Schinkelkwadrant-Zuid 2020_vastgesteld-Bijlage13_toelichting.pdf
Tekst van het document
Analyse aardwetenschappelijke gegevens De profielen worden uitgewerkt door een fysisch geograaf met ervaring in het lössgebied. Deze analyse kan geheel of gedeeltelijk plaats vinden binnen de technische uitwerking. In de analyse dient in ieder geval de (paleo)landschappelijke context voor de aangetroffen activiteiten en functies beredeneerd te worden (locatiekeuzeanalyse) en de wisselwerking tussen antropogeen landgebruik en de vorming van het landschap. 7.6. Anorganische artefacten Uitwerking en conservering van artefacten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. Analyse en determinatie van keramiek vindt plaats op tenminste bakselniveau (technische uitwerking) en op typeniveau als dat nodig is voor beantwoording van de vraagstelling (wetenschappelijke uitwerking). Op typeniveau moeten relevante diagnostische kenmerken worden opgegeven (bijvoorbeeld: tuitpot, Brunssum-Schinveld aardewerk, handgevormd, periode I). In ieder geval worden gewicht, aantallen randen, wanden, bodems, overige vormen, aangegeven. 7.7. Organische artefacten Uitwerking en conservering van artefacten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. 7.8. Archeozoölogische en -botanische resten Analyse van paleo-ecologische resten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. 7.9.
Beeldrapportage Aanvulling op KNA 4.0: Het beeldmateriaal dient de locatie van het onderzoek, de werkwijze en de bevindingen te illustreren. Niet gepubliceerd beeldmateriaal wordt bij de documentatie op CD-ROM of DVD gevoegd. Tekeningen van (in principe) alle (gecombineerde) vlakken, profielen, structuren, belangrijke individuele sporen (vlak en coupe), overzichtstekeningen, analytische en interpretatieve tekeningen en kaarten, foto’s en graphics worden voor publicatie gereed gemaakt; evenals foto’s en tekeningen van relevante objecten. Kaarten, vlak-, profiel- en coupetekeningen worden van een legenda voorzien, verwijzend naar gehanteerde kleur of arcering of andere code (bijvoorbeeld nummers van lagen).
22
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Op alle tekeningen van een horizontaal vlak worden op regelmatige plaatsen NAP-hoogten gezet. In profieltekeningen moeten x, y, z-waarden in RD-coordinaten en NAP worden aangegeven met het oog op de aansluiting met vlaktekeningen en aangrenzende profielen. Met gekleurde (contour)lijnen, pijlen en tekst worden foto’s van profielen, complexe structuren e.d. verduidelijkt.
7.10. Selectie van materiaal Aanvulling op KNA 4.0: Vondsten en monsters die in het door de bevoegde overheid vastgestelde evaluatierapport niet voor wetenschappelijke uitwerking en/of voor deponering zijn geselecteerd, moeten bewaard blijven tot de wetenschappelijke uitwerking afgerond is. Bij het ter toetsing aanbieden van het concepteindrapport aan de bevoegde overheid meldt de projectleider of de wetenschappelijke uitwerking heeft geleid tot andere inzichten over de selectie. Finale beslissing over de selectie van vondsten en monsters ten behoeve van bewaring ligt bij het provinciaal depot voor bodemvondsten te Heerlen. 7.11. Conservering van materiaal Aanvulling op KNA 4.0: Voor bewaring geselecteerde vondsten van metaal en organisch materiaal dienen te worden geconserveerd conform de Velhandleiding Archeologie 2002 of erkend specialistisch advies en volgens richtlijnen van het provinciaal depot voor bodemvondsten te Heerlen.
23
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
HOOFDSTUK 8. RAPPORTAGE EN DEPONERING 8.1. Eindrapportage Aanvulling op KNA 4.0 8.1.1. Producten en termijnen o Het eindproduct bestaat uit een eindrapportage in de huisstijl van het uitvoerend opgravingsbedrijf in analoge en digitale vorm en een DVD waarop alle documentatie (tekeningen, foto’s, verslagen, analyses, dag- en weekrapporten, scans, tabellen, databases van sporen, vondsten, monsters, foto- en tekeningenlijsten, etc.) is opgeslagen. o Het concept-eindrapport wordt uiterlijk 4 weken na goedkeuring van het evaluatierapport in enkelvoud (analoog en/of digitaal) ter toetsing aangeboden aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Door de bevoegde overheid gevraagde correcties dienen binnen drie weken tot een nieuw concept te leiden. Na goedkeuring wordt het definitieve rapport binnen vier weken aangeleverd. o Het digitale eindrapport wordt geleverd aan de opdrachtgever, de bevoegde overheid, aan de Provincie Limburg (afdeling Cultureel Erfgoed / provinciaal depot voor bodemvondsten te Heerlen), aan de Koninklijke Bibliotheek en aan de RCE. Data en rapport worden tevens gedeponeerd in het E-depot. o In het geval van een voor een groter publiek belangwekkend onderzoek wordt een digitale kopie van het rapport verstrekt aan de bibliotheek van de plaatselijke heemkundevereniging en aan het streekarchief. 8.1.2.
