raadsvoorstel
Tekst van het document
Voorstel gemeenteraad
Heerlen, 20 februari 2024
Vergadering gemeenteraad
Onderwerp Beslissing op bezwaar Eurohandelsonderneming BV
Heerlen Vergaderdatum
Geachte leden van de raad,
27 maart 2024 Documentnummer -----Agendapunt
Inleiding/aanleiding U heeft op 27 september 2023 het verzoek van Eurohandelsonderneming BV (hierna: Eurohandelsonderneming) om het bestemmingsplan “Heerlerheide-Zuid” te wijzigen, afgewezen. Per brief van 5 oktober 2023 is Eurohandelsonderneming formeel in kennis gesteld van dit raadsbesluit met nummer BWV-23002679. Bij brief van 7 november 2023 heeft Eurohandelsonderneming -pro forma- bezwaar ingesteld tegen het besluit van de raad van 27 september 2023. Per brief van 22 november 2023 heeft Eurohandelsonderneming verzocht om een verlenging van de bezwaartermijn met 4 weken. Deze is haar toegekend. Bij brief van 3 januari 2024 (ontvangen op 4 januari 2024) zijn de gronden van bezwaar aangeleverd. Eurohandelsonderneming stelt in de kern dat het verzoek om herziening van het bestemmingsplan een principeverzoek betreft en geen formeel verzoek. Volgens Eurohandelsonderneming is het principeverzoek eigenstandig en zonder overleg door de gemeente gewijzigd in een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan. In verband daarmee is door haar zelfs een integriteitsmelding gedaan. Eurohandelsonderneming betoogt verder dat de Raad op 27 september 2023 onbevoegd een besluit op een "aanvraag" heeft genomen.
Bezwaargronden Concreet bracht Eurohandelsonderneming de volgende inhoudelijke bezwaargronden (cursief en onderstreept) naar voren. Onder iedere bezwaargrond geven wij onze reactie op die betreffende bezwaargrond weer. Bezwaargrond 1 Op 24 maart 2023 diende Eurohandelsonderneming een uitgebreid principeverzoek – genaamd masterplan – in, in het omgevingsloket onder de optie “vooroverleg”. Dit principeverzoek/ masterplan had volgens bezwaarmaker als doel: a. Een herinrichting van het terrein van Eurohandel mogelijk maken; b. Recht doen aan de afspraken uit de omgevingsvergunning uit 2010; c. Het realiseren van één hoofdgebouw waarin de functies winkel, administratie en kassa zouden worden gehuisvest.
Pagina 2 van 11
Bij het kwalificeren van een verzoek om een herziening van het bestemmingsplan waren er tot 31 december 2023 (i.v.m. de inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2024) afhankelijk van de aard en omvang van het verzoek om buitenplanse afwijking- twee routes voor behandeling van een dergelijk verzoek: 1. Een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan; 2. Een herziening van het bestemmingsplan conform de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Gelet op de aard en omvang van het verzoek om buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan, en het overleg1 dat de afgelopen jaren met Eurohandelsonderneming is gevoerd, kwalificeerden wij het verzoek als een verzoek om herziening van het bestemmingsplan conform de Wro; route 2. Bij een omgevingsvergunning op grond van de Wabo (route 1) waren er wettelijk vastgestelde formulieren voor het indienen van een conceptaanvraag (ook wel principeverzoek genoemd) en aanvraag om omgevingsvergunning. Die formulieren moesten ook via het daarvoor geëigende systeem (het digitale omgevingsloket, ook wel OLO genoemd) worden ingediend. Bij het verzoek om herziening van het bestemmingsplan zoals ingediend door Eurohandelsonderneming geldt echter dat er sprake is van een verzoek rechtstreeks op grond van de Wro (route 2).
