CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmaplan Duurzaamheid Heerlen

Commissie Economie, Bestuur en Financiën 12 november 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Programmaplan duurzaamheid12.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Openbare verlichting op LED

Zonne-akkers

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

Ruimtelijk afwegingskader

Verduurzaming zorginstellingen

Relatie PALET en regionaal woningmarktbeleid

Verduurzaming van scholen

PALET Sociale Woningvoorraad

Educatie scholen

Stroomversnelling Koopwoningen

Communicatie

Duurzame mobiliteit

Mijnwaterproject

en

Stimuleren opzet energiecoöperaties Warmtevisie en warmteplan

Onderzoekslijnen: elektriciteitaardgasnetwerk, biomassa

en

Via het programma duurzaamheid geeft Heerlen invulling aan de PALET-doelstelling. Het programma levert expertise en capaciteit aan de Parkstedelijke werkgroepen die de doelstelling van PALET en de RES Parkstad uitvoeren, monitoren en wanneer nodig bijstellen. Vanuit het programma wordt ook invulling gegeven aan de Ambtelijke overleggen duurzaamheid (AO duurzaamheid) bij Parkstad. Deze dienen ter voorbereiding op de bestuurscommissie duurzaamheid van Parkstad. Het programma is hiernaast verantwoordelijk voor de afstemming van de verschillende projecten binnen de interne organisatie die voortvloeien uit het PALET. Parkstad is verantwoordelijk voor de externe afstemming. Binnen de RES Parkstad wordt naast duurzame elektriciteitsproductie ook gewerkt aan onderzoek naar restwarmte van Chemelot, onderzoek naar het opzetten van een regionaal warmtebedrijf en het stimuleren van energieopslag. Hier wordt ook vanuit de RES Zuid-Limburg en de Provincie op ingezet. Via het programma duurzaamheid geeft Heerlen invulling aan de RES-doelstelling. Externe afstemming vindt vanuit de RES-organisatie plaats. Ook verduurzaming binnen de mobiliteitssector bij Parkstad wordt begeleid door de lijnorganisatie.

Circulair

Al enkele jaren bundelen de Parkstadgemeenten de krachten om de ontwikkeling van een circulaire economie te stimuleren. Hierbij is in de afgelopen jaren met name ingezet op circulair bouwen in de regio. Zo laten we met circulaire bouwprojecten als SUPERLOCAL, GTB Lab en Digital Deconstruction zien wat Parkstad op dit gebied in huis heeft. Daarnaast zijn in Parkstadverband ook belangrijke eerste stappen gezet met betrekking tot de verdere kennisontwikkeling rondom circulaire economie, verankering van circulariteit in agenda’s of beleid, het stimuleren van marktwerking en circulaire innovatie. Sinds 2021 is het thema Circulariteit toegevoegd aan de Bestuurscommissie Duurzaamheid. De Bestuurscommissie Duurzaamheid is op het moment van schrijven bezig met verschillende projecten gericht op circulariteit (zoals de

30

Verkenning groeifonds/Europees Centrum Circulair bouwen, Urban Mine Parkstad en het strategisch implementatieplan CEL4LIFE). Momenteel wordt bovendien gewerkt aan een Regionale Circulaire Economie Strategie Parkstad (CEstrategie Parkstad) en een Uitvoeringsprogramma Circulair Bouwen Parkstad (UVP CB Parkstad). Daarbij willen we de circulaire economie aanjagen en aan de slag gaan om samen innovatief en succesvol te zijn.1 Het huishoudelijk afval is samen met gemeenten uit Parkstad aanbesteed aan het regionale afvalverwerkingsbedrijf Rd4. Zo wordt controle gehouden over de verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen. In de samenwerking wordt er gekeken naar tussentijdse doelen en manieren waarop aan de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn kan worden voldaan. Enkele activiteiten die hieraan bijdragen zijn: •

Afval en grondstoffenscheiding en afvalvermindering;

•

hergebruik van producten via onder andere kringloophubs.

Tot slot zoeken de gemeenten in Parkstadverband elkaar op om te kijken naar mogelijkheden rondom circulair inkopen. De gemeenten herkennen de gezamenlijke opgave waar zij voor staan en zien kansen voor een (concept)kennisprogramma circulair inkopen dat gedeeld wordt onder alle gemeenten.

