Raadsvoorstel zienswijze begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2030 GR BsGW__335909__
Tekst van het document
Voorstel gemeenteraad
Heerlen, 15 april 2025
Vergadering
Onderwerp Zienswijze begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2030 GR BsGW
gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum 28 mei 2025 Documentnummer 326477 Agendapunt
Inleiding/aanleiding De Gemeente Heerlen neemt sinds 1 januari 2014 deel aan de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van gemeenten en het waterschap de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis) gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ. Het dagelijks bestuur van de BsGW heeft de ontwerpbegroting 2026 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2027–2030 aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden wordt gevraagd om hun zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van de BsGW. Het algemeen bestuur van de BsGW stelt na kennis te hebben genomen van de ingebrachte zienswijzen de begroting en meerjarenraming definitief vast in zijn vergadering van 26 juni 2025. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting en meerjarenraming aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het Waterschap. Het dagelijks bestuur zendt de definitief vastgestelde begroting en meerjarenraming vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten. Vanuit de samenwerking Samen grip op verbonden partijen (Sgovp) met de Parkstad gemeentes is de zienswijze op de begroting van BsGW gezamenlijk besproken.
Hierin is een zo goed als gezamenlijke lijn, zoals in dit voorstel geadviseerd wordt, afgestemd voor de zienswijze procedure. Daarnaast is deze lijn met zoveel mogelijk overige deelnemende gemeentes besproken waarbij is gevraagd om hierbij aan te sluiten. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deelnemers die ook zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van de BsGW terughoudend zijn om zich aan te sluiten bij deze lijn. Jaarrekening 2024 Allereerst een korte terugblik op het voorlopige jaarrekeningresultaat 2024. Dit gaat over de uitvoeringskosten van de GR, niet over de belastingopbrengst. Een en ander op basis van de bestuursinformatiebrief BsGW van het 4e kwartaal deze is in de bijlage toegevoegd, de definitieve jaarrekening is nog niet bekend. Het voorlopige resultaat in 2024 bedraagt € 3.148.000 positief. Het resultaat wordt door de BsGW toegelicht in 3 onderdelen.
Pagina 2 van 7 Reguliere bedrijfsvoering € 2.483.000 voordeel Diverse afwijkingen in de exploitatie hebben geleid tot een voordeel van € 2.483.000. De grote afwijkingen hierin betreffen: • Personele kosten. Het voordeel op de personele formatie betreft 2,4 miljoen, een deel van de onderbezetting wordt ingehuurd voor 1,2 miljoen waardoor er een overschot op de personele kosten overblijft van 1,2 miljoen. • Proceskosten. Naar aanleiding van de aangepaste wetgeving op de proceskosten zijn kosten lager uitgevallen dan begroot, voordeel € 864.000 • Post onvoorzien. De post onvoorzien in de begroting is niet nodig geweest voordeel € 332.000. Renteopbrengsten € 1.182.000 voordeel BsGW maakt gebruik van schatkistbankieren. Hierbij worden gelden dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Voor de gestalde financiële middelen, ontvangt BsGW een rentevergoeding van de staat. Deze rente inkomsten zijn door de BsGW niet begroot, dit heeft geleid tot een rentevoordeel van € 1.182.000 duizend. Project AHA storting € 517.000 nadeel Het voordeel op de ICT projectkosten wordt gestort in de bestemmingsreserve ICT 20252029 waarin gespaard wordt voor de nieuwe aanbesteding en implementatie in 2029. Als gevolg hiervan kan de meerjarige bijdrage aan de reserve waarvoor gespaard wordt in de begroting verlaagd worden.
Financieel impact voor Heerlen Als we de resultaten uitsplitsen per deelnemer dan betekent dit voor Heerlen, een incidenteel voordeel van ongeveer € 250.000 als gevolg van het positieve jaarrekeningresultaat van € 3.148.000. Besluitvorming over de verrekening van het resultaat vind evenals de besluitvorming over de begroting 2026 plaats in het eerstvolgende AB van 26 juni 2025.