In het kader van de Wro is níet verder vastgelegd welk type formulier gebruikt diende te worden voor het indienen van een verzoek om herziening van het bestemmingsplan. Ook was voor een verzoek om herziening van het bestemmingsplan op grond van de Wro niet vereist dat dit werd aangeleverd via het omgevingsloket. Verder spreekt de brief van 24 maart 2023 nadrukkelijk over een Masterplan, een herstructureringsplan en is er sprake van een ‘verzoek om een formele reactie voor het verlenen van medewerking aan een bestemmingsplanwijziging’. Een zogeheten Masterplan wordt binnen de ruimtelijke ordening gezien als een ruimtelijke strategie danwel gebiedsvisie op hoofdlijnen. Zo’n ruimtelijke strategie wordt gebruikt om ruimtelijke kaders vast te leggen waarbinnen concrete stedenbouwkundige plannen kunnen worden opgesteld. Omdat wij vanwege de aard en omvang van het verzoek om medewerking aan een bestemmingsplanwijziging enkel de mogelijkheid zagen om dit te beoordelen als een herziening van het bestemmingsplan op grond van de Wro besloten wij het verzoek als een formele aanvraag om bestemmingsplanwijziging te kwalificeren en in behandeling te nemen. Bij ruimtelijke procedures op grond van de Wro kan het in procedure brengen van een verzoek om herziening van een bestemmingsplan – als bedoeld in artikel 3.9 Wro – van het bestemmingsplan de behandeling op twee manieren verlopen:
1
Zie in dit verband de brief van 14 april 2022 aan Eurohandelsonderneming
Versie 2018/10
Pagina 3 van 11
a) De raad besluit het verzoek om herziening te honoreren. Volgend op een dergelijk besluit wordt de reguliere bestemmingsplanprocedure als bedoeld in artikel 3.8 Wro doorlopen. Het college van burgemeester en wethouders accordeert eerst een ontwerpbestemmingsplan waartegen door een ieder zienswijzen kunnen worden ingediend. De gemeenteraad besluit vervolgens over de wijze van afhandeling van de zienswijzen en de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de besluitvorming door achtereenvolgens het college en de gemeenteraad dient de inhoud van het bestemmingsplan te worden bepaald. In dat kader dienen ter onderbouwing in de regel naast een concept-bestemmingsplan tal van onderzoeken te worden uitgevoerd en in voorkomende gevallen dienen ook afspraken over bijvoorbeeld het kostenverhaal te worden gemaakt. b) De raad besluit het verzoek om herziening (vaststellen) van het bestemmingsplan op grond van artikel 3.9 Wro níet in procedure te brengen. Op die afwijzing zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) niet van toepassing; wel staat hier bezwaar en beroep conform het gestelde in de Awb tegen open.
Uit de hierboven geschetste systematiek van de Wro waarbij de raad allereerst beslist om een herziening (vaststelling) van het bestemmingsplan al dan niet in procedure te brengen, blijkt al dat een conceptinitiatief danwel Masterplan op hoofdlijnen voldoende kan zijn. De raad neemt namelijk eerst een besluit op de vraag of ze de herziening (vaststelling) van het bestemmingsplan wel of niet wenselijk achten. Pas op het moment dat duidelijk is dat een herziening (vaststelling) van een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht conform afdeling 3.4 van de Awb, is daaraan voorafgaand een verdere uitwerking van het plan noodzakelijk. Uit oogpunt van klantvriendelijkheid is het gelet op de vaak aanzienlijke kosten die gemoeid zijn met het uitvoeren van onderzoeken en het opstellen van allerlei plandocumenten doorgaans ongewenst dat verzoekers/ initiatiefnemers met onderzoeken/ plandocumenten aan de slag gaan alvorens duidelijkheid bestaat over de bereidheid tot herziening van het bestemmingsplan.
Bezwaargrond 2 Gelet op het voornemen tot handhaving dat daags na indiening op 28 maart 2023 werd verzonden aan Eurohandel, gevolgd door de handhavingsbesluiten van 11 juli 2023, had het college alle haast om het ingediende principeverzoek van tafel te krijgen. Dit blijkt uit het feit dat voornoemd principeverzoek van Eurohandel eigenstandig door c.q. namens het college in het omgevingsloket is gewijzigd tot een formele aanvraag voor de wijziging van het vigerend bestemmingsplan. Een en ander zonder daarvan Eurohandel in kennis te stellen, laat staan dat Eurohandel daarvoor toestemming heeft gegeven. Uit de documentatie van het omgevingsloket alsook het ingediende principeverzoek zelf volgt dat hetgeen Eurohandel heeft ingediend in het omgevingsloket op geen enkele wijze gekwalificeerd kon worden als een aan de Raad gerichte formele aanvraag om een besluit te nemen tot partiële herziening van het bestemmingsplan.
