Raadsvoorstel VVGB Mijnwaterbron Ganzeweide_
Tekst van het document
Voorstel gemeenteraad
Heerlen, 25 april 2023
Vergadering:
gemeenteraad Heerlen
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen 'Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen’
Vergaderdatum:
Inleiding/aanleiding
25 april 2023 Registratienummer:
BWV-23002439
Agendapunt:
BESCHRIJVING VAN HET INITIATIEF Het voornemen ziet op het realiseren en exploiteren van een mijnwaterbron ten behoeve van een energienetwerk (mijnwater). Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen. Momenteel zijn in Heerlen verschillende kantoren en woongebieden aangesloten op het mijnwater. Het gebruik hiervan is momenteel dermate groot dat behoefte is aan een nieuwe bron. De bron is noodzakelijk om te kunnen garanderen dat er in de koude wintermaanden voldoende mijnwater opgepompt kan worden om de huizen en kantoren te kunnen verwarmen. De locatie van de mijnwaterbron is gelegen aan de achterzijde van het bedrijventerrein bij de Ganzeweide en strekt zich uit over diverse percelen die kadastraal bekend staan als: gemeente Heerlen, sectie U, nrs. 1471, 545, 586, 587, 588 en 590. In onderstaande afbeeldingen is de locatie rood omkaderd weergegeven:
Pagina 2 van 8 Vanaf de locatie zal worden geboord naar een oude mijngang die gelegen is op circa 675 meter diepte onder maaiveld. Voor de diepboring wordt gebruik gemaakt van een boortoren met ondersteunende faciliteiten zoals mobiele kantoren, pompen, opslagcontainers en zeven. De verwachte duur van de boorwerkzaamheden, inclusief open afbouw van de faciliteiten is circa 7 weken. Tijdens deze werkzaamheden wordt het terrein tijdelijk volledig verhard en een buffer ingericht om hemelwater dat afkomstig is van de boorinstallatie op te vangen. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat er geen vervuiling kan ontstaan door hemelwater dat afkomstig is van de boorinstallatie. Zodra de boringen zijn verricht wordt het terrein definitief ingericht zodat het mijnwater kan worden opgepompt ten behoeve van het energienetwerk. De definitieve situatie betreft de volgende: • boorput net onder maaiveld van circa 2x2 meter met omringende betonplaat van 8x8 meter; • bovengrondse unit van circa 15 meter lengte x 4,5 meter breedte x 3 meter hoogte met pompen voor aansluiting op het mijnwaterdistributienetwerk; • plaatsen van hekwerk rondom boorput en pompstation. De bron zal via de zogenaamde ‘backbone’, zijnde een ondergronds leidingstelsel, worden verbonden met het distributienetwerk van mijnwater.
De backbone maakt geen onderdeel uit van het initiatief zoals beschreven in de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan dit voorstel. Een plattegrond van de nieuwe situatie met het pompgebouw (rood weer gegeven) en de boorput met betonplaat (licht bruin) is onderstaand weergegeven. Het gebouw wordt ontsloten via het bedrijventerrein:
Versie 2018/10
Pagina 3 van 8 OMGEVINGSVERGUNNING De onder de kop ‘beschrijving van het initiatief’ beschreven activiteiten met betrekking tot de exploitatie en realisatie van de mijnwaterbron passen niet binnen de bepalingen van het thans ter plekke vigerende bestemmingsplan ‘Heerlerheide West’. Normaliter is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen het bevoegd gezag voor de verlening van omgevingsvergunningen die betrekking hebben op projecten die gelegen zijn binnen het grondgebied van de gemeente Heerlen. In dit geval heeft de aanvraag echter betrekking op een mijnbouwwerk. Hierdoor is niet ons college, maar de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag voor de verlening van de omgevingsvergunning. De minister kan de strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan weg nemen door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna aangeduid als: Wabo). Deze vergunning kan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De ruimtelijke onderbouwing en de daarbij behorende stukken zijn als bijlagen bij dit raadsvoorstel gevoegd.
Naast een goede ruimtelijke onderbouwing is voor de verlening van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wabo, zo volgt uit artikel 2.27, eerste lid van de Wabo jo. artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (hierna aangeduid als: Bor), een verklaring van geen bedenkingen van uw raad vereist. De onder de kop ‘Initiatief’ beschreven backbone, die geen onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing is, op grond van artikel 2, lid 18, sub d van bijlage II behorende bij het Bor, vrijgesteld voor een eventuele vergunningplicht voor planologisch strijdig gebruik. Deze verklaring van geen bedenkingen kan hierop derhalve van rechtswege geen betrekking hebben. De verklaring kan, op grond van artikel 6.5, tweede lid van het Bor, slechts geweigerd worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Uit de ruimtelijke onderbouwing, die onderdeel uitmaakt van de aanvraag en tevens als bijlage 1 bij dit raadsvoorstel is gevoegd, blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke inpasbaarheid wordt verder beschreven bij argument 1.2. Er bestaat echter wel aanleiding om, op grond van artikel 2.27, vierde lid van de Wabo gelezen in samenhang artikel 6.5 van het Bor, in het kader van een goede ruimtelijke ordening een tweetal voorwaarden te verbinden aan de vergunning.