Dit

geldt

ook

voor

het

in

beeld

brengen

van

grondstoffenketens,

ofwel

materialenflowcharts. Wij zien kansen om hierin de samenwerking op te zoeken en ketens in beeld te brengen ten behoeve van een circulaire economie.

Klimaatadaptatie

In de Regionale Klimaatadaptatiestrategie Parkstad Limburg, opgesteld in samenwerking met Waterschap Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg, is door de gemeenten samengewerkt om de effecten van klimaatverandering voor de regio te duiden. Ook is de ambitie vastgelegd om de regio Parkstad Limburg zo in te richten dat de regio leefbaar blijft en in staat is om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast zijn in het regionaal Actieprogramma Klimaatadaptatie Parkstad Limburg de ambities vertaald naar concrete doelstellingen, acties en maatregelen die gezamenlijk opgepakt worden.

4.3 WoonWijzerWinkel Limburg De WoonWijzerWinkel Limburg is het officiële Energieloket voor de zeven Parkstadgemeenten en is momenteel georganiseerd als B.V. in eigendom van deze zeven gemeenten. In de showroom kunnen inwoners zien en ervaren welke oplossingen er zijn op het gebied van duurzaam wonen. Adviseurs geven gericht advies over wat mogelijk is en wat de kosten en baten zijn. De WoonWijzerWinkel Limburg helpt de gemeenten met huis-aan-huisadvies. Op dit moment heeft de WoonWijzerWinkel ongeveer 100 energiecoaches in dienst die langs de deuren gaan als onderdeel van de aanpak tegen energiearmoede. Tijdens het bezoek aan de woning wordt advies gegeven aan de bewoners en worden kleinschalige duurzaamheidsmaatregelen toegepast.

1

Bekijk voor meer informatie https://parkstad-limburg.nl/circulaire-economie/

31

Daarnaast komt informatie over financiële regelingen en subsidies online beschikbaar via parkstadverduurzaamt.nl). Ook worden via het online platform en via de energie bespaarcoaches vouchers verstrekt en kunnen inwoners een box met energiebesparende producten bestellen.

Uitbreiding takenpakket Het voorstel is om de activiteiten van de WoonWijzerWinkel Limburg uit te breiden om als onderdeel van de warmtetransitie woningen in Parkstad zo goed mogelijk te isoleren, energiearmoede actief tegen te gaan, maatschappelijk vastgoed te verduurzamen, bedrijven te helpen om te verduurzamen en om communicatie naar burgers toe te intensiveren. Hierover moet nog een besluit genomen worden en afstemming plaatsvinden met de activiteiten beschreven onder PALET. De coördinatie en aansturing van de projecten moet nog nader worden vormgegeven. Hierbij moet worden besloten in hoeverre de taken van Heerlen worden overgedragen aan de WoonWijzerWinkel (en het daarmee een zekere mate van autonomie krijgt om regie op de opgave te voeren) en/of dat de WoonWijzerWinkel specifieke en vast omschreven opdrachten krijgt vanuit het programma. Indien er bestuurlijke goedkeuring is, zal de WoonWijzerWinkel de komende periode de volgende activiteiten namens de regio ondernemen2: •

Uitvoering van isolatie- en verduurzamingsprogramma (IVP). •

Het isolatie- en verduurzamingsprogramma vergt naast beleid vooral ook operationele coördinatie en een uitvoeringsorganisatie. Hoewel gemeentelijke taken uit het IVP worden uitgevoerd binnen het Programma Duurzaamheid, wordt hier in de toekomst vanuit de WoonWijzerWinkel ondersteuning aan gegeven. Zo kan de collectieve inkoop van materialen en het uitvoerend personeel georganiseerd worden en de wijkaanpak worden gecoördineerd. De huidige energiecoaches zullen dan ook voor een brede algemene wijkaanpak ingezet worden.

•

Aanpak van energiearmoede & energierechtvaardigheid. •

Naast inzet van energiecoaches voor verduurzamingsmaatregelen gericht op de korte termijn, vergt het bestrijden van energiearmoede ook een integrale aanpak voor de middellange termijn. Hiervoor wordt binnen de WoonWijzerWinkel iemand aangesteld.

