Romeins Museum de Thermen_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Geotechnisch onderzoek
Tekst van het document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen
MEERWAARDE DOOR GRONDIGE KENNIS
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Opdrachtnummer: 22ZP0185
Rapport betreffende Resultaten geotechnisch onderzoek Fundering
Documentnummer 22ZP0185-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 25 april 2022 Opdrachtgever Gemeente Heerlen Postbus 1 6400 AA Heerlen
IMd Raadgevende Ingenieurs B.V. Postbus 50521 3007 JA Rotterdam
Opgesteld door: Ir. G.R.M. Jessen
Gecontroleerd door: Ir. N.T. Debets
Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
PROJECTGEGEVENS .....................................................................................................................2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Verstrekte informatie......................................................................................................................2 Projectlocatie .................................................................................................................................2 Bouwplan .......................................................................................................................................2 Historie projectlocatie ....................................................................................................................4 Omgeving ......................................................................................................................................4 Tot slot ...........................................................................................................................................4
3.
ONDERZOEK ...................................................................................................................................5
3.1 Inleiding .........................................................................................................................................5 3.2 Onderzoek paalfundering onder hoofdbouw. ................................................................................5 3.2.1 Proefgat en inmeten ...............................................................................................................5 3.2.2 Akoestische meting ................................................................................................................6 3.3 Geotechnisch grondonderzoek ......................................................................................................6 3.3.1 Sonderingen en boring ...........................................................................................................6 3.3.2 Uitzetten en waterpassen .......................................................................................................7 3.3.3 Foto’s ......................................................................................................................................7 4.
RESULTATEN ONDERZOEK ..........................................................................................................8
4.1 Fundering .......................................................................................................................................8 4.2 Bodemopbouw en grondwater .......................................................................................................8 4.2.1 Hoogteligging maaiveld ..........................................................................................................8 4.2.2 Beschrijving bodemopbouw ...................................................................................................8 4.2.3 Grondwater .............................................................................................................................8 5.
FUNDERING .................................................................................................................................. 10
5.1 Funderingswijzen ........................................................................................................................ 10 5.1.1 Bestaande funderingspalen................................................................................................. 10 5.1.2 Nieuwe funderingspalen. ..................................................................................................... 10 5.2 Uitgangspunten........................................................................................................................... 10 5.3 Richtlijnen fundering nieuwbouw / fundering belending nieuwe palen ....................................... 11 5.4 Richtlijnen sloop bestaande bebouwing bij nieuwe palen .......................................................... 11 5.5 Paalpuntniveau nieuwe palen ..................................................................................................... 12 5.6 Draagkracht op druk ................................................................................................................... 12 5.6.1 Bestaande prefab-heipalen ................................................................................................. 12 5.6.2 Groutinjectiepalen ...............................................................................................................
12 5.7 Vervorming ................................................................................................................................. 13 5.7.1 Algemeen ............................................................................................................................ 13 5.7.2 Nieuwbouw .......................................................................................................................... 13 5.7.3 Hergebruik palen ................................................................................................................. 13 5.8 Veercoëfficiënt ............................................................................................................................ 13 5.9 Beschrijving schroefinjectiepalen (met groutinjectie geschroefde stalen buispaal) ................... 14 5.10 Richtlijnen uitvoering en kwaliteitszorg schroefinjectiepalen .................................................. 14
Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
BIJLAGEN: A) Tekening situatie en foto’s veldwerk B) Waterpasstaat C) Sondeergrafieken D) Boorstaat E) Verklaring codering F) Inmeetwerk bestaande fundering en foto’s G) Resultaat akoestische meting bestaande funderingspaal H) Berekening draagkracht bestaande funderingspalen I) Berekening palen nieuwe fundering J) Algemene richtlijnen uitvoering schroefinjectiepalen VERSIE 1.0 Rapportage VERZENDLIJST: • Exaedes Bouwrealisten t.a.v. de Mevr. X. Burón Klose (xburonklose@exaedes.nl) • IMd Raadgevende Ingenieurs B.V. t.a.v. de P. Korthagen (p.korthagen@imdbv.nl)
Pagina 1 Project Opdracht Document
1.
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Ten behoeve van de “Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen” is door ons bureau op verzoek van Gemeente Heerlen uit Heerlen een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige grondslag en bestaande fundering. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aan ons verstrekte gegevens is een advies opgesteld betreffende de fundering voor het bestaande hoofdgebouw en de geplande uitbreiding. Het voorliggend rapport bevat tevens een beschrijving en de resultaten van het onderzoek.
Pagina 2 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
2.
PROJECTGEGEVENS
2.1
Verstrekte informatie
Binnen het kader van de opdracht konden we beschikken over de volgende informatie
[3]
Tekeningen 067_2661_01 t/m 03 met situ, funderingen en doorsneden van het gebouw van het Ingenieursbureau Héman te Heerlen, d.d. 05-02-1975 Diverse krantenknipsels betreffende de nieuwbouw van het museum, verstrekt door het Thermen Museum, structuurontwerp tbv geotechniek, team Kraaijvanger.
2.2
Projectlocatie
[1] [2]
De projectlocatie is gelegen in het centrum van Heerlen, op de hoek Coriovallum-/Kruis-/Deken Nicolaijestraat. De locatie is in gebruik door het Thermenmuseum. Voor de ligging van de projectlocatie wordt verwezen naar de situatietekening en de foto’s onder bijlage A en het navolgende figuur.
Figuur 1: Locatie met Thermenmuseum. 2.3
Bouwplan
Het plan omvat de verbouwing van het Thermen museum te Heerlen. Het gedeelte aan de Coriovallumstraat zal worden afgebroken tot op kelderniveau. Daarna wordt bovengronds een compactere nieuwbouw op de bestaande fundering gerealiseerd. Aan de achterzijde wordt een uitbreiding gerealiseerd. Zie figuur 2 t/m 4. Een gedeelte van het gebouw aan de Deken Nicolaijestraat wordt gesloopt, zonder dat er nieuwbouw plaats vind.
Pagina 3 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Figuur 2: nieuw geplande plattegrond
Figuur 3: bestaande situatie
Figuur 4: verbouwing gedeelte zijde Coriovallumstraat.
De dakconstructie over de Thermen wordt uitgebreid volgens figuur 5. Voor de geplande uitbreidingen is een fundering op palen voorzien.Zie figuur 5.
Pagina 4 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Figuur 5: geplande uitbreiding dak over Thermen Momenteel zijn bij ons bureau geen belastingen bekend. Om deze reden is in dit rapport het draagvermogen bepaald voor een wat grotere range aan paalschachtafmetingen. Vanwege nog archeologische resten in de ondergrond (en museum) en de beperkte werkruimte, gaat de voorkeur uit naar een paalsysteem, waarbij de verstoring in de ondergrond en naar de omgeving zo beperkt mogelijk is. Een met groutinjectie geschroefde stalen buispaal zou dan een oplossing kunnen zijn. 2.4
Historie projectlocatie
Door de constructeur zijn ontwerptekeningen van het pand verstrekt en tevens hebben we het museum informatie (krantenknipsels) ontvangen betreffende de bouw van het pand. Het gebouw is medio jaren 70-tig van de vorige eeuw gebouwd. Het gebouw ligt ter plaatse van een terrein met Romeinse archeologische resten, die voorafgaand en tijdens de bouw deels geroerd/verstoord is door plaatsen van de palen en andere graafwerkzaamheden voor b.v. de kelder, leidingen, etc.. Er dient te worden nagegaan in hoeverre de archeologische resten mogelijk een knelpunt zijn voor het ontwerp of de uitvoering. Omtrent de verdere gedetailleerde historie van de projectlocatie zijn ons geen gegevens bekend. 2.5
Omgeving
De nieuwe paalfundering is nabij de bestaande bebouwing geprojecteerd. Deze bebouwing is op palen gefundeerd. 2.6
Tot slot
Geadviseerd wordt om genoemde gegevens alsmede de elders in dit rapport gehanteerde aannamen en uitgangspunten te verifiëren voordat met de resultaten uit dit rapport wordt verder gewerkt.
Pagina 5 Project Opdracht Document
3.