De eerste voorwaarde ziet op het in de oorspronkelijke staat terugbrengen van de gronden die tijdelijk worden gebruikt voor de realisatiefase van de mijnwaterbron. Dit betreft het hele besluitgebied, met uitzondering van de gronden waarop de put, inclusief betonplaat, en het pompgebouw zijn gelegen. Met deze voorwaarde wordt voorkomen dat de gronden, door de instandhouding van de volledige verharding van het terrein in de realisatiefase, minder geschikt worden voor de uitvoering van de aan deze gronden krachtens het vigerende bestemmingsplan Heerlerheide West toegekende bestemmingen die zien op Groen en Waterstaatsvoorzieningen (buffer met beschermingszone). In de ruimtelijke onderbouwing is door de initiatiefnemer tevens opgenomen dat voornoemde gronden in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht.
Versie 2018/10
Pagina 4 van 8
De tweede voorwaarde ziet op de nog uit te voeren watertoets, bestaande uit een infiltratieonderzoek en de dimensionering van het hemelwatersysteem. Deze is nodig om aan te tonen dat de opvang van hemelwater op eigen terrein kan worden verwerkt om te voorkomen dat elders wateroverlast ontstaat. De watertoets ontbreekt nu nog in de ruimtelijke onderbouwing. De uitbreiding van het verhard oppervlak is beperkt (132 m²). De beschikbare ruimte binnen het besluitgebied is daarentegen groot (ca. 2.500 m²). Het is daardoor reëel om aan te nemen dat het vrijkomende hemelwater verwerkt kan worden binnen het besluitgebied, ook bij een slechtere doorlatendheid van de bodem. Derhalve kan de watertoets op een later moment aangeleverd worden. De watertoets zal in ieder geval ingediend en goedgekeurd moeten zijn alvorens gebruik wordt gemaakt van de vergunning. De slotsom van dit voorstel is om de gevraagde verklaring van geen bedenkingen onder de genoemde voorwaarden te verlenen. PROCEDURE Op grond van artikel 3.10, eerste lid en onder a van de Wabo is op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag waarvoor uitsluitend een vergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betreft de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Dit betekent dat zowel de verlening van de vergunning als het besluit tot afgifte (of weigering) van de verklaring van geen bedenkingen eerst in ontwerp dient te geschieden, zodat eenieder de mogelijkheid heeft om tegen het ontwerpbesluit voor de verlening van de vergunning en het ontwerpbesluit tot afgifte (of weigering) van de VVGB zienswijzen in te dienen. Zienswijzen die overeenkomstig artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren worden gebracht kunnen dus mede betrekking hebben op het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen. Voor zover dat het geval is, zendt de Minister van Economische Zaken en Klimaat deze onverwijld toe aan uw raad. Uw raad dient in dat geval haar oordeel daarover mede te delen aan de minister. Op grond van artikel 2.27, lid 5 van de Wabo wordt de verklaring vermeld in de beschikking op de aanvraag. Kader Programma VHROSV Kernthema: Ruimtelijke ordening Bevoegdheid De aanvraag omgevingsvergunning heeft betrekking op een mijnbouwwerk. Hierdoor is niet ons college, maar de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag voor de verlening van de omgevingsvergunning. Het mijnbouwwerk past niet binnen het bestemmingsplan. Er is sprake van planologisch strijdig gebruik van gronden en bouwwerken waarvoor, op grond van artikel 2.1, eerste lid en onder c jo.
artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3° van de Wabo, een goede ruimtelijke onderbouwing vereist is. Derhalve dient de raad op grond van artikel 2.27 van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 6.5 van het Bor een verklaring van geen bedenkingen af te geven alvorens de vergunning door de minister verleend kan worden.