Structuur en inhoud o Het rapport dient zo min mogelijk herhalingen te bevatten. o De tekst dient op alle essentiële punten door afbeeldingen en tabellen ondersteund te worden. o De structuur van het rapport sluit aan op de structuur van de vraagstelling (hoofdstuk 5.2. van dit PvE). o Het rapport bevat in ieder geval de volgende hoofdstukken: Samenvatting. Inleiding (aanleiding, beleidsmatig en planologisch kader, locatiebeschrijving, bekende verstoring/huidig gebruik, bestaande waarde/verwachting, onderzoeksdoel, uitvoeringsperiode, personeel, enz.) Bekende gegevens van archeologische, aardwetenschappelijke, historische en andere aard m.b.t. locatie en omgeving Vraagstelling en verwachtingen. Strategie, methoden en technieken in veld en bij uitwerken (met motivatie en met opgave van aanpassingen van programma van eisen). Beschrijving en analyse van profielen, bodemopbouw en fysiek-landschappelijke context. Beschrijving en analyse van sporen en structuren. Beschrijving en analyse van (an)organische artefacten per materiaalcategorie. Beschrijving en analyse van paleo-ecologisch materiaal. Verslaglegging van natuurwetenschappelijk onderzoek van vondsten en monsters. Synthese. Waardebepaling (indien van toepassing). Conclusie en evaluatie. Aanbevelingen.
24
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
o
PvE 1802, versie 1.0
Verslaglegging van publieksgerichte activiteiten (indien van toepassing) Bijlagen Synthese, conclusie en samenvatting dienen duidelijk te verschillen. De synthese integreert de deelrapporten tot een samenhangend wetenschappelijk verslag, waarbij de bevindingen van deze locatie zoveel mogelijk in de context van de archeoregio worden geplaatst. De conclusie zet de onderzoeksbevindingen af tegenover de aanleiding, doel- en vraagstelling, evalueert de gebruikte strategie en methoden, geeft aan in welke mat de onderzoeksvragen beantwoord zijn en vat de essentie van de antwoorden op de onderzoeksvragen samen. De vragen worden om herhalingen te voorkomen niet meer individueel beantwoord. Wel kan in weergave van de vragenlijst (tevens te gebruiken als checklist) verwezen worden naar de pagina’s waar op de diverse vragen wordt ingegaan. In de conclusie worden tevens de AMZ-aspecten behandeld (waardebepaling, aanbevelingen). De samenvatting vat het geheel van het rapport samen: inleiding, voorgeschiedenis, plaats, tijdpad, betrokkenen, belangrijkste gegevens uit deelrapporten, synthese, conclusie. De samenvatting moet voor een breed publiek begrijpelijk zijn, in het bijzonder t.a.v. de AMZ-aspecten.
8.1.3. Waardering, aanbevelingen o In het geval van een (her)waardering moet een genuanceerde beschrijving van de waarde gegeven worden, waarbij (zie onderzoeksvragen m.b.t. kwaliteit) zowel naar het onderzoeksgebied als geheel als naar de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen, periode, sites) wordt gekeken. De verschillen in waarde moeten beredeneerd worden. Hanteer bij gebleken waarde indien mogelijk een onderscheid tussen waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, conform de AMK. Doe dit zeker bij onderzoek binnen bestaande AMK-terreinen. Hanteer voor een classificatie als ‘ AMK-terrein van waarde’ een score als “2-midden” op informatiewaarde en/of zeldzaamheid in de KNA-waarderingstabel. o Bij de waardering en het selectieadvies wordt de waarderingstabel uit bijlage IV van de KNA gehanteerd met dien verstande, dat bij een score van 3 op een van de inhoudelijke criteria de vindplaats altijd behoudenswaardig is. Indien bij een score van 2 op informatiewaarde of zeldzaamheid het resultaat van de som ‘niet-behoudenswaardig’ is, dient overwogen te worden– zeker bij gemiddelde gaafheid- of een partieel of extensief onderzoek of verifiërende begeleiding zinvol is.
