CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

P04019_Schinkelkwadrant Noord_Bijlagen bij toelichting_

Raadsvergadering . (video) 30 oktober 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Noord'28.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Schinkelkwadrant Noord

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

4

Bijlage 2

Aanmeldnotitie m.e.r.

18

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeer

32

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek industrielawaai

69

Bijlage 5

Watertoets

120

Bijlage 6

Bodemonderzoek

127

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

165

Bijlage 8

Vervolgonderzoek vleermuizen

182

Bijlage 9

Stikstofdepositieberekening

199

Bijlage 10

Quickscan externe veiligheid

240

Bijlage 11

Verantwoording groepsrisico

255

Bijlage 12

Quickscan bedrijven en milieuzonering

273

Bijlage 13

Archeologisch vooronderzoek

282

Bijlage 14

Windstudie

372

Bijlage 15

Bezonningsstudie

387

Bijlage 16

Nadere bezonningsstudie

410

bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord

2

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord

3

Bijlage 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord

4

advies

projectnaam Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

Inleiding

Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat

Aanleiding

gelijk worden gemaakt.1

datum 4 december 2023

Aan de Schinkelstraat in Heerlen zijn 108 appartementen en 16 grond-

projectnummer P04019

er sprake is van duurzaam ruimtegebruik.

opdrachtgever Kublo

Het functioneel gebruik van de gronden ten behoeve van de functie wo-

gebonden woningen beoogd. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking is onderzocht of het plan voorziet in een behoefte en of

niet méér dan 108 appartementen en 16 grondgebonden woningen mo-

Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

nen wordt door het vigerend bestemmingsplan “Cityplan Heerlen (2021)” niet toegestaan. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het perceel de

BRO projectleider

enkel bestemming ‘kantoor’ waarbinnen de gewenste functie wonen niet mogelijk is. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijzi-

FSi

ging van het bestemmingsplan noodzakelijk.

projectteam KtB

In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst.

Planinitiatief Initiatiefnemer is voornemens om in samenwerking met diverse partijen het gebied Schinkelkwadrant Noord in Heerlen te herontwikkelen. De herontwikkeling voorziet onder meer in de toevoeging van een groot aantal nieuwbouwwoningen en renovatie/ transformatie van bestaande woningen en commerciële voorzieningen in de plint van de Geerflat. De beoogde ontwikkeling voorziet in 108 appartementen en 16 grondgebonden woningen. De woningen behoren allemaal tot het betaalbare segment (goedkoop en middelduur). Het programma betreft 108 huurappartementen (Wonen Zuid) en 16 woningen waarvan nog niet duidelijk is of het huur of koop wordt (VOC). De ontwikkeling is geschikt voor ver-

Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

1

schillende doelgroepen, waaronder starters, senioren (in het appartementencomplex is een lift aanwezig) en gezinnen. In algemene zin is het programma geschikt voor lagere inkomensgroepen en middeninkomens. Tabel 1: beoogde woningbouwprogramma

Woningtype

Aantal

Appartementen (huur)

108

Grondgebonden woningen (huur / koop)

16

Totaal

124

Beoogd programma op 12 oktober 2022

1/13

Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging maximaal 108 appartementen en 16 grondgebonden woningen te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Voor het antwoord onderzoeken we zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar: 

Omgevingsvisie Limburg (2021)

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020)

Limburgse Woonmonitor (2021)

Plancapaciteitsmonitor Limburg (2021)

Dataportaal wonen en demografie (2021)

Structuurvisie wonen Zuid-Limburg (2016)

Beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021”

Figuur 2: Tekening initiatief (beoogd bestemmingsplan) Figuur 1: huidige bestemmingsplan

(2020) 

Regionale woonvisie Parkstad-Limburg (2022)

Regionale woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 20192022 (2019)

Structuurvisie Heerlen 2035 (2015)

Woonvisie Heerlen (2017)

Figuur 3: Locatie initiatief

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

Figuur 4: impressie initiatief

2/13

Toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking

Passend binnen beleidskaders

Sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling

Om voor de regionale behoefte te bouwen moeten de komende ja-

Het initiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de

ren voornamelijk levensloopgeschikte nultredenwoningen gebouwd

beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:

worden in de regio Parkstad. De benodigde segmenten zijn vooral

Het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid noemt dat er in

sociale huursegment, tussen sociale huur en circa 1.000 euro per

Zuid-Limburg een transformatieopgave ligt. Dit betekent dat er

maand, middenhuur en betaalbare koopwoningen tot circa 300.000

De realisatie van de woningen betreft een nieuwe stedelijke ontwikke-

vooral in kwalitatieve zin behoefte is aan nieuwe woningen. Uit-

ling. Dit blijkt uit het volgende:

gangspunt is dat toevoeging van woningen moet leiden tot vernieu-

1. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemming ‘kantoor’. Op basis van dit bestemmingsplan is wonen op de locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Besluit ruimtelijke ordening ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om 124 woningen te realiseren kan onder deze definitie worden geschaard.

euro. 

Heerlen heeft een eenzijdige woningvoorraad. Er is veel van het-

wing en een kwalitatieve aanvulling op de bestaande woningvoor-

zelfde met weinig kwaliteit en weinig uitstraling. Het behoefteonder-

raad. Het beleid zet in op een concentratie van nieuwe woningen

zoek voor de komende 10 jaar laat een trend zien waarbij Heerlen

binnen bestaand stedelijk gebied (herstructurering) rondom de ste-

niet groeit op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Nieuwe

delijke centra (Heerlen, Maastricht, Sittard). Daarnaast dienen wo-

woningen moeten derhalve kwaliteit en uitstraling brengen om voor

ningen voor alle inkomensgroepen toegankelijk te zijn. Het initiatief

de toekomst bestaansrecht te hebben. Het initiatief draagt bij aan

vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied van de gemeente

deze ambitie.

Heerlen en is geschikt voor lagere inkomens en middeninkomens. 

3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ont-

In de Structuurvisie wonen Zuid-Limburg is de ambitie uitgesproken om meer vraaggericht te bouwen. Een kwalitatieve opgave is ook

wikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 124 woningen, wordt het initiatief gekwalificeerd als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

Passend binnen behoefte ruimtelijk verzorgingsgebied

Kwantitatieve behoefte

het vernieuwen van de woningvoorraad. Dat betekent dat wordt in-

De ontwikkeling van maximaal 108 appartementen en 16 grondgebon-

gezet op vernieuwen en kwalitatief verbeteren van de bestaande

den woningen voorziet in beginsel niet in een kwantitatieve behoefte. Dit

woningvoorraad, onder meer door middel van herstructurering en

betekent echter niet dat er geen behoefte is aan het toevoegen van wo-

transformatie. Binnen Zuid-Limburg zijn er relevante verschillen tus-

ningen. Er is namelijk nadrukkelijk sprake van een kwalitatieve vraag(zie

sen stedelijke en landelijke gebieden in de vraag en aanbodverhou-

volgende paragraaf). 

Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is de relevante regio in

ding. Dit vraagt om een uitwerking in een programmering per ge-

beeld gebracht. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, ge-

meente. De beoogde ontwikkeling past bovendien binnen de beleidsregel

huishoudensontwikkeling dan eerdere provinciale prognoses, zowel

gaat het om gemeente Heerlen als primair verzorgingsgebied en regio

“Ruim baan voor goede woningbouwplannen”. Daarin wordt con-

Parkstad wordt uitgegaan van een huishoudensdaling van -3.345

Parkstad als secundair verzorgingsgebied.

creet benoemd dat er behoefte is aan sociale huurwoningen en wo-

(basisscenario) tot -450 (migratiescenario). Voor de gemeente Heer-

ningen voor middeninkomen, evenals woningen voor starters en se-

len wordt uitgegaan van een huishoudensdaling van -1.145 (basis-

definieerd op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek

Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige

voor de regio Parkstad als de gemeente Heerlen. Voor de regio

scenario) tot -120 (migratiescenario).

nioren. De beoogde ontwikkeling voorziet hierin. 

In de regionale woonvisie wordt tevens benadrukt dat iedereen in

onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 van

Parkstad een passende woning moet kunnen vinden. Daarbij is de

deze notitie.

komende jaren vooral behoefte aan levensloopgeschikte woningen, sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. De beoogde ontwik-

Recent regionaal behoefteonderzoek toont een minder negatieve

Eerdere prognoses van de provincie tonen zoals gezegd een iets negatiever beeld.

Door het dalende aantal huishoudens is er in beginsel geen kwantitatieve behoefte aan woningen. De plancapaciteit is bovendien vol-

keling geeft hier invulling aan.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

3/13

doende om invulling te geven aan de kwantitatieve behoefte. Dit be-

Door jongeren en zeker door ouderen worden voorzieningen op

Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestem-

tekent echter niet dat er geen behoefte is aan het toevoegen van

loop- en fietsafstand als zeer wenselijk ervaren. Het initiatief bevindt

ming ‘kantoor’. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie

woningen. Er is namelijk nadrukkelijk sprake van een kwalitatieve

zich direct naast het centrum, waardoor veel voorzieningen zeer

heeft.

vraag (zie volgende paragraaf).

goed bereikbaar zijn vanaf de locatie. 

Kwalitatieve behoefte realiseren, waarvan goedkope en middeldure huur en (mogelijk koop, voorziet in een kwalitatieve behoefte voor verschillende doelgroepen.

In de directe omgeving zijn bovendien uitsluitend stedelijke functies

Bovendien betreft de locatie een “rotte plek” in de gemeente Heer-

gelegen. Op de aangrenzende percelen zijn de bestemmingen cen-

len. Met deze herontwikkeling wordt de locatie getransformeerd tot

trum en gemengd vigerend.

een aantrekkelijke woonlocatie. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand

Het initiatief om 108 appartementen en 16 grondgebonden woningen te

Geen onaanvaardbare leegstandseffecten

De nadruk ligt daarbij op het toevoegen van huurwoningen.

Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 108

In de gemeente Heerlen en de woonregio Parkstad Limburg daalt

appartementen en 16 grondgebonden onaanvaardbare leegstandseffec-

het aantal inwoners sterker dan het aantal huishoudens. Dit resul-

ten zullen optreden. De kwalitatieve woningbehoefte is immers dusdanig

teert in meer één- of tweepersoonshuishoudens. De woningen die

groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft be-

passen bij deze huishoudens zijn kleinere woningen/appartementen.

staan voor het realiseren van nieuwe woningen. Bovendien heeft een

Het initiatief dat overwegend appartementen betreft geeft invulling

gezonde woningmarkt 2% leegstand volgens het Planbureau voor de

aan deze behoefte.

Leefomgeving. De gemeente Heerlen en de regio Zuid-Limburg hebben

Twee doelgroepen hebben het erg lastig om passende woonruimte

beide een woningleegstand van 3%. Dit is iets hoger dan de frictieleeg-

te vinden. Voor veel jongeren en starters is het lastig om een wo-

stand, maar nog altijd zeer beperkt. Gezien deze beperkte leegstand en

ning te kunnen kopen, ze komen niet snel in aanmerking voor een

de krapte op de woningmarkt is het reëel om te veronderstellen dat het

sociale huurwoning (onder meer door een te hoog inkomen). Tege-

effect van het beoogde initiatief beperkt zal zijn. Vooral aangezien het

lijkertijd is particuliere huur vaak te duur. Hierdoor kan deze doel-

initiatief inspeelt op de kwalitatieve vraag binnen de gemeente.

stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

groep geen passende woning vinden. De behoefte aan betaalbare woningen is groot. De overheid onderschrijft dit en de realisatie van 

dit segment wordt gestimuleerd.

Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied

Voor ouderen veranderen woonbehoeften als zij ouder worden. Ver-

Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mo-

der wil deze doelgroep graag zo lang mogelijk thuis blijven wonen.

gelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. In

Dit betekent dat de woning aangepast moet worden of zo gebouwd

artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het be-

dat de woning deze wensen kan faciliteren. De bouw van levensloopbestendige appartementen sluit aan op de behoeften van senio-

grip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van

ren. Op basis van recente regionaal behoefteonderzoek blijkt dat het

bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, de-

aantal senioren de komende jaren aanzienlijk toeneemt. Hierdoor

tailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal

groeit ook de behoefte aan appartementen en nultredenwoningen.

culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

4/13

Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte

B1.2 Kaderstellend beleid

B1.1 Afbakening verzorgingsgebied

tiatief afgewogen

Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van

Provinciaal beleid

In deze paragraaf is het kaderstellend beleid van provincie, regio en gemeente in beeld gebracht. Op basis van dat beleid wordt voorliggend ini-

van 2% frictieleegstand); 

stuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen

Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zeker hoogte ook kan bepalen hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil wonen;

Omgevingsvisie Limburg (2021)

In de provinciale omgevingsvisie wordt als grootste woonopgave het

De woonomgeving is minstens zo belangrijk, net als de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen.

toekomstgeschikt maken van de huidige woningvoorraad beschreven. Veel woningen zijn verouderd of sluiten onvoldoende aan op de huidige

binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats.