•

Verduurzamen van maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed. •

Een belangrijk speerpunt van PALET is het verduurzamen van maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed. Afgelopen jaren is er op regionaal niveau geen eenduidig beleid geformuleerd om op dit terrein een verduurzamingsslag te maken. Wel is onderzoek verricht naar het verduurzamen van gemeentelijke gebouwen en scholen. Een gebrek aan capaciteit heeft ertoe geleid dat er geen vervolg aan dit onderzoek en de uitvoering is gegeven, terwijl zowel op ecologisch als maatschappelijk vlak veel winst valt te behalen op dit terrein. Voorgesteld wordt dan ook om de WoonWijzerWinkel in te zetten om op dit terrein actie te ondernemen.

•

Verduurzamen van bedrijven. •

Er is tot nu toe een relatief beperkt ondersteuningsaanbod voor het verduurzamen van bedrijven. De WoonWijzerWinkel Limburg is geschikt om als energieloket ook het MKB te ondersteunen op het gebied van verduurzaming.

•

Verdere ontwikkeling van parkstadverduurzaamt.nl •

Met parkstadverduurzaamt.nl kunnen Parkstadgemeenten een centrale pagina vormgeven waar burgers terecht kunnen voor informatie, advies en hulp op het gebied van verduurzaming. Afhankelijk van hun persoonlijke situatie kunnen burgers op deze pagina

2

Toelichting per activiteit uit ‘Plan van Aanpak Regionale Uitvoeringskracht PALET’.

32

overzichtelijk en gericht informatie vinden en zien waar zij terecht kunnen voor advies. De website heerlenverduurzaamt.nl zal worden gekoppeld aan dit platform. •

Versterking van het Energieloket. •

Uitbreiding van het takenpakket van de WoonWijzerWinkel zal ook voor meer drukte in de winkel zorgen en meer specialistische kennis vergen.

33

5. Organisatie & verantwoording Het programma heeft een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en expertise. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de organisatiestructuur en de verantwoordingsmechanismen die van toepassing zijn binnen het Programma Duurzaamheid van de gemeente Heerlen. Op de volgende pagina is een organogram opgenomen van het programma (zie Figuur 5).

Programmamanager, programmateam en werkgroepen Het programma beschikt zelf niet over ‘eigen’ personeel en maakt gebruik van personele invulling vanuit verschillende teams. Momenteel wordt de bezetting van het programma geleverd vanuit Team Beleid Ruimte, Team Projecten, Team Beleid Economie en de Bestuursdienst. Dit kan in de toekomst wijzigen. Om de coördinatie en uitvoering van het Programma Duurzaamheid in goede banen te leiden, is een programmamanager aangesteld. De programmamanager is verantwoordelijk voor het overzien van het gehele programma, het aansturen van het programmateam en het bewaken van de voortgang en resultaten. Daarnaast draagt de programmamanager zorg voor het creëren van de brugfunctie met andere kerntaken die niet onder het programma vallen, zowel intern als extern. Het programmateam bestaat uit verschillende leden met diverse expertisegebieden gevoed vanuit de eerder in dit document genoemde drie pijlers. Het programmateam is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en implementeren van projecten, activiteiten en initiatieven die binnen het programma vallen. Iedere pijler heeft zijn eigen werkgroep. De deelnemers bestaan uit de adviseurs en projectleiders van de afzonderlijke projecten, activiteiten en initiatieven, de trekker van iedere pijler (zie hieronder) en de programmamanager.

De werkgroep die gelinieerd is aan het thema energietransitie is de meest omvangrijke. Afhankelijk van de ontwikkelingen, de voorgang van de activiteiten, projecten en initiatieven die binnen dit thema vallen, kan deze pijler gedurende de looptijd van het programmaplan opgedeeld worden in meerdere werkgroepen, trekkers en liaisons.