ONDERZOEK
3.1
Inleiding
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Het onderzoek bestand globaal uit 2 onderdelen; 1) Onderzoek naar paalfundering onder hoofdbouw met kelder, 2) Onderzoek naar opbouw en draagkracht ondergrond. Hierna zijn beide onderzoeken nader toegelicht 3.2
Onderzoek paalfundering onder hoofdbouw.
3.2.1
Proefgat en inmeten
Uit de aangeleverde tekeningen [1] werd afgeleid dat het gebouw op palen is gefundeerd. Onder de vier kolommen van de kelder zouden 19 palen zijn aangebracht. Om te beoordelen welke palen, schachtafmeting en mogelijke paalpuntniveau is naast de poer een proefgat gemaakt van ca, 1,5x1,5x1,5 m3. Voor locatie zie figuur 6 en situatietekening in bijlage A.
Figuur 6: Proefgat in kelder Nadat de vloer werd verwijderd, is het proefgat verdiept en kon tevens deels onder de poer worden gegraven, waarbij 1 paal is vrijgemaakt. De schachtafmetingen van de paal en poer zijn gemeten. De globale locatie van andere naburige palen is middels een horizontale boring bepaald. Van de aangetroffen situatie en werkzaamheden zijn tevens foto’s toegevoegd. Zie bijlage F. In de paal is een inkeping gemaakt, om deze akoestisch te kunnen doormeten. De gemeten niveaus zijn gekoppeld aan het gemeten keldervloerhoogte peil bij de ingang, om deze ten opzichte van NAP te kunnen uitwerken.
Pagina 6 Project Opdracht Document
3.2.2
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Akoestische meting
Middels akoestisch doormeten van funderingspaal kan een indruk verkregen worden van de lengte van de funderingspaal. Deze lengte kan worden afgeleid van de “puntreflex” in het signaal. Hierbij moet rekening worden gehouden met een afwijking van 10% naar boven en beneden. De meting geeft geen informatie over de draagkracht van de palen in geotechnische dan wel materiaaltechnische zin. De meetwerkzaamheden zijn afgestemd op de CUR-aanbeveling 109 “Akoestisch doormeten van betonnen funderingspalen”. Door met een kunststof hamer een klap op de paalkop te geven wordt in de paal een compressiegolf opgewekt. Met een bewegingsopnemer die tegen de paalkop wordt aangehouden worden in de tijd de opeenvolgende reflecties gemeten. De ontvangen signalen worden opgeslagen in een veldcomputer. Het ontvangen signaal wordt digitaal verwerkt en gepresenteerd in de vorm van een snelheids-tijddiagram. Er zijn een aantal metingen verricht, waarbij er naar wordt gestreefd om identieke signalen te verkrijgen. De interpretatie betreft niet sec de beoordeling van het individuele signaal maar de beoordeling van het signaal in relatie tot het geheel aan beschikbare informatie. Daarbij moet rekening worden gehouden met mogelijke beïnvloeding van het signaal door de bovenliggende betonconstructie. De akoestische meetsignalen zijn toegevoegd onder bijlage G.
Bij ieder signaal is tevens vermeld welke paallengte is ingevoerd (“pile”), wat is aangenomen als snelheid waarmee de compressiegolf de paal doorloopt (“vel”), welke factor is aangehouden ter filtering van ruis in het meetsignaal (“fil”), en welke factor is gehanteerd om het signaal te versterken ter compensatie van het verlies aan signaalsterkte door wrijvingsweerstand van de paal met de omliggende grond (“exp”). Omdat in dit geval sprake is van een betonpaal, die volledig is uitgehard, is uitgegaan van een snelheid van 4.200 m/s. 3.3
Geotechnisch grondonderzoek
3.3.1
Sonderingen en boring
Om de grondslag te verkennen waren rondom het gebouw een 12-tal sonderingen en 1 handboring voorzien. Ter plaatse van de door de standaard sondeerunit toegankelijke locaties zijn druksonderingen verricht. Ter plaatse van de andere locaties zijn zware slagsonderingen uitgevoerd. In de volgende paragraven zijn de onderzoeksmethodieken verder toegelicht. 3.3.1.1 Druksonderingen De druksonderingen DM001 t/m DM004, DM006 en DM007 zijn met een mechanische conus conform NEN-EN-ISO 22476-12 uitgevoerd om met minder risico op schadekosten dieper in het zandgrind te kunnen penetreren. Bij de sonderingen is enkel de conusweerstand ten opzichte van de diepte gemeten. De sonderingen zijn uitgevoerd door een sondeertruck. Voor de grafieken van de sonderingen wordt verwezen naar bijlage C; de locatie van de sondeerpunten is aangegeven op de situatietekening SIT-01 bijlage A. Voor een verklaring van de op de tekening gebruikte tekens wordt verwezen naar de “Verklaring Codering” die onder bijlage E aan dit rapport is toegevoegd Opmerking In verband met een te hoog oplopende sondeerweerstand konden de sondering DM01 niet tot de geplande diepte worden doorgezet.
Pagina 7 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
3.3.1.2 Slagsonderingen De slagsonderingen DSH001 t/m DSH-006 zijn uitgevoerd conform ISO 22476-2. Bij zware slagsonderingen wordt met een soort heistelling een conus van 15 cm2 in de grond geslagen. Hierbij wordt een valgewicht van 50 kg ingezet. Per 10 cm penetratiediepte wordt het aantal slagen genoteerd. Deze waarden worden per interval van 20 cm zijn ten opzichte van de diepte in de sondeergrafieken gepresenteerd. Op deze wijze wordt een indruk verkregen van de draagkracht van de lagen in de ondergrond tot de verkende diepte (15 m- werkniveau). Voor de grafieken van de sonderingen wordt verwezen naar bijlage C; de locatie van de sondeerpunten is aangegeven op de situatietekening SIT-01 bijlage A. Voor een verklaring van de op de tekening gebruikte tekens wordt verwezen naar de “Verklaring Codering” die onder bijlage E aan dit rapport is toegevoegd. De slagenaantallen kunnen voor de berekeningen worden omgezet naar conusweerstanden. De relatie tussen slagenaantallen per 20 cm en conusweerstand is sterk afhankelijk van het aanwezige bodemmateriaal. Voor de zand- en zandgrindlagen wordt bij Inpijn-Blokpoel daarbij gebruik gemaakt van formules zoals opgesteld door de R.W.T.H. te Aken (Heft 44). Voor de overige lagen is de correlatie naar draagkracht bepaald op gelijksoortige projecten, waarbij tevens druksonderingen werden uitgevoerd.
De resultaten van de slagsonderingen worden verwerkt met onze programmatuur, om de slagsonderingen conform de NEN-normen te kunnen doorrekenen voor het advies. 3.3.1.3 Boring Ter aanvulling op de sonderingen is een handboring uitgevoerd tot een diepte van 5 meter minus maaiveld. Tijdens het veldwerk is naar de grondwaterstand gepeild. Voor het profiel van de boring wordt verwezen naar bijlage D; de locatie van het boorpunt is aangegeven op de situatietekening SIT-01 bijlage A. Voor een verklaring van de op de tekening en de boorprofielen gebruikte tekens wordt verwezen naar de “Verklaring Codering” die onder bijlage E aan dit rapport is toegevoegd. 3.3.2
Uitzetten en waterpassen
Met behulp van een GNSS meetsysteem zijn de locaties van de onderzoekspunten buiten het gebouw uitgezet in RD-coördinaten en is de hoogte van het maaiveld ter plaatse van een aantal onderzoekspunten bepaald ten opzichte van NAP. Daarnaast zijn ook onderzoekspunten ingemeten middels een waterpassing. Tevens is de hoogte ingemeten van een aantal andere karakteristieke punten. Voor de omschrijving van het referentiepunt en voor de resultaten van de inmeting en waterpassing wordt verwezen naar de inmeet- en waterpasstaat bijlage B. Geadviseerd wordt na te gaan of het resultaat van onze hoogtemeting overeenstemt met andere gegevens ten aanzien van de hoogteligging van het terrein. 3.3.3
Foto’s
Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn enkele foto’s gemaakt. Voor de foto’s en een tekening waarop met pijlen is aangegeven vanuit welke positie en in welke richting de foto’s zijn gemaakt wordt verwezen naar bijlage A.
Pagina 8 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
4.