Flexibiliteit is noodzakelijk voor mensen die snel huisvesting nodig hebben;

woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een be-

Er zijn geen overschotten die leiden tot leegstand (met uitzondering

Regionaal beleid

vraag. Hierdoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor Als gekeken wordt naar de verhuisbewegingen (tabel 2) naar de gemeente Heerlen blijkt dat circa 54% van de verhuisbewegingen in Heerlen binnen de eigen gemeente plaatsvindt. Heerlen is onderdeel van de regio Parkstad, waar ongeveer 77% van de verhuizingen (incl. Heerlen) vandaan komen. Gezien de aard en de omvang van dit initiatief zullen de nieuwe woningen naar verwachting vooral inwoners vanuit de eigen gemeente aantrekken, en daarnaast ook (in mindere mate) vanuit andere gemeenten in de regio Parkstad. Voor de analyse van de behoefte

specifieke doelgroepen, terwijl er naar verwachting ook overschotten

Structuurvisie wonen Zuid-Limburg (2016)

zullen ontstaan van andere type woningen. De provincie Limburg richt

Een belangrijke ambitie uit de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg is een

zich dus hoofdzakelijk op het passend maken van de woningvoorraad

excellent woon- en vestigingsklimaat in Zuid-Limburg. Om een aantrek-

aan de woonbehoefte. Daarnaast streeft de provincie ernaar om op wijk-

kelijke woonregio te zijn én te blijven is er een omslag nodig naar meer

niveau en in samenhang naar sociale en fysieke woonopgaven te kijken,

evenwicht tussen vraag en aanbod, méér kwaliteit en méér vraagge-

waaronder dus wonen en zorg. Het doel hiervan is om segregatie tussen

richtheid. Toevoegen van woningen kan daarom alleen als het niet

groepen te voorkomen, inbreiding te stimuleren en de leefbaarheid van

‘meer van hetzelfde’ is en als het past binnen de kwalitatieve kaders.

wijken te verbeteren.

Zuid-Limburgse gemeenten hebben een driedelige opgave: 

zal daarom gemeente Heerlen als primair verzorgingsgebied worden beLimburgse Agenda Wonen 2020-2023 (2020)

schouwd, en regio Parkstad als secundair verzorgingsgebied.

De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 bouwt voort op de Limburgse ambitie en geeft richting aan activiteiten. Doorstroming op de woning-

Tabel 2: Verhuisbewegingen naar gemeente Heerlen (CBS, 2020)

Verhuisstromen

Gemeenten

Binnen gemeente Heerlen

Heerlen

Binnen regio Parkstad (incl. Heerlen)

Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Voerendaal

Percentage 54%

77%

markt staat daarbij centraal en om dit voor elkaar te krijgen is actie nodig: versnellen, versterken en doorzetten. Het doel van de agenda is om

Verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot;

Terugdringen van (ongewenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave;

Toevoegen van woonproducten waar een tekort van is, passend binnen de uitgangspunten van de visie.

een bijdrage te leveren aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het van belang dat mensen kunnen wonen in een woning en woonomgeving

Een kwalitatieve opgave is ook het vernieuwen van de woningvoorraad.

waar ze zich thuis voelen. Een gezonde woningmarkt heeft aanbod dat

Dat betekent dat wordt ingezet op vernieuwen en kwalitatief verbeteren

inspeelt op de volgende aspecten:

van de bestaande woningvoorraad, onder meer door middel van her-

De huidige en toekomstige woningbehoeften;

structurering en transformatie. In de structuurvisie is opgenomen dat

Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken;

compensatie dient plaats te vinden om goede initiatieven toe te kunnen

De woningmarkt is voor iedereen toegankelijk en betaalbaar;

voegen aan de programmering. Echter is in 2020 besloten dat goede

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

5/13

woningbouwplannen zonder compensatie kunnen worden gerealiseerd

Regionale woonvisie Parkstad-Limburg (2022)

Woonvisie Heerlen (2017)

(zie volgend beleidsstuk).

De regionale woonvisie betreft een gezamenlijke visie van de Parkstad-

De gemeente Heerlen wil de woonfunctie in het centrum meer ruimte

gemeenten. De gemeenten werken samen om de woon- en leefomge-

geven en het centrum stedelijk woonmilieu versterken door cultureel

Binnen Zuid-Limburg zijn er relevante verschillen tussen stedelijke en

ving in de regio Parkstad te verbeteren. Het volgende is relevant voor

aanbod, kwaliteit van de openbare ruimte en goede voorzieningen. De

landelijke gebieden in de vraag en aanbodverhouding. Dit vraagt om

het huidige initiatief.

gemeente Heerlen zet bovendien in op het verbeteren van de match

een uitwerking in een programmering per gemeente, primair gericht op

Iedereen die in Parkstad wil wonen moet een kans hebben op de

tussen vraag en aanbod. Mensen zullen door gewijzigde zorgwetgeving

woningmarkt om een passende woning te vinden (starters, ouderen,

‘zo lang mogelijk thuis’ (moeten) blijven wonen. De gemeente wil

bijzondere doelgroepen etc.).

daarom zorgen voor voldoende levensloopgeschikte woningen in de be-

Om voor de behoefte te bouwen moeten de komende jaren voorna-

staande voorraad; zowel huur- als koopwoningen. De gemeente wil sa-

(2020)

melijk levensloopgeschikte nultredenwoningen gebouwd worden. De

men met partijen met regionale verbondenheid kijken naar de potentie in

Eind 2020 hebben de Zuid-Limburgse gemeenteraden de beleidsregel

benodigde segmenten zijn vooral sociale huursegment, tussen soci-

de bestaande koopvoorraad, en het herbenutten van leegstaande kanto-

“Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” vastgesteld. Met

ale huur en circa 1.000 euro per maand, middenhuur en betaalbare

ren, maatschappelijk vastgoed of vrijkomend zorgvastgoed.

deze nieuwe beleidsregel kunnen goede woningbouwplannen zonder

koopwoningen tot circa 300.000 euro.

het wegnemen van mismatches. Beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021”

Conclusie

compensatie worden gerealiseerd. Daarmee wordt nadrukkelijk ingespeeld op de behoefte vanuit de samenleving om snel te bouwen voor

Gemeentelijk beleid

met name de doelgroepen sociale huur en middeninkomens, evenals

Structuurvisie Heerlen 2035 (2015)

dat er in Zuid-Limburg een transformatieopgave ligt. Dit betekent dat

voor starters en ouderen.

