CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Romeins Museum de Thermen_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Bodem

Raadsvergadering . (video) 30 oktober 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Romeins Museum de Thermen'39.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen HL091704118

projectnummer 0482206.100 definitief revisie 01 1 maart 2023

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen HL091704118 projectnummer 0482206.100 definitief revisie 01 1 maart 2023

Auteur

Opdrachtgever Gemeente Heerlen Postbus 1 6400 AA HEERLEN

Gecontroleerd

datum e 1-3-2023

beschrijving definitief

vrijgave

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Vooronderzoek

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Algemeen Locatiegegevens Geohydrologie en bodemopbouw Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese

3 3 4 5 7 10 11 11

3

Verrichte werkzaamheden

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Uitgevoerde veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek Toetsingskaders Voorlopige veiligheidsklassen

13 14 15 16

4

Onderzoeksresultaten

17

4.1 4.2 4.3 4.4

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Grond Asbest Voorlopige veiligheidsklassen

17 18 21 22

5

Conclusies en aanbevelingen

23

5.1 5.2

Conclusies Aanbevelingen

23 25

Bijlagen 1. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen, zintuiglijke waarnemingen en foto’s proefgaten 4. Toetsingstabellen Wbb 5. Toetsingstabellen Bbk (indicatief) 6. Normwaarden grond en grondwater 7. Toelichting toetsingskaders 8. Analysecertificaten 9. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000 10. Foto’s onderzoekslocatie

Tekeningen 0482206.100-O-1 0482206.100-S-1

Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met ligging boorpunten en proefgaten

Blad 1 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

1

Inleiding In opdracht van gemeente Heerlen is door Antea Group in januari 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen. Aanleiding De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek is vormt de geplande transformatie en modernisatie van het Thermenmuseum. Bij de verbouwing van het museum wordt gebruik gemaakt van de huidige bestaande constructie. In het kader van de verbouwing wordt een deel eerst gesloopt. Het totale bouwoppervlak wordt iets kleiner dan nu het geval is. Het omliggend gebied wordt heringericht als groenstrook-infiltratiebekken. Daarnaast wordt het museum aangesloten op het mijnwatertracé. Voor de genoemde verbouwingen en dergelijke is een bestemmingsplanwijziging vereist. Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging en het verkrijgen van een Omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Tevens vormt het doel van het onderzoek om inzicht te krijgen in de te nemen veiligheidsmaatregelen ten behoeve van de ARBO. Onderzoeksstrategie en kwaliteit Op basis van de aangeleverde informatie is door Antea Group een onderzoeksvoorstel gemaakt (projectvoorstel kenmerk 0482206.100, d.d. 7 december 2022). Het voorstel is door de gemeente akkoord bevonden (opdracht kenmerk VP2023000333, d.d. 5 januari 2023).

Het uitgevoerde onderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de: 1. NEN 5725 (NNI, oktober 2017): Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; 2. NEN 5740+A1 (NNI, april 2016): Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek; 3. NEN 5707+C2 (NNI, december 2017): Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. CROW 400 (CROW, december 2017): Werken in verontreinigde grond. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Deze rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 2 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 en NEN 5707 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is het ‘opstellen van hypothesen over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Gemeente Heerlen: algemene informatie onderzoekslocatie Gemeente Heerlen: milieuarchief Gemeente Heerlen: tankarchief Gemeente Heerlen: bouwarchief Gemeente Heerlen: BodemInformatieSysteem (BIS) Topotijdreis.nl Street Smart Kadaster Actueel hoogtebestand Nederland Terreinverkenning

2.2

Website, contactpersoon of archief

Datum raadplegen Meerdere data

https://heerlen.nazca4u.nl/ https://heerlen.nazca4u.nl/ SGI Comliance Consultancy (rapport asbestinventarisatie) https://heerlen.nazca4u.nl/

29 november 2022 29 november 2022 12 mei 2021

www.topotijdreis.nl Street Smart (cyclomedia.com) https://kadastralekaart.com/ https://www.ahn.nl/ahn-viewer Dhr. (Antea Group)

5 december 2022 5 december 2022 5 december 2022 24 januari 2023 9 januari 2023

29 november 2022

Locatiegegevens De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen waar thans het Thermenmuseum gevestigd is. Het museum gaat verbouwd worden waarbij gebruik wordt gemaakt van de huidige constructie. In de plannen tot transformatie en modernisatie zullen enkele onderdelen van het bestaande gebouw worden gesloopt. Deze zijn aangeduid als: 1. ‘Sloop 1 inclusief kelder’; 2. ‘Sloop 2 (sloop bovenbouw)’; 3. ‘Sloop 3 (sloop bovenbouw)’. Deellocatie ‘Sloop 1 inclusief kelder’ (oppervlakte ca. 300 m2) bevindt zich aan de zuidzijde van het perceel nabij de Deken Nicolaijestraat. Bij deze deellocatie wordt naast de bovenbouw ook de kelder gesloopt. Deellocatie ‘Sloop 2 (sloop bovenbouw)’ bevindt zich aan de noordoostzijde van het perceel nabij de Coriovallumstraat. Ter plaatse wordt de bovenbouw gesloopt en blijft de aanwezige kelder gehandhaafd. Daarnaast zal de bestaande kelder in oostelijke en zuidelijke richting worden uitgebreid (oppervlakte uitbreiding ca. 520 m2). Deellocatie ‘Sloop 3 (sloop bovenbouw)’ bevindt zich aan de noordzijde van het perceel nabij de Coriovallumstraat. Ter plaatse wordt alleen de bovenbouw gesloopt en vinden verder geen grondroerende werkzaamheden plaats.

Blad 3 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Aan de noordzijde zal het museum worden aangesloten op het ‘mijnwatertracé’ dat aan de noordzijde van de Coriovallumstraat ligt onder de asfaltverharding. Het omliggend gebied wordt heringericht met groenstrook en infiltratiebekken. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ca. 7.250 m 2, waarvan ca. 3.800 m2 is bebouwd die gehandhaafd blijft. Het te onderzoeken gedeelte heeft derhalve een oppervlakte van ca. 3.450 m2. Ter plaatse van de te slopen gedeelten is sprake van betonvloeren. Het buitenterrein is voorzien van een klinkerverharding en van groenvoorziening. Aan de noordoostzijde is een ondergrondse vuilnisopslag aanwezig. Deze grenst aan de toekomstige uitbreiding van de kelder. De begane grond van het Thermenmuseum bevindt zich ca. 1 m boven het omliggende maaiveld van het openbare terrein. Uitgangspunt is dat de onderzijde van de kelders zich op 2,0 à 2,5 m -mv. bevinden ten opzicht van omliggend maaiveld. De maximale graafdiepte bedraagt 3,0 m -mv. ter plaatse van de kelders, ca. 2,0 m -mv. ter plaatse van de aanleg ‘mijnwatertracé’ en ca. 0,5 m -mv. op het overige terrein. De regionale ligging is weergegeven op tekening 0482206.100-O-1 en de huidige situatie is weergegeven op tekening 0482206.100-S-1 en op luchtfoto 2.1.

Luchtfoto 2.1: Ligging onderzoekslocatie (bron: Street Smart)

2.3

Geohydrologie en bodemopbouw Het maaiveld bevindt zich op N.A.P. + ca. 112 m (bron: AHN-viewer). Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: freatische grondwaterstand: > 5 m -mv. regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: noordwestelijk. verticale grondwaterstroming tot 10 m -mv.: inzijging voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: nee voorkomen van brak/zout grondwater: nee ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend? onbekend voor zover inzichtelijk wordt het grondwatersysteem niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie).