Trekkers en liaisons Om de focus en expertise op de pijlers van het programma te waarborgen, worden binnen het programmateam drie trekkers aangesteld. Elke trekker draagt de verantwoordelijkheid voor zijn of haar pijler. Zij fungeren als ‘linking pin’ tussen de programmamanager en de werkzaamheden binnen de thema’s onder iedere pijler. De trekkers borgen de overkoepelende aanpak en de integraliteit van de inzet binnen zijn of haar pijler. Daarnaast is de trekker de voorzitter van de werkgroep. De adviseurs en projectleiders blijven verantwoordelijk voor hun eigen projecten. In sommige gevallen hebben de trekkers ook een inhoudelijke rol en zijn ze verantwoordelijk voor individuele activiteiten, projecten en initiatieven. De trekkers zijn dus niet verantwoordelijk voor alle individuele activiteiten/projecten die binnen het thema vallen. Sommige leden van het programmateam of de werkgroepen hebben naast hun rol binnen het team en de werkgroep ook een (informele) liaisonfunctie. Dit betekent dat zij een brugfunctie vervullen

34

tussen het Programma Duurzaamheid en andere kerntaken van de gemeente Heerlen of regionale activiteiten. Deze liaisonleden zijn betrokken bij onderwerpen zoals mobiliteit, water en afvalbeheer, en dragen bij aan de integratie van duurzaamheidsprincipes in de organisatie. Deze voorbeelden zijn niet limitatief. Deze liaisonfunctie verzekert dat het programma verbonden blijft met andere domeinen en activiteiten buiten de directe scope van het programma.

Verantwoording De

programmamanager

is

verantwoordelijk

voor

het

rapporteren

aan

het

bestuursteam

duurzaamheid over de voortgang van het programma en de behaalde resultaten. Daarnaast biedt de jaarlijkse planning en control cyclus van de gemeente ruimte om over de voortgang van het programma en de behaalde resultaten te rapporteren en de focus en activiteiten van het volgende jaar te bepalen. Zodoende kan bijsturing van het programmaplan plaatsvinden en opnieuw gekeken worden naar de allocatie van mensen en middelen.

Figuur 5: Organogram Programma Duurzaamheid.

6.

Financiën

6.1 Begroting van het Programma Duurzaamheid Er zijn binnen de begroting 2024 middelen gealloceerd om activiteiten uit het programma voor de periode 2024 uit te kunnen voeren.

Tabel 4: Incidentele begroting Programma Duurzaamheid 2024

Thema

Kosten 2024

Algemene kosten

€ 120.000

Energietransitie

€ 381.450

Circulaire economie

€ 340.000

Klimaatadaptatie

€ 30.000

Totaal (excl. BTW)

€ 751.450

Voor de jaren 2025 t/m 2027 zijn er nog geen incidentele of structurele middelen in de begroting opgenomen. Het programma heeft hier wel een begroting voor opgesteld. Tabel geeft inzicht in de geraamde middelen voor de periode 2025 t/m 2027.

Tabel 5: Begroting voor de periode 2025 - 2027

kosten Thema

2025

2026

2027

Totaal

Algemene kosten

€ 263.000

€ 263.000

€ 263.000

€ 789.000

Energietransitie*

€ 684.300

€ 537.300

€ 537.300

€ 1.758.900

Circulaire economie

€ 285.000

€ 285.000

€ 285.000

€ 855.000

Klimaatadaptatie

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 90.000

Totaal (excl. BTW)

€ 1.262.300

€ 1.115.300

€ 1.115.300

€ 3.492.900

*Is inclusief aanpak van 1 wijk per jaar (TVW en IVP) en kapitaalinleg voor energiebedrijf Parkstad.

Naast de incidentele begroting heeft het Programma Duurzaamheid hiervoor beschikking over onder andere de volgende middelen: •

€5,2 miljoen vanuit de CDOKE-middelen. Deze tijdelijke regeling ‘capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ is bedoeld voor extra personeel, het vergroten van kennis en om extra expertise in huis te halen voor de periode 2023 t/m 2025.

37

•

€4 miljoen vanuit de SpUk-middelen. Dit betreft een Specifieke Uitkering voor het tegengaan van energiearmoede in Heerlen (€1,7 miljoen) en in Heerlen-Noord (€2,3 miljoen).