RESULTATEN ONDERZOEK
4.1
Fundering
Uit de metingen en funderingsinspectie volgt dat keldervloer op ca. 110,7 m NAP ligt. Het peil van de begane grondvloer is ca. 114,16 m NAP, ofwel 3,46 meter hoger. In de kelder zijn de afmetingen van de poer ingemeten t.o.v. de bouwmuren. Dan steekt deze poer met een afmeting van ca. 1,9 m x 2,4 m het gebouw in. Uitgaande van een symmetrisch ontwerp en een muurbreedte van ca. 0,3 meter, resulteert dit in een poer van (1,9+0,3+1,9)x(2,4+0,3+2,4) ofwel ca. 4,1x5,1 m2. Volgens de meting is de poer 0,68 meter hoog. De vloerdikte bedraagt 0,4 meter. Bovenkant paal is derhalve ca. 109,6 m NAP. Onder de poer werd een paal vrij gegraven. Aangetroffen werd een prefab-paal met een schachtafmeting van 40x40 cm2. Middels boren loodrecht langs de vrij gegraven paal en/of iets onder een hoek in horizontaal vlak werden nog 2 palen aangetroffen; zie situatietekening in bijlage F. De aangetroffen toestand lijkt af te wijken de funderingspoer zoals aangegeven op de tekening 067_2661_03. Daarnaast merken wij op, dat er in de kelder 4 kolommen staan, terwijl er op de verstrekte tekening slechts 2 kolommen zijn aangegeven. Verder ligt het vloerpeil van de kelder ca. 15 cm dieper dan op de verstrekte tekening. Op basis van de akoestische meting wordt afgeleid dat vanaf met gemeten niveau nog 9 meter paallengte aanwezig is. Zoals vermeld kan hier een marge op zitten van + en – 10 %.
Uitgaande van de gemeten hoogten, is de punt van de paal naar een niveau van ca. 99,4 m à 101,2 m NAP geheid. 4.2
Bodemopbouw en grondwater
4.2.1
Hoogteligging maaiveld
De hoogte van het maaiveld ter plaatse van onderzoekspunten buiten het gebouw varieerde ten tijde van het onderzoek van ca. 112,5 m tot 114,9 m NAP. Het vloerniveau van de begane grond van het hoofdgebouw bedraagt ca. 114,2 m NAP. De hoogte van de keldervloer ligt op ca. 110,7 m NAP. Voor meer informatie over de hoogteligging wordt verwezen naar de waterpasstaat bijlage B. 4.2.2
Beschrijving bodemopbouw
Op basis van de onderzoeksresultaten en onze ervaring in deze regio, kan de aangetroffen grondslag als volgt beschreven worden. Onder een geroerde toplaag van 1,0 tot 1,5 meter dik, wordt tot op een niveau van 103,7 m à 105 ,0 m NAP een pakket met siltige en zandige siltafzettingen (lössleempakket) aangetroffen. De conusweerstand in dit pakket variëren van ca. 1 MPa in de slappere, kleiige siltlagen tot 6,0 à 10,0 MPa in de vastere zandige siltafzettingen. De dieper verkende lagen bestaat uit een pakket uit overwegend zand- en zandgrindafzettingen. De toplaag ( 1 à 2 meter dik) van dit pakket is vast tot zeer vastgepakt, met conusweerstanden van 25 MPa of meer. Hieronder wordt een heterogener opgebouwd pakket aangetroffen, getuige de gemeten conusweerstanden van ca. 4 à 6 MPa in de losgepakte lemig zandlagen tot 20 MPa of meer in de vastgepakte zones op een niveau van ca. 95 NAP of dieper. 4.2.3
Grondwater
In de boor- en sondeergaten werd tot op een diepte van 5 m- maaiveld geen vrij grondwater aangetroffen. Er wordt op gewezen dat dit een momentopname is en dat de stand onder invloed van seizoensafhankelijke factoren zal fluctueren.
Pagina 9 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Tevens kan in de aangetroffen grondslag tijdelijk een hogere grondwaterstand optreden als gevolg van stagnerend regenwater op slecht doorlatende siltlagen.
Pagina 10 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
5.
FUNDERING
5.1
Funderingswijzen
5.1.1
Bestaande funderingspalen
Zoals vermeld wordt geconcludeerd dat het bestaande gebouw op prefab-heipalen is gefundeerd. In de bijlage H is de draagkracht gepresenteerd per 10 cm diepte traject startend van 99,4 m NAP tot 101,2 m NAP voor deze paal conform de NEN 9997-1:2017. Tevens is de zakking bepaald. Voor de verder uitgangspunten van de berekening wordt verwezen naar de paragraaf 5.2 en bijlage H. Opgemerkt wordt dat de palen stammen uit een tijdperk, dat er andere veiligheidsfactoren werden gehanteerd. In de jaren 80-tig van de vorige eeuw werd de R.F.G gehanteerd en daarnaast werd op verzoek van de gemeente Heerlen de draagkracht op de punt gereduceerd tot maximaal 5 MN/m2. 5.1.2
Nieuwe funderingspalen.
Voor de uitbreiding van het thermenmuseum is een paalfundering voorzien. De nieuwe fundering ligt op geringe afstand van het gebouw en is deels beperkt toegankelijk. Daarnaast is het gewenst om de verstoring van de archeologische ondergrond zo veel mogelijk te beperken/voorkomen. De voorkeur gaat derhalve uit naar een trillingsvrij paalsysteem, met een relatief hoog draagvermogen en geplaatst kan worden met een compacte stelling. Een met groutinjectie geschroefde stalenbuispaal of ook wel genoemd groutinjectiepaal voldoet aan deze eisen en deze is derhalve verder in dit advies uitgewerkt. De draagkracht van een schroefinjectiepaal is afhankelijk van of het schroefblad op en neer wordt bewogen in de zand- en zandgrindlagen waaraan het draagvermogen wordt ontleend. Of het schroefblad op en neer moet worden bewogen is afhankelijk van het in te zetten materieel in relatie tot de bodemopbouw. In dit rapport is voor beide situaties het draagvermogen bepaald. De leverancier dient aan te geven welke werkwijze wordt gehanteerd. Aanbevolen wordt om een leverancier bij het werk te betrekken die aantoonbare ervaring heeft in vergelijkbare grondslag. 5.2 • • • • • • • • • • •
Uitgangspunten Projectgegevens zoals beschreven in hoofdstuk 2. Situering bebouwing zoals weergegeven op situatietekening bijlage A. Bovenkant prefab-betonpaal ca. 109,6 m NAP Bovenkant paal thermen museum ca. 112,0 m NAP Resultaten grondonderzoek zoals beschreven in hoofdstuk 4 en bijgevoegd in de bijlagen. Het project is ingedeeld in Geotechnische Categorie 2. Fundering op prefab-heipalen bestaande bouw en met groutinjectie geschroefde stalenbuispalen voor de uitbreiding. Funderingselementen worden verticaal centrisch belast. De berekening van het paaldraagvermogen en de vervormingen is gebaseerd op NEN 9997-1:2017 (geotechnisch ontwerp van constructies). In dit rapport is gerekend met zowel de hoge als de lage αp-waarde voor de groutinjectiepalen. Voor de berekening van de draagkracht zijn de navolgende factoren aangehouden. Geprefabriceerde gewapende betonpalen - paalklasse punt αp = 0,7 - paalvoetvorm β = 1,0 - paalvoetdwarsdoorsnede s = 1,0 - paalklasse schacht αs = 0,01
Pagina 11 Project Opdracht Document
• • • • •
•
5.3
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Schroefinjectiepalen (geschroefde stalen buispalen) - paalklasse punt αp = 0,35 of 0,63 1 - paalvoetvorm β = 1,0 - paalvoetdwarsdoorsnede s = 1,0 - paalklasse schacht αs = 0,008 2 Gegevens over de stijfheid van het bouwwerk zijn niet bekend; deze zijn daarom niet in rekening gebracht. Er wordt aangenomen dat vanaf ca. 110 m NAP de oorspronkelijke, op natuurlijke wijze gesedimenteerde bodemopbouw aanwezig is. Er is niet gerekend met negatieve kleef omdat er in de toekomst geen maaiveldzakkingen van betekenis worden verwacht. Het effect van horizontale belastingen op de palen (bijvoorbeeld bij maaiveldniveauverschillen aan weerszijden van de bebouwing) valt niet binnen het kader van de opdracht. Naar verwachting komen zandgrindlagen voor in de zone waaraan de palen hun draagvermogen ontlenen. Het effect van de korrelgrootte is in rekening gebracht door in de berekening van het puntdraagvermogen, de conusweerstanden te limiteren op 20 MPa. Dit overeenkomstig NEN 99971:2017 artikel 7.6.2.3. De in dit rapport berekende draagkracht betreft het geotechnisch draagvermogen dat wordt ontleend aan de ondergrond. Door de constructeur moeten constructieve aspecten van de funderingspalen, waaronder de sterkte, worden beoordeeld. Richtlijnen fundering nieuwbouw / fundering belending nieuwe palen
De bestaande bouw is gefundeerd op prefab-heipalen. Door het aanbrengen van de nieuwe palen mag het functioneren van de bestaande fundering niet worden geschaad. Bij een belending op palen is het wenselijk om een zekere afstand aan te houden tussen de palen onder de nieuwbouw en de belending. Voor wat betreft de minimaal te hanteren afstand zijn geen landelijke normen of officiële richtlijnen voorhanden. Door ons bureau wordt over het algemeen aanbevolen om van de navolgende minimumafstanden uit te gaan. • •
Paalpuntniveau onder de nieuwbouw hoger dan of gelijk aan puntniveau van bestaande palen: hart op hartafstand minimaal 4 Deq Paalpuntniveau tot maximaal 2 m beneden het puntniveau van de bestaande palen: hart op hart afstand 5 Deq met een minimum van 2 m.