De woningvoorraad in Heerlen heeft behoefte aan een nieuwe balans

er vooral in kwalitatieve zin behoefte is aan nieuwe woningen. Uit-

tussen vraag en aanbod, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Er

gangspunt is dat toevoeging van woningen moet leiden tot vernieu-

Goede woningbouwplannen voldoen aan drie criteria: 

Op basis van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid blijkt

is behoefte aan minder woningen, maar dan wel aan andere, betere wo-

wing en een kwalitatieve aanvulling op de bestaande woningvoor-

Een initiatief heeft maatschappelijke meerwaarde. Daarbij gaat in-

ningen: levensloopbestendig en duurzaam. Op kleine schaal zal er be-

raad. Het beleid zet in op een concentratie van nieuwe woningen

breiding voor uitbreiding en dienen plannen bij te dragen aan de

hoefte blijven aan nieuwbouw. Uitgangspunt daarbij is dat kansrijke

binnen bestaand stedelijk gebied (herstructurering), rondom de ste-

leefbaarheid in kernen, onder meer door middel van herstructurering

plekken in het bestaand stedelijk weefsel worden benut om op kleine

delijke centra (Heerlen, Maastricht, Sittard). Daarnaast dienen wo-

en vervangingsbouw.

schaal kwalitatief goede woningen te bouwen. Woningen die iets toe-

ningen voor alle inkomensgroepen toegankelijk te zijn. Het beoogde

Een initiatief is planologisch aanvaardbaar en dient te voldoen aan

voegen aan de kwaliteit van de totale voorraad én verbindingen leggen

initiatief wordt gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied,

de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Voor elk plan dient de

met transitieopgaven in de stad (compenserende sloop). Het beleid van

nabij het centrum van Heerlen. De ontwikkeling is bovendien ge-

behoefte kwantitatief en kwalitatief te worden onderbouwd.

de gemeente Heerlen en Parkstad is gericht op het schrappen van on-

schikt voor lagere en middeninkomens.

Nieuwe woningbouwplannen dienen sub-regionaal te worden afge-

benutte plancapaciteit. Dat is nodig om de omvang van de woningvoor-

stemd en worden toegevoegd aan de regionale woningbouwpro-

raad in Parkstad niet verder te laten groeien, zeker indien dat op minder

Parkstad een passende woning moet kunnen vinden. Daarbij is de

grammering.

kansrijke locaties is gepland. Bij nieuwe ontwikkelingen in de stad wordt

komende jaren vooral behoefte aan levensloopgeschikte woningen,

ligt de nadruk op transformatie van bestaand vastgoed, maar blijft ook

sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. De beoogde ontwik-

beperkt ruimte voor nieuwbouw. Zodoende wordt gestreefd naar het be-

keling geeft hier invulling aan.

In de regionale woonvisie wordt tevens benadrukt dat iedereen in

waken van de kwantitatieve balans in de bebouwde omgeving.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

6/13

De beoogde ontwikkeling past bovendien binnen de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen”. Daarin wordt concreet benoemd dat er behoefte is aan sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomen, evenals woningen voor starters en senioren. De beoogde ontwikkeling voorziet hierin.

In de Structuurvisie wonen Zuid-Limburg wordt de ambitie uitgesproken om meer vraaggericht te bouwen. Een kwalitatieve opgave is ook het vernieuwen van de woningvoorraad. Dat betekent dat wordt ingezet op vernieuwen en kwalitatief verbeteren van de bestaande woningvoorraad, onder meer door middel van herstructurering en transformatie. Het planinitiatief sluit aan bij bovengenoemde ambitie.

In de gemeente Heerlen is behoefte aan minder woningen, maar tegelijkertijd ook aan andere, betere woningen. De gemeente wil het centrum-stedelijk woonmilieu versterken door woningen toe te voegen. Een versterking van wonen in of nabij Heerlen-centrum vergroot ook direct het draagvlak voor voorzieningen, de levendigheid en de leefbaarheid. Het plangebied van dit initiatief is gelegen direct naast het centrum en draagt daardoor bij aan de ambitie van de gemeente.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

7/13

Tabel 3: Kwantitatieve behoefteraming woningen in verzorgingsgebied

B1.3 Kwantitatieve behoefte

Gemeente Heerlen

In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht. In tabel 2 is de vraagbehoefte aan woningen afgezet tegen het huidige aan-

Regio Parkstad

2022

2032

Ontwikkeling

2022

2032

Ontwikkeling

bod en de nog te ontwikkelen woningen (harde plancapaciteit). Door de

A. Inwonertal

86.845

83.164

-4,2%

255.639

243.638

-4,7%

woningbehoefte te verminderen met de harde plancapaciteit blijkt of er

B. Huishoudens

45.614

44.173

-3,2%

126.851

122.734

-3,2%

nog extra kwantitatieve behoefte is aan extra woningen. Uit de kwantitatieve behoefteraming uit tabel 2 blijkt van boven naar beneden het vol-

C. Benodigde wo-

gende:  Zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens is redelijk

ningvoorraad

stabiel tot 2035 in de gemeente Heerlen2. 

De ontwikkeling van aantal huishoudens bepaalt grotendeels de benodigde woningvoorraad3 (zie rij C). In zowel gemeente Heerlen als in regio Parkstad is sprake van een kwantitatieve krimpt het aan-

2 3 4

E. Zachte plancapa-

900

1.949

911

1.934

-2.341

-6.066

citeit woningen F. Aanvullende wo-

voorraad (zie rij C).

ningbehoefte = C-D

De plancapaciteit4 betreft alle woningen die zijn voorzien in alle woningbouwplannen. Hierin maken we onderscheid in harde en

omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit is in lijn

van een huishoudensdaling van -3.345 (basisscenario) tot -450 (mi-

zachte plancapaciteit. De handreiking bij de Ladder schrijft voor

met diverse landelijke trends en ontwikkelingen, zoals een toene-

gratiescenario). Voor de gemeente Heerlen wordt uitgegaan van

dat we de harde plancapaciteit doorrekenen in de behoefteraming.

mende individualisering en vergrijzing binnen de samenleving. Dit

een huishoudensdaling van -1.145 (basisscenario) tot -120 (migra-

Dit zijn plannen in een vergevorderd stadium. De zachte plancapaci-

resulteert in een toename van een- en tweepersoonshuishoudens.

tiescenario).

De gemiddelde omvang van huishoudens is aan het afnemen in

Uit de beleidsregel ‘Tijdelijke versoepeling van de compensatiesys-

of ontwerpfase. Ervaring leert dat diverse zachte plannen uiteindelijk

Heerlen en de woonregio Parkstad Limburg. Eén- of tweepersoons-

tematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ uit 2019 en de

niet tot uitvoering worden gebracht.

huishoudens bestaan vaak uit de doelgroep 75 jaar en ouder. In

daaropvolgende beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouw-

Als de harde plancapaciteit (rij D) wordt afgetrokken van de beno-

Heerlen is volgens de prognose een zeer sterke groei te zien van

plannen 2021’ blijkt bovendien dat er wel degelijk een kwantitatieve

digde woningvoorraad (rij C) is in gemeente Heerlen sprake van een krimpende woningbehoefte van circa 2.300 woningen (zie rij F).

deze doelgroep. In 2021 was er sprake van 6.678 huishoudens in

woningbehoefte is, met in bepaalde segmenten en voor bepaalde

deze doelgroep. De verwachting is dat deze doelgroep in Heerlen

doelgroepen.