Blad 4 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.

2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Eerder verrichte bodemonderzoeken Op en nabij de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieronder zijn per onderzoek de relevante gegevens weergegeven. 1.

Oriënterend bodemonderzoek Kruisstraat ong. te Heerlen, Royal Haskoning, kenmerk 9T9683.01C, d.d. 19 februari 2009.

Aanleiding voor het onderzoek vormt het eerder uitgevoerde historisch onderzoek door ReGister. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is één boring verricht. In het steekbusmonster (boring 001: 2,3-2,5 m -mv.) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Ter plaatse van de voormalige garage zijn twee boringen verricht. Uit een mengmonster van de ondergrond (boringen 002 en 003: 1,0-1,5 m -mv.) zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. 2.

Milieutechnisch onderzoek Mijnwater tracé APG en binnenstad te Heerlen, Aelmans, kenmerk E184621.006.R1/GHA, d.d. 1 mei 2020

Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden in het kader van de aanleg van een nieuwe leiding (mijnwatertracé). Hierbij zijn ook drie boringen verricht (nrs. 23, 24 en 25) aan de noordzijde van de huidige onderzoekslocatie en ten noorden van de Coriovallumstraat. Daarbij is onder de asfaltverharding een laag menggranulaat aanwezig tot 0,35 à 0,6 m -mv. en bij boring 23 ook een laag betongranulaat tot 0,8 m -mv. Bij de boringen 24 en 25 bevindt zich onder de laag menggranulaat een zandlaag tot 0,8 à 0,9 m -mv. en bij alle drie de boringen bevindt zich in de ondergrond tot de maximaal geboorde diepte leem. Het menggranulaat en het betongranulaat voldoen beide indicatief aan een niet vormgegeven (NV) bouwstof. In de zandlaag zijn geen verhoogde gehalten aangetoond en in de leemlaag een licht verhoogd gehalte aan nikkel. Daarnaast is analytisch vastgesteld dat het menggranulaat geen asbest bevat. 3.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Geleenstraat e.o. te Heerlen, Antea Group, kenmerk 455412.136, d.d. 11 september 2019

Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen. Hierbij zijn ten westen van de huidige onderzoekslocatie twee boringen verricht (nrs. 09 en 10). Onder de klinkerverharding is sprake van een zandlaag tot de maximaal geboorde diepte van 1,5 m -mv. bij boring 09 en tot 0,5 m -mv. bij boring 10. Daaronder bestaat de bodem bij boring 10 tot de maximaal geboorde diepte van 1,5 m -mv. uit leem. In de mengmonsters mm8 (0,05-0,5 m -mv.), mm9 (0,5-1,0 m -mv.) en mm11 (0,5-1,5 m -mv.), waar monsters van de boringen 09 en 10 deel van uitmaken, zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PAK bij mm8. 4.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Kruissstraat e.o. te Heerlen, Aelmans, kenmerk E167636.013.003/WHO, d.d. 24 februari 2017

Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden. Hierbij is ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie één boring verricht (nr. 05). Onder de klinkerverharding is sprake van een zandlaag tot 0,35 m -mv. gevolgd door een leemlaag tot de

Blad 5 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

maximaal geboorde diepte van 1,5 m -mv. In de mengmonsters MM1 (0,06-0,6 m -mv.) en MM4 (0,35-1,5 m -mv.), waar monsters van boring 5 deel van uitmaken, zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. 5.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Kruisstraat e.o. te Heerlen, Antea Group, kenmerk 406491.02, d.d. 14 december 2015

Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen. Hierbij is ten zuidoosten van de huidige onderzoekslocatie vóór Deken Nicolaijestraat 2 één boring verricht (nr. 14). Onder de tegelverharding is sprake van een zandlaag tot de maximaal geboorde diepte van 1,0 m -mv. In de mengmonsters mm3 (0,05-0,5 m -mv.) en mm4 (0,5-1,0 m -mv.), waar monsters van boring 14 deel van uitmaken, zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. Overige onderzoeken In het kader van de geplande transformatie en modernisatie zijn namens de gemeente Heerlen de volgende onderzoeken uitgevoerd: 6.

7.

8.

Rapportage Asbestinventarisatie het bouwwerk of het object en het gebied rondom het bouwwerk of het object Coriovallumstraat 9 te Heerlen, SGI Compliance, kenmerk Z81354, d.d. 12 mei 2021) Rapportage Chroom-6 en Lood het bouwwerk of het object en het gebied rondom het bouwwerk of het object Coriovallumstraat 9 te Heerlen, SGI Compliance, kenmerk Z81354, d.d. 2 juli 2021) Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten ‘Romeins Museum te Heerlen’, ECG, kenmerk 245-022-RA-01, d.d. 8 augustus 2022

Uit deze onderzoeken blijkt dat op diverse plaatsen asbest in het gebouw is toegepast en chroom VI en lood is verwerkt in de verf. Tank-, milieu-, bouw- en slooparchief Op basis van de Bodemrapportage Coriovallumstraat 9 hebben, voor zover bekend geen bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie plaatsgevonden en zijn geen gegevens bekend van de aanwezigheid van eventuele ondergrondse olietanks. Uit onderzoek [6] blijkt dat in het gebouw asbest is toegepast en uit onderzoek [7] blijkt dat chroom VI en lood is verwerkt in de verf. Bodembeleidsplan Het bodembeleid van de gemeente Heerlen is uitgewerkt in het bodembeleidsplan Heerlen 2016. Daarnaast is door de gemeente Heerlen het bodembeleidsplan aangevuld met betrekking tot PFAS (PFAS-aanvulling Bodembeleidsplan – Nota bodembeheer Gemeente Heerlen, d.d. 19 juni 2020) en is een bodemkwaliteitskaart voor PFAS opgesteld (Actualisatie bodemkwaliteitskaart met PFAS, Regio Parkstad: gemeente Heerlen, Sweco, kenmerk 371786, d.d. 11 juni 2020). De onderzoekslocatie ligt in deelgebied ‘Woonwijken’. Binnen dit deelgebied is de gemiddelde bodemkwaliteit bepaald (ontgravingskaart) en zijn toepassingseisen voor het hergebruik van grond vastgesteld. Een beknopt overzicht hiervan is in tabel 2.2 weergegeven.

Blad 6 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Tabel 2.2: Lokaal bodembeleid Deelgebied Functieklasse Woonwijken

1) 2)

Wonen

Diepte (m -mv.) 0,0-0,5

Ontgravingskaart / kwaliteitsklasse 1) AW2000

0,5-2,0

Industrie

Toepassingseis gebiedseigen grond 2) Zn: 265,1 Overige: Wonen

Toepassingseis nietgebiedseigen grond AW2000 PFOS: 0,9 Overige PFAS: 0,8 Wonen PFOS: 0,9 Overige PFAS: 0,8

Wonen PFOS: 0,9 Overige PFAS: 0,8 Kwaliteitsklasse is gebaseerd op combinatie uit bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen en bodemkwaliteitskaart voor PFAS. Lokale maximale waarden (LMW) in mg/kg ds, omgerekend naar standaardbodem lutum 25% en organische stof 10%. Gebiedseigen grond: afkomstig van het grondgebied van de gemeenten Heerlen, Kerkrade, Brunssum en Landgraaf.

Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Op basis van onderzoek [8] is de locatie onverdacht voor OO. Archeologische verwachting Op de onderzoekslocatie bevindt zich inpandig in het museum een archeologisch monument met een zeer hoge archeologische waarde dat wettelijk is beschermd. Het gebied rondom het museum betreft een terrein met een zeer hoge archeologische waarde. Uit navraag bij de regioarcheoloog blijkt dat er vanuit archeologie geen verplichtingen zijn met betrekking tot het uit te voeren bodemonderzoek. Wel dienen eventuele vondsten te worden bijgehouden (locatie en vondstdiepte) en dienen deze vondsten te worden afgegeven bij locatie ‘De Vondst’ te Heerlen. Na-ijl effecten voormalige mijnbouw De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet gelegen in een gebied dat gevoelig is voor de naijleffecten als gevolg van voormalige mijnbouw. Overige (historische) gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Het huidige gebouw stamt volgens de gemeente uit 1975, maar volgens de BAG-viewer van het Kadaster uit 1983. Op topografisch kaarten (www.topotijdreis.nl) is het huidige gebouw voor het eerst ingetekend vanaf 1989. In de periode 1960-1988 is het terrein braakliggend en tussen 1925 en 1959 zijn enkele gebouwen ingetekend ter plaatse van de onderzoekslocatie. Daarvoor is het terrein onbebouwd tot 1850 (oudste kaart uit topotijdreis). In de figuren 2.1 t/m 2.8 zijn enkele uitsnedes van de topografische kaarten van 1924, 1925 1959, 1960, 1988, 1989, 1999 en 2021 opgenomen. De globale ligging van de onderzoekslocatie is op deze kaartuitsnedes met rode cirkels aangegeven.

Blad 7 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Figuur 2.1: Situatie 1924

Figuur 2.2: Situatie 1925

Figuur 2.3: Situatie 1959

Figuur 2.4: Situatie 1960

Figuur 2.5: Situatie 1988

Figuur 2.6: Situatie 1989

Figuur 2.7: Situatie 1999

Figuur 2.8: Situatie 2021

Blad 8 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Luchtfoto 2.2 is genomen in 2008 en daarop is de ligging van de huidige onderzoekslocatie weergegeven binnen het rode kader.

Luchtfoto 2.2: Situatie 2008 (bron: Street Smart)

Op de luchtfoto’s 2.3 en 2.4 (bron: Street Smart) is te zien dat in de periode tussen deze twee luchtfoto’s het mijnwatertracé ten noorden van de huidige locatie is aangelegd. Op luchtfoto 2.4 lijken de aanlegwerkzaamheden van het mijnwatertracé niet lang daarvoor te zijn afgerond. Op de luchtfoto 2.5 uit 2022 (bron: Street Smart) is het tracé van het mijnwatertracé herkenbaar aan de donkere strook asfalt in de Coriovallumstraat. De onderzoekslocatie zelf is nauwelijks gewijzigd in de periode 2008-heden.

Luchtfoto 2.3: Situatie 2008

Luchtfoto 2.4: Situatie 2022

Blad 9 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Luchtfoto 2.5: Situatie 2022

Op basis van de ‘Bodemrapportage Coriovallumstraat 9 te Heerlen’ is de historie van de onderzoekslocatie en omliggende percelen beoordeeld. Hieruit blijkt dat het voormalige adres Kruisstraat 15 (gedeeltelijk) binnen de grenzen van de huidige onderzoekslocatie lag. Uit een historisch onderzoek door ReGister (HO nr. 36, Kruisstraat 15 Heerlen, kenmerk 06005, d.d. 14 augustus 2007) is vastgesteld dat in 1918 een garage op de locatie aanwezig is geweest en vanaf 1927 een ondergrondse benzinetank (4.000 l) met bijbehorende afleverzuil. Niet bekend is tot wanneer deze activiteiten gebezigd zijn, maar waarschijnlijk tot in de jaren ’50 van de vorige eeuw (gebaseerd op de topografische kaarten). De voormalige garage bevond zich grotendeels binnen de grenzen van het huidige museum. De voormalige ondergrondse benzinetank grensde aan de huidige onderzoekslocatie en de voormalige afleverzuil bevond zich ter plaatse van de Kruisstraat. Aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn voormalige ondergrondse HBO-tanks aanwezig geweest bij de adressen Tempsplein 27, 29 en 31 en Coriovallumstraat 7. Al deze tanks zijn onklaar gemaakt.

2.6

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) In de nabije omgeving van de onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een op PFAS verdachte puntbronlocatie. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Aangenomen wordt dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn.

Blad 10 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

2.7

Terreinverkenning Op 9 januari 2023 is een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is vastgesteld dat het buitenterrein grotendeels verhard is met klinkers. Plaatselijk zijn groenstroken aanwezig. Het oostelijke terreingedeelte is afgesloten met hekwerken aan de zijde van de Coriovallumstraat en de Deken Nicolaijestraat. Binnen de onderzoekslocatie is sprake van enige hoogteverschillen. Plaatselijk zijn verlaagde ingangen naar de kelder aanwezig en aan de voorzijde is de toegang van het Thermenmuseum voorzien van trappen (hoogteverschil ca. 1 m). Het maaiveld rondom het Thermenmuseum loopt af van oost naar west en van zuid naar noord, waarbij het laagste punt zich bevindt bij de rotonde op de hoek Coriovallumstraat met de Kruisstraat. In bijlage 10 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese Op basis van het vooronderzoek zijn diverse deellocaties onderscheiden en als verdachte locaties beschouwd ten aanzien van bodemverontreiniging en asbest en als zodanig conform de vigerende normen (NEN 5740: VED-HE-NL/VEP, NEN 5707: VED-HE) onderzocht. Het grondwater bevindt zich > 5,0 m -mv. en is conform de NEN 5740 niet onderzocht. Er is één boring tot 5,0 m mv. uitgevoerd ter verificatie of het grondwater zich daadwerkelijk > 5,0 m -mv. bevindt. Onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek is het onderstaande onderzoeksprogramma opgesteld (tabel 2.3). De werkzaamheden van het bodem- en asbestonderzoek worden zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd.

Tabel 2.3: Overzicht onderzoeksstrategie, veldwerkzaamheden en laboratoriumonderzoek OpperOnderzoeksstrategie 1) Veldwerkzaamheden Vlakte Grond Grondwater (m²) Aantal boringen Aantal peilbuizen (diepte in m-mv) (filterdiepte m-mv) Verkennend bodemonderzoek 1. Onderzoekslocatie: 3.400 NEN 5740:VED-HE-NL n.v.t. Deellocatie

2.

Laboratoriumonderzoek 2) Analyses grond Analyses grondwater

n.v.t.

a. Sloop 1 incl. kelder

2 x 3,0

3 x standaardpakket

b. Sloop 2 uitbreiding kelder

3 x 3,0

3 x standaardpakket 2 x PFAS 1 x chroomVI

c. Overig gedeelte

6 x 1,0 1 x 5,0

5 x standaardpakket 1 x PFAS 2 x chroomVI 3 x standaardpakket 1 x PFAS 3 x minerale olie 3 x vluchtige aromaten

n.v.t.

3 x asbest in grond

n.v.t.