Deq betreft in dit geval de grootste equivalente doorsnede van de bestaande dan wel de nieuwe palen. De te hanteren afstand en/of werkwijze kan zo nodig binnen een vervolgopdracht nader worden beschouwd op basis van meer gegevens ten aanzien van de fundering, de aard en conditie van de belending. 5.4
Richtlijnen sloop bestaande bebouwing bij nieuwe palen
Met de sloop van de bestaande bebouwing dient de ondergrond zo min mogelijk te worden geroerd.
1) Draagkracht factoren voor schroefinjectiepalen op basis van NEN 9997-1: 2017. De hoge factor geldt onder de voorwaarde dat de paal schroevend op diepte wordt gebracht zonder dat het schroefblad op en neer wordt gehaald over de laatste 8 x de paaldiameter (ook wel jutteren genoemd). Bovendien moet de paal na het op diepte komen onder verhoogde druk worden afgeperst en vastgedraaid. Indien om uitvoeringstechnische redenen niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan dient rekening gehouden te worden met een lagere paalklasse factor αp van 0,35 en dus een lager paaldraagvermogen. In dit rapport is voor beide αp-waarden de draagkracht berekend. 2) Deze draagkrachtfactor is afgestemd op tabel 7.c van NEN 9997-1: 2017.
Pagina 12 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Eventuele ontgravingen dienen deugdelijk te worden aangevuld. Palen mogen niet zonder meer worden getrokken. Het trekken kan aanleiding geven tot gaten en ontspanning in de ondergrond. Als de palen bovendien niet geheel worden verwijderd kunnen ongezien resten achter blijven in de bodem. Deze aspecten kunnen van invloed zijn op de uitvoering en daarmee op de kwaliteit van de nieuwe palen. Te denken valt aan verloop van de nieuwe palen, beïnvloeding van het draagvermogen en van de gesteldheid van de palen. 5.5
Paalpuntniveau nieuwe palen
In de bijlage I worden per sondering een aantal paalpuntniveaus gegeven waarvoor de draagkracht is berekend. Lokaal zou een hoger niveau ook mogelijk zijn, echter de draagkracht is in dat geval geringer en om de overgangen in paalpuntniveau te kunnen vaststellen is een intensiever sondeernet nodig. Bij de ondiepe niveaus is het risico op “jutteren” beperkt, in vergelijking met de diepere niveaus (1 tot 3 meter in de “vaste laag”, Wij adviseren om hierover met de uitvoerende partij te overleggen. 5.6
Draagkracht op druk
5.6.1
Bestaande prefab-heipalen
Het draagvermogen is bepaald voor palen met een schachtafmeting 0,4x0,4 m² per 10 cm interval in het traject van 99,45 m tot 101,25 m NAP. 5.6.2
Groutinjectiepalen
Het draagvermogen van een paal bestaat uit de som van het puntdraagvermogen en het schachtdraagvermogen. Het draagvermogen aan de punt is afhankelijk van het inboorproces en mogelijk “jutteren”, dat een ongunstige invloed heeft. Om inzicht te geven in wat de reductie betekent voor het paaldraagvermogen, is in dit rapport het draagvermogen berekend voor zowel de niet gereduceerde αp-waarde als de gereduceerde αp-waarde door “jutteren”. Voor een voldoende draagkracht dient de centrisch aangrijpende maximale paalbelasting kleiner te zijn dan de draagkracht van de palen: Fc;d ≤ Rc;d. Het draagvermogen is bepaald voor palen met een schachtdiameter 0,20, 0,25 en 0,3 m. Bij alle diameters is uitgegaan van een stalen kernbuis van 0,18 meter. De diameter van de buis heeft geen invloed op de draagkracht van de ondergrond en kan dus naar gelieven gewijzigd worden. Wel zal door de constructeur bij heel smalle buizen (zonder groutinjectie in de toplagen) een controle op knikstabiliteit moeten worden uitgevoerd. Voor een overzicht van de berekende draagvermogens per sondering, paalafmeting en puntniveau wordt verwezen naar bijlage I. Bij de opzet van een palenplan dient het draagvermogen dat voor een bepaald puntniveau aan een paal wordt toegekend, in beginsel te zijn afgestemd op het maatgevende laagste draagvermogen dat op dit niveau voor de relevante omliggende sonderingen is berekend.
De vermelde draagkracht betreft het geotechnisch draagvermogen dat wordt ontleend aan de ondergrond. Door de constructeur moeten constructieve aspecten van de funderingspalen, waaronder de sterkte, worden beoordeeld.
Pagina 13 Project Opdracht Document
5.7
Vervorming
5.7.1
Algemeen
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
De vervormingen binnen de funderingsconstructie dienen zodanig te zijn dat in de bouwconstructie geen uiterste grenstoestand of bruikbaarheidsgrenstoestand wordt overschreden. Tenzij specifieke vervormingseisen zijn gesteld wordt voor de uiterste grenstoestand veelal een relatieve rotatie β van maximaal 1:100 aangehouden. Voor de bruikbaarheidstoestand wordt in het algemeen aangenomen dat de scheefstand ω en/of de relatieve rotatie β de waarde van 1:300 niet mag overschrijden. Uiterste Grenstoestand: Bruikbaarheidstoestand:
-Rotatiecriterium: -Rotatiecriterium:
Δs/ℓ ≤ 1:100 Δs/ℓ ≤ 1:300
Bij overschrijding van de bruikbaarheidstoestand zijn de vervormingen van dien aard dat binnen de bouwconstructie ongewenst verlies aan bruikbaarheid optreedt. In de regel zal deze toestand maatgevend zijn. 5.7.2
Nieuwbouw
Vervormingen binnen de nieuwe funderingsconstructie kunnen indicatief worden bepaald aan de hand van de last-zakkingsresultaten die zijn toegevoegd aan bijlage H en I. Voor het zakkingsverschil kan in eerste instantie tenminste een derde van de berekende maximale paalkopzakking worden aangehouden tussen twee palen of meerpaalspoeren met een onderlinge afstand ℓ. Indien bijvoorbeeld door belastingvariaties of verschillen in paalpuntniveau lokaal een groter zakkingsverschil optreedt, dan moet deze grotere waarde in rekening worden gebracht. 5.7.3
Hergebruik palen
Betreffende de aanwezige en belastte heipalen kan aangegeven worden dat er al vervormingen hebben plaats gevonden. Door het weghalen van de boven belasting zal de elastische vervorming in de paal gereduceerd worden (terugveren). Door de nieuwe belasting zal in eerste instantie de elastische vervorming weer optreden. Als de nieuwe belasting, de oude belasting overschrijdt, dan treden er zettingen op in de ondergrond. Deze zal echter stijver reageren als gevolg van de voorbelasting. Als we bijvoorbeeld kijken naar de lastzakking gegevens bij sondering DM003 met een representatieve belasting/draagkracht van 1.403 kN op 100,3 m NAP, dan is de elastische vervorming (sel) ca. 3 mm en de vervorming in de ondergrond (sb) voor een alleenstaande paal van ca. 5 mm en de groepseffect zakking (s2) ca. 9 mm. De vervorming bij het her belasten zal derhalve gering zijn, zeker gezien in het kader van de absoluut te verwachten vervormingen. 5.8
Veercoëfficiënt
Voor de statische secant veercoëfficiënt van de kop van een vrijstaande op druk belaste paal geldt kv;rep = Fc;rep / s1;bgt. waarbij s1 de paalkopzakking betreft als zijnde de som van sel, de elastische verkorting van de paal en sb, de zakking van de paalpunt nodig voor het mobiliseren van het paaldraagvermogen. De rekenwaarde van de veercoëfficiënt is bepaald als kv;d = kv;rep / γm;k waarbij γm;k = 1,3. Bij concentraties van palen waarbij de hart-op-hart-afstand kleiner is dan tien maal de kleinste paalvoetdoorsnede, dient in principe in de paalkopzakking, de zakking te worden verdisconteerd in de lagen beneden het niveau van vier maal de kleinste dwarsafmeting van de paalpunt. Voor de veercoëfficiënt geldt in dat geval kv;rep = Fc;rep / (s1;bgt.+ s2;bgt.) waarbij s2 de extra zakking is als gevolg van het groepseffect in de dieper gelegen lagen. Uitgaande van de last-zakkingsgrafiek voor de bruikbaarheidstoestand is sprake van een niet lineaire veerkarakteristiek. In dit rapport is ter indicatie voor beide paaltypen voor maatgevende niveaus en sonderingen met intervallen van 10% de statische veerstijfheid berekend voor een belasting variërend van 10 tot 100 % van de paalcapaciteit. Voor de veercoëfficiënten wordt verwezen naar bijlage H en I.