Het planinitiatief lijkt daarom niet te voorzien in een kwantitatieve

zal groeien tot 8.679 huishoudens in 2032. Dit is een stijging van

behoefte aan woningen. Ook in het secundaire verzorgingsgebied is

28,0%.3

Conclusie

Recent behoefteonderzoek in de regio Parkstad Limburg (2022)

Door het dalende aantal huishoudens is er minder kwantitatieve be-

Echter duidt een relatief minder hardere daling van het aantal huis-

toont een minder negatieve huishoudensontwikkeling vergeleken

hoefte naar woningen in de gemeente Heerlen en de woonregio Park-

houdens ten opzichte van het inwonertal erop dat de gemiddelde

met bovenstaande raming. Voor de regio Parkstad wordt uitgegaan

geen sprake van een aanvullende woningbouwbehoefte. 

-4.117

teit woningen

tal huishoudens en daarmee een afname van de benodigde woning-

teit is minder relevant. Deze plannen bevinden zich nog in de idee-

D. Harde plancapaci-

-1.441

Dataportaal wonen en demografie Provincie Limburg Dataportaal wonen en demografie, provincie Limburg Dataportaal wonen en demografie, provincie Limburg. (2021)

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

8/13

stad Limburg. Daarnaast is er zowel op gemeentelijk als regionaal voldoende harde plancapaciteit aanwezig. In combinatie met het dalende aantal huishouders wordt het overschot van woningen in Heerlen en de woonregio Parkstad Limburg versterkt. Dit betekent echter niet dat er daarmee geen behoefte meer is aan het toevoegen van woningen. Het is tevens van belang om de kwalitatieve behoefte te bekijken (zie volgende paragraaf). Recent behoefteonderzoek toont bovendien een minder negatieve huishoudensontwikkeling, zowel voor de regio Parkstad als de gemeente Heerlen.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

9/13

B1.4 Kwalitatieve behoefte

ven vanuit persoonlijke voorkeuren, anderzijds heeft het ook te ma-

grote) woning blijven wonen, vanwege het ontbreken van een alterna-

In deze paragraaf is de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is

ken met veranderende wet- en regelgeving. Hierdoor neemt de be-

tief. Als dat alternatief er wel is, komen bovengenoemde woningen eer-

gedaan aan de hand van de Regionale Woningmarkt programmering

hoefte aan levensloopbestendige woningen stevig toe, dan wel wo-

der vrij en wordt de doorstroom op de woningmarkt bevorderd.

2019-2022, lokale woonvisie Heerlen, dataportaal van de provincie Lim-

ningen die op termijn levensloopbestendig te maken zijn. 

Vergrijzing zorgt tevens voor een toename van kleinschalige huis-

Figuur 5 toont een globaal beeld van de toekomstige ontwikkeling van

houdens (één- en tweepersoons). Kleinschalige huishoudens ne-

Limburgse Huishoudens 7. In lijn met de eerdergenoemde vergrijzing

Kwalitatieve behoefte

men bovendien toe door individualisering in de samenleving. De

volgt ook uit de figuur dat het aantal huishoudens ouder dan 75 de ko-

De woningbehoefte in Nederland neemt op veel plekken toe en blijkt bo-

toename van kleinschalige huishoudens resulteert in een grotere

mende jaren stevig zal toenemen. Het aantal huishoudens met kinderen

vendien veel groter dan voorheen aangenomen. In tegenstelling tot eer-

behoefte aan kleinere woonproducten zoals appartementen.

blijft redelijk stabiel, maar onverminderd op een hoog niveau. De overige

De trek naar het platteland (of preciezer geformuleerd de toene-

huishoudens nemen af, waarbij het aantal huishoudens zonder kinderen

land, ook in de periferie. Landelijk gezien is nadrukkelijk sprake van een

mende trek vanuit de Randstad naar de intermediaire en de natio-

in de leeftijdscategorie tussen 35 en 75 jaar desondanks het hoogst

aantal trends, zo ook in de gemeente Heerlen.

naal perifere gebieden) is een trend die zichtbaar is. Deze trend is

blijft.

De woningmarkt zit voor veel doelgroepen op slot. Zeker voor star-

alleen maar versterkt door de corona-pandemie. Door het thuiswer-

ters op de woningmarkt is het lastig om een geschikte én betaalbare

ken hoeven mensen niet dichtbij het werk te wonen en krijgen een

woning te vinden. De huizenprijzen zijn de afgelopen jaren explosief

bredere keuze. Deze keuze valt steeds vaker op periferie gebieden

gestegen, maar tegelijkertijd beschikken starters doorgaans over

in Nederland, mede doordat de huizenprijzen hier lager liggen en

beperkte financiële middelen. Een groot deel van de woningmarkt is

mede doordat mensen steeds vaker kiezen voor een landelijk mi-

daardoor onbereikbaar. De behoefte aan betaalbare woningen

lieu5.

burg en het daarbij behorende rapport (Limburgse woonmonitor 2021).

dere onderzoeken verspreid de behoefte zich over grotere delen van het

wordt door de overheid onderkend en de realisatie hiervan wordt 

sterk gestimuleerd.

Provinciale behoefte

Ook de zogenaamde ‘middeninkomens’ hebben het lastig. Deze groep komt doorgaans niet in aanmerking voor sociale huur, maar

Provinciaal wordt een tekort geconstateerd in de specifieke segmenten voor ouderen, (sociale) huurders, middeninkomens, kwetsbare

heeft onvoldoende financiële middelen voor de meeste koopwonin-

groepen en spoedzoekers6. In Heerlen is volgens de prognose een

gen. Deze groep is veelal aangewezen op de vrije huursector. Om

zeer sterke groei te zien van deze doelgroep. In 2021 was er sprake van

de positie van middeninkomens te verbeteren zijn veel meer betaal-

6.678 huishoudens in deze doelgroep. De verwachting is dat deze doel-

bare woningen nodig, zowel huur als koop.