Versie 2018/10
Pagina 4 van 11
Allereerst geldt dat Eurohandelsonderneming al op 14 april 2022 per brief werd gewezen op het feit dat ‘er geen mogelijkheden meer zijn tot legalisatie, alle mogelijkheden ter plekke onderzocht zijn, en de locatie binnen 6 maanden in overeenstemming moest worden gebracht met het geldende bestemmingsplan’. Dat betekent dat Eurohandelsonderneming al bijna een jaar voorafgaand aan het versturen van de brief ‘voornemen tot handhaving’ op de hoogte was. Daarnaast heeft het college geen enkel juridisch belang bij het ‘haastig afhandelen van het verzoek’. Immers, ten aanzien van de handhavingsmogelijkheden op een locatie is enkel van belang of er sprake is van een zogeheten ‘concreet zicht op legalisatie’. Volgens vaste jurisprudentie moet er voor een concreet zicht op legalisatie een ontwerpbestemmingplan ter inzage zijn gelegd. Daarin moet het illegale gebruik legaal worden. Het voornemen om een ontwerp ter inzage te leggen dan wel een voorontwerp bestemmingsplan zijn niet voldoende. Met andere woorden: de kwalificatie van de aanvraag had geen enkele invloed op de handhavingsmogelijkheden ter plaatse.
Eurohandelsonderneming heeft naar aanleiding van haar verzoek van 24 maart 2024 door het volgen van de Wro-procedure meer “gekregen” dan bij de behandeling van een principeverzoek conform de kaders van de Wabo (waarbinnen dit verzoek gelet op de aard en omvang van het plan niet past): er is sprake van het door bezwaarmaker gevraagde formele besluit, dat bovendien genomen is door het hoogste orgaan, zijnde uw gemeenteraad. Tegen dat besluit op grond van artikel 3.9 van de Wro staat bezwaar en beroep open. Tegen een principebesluit is geen bezwaar en beroep mogelijk. Waar Eurohandelsonderneming stelt dat voor wat betreft de wijze van afhandeling van haar verzoek van 24 maart 2023 geen contact met haar werd opgenomen, geldt dat dit correct is. Het was wellicht passend geweest om dit wél te doen. Echter zoals ook blijkt uit de brief van 14 april 2022 was hier echter sprake van een complexe voorgeschiedenis. Die complexe voorgeschiedenis bestaat uit tal van door het college behandelde verplaatsings-/ uitbreidings-/ optimalisatieplannen. Daarnaast speelde nog mee dat Eurohandelsonderneming pretendeerde dat er sprake was van concrete toezeggingen. Er zou zijn toegezegd dat van handhaving zou worden afgezien en dat Eurohandelsonderneming zonder meer mag uitbreiden op de huidige locatie.
Uit onderzoek van onderstaande documenten bleek echter dat er geenszins sprake is van concrete ondubbelzinnige toezeggingen. a. verklaring A. Kerckhoffs 23 januari 2003; b. transcriptie commissievergadering 9 december 2014; c. transcriptie/notulen raadsvergadering 6 januari 2015; d. verslag d.d. 18 januari 2018 inzake gesprek op 30 november 2017; e. interne memo 24 juni 2020; f. verklaringen 4 oud-bestuurders gemeente Heerlen 14 september 2023. Met inachtneming van het bovenstaande, het ingediende Masterplan (gebiedsvisie op hoofdlijnen) én het verzoek van Eurohandelsonderneming om een ‘formele reactie voor het verlenen van medewerking aan een bestemmingsplanwijziging’ is het dan ook voor de hand liggend te noemen dat het verzoek van 24 maart 2023 ter besluitvorming aan het daartoe bevoegde bestuursorgaan (de gemeenteraad) werd voorgelegd.
Versie 2018/10
Pagina 5 van 11
Bezwaargrond 3 Het principeverzoek/ masterplan was verre van compleet om te dienen als ontvankelijke aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan. Zo ontbrak een plantoelichting met daarin een ruimtelijke onderbouwing en andere noodzakelijke randvoorwaarden en behoefde deze “aanvraag” op tal van punten een nadere aanvulling. Zoals al benoemd bij de beantwoording onder de eerste bezwaargrond geldt bij ruimtelijke procedures op grond van de Wro dat bij het in procedure brengen van een verzoek om herziening (vaststellen) van het bestemmingsplan de behandeling op twee manieren kan verlopen: a)
De raad besluit het verzoek om herziening te honoreren. Volgend op een dergelijk besluit wordt de reguliere bestemmingsplanprocedure als bedoeld in artikel 3.8 Wro doorlopen. Het college van burgemeester en wethouders accordeert eerst een ontwerpbestemmingsplan waartegen door een ieder zienswijzen kunnen worden ingediend. De gemeenteraad besluit vervolgens over de wijze van afhandeling van de zienswijzen en de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de besluitvorming door achtereenvolgens het college en de gemeenteraad dient de inhoud van het bestemmingsplan te worden bepaald. In dat kader dienen ter onderbouwing in de regel naast een concept-bestemmingsplan tal van onderzoeken te worden uitgevoerd en in voorkomende gevallen dienen ook afspraken over bijvoorbeeld het kostenverhaal te worden gemaakt.
b)
De raad besluit het verzoek om herziening (vaststellen) van het bestemmingsplan op grond van artikel 3.9 Wro níet in procedure te brengen. Op die afwijzing zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing; wel staat hier bezwaar en beroep conform het gestelde in de Awb tegen open.