Pagina 14 Project Opdracht Document
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 22ZP0185-adv-01 [versie 1.0]
Opgemerkt wordt dat de gepresenteerde veerstijfheden voor de groutinjectiepaal zijn berekend voor een vrijstaande paal waarbij het hiervoor genoemde groepseffect niet is meegenomen. Bij de prefabheipalen is ook de stijfheid gepresenteerd voor een 5-paalspoer. 5.9 • • • • • •
• • •
• • •
5.10
Beschrijving schroefinjectiepalen (met groutinjectie geschroefde stalen buispaal) Een schroefinjectiepaal is een stalen buispaal die op diepte wordt geschroefd met gelijktijdige injectie van mortel- of groutspecie waarbij geen grond wordt verwijderd. Afhankelijk van de paallengte en de beschikbare werkruimte en werkhoogte wordt de paal opgebouwd uit aan elkaar te lassen stalen buiselementen. Het eerste element is voorzien van twee halve, tegengesteld geplaatste schroefbladen en een injectieopening, De elementen worden door middel van een hydraulische boormotor ingedreven onder invloed van een boormoment en een axiale drukkracht. In de draagkrachtige lagen wordt het zand laagsgewijs afgeschraapt en vermengd met de uitkomende specie. Bij harde en/of moeilijk te doorboren lagen kan de paal schroevend op en neer worden bewogen ter bevordering van het inbrengproces. Als dit op en neer bewegen echter geschiedt in bodemlagen waaraan de paal zijn puntdraagvermogen ontleent, betekent dit dat moet worden uitgegaan van lagere paalklassefactoren en dus een lager draagvermogen dan in dit rapport berekend. Of het op en neer bewegen om uitvoeringstechnische redenen nodig is, is ter beoordeling van de leverancier. De specie in de buis wordt gedurende het boorproces onder een zekere overdruk gehouden.
In de lagen waaraan de paal zijn draagkracht ontleent wordt de paaldiameter minimaal gelijk aan de diameter van het schroefblad. De hechting tussen het groutlichaam en de buis dient zodanig te zijn dat de belasting vanuit de constructie via de buis en het groutlichaam op de ondergrond kan worden overgedragen. Dit is met name van belang wanneer in de lagen waaraan geen draagkracht wordt ontleend, wordt uitgegaan van een geringere groutdiameter. Vanuit dit oogpunt wordt geadviseerd om het groutlichaam door te zetten tot de onderkant van de funderingsbalken. De stalen buis blijft achter en vormt een onderdeel van de paal. De paalkop wordt afgewerkt en de stelling kan worden verplaatst. Van belang is dat de locatie toegankelijk is voor het materieel waarmee de palen worden gemaakt en dat op de locatie voldoende werkruimte aanwezig is. Geadviseerd wordt hieromtrent tijdig te overleggen met de paalleverancier. Richtlijnen uitvoering en kwaliteitszorg schroefinjectiepalen
Onder bijlage J zijn met betrekking tot de toepassing van een fundering op schroefinjectiepalen algemene richtlijnen gegeven. Onder meer wordt ingegaan op de uitvoering in relatie tot de omgeving, het belang van de controle van uitgangspunten en aannamen en op aspecten die van toepassing zijn op het werkterrein en de uitvoering. Geadviseerd wordt hiervan kennis te nemen.
BIJLAGE A
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Foto’s
F001
F002
F003
F004
F005
Genomen op: 04 – 12 - 14 april 2022
BIJLAGE B
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Meetpunten
OVERZICHT MEETPUNTEN Horizontaal coördinatensysteem (X,Y) Verticale referentie (Z)
Rijksdriehoeksmeting (RD) Normaal Amsterdams Peil
Meetpunt
X-coördinaat [m]
Y-coördinaat [m]
Hoogte (Z) [m t.o.v. NAP]
DM001 DM002 DM003 DM004 DM006 DM007
196466,51 196488,71 196518,18 196527,86 196471,41 196461,02
321895,36 321916,47 321921,93 321904,53 321820,81 321873,16
112,45 113,43 114,52 113,93 113,25 113,29
-------------
04-04-2022 04-04-2022 04-04-2022 04-04-2022 04-04-2022 04-04-2022
DSH001 DSH002 DSH003 DSH004 DSH005 DSH006
196508,76 196518,16 196489,11 196458,46 196444,29 196501,64
321866,19 321855,38 321833,71 321835,82 321863,47 321879,99
114,51 114,88 113,38 113,24 113,28 113,93
-------------
12-04-2022 12-04-2022 12-04-2022 12-04-2022 14-04-2022 12-04-2022
HB001
196522,14
321925,53
114,49
---
26-04-2022
-------
-------
112,69 114,19 114,16
-------
04-04-2022 26-04-2022 26-04-2022
MP001 MP002 MP003 MP004 (spijker)
196512,98 196516,92 196518,80 196518,28
321865,29 321917,54 321917,66 321928,10
114,43 114,11 113,98 114,58
---------
12-04-2022 04-05-2022 04-05-2022 04-05-2022
Put001
196444,22
321884,92
111,64
---
04-04-2022
---
---
110,70
---
04-05-2022
196463,75
321811,93
113,10
---
04-04-2022
Dorpel001 Dorpel002 Dorpel003
Vloer001(kelder) Weg001
GWS * Datum uitvoering [m t.o.v. NAP]
* Grondwaterstand ten tijde van het onderzoek
Let op: Deze waterpasstaat dient om inzicht te geven in de hoogteligging en locaties van de meet- en onderzoeks-punten ten opzichte van een referentiepunt. Grondwaterstanden zijn ter indicatie en kunnen beïnvloed zijn door de uitgevoerde werkzaamheden. De resultaten dienen niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
BIJLAGE C
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 112.45m tov NAP
113 34.74
112 111 110 109 108 107 106
104 103 90.20
102 101 100 99 98 97 96 95 94 93 92 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196466.5 Y: 321895.4
DM001
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
105
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 113.43m tov NAP
114 72.23
113 112 111 110 109 108 107
105
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
106
104 103
40.55
102 101 100 99 98 97 96 95 94 93 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196488.7 Y: 321916.5
DM002
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 114.52m tov NAP
115 114 113 112 111 110 109 108
106 105 30.30 32.08
104 103 102 101 100 99 98 97 96 95 38.44
94 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196518.2 Y: 321921.9
DM003
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
107
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 113.93m tov NAP