groep in Heerlen zal groeien tot 8.679 huishoudens in 2032. Dit is een

Veel gemeenten kampen met vergrijzing waardoor het aantal oude-

stijging van 28,0%. Daarnaast is de doorstroming beperkt. De vergrijzing

ren (fors) toeneemt. Op veel plekken wordt al gesproken van ‘dub-

in Limburg en het rijksbeleid om het zelfstandig wonen te bevorderen,

bele vergrijzing’. Inwoners worden niet alleen ouder, maar ouderen

heeft grote gevolgen gehad voor de doorstroming. De behoefte aan zelf-

blijven ook langer zelfstandig thuis wonen. Dit is enerzijds ingege-

standige woningen en nieuwe woonconcepten voor ouderen is daarom groot. Op dit moment geldt dat ouderen noodgedwongen in hun (vaak te

5 6 7

Figuur 1: Ontwikkeling huishoudens verschillende doelgroepen

Provincie Limburg (2021), Limburgse Woonmonitor van 2021 Provincie Limburg (2020), Limburgse Agenda Wonen 2020-2023. Provincie Limburg (2021), Woonmonitor 2021.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

10/13

De kwalitatieve behoeftevraag is tevens vertaald naar specifiek woonsegmenten. In Zuid-Limburg is sprake van een tekort aan sociale huur, vrije sector huur en koopwoningen, met nadrukkelijk de focus op appar-

De combinatie van beide ontwikkelingen resulteert in een aanzien-

meen is er dus een stijging te zien in de behoefte aan levensloopge-

lijke behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen. De behoefte aan levensloopbestendige woningen is behoorlijk.

schikte koopwoningen in Heerlen. Eenzelfde trend kan worden waargenomen voor de gehele regio Parkstad Limburg).

tementen en nultredenwoningen (levensloopbestendig). De Regionale Woningmarktprogrammering 2019-2022 (figuur 6) be-

Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat de vraag naar levensloopbestendige

Regionale behoefte

noemt dat er een extra behoefte is aan levensloopbestendige koopwo-

huurwoningen en huurappartementen in de eerdergenoemde stadsde-

De gemeenten in de Parkstadregio hebben te maken met bevolkingsda-

ningen in Heerlebaan en Heerlerheide, voornamelijk in het goedkope-

len stabiel is. Eén reden hiervoor kan zijn dat er in de harde plancapaci-

ling (krimpregio), vergrijzing en ontgroening, maar ook maatschappelijke

en middeldure segment. De vraag in Heerlen-Stad naar levensloopbe-

teit van Heerlen al een groot aantal levensloopgeschikte woningen aan-

ontwikkelingen zoals veranderende economie, arbeidsmarkt en woonge-

stendige woningen is op dit moment stabiel en er is een behoefte aan

wezig zijn en hiermee de behoefte gevuld wordt8. De gele kleur geeft

drag. Dit resulteert in een afnemende kwantitatieve woningbehoefte,

(middeldure) koopappartementen in Heerlen Centrum. Over het alge-

aan dat de kwantitatieve behoefte in evenwicht is en dat er beperkt kan

maar tegelijkertijd in een kwalitatieve behoefte aan specifieke woonpro-

worden toegevoegd. Kansen liggen er dus vooral in het kwalitatief toe-

ducten.

voegen van woningen.

Zowel de bevolking als het aantal huishoudens neemt de komende jaren af. Dit betekent dat sprake is van huishoudensverdunning, ofwel een toename van kleinschalige huishoudens.

Dit is een landelijk beeld en heeft te maken met onder meer vergrijzing en individualisering. Deze ontwikkelingen resulteren doorgaans

in een toename van één- en tweepersoons huishoudens. Hierdoor neemt de vraag naar kleine woonruimte toe. Ook voor de groeiende groep starters is dit een aantrekkelijk product. Kansen liggen er vooral in de wijken dichtbij centrumvoorzieningen. Ouderen en ook starters hechten namelijk veel waarde aan de nabijheid van voorzieningen (op loop- en fietsafstand).

Parkstad Limburg is een van de meest vergrijsde regio’s van Nederland. 

Circa 34% van de bevolking in de regio is 60 jaar en ouder. Tot 2030 neemt het aantal 60-plussers bovendien toe met ruim 10%.

Daarbij komt dat ouderen steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen. Enerzijds vanuit eigen beweegredenen, anderzijds van veranderende wet- en regelgeving (zoals extramuralisering van de zorg).

8

Dataportaal wonen en demografie Provincie Limburg

Figuur 6: Behoefte naar huurwoningen in de regio Parkstad Limburg 2019-2022

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

11/13

Op basis van het Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022-

Kwalitatief aanbod

2032 blijkt dat er de komende jaren met name behoefte is aan apparte-

De gemeente Heerlen heeft een woningvoorraad van circa 45.200 zelf-

menten en nultredenwoningen. Dit heeft onder meer te maken met een

standige woningen. Het grootste deel van deze woningen (35,4%) be-

stevige toename van 65-plussers. De stevige behoefte aan appartementen betreft zowel de koop- als de huursector.

Tabel 4: Woningvoorraad Heerlen11

Typologie

Aantal

Percentage

treft appartementen. De overige typologieën zijn benoemd in de tabel 8.

Appartementen

16.008

35,4%

Het relatief hoge aandeel appartementen is logisch gelet op het stede-

2^1 kap woning

6.351

14,0%

Hoekwoning

6.510

14,4%

lijke karakter van Heerlen. Met name in Centrum en Heerlerbaan is het Gemeentelijke behoefte

aandeel huurwoningen relatief groot, met respectievelijk 75% en 60%.

Veel woonbuurten in Heerlen hebben een eenzijdig opgebouwde wo-

Heerlerheide en de wijken rondom het centrum hebben ten opzichte van

Tussenwoning

12.754

28,2%

ningvoorraad. Om deze woonbuurten weer aantrekkelijk te maken is er

de andere wijken wat meer koopwoningen, al is er geen enkel stadsdeel

Vrijstaande woning

3.242

7,2%

noodzaak voor een kwaliteitsimpuls. Hierbij wordt rekening gehouden

met meer dan 50% koopwoningen. Overige woning

382

0,8%

Totaal aantal woningen

45.247

100%

Huurwoningen

Eengezins

Meergezins

met de demografische ontwikkelingen in Heerlen. Zoals al eerder in het rapport is vermeld is er in kwantitatieve beperkte woningbehoefte, echter

Zowel de huur- als koopwoningenvoorraad in de stad is verouderd en

is er behoefte aan een ander soort woning. Meer duurzame-, senioren-,

weinig gericht op de toekomstige vraag. Een deel van de eigenaren van

zorg- en levensloopbestendige woningen9.

koopwoningen is niet in staat om in hun woning te blijven investeren. Dit zorgt voor problemen betreft onderhoud, geluidsisolatie, energieverbruik

Op basis van het Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022-

en prijs/kwaliteitsverhouding.12

2032 blijkt ook voor de gemeente Heerlen een grote behoefte aan ap-

Tabel 5: Plancapaciteit huur

partementen en nultredenwoningen, zowel koop als huur. Ook dit is het

Gelet op het de plancapaciteit (tabel 5 en 6) worden er in de gemeente

gevolg van een stevige toename van 65-plussers.