Uit de hierboven geschetste systematiek van de Wro waarbij de raad allereerst beslist om een herziening (vaststelling) van het bestemmingsplan al dan niet in procedure te brengen, blijkt al dat een conceptinitiatief danwel Masterplan op hoofdlijnen voldoende kan zijn. De raad neemt namelijk eerst een besluit op de vraag of ze de herziening (vaststelling) van het bestemmingsplan wel of niet wenselijk achten. Pas op het moment dat duidelijk is dat een herziening (vaststelling) van een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht conform afdeling 3.4 van de Awb is daaraan voorafgaand een verdere uitwerking van het plan noodzakelijk.
Bezwaargrond 4 Eurohandelsonderneming maakte op 13 september 2023 tijdens de Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Leefomgeving gebruik van haar inspreekrecht om er nadrukkelijk op te wijzen dat er op geen enkele wijze sprake was van een formele aanvraag om een besluit tot wijziging van het bestemmingsplan te nemen, maar van een principeverzoek dat ter verdere uitwerking en verkenning van partijen diende. Daarmee had de raad volgens Eurohandelsonderneming geen bevoegdheid om te besluiten over de vaststelling of weigering tot vaststelling van een bestemmingsplan.
Versie 2018/10
Pagina 6 van 11
Zoals hierboven reeds uiteengezet is het door Eurohandelsonderneming gestelde onjuist. Voor het beoordelen van een verzoek als bedoeld in artikel 3.9 is het in het geheel niet noodzakelijk dat een concept-bestemmingsplan wordt overlegd. Sterker nog, het stelsel van de Wro gaat ervan uit – en is ook zo ingericht - dat na een positief besluit de reguliere bestemmingsplanprocedure zoals neergelegd in artikel 3.8 Wro wordt doorlopen.
Bezwaargrond 5 Eurohandelsonderneming stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is geweest van een aanvraag in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb voor een partiële wijziging van het bestemmingsplan Heerlerheide-Zuid. Te dien aanzien volgt volgens vaste jurisprudentie allereerst dat een ingediend verzoek slechts als een aanvraag kan worden gekwalificeerd, als dit verzoek gericht is aan het bevoegd gezag. Op geen enkele wijze volgt dat het ingediende verzoek tot vooroverleg gericht is aan de raad. Eurohandel heeft namelijk het college om vooroverleg verzocht aangaande het principeverzoek van het masterplan dat onder meer uitbreiding op de huidige locatie behelsde. Sterker nog, via het OLO kunnen ook geen aanvragen worden ingediend tot wijziging van het bestemmingsplan. Eurohandel verwijst in dit kader eveneens naar de Regeling Omgevingsrecht dat het wettelijk kader vormt voor het indienen van aanvragen in het OLO. Voor zover al sprake zou zijn van een aanvraag in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb, geldt dat middels het omgevingsloket alleen aanvragen kunnen worden ingediend die binnen de reikwijdte van de Wabo vallen. De Regeling omgevingsrecht stelt daaraan vervolgens de nodige indieningseisen. Een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan kwalificeert echter niet als zodanig en valt niet binnen het wettelijk kader van de Wabo.
Daarnaast geldt dat, indien en voor zover als sprake zou zijn geweest van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan (quod non), uw Raad gelet op artikel 3.9 Wro daarop binnen een termijn van acht weken had dienen te beslissen. En, voorts gelet op de incompleetheid van hetgeen Eurohandel had ingediend om te kunnen kwalificeren als aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan (zoals hiervoor reeds uiteengezet), de gelegenheid had moeten worden geboden aan Eurohandel om de aanvraag aan te vullen. Ten aanzien van het bevoegd bestuursorgaan geldt op grond van artikel 2:3, eerste lid van de Awb dat het bestuursorgaan geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, doorstuurt naar dat bestuursorgaan. Dat er enige tijd verstreek tussen het indienen van het verzoek van 24 maart 2024 en de voorbereiding ten behoeve van en behandeling door de raad, komt doordat de beoordeling van de geldende kaders in een ruimtelijke procedure niet heel zwart-wit zijn. Met andere woorden, er was tijd nodig om te kunnen komen tot een correcte kwalificatie van het ingediende verzoek om herziening van het bestemmingsplan. Juist omdat dit een groter plan bleek te zijn, dat ‘verpakt’ werd onder de noemer van een principeverzoek conform de kaders van de Wabo, nam die kwalificatie enige tijd in beslag.