114 113 112 111 110 109 108 107
105 104 39.89
103 102 101 100 99 98 97 96 45.61
95 94 93 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196527.9 Y: 321904.5
DM004
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
106
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 113.25m tov NAP
114 113 112 111 110 109 108 107
105 104 55.66
103 102 101 100 99 98 97 96 95 94 36.29
93 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196471.4 Y: 321820.8
DM006
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
106
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Conusweerstand qc (MPa)
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 10
20 MAAIVELD = 113.29m tov NAP
114 113 112 111 110 109 108 107
105
Helling in º
Diepte in meters tov NAP
106
104 103 63.47
102 101 100 28.87
99 98 97 96 95 44.53
94 93 Uitvoeringsdatum: Norm: Toepassingsklasse: Conusnummer:
4-4-2022 NEN-EN-ISO 22476-1 7 DMH81106
X: 196461.0 Y: 321873.2
DM007
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100
150
MAAIVELD = 114.51m tov NAP 115 114 113 112 111 110 109 108
Diepte in meters tov NAP
107 106 105 104 103 102 101 100 99 98 97 96 95
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
12-4-2022 SLAG
X: 196508.8 Y: 321866.2
DSH001
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100
150
MAAIVELD = 114.88m tov NAP 115 114 113 112 111 110 109 108
Diepte in meters tov NAP
107 106 105 104 103 102 101 100 99 98 97 96 95
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
12-4-2022 SLAG
X: 196518.2 Y: 321855.4
DSH002
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100 MAAIVELD = 0
150
m tov NAP
0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7
Diepte in meters tov NAP
-8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
12-4-2022 SLAG
X: Y:
DSH003
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100 MAAIVELD = 0
150
m tov NAP
0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7
Diepte in meters tov NAP
-8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
12-4-2022 SLAG
X: Y:
DSH004
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100
150
MAAIVELD = 113.28m tov NAP 114 113 112 111 110 109 108 107
Diepte in meters tov NAP
106 105 104 103 102 101 100 99 98 97 96 95 94
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
14-4-2022 SLAG
X: 196444.3 Y: 321863.5
DSH005
Pagina: 1/1
Project: Opdracht: Betreft: 0 Aantal slagen per 20 cm
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Sondeergrafiek 50
100
150
MAAIVELD = 113.93m tov NAP 114 113 112 111 110 109 108 107
Diepte in meters tov NAP
106 105 104 103 102 101 100 99 98 97 96 95 94
Uitvoeringsdatum: Norm: Type sondering:
12-4-2022 SLAG
X: 0 Y: 0
DSH006
BIJLAGE D
Project: Opdracht: Betreft:
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22ZP0185 Boorprofiel
Boring:
HB001
Uitvoering op:
26-4-2022
Boornorm: NEN-EN-ISO 22475-1
x-coordinaat [m RD]:
196522,14
Uitvoering door:
Geo Veld-S09
y-coordinaat [m RD]:
321925,52
Referentiehoogte [m]:
114,49
0,00
Identificatie conform NEN-EN-ISO 14688-1
. N.A.P.
berm Zand, middelgrof 420-630, zwak grindig, sterk organisch, weinig wortels, donkerbruin
114,00 1,00
Klei, stevig, zwak zandig, weinig ijzersulfide, bruin 113,00
2,20
Klei, stevig, sterk zandig, bruin
112,00 3,00
Zand, fijn 63-105, kleiïg, sterk organisch, bruin 111,00
4,20
Klei, slap, sterk zandig, bruin
110,00 5,00
INPIJN BLOKPOEL INGENIEURS
BIJLAGE E
LEGENDA TEKENINGEN EN VERKLARING AFKORTINGEN SONDERING Sondering zonder kleefmeting D Sondering met kleefmeting DKM DKMP Sondering met kleef- en waterspanningsmeting DM Mechanische sondering DKMS Seismische sondering met kleefmeting DKMPS Seismische sondering met kleef- en waterspanningsmeting DMa Magnetometer sondering Ma Magnetometer (zonder conusweerstand) DB Bolsondering DT T-bar sondering FVT Field vane test HPT Hydraulic profiling tool DS Slagsondering HM Handsondering SPT Standaard penetratie test DKM-EC Geleidbaarheidssondering met kleefmeting DKMP-EC Geleidbaarheidssondering met kleef- en waterspanningsmeting Niet uitgevoerd
fase 2
BORING HB B
fase 3
fase 4
PEILBUIS Handboring Mechanische boring
Bpb HBpb PB
Mechanische boring met peilbuis Handboring met peilbuis Gedrukte peilbuis
Niet uitgevoerd MONITORING
ALGEMEEN
WSM
Waterspanningsmeter
Meetpunt: brug, dorpel, kolk, meetbout, put, weg, water
IMB
Inclinometerbuis
Foto
IMS
Inclinometer SAAF
Bestaande bebouwing
ZB
Zakbaak
0-Punt lokaal assenstelsel
DFB
Deformatiebout
SCM
Scheurmeter
E
EXM
Extensometer
T
TM
Tiltmeter
TRM
Trillingmeter
PDPs
Plaatdrukproef (statisch)
PDPd
Plaatdrukproef (dynamisch)
PP
Pompput
PRP
Proefgat
PRS
Proefsleuf
LEGENDA BOORPROFIELEN (conform NEN-EN-ISO 14688-1)
KEIEN / KEITJES
SILT
KEIEN
MONSTERS SILT geroerd monster
KEIEN, met grind
SILT, met keitjes
KEIEN, met zand
SILT, zwak grindig
KEIEN, met klei
SILT, sterk grindig
KWALITEIT MONSTERNAME
KEIEN, met silt
SILT, zwak zandig
QM1 = Ongeroerd monster is geheel
ongeroerd monster
GRIND
SILT, sterk zandig GRIND
intact inclusief spanningstoestand QM2 = Ongeroerd monster geheel intact QM3 = Ongeroerd monster intact maar monsterverstoring zichtbaar
KLEI
QM4 = Monster is ernstig vestoord
GRIND met keitjes
KLEI
GRIND, zwak zandig
KLEI, met keitjes
GRIND, sterk zandig
KLEI, zwak grindig
QM5 = Monster is geroerd
PEILBUIS blinde buis GRIND, kleiig
KLEI, sterk grindig
GRIND, siltig
KLEI, zwak zandig
casing
hoogste grondwaterstand
ZAND
KLEI, sterk zandig ZAND
VEEN / HUMUS / DETRITUS
gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting
ZAND, met keitjes
VEEN
bentoniet/mikoliet/klei afdichting
ZAND, zwak grindig
VEEN, zwak zandig
grind afdichting
ZAND, sterk grindig
VEEN, sterk zandig
ZAND, kleiig
VEEN, kleiig
ZAND, siltig
VEEN, siltig
filter
OVERIG bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand
inPun BLOKPOeL INGENIEURS
BIJLAGE F
1,90
vermoedelijke paal aangetroffen middels horizontale proefboring
A
Doorsnede A-A'
A'
0,40
vloer = 110,70 m+NAP
vloer
proefgat
0,68
poer poer 2,40
0,30
0,25