Heerlen worden er vooral meergezinswoningen gerealiseerd, met name

Minder dan €432

-2

378

in de huursector. Ten aanzien van koopwoningen worden er vooral

Tussen 442 €432 - €737

42

332

Meer dan €737

104

337

Koopwoningen

Eengezins

Meergezins

Minder dan €165.000

0

0

Tussen €165.000 –

184

272

211

342

Als er gekeken wordt naar het type koopwoningen dan staan met name

duurde koopwoningen gerealiseerd, in mindere mate middeldure wonin-

de goedkope koopwoningen onder druk. Het aanbod in dit segment op

gen en geen goedkope koopwoningen.

de lange termijn is beperkt10. Zoals eerder aangegeven wordt het tekort aan betaalbare woningen onderkend door de overheid en realisatie hiervan wordt gestimuleerd.

Tabel 6: Plancapaciteit koop

€325.000 Meer dan €325.000 9

Gemeente Heerlen (2015) Structuurvisie 2035 Parkstad Limburg (2017), Regionale woonvisie Parkstad Limburg onderdeel gemeente Heerlen Provincie Limburg (2021) Dataportaal wonen en demografie 12 Woonvisie Heerlen (2017) 10 11

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

12/13

Leegstand

Conclusie

Een gezonde woningmarkt kent een leegstand van circa 2%. Deze fric-

Het initiatief om 108 appartementen en 16 grondgebonden woningen te

tieleegstand is van belang om de dynamiek binnen de woningmarkt op

realiseren, waarvan goedkope en middeldure huur en koop, voorziet in

te kunnen vangen.

een kwalitatieve behoefte. De nadruk ligt daarbij op het toevoegen van

De woningleegstand in de gemeente Heerlen is circa 3% en is

huurwoningen.

daarmee nagenoeg gelijk aan de frictieleegstand. De regio Zuid-

In de gemeente Heerlen en de woonregio Parkstad Limburg daalt

Limburg kent ook een woningleegstand van circa. 3%. De be-

het aantal inwoners sterker dan het aantal huishoudens. Dit resul-

perkte leegstand is een beeld dat past bij de huidige krapte op

teert in meer één- of tweepersoonshuishoudens. De woningen die

de woningmarkt.

passen bij deze huishoudens zijn kleinere woningen/appartementen.

Gezien de beperkte leegstand en de krapte op de woningmarkt

Het initiatief dat overwegend appartementen betreft geeft invulling

is het reëel om te veronderstellen dat het effect van het be-

aan deze behoefte.

oogde initiatief beperkt zal zijn. Vooral aangezien het initiatief

Twee doelgroepen hebben het erg lastig om passende woonruimte

nadrukkelijk inspeelt op de kwalitatieve behoefte binnen de ge-

te vinden. Voor veel jongeren en starters is het lastig om een wo-

meente.

ning te kunnen kopen, ze komen niet snel in aanmerking voor een sociale huurwoning (onder meer door een te hoog inkomen). Tegelijkertijd is particuliere huur vaak te duur. Hierdoor kan deze doelgroep geen passende woning vinden. De behoefte aan betaalbare woningen is groot. De overheid onderschrijft dit en de realisatie van dit segment wordt gestimuleerd. 

Voor ouderen veranderen woonbehoeften als zij ouder worden. Verder wil deze doelgroep graag zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dit betekent dat de woning aangepast moet worden of zo gebouwd dat de woning deze wensen kan faciliteren. De bouw van levensloopbestendige appartementen sluit aan op de behoeften van senioren. Op basis van recente regionaal behoefteonderzoek blijkt dat het aantal senioren de komende jaren aanzienlijk toeneemt. Hierdoor groeit ook de behoefte aan appartementen en nultredenwoningen.

Figuur 2: Leegstand in de gemeente Heerlen en Parkstad Limburg

Door jongeren en zeker door ouderen worden voorzieningen op loop- en fietsafstand als zeer wenselijk ervaren. Het initiatief bevindt zich direct naast het centrum, waardoor veel voorzieningen zeer goed bereikbaar zijn vanaf de locatie.

Ladder voor duurzame verstedelijking Schinkelkwadrant Noord

13/13

Bijlage 2

Aanmeldnotitie m.e.r.

bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord

18

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen Gemeente Heerlen <Status>

colofon

projectnaam Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen datum 27 augustus 2024 projectnummer P04019 opdrachtgever V.O.C. II B.V. BRO projectleider IMo projectteam IMo review AKu bron kaft BRO

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

4 4 4 5

Inleiding Toetsing Besluit m.e.r. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

Effecten op het milieu

6

2.1 2.2 2.3 2.4

6 7 9 11

Inleiding Kenmerken van het project Plaats van het project Kenmerken van het potentiële effect

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

12

3

1

Inleiding

1.1

Inleiding

V.O.C. II B.V. heeft het planvoornemen om ten noorden van de Schinkelstraat 124 woningen te realiseren. Er worden 108 sociale huurappartementen gerealiseerd, 8 koopwoningen en 8 koopappartementen.

1.2

Toetsing Besluit m.e.r.

Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten, ook bij kleine bouwprojecten, beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie 124 woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van woningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2).

In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van 124 woningen ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

1.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de gemeente te beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

4

Procedure De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; b. de kenmerken van de activiteit; c.

de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben;

d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

5

2

Effecten op het milieu

2.1

Inleiding

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Kenmerken van het project 

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect 

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Waarschijnlijkheid van het effect

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

6

2.2

Kenmerken van het project

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het project betreft de realisatie van maximaal 124 woningen.

Cumulatie met andere projecten

Nee, er is geen sprake van cumulatie met andere projecten.

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder

Geluid (paragraaf 5.2): Wegverkeerslawaai: Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder ten gevolge van wegverkeer op de Geertstraat/Parallelweg, de Looierstraat en de Schakelweg ter hoogte van het plangebied gerespecteerd. De geluidbelasting van de Honigmannstraat en de Schinkelstraat respecteert de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet. De maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel ruimschoots gerespecteerd. Geconcludeerd wordt dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat vanwege de 30 km/uur-wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting (zonder aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder) berekend vanwege alle relevante omliggende wegen. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 61 dB en wordt bepaald door de Honigmannstraat. Er zijn geen wettelijke normen voorhanden waaraan de gecumuleerde geluidbelasting getoetst kan worden. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen binnen de geluidszone van een spoorweg. In zo'n situatie behoeft evenmin een akoestisch onderzoek naar de invloed van spoorweglawaai plaats te vinden. Industrielawaai: Het LAr,LT bedraagt op twee locaties 52 dB(A). Ter plaatse van de overige bestaande en beoogde woningen bedraagt het LAr,LT niet hoger dan 50 dB(A).