•

€3,5 miljoen SpUk-middelen vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP, 1e en 2de tranche). Deze middelen zijn bestemd voor de lokale aanpak voor het isoleren en verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen die te maken hebben met energiearmoede. De middelen worden besteed binnen het isolatie- en verduurzamingsprogramma (IVP).

•

€ 6 ton SpUk-middelen vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmte transitie (SpUk NPLW). Het bedrag ondersteunt bij de efficiënte en doelmatige samenwerking ten behoeve van de uitvoering van de warmtetransitie.

Bovenstaande opsomming van aanvullende middelen is een momentopname met peildatum april 2024. Deze aanvullende middelen zijn deel van het Programma Duurzaamheid, maar maken geen deel uit van de incidentele begroting 2024. Ook maken ze geen deel uit van de meerjarenraming 2025 - 2027. Bestaande personele lasten zijn geen onderdeel van de incidentele begroting of de meerjarenraming. Deze vallen of onder CDOKE-middelen (incidenteel), of onder de algemene middelen van de gemeentelijke begroting. Mogelijkerwijs zullen de komende perioden nog aanvullende subsidiemogelijkheden zijn die een bijdrage kunnen leveren aan de opgaven van het Programma Duurzaamheid.

38

7. Monitoring 7.1 Monitoring vindt plaats op basis van de resultaten

Het Programma Duurzaamheid is opgebouwd volgens de uitgangspunten van opgavegericht werken. De duurzaamheidsopgave en onze ambities hierin staan centraal. Op basis van enerzijds onze ambities en anderzijds onze beschikbare capaciteit en middelen definiëren wij resultaten waarmee wij hier een maximale bijdrage aan kunnen leveren. Monitoring

is

van

essentieel

belang

om

de

voortgang

en

impact

van

onze

duurzaamheidsinspanningen te meten. Omdat de opgave een hoge dynamiek kent, is het van belang om op basis van de monitoring bij te sturen. Dit betekent dat wij onze inzet periodiek heroverwegen (middels de jaarplannen). Wij kiezen ervoor om de monitoring te richten op het behalen van onze eigen resultaten (output) en niet op de voortgang van de gehele maatschappelijke opgave (dus of we onze ambities behalen). Dit is een bewuste keuze om de monitoring overzichtelijk en behapbaar te houden. We willen hands-on aan de slag gaan, focus leggen op directe sturing en minder tijd besteden aan administratieve taken. Zo neemt de monitoring niet teveel tijd en middelen in beslag, wat ten koste zou gaan van onze daadwerkelijke bijdragen aan de duurzaamheidsopgave. Gelet op het feit dat de resultaten in dit programmaplan output-gedreven zijn geformuleerd, is het monitoren hiervan een efficiënte manier om onze voortgang te meten en de inzet van middelen te optimaliseren. Daarnaast is hierdoor direct inzichtelijk of het programma voldoende levert. Deze keuze kent ook nadelen. Het behalen van onze resultaten betekent niet automatisch dat onze duurzaamheidsambities ook dichterbij komen. Externe ontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan de voortgang die externe partijen al dan niet boeken of een nieuwe energiecrisis, hebben hier namelijk een sterke invloed op.

Wij gaan daarom de komende periode verkennen of ook aanvullend op de voortgang van de opgaven zelf gemonitord kan worden. Hierbij maken we een afweging tussen de kosten van deze monitoring (mensen en middelen) en de meerwaarde voor het programma. Het zorgvuldig kiezen van passende KPI’s die enerzijds een goed beeld geven van de voortgang binnen de opgave of thema’s en anderzijds praktisch meetbaar zijn, vormen hierbij een belangrijke succesfactor.

39

Bijlage 1. Begrippenlijst Begrip

Definitie

Circulair (100% 2050)

Een circulaire economie is een economie waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en er nauwelijks afval bestaat1.

Circulair bouwen en slopen

Bij circulair bouwen ligt de nadruk op het ontwerpen en bouwen van gebouwen met duurzame materialen en modulaire ontwerpen om de levensduur van materialen te verlengen. Circulair slopen omvat het zorgvuldig ontmantelen van gebouwen om materialen te behouden en te recyclen, en het minimaliseren van milieu-impact tijdens sloopactiviteiten. Beide benaderingen dragen bij aan een meer circulaire economie en verminderen de ecologische voetafdruk van de bouwsector.

