CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel zienswijze kaderbrief RUD

Raadsvergadering . (video) 15 februari 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Zienswijze Kaderbrief 2024 RUD Zuid-Limburg2.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel gemeenteraad

Vergadering:

Heerlen, 15 februari 2023

gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:

15 februari 2023 Registratienummer:

BWV-23002228 Agendapunt:

Onderwerp Zienswijze t.a.v. de kaderbrief 2024 RUD Zuid-Limburg Inleiding/aanleiding Kaderbrief Bij brief van 8 december 2022 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zuid-Limburg aan de gemeenteraad de kaderbrief voor 2024 toegezonden met het verzoek om een zienswijze kenbaar te maken. Deze kaderbrief vormt de basis voor de begroting die voor 2024 dient te worden opgesteld. In de kaderbrief wordt de gemeenteraad specifiek om een zienswijze gevraagd voor het onderdeel ‘bodem’. Omdat echter het gehele document aan de gemeenteraad is toegestuurd, wordt voorgesteld een zienswijze te geven voor het gehele document. In de kaderbrief wordt onder andere gevraagd om budget voor een concernjurist, functioneel beheerder en het invullen van aantrekkelijk werkgeverschap. Daarnaast wordt beschreven op welke wijze de RUD Zuid-Limburg om wil gaan met de verschuiving van de bodemtaken. Omdat de kaderbrief vragen oproept adviseren wij u om een zienswijze in te dienen. Kader Uitvoering en handhaving Kernthema: Milieu Bevoegdheid: Gemeenteraad Voorstel Bij de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg de volgende zienswijze in te dienen naar aanleiding van de kaderbrief 2024: 1.

nader in gesprek te gaan met de opdrachtgevers om te bezien hoe de doorontwikkeling van de RUD-ZL zich verhoudt tot de diversiteit in opdrachtgevers, specifiek voor basistaken en niet-basistaken. Daarbij dient er aandacht te zijn voor maatwerk en de juiste verdeling van kosten over de opdrachtgevers.

Pagina 2 van 7 2.

de behoefte aan 6 fte extra bodemcapaciteit nader te onderbouwen, gezien het feit dat de nieuwe taken naar verwachting minder arbeidsintensief zijn dan de huidige taken en niet met de huidige cijfers kan worden gerekend;

3.

nader te onderzoeken in hoeverre de uitvoerings- en toezichtstaak voor Heerlen kan worden ondergebracht binnen de bestaande financiële kaders, gelet op het feit dat Heerlen nu al bevoegd gezag gemeente is en de gevolgen voor RUD ZuidLimburg in de praktijk beperkt zullen zijn;

4.

met de deelnemers aan de GR in overleg te treden over het maken van maatwerkafspraken over de uitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet. Dit in het bijzonder over het verkennen van de mogelijkheid om bodemspecialisten van de gemeente Heerlen namens RUD Zuid-Limburg binnen Parkstad uitvoering te laten geven aan bodemtaken onder de Omgevingswet.

Argumenten 1.1 De toekomstvisie van de RUD-ZL is onvoldoende uitgewerkt. In de kaderbrief 2024 wordt kort verwezen naar de toekomstagenda 2021-2025 van de RUD-ZL. De gevraagde fte-uitbreiding voor o.a. een data-analist en een concernjurist zijn consequenties van deze doorontwikkeling van de RUD-ZL. De RUD-ZL ziet zichzelf in de komende jaren uitgroeien tot kenniscentrum en wellicht tot Omgevingsdienst (i.t.t. een Uitvoeringsdienst). In de uitwerking van deze voorgenomen ontwikkeling is er onvoldoende rekening gehouden met de diversiteit in opdrachtgevers voor de RUD-ZL. Relatief kleine gemeenten kunnen er baat bij hebben om, naast de wettelijke basistaken, méér taken onder te brengen bij de RUD-ZL. Hierbij kan worden gedacht aan adviestaken, beleidstaken, vergunningverlening- en toezichttaken die geen deel uit maken van de wettelijke verplichte basistaken. Grotere gemeenten, zoals de gemeente Heerlen, beschikken over een dermate robuuste formatie (met bijbehorende kennis en ervaring). Hierdoor is er geen behoefte om méér dan de basistaken onder te brengen bij de RUD-ZL. Sterker nog, de gemeente Heerlen kan een belangrijke rol spelen in de regio, bijvoorbeeld op Parkstadniveau, in de ondersteuning van omliggende gemeenten. Hier wordt verder op ingegaan onder argument 1.5. We zien de overheadkosten van de RUD-ZL in de komende jaren aanzienlijk toenemen.

Deze kosten zijn voor een belangrijk deel een gevolg van de formatie-uitbreiding voor de realisatie van niet-basistaken. Gemeenten die hier geen gebruik van maken, zouden hier dan ook niet voor hoeven te betalen. In de voorliggende kaderbrief wordt dit over álle opdrachtgevers verdisconteerd, onder andere door de ophoging van de uurtarieven met € 2,50. De raad wordt daarom geadviseerd om in de zienswijze mee te nemen dat de doorontwikkeling van de RUD-ZL bezien moet worden vanuit de diversiteit aan opdrachtgevers. Hieruit volgt namelijk een andere inzet van de RUD-ZL voor de verschillende opdrachtgevers. Dat vraagt ook om een meer correcte verdeling van de kosten van personele en materiële inzet voor de verschillende opdrachtgevers.