Aansluiting 20 mijnwatertracé 3. Vml. 30 ondergrondse benzinetank (4.000 l) Verkennend asbestonderzoek 5) 4. Onderzoekslocatie 3.450

4 x 2,0 3)

n.v.t.

NEN 5740: VEP

3 x 3,0 4) (steekbussen, PIDmetingen en OW-testen)

n.v.t.

NEN 5707: VED-HE

10 x proefgat tot 0,5 m mv. in klinkerverharding 4 x proefgat tot 0,5 m -mv. in groen (onverhard), waarvan 2 x tot 2,0 m -mv.

n.v.t.

NEN 5740: VED-HE-NL

Toelichting tabel: 1) Toelichting gebruikte onderzoeksstrategieën: VED-HE-NL: Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming

Blad 11 van 25

n.v.t.

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

VED-HE:

2)

3) 4) 5)

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld VEP: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), organische stof en lutum Hierbij is uitgegaan van één boring in het asfalt, één in de middenberm (tegels) en twee in het trottoir (klinkers) aan de zijde van het museum. Uitgangspunt is een asfaltdikte van 15 cm. Bij deze boringen worden PID-metingen verricht en olie-waterreacties uitgevoerd. Er is uitgegaan van het nemen van steekbusmonsters De boringen worden verricht in het trottoir (klinkers). Proefgaten inzake het verkennend asbestonderzoek worden in combinatie met de boringen uit het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

Asbest Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als asbestverdacht wordt aangemerkt, omdat uit een asbestinventarisatie in gebouwen is vastgesteld dat asbest in het gebouw is toegepast. ChroomVI Bij eerder verricht onderzoek is vastgesteld dat chroomVI is verwerkt in de gebruikte verf die op/in het gebouw is toegepast. Derhalve is de locatie verdacht op aanwezigheid van chroomVI. Wijzigingen t.o.v. onderzoeksvoorstel (offerte met kenmerk 0482206.100, d.d. 7 december 2022) Op basis van de wisselende hoeveelheden en soorten aan bijmengingen met bodemvreemde materialen zijn aanvullend vier (meng)monsters onderzocht op het standaardpakket en drie monsters op asbest in puin.

Blad 12 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 25 en 26 januari 2023 door erkende en gecertificeerde veldwerkers van Fransen Milieutechniek uit Landgraaf. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 9 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde werkzaamheden. Tabel 3.1: Overzicht veldwerkzaamheden Deellocatie

Veldwerkzaamheden Aantal boringen/proefgaten (diepte in m-mv)

Verkennend bodemonderzoek 1a. Sloop 1 inclusief kelder 1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie

2. Aansluiting mijnwatertracé 3. Voormalige ondergrondse benzinetank (4.000 l) Verkennend asbestonderzoek 4. Asbestonderzoek gehele onderzoekslocatie

2 x 3,0 (nrs. 001, 002) 3 x 3,0 (nrs. 101, 102, 103) 4 x ca. 1,0 (nrs. 203, 204, 205, 206) 1 x 1,5 (nr. 201) 1 x 2,0 (nr. 202) 1 x 5,0 (nr. 207) 4 x 2,0 (nrs. 301, 302, 303, 304) 3 x 3,0 (nrs. 401, 402, 403)

15 x proefgat (nrs. 001, 002, 101, 102, 103, 201, 202, 203, 204, 205, 206, 207, 301, 304, 403)

Ter plaatse van deellocatie 3 ‘Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l’ is per boring één steekbusmonster genomen. Diverse boringen van het verkennend bodemonderzoek zijn tevens uitgevoerd als proefgat ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek. Tijdens de terreininspectie en bij het uitvoeren van de boringen is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal. Vanwege het aantreffen van bijmengingen met bodemvreemde materialen zijn monsters samengesteld voor het verkennend asbestonderzoek. Onder de asfaltverharding van de Coriovallumstraat is een uiterst puinhoudende laag aangetroffen. Deze puinhoudende laag is bij eerder verricht onderzoek (onderzoek [2]) als menggranulaat beschreven en is toen reeds op asbest onderzocht, waarbij geen asbest is aangetoond. Veiligheid Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is het bodemvochtpercentage bepaald. Het bodemvochtpercentage was groter dan 10% wat betekent dat er geen risico’s waren met betrekking tot het vrijkomen van asbestvezels. Visuele inspectie Het maaiveld op de onderzoekslocatie is voor meer dan 75% verhard, waardoor het ter plaatse niet mogelijk was een maaiveldinspectie uit te voeren. De inspectie-efficiënte bedraagt < 25%.

Het uitvoeren van een maaiveldinspectie wordt gebruikt om te beoordelen of er binnen de onderzoekslocatie gedeelten aanwezig zijn die als onverdacht ten aanzien van de aanwezigheid

Blad 13 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

van asbest kunnen worden aangemerkt. In het geval geen inspectie mogelijk is wordt de gehele locatie als asbestverdacht aangemerkt. Het opgegraven materiaal uit de proefgaten is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (< 20 mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. De foto’s van het materiaal uit de proefgaten zijn weergegeven in bijlage 3. Funderingslaag Opgemerkt wordt dat bij het opstellen van de onderzoeksopzet niet bekend was of en zo ja welk type funderingsmateriaal op de onderzoekslocatie aanwezig was. Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat funderingslagen aanwezig zijn van puin, slakken en mijnsteen. Deze lagen bestaan voor > 50% uit bodemvreemd materiaal en worden volgens de Wet bodembescherming (Wbb) niet als bodem gezien, omdat deze uit > 50% bodemvreemde materialen bestaan. De funderingslagen van puin, slakken en mijnsteen zijn derhalve onderzocht volgens de NEN 5897+C2 (2017). De situering van de boringen en proefgaten is weergegeven op tekening 0482206.100-S-1.

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.2: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv) Grond 1a. Sloop 1 inclusief kelder 1aMM01 0,00-0,50 1aMM02 0,50-2,00 1aMM03

1,50-3,00

1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 1bM01 0,22-0,40 1bMM02 0,20-0,50 1bMM03 0,40-1,50 1bMM04

1,50-3,00

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Laboratoriumanalyse 1)

001 (0,15-0,50), 002 (0,00-0,50) 001 (0,50-1,00), 002 (0,50-1,00), 002 (1,00-1,50), 002 (1,50-2,00) 001 (1,50-2,00), 001 (2,50-3,00), 002 (2,00-2,50), 002 (2,50-3,00)

Standaardpakket Standaardpakket

101 (0,22-0,40) 102 (0,25-0,50), 103 (0,20-0,50) 101 (0,40-0,70), 101 (1,00-1,50), 102 (0,50-1,00), 103 (1,00-1,50) 101 (2,00-2,50), 102 (1,50-2,00), 102 (2,50-3,00), 103 (2,00-2,50)