o Bij de beoordeling van vindplaatsen dient bedacht te worden dat bij de huidige stand van kennis van het bodemarchief hoge gaafheid en/of hoge zeldzaamheid synoniem zijn voor hoge informatiewaarde, tenzij anders aangetoond kan worden. Matige en zelfs lage gaafheid leiden niet altijd tot matige of lage informatiewaarde. o Aanbevelingen hebben betrekking op de noodzaak (al dan niet) van vervolgonderzoek (selectieadvies), daarbij te stellen prioriteiten en onderzoeksvragen en te volgen strategieën, op eventuele behouds- of mitigerende maatregelen en eventuele planaanpassing en/of bescherming en/of inrichting en beheer. Aanbevelingen moeten beredeneerd worden. o In het selectieadvies wordt rekening gehouden met eventuele waardeverschillen in het terrein en wordt zo nodig een gedifferentieerde aanpak voorgesteld. o In een selectieadvies, waarin vervolgonderzoek wordt aanbevolen, dient het doel van dit onderzoek en de meest geëigende onderzoeksvorm omschreven te worden. Ook dienen voorzover mogelijk onderzoeksvragen en –thema’s genoemd worden.
25
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
8.2. Deponering Vondstmateriaal en opgravingsdocumentatie dienen binnen 2 jaar na afronding van het veldwerk conform de eisen van het Provinciaal Depot Bodemvondsten Limburg te worden aangeleverd, zoals geformuleerd in het document Richtlijnen voor de deponering van vondsten in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg. De door het PvE gespecificeerde digitale producten moeten op dezelfde termijn overgedragen worden aan het e-Depot (http://easy.dans.knaw.nl/dms). 8.3. Openbaarheid en integriteit Alle rapporten met onderliggende documentatie zijn openbaar. Restricties kunnen alleen door de bevoegde overheid gesteld worden vanuit een oogpunt van bescherming van het bodemarchief. De auteurs zijn verantwoordelijk voor een verslaglegging volgens standaarden van goed vakmanschap, beroepsethiek en integriteit. De opdrachtgever/vergunningvrager kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de inhoud, de conclusies en de aanbevelingen. De bevoegde overheid kan alleen verbeteringen eisen bij aantoonbare tekortkomingen in de wetenschappelijke kwaliteit van de verslaglegging. Wanneer toetsende overheid en auteur tot verschillende conclusies komen, worden beide met wetenschappelijke argumentatie weer gegeven. Aanbevelingen horen tot het domein van de auteur en zijn niet aan correctie onderhevig.
26
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
HOOFDSTUK 9. RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 9.1. Personele randvoorwaarden Waar in de onderstaande tekst sprake is van ‘hij’, dient dat als ‘hij / zij’ gelezen te worden. De opgraving wordt uitgevoerd door een opgravingsbedrijf met opgravingsvergunning van de minister van OCW met een qua aantal, opleiding, ervaring adequaat bemenst team. Het bedrijf dient zo georganiseerd te zijn dat flexibel op wijziging of uitloop van werkzaamheden gereageerd kan worden en dat ondersteunend of vervangend personeel of specialisten snel ter plaatse kunnen zijn. Projectleider is een in de romeinse periode gespecialiseerd senior-KNA-archeoloog met aantoonbare ervaring in de regio. Bij afwezigheid van de projectleider berust de leiding in het veld bij (tenminste) een medior-KNA-archeoloog met ruime ervaring in lössbodems. De projectleider controleert in het veld de interpretatie van de vlakken en de profielen en is aanwezig bij belangrijke beslismomenten. De interpretatie van de profielen en de analyse en beschrijving van de bodemopbouw wordt gedaan door of onder verantwoordelijkheid van een fysisch-geograaf met ervaring in lössbodems. De analyse en beschrijving van complex muurwerk wordt gedaan door of onder verantwoordelijkheid van een bouwhistoricus met relevante ervaring.