Versie 2018/10

Pagina 3 van 7 Het verschil tussen de opdrachtgevers van de RUD-ZL wordt zeer duidelijk voor het onderwerp ‘bodem’, zie de argumenten 1.2-1.5.

1.2

Het indienen van een zienswijze is gewenst omdat nader dient te worden onderbouwd waarom er 6 fte nodig is voor het uitvoeren van de bodemtaken.

Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet worden specifiek omschreven bodemtaken van provincies onder het bevoegd gezag van de gemeente gebracht. Op dit moment is de stand van zaken dat er financieel voor deze overdracht niets geregeld is qua overheveling vanuit het Provinciefonds naar het Gemeentefonds. RUD-ZL heeft becijferd dat voor de uitvoering van deze taken 6 fte benodigd zijn. In de kaderbrief is vermeld dat het denkbaar is dat in de op te stellen begroting gewerkt wordt met een ingroeimodel waarbij de volledige formatie niet reeds in 2024 maar op een later moment gerealiseerd wordt. Daarnaast is vermeld dat sprake zal zijn van een tijdelijke verhoging van de verhouding inhuur ten opzichte van vast personeel. Het is niet duidelijk waarom er 6 fte nodig is voor het uitvoeren van de bodemtaken na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er is geen betrouwbare inschatting te maken van het aantal toekomstige meldingen dat de RUD Zuid-Limburg voor Heerlen gaat behandelen. Om die reden kan ook niet gerekend worden met de huidige cijfers en kengetallen. De huidige kengetallen zijn gebaseerd op de werkwijze onder de thans geldende Wet bodembescherming, met goedkeuring vooraf en een beschikking achteraf. De procedure onder de Omgevingswet is minder intensief en de kengetallen zullen naar verwachting naar beneden bijgesteld kunnen worden.

Daarom wordt in de zienswijze gevraagd om de behoefte aan 6 fte extra bodemcapaciteit nader te onderbouwen.

1.3

Het indienen van een zienswijze is gewenst omdat Heerlen nu al bevoegd gezag gemeente is en de gevolgen van de overdracht van de bodemtaken voor Heerlen (en daarmee voor RUD-ZL) beperkter zijn dan voor andere gemeenten.

Heerlen voert nu als bevoegd gezag-gemeente bodemtaken uit op grond van de Wet bodembescherming. Een bevoegd gezag-gemeente wordt daarbij gelijkgesteld aan Gedeputeerde Staten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan de bevoegdheden van GS en de bevoegd gezag-gemeenten over naar burgemeester en wethouders van álle gemeenten. Voor de meeste gemeenten heeft dit aanzienlijke gevolgen. Dit geldt echter niet voor bevoegd gezag-gemeenten zoals Heerlen, omdat zij onder het huidige regime ook al basistaken door de RUD-ZL laten uitvoeren. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is Heerlen nog steeds bevoegd tot uitvoering van de bodemtaken, maar dan op basis van de nieuwe bevoegdheid die aan burgemeester en wethouders wordt toegekend. Onder de streep zullen de praktische gevolgen voor RUD Zuid-Limburg, wat gemeente Heerlen betreft, dan ook beperkt zijn. Dit komt niet tot uitdrukking in de kaderbrief. Ook om deze reden wordt in de zienswijze gevraagd naar een nadere onderbouwing van de behoefte aan 6 fte extra capaciteit. Daarnaast is dit een reden om in de zienswijze te vragen waarom de extra taken niet kunnen worden uitgevoerd binnen de bestaande

Versie 2018/10

Pagina 4 van 7 financiële kaders (zie ook argument 1.4).

1.4

Het indienen van een zienswijze is gewenst om te vragen waarom de uitvoering van de bodemtaak voor Heerlen niet binnen de bestaande financiële kaders kan worden uitgevoerd.

Uit de kaderbrief blijkt niet, waarom het niet mogelijk zou zijn om de uitvoering van de bodemtaak voor Heerlen binnen de bestaande financiële kaders uit te voeren. Dit temeer omdat wij verwachten dat voor gemeente Heerlen de werkzaamheden van RUD ZuidLimburg slechts in beperkte mate toenemen. Daarom wordt in de zienswijze gevraagd om nader te onderzoeken in hoeverre de uitvoerings- en toezichtstaak voor Heerlen kan worden ondergebracht binnen de bestaande financiële kaders.

1.5

Het indienen van een zienswijze is gewenst om in gesprek te gaan over de wijze waarop de taken na de inwerkingtreding van de Omgevingswet door RUD ZuidLimburg worden uitgevoerd en te verkennen of het mogelijk is hierbij bodemspecialisten van de gemeente Heerlen in te zetten.