Een gevelgeluidwering van minimaal 20 dB zal een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat garanderen. Het maximaal geluidniveau LAmax bedraagt ten hoogste 72 dB(A) ter plaatse van de noordelijke kopse gevel van de nieuwbouw. Ter plaatse van overige gevels bedraagt het LAmax minder dan 70 dB(A). De gevelgeluidwering zal voor de nieuwbouwwoningen minimaal 26-28 dB(A) bedragen, waarmee het binnenniveau in de beoogde woningen ten hoogste 45 dB(A) in de nachtperiode zal bedragen, waarmee voldaan wordt aan de geluidnormering aangaande het binnenniveau in de nachtperiode. Nabij de bestaande woningen wordt alleen ter plaatse van Honigmannstraat 59 een maximaal geluidniveau van meer dan 60 dB(A) in de nachtperiode berekend. Ter plaatse van de overige bestaande woningen bedraagt het maximaal geluidniveau ten hoogste 60 dB(A) in de nachtperiode, waarmee wordt voldaan aan de geluidnormering uit het Activiteitenbesluit en VNG-publicatie. Het maximaal geluidniveau ter plaatse van Honigmannstraat 59 bedraagt ten hoogste 65 dB(A). Deze woning wordt binnen afzienbare tijd gerenoveerd. Op basis van een reguliere opbouw van de gevels van deze woning (steenachtige spouwmuren, kozijnen voorzien van HR++-glas en deugdelijke kier- en naaddichting) zal de gevelgeluidwering minimaal 20 dB bedragen, zodat een binnenniveau (LAmax) van 45 dB(A) is gewaarborgd.

De geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking bedraagt ten hoogste 50 dB(A), waarmee de voorkeurgrenswaarde uit de Circulaire wordt gerespecteerd. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat in de beoogde nieuwbouw alsmede ter plaatse van bestaande woningen, ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer van de nieuwbouw, een aanvaardbaar

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

7

akoestisch woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.. Bedrijfshinder (paragraaf 5.10): Binnen het plangebied zijn 124 woningen voorzien. In een gemengd gebied geldt voor milieucategorie 1 een richtafstand van 0 meter. Dit betekent dat wonen en bedrijven direct naast elkaar mogelijk zijn. Ter plaatse van de beoogde woningen en appartementen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd zonder dat de bestaande bedrijvigheden in de omgeving van het plan daardoor worden beperkt. Luchtkwaliteit (paragraaf 5.7): Met de vaststelling van dit bestemmingsplan worden geen wettelijke eisen ten aanzien van luchtkwaliteit overschreden. Externe Veiligheid (paragraaf 5.8): Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van waterwegen. De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over het water vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Het plangebied ligt niet binnen een PR 10-6 risicocontour of PAG van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Op grond van de stoffen die over de rijksweg A76 getransporteerd worden, ligt een plangebied binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen voer de weg (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Op een afstand van circa 190 meter tot de grens van het plangebied is spoorlijn Sittard aansl. - Heerlen (traject 380) gelegen. Over dit traject vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Er is voor dit spoortraject geen sprake van een PR 10-6 risicocontour of van PAG. Over de spoorlijn worden brandbare gassen vervoerd, waardoor het plangebied binnen het invloedsgebied van de spoorlijn ligt. Uit een eerder uitgevoerde RBMII-berekening voor "Cityplan" waarvan het Schinkelkwadrant Noord onderdeel uitmaakt, is gebleken dat zowel in de huidige als in de berekende toekomstige situatie sprake is van een groepsrisico dat groter is dan de oriëntatiewaarde. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (BLEVE-scenario) dienen meegenomen te worden in een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied ligt niet binnen de 1% letaliteitsastand van ene buisleiding. De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving.

de risico's als gevolg van inrichting in de omgevingen vormen gene aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. De verantwoording groepsrisico is als separate bijlage aan de toelichting toegevoegd. Natuurwaarden (paragraaf 5.5): Uit de berekeningen van de aanlegfase (voor zowel het eerste en tweede jaar als voor het derde en vierde jaar) en de gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Daarnaast blijkt uit de berekeningen van de aanlegfase (voor zowel het eerste en tweede jaar als voor het derde en vierde jaar) en de gebruiksfase dat de stikstofdepositie ter plekke van de eigen rekenpunten (de Belgische en Duitse Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer van het plangebied) ook niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Water (paragraaf 5.3): Het totale verhard oppervlak binnen het plangebied bestaat uit 4.925 m2. Voor de ontwikkeling is ervoor gekozen om voor elke m 2 verhard oppervlak een compensatievoorziening te realiseren 80mm kan verwerken. Dit betekent dat er binnen het plangebied 394m3 water verwerkt moet worden. Met een bergingseis van 394m3 dient er een alternatieve berging voor 248m 3 gezocht te worden. Gezien de indicatief verwachte hoogste grondwaterstand (8m

Aanmeldnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord te Heerlen

8

mv) en de beoogde terreininrichting lijkt een krattenpakket de meest kansrijke oplossing. Een dergelijke voorziening is inpasbaar. Gezien de beperkte doorlatendheid van de ondiepe ondergrond (door de aanwezigheid van leem) zal de benodigde leeglooptijd voor de wadi en infiltratiekratten van 24 uur hoogstwaarschijnlijk niet gehaald worden. Gezien de goede doorlatendheid van de diepe ondergrond (vanaf 4,3m/dag) kunnen er grindpalen onder de wadi/infiltratiekratten geplaatst worden om de infiltratiesnelheid te verhogen. Een alternatief is het toepassen van een vertraagde afvoer naar de gemeentelijke riolering door een geknepen afvoer of leiding met debietsbegrenzer. In een vervolgstadium dient de voorziening nader te worden uitgewerkt. Bij de berekening van de watercompensatie is uitgegaan van een waterschijf van 80mm. Bij de uitwerking van het plan en het vaststellen van de definitieve afmetingen van de infiltratievoorzieningen dienen de infiltratievoorzieningen opnieuw getoetst te worden waarbij de infiltratie tijdens de bui meegenomen kan worden. Hieruit kan blijken dat een wat kleinere voorziening ook kan volstaan. In de toekomstige situatie zal een gescheiden rioolstelsel aangelegd worden. Hemelwater vallend op daken wordt middels regenpijpen naar de hemelwaterriolering geleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=13f284f4-d787-4f57-a402-97dc62f0c71f