Vondsten worden gedetermineerd door materiaalspecialisten met aantoonbare kennis van voor Zuid-Limburg kenmerkende materiaalcategorieën, zodat dit indien nodig tot op typeniveau onderscheiden kan worden. Paleo-ecologische specialisten dienen ervaring te hebben met de paleo-ecologie van (Zuid)-Limburg. Werkzaamheden van junior-medewerkers en stagiaires moeten aan hun kennis en ervaring worden aangepast en vinden plaats onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de projectleider of zijn vervanger. De inzet van lokaal aanwezige amateurarcheologen voor additionele werkzaamheden is vanuit het standpunt van draagvlakvergroting gewenst, maar is om redenen van veiligheid en kwaliteitsbewaking uitsluitend toegestaan na instemming van en onder aansturing en verantwoordelijkheid van de projectleider of zijn vervanger tijdens standaardwerkuren in aanwezigheid van de projectleider of zijn vervanger. 9.2. Kwaliteitsborging en toezicht Alle hieronder genoemde partijen dragen vanuit hun rol bij aan het uitvoeren van dit onderzoek volgens dit PvE en aan het handhaven van de vereiste kwaliteit. Bij het op deze punten aantoonbaar in gebreke blijven van vergunningvrager en /of uitvoerder kan de bevoegde overheid gelasten dat de werkzaamheden worden gestaakt en/of worden verbeterd.
Vergunningvrager (opdrachtgever) De vergunningvrager draagt er zorg voor dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform dit programma van eisen en de eventueel later vastgestelde wijzigingen door opdracht voor uitvoering te verstrekken aan een gekwalificeerd bedrijf met voldoende ervaring in deze regio. In geval het geval dat de vergunningvrager niet zelf als opdrachtgever optreedt en/of werkzaamheden aan een directievoerder heeft gedelegeerd, wordt de verdeling van taken en verantwoordelijkheden met opgave van namen en adresgegevens in het voorblad van dit PvE opgegeven of in een bijlage bijgevoegd. De vergunningvrager of zijn gedelegeerde draagt er zorg voor dat het uitvoerend bedrijf voldoende tijd en middelen tot zijn beschikking heeft voor uitvoering volgens dit programma van eisen, het plan van aanpak, de KNA en volgens standaarden van goed vakmanschap en beroepsethiek. In de beschikbare tijdsruimte wordt rekening gehouden met een uitloop als gevolg van onvoorziene omstandigheden.
27
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
De vergunningvrager of zijn gedelegeerde draagt er zorg voor dat het uitvoerend bedrijf werkt volgens een plan van aanpak, waarin dit programma van eisen in technische en logistieke zin is uitgewerkt, voorzien van een uitvoeringsplanning. In het plan van aanpak regelen opdrachtgever en projectleider een goed verloop van de werkzaamheden volgens dit programma van eisen, waarbij zij zorg dragen voor goede onderlinge communicatie. De vergunningaanvrager of zijn gedelegeerde verstrekt opdracht tot uitwerking, eindrapportage en conservering volgens het vastgestelde evaluatierapport, rekening houdende met de gestelde termijn voor inlevering van het concept-eindrapport. Projectleider De projectleider is verantwoordelijk voor het handhaven van de vereiste kwaliteit en hij is operationeel verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens dit programma van eisen en het daarvan afgeleide plan van aanpak. Hij is aanspreekpunt voor opdrachtgever en bevoegde overheid en communiceert met (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid over kwaliteitsaspecten. De contactpersoon van de bevoegde overheid (beleidsmedewerker archeologie) en de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid worden door de projectleider uiterlijk twee weken van te voren van de aanvang van het veldwerk op de hoogte gesteld.
De contactpersoon van de bevoegde overheid (beleidsmedewerker archeologie) en de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid worden door de projectleider uiterlijk drie werkdagen van te voren van het geplande einde van het veldwerk op de hoogte gesteld. Bij het aantreffen van sporen, structuren of vondsten van een bijzondere aard, omvang of complexiteit wordt de (archeologisch adviseur van de) bevoegde overheid z.s.m. door de projectleider verwittigd. De projectleider doet in een dergelijk geval en in het geval van wijzigingen t.o.v. het programma van eisen een voorstel over een handelingswijze aan de (archeologisch adviseur van de) bevoegde overheid. Aanbevelingen en waardeoordelen van de projectleider dienen onafhankelijk ten opzichte van alle partijen te zijn en zijn niet onderhevig aan goedkeuring van de vergunningvrager (opdrachtgever) en/of de bevoegde overheid. Bevoegde overheid Namens de bevoegde overheid houdt de archeologisch adviseur van deze toezicht op de kwaliteit van de werkzaamheden. Hij adviseert over de noodzaak en inhoud van te nemen beslissingen in geval van wijzigingen t.o.v. het vastgestelde programma van eisen. De bevoegde overheid beslist over wijzingen t.o.v. dit programma van eisen.