Standaardpakket Standaardpakket, Chroom VI Standaardpakket

1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie 1cM01 0,08-0,60 201 (0,08-0,60) 1cMM02 0,08-0,50 202 (0,08-0,25), 203 (0,08-0,25), 205 (0,08-0,20), 206 (0,08-0,50) 1cMM03 0,20-0,50 203 (0,25-0,50), 204 (0,20-0,50), 205 (0,20-0,50) 1cMM04 0,65-1,50 202 (0,65-1,00), 202 (1,00-1,50) 1cMM05 0,50-1,00 201 (0,60-1,00), 203 (0,50-0,80), 204 (0,50-1,00), 205 (0,50-1,00) 1cMM06 0,50-1,50 206 (0,50-0,80), 207 (0,50-1,00), 207 (1,00-1,50) 2. Aansluiting mijnwatertracé 2M01 0,05-0,50 301 (0,05-0,50) 2MM02 0,40-0,70 302 (0,40-0,70), 303 (0,40-0,60) 2MM03 0,50-1,20 301 (0,50-0,90), 301 (0,90-1,20), 304 (0,50-0,80) 2MM04 0,60-1,80 302 (0,70-0,80), 303 (0,60-0,80), 304 (0,80-1,30), 304 (1,50-1,80) 2MM05 1,00-2,00 301 (1,20-1,50), 302 (1,50-2,00),

Blad 14 van 25

Standaardpakket

Standaardpakket

Standaardpakket Standaardpakket, Chroom VI Standaardpakket, Chroom VI Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket

Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Tabel 3.2: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv)

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 303 (1,00-1,50), 304 (1,80-2,00) 3. Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l 3M01 1,50-1,70 401 (1,50-1,70) 3M02

2,30-2,50

402 (2,30-2,50)

3M03

1,80-2,00

403 (1,80-2,00)

PFAS 1a. Sloop 1 inclusief kelder 1aPFAS01 0,00-0,50 1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 1bPFAS01 0,08-0,25

4ASBGR02

0,20-0,50

BTEXN + Minerale olie GC Organische stof (gloeiverlies) BTEXN + Minerale olie GC Organische stof (gloeiverlies) BTEXN + Minerale olie GC Organische stof (gloeiverlies)

001 (0,15-0,50), 002 (0,00-0,50), 101 (0,22-0,40)

PFAS (28) Handelingskader Organische stof (gloeiverlies)

101 (0,08-0,22), 102 (0,08-0,25), 103 (0,08-0,20), 202 (0,08-0,25)

PFAS (28) Handelingskader Organische stof (gloeiverlies)

1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie 1cPFAS01 0,20-0,50 203 (0,25-0,50), 204 (0,20-0,50), 205 (0,20-0,50) 2. Aansluiting mijnwatertracé 2PFAS01 0,60-1,80 302 (0,70-0,80), 303 (0,60-0,80), 304 (0,80-1,30), 304 (1,50-1,80) Asbest 4. Gehele onderzoekslocatie 4ASBPU01 0,25-0,65 4ASBPU02 0,15-0,50 4ASBPU03 0,30-0,50 4ASBGR01 0,00-0,50

Laboratoriumanalyse 1)

202 (0,25-0,65), 202 (0,25-0,65) 207 (0,15-0,50), 207 (0,15-0,50) 304 (0,30-0,50), 304 (0,30-0,50) AMM2: 001 (0,15-0,50), 002 (0,00-0,50) AMM3: 203 (0,25-0,50), 204 (0,20-0,50) 205 (0,20-0,50)

PFAS (28) Handelingskader Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader Organische stof (gloeiverlies)

Asbest Puin NEN5898 Asbest Puin NEN5898 Asbest Puin NEN5898 Asbest Grond NEN5898 Asbest Grond NEN5898

4ASBGR03 0,20-0,50 Asbest Grond NEN5898 Toelichting 1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof

3.3

Toetsingskaders Wet bodembescherming Grond De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn weergegeven in bijlage 4. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 8. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Asbest De analysecertificaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 8 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit beleid is beschreven in bijlage 7.

Blad 15 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Besluit bodemkwaliteit Grond De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De indicatieve toetsingen zijn weergegeven in bijlage 5. In bijlage 7 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. PFAS De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Handelingskader PFAS (conform Besluit bodemkwaliteit). Voor PFAS zijn in de Wet bodembescherming geen normen en/of toetsingsmogelijkheden bekend. Het Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht aan de toepassingsnormen voor grond. Het toetsingskader is uitgewerkt in bijlage 7.

3.4

Voorlopige veiligheidsklassen Conform de CROW-publicatie 400 zijn op basis van de voor standaardbodem gecorrigeerde analyseresultaten de veiligheidsklassen vastgesteld. Indien grond/grondwater een concentratie heeft van minder dan 75% van de SRCarbo voor niet-vluchtige stoffen, lager dan de tussenwaarde voor vluchtige stoffen en lager dan de interventiewaarde voor asbest (en < 10 mg/kg d.s. voor respirabele asbestvezels), dan is het treffen van veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigde grond/grondwater niet noodzakelijk en kan worden volstaan met ‘basishygiënemaatregelen’. Voor alle overige situaties worden de veiligheidsklassen ‘oranje’, ‘rood’, ‘zwart’ en al dan niet met de toevoeging ‘vluchtig’ onderkend. In aanvulling op de CROW-publicatie 400 is door het RIVM een memo opgesteld met daarin een onder-bouwing voor de interventiewaarden voor bodem en grondwater voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX. (Memo ‘Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarde voor PFOS, PFOA en GenX’, RIVM, d.d. 20 juli 2021). Deze Memo is vastgesteld in de ‘Verzamelbrief bodem en ondergrond’ van 2 mei 2022 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W). In de navolgende hoofdstukken zijn de voorlopige veiligheidsklassen op basis van de onderzoeksresultaten bepaald.

De definitieve veiligheidsklassen voor de uitvoering van de werkzaamheden dienen door de aannemer bepaald te worden.

Blad 16 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. In deze bijlage zijn tevens foto’s opgenomen van de proefgaten die gegraven zijn ten behoeve van het asbestonderzoek. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem onder de klinker- en asfaltverharding veelal sprake is van een laagje cunetzand tot 0,15 à 0,25 m -mv. Daaronder zijn in de bodem tot 1,5 m mv. wisselende samenstellingen in het bodemprofiel aangetroffen. Veelal bestaat de bodem uit leem en/of zand tot 1,5 m -mv. en tevens zijn lokaal lagen met bodemvreemde materialen aangetroffen (slakken en mijnsteen) in de laag tot 0,4 à 0,65 m -mv. Ter plaatse van deellocatie 2 ‘Aansluiting mijnwatertracé’ is onder de asfaltverharding sprake van een funderingslaag van puin met daaronder een laag grind tot 0,6 à 0,7 m -mv. Verspreid over het gehele onderzoeksgebied bestaat de bodem vanaf 1,5 m -mv. tot de maximaal geboorde diepte van 5,0 m -mv. uit leem. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die mogelijk duiden op bodemverontreiniging. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 1a. Sloop 1 inclusief kelder 001 (3,00) 0,15-0,50 001 (3,00) 002 (3,00) 002 (3,00)

0,50-1,00 0,00-0,50 0,50-2,00

1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 101 (3,00) 0,22-0,40 1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie 201 (1,50) 0,08-0,60 201 (1,50) 0,60-1,00 202 (2,00) 0,25-0,65 202 (2,00) 0,65-1,00 202 (2,00) 1,00-1,50 202 (2,00) 1,50-1,80 203 (1,20) 0,25-0,50 203 (1,20) 0,50-0,80 203 (1,20) 0,80-1,20 204 (1,00) 0,20-0,50 204 (1,00) 0,50-1,00 205 (1,00) 0,20-0,50 205 (1,00) 0,50-1,00 206 (0,80) 0,50-0,80 207 (5,00) 0,15-0,50 2. Aansluiting mijnwatertracé 301 (2,00) 0,05-0,50 302 (2,00) 0,14-0,40 302 (2,00) 0,70-0,80 303 (2,00) 0,13-0,40 303 (2,00) 0,60-0,80 304 (2,00) 0,20-0,30 304 (2,00) 0,30-0,50