Eurohandelsonderneming had die extra tijd die nodig was voor die kwalificatie kunnen voorkomen. Uit de bezwaargrond zoals opgenomen onder punt 5, blijkt immers dat Eurohandelsonderneming zich bewust was van het feit dat een verzoek om herziening van het bestemmingsplan niet via het omgevingsloket kan worden ingediend.
Versie 2018/10
Pagina 7 van 11
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State moet een besluit worden genomen binnen de termijn die daarvoor in de Wro is opgenomen. In artikel 3.9 Wro is een termijn opgenomen van 8 weken voor het weigeren van een aanvraag tot herziening van het bestemmingsplan. Tegen het niet tijdig nemen van een dergelijk besluit had Eurohandelsonderneming na een ingebrekestelling beroep kunnen instellen wegens niet tijdig beslissen. Die ingebrekestelling ontvingen wij niet gedurende de behandeling van het verzoek om herziening van het bestemmingsplan. Daarbij geldt de gemeente bij de behandeling van het verzoek om herziening van het bestemmingsplan – gelet op de lange voorgeschiedenis – zocht naar een aanvaardbaar compromis tussen enerzijds het belang van een snelle beslissing en anderzijds het belang van een gedegen voorbereiding.
Conclusie Op basis van hetgeen wij hierboven overwogen, komen wij tot de conclusie dat de raad in redelijkheid over kon gaan tot het besluit van 27 september 2023 om het verzoek van Eurohandelsonderneming om het bestemmingsplan “Heerlerheide-Zuid” te wijzigen, af te wijzen. Eurohandelsonderneming BV verkreeg met het raadsbesluit van 27 september 2023 meer duidelijkheid. Daarnaast verloor Eurohandelsonderneming geen opties met het raadsbesluit van 27 september 2023, immers: a. Eurohandelsonderneming handelt al jaren in strijd met het bestemmingsplan. Dat was vóór het raadsbesluit het geval, en is nu lopende het handhavingstraject nog steeds het geval. b. Eurohandelsonderneming kan op ieder moment een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan indienen. Die mogelijkheid stond vóór het raadsbesluit open, en staat nu nog steeds open; c. Eurohandelsonderneming was al jaren in overleg met het college zonder te weten hoe de gemeenteraad over wijziging van het bestemmingsplan (en handhaving daarvan) denkt. Na het raadsbesluit heeft Eurohandelsonderneming daar meer duidelijkheid over. d. Eurohandelsonderneming heeft met de behandeling van haar verzoek langs route 2 (conform de Wro) recht op transparant bezwaar en beroep met de daarvoor geldende termijnen.
Versie 2018/10
Pagina 8 van 11
Kader Programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing Wet ruimtelijke ordening Algemene wet bestuursrecht Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Kernthema: Ruimtelijke ordening
Bevoegdheid Raad
Voorstel 1. Het bezwaarschrift van Eurohandelsonderneming B.V. d.d. 7 november 2023, aangevuld 3 januari 2024, gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van Heerlen van 27 september 2023, verzonden 5 oktober 2023, om geen medewerking te verlenen aan het verzoek om het bestemmingsplan “Heerlerheide-Zuid” te wijzigen ongegrond te verklaren. 2. Niet over te gaan tot het toekennen van proceskostenvergoeding op grond van artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht.
Argumenten 1.1 Het door Eurohandelsonderneming B.V. ingediende verzoek is een formeel verzoek om herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.9 Wro. Omdat wij vanwege de aard en omvang van het verzoek om medewerking aan een bestemmingsplanwijziging enkel de mogelijkheid zagen om dit te beoordelen als een herziening van het bestemmingsplan op grond van de Wro besloten wij het verzoek als een formele aanvraag om bestemmingsplanwijziging te kwalificeren en in behandeling te nemen. Zie voor aanvullende argumentatie de inleiding/aanleiding van dit voorstel.