Inkeping t.b.v. akoestische meting paal
Prefab paal 40x40 cm
N
0
1m
Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet- en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
Opdrachtomschrijving / locatie:
Omschrijving tekening:
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen
Situatietekening en doorsnede proefgat fundering
Bewerkt:
MSS
Schaal:
1:25
Opdrachtnummer:
22ZP0185
Datum:
11 mei 2022
Formaat:
A3
Bijlage:
SIT-02
n:\opdrachten\zuid\2022\01\22zp0185\06-veldwerk\04-tekeningen\22zp0185-dwp-mss.dwg
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22zp0185 Foto’s
F001
F002
Genomen op: 5 april 2022
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22zp0185 Foto’s
F003
F004
Genomen op: 5 april 2022
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22zp0185 Foto’s
F005
F006
Genomen op: 5 april 2022
Project Opdracht Betreft
Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen 22zp0185 Foto’s
F007
Genomen op: 5 april 2022
BIJLAGE G
22ZP0185 Pile : 1- 1 v = 3,9 mm/s t50% = 0,29 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 3 v = 5,8 mm/s t50% = 0,31 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 5 v = 2,6 mm/s t50% = 0,30 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
2 l = 10,00 m
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
2 l = 10,00 m
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
2 l = 10,00 m
12 auto
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 11 v = 7,6 mm/s t50% = 0,29 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
5-4-2022
Pile : 1- 9 v = 3,0 mm/s t50% = 0,27 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
5-4-2022
Pile : 1- 7 v = 2,5 mm/s t50% = 0,29 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
12 auto
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
12 auto
Pile : 1- 2 v = 10,0 mm/s t50% = 0,26 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 4 v = 5,1 mm/s t50% = 0,29 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 6 v = 5,7 mm/s t50% = 0,30 ms
0 c = 4200 m/s
2 l = 10,00 m
2 l = 10,00 m
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
2 l = 10,00 m
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
2 l = 10,00 m
12 auto
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
Pile : 1- 12 v = 8,1 mm/s t50% = 0,28 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
5-4-2022
Pile : 1- 10 v = 3,1 mm/s t50% = 0,26 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
5-4-2022
Pile : 1- 8 v = 2,7 mm/s t50% = 0,29 ms
0 c = 4200 m/s
12 auto
12 auto
5-4-2022
4 fil = auto
6
8 exp : 10
10 V 7.98
12 auto
1 of 1
BIJLAGE H
EC7-01
Opdracht : 22ZP0185 Project : Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Rekenwaarde maximum draagkracht in kN per sondering Berekening volgens Eurocode 7-1 (NEN 9997 - 1 + C2 : 2017) Paaltype : Prefab betonpaal Paalklassefactor punt Paalvoetvormfactor Paalvoetdwarsdoorsnedefactor Paalklassefactor schacht Geen negatieve kleef berekend
α p = 0,7 β = 1,0 s = 1,0 α s = 0,01
: : : :
Paalafmeting : 0,400 x 0,400 m Sonderingen Hoogte m.v. Paalpunt [m tov NAP] [m tov NAP] DM002
113,43
DM003
114,52
101,20 101,10 101,00 100,90 100,80 100,70 100,60 100,50 100,40 100,30 100,20 100,10 100,00 99,90 99,80 99,70 99,60 99,50 99,40 101,20 101,10 101,00 100,90 100,80 100,70 100,60 100,50 100,40 100,30 100,20 100,10 100,00 99,90 99,80 99,70 99,60 99,50 99,40
Toelichting Maximum puntweerstand Maximum draagkracht punt Maximum schachtwrijvingskracht Rekenwaarde maximum draagkracht Rekenwaarde negatieve kleef Rekenwaarde netto draagkracht
: : : : : :
Rc;d [kN] 1061 1070 1080 1087 1094 1098 1098 1094 1080 1065 1066 1126 1223 1343 1444 1491 1503 1502 1515 1967 1844 1767 1745 1758 1771 1784 1798 1811 1824 1836 1848 1860 1871 1882 1891 1898 1903 1903
Bouwwerk Aantal sonderingen ξ -factor Materiaalfactor
qb;max [MPa]
Rb;cal [kN]
Rs;cal [kN]
5,4 5,3 5,3 5,2 5,1 5,0 4,9 4,7 4,4 4,1 4,0 4,5 5,5 6,7 7,6 8,0 8,0 7,8 7,8 13,4 11,9 11,0 10,6 10,6 10,6 10,6 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 10,4 10,4 10,4 10,3 10,2 10,1 10,0
860 853 844 834 820 803 780 748 702 653 634 722 874 1066 1219 1275 1272 1247 1244 2137 1907 1756 1696 1692 1691 1689 1687 1685 1682 1679 1676 1671 1666 1659 1650 1639 1622 1599
910 932 956 980 1004 1028 1052 1076 1100 1124 1144 1156 1165 1174 1190 1211 1235 1260 1284 1144 1168 1192 1216 1240 1264 1288 1312 1336 1360 1384 1408 1432 1456 1480 1504 1528 1552 1576
: niet stijf : N=1 : ξ 3 = 1,39 ; ξ 4 = 1,39 : γ b = γ s = 1,20
qb;max = 0,5 * α p * β * s * (0,5[qc;I;gem + qc;II;gem] + qc;III;gem) Rb;cal = Ab * qb;max Rs;cal = Op * ∆ L * α s * qc;z;a Rc;d = (Rb;cal/ ξ )/γ b + (Rs;cal/ ξ )/γ s Fnk;d = Fnk * γ f;nk Rc;dnetto = Rc;d - Fnk;d
[par. 7.6.2.3(e)] [par. 7.6.2.3(e)] [par. 7.6.2.3] [par. 7.6.2.3] [par. 7.3.2.2] [par. 7.6.2.3] Palen 2017
EC7-02
Opdracht : 22ZP0185 Project : Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Rekenwaarde maximum draagkracht in kN per sondering Berekening volgens Eurocode 7-1 (NEN 9997 - 1 + C2 : 2017) Paaltype : Prefab betonpaal Paalklassefactor punt Paalvoetvormfactor Paalvoetdwarsdoorsnedefactor Paalklassefactor schacht Geen negatieve kleef berekend
α p = 0,7 β = 1,0 s = 1,0 α s = 0,01
: : : :
Paalafmeting : 0,400 x 0,400 m Sonderingen Hoogte m.v. Paalpunt [m tov NAP] [m tov NAP] DM004
113,93
DSH006
113,93
101,20 101,10 101,00 100,90 100,80 100,70 100,60 100,50 100,40 100,30 100,20 100,10 100,00 99,90 99,80 99,70 99,60 99,50 99,40 101,20 101,10 101,00 100,90 100,80 100,70 100,60 100,50 100,40 100,30
Toelichting Maximum puntweerstand Maximum draagkracht punt Maximum schachtwrijvingskracht Rekenwaarde maximum draagkracht Rekenwaarde negatieve kleef Rekenwaarde netto draagkracht
: : : : : :
Rc;d [kN] 985 987 1073 1198 1331 1380 1397 1373 1374 1380 1392 1404 1416 1430 1446 1461 1476 1489 1502 1695 1725 1622 1647 1674 1698 1722 1756 1780 1804
Bouwwerk Aantal sonderingen ξ -factor Materiaalfactor
qb;max [MPa]
Rb;cal [kN]
Rs;cal [kN]
