Raadsvoorstel begrotingswijziging en meerjaren GR KBL.pdf
Tekst van het document
Voorstel gemeenteraad
Vergadering:
gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:
Heerlen, 25 mei 2021 Onderwerp Zienswijze eerste begrotingswijziging 2021 en begroting 2022 inclusief meerjarenraming voor 2023 en 2024 GR Kredietbank Limburg
Registratienummer:
BWV-21001168 Agendapunt:
Inleiding/aanleiding De Kredietbank Limburg (KBL) is een gemeenschappelijke regeling (GR) die voor zes Zuid-Limburgse gemeenten (Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht en Sittard Geleen) schuldhulpverlening uitvoert en voorziet in de behoefte aan verantwoorde sociale kredietverlening. De KBL heeft op 12 april 2021 de volgende stukken aangeboden: de begrotingswijziging 2021, en; de ontwerpbegroting 2022 inclusief meerjarenraming voor 2023 en 2024. Conform de wet Gemeenschappelijke Regelingen wordt aan de raad gevraagd hierover hun zienswijze kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van KBL. Het bestuur voegt deze zienswijzen bij de begrotingswijziging en de ontwerpbegroting, die ter vaststelling voor de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur wordt geagendeerd. De vastgestelde begroting en meerjarenraming dienen voor 15 juli 2021 aan Gedeputeerde Staten van Limburg te zijn aangeboden. Hieronder volgt een samenvatting van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 inclusief meerjarenraming. In de paragraaf kosten en dekking staan de concrete financiële gevolgen voor onze gemeente en gemeentelijke begroting vermeld. Begrotingswijziging 2021 De primitieve begroting en de gewijzigde begroting 2021 sluiten beide met een bijdrage van de GR-gemeenten op € 0,-.
De totale baten en lasten van de begrotingswijziging zijn € 261.000,- lager dan de oorspronkelijke begroting. Dit komt doordat de oorspronkelijk ingeschatte groei van schulddienstverlening als gevolg van de coronacrisis nog niet in de voorspelde mate heeft plaatsgevonden begin 2021. Met onzekerheid rondom de gevolgen van Covid-19 hebben ook nog steeds te maken. Het aflopen van de steun- en herstelmaatregelen van het Rijk, evenals het weer (volledig) openen van inloopplekken voor financiële vragen zou kunnen resulteren in een toename aan schulddienstverlening, maar dat is nog onzeker. Hoewel in 2021 een aantal wijzigingen in landelijk beleid en wet- en regelgeving is doorgevoerd, is het effect en daadwerkelijke impact voor KBL daarvan op dit moment ook nog niet duidelijk zichtbaar. Met de begrotingswijziging wordt de begroting 2021 aangepast op deze situatie waarin nog geen overduidelijke toename aan schulddienstverlening te zien is. De begrotingswijziging is dus behoudend ingeschat.
Pagina 2 van 5 Begroting 2022 inclusief meerjarenraming voor 2023 en 2024 De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) en het Nibud verwachten dat de komende jaren grote groepen mensen in financiële problemen zullen komen1. Ook een onderzoek van Schuldenlab.nl en Deloitte2 laten zien dat de impact van de coronacrisis op de schuldenproblematiek substantieel is. In welke mate dit resulteert in een directe en forse stijging van schuldhulpverlening is nog niet volledig te voorspellen. Duidelijk is wel dat de komende jaren meer mensen schuldhulpverlening nodig zullen hebben. Bij de begroting 2022 is KBL daarom uitgegaan van de oorspronkelijk verwachte ontwikkeling voor 2021 met daarbovenop een toename aan dienstverlening die gelieerd is aan de coronacrisis. KBL heeft daarbij gebruik gemaakt van de minimale toename uit de prognose van het rapport van Schuldenlab.nl en Deloitte. Uitgaan van deze verwachting is voor KBL geen financieel risico, omdat opbrengsten toenemen als blijkt dat er meer dienstverlening nodig is. Voor gemeenten betekent dat, als meer moet worden bijgedragen door een toename aan hulpvragen, wel meer uitgaven voor schuldhulpverlening. Dat is een risico waarmee gemeenten rekening moeten houden in de gemeentelijke begroting 2022 en meerjarenraming.
Daarnaast is de meerjarenbegroting KBL 2022-2024 opgebouwd conform het overzicht Dienstverlening, KBL 2.0 Anders Denken Anders Doen. In de loop van 2021 gaat KBL op basis van geüniformeerde werkprocessen verder werken aan een kostendekkend tarief per vorm van dienstverlening. De impact hiervan op de bijdragen van gemeenten is op dit moment nog niet concreet en daarmee ook nog niet te kwantificeren. Deze omslag zal in 2023 zichtbaar zijn. De dienstverlening van KBL is onderdeel van ons gemeentelijk schuldenbeleid. In een raadsinformatiebrief (RIB) geven wij u graag met de eerste raadsvergadering na het zomerreces een bredere toelichting op de ontwikkeling van schuldhulpverlening. Daarin duiden we onze inzet en initiatieven, de (financiële) resultaten daarvan in de eerste helft van 2021 en de impact van de coronacrisis op dit gebied. Kader Sociaal Domein: Schuldhulpverlening Kernthema: Volwassenen maatwerkvoorzieningen Bevoegdheid Raad: Op grond van artikel 35 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, moeten begrotingen (en begrotingswijzigingen) worden voorgelegd aan de gemeenteraad, zodat deze zijn zienswijze hierover aan het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling kenbaar kan maken.