De bevoegde overheid stelt tijdens en na voltooiing van het onderzoek vast of volgens dit programma van eisen gewerkt is en bepaalt in welke mate werkzaamheden aangevuld of gecorrigeerd moeten worden. Beleidsaanbevelingen in het eindrapport zijn niet aan correctie onderhevig. De bevoegde overheid stelt het eindrapport vast en geeft hiervan een verklaring af aan de vergunningvrager. 9.3. Overleg Tijdens het veldwerk vindt overleg plaats tussen de projectleider en (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid met als doel het waarborgen van het onderzoek volgens dit PvE, het bespreken van archeologisch-inhoudelijke en andere kwaliteitsaspecten en het zo nodig voorbereiden van beslissingen over selectie tijdens het veldwerk, wijzigingen t.o.v. het programma van eisen of de doelstellingen van het onderzoek. De frequentie en wijze van overleg wordt bij de melding van de aanvang van de werkzaamheden afgesproken. Tijdens het veldwerk vindt tussen alle betrokken partijen overleg plaats, waarbij de vergunningvrager of zijn gedelegeerde over voortgang, resultaten, prognoses en knelpunten
28
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
geïnformeerd wordt en in de gelegenheid is zijn visie op door de overheid te nemen beslissingen kenbaar te maken. Na afloop van het veldwerk is overleg tussen alle betrokken partijen over het evaluatierapport. Hierbij wordt afgesproken of en wanneer overleg tijdens uitwerking en rapportage overleg plaats vindt. Tijdens overleg gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd en ter kennis gebracht aan alle betrokken partijen. De projectleider draagt zorg voor voldoende overleg binnen zijn team en tussen hem en zijn opdrachtgever (de vergunningvrager of zijn gedelegeerde) om de voortgang volgens programma van eisen te kunnen realiseren.
9.4. Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen De opdrachtgever of zijn gedelegeerde draagt zorg voor de volledige beschikbaarheid en toegankelijkheid van het terrein tijdens werkuren in de geplande uitvoeringsperiode en zorgt voor afdoende afsluiting of beveiliging buiten werktijd. Bij ontdekking van bijzondere vondsten of sporen wordt adequate beveiliging georganiseerd. De beschikbaarheid van alle voor de uitvoering noodzakelijke materiële en logistieke faciliteiten, veiligheidsaspecten, uitvoeringsplanning e.d. worden door de uitvoerder vastgelegd in een door de vergunningvrager of zijn gedelegeerde bekrachtigd plan van aanpak, dat op verzoek ter kennisname wordt gebracht aan de bevoegde overheid. Door de vergunningvrager gestelde civieltechnische randvoorwaarden worden opgenomen in het plan van aanpak, maar dienen binnen de kaders van dit PvE te vallen. Communicatie met de pers vindt plaats na ruggespraak met de beleidsmedewerker archeologie, de opdrachtgever en de communicatieafdeling van de bevoegde overheid. Indien de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven wordt in overleg tussen bevoegde overheid, vergunningvrager en uitvoerder bepaald welke publieksgerichte activiteiten er plaats vinden en welke inspanningen partijen hierbij op zich nemen.
29
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
HOOFDSTUK 10. WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE 10.1. Wijzigingen tijdens het veldwerk Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit programma van eisen, bijvoorbeeld tijdens het veldwerk worden genomen door de bevoegde overheid nadat de vergunningvrager of zijn gedelegeerde in de gelegenheid is geweest zijn standpunt hierover aan de overheid ter kennis te brengen. De werkzaamheden worden zo nodig opgeschort totdat de bevoegde overheid besloten heeft. Bij ingrijpende wijzigingen is vooraf toestemming nodig van de bevoegde overheid. Kleine wijzigingen worden na overleg tussen de projectleider en de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid doorgevoerd. In urgente gevallen neemt de projectleider een eigen beslissing volgens eisen van goed vakmanschap en beroepsethiek, indien mogelijk na consultatie van de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid. Deze beslissing wordt nadien ter goedkeuring en bekrachtiging aan de bevoegde overheid voorgelegd en meegedeeld aan de vergunningvrager. Wijzigingen van en aanvullingen op dit programma van eisen worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten. In het evaluatie- en het eindrapport wordt verantwoord hoe en waarom van het programma van eisen moest worden afgeweken. 10.2.