3,1 3,0 3,9 5,1 6,5 6,9 6,9 6,5 6,4 6,3 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2 6,2 11,9 12,1 10,9 11,0 11,1 11,2 11,3 11,5 11,6 11,7
502 486 619 821 1035 1098 1105 1039 1017 1004 999 995 991 991 993 995 995 994 991 1904 1932 1738 1755 1776 1792 1808 1840 1856 1872
1141 1161 1171 1178 1185 1203 1226 1250 1274 1298 1322 1346 1370 1394 1418 1442 1466 1491 1515 922 944 968 992 1016 1040 1064 1088 1112 1136
: niet stijf : N=1 : ξ 3 = 1,39 ; ξ 4 = 1,39 : γ b = γ s = 1,20
qb;max = 0,5 * α p * β * s * (0,5[qc;I;gem + qc;II;gem] + qc;III;gem) Rb;cal = Ab * qb;max Rs;cal = Op * ∆ L * α s * qc;z;a Rc;d = (Rb;cal/ ξ )/γ b + (Rs;cal/ ξ )/γ s Fnk;d = Fnk * γ f;nk Rc;dnetto = Rc;d - Fnk;d
[par. 7.6.2.3(e)] [par. 7.6.2.3(e)] [par. 7.6.2.3] [par. 7.6.2.3] [par. 7.3.2.2] [par. 7.6.2.3] Palen 2017
EC7-03
Opdracht : 22ZP0185 Project : Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Berekening volgens Eurocode 7-1 (NEN 9997 - 1 + C2 : 2017) Paaltype : Prefab betonpaal Sonderingen: DM002 Berekening s2 gebaseerd op sondering DM002 0
Fc [kN] 90
180
270
360
450
540
630
Paalafmeting : 0,400 x 0,400 m Paalpuntniveau : 100,30 m tov NAP 720
810
900
990
1080
1170
1260
1350
1440
1530
uiterste grenstoestand bruikbaarheidsgrenstoestand
9
18
27
36
45 s [mm] 54
63
Uiterste grenstoestand Fc;d sb;d sel;d s1;d [kN] [mm] [mm] [mm] 1065 45,4 3,0 48,5 959 15,4 2,7 18,0 852 7,8 2,3 10,2 746 5,1 2,0 7,1 639 3,3 1,7 5,0 533 2,2 1,4 3,6 426 1,4 1,1 2,6 320 0,9 0,8 1,7 213 0,5 0,6 1,1 107 0,2 0,3 0,5
s2;d [mm] 10,5 9,4 8,4 7,3 6,3 5,2 4,2 3,1 2,1 1,0
Bruikbaarheidsgrenstoestand Fc;rep sb sel s1 s2 [kN] [mm] [mm] [mm] [mm] 820 3,9 1,9 5,8 8,1 738 3,0 1,7 4,7 7,2 656 2,3 1,5 3,8 6,4 574 1,8 1,3 3,1 5,6 492 1,3 1,1 2,4 4,8 410 1,0 0,9 1,9 4,0 328 0,7 0,7 1,4 3,2 246 0,5 0,5 1,0 2,4 164 0,3 0,4 0,6 1,6 82 0,1 0,2 0,3 0,8
s;d kv;d paal vrijstaand kv;d paal in groep [mm] [kN/mm] [kN/mm] 59,0 109 46 27,5 121 48 18,6 133 49 14,5 144 51 11,3 155 52 8,8 165 53 6,8 177 54 4,9 186 55 3,2 199 56 1,5 211 57
Configuratie paalgroep voor bepaling s2 5-paalspoer x
y
y x
hoh-afstand x=y : 4,2D
s kv;rep paal vrijstaand kv;rep paal in groep [mm] [kN/mm] [kN/mm] 13,8 141 59 11,9 158 62 10,2 173 64 8,7 187 66 7,3 201 68 5,9 214 69 4,6 230 71 3,4 241 72 2,2 259 73 1,1 274 74
Toelichting Paalbelasting Rekenwaarde negatieve kleef Netto paalbelasting Rekenwaarde zakking boveneinde paal Rekenwaarde samendrukking diepere lagen Rekenwaarde paalkopzakking Representatieve statische secant veercoëfficiënt
: : : : : : : :
Fc Fnk;d Fc;netto = Fc - Fnk s1;d = spunt;d + sel;d s2;d sd = s1;d + s2;d kv;rep paal vrijstaand = Fc;rep / s1 kv;rep paal in groep = Fc;rep / (s1 + s2)
[par. 7.7.1] [par. 7.3.2.2] [par. 7.3.2.2] [par. 7.6.4.2] [par. 7.6.4.2] [par. 7.6.4.2]
Palen 2017
EC7-04
Opdracht : 22ZP0185 Project : Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Berekening volgens Eurocode 7-1 (NEN 9997 - 1 + C2 : 2017) Paaltype : Prefab betonpaal Sonderingen: DM003 Berekening s2 gebaseerd op sondering DM003 0
Fc [kN] 150
300
450
600
750
900
1050
Paalafmeting : 0,400 x 0,400 m Paalpuntniveau : 100,30 m tov NAP 1200
1350
1500
1650
1800
1950
2100
2250
2400
2550
uiterste grenstoestand bruikbaarheidsgrenstoestand
10
20
30
40
50 s [mm] 60
70
Uiterste grenstoestand Fc;d sb;d sel;d s1;d [kN] [mm] [mm] [mm] 1824 45,4 5,6 51,0 1641 21,4 4,9 26,4 1459 10,9 4,3 15,2 1276 6,9 3,7 10,6 1094 4,4 3,2 7,6 912 2,8 2,6 5,5 729 1,8 2,1 3,9 547 1,1 1,5 2,7 365 0,6 1,0 1,6 182 0,3 0,5 0,8
s2;d [mm] 11,7 10,6 9,4 8,2 7,0 5,9 4,7 3,5 2,3 1,2
Bruikbaarheidsgrenstoestand Fc;rep sb sel s1 s2 [kN] [mm] [mm] [mm] [mm] 1403 5,3 3,4 8,8 9,0 1262 4,0 3,1 7,1 8,1 1122 3,0 2,7 5,7 7,2 982 2,3 2,4 4,6 6,3 842 1,7 2,0 3,7 5,4 701 1,3 1,7 3,0 4,5 561 0,9 1,3 2,2 3,6 421 0,6 1,0 1,6 2,7 281 0,4 0,7 1,0 1,8 140 0,2 0,3 0,5 0,9
s;d kv;d paal vrijstaand kv;d paal in groep [mm] [kN/mm] [kN/mm] 62,8 123 61 36,9 137 64 24,6 151 67 18,8 163 69 14,6 173 71 11,3 182 72 8,6 192 74 6,2 206 76 4,0 212 77 1,9 222 78
Configuratie paalgroep voor bepaling s2 5-paalspoer x
y
y x
hoh-afstand x=y : 4,2D
s kv;rep paal vrijstaand kv;rep paal in groep [mm] [kN/mm] [kN/mm] 17,8 160 79 15,2 178 83 12,9 196 87 11,0 211 90 9,2 225 92 7,5 237 94 5,9 250 96 4,3 268 98 2,8 276 99 1,4 289 101
Toelichting Paalbelasting Rekenwaarde negatieve kleef Netto paalbelasting Rekenwaarde zakking boveneinde paal Rekenwaarde samendrukking diepere lagen Rekenwaarde paalkopzakking Representatieve statische secant veercoëfficiënt
: : : : : : : :
Fc Fnk;d Fc;netto = Fc - Fnk s1;d = spunt;d + sel;d s2;d sd = s1;d + s2;d kv;rep paal vrijstaand = Fc;rep / s1 kv;rep paal in groep = Fc;rep / (s1 + s2)
[par. 7.7.1] [par. 7.3.2.2] [par. 7.3.2.2] [par. 7.6.4.2] [par. 7.6.4.2] [par. 7.6.4.2]
Palen 2017
EC7-05
Opdracht : 22ZP0185 Project : Verbouwing Thermen Museum aan de Coriovallumstraat 9 te Heerlen Berekening volgens Eurocode 7-1 (NEN 9997 - 1 + C2 : 2017) Paaltype : Prefab betonpaal Sonderingen: DM004 Berekening s2 gebaseerd op sondering DM004 0
Fc [kN] 120
240
360
480
600
720
840
Paalafmeting : 0,400 x 0,400 m Paalpuntniveau : 100,30 m tov NAP 960
1080
1200
1320
1440
1560
1680
1800
1920
2040
uiterste grenstoestand bruikbaarheidsgrenstoestand
10
20
30
40
50 s [mm] 60
70
Uiterste grenstoestand Fc;d sb;d sel;d s1;d [kN] [mm] [mm] [mm] 1380 45,4 4,1 49,5 1242 18,1 3,6 21,7 1104 8,9 3,1 12,0 966 5,7 2,7 8,4 828 3,6 2,3 5,9 690 2,4 1,9 4,3 552 1,6 1,5 3,1 414 1,0 1,1 2,1 276 0,5 0,7 1,3 138 0,2 0,4 0,6
s2;d [mm] 13,1 11,8 10,5 9,2 7,9 6,6 5,3 3,9 2,6 1,3
Bruikbaarheidsgrenstoestand Fc;rep sb sel s1 s2 [kN] [mm] [mm] [mm] [mm] 1062 4,3 2,5 6,8 10,1 956 3,3 2,2 5,5 9,1 849 2,5 2,0 4,5 8,1 743 1,9 1,7 3,7 7,1 637 1,5 1,5 2,9 6,1 531 1,1 1,2 2,3 5,1 425 0,8 1,0 1,7 4,0 319 0,5 0,7 1,2 3,0 212 0,3 0,5 0,8 2,0 106 0,1 0,2 0,4 1,0
s;d kv;d paal vrijstaand kv;d paal in groep [mm] [kN/mm] [kN/mm] 62,6 119 48 33,5 133 50 22,5 145 52 17,6 156 53 13,8 167 54 10,8 177 55 8,3 189 57 6,0 199 57 3,9 210 58 1,9 222 59