Versie 2018/10
Pagina 3 van 7 Begroting 2026 De kosten stijgen in totaal met € 835.000 ten opzichte van de begroting 2025. Onderstaand de ontwikkelingen in de begroting BsGW. Ontwikkelingen t.o.v. begroting 2025 1. Indexering salarissen 2. Inflatie goederen en diensten 3. Taakstelling OOP 4. Verlaging bestemmingsreserve ICT 2025-2029 5. Maatwerk (inflatie en beeldmateriaal) Saldo meerkosten
€ € € € € €
897.000 433.000 200.000 -/180.000 -/115.000 -/835.000
De begroting 2026 is een continuering van de begroting 2025. - De salarissen en de overige uitvoeringskosten worden geïndexeerd. Salarissen worden structureel geïndexeerd met 5,1 %. Goederen en diensten worden structureel geïndexeerd met 3,4%. - De taakstelling OOP is een taakstelling uit het verleden. Vanuit de reorganisatie in 2018 is besloten om tot een stapsgewijze kostenreductie te komen, welke reeds meerjarig oplopend in de begroting is opgenomen. In 2026 is de taakstelling € 200.000 hoger dan 2025. - Op de recente aanbesteding en implementatie van het ICT pakket is een voordeel behaald. De onderbesteding wordt gestort in de ICT reserve 2025-2029, waardoor de meerjarige storting met € 180.000 verlaagd kan worden. - Tot slot, naast de reguliere begroting die wordt verrekend via de kostenverdeelmethode, kent BsGW maatwerkvarianten. De kosten voor maatwerk stijgen waarvan de uitvoering separaat wordt gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Weerstandsvermogen Het huidige weerstandsvermogen betreft € 1.570.000. Afgezet tegen de risicoanalyse van € 998.000 is de ratio ruim boven de 1. Voorgesteld wordt om het verschil tussen het aanwezige weerstandsvermogen en het benodigde conform de risicoanalyse terug te storten naar de deelnemers. Dit betekent dat er € 572.000 vanuit het weerstandsvermogen zal worden teruggestort naar de deelnemers.
Bezuinigingsvraag Landelijk worden gemeenten de komende periode geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds waarbij het jaar 2026 een dieptepunt kent. Hierdoor worden gemeentelijke organisaties gedwongen om te zoeken naar noodzakelijke bezuinigingen. Wij hebben de gemeenschappelijke regelingen hiervoor medio 2024 aandacht gevraagd middels de brief bezuinigingsopgave gemeenschappelijke regelingen. Zonder bezuinigingen kunnen wij niet akkoord gaan met de begroting. Wij gaan ervanuit dat de gemeenschappelijke regelingen oog hebben voor onze uitdagingen en daartoe de noodzakelijke bezuinigingen in de bedrijfsvoering dan wel taken van de organisatie (alsnog) doorvoert. Dit uitgangspunt geven wij aan alle GR-en mee en is ook met de verschillende deelnemende gemeenten gedeeld. Helaas constateren we dat de BsGW de bezuinigingsvraag vrij gemakkelijk naast zich neer legt door enkele historische besparingen te noemen. Zo is er in de periode 2012-2017 niet geïndexeerd en is middels het Ondernemings-en Ontwikkel Plan (OOP) uit 2018 een bezuinigingstaakstelling opgenomen in de begroting.
Versie 2018/10
Pagina 4 van 7 Genoemde maatregelen zijn in het verleden genomen, kritisch kijken naar de begroting is een continue proces wat jaarlijks terug moet komen in de bedrijfsvoering. Daarnaast is de begroting op enkele onderdelen niet reëel, hier wordt het voorzichtigheidsprincipe toegepast zonder enige reële inschatting. Hieronder lichten we een aantal posten toe waar een verlaging van de begroting ons inziens noodzakelijk is, uitgangspunt hierbij is reëel begroten op basis van de meest recente resultaten en reële verwachtingen naar de toekomst. Proceskosten De begroting van de proceskosten is structureel te hoog. Door de BsGW wordt aangegeven dat de recente ontwikkelingen m.b.t. de proceskosten (aangepaste wetgeving) een positief effect zal hebben op de begrotingspost echter dat de begroting als gevolg van voorzichtigheid niet wordt aangepast. We verwachten een reële inschatting van de proceskosten. Daarnaast loopt in de huidige begroting de proceskosten meerjarig op ook dit is geen reële verwachting en is er meerjarig een groter voordeel. Renteopbrengsten De renteopbrengsten zijn structureel niet begroot. Dit zijn aanzienlijke inkomsten, zie ook resultaat 2024. Hier dient een realistische inschatting van de verwachte inkomsten gemaakt te worden. Onvoorzien Het structureel begroten van een post onvoorzien is niet nodig.
In de begroting 2026 is een post onvoorzien opgenomen van € 424.000 om risico’s op tekorten te dempen. Dit bedrag is een percentage van de totale begroting en loopt meerjarig op. Bij een reële begroting is dit niet nodig. Daarbij opmerkende dat in de huidige ontwerpbegroting al diverse voorzichtigheden zijn opgenomen in de begrotingsonderdelen zelf. Personeelskosten De begroting van de personeelskosten is structureel te hoog. De personeelskosten laten (na correctie van de ingezette flexibele schil) een aanzienlijk overschot zien. Als gevolg van de ontwikkelingen rondom de proceskosten is er minder flexibele inzet nodig voor de afhandeling van bezwaren. Daarnaast is meerjarig het voordeel van het OOP oplopend in de personeelsbegroting opgenomen tot 1,3 miljoen in 2028. Er wordt echter in de begroting geen duidelijkheid geboden over de realisatie van het OOP. Als het personeelsvoordeel eerder gerealiseerd is dan dient de begroting hierop aangepast te worden. Indexmethodiek Het beleid inzake meerjarig indexeren is niet reëel. De meerjarige indexering is gelijk aan de indexering van het eerste begrotingsjaar en de index wordt bepaald op basis van een drie jaargemiddelde. Dit is niet reëel omdat de recente drie jaargemiddelde vanwege de hoge inflatie, piekpercentages waren, naar de toekomst toe is de verwachting een dalende inflatietrend.