Ingrijpende wijzigingen De volgende zaken worden te allen tijde gemeld ter beslissing voorgelegd aan de bevoegde overheid. o Voorstellen van de projectleider en/of zijn opdrachtgever tot het reduceren of staken van het onderzoek. o Voorstellen van de projectleider en/of zijn opdrachtgever tot een doorstart van een proefsleuvenonderzoek naar een opgraving. o Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van strategie of onderzoeksmethode. o Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van de vraag- of doelstelling. o Noodzaak tot het bepalen van een handelwijze in een situatie, waarin dit programma van eisen niet voorziet; zoals na het aantreffen van sporen, structuren of vondsten van bijzondere aard, omvang of complexiteit. o Ingrijpende selecties. o Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van de opzet van uitwerking en rapportage. o Voorstellen van de projectleider om de termijn van aanleveren van rapportages te wijzigen. Bij wijzigingen die leiden tot het uitbreiden van het onderzoek, anders dan omschreven in de strategie, wordt alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt, de opdrachtgever/vergunningvrager in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken en desgewenst zijn vergunningsaanvraag te wijzigen, of planaanpassingen of technische behoudsmaatregelen te realiseren.
Verder gaan vanuit een initiële dekking bij proefsleuvenonderzoek naar de in strategie voorgeschreven uiteindelijke dekking geldt niet als een wijziging. Het afzien van de voorgeschreven uiteindelijke dekking is dat wel. 10.3. Procedure van wijziging bij de evaluatiefase van het veldwerk Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit programma van eisen worden genomen door de bevoegde overheid op advies van de archeologisch adviseur op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de vergunningvrager.
30
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Het verloop en de resultaten van de veldwerkzaamheden worden geëvalueerd in een evaluatierapport of in een nader te bepalen evaluatiedocument. Indien een evaluatierapport wordt vervaardigd, geldt 7.1. Indien tijdens of na het veldwerk blijkt dat geen apart evaluatierapport nodig is en dat direct met het eindrapport kan worden begonnen, wordt dit in overleg tussen projectleider en archeologisch adviseur vastgesteld en schriftelijk vastgelegd.
10.4. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit programma van eisen worden genomen door de bevoegde overheid op advies van de archeologisch adviseur op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de vergunningvrager.
31
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
LITERATUUR EN AFBEELDINGEN Literatuur
Koeman, S.M., R. Nillesen en H. Kremer, 2011: Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Schinkelkwartier te Heerlen, gemeente Heerlen. Synthegra Rapport S110148. Kremer, H. 2012: Appendix bij bureauonderzoek Schinkelkwartier te Heerlen, gemeente Heerlen. Synthegra rapport S1200442. Verhoeven, M.P.F., 2007: Hoog, middelhoog en laag, een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth, Weesp (RAAP-rapport 1483).
Afbeeldingen Afbeelding 1: Luchtfoto van het plangebied Afbeelding 2: Locatie van het plangebied Afbeelding 3: Te slopen panden in het plangebied Afbeelding 4: Kadasterkaart met daarop rood gearceerd weergegeven de kelders binnen het plangebied Afbeelding 5: Plangebied op de archeologische beleidskaart Afbeelding 6: Bekende/geregistreerde vindplaatsen Romeinse tijd Vicus Coriovallum Afbeelding 7: Overzicht van archeologische vondstlocaties Afbeelding 8: Overzicht romeinse vindplaatsen en vermoedelijke ligging romeinse wegen in Heerlen
32
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 1: Luchtfoto van het plangebied
Bron: Het Gegevenshuis. Het plangebied is gelegen binnen het rode vierkant.
33
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 2: Locatie van het plangebied
Bron: Het Gegevenshuis. Het plangebied is blauw omlijnd.
34
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 3: Te slopen panden in het plangebied
Bron: Het Gegevenshuis. Te slopen panden:
35
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 4: Kadasterkaart met daarop rood gearceerd weergegeven de kelders binnen het plangebied
36
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 5: Plangebied op de archeologische beleidskaart
Bron: Het Gegevenshuis
37
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 6: Bekende/geregistreerde vindplaatsen Romeinse tijd Vicus Coriovallum
Overzicht van Romeinse vindplaatsen in Heerlen (Bron: RAAP).
38
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 7: Overzicht van archeologische vondstlocaties
Bron: Archis 3
39
Schinkelkwartier-Zuid, gemeente Heerlen
PvE 1802, versie 1.0
Afbeelding 8: Overzicht romeinse vindplaatsen en vermoedelijke ligging romeinse wegen in Heerlen
Bron: opgravingsdocumentatie Thermenmuseum
40