1.2
Het aanmerken van het verzoek van Eurohandelsonderneming B.V. als formeel verzoek om herziening en de lopende handhavingszaak zijn op zichzelf staande zaken. Eurohandelsonderneming was al bijna een jaar voorafgaand aan het versturen van de brief ‘voornemen tot handhaving’ op de hoogte was dat ‘er geen mogelijkheden meer zijn tot legalisatie, alle mogelijkheden ter plekke onderzocht zijn, en de locatie binnen zes maanden in overeenstemming moest worden gebracht met het geldende bestemmingsplan’. Daarnaast bestaat er van de zijde van gemeente (i.c. het college) geen enkel juridisch belang bij het ‘haastig afhandelen van het verzoek’. Immers, ten aanzien van de handhavingsmogelijkheden op een locatie is enkel van belang of er sprake is van een
Versie 2018/10
Pagina 9 van 11 zogeheten ‘concreet zicht op legalisatie’. Volgens vaste jurisprudentie moet er voor een concreet zicht op legalisatie een ontwerp-bestemmingplan ter inzage zijn gelegd. Daarin moet het illegale gebruik legaal worden. Het voornemen om een ontwerp ter inzage te leggen dan wel een voorontwerp bestemmingsplan zijn niet voldoende. Met andere woorden: de kwalificatie van de aanvraag had geen enkele invloed op de handhavingsmogelijkheden ter plaatse.
1.3
Het toezenden van een concept bestemmingsplan is geen vereiste bij een formeel verzoek ex artikel 3.9 Wro. Nergens is bepaald, noch is het een vereiste op grond van artikel 3.9 Wro of daartoe te herleiden regelingen of jurisprudentie dat een formeel verzoek om herziening van het bestemmingsplan vergezeld dient te gaan van een concept bestemmingsplan.
Tegenargumenten en risico’s 1.1 Juridisch risico: de rechter kwalificeert het verzoek om herziening van het bestemmingsplan niet als aanvraag om een herziening van het bestemmingsplan op grond van de Wro. Het raadsbesluit blijft dan in stand want het is niet onbevoegd genomen. De raad kan immers ook uit eigener beweging besluiten een bestemmingsplan te herzien. Wel dient als de rechter het verzoek van 24 maart 2023 niet als een verzoek om herziening van het bestemmingsplan kwalificeert, alsnog een besluit door het college worden genomen dat inhoudelijk vergelijkbaar zal zijn met het raadsvoorstel tot afwijzing van het verzoek om tot wijziging van het bestemmingsplan over te gaan. Voor de positie van Eurohandelsonderneming maakt dit materieelrechtelijk geen verschil.
Kosten en dekking Dit voorstel kent geen directe financiële gevolgen. Communicatie Eurohandelsonderneming wordt door toezending van de beslissing op bezwaar, geïnformeerd over de afhandeling van het bezwaarschrift.
Evaluatie N.v.t.
Planning, procedure en uitvoering Het besluit wordt bekend gemaakt door toezending aan de bezwaarmaker. Tegen dit besluit staat beroep open.
Versie 2018/10
Pagina 10 van 11
Bijlagen 1. Brief aan Eurohandelsonderneming van 14 april 2022 2. Besluit gemeenteraad “Afwijzing verzoek wijziging BP Heerlerheide-Zuid” 27 september 2023 (verzonden 5 oktober 2023) 3. Pro-forma bezwaar Eurohandelsonderneming - 7 november 2023 4. Verzoek verlengen termijn voor aanleveren gronden Eurohandelsonderneming – 22 november 2023 5. Aanvulling gronden van bezwaar Eurohandelsonderneming – 3 januari 2023
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Heerlen, de secretaris,
De burgemeester,
drs. V.N. Gosselink-Van Dijk
drs. R. Wever
Versie 2018/10
Pagina 11 van 11
raadsbesluit
De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. documentnummer ------; gezien het advies van de raadscommissie ;
besluit: Het bezwaarschrift van Eurohandelsonderneming B.V. d.d. 7 november 2023, aangevuld 3 januari 2024, gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van Heerlen van 27 september 2023, verzonden 5 oktober 2023, om geen medewerking te verlenen aan het verzoek om het bestemmingsplan “Heerlerheide-Zuid” te wijzigen ongegrond te verklaren.
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van 27 maart 2024
de griffier,
de voorzitter,
drs. T.W. Zwemmer
drs. R. Wever
Versie 2018/10