Waarneming

Grondsoort 1)

zwak kolenhoudend, zwak dakpanhoudend, sporen aardewerk, sporen beton sporen dakpan, zwak kolenhoudend, sporen mijnsteen sporen aardewerk, zwak dakpanhoudend, sporen beton zwak mijnsteenhoudend, zwak kolenhoudend, sporen baksteen, zwak kolengruishoudend

leem

zwak dakpanhoudend, zwak slakkenhoudend

leem

zwak asfalthoudend, zwak betonhoudend sporen dakpan, sporen kolen uiterst mijnsteenhoudend, zwak kolenhoudend sterk mijnsteenhoudend sterk mijnsteenhoudend, zwak kolenhoudend zwak kolenhoudend, sporen mijnsteen sporen beton, zwak kolenhoudend sporen mijnsteen, sporen baksteen zwak kolenhoudend, zwak baksteenhoudend sporen beton, zwak baksteenhoudend, zwak kolenhoudend sporen kolen, sporen mijnsteen, sporen baksteen zwak kolenhoudend, sporen baksteen, sporen mijnsteen zwak kolenhoudend, sporen baksteen, sporen mijnsteen Gestaakt i.v.m. kabels en leidingen uiterst slakkenhoudend

zand leem

sporen beton uiterst puinhoudend sporen beton, sporen kolen uiterst puinhoudend zwak kolenhoudend sterk betonhoudend uiterst puinhoudend

zand

Blad 17 van 25

leem leem leem

1)

leem leem leem leem leem leem leem leem leem leem zand 1)

1)

leem 1)

leem zand 1)

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte Waarneming Grondsoort 1) (einddiepte, m -mv) (m -mv) 304 (2,00) 0,80-1,50 zwak kolenhoudend, zwak baksteenhoudend leem 304 (2,00) 1,50-1,80 zwak kolenhoudend, sporen baksteen leem 3. Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l 2) 401 (3,00) 0,12-0,50 sporen baksteen, sporen beton leem 401 (3,00) 0,50-1,00 zwak kolenhoudend, sporen baksteen leem 402 (3,00) 0,12-0,50 zwak kolenhoudend, sporen baksteen, sporen slakken leem 403 (3,00) 0,15-0,50 sporen slakken, sporen baksteen, sporen beton, zwak leem kolenhoudend 1) Bodemlaag bestaat uit > 50% bijmengingen met bodemvreemde lagen en betreft geen grond conform de Wbb 2) Bij de boringen 401 t/m 403 zijn PID-metingen verricht en olie-watertesten. Bij alle drie de boringen zijn geen verhoogde PID-waarden en geen olie-waterreactie in het veld waargenomen.

4.2

Grond In tabel 4.2 zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Ook is hierin een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) opgenomen. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming

Overschrijdingen

Indicatieve kwaliteitsklasse Bbk (**/***)

(m -mv)

(m -mv)

1a. Sloop 1 inclusief kelder 1aMM01 001 (0,15-0,50), zwak kolen, zwak (0,00-0,50) 002 (0,00-0,50) dakpan, sporen aardewerk, sporen beton 1aMM02 (0,50-2,00)

1aMM03 (1,50-3,00)

001 (0,50-1,00), sporen dakpan, zwak 002 (0,50-1,00), kolen, sporen 002 (1,00-1,50), mijnsteen, zwak 002 (1,50-2,00) mijnsteen, sporen baksteen, zwak kolengruis

001 (1,50-2,00), 001 (2,50-3,00), 002 (2,00-2,50), 002 (2,50-3,00) 1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 1bM01 101 (0,22-0,40) zwak dakpan, zwak (0,22-0,40) slakken 1bMM02 102 (0,25-0,50), (0,20-0,50) 103 (0,20-0,50) 1bMM03 101 (0,40-0,70), (0,40-1,50) 101 (1,00-1,50), 102 (0,50-1,00), 103 (1,00-1,50) 1bMM04 101 (2,00-2,50), (1,50-3,00) 102 (1,50-2,00), 102 (2,50-3,00), 103 (2,00-2,50) 1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie 1cM01 201 (0,08-0,60) zwak asfalt, zwak (0,08-0,60) beton 1cMM02 202 (0,08-0,25), (0,08-0,50) 203 (0,08-0,25), 205 (0,08-0,20),

> AW (i <= 0,5) licht

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig

>I (i > 1) sterk

koper, zink, barium *, lood, som (10) PAK kobalt, nikkel, koper, zink, kwik, lood, som (10) PAK nikkel

-

-

Bbk : Kwaliteitsklasse wonen

-

-

Bbk : Kwaliteitsklasse wonen

-

-

Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

nikkel

-

-

Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

-

-

-

-

Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Blad 18 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming

Overschrijdingen

Indicatieve kwaliteitsklasse Bbk (**/***)

(m -mv)

1cMM03 (0,20-0,50)

1cMM04 (0,65-1,50) 1cMM05 (0,50-1,00)

1cMM06 (0,50-1,50)

(m -mv)

206 (0,08-0,50) 203 (0,25-0,50), sporen beton, zwak 204 (0,20-0,50), kolen, zwak baksteen, 205 (0,20-0,50) sporen baksteen, sporen mijnsteen 202 (0,65-1,00), sterk mijnsteen, zwak 202 (1,00-1,50) kolen 201 (0,60-1,00), sporen dakpan, 203 (0,50-0,80), sporen kolen, sporen 204 (0,50-1,00), mijnsteen, sporen 205 (0,50-1,00) baksteen, zwak kolen

> AW (i <= 0,5) licht

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig

>I (i > 1) sterk

lood, som (10) PAK

-

-

Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

koper, barium *, lood minerale olie C10 - C40, koper, zink, barium *, lood, som (10) PAK -

-

Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

-

Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

207 (0,50-1,00), Bbk : Voldoet aan 207 (1,00-1,50), achtergrondwaarde 206 (0,50-0,80) 2. Aansluiting mijnwatertracé 2M01 301 (0,05-0,50) sporen beton Bbk : Voldoet aan (0,05-0,50) achtergrondwaarde 2MM02 303 (0,40-0,60), Bbk : Voldoet aan (0,40-0,70) 302 (0,40-0,70) achtergrondwaarde 2MM03 304 (0,50-0,80), Bbk : Voldoet aan (0,50-1,20) 301 (0,50-0,90), achtergrondwaarde 301 (0,90-1,20) 2MM04 304 (0,80-1,30), zwak kolen, zwak minerale olie C10 - C40, Bbk : Kwaliteitsklasse (0,60-1,80) 304 (1,50-1,80), baksteen, sporen koper, industrie 303 (0,60-0,80), baksteen, sporen lood 302 (0,70-0,80) beton, sporen kolen 2MM05 304 (1,80-2,00), Bbk : Voldoet aan (1,00-2,00) 303 (1,00-1,50), achtergrondwaarde 301 (1,20-1,50), 302 (1,50-2,00) 3. Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l 3M01 401 (1,50-1,70) Bbk : *** (1,50-1,70) 3M02 402 (2,30-2,50) Bbk : *** (2,30-2,50) 3M03 403 (1,80-2,00) Bbk : *** (1,80-2,00) Toelichting : Geen waarneming/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij AW, I en index * : Geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaarde ** : Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl één individuele stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2).