CO2-reductie

De vermindering van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide. Wij kijken binnen het Programma Duurzaamheid ook naar de reductie van andere broeikasgassen zoals methaan en distikstofoxide. Feitelijk betreft het dus CO2reductie, waarbij andere broeikasgassen ook meetellen.

CDOKE-middelen

CDOKE staat voor tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid. Een gemeente of provincie konden deze uitkering aanvragen voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid.

Energiearmoede

We spreken van energiearmoede als een huishouden te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening of een woning van (zeer) slechte energetische kwaliteit2.

Energieloket

Een energieloket is een informatie- en adviesdienst, vaak in opdracht van gemeenten, om mensen en bedrijven te voorzien van informatie en begeleiding met betrekking tot energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen.

Energiemaatregen

Maatregelen voor het verminderen van energieverbruik, zoals isoleren of het plaatsen van duurzame installaties, zoals een warmtepomp.

40

Begrip

Definitie

Energieneutraal

Er wordt op jaarbasis evenveel energie in de regio opgewekt als verbruikt.

Energierechtvaardigheid

Uiteindelijk leeft niemand meer in energiearmoede en worden de voor- en nadelen van de energietransitie zo verdeeld dat iedereen kan meedoen en meekomen.

Energietransitie

De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen3.

Hittestress

Hittestress verwijst naar de overmatige ophoping van warmte in stedelijke gebieden als gevolg van menselijke activiteiten, bebouwing en beperkte groenvoorzieningen. Dit kan leiden tot aanzienlijk hogere temperaturen in vergelijking met omliggende landelijke gebieden en kan nadelige effecten hebben op de gezondheid, het welzijn en de leefbaarheid van stedelijke gemeenschappen. Hittestress is ook gerelateerd aan de gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturen en luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren. Vooral kwetsbare groepen, zoals oudere mensen, jongere kinderen en mensen met onderliggende gezondheidsaandoeningen zijn hier gevoelig voor.4

Isolatie & Verduurzamingsprogramma

Het Isolatie- en Verduurzamingsprogramma (IVP) is erop gericht om binnen gebieden met veel energiearmoede het isolatieniveau van de minst geïsoleerde koopwoningen in Parkstad te verbeteren. Het IVP beschrijft welke regelingen en activiteiten er de komende jaren voor verschillende doelgroepen worden aangeboden. Het IVP sluit aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) om optimaal gebruik te maken van landelijke gelden en regelingen.

Klimaatadaptatie

De omgeving aanpassen ter voorbereiding op de gevolgen van het veranderende klimaat. Een voorbeeld hiervan is de stad voorzien van meer groen zodat deze minder opwarmt tijdens periodes van extreme hitte.

Netcongestie

Als gevolg van de energietransitie vindt er een snelle groei van zowel vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk plaats. Hier is het elektriciteitsnetwerk niet op ontworpen. Om overbelasting te voorkomen kunnen nieuwe vragers of aanbieders van elektriciteit daarom (tijdelijk) geen elektriciteitsaansluiting verkrijgen. Dit wordt netcongestie genoemd.

41

Begrip

Definitie

SpUk-middelen

SpUk staat voor Specifieke Uitkering. Dit zijn gelden die gemeenten kunnen aanvragen voor het uitvoeren van specifiek beleid. De Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie is bijvoorbeeld bedoeld voor het opzetten van een isolatieprogramma voor koopwoningen.

Transitievisie Warmte

De Transitievisie Warmte is een strategisch beleidsdocument. Het vormt de eerste schakel in de stappen binnen de wijkgerichte aanpak. In de Transitievisie Warmte nemen gemeenten de richting voor de verduurzaming van wijken op. De Transitievisie Warmte zal met het Wgiw wetsvoorstel komen te gelden als een verplicht programma onder de Omgevingswet, genaamd het warmteprogramma. Hierin maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: Wanneer kunnen welke gebieden van het aardgas worden afgekoppeld of worden verduurzaamd? En voor de gebieden die op basis van de transitievisies warmte van 2021 voor 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook de mogelijke warmtealternatieven inzichtelijk. Vervolgens kan per gebied de uitvoering naar aardgasvrij samen met de gebouweigenaren, huurders, netbeheerder en het warmtebedrijf worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan.