Versie 2018/10
Pagina 5 van 8 Voorstel 1. In ontwerp te verklaren dat er geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik van gronden en bouwwerken voor de realisatie en de exploitatie van een mijnwaterbron achter het bedrijventerrein bij de Ganzeweide, kadastraal bekend als (deels) Gemeente Heerlen, sectie U, nrs. 1471, 545, 586, 587, 588 en 590, mits de onderstaande voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden: 1.1. De gronden die tijdelijk worden gebruikt tijdens de realisatiefase dienen na afronding van deze fase in de oorspronkelijke toestand te worden teruggebracht, zodat deze gronden niet minder geschikt worden voor de bestemmingen, die aan deze gronden zijn toegekend in het geldende bestemmingsplan Heerlerheide West. Het betreft alle gronden die tot het besluitgebied behoren, met uitzondering van de gronden waarop het pompgebouw en de boorput, inclusief betonplaat, zijn gelegen. De oorspronkelijke toestand is de toestand van deze gronden direct voorafgaande aan de realisatiefase van de mijnwaterbron. 1.2. Vóórdat gebruik wordt gemaakt van de vergunning dient sprake te zijn van een volledige en door de gemeente Heerlen goedgekeurde watertoets, bestaande uit een infiltratieonderzoek en dimensionering van het hemelwatersysteem. 2.
De onder punt 1 bedoelde ontwerpverklaring van geen bedenkingen tevens aan te merken als definitieve verklaring van geen bedenkingen voor zover er geen zienswijzen op de ontwerpverklaring zijn ingediend. Argumenten 1.1 De realisatie en exploitatie van een mijnwaterbron en de ontwikkeling past binnen -en draagt bij aan het rijks-, provinciale-, regionale- en gemeentelijke beleid. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de als bijlage 1 bij dit voorstel opgenomen ruimtelijke onderbouwing. Specifiek voor het gemeentelijk beleid geldt dat het initiatief past binnen de Structuurvisie Heerlen 2035. Het plan draagt bij aan de hierin benoemde ambities voor de noodzakelijke energietransitie en het stimuleren van lokale energieproductie. Het initiatief staat niet in de weg om andere uitgangspunten van het Groenbeleidsplan, meer specifiek de groene transformatiezone, te kunnen realiseren. Het plan voldoet daarmee ook aan de Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 en aan de gestelde doelen m.b.t. de energietransitie. Mijnwater is een project dat bedoeld is om woningen te verwarmen en te koelen zonder gebruik van fossiele brandstoffen. 1.2 Het initiatief is ruimtelijk inpasbaar. Er zijn geen belemmeringen vanuit de milieuaspecten bodem, geluid en lucht. Ook externe veiligheidscriteria, archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering.
Daarnaast zijn er geen stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren. Met betrekking tot het onderdeel water heeft afstemming plaatsgevonden met het Waterschap Limburg en daarnaast is een voorwaarde opgenomen voor het verkrijgen van een volledige en goedgekeurde watertoets. Een milieueffectrapportage is verder niet vereist aangezien de staatssecretaris van Economische zaken en Klimaat een MER beoordelingsbesluit heeft genomen waaruit blijkt dat de voorgenomen activiteit geen significante nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Voor het onderdeel natuur is gebleken dat er weliswaar sprake is van (zeer beperkte) depositie van stikstof op beschermde Natura 2000-gebieden, maar dat deze depositie alleen voor komt in de aanlegfase van het project. Als gevolg daarvan kunnen significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Verder is er, in het kader van het onderdeel natuur, geen sprake van het vereist zijn van een ontheffing in verband met de soortenbescherming. Voor het onderdeel natuur geldt
Versie 2018/10
Pagina 6 van 8 ten slotte dat dit een afzonderlijk omgevingsvergunningplichtig onderdeel vormt dat los staat van het planologisch strijdig gebruik waar deze verklaring van geen bedenkingen betrekking op heeft. De minister zal afstemming moeten zoeken met de provincie Limburg, zijnde het bevoegd gezag voor het verlenen van natuurvergunningen. 1.3 Eventuele overlast voor de omgeving is beperkt. Enkel in de aanlegfase, die volgens de planning ca. 7 weken in beslag neemt, is er vanwege het boren naar de mijngang sprake van geluidsemissie die van invloed is op de nabij gelegen woningen. Deze geluidemissie is echter niet relevant in het kader van deze verklaring van geen bedenkingen. De regels omtrent geluidemissie bij het boren naar de mijngang volgen uit het Besluit algemene regels milieu mijnbouw en aan die regels zal worden voldaan. Het oppompen van mijnwater in de exploitatiefase heeft geen noemenswaardige effecten. Daarnaast zal er maandelijks slechts een enkele keer het pompgebouw worden gecontroleerd. Er is dus geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. 2.1 Het gelijktijdig nemen van het ontwerpbesluit en het definitief besluit is een door meerdere gemeenten gehanteerde werkwijze die zorgt voor versnelling van de besluitvorming zonder dat belanghebbenden, zoals omwonenden, geschaad worden in hun rechtsbeschermingspositie.