In de afgelopen jaren heeft RUD Zuid-Limburg de geplande taken niet volledig kunnen uitvoeren wegens een gebrek aan personeel. Wij verwachten dat dit in de komende jaren niet anders zal zijn. Binnen Heerlen is de uitvoering van de bodemtaken zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht geborgd. Omdat Heerlen beschikt over een team Bodemspecialisten en RUD Zuid-Limburg kampt met een tekort aan perceel, is het wenselijk om het gesprek aan te gaan over de wijze waarop de bodemtaken na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden uitgevoerd. Zeker in deze krappe arbeidsmarkt verdient het aanbeveling om met RUD Zuid-Limburg en de omliggende gemeenten in gesprek te gaan of gemeente Heerlen namens RUD ZuidLimburg in de toekomst bodemtaken voor de regio Parkstad zou kunnen uitvoeren. Daarom wordt in de zienswijze gevraagd om hierover met de deelnemers aan de GR in gesprek te gaan en maatwerkafspraken te maken. Tegenargumenten en risico’s 1.1 RUD Zuid-Limburg geeft aan de nieuwe bodemtaken niet uit te voeren als hiervoor niet aanvullend betaald wordt. RUD Zuid-Limburg geeft in de kaderbrief aan dat zij geen taken zal uitvoeren die niet aanvullend door de deelnemers betaald worden. Dit verhoudt zich niet met het uitgangspunt dat de basistaak wettelijk gezien moet worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst. Praktisch gezien levert dit voor Heerlen geen uitvoeringsproblemen op.

Sterker nog, dit zou passen bij de verkenning van de mogelijkheid om aan Heerlen een voortrekkersrol op het gebied van bodem toe te kennen. Kosten en dekking Het voorstel om de raad een zienswijze uit te laten brengen brengt geen directe kosten met zich mee. De kosten en dekking van de consequenties van de uitvoering van de kaderbrief komen aan de orde bij de begroting 2024 voor de RUD-ZL.

Versie 2018/10

Pagina 5 van 7 Communicatie De zienswijze wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan RUD Zuid-Limburg. Evaluatie Op basis van de ingebrachte zienswijze(n) stelt het dagelijks bestuur van de RUD ZuidLimburg de kaderbrief al dan niet in aangepaste vorm vast. Uit de verslaglegging van die vergadering blijkt hoe de zienswijzen behandeld zijn. Ook ontvangen de gemeenten die een zienswijze ingediend hebben een schriftelijke reactie. De begroting 2024 wordt gebaseerd op de kaderbrief. Uit de conceptbegroting 2024 blijkt op detailniveau hoe het algemeen bestuur de uitgangspunten van de kaderbrief heeft doorvertaald in de begroting. Planning, procedure en uitvoering De zienswijze dient uiterlijk op 3 maart 2023 aan RUD Zuid-Limburg kenbaar te worden gemaakt. Bijlagen 1. Kaderbrief 2024 (met begeleidende brief), 8 december 2022, RUD-ZL

Burgemeester en wethouders van Heerlen, de wnd. secretaris, drs. D. Huurdeman

de burgemeester, drs. R. Wever

Versie 2018/10

Pagina 6 van 7

de gemeentesecretaris a.i. L. Schouterden

de burgemeester drs. R. Wever

raadsbesluit De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 januari 2023; gezien het advies van de raadscommissie d.d. 1 februari 2023; besluit: Bij de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg de volgende zienswijze in te dienen naar aanleiding van de kaderbrief 2024: 1.

nader in gesprek te gaan met de opdrachtgevers om te bezien hoe de doorontwikkeling van de RUD-ZL zich verhoudt tot de diversiteit in opdrachtgevers, specifiek voor basistaken en niet-basistaken. Daarbij dient er aandacht te zijn voor maatwerk en de juiste verdeling van kosten over de opdrachtgevers.

2.

de behoefte aan 6 fte extra bodemcapaciteit nader te onderbouwen, gezien het feit dat de nieuwe taken naar verwachting minder arbeidsintensief zijn dan de huidige taken en niet met de huidige cijfers kan worden gerekend;

3.

nader te onderzoeken in hoeverre de uitvoerings- en toezichtstaak voor Heerlen kan worden ondergebracht binnen de bestaande financiële kaders, gelet op het feit dat Heerlen nu al bevoegd gezag gemeente is en de gevolgen voor RUD ZuidLimburg in de praktijk beperkt zullen zijn;

4.

met de deelnemers aan de GR in overleg te treden over het maken van maatwerkafspraken over de uitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet. Dit in het bijzonder over het verkennen van de mogelijkheid om bodemspecialisten van de gemeente Heerlen namens RUD Zuid-Limburg binnen Parkstad uitvoering te laten geven aan bodemtaken onder de Omgevingswet.

Versie 2018/10

Pagina 7 van 7

Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van 15 februari 2023, de griffier,

de voorzitter,

drs. T.W. Zwemmer

drs. R. Wever

Versie 2018/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=823e7ee0-4aba-434c-80b5-8e8a67636498