https://jaarverslag.nvvk.eu/2019/corona/index.html https://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/nl/Documents/about-deloitte/deloitte-nl-difschuldenlabnl-report-nl.pdf 1 2
Versie 2018/10
Pagina 3 van 5 Voorstel 1. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2021 van GR Kredietbank Limburg. 2. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de begroting 2022 inclusief meerjarenraming voor 2023 en 2024 van GR Kredietbank Limburg. Argumenten 1.1. De begrotingswijziging 2021 zorgt voor een sluitende begroting 2021 van GR KBL. Sinds 2019 wordt er met KBL niet meer gewerkt met dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). In plaats daarvan bestaat er een voorschotfinanciering, gebaseerd op de realisatie, trends en ontwikkelingen. Aan het einde van het jaar vindt een eindafrekening plaats op basis van feitelijke realisatie. Het afstemmen en bijstellen n.a.v. de signalering van ontwikkelingen om een sluitende begroting te houden, past hierbij. 2.1. In de begroting 2022, inclusief meerjarenbegroting voor 2023 en 2024, is rekening gehouden met een noodzakelijke stijging van het aantal hulpvragen. De minimale stijging van de schulddienstverlening waarmee rekening wordt gehouden, is gebaseerd op een landelijk gedragen prognose. Dat er een stijging zal plaatsvinden is vrijwel zeker. De mate waarin de stijging zal ontwikkelen, is daarentegen hoogst onzeker en afhankelijk van veel verschillende factoren. Rekening houden met een minimale voorspelde toename aan dienstverlening voor 2022 e.v. is daarom noodzakelijk.
Tegenargumenten en risico’s 1.1 Vanwege onzekerheid rondom de ontwikkeling van schuldhulpverlening, ontstaat met verlaging van bijdragen via de begrotingswijziging mogelijk later een exploitatietekort. In de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg (art. 30 lid 4) is afgesproken dat een tekort dat niet uit de reserve kan worden betaald door de GR-gemeenten wordt vergoed. Ultimo 2020 beschikt KBL niet over eigen reserves (weerstandsvermogen) om eventuele negatieve exploitatieresultaten te kunnen opvangen. De verdeling van het tekort over de GR-gemeenten is geregeld in artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg: de helft op basis van het inwonersaantal en de andere helft op basis van het aandeel in de kredietportefeuille per gemeente. Bij een te laag vastgestelde begroting zal deze verdeelsleutel het Heerlense aandeel van het tekort bepalen. Kosten en dekking 1e begrotingswijziging 2021 In onderstaande tabel wordt de impact aangegeven van de 1e begrotingswijziging van KBL op onze forecast 2021:
Huidige bijdrage aan KBL opgenomen in onze begroting (incl. bewindvoering). Bijdrage cf. 1e begrotingswijziging KBL Financieel effect / forecast
2021 € 1.906.000 € 1.869.000 € 37.000
Het positieve financiële effect van deze 1e begrotingswijziging van KBL wordt verwerkt in de forecast van de zomernota 2021.
Versie 2018/10
Pagina 4 van 5 Begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2024 In onderstaande tabel wordt de financiële impact aangegeven van de begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2024 van KBL op onze begroting:
Huidige bijdrage aan KBL opgenomen in onze begroting en meerjarenraming Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2024 KBL Effect op onze begroting
2022 € 1.945.000
2023 € 1.986.000
2024 € 1.986.000
€ 2.133.000
€ 2.197.000
€ 2.263.000
-/- € 188.000
-/- € 211.000
-/- € 277.000
De financiële effecten van deze wijziging worden meegenomen in de kadernota 2022 / primitieve begroting 2022 en de meerjarenraming. Communicatie Het bestuur van de GR KBL wordt geïnformeerd over de zienswijze van de Raad. Evaluatie Evaluatie vindt plaats aan de hand van de vastgestelde P&C cyclus die via kwartaalevaluaties en reguliere planning- en control documenten van de gemeente worden verwerkt. Daarnaast worden zowel ambtelijk als bestuurlijk de resultaten van de Kredietbank gevolgd via de rapportagecyclus van de KBL aan het Dagelijks Bestuur. Planning, procedure en uitvoering Collegevergadering: 25 mei 2021 Commissie MF: 16 juni 2021 Raadsvergadering: 23 juni 2021 Nadat de Raad een besluit genomen heeft ten aanzien van dit voorstel zal dit besluit worden doorgeleid naar het Dagelijks Bestuur van WSP / WOZL. De goedgekeurde begroting en meerjarenraming wordt voor 15 juli 2021 aan Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg aangeboden. Bijlagen 1. Eerste begrotingswijziging 2021 GR KBL 2. Meerjarenbegroting 2022 – 2024 GR KBL 3. Jaarrekening 2020 (ter informatie) Burgemeester en wethouders van Heerlen, de gemeentesecretaris a.i. L. Schouterden
de burgemeester, drs. R. Wever
Dit voorstel is digitaal ondertekend en is daarom niet voorzien van handtekeningen.
Versie 2018/10
Pagina 5 van 5
raadsbesluit
De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021 registratienummer BWV-21001168; gezien het advies van de raadscommissie ; besluit:
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van
de griffier,
de voorzitter,
drs. T.W. Zwemmer
drs. R. Wever
Versie 2018/10