*** : Analyse is gebaseerd op beperkt aantal parameters uit het standaardpakket en derhalve niet representatief voor de bodemkwaliteit, waardoor geen bodemkwaliteitsklasse is weergegeven.

Opmerking: in afwijking op de richtlijnen uit de NEN 5740 zijn diverse grondmengmonsters samengesteld uit deelmonsters, waarbij de aard en mate van de bijmengingen niet één op één overeenkomen. Qua samenstelling bestaan de mengmonsters uit sporen tot zwakke bijmengingen met kolen(gruis), aardewerk, beton en/of dakpan en dit soort bijmengingen zijn alle verdacht op verhoogde gehalten aan zware metalen en/of PAK. Dit wordt bevestigd door de analyseresultaten. Deze afwijking wordt als niet kritieke afwijking beschouwd, omdat uit de analyses van de mengmonsters geen matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond en bij

Blad 19 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

worstcase-benadering van de individuele monsters ook geen overschrijding van de interventiewaarde aanwezig zijn. Uitzondering hierop vormt grondmengmonster 2MM04, waarbij theoretisch voor koper de interventiewaarde kan worden overschreden. De samenstelling van dit mengmonster bestaat uit deelmonsters met vergelijkbare bijmengingen (maximaal één gradatie verschil: sporen tot zwak). Er is daarmee sprake van een relatief homogeen mengmonster en derhalve is niet de verwachting dat in één deelmonster de interventiewaarde wordt overschreden en wordt ook deze afwijking als niet kritisch beschouwd. 1a. Sloop 1 inclusief kelder Bij deze deellocatie zijn in de boven- en ondergrond tot 2,0 m -mv. met zwakke bijmengingen met bodemvreemde materialen licht verhoogde gehalten diverse zware metalen en PAK aangetoond. In de zintuigelijk schone diepere ondergrond (1,5-3,0 m -mv.) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bodem met bijmengingen aan bodemvreemde materialen indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. De zintuiglijk schone ondergrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. 1b.

Sloop 2 uitbreiding kelder Bij deze deellocatie zijn in de bovengrond met zwakke bijmengingen met bodemvreemde materialen alsmede in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond tot 1,5 m -mv. geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters vastgesteld. In de zintuigelijk schone diepere ondergrond (1,5-3,0 m -mv.) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Er is geen chroomVI gemeten in een gehalte boven de detectiegrens. De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bodem met bijmengingen aan bodemvreemde materialen indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. De zintuiglijk schone ondergrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. 1c. Overig gedeelte onderzoekslocatie Bij deze deellocatie zijn in de boven- en ondergrond tot 1,5 m -mv. met zwakke tot sterke bijmengingen met bodemvreemde materialen maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. In de zintuigelijk schone bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Er zijn geen chroomVIgehalten aangetoond boven de detectiegrens.

De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bovengrond alsmede de zintuiglijk schone ondergrond indicatief voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. De ondergrond met hierin bijmengingen met bodemvreemde materialen voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘industrie’. 2. Aansluiting mijnwatertracé Bij deze deellocatie zijn in de bovengrond met sporen beton alsmede in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. In de ondergrond met zwakke bijmengingen aan bodemvreemde materialen (0,6-1,8 m -mv.) zijn licht verhoogde gehalten aan koper, lood en minerale olie vastgesteld. De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bodem met bijmengingen aan

Blad 20 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

bodemvreemde materialen indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. De zintuiglijk schone ondergrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. 3. Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l Bij deze deellocatie zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde PID-waarden gemeten en zijn ook geen olie-waterreacties waargenomen. Analytisch zijn in de drie onderzochte steekbusmonsters geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Omdat de onderzochte grondmonsters alleen zijn onderzocht op de parameters minerale olie en vluchtige aromaten en niet op een standaardpakket, zijn deze resultaten niet getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. PFAS In tabel 4.3 zijn de getoetste analyseresultaten van de uitgevoerde PFAS-analyse weergegeven. Tabel 4.3: Analyseresultaten PFAS Monster Deelmonsters (m-mv) (m-mv)

1a. Sloop 1 inclusief kelder 1aPFAS01 101 (0,22-0,40), (0,00-0,50) 001 (0,15-0,50), 002 (0,00-0,50)

Waarneming

Parameters boven detectielimiet (gemeten gehalten in µg/kg d.s.) 1) PFOS PFOA Overige PFAS totaal totaal

zwak slakken, zwak kolen, sporen aardewerk, sporen beton

0,3

0,3

PFPeA (0,3), PFHxA Landbouw/natuur (0,2), PFHpA (0,1), overige PFAS < d

0,5

0,1

<d

Landbouw/natuur

0,2

0,4

<d

Landbouw/natuur

0,1

0,1

<d

Landbouw/natuur

1b. Sloop 2 uitbreiding kelder 1bPFAS01 101 (0,08-0,22), (0,08-0,25) 102 (0,08-0,25), 103 (0,08-0,20), 202 (0,08-0,25) 1a. Overig gedeelte onderzoekslocatie 1cPFAS01 203 (0,25-0,50), sporen beton, zwak (0,20-0,50) 204 (0,20-0,50), kolen, zwak baksteen, 205 (0,20-0,50) sporen baksteen, sporen mijnsteen, 2. Aansluiting mijnwatertracé 2PFAS01 304 (0,80-1,30), zwak kolen, zwak (0,60-1,80) 304 (1,50-1,80), baksteen, sporen 303 (0,60-0,80), baksteen, sporen 302 (0,70-0,80) beton, sporen kolen Toelichting <d : Kleiner dan detectielimiet

Indicatieve kwaliteitsklasse Bbk

Hoewel in de bovengrond plaatselijk verhoogde gehalten aan PFOS, PFOA, PFPeA, PFHxA en PFHpA zijn aangetoond ten opzichte van de detectielimiet, heeft dit geen consequenties voor de bodemkwaliteitsklasse (gehalten < achtergrondwaarde).

4.3

Asbest Resultaten asbest in materiaalmonsters Tijdens het veldwerk zijn op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn derhalve geen analyses uitgevoerd. Resultaten asbest in grond en/of puin In tabel 4.4 zijn de analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters weergegeven.

Blad 21 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

Tabel 4.4: Analyseresultaten asbest in grond/puin Monster Proefgat Veldwaarneming (m -mv) (m -mv) 4. Gehele onderzoekslocatie 4ASBPU01 202 (0,25-0,65), (0,25-0,65) 202 (0,25-0,65) 4ASBPU02 (0,15-0,50) 4ASBPU03 (0,30-0,50) 4ASBGR01 (0,00-0,50)

207 (0,15-0,50), 207 (0,15-0,50) 304 (0,30-0,50), 304 (0,30-0,50) AMM2: 001 (0,15-0,50), 002 (0,00-0,50)

4ASBGR02 (0,20-0,50)

AMM3: 203 (0,25-0,50), 204 (0,20-0,50) 205 (0,20-0,50)

4ASBGR03 (0,20-0,50) Toelichting 1) :

Gehalte asbest (mg/kg ds) Gemeten Serpentijn Amfibool

Totaal

uiterst mijnsteen, zwak kolen

-

-

< 0,8

< 0,8

uiterst slakken

-

-

< 0,6

< 0,6

uiterst puin

-

-

< 0,6

< 0,6

zwak kolen, zwak dakpan, sporen aardewerk, sporen beton sporen beton, zwak kolen, zwak baksteen zwak kolen, sporen baksteen, sporen mijnsteen

-

-

< 0,7

< 0,7

-

-

< 0,3

< 0,3

-

-

< 0,5

< 0,5

Gewogen

In dit samengesteld mengmonster is ondanks het zeven materiaal >20 mm terechtgekomen. Formeel gezien betreft dit een afwijking op de norm. Aangezien er geen asbest is aangetoond, wordt dit niet als een kritieke afwijking beschouwd.