1

Warmtetransitie

De warmtetransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzamere en klimaatvriendelijke methoden voor verwarming van gebouwen en processen, zoals de aanleg van warmtenetten.

Wijkuitvoeringsplan of Uitvoeringsplan

De Transitievisie Warmte kan worden geconcretiseerd in een uitvoeringsplan voor een wijk of gebied. Het uitvoeringsplan is een belangrijke onderbouwing voor de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de energietransitie in de gebouwde omgeving. De gemeente stelt in samenspraak met bewoners, gebouweigenaren, netbeheerders en andere stakeholders een uitvoeringsplan op. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente in het uitvoeringsplan beschrijft welke alternatieve energievoorziening er in de wijk gekozen wordt en wanneer de wijk (op termijn) van het aardgas af gaat.

Rijksoverheid 2 TNO 3 CBS 4 GGD

42

Bijlage 2. Activiteiten die ook bijdragen aan duurzaamheid Zoals in hoofdstuk 1 vermeld, draagt de gemeente ook buiten het programma om bij aan de duurzaamheidsopgave. Het programma heeft dan ook relaties met andere afdelingen binnen de gemeente, met PALET en de RES, en stemt hier actief mee af. Ook zijn er enkele thema’s en activiteiten uit het voormalige Programma Duurzaamheid, die er nu niet meer onder vallen. Dit betekent niet dat deze thema’s en activiteiten niet meer door de gemeente worden opgepakt, maar dit gebeurt nu buiten het programma (bijvoorbeeld binnen de lijn of in regionaal verband). Onderstaand is een overzicht opgenomen met deze andere activiteiten van de gemeente. Het overzicht is niet limitatief. De onderwerpen met een * zijn activiteiten die onderdeel waren van het vorige Programma Duurzaamheid.

Energietransitie: •

Verduurzaming mobiliteit

•

Verduurzaming bedrijfsleven

•

Verduurzaming van het eigen gemeentelijk vastgoed*

•

Prestatieafspraken met de woningcorporaties

•

Activiteiten van de Omgevingsdienst m.b.t. de energietransitie (zoals toezicht en handhaving)

Circulaire economie •

Afval wettelijke taken*

•

Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI)*

o

Via regionaal verband: Afvalverwerker RD4

Klimaatadaptatie •

Droge voeten* (klimaatbestendig maken van het watersysteem en de hemelwaterafvoer)

•

Groenbeleid* (o.a. gericht op het stimuleren van biodiversiteit en meer groen).

Overig/overkoepelend •

Duurzame landbouw en landgebruik

•

Dierenwelzijn*

•

Gezondheid

•

Milieubeleid (geluid, lucht, water, bodem)

•

Sociaal domein m.b.t. aanpak energiearmoede

•

Ruimtelijke ordening m.b.t. duurzaamheid

•

Economie m.b.t. groene banen en circulaire ecosystemen

43

Bijlage 3. Projectsheets Voor ieder project en activiteit genoemd in dit programmaplan wordt voorafgaand aan de start een projectsheet gemaakt. Van de lopende projecten en activiteiten zijn de projectsheets separaat van het hoofdrapport opgenomen. Voorbeeld van een projectsheet:

44

Het nieuwe Programmaplan Duurzaamheid van de gemeente Heerlen is tot stand gekomen mede dankzij een samenwerking met Berenschot. Er zijn constructieve gesprekken en werksessies georganiseerd met de betrokken ambtenaren om een gezamenlijk beeld te krijgen van de inhoud van het programmaplan. Ook is in het proces het college en de gemeenteraad geïnformeerd. Deze gezamenlijke inspanning heeft geleid tot een robuust en goed doordacht duurzaamheidsprogramma dat de ambities van Heerlen weerspiegelt en gericht is op een duurzame toekomst voor onze gemeenschap.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA 030 2 916 916 www.berenschot.nl

UTRECHT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=6565bd2f-4c39-4820-a4c9-cd72c65a65a3