefgat 3 (0,15-0,4 m-mv)
Materiaal proefgat 4 (0,1-0,5 m-mv)
Materiaal proefgat 5 (0,05-0,5 m-mv)
Bijlage 3 – SLM012542.RAP001.MH.GL – versie 2.0 – datum: 19 mei 2020
Pagina 1 / 4
Proefgat:
001
Proefgat:
002
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,30 0,30
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,00 0,00
0 6
0 1
19
2
3 50
50
tegel Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Voorgraven Uiterst baksteenhoudend, zwak puinhoudend, sterk slakhoudend, sterk zandhoudend, grijsrood, Voorgraven, 60% baksteen 5% puin GF 42,2%
0
50
0
groenstrook
50
Leem, sterk zandig, matig humeus, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
100
150 180 200
200
Leem, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraal roodbruin, Edelmanboor Volledig baksteen, zwak kolengruishoudend, zwak koolhoudend, geen olie-water reactie, neutraalrood, Edelmanboor Uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen olie-water reactie, neutraalzwart, Edelmanboor, Gestaakt ivm niet aantreffen tank
Proefgat:
002A
Proefgat:
002B
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,00 0,00
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,00 0,00
0
50
0
groenstrook
40 50
Leem, sterk zandig, matig humeus, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
100
150 180 200
200
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor
0
0
40
50
100
100
Leem, sterk zandig, sterk baksteenhoudend, sporen roest, geen olie-water reactie, neutraal roodbruin, Edelmanboor Volledig baksteen, zwak kolengruishoudend, zwak koolhoudend, geen olie-water reactie, neutraalrood, Edelmanboor Uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen olie-water reactie, neutraalzwart, Edelmanboor, Gestaakt ivm niet aantreffen tank
Projectcode:
SLM012542
Projectnaam:
Sittarderweg 181 te Heerlen
Schaal:
1: 50
getekend volgens NEN 5104
groenstrook Leem, sterk zandig, matig humeus, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Volledig baksteen, laagjes zand, geen olie-water reactie, neutraalrood, Edelmanboor, Gestaakt ivm baksteen / niet aantreffen tank
Pagina 2 / 4
Proefgat:
002C
Proefgat:
003
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Datum: Boormeester:
6-4-2020 Mitchell Fransen
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,00 0,00
Sleuflengte: Sleufbreedte:
0,30 0,30
0
0 1
40
50 2 80
100
3
4 150
150 5
180
6
200
200
groenstrook Leem, sterk zandig, matig humeus, sporen kolen, sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtbeige, Edelmanboor Volledig baksteen, zwak koolhoudend, laagjes zand, geen olie-water reactie, neutraalrood, Edelmanboor Leem, zwak zandig, matig baksteenhoudend, sporen kolengruis, sporen kolen, geen olie-water reactie, neutraalzwart, Edelmanboor Uiterst kolengruishoudend, sterk koolhoudend, geen olie-water reactie, neutraalzwart, Edelmanboor