De percentages zijn hoog en dienen daarnaast meerjarig af te lopen. Weerstandsvermogen Het hebben van een weerstandsvermogen is niet noodzakelijk. Risico’s die zich voordoen kunnen direct afgedekt worden door de deelnemers hiervoor hoeft een GR geen extra
Versie 2018/10
Pagina 5 van 7 buffer te hebben. Het weerstandsvermogen bedraagt op dit moment € 1.570.000. Na terugstorten van het overschot zoals opgenomen in de begroting zal nog € 998.000 resteren. Ook het resterend deel van het weerstandsvermogen kan teruggestort worden naar de deelnemers. Buiten de hierboven genoemde begrotingstechnische maatregelen in het kader van reëel begroten kan gekeken worden naar nut en noodzaak van inhoudelijke onderdelen in de begroting. We vragen de BsGW alsnog om zich maximaal en proactief in te zetten om de begroting te doen verlagen. Kader Wet Gemeenschappelijke Regelingen Kernthema: Middelen en heffingen Bevoegdheid Raad Voorstel 1. Bij wijze van zienswijze niet in te stemmen met de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2030 van de GR BsGW. Argumenten 1.1 Er is geen bezuiniging gerealiseerd. De draagkracht van gemeenten staat voor 2026 en verder enorm onder druk. In lijn met de bezuinigingsopgave waar gemeentes voor staan als gevolg van minder rijksinkomsten hebben we gevraagd om de financiële ontwikkelingen voor 2026 en verder binnen de eigen begroting op te vangen en daarbovenop een taakstelling van minimaal 5% te realiseren. Zonder bezuinigingen kunnen we niet akkoord gaan met de begroting. 1.2 De begroting is niet reëel.
Gezien de recente resultaten en de verwachte ontwikkelingen voor de toekomst zitten er teveel voorzichtigheden opgenomen in de begroting. Tegenargumenten en risico’s 1.1 Er is een risico dat de begroting wordt goedgekeurd conform voorstel BsGW en daarmee de bezuiniging niet wordt behaald. Er is met zoveel mogelijk deelnemers contact gezocht met het verzoek om zich aan te sluiten bij voorliggende zienswijze. Het risico bestaat dat de meerderheid zal instemmen met de begroting zoals voorgelegd door de BsGW. Deelnemers die ook zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van de BsGW zijn terughoudend om zich bij deze zienswijze aan te sluiten. Kosten en dekking De totale begroting 2026 van de BsGW stijgt met 2,9% ten opzichte van de begroting 2025. De nieuwe conceptbegroting betekent het volgende voor de begroting van de gemeente Heerlen.
Begroting 2026 BsGW Huidig opgenomen in gemeentelijke begroting Voorstel nieuwe conceptbegroting BsGW Saldo (Nadeel Heerlen)
2.026 2.300.904 2.331.643 -30.739 Versie 2018/10
Pagina 6 van 7
Het daadwerkelijke saldo hangt af van het besluit van het algemeen bestuur van de BsGW n.a.v. de ingebrachte zienswijzen van alle deelnemende raden. Dit nemen we, zoals gebruikelijk, mee in het begrotingsproces 2026. Communicatie Het dagelijks bestuur van de BsGW wordt per brief op de hoogte gebracht van uw besluit. Evaluatie De BsGW rapporteert aan de hand van kwartaalrapportages gedurende het jaar. Planning, procedure en uitvoering N.v.t. Bijlagen Bestuursinformatiebrief BsGW Q4 2024 Kadernota begroting BsGW 2026 en MJR 2027-2030 Kadernota begroting BsGW 2026 en MJR 2027-2030 Bijlagen Ontwerpbegroting BsGW 2026 en MJR 2027-2030
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen, de burgemeester,
de secretaris a.i.,
drs. R. Wever
drs. R. van Wuijtswinkel
Versie 2018/10
Pagina 7 van 7
raadsbesluit
De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. documentnummer ; gezien het advies van de raadscommissie ; besluit:
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van
de griffier,
de voorzitter,
drs. T.W. Zwemmer
drs. R. Wever
Versie 2018/10