Door het gelijktijdig nemen van het ontwerpbesluit en het definitief besluit wordt de tijd die de procedure voor de verklaring van geen bedenkingen in beslag neemt met 5 maanden verkort. De initiatiefnemer kan hierdoor, mits er geen ‘vertraging’ optreedt bij de verlening van de vergunning door de minister, eerder gebruik maken van de vergunning. Belanghebbenden (en ook niet-belanghebbende derden) hebben nog steeds de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbesluit en kunnen ook bij de rechter in beroep gaan tegen het besluit. Er zijn ook andere gemeenten die deze handelwijze volgen, zoals de gemeente Roermond en de gemeente Huizen. Tegenargumenten en risico’s 2.1 Het gelijktijdig nemen van het ontwerpbesluit en het definitief besluit is een juridisch risico Uit de wet en wetsgeschiedenis (artikel 2.27 en 3.11 Wabo en 6.5 lid 1 Bor) en ook uit jurisprudentie (bv. ECLI:NL:RVS:2018:1511) volgt dat uw raad twee besluiten moet nemen: 1. ontwerpbesluit dat ter inzage moet worden gelegd en waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend; 2. definitief besluit. Het is derhalve een juridisch risico om de definitieve verklaring van geen bedenkingen gelijktijdig te nemen met de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Voor zover bekend is hier geen rechtspraak over geweest.
Dit is niet zo vreemd, omdat het definitief besluit alleen maar wordt geacht te zijn genomen als geen sprake is van zienswijzen en geconcludeerd kan worden dat er geen belangen van derden worden geschonden. Desondanks is deze handelwijze niet conform de wettelijke bepalingen en bestaat er dus een risico dat het besluit wordt vernietigd en de procedure opnieuw moet worden doorlopen. Kosten en dekking Met het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen – zoals bovenstaand bedoeld – zijn voor de gemeente geen kosten gemoeid (anders dan gemeentelijke ureninzet). Derhalve is geen financiële tabel opgenomen in dit voorstel.
Versie 2018/10
Pagina 7 van 8
Communicatie De communicatie zal via de gebruikelijke kanalen verlopen. Het bevoegde gezag is onze minister van Economische Zaken en Klimaat. De bekendmaking van de vergunning is tevens een verantwoordelijkheid van de minister. De verklaring van geen bedenkingen maakt onderdeel uit van de vergunning. De kennisgeving van de vergunning zal in de Nederlandse Staatscourant verschijnen. Deze officiële bekendmaking is te raadplegen via www.officielebekendmakingen.nl. Het ontwerpbesluit en verklaring van geen bedenkingen zullen gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Dit dient te gebeuren op een locatie in de gemeente waar het project gelegen is. Waarschijnlijk, dit moet nog afgestemd worden met het ministerie, zal dit het gemeentehuis in Heerlen worden. Van de vergunning wordt ook mededeling gedaan op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Evaluatie N.v.t. Planning, procedure en uitvoering Voor de verlening van de verklaring van geen bedenkingen dient de uitgebreide uniforme voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht te worden gevolgd. Op het moment dat er geen zienswijzen worden ingediend geldt deze verklaring ook als definitief besluit. Voorts zal er een vergunning verleend moeten worden door de minister. Naar verwachting zal het project in juni starten. Bijlagen 1. De ruimtelijke onderbouwing d.d. 12 april 2023; 2.
B01 Ruon: Inrichting terrein tijdelijke situatie; 3. B02 Ruon: Inrichting terrein definitieve situatie; 4. B03 Ruon: Inrichting bovengrondse unit; 5. B04 Ruon: Verkennend bodemonderzoek; 6. B05 Ruon: Aanmeldnotitie m.e.r.; 7. B06 Ruon: Besluit MER; 8. B07 Ruon: Kwalitatieve risicoanalyse; 9. B08 Ruon: Toets stikstofdepositieberekening; 10. B09 Ruon: Quickscan flora en fauna; 11. B10 Ruon: Sonderingsonderzoek; 12. B11 Ruon: Infiltratieberekening. Burgemeester en wethouders van Heerlen, de gemeentesecretaris a.i. D. Huurdeman
de burgemeester, drs. R. Wever
Dit raadsvoorstel is digitaal ondertekend en daarom staan er geen handtekeningen onder.
Versie 2018/10
Pagina 8 van 8
raadsbesluit
De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 april 2023 registratienummer BWV-23002439; gezien het advies van de raadscommissie ; besluit:
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van
de griffier,
de voorzitter,
drs. T.W. Zwemmer
drs. R. Wever
Versie 2018/10