Uit tabel 4.4 blijkt dat in de fijne fractie (< 20 mm) in zowel de grond- als puin(meng)monsters geen asbest is aangetoond. Uit de asbestanalyses blijkt dat in de fijne fractie van de monsters ASBPU02 en ASBPU03 nog monstermateriaal in de grove fractie (> 20 mm) aanwezig was. Aangezien in de grove fractie van deze monsters geen asbest is gemeten, wordt deze afwijking als niet kritisch beschouwd.

4.4

Voorlopige veiligheidsklassen Op basis van de onderzoeksresultaten zijn de voorlopige veiligheidsklassen volgens de CROW 400 voor werkzaamheden in de grond bepaald. In tabel 4.5 is de voorlopige veiligheidsklasse op projectniveau weergegeven. Tabel 4.5: Voorlopige veiligheidsklassen op projectniveau Locatie Monstertype Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) Vluchtige stoffen Niet-vluchtige stoffen Graaflocatie Grond basishygiëne basishygiëne Toelichting - : Niet van toepassing

De resultaten van het bodemonderzoek zijn tevens getoetst aan de in de CROW 400 gehanteerde SRCarbo. Op basis van de resultaten zijn er geen verhoogde gehalten aan stoffen gemeten die de 75% van Ernst Risico Waarde (SRC) overschrijden. Voor de onderzoekslocatie geldt dat de ‘basishygiëne’ van toepassing is. Ter plaatse van de (funderings)lagen van mijnsteen, puin, slakken (> 50% bodemvreemd materiaal en derhalve geen bodem conform de Wet bodembescherming) geldt dat indien ter plaatse van deze (funderings)lagen stofvorming wordt voorkomen c.q. indien het vochtgehalte in het materiaal > 10% bedraagt, geen aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, anders dan de binnen de GWW-sector gebruikelijke maatregelen.

Blad 22 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

5

Conclusies en aanbevelingen

5.1

Conclusies Middels onderhavig verkennend bodemonderzoek is, overeenkomstig de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse de onderzoekslocatie vastgesteld. In tabel 5.1 zijn de onderzoeksresultaten samengevat weergegeven. Tabel 5.1: Onderzoeksresultaten uitgevoerd bodemonderzoek Deellocatie (oppervlakte)

Zintuiglijke waarnemingen

Wbb 1)

Indicatief Bbk 2)

Verkennend bodemonderzoek 1a.

Sloop 1 inclusief kelder

Sporen tot zwak dakpan, kolen, mijnsteen, baksteen, kolengruis

B > AW O > AW PFAS > d

B: W O: AW/W PFAS: AW

1b.

Sloop 2 uitbreiding kelder

Zwak dakpan, slakken

B < AW O > AW PFAS > d

B: AW O: AW PFAS: AW

1c.

Overig gedeelte onderzoekslocatie

Zwak baksteen, zwak beton, sporen kolen, resten asfalt, resten glas

B > AW O > AW PFAS > d

B: AW O: AW/Ind PFAS: AW

2.

Aansluiting mijnwatertracé

Sporen tot zwak asfalt, beton, kolen, baksteen, mijnsteen, sterk mijnsteen

B < AW O > AW PFAS < d

B: AW O: AW/Ind PFAS: AW

3.

Voormalige ondergrondse benzinetank 4.000 l

-

BO < AW

N.v.t.

Uiterst puin, slakken en mijnsteen Sporen tot zwak baksteen, kolen, mijnsteen, dakpan, aardewerk, beton

Asbest < d

N.v.t.

Asbest < d

N.v.t.

= ondergrond = achtergrondwaarde = wonen = indexwaarde > 0,5

Wa d Ind -

Verkennend asbestonderzoek 4.

Gehele onderzoekslocatie

Verklaring: B = bovengrond n.o. = niet onderzocht I = interventiewaarde NT = Niet toepasbaar 1) Wbb: Wet bodembescherming 2) Bbk: Besluit bodemkwaliteit

O AW W index

= grondwater = detectiegrens = industrie = niet onderzocht

Verkennend bodemonderzoek Toetsing Wet bodembescherming Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de bodem veelal sporen tot zwakke bijmengingen met bodemvreemde materialen zijn waargenomen. Plaatselijk zijn sterke tot uiterste bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Uiterste bijmengingen betreffen geen grond conform de Wbb (bevatten > 50% bodemvreemde materialen) en zijn derhalve niet onderzocht. In de boven- en ondergrond met hierin bodemvreemde materialen zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK en/of minerale olie aangetoond. In de zintuiglijk schone

Blad 23 van 25

Verkennend bodemonderzoek Thermenmuseum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen projectnummer 0482206.100 1 maart 2023 revisie 01

boven- en ondergrond zijn geen tot plaatselijk licht verhoogde gehalte aan nikkel gemeten. Daarnaast zijn in de onderzochte mengmonsters geen verhoogde gehalten aan chroomVI aangetoond. In het kader van de Wet bodembescherming is tot op heden geen beleid opgesteld ten aanzien van PFAS. Het Handelingskader PFAS (versie van december 2021) geeft echter wel invulling aan de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb). Op grond hiervan geven de gemeten PFASgehalten geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bovengrond indicatief voldoet aan de kwaliteitsklassen variërend van ‘achtergrondwaarde’ tot ‘wonen’ en de ondergrond aan de kwaliteitsklassen variërend van ‘achtergrondwaarde’ tot ‘industrie’. De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters met betrekking tot PFAS zijn indicatief getoetst aan de normen uit het geactualiseerde Handelingskader PFAS van december 2021. Hieruit blijkt dat de grond indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’.

Verkennend asbestonderzoek Zowel zintuiglijk als analytisch is er geen asbest aangetroffen. Op basis van het onderzoek is met voldoende zekerheid vastgesteld dat de locatie onverdacht is voor asbest.

Veiligheidsklassen De resultaten van het bodemonderzoek zijn tevens getoetst aan de in de CROW 400 gehanteerde SRCarbo. Op basis van de resultaten zijn er geen verhoogde gehalten aan stoffen gemeten die de 75% van Ernst Risico Waarde (SRC) overschrijden. Voor de onderzoekslocatie geldt dat de ‘basishygiëne’ van toepassing is. Indien ter plaatse van de (funderings)lagen van mijnsteen, puin, slakken stofvorming wordt voorkomen c.q. indien het vochtgehalte in het materiaal > 10% bedraagt, zijn geen aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk, anders dan de binnen de GWW-sector gebruikelijke maatregelen. De definitieve veiligheidsklasse voor de uitvoering van de werkzaamheden dient door de aannemer bepaald te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=076bc767-ca4d-455d-8f96-3665cbfd0a7a