CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0917.BP030400W000003-0401_Toelichting.pdf

Raadsvergadering . (video) 21 december 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heerlen-West35.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

afbeelding: Uitsnede kaart 10 'Visie' ter plaatse van het plangebied (zwarte begrenzing) Corio Glana Een groot deel van deelgebied West bestaat uit het beekdal van de Geleenbeek. Het gehele beekdal van deze beek, vanaf de bron in Benzenrade tot aan de Muldersplas in Schinnen, zal een kwaliteitsverbetering ondergaan. De ontwikkeling van dit traject van de Geleenbeek vindt plaats onder de titel 'Corio Glana'. De voor dit project opgestelde ontwikkelingsvisie (Grontmij, 2009) bevat het gewenste eindbeeld van de beek, haar oevers en de omgeving en geeft een overzicht van de noodzakelijke maatregelen om de visie te realiseren. Belangrijke opgaven voor de herinrichting van het Geleenbeekdal op dit traject zijn: het herstel van de Geleenbeek en het benutten van de kansen voor natuurontwikkeling;

bestemmingsplan Heerlen-West

49

het verbeteren van recreatieve gebruiksmogelijkheden door het aanbrengen van recreatieve routes voor wandelaar, fietser, ruiter en koetsier; het verhogen van de landschappelijke kwaliteit in combinatie met aandacht voor cultuurhistorie; het creëren van toegevoegde waarde voor recreatiebedrijven en landbouw. Voor het 'smalle' beekdal staat herstel van de Geleenbeek en natuurontwikkeling op de oevergronden centraal. In het recente verleden is de Geleenbeek van de bron tot Kasteel Terworm heringericht. Behoudens enkele knelpunten is de beek op dit deeltraject op orde. Vanaf Kasteel Terworm krijgt de beek weer een meanderend verloop. Hierbij is gekozen voor de ligging van de beek zoals deze is terug te vinden op oude kaarten van rond 1900. Conclusie plangebied In de vorige paragraaf is reeds ingegaan op de versterking van de omgeving van de Geleenbeek.

2.5.4

Horecavisie Heerlen en Kadernota Horecabeleid

Op 28 november 2018 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Horecavisie Heerlen' en de 'Kadernota Horecabeleid Gemeente Heerlen' vastgesteld. 2.5.4.1

Horecavisie Heerlen

Algemeen De Horecavisie is de ruimtelijk economische visie op de horecaontwikkeling in Heerlen voor de komende jaren. In deze visie wordt aangegeven welk potentieel (per horecacategorie en -locatie) er is, in welke gebieden nog uitbreiding kan plaatsvinden en worden per verschillende deelgebieden actielijnen geformuleerd om de kwaliteit en beleving van de horeca te verbeteren. Deze visie dient als richtinggevend kader voor nieuwe bestemmingsplannen en de uitwerking van de plannen voor verbetering en stimulering van het horeca aanbod en de besluitvorming over nieuwe horeca-initiatieven. 2.5.4.2

Kadernota Horecabeleid

Algemeen Naast de Horecavisie heeft de gemeenteraad de Kadernota Horeca - het uitvoeringsprogramma vastgesteld. De Kadernota Horeca stelt de Horecavisie centraal en biedt daarvoor toegesneden regels voor vergunningverlening aan horecabedrijven met als motto: 'bevorderen van de dynamiek en de juiste horeca op de juiste plek'. De nota biedt kaders voor objectieve toetsingsgronden die zowel voor de gemeente, ondernemers als omwonenden duidelijkheid verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving, mede ten behoeve van de uitvoering van de in de Horecavisie genoemde actielijnen en aandachtspunten. Overgangsrecht De kaders in de kadernota horecabeleid hebben betrekking op nieuwe ondernemers die een horecabedrijf willen beginnen. Elke nieuwe ondernemer die op een nieuwe locatie wil gaan exploiteren, krijgt te maken met de nieuwe kaders zoals genoemd in deze Kadernota. Deze gelden eveneens als een bestaand horecapand geruime tijd niet wordt geëxploiteerd. Huidige horecaondernemers behouden hun bestaande rechten. Dit geldt ook voor nieuwe horecaondernemers die een bestaande horecazaak overnemen.

Ambities De gemeente Heerlen heeft de volgende ambities voor de horecasector in de gemeente: Divers en goed horeca-aanbod voor inwoners van Heerlen en Parkstad; Een voor bewoners en bezoekers aantrekkelijk centrum, waarbij horeca als versterkend element voor de binnenstad wordt ingezet; Gezond ondernemersklimaat met ruimte voor kwaliteit, innovatie en aandacht voor duurzaamheid; Beter benutten van toeristische potenties.

bestemmingsplan Heerlen-West

50

De voorzieningencentra in de gemeente Heerlen Horecaclusters in centrum en horecacategorieën Om de kracht van horeca beter te benutten wordt in de binnenstad (centrum) van Heerlen ingezet op clustering van horeca in een aantal strategisch gelegen en complementaire concentratiegebieden. Door de clustering ontstaan in de binnenstad verschillende sterke horecagebieden waar horecabedrijven van elkaar kunnen profiteren en gezamenlijk een eigen DNA neer kunnen zetten. Het geheel wordt zo meer dan de som der delen. In het centrum is beperkt ruimte voor kwalitatieve toevoeging van horeca in de clusters, maar ook in de aanloopstraten zolang deze winkel ondersteunend is en of beperkt blijft tot horeca categorie 2 en niet ten koste gaat van de clusters. De horeca wordt onderscheiden in de categorieën: Horeca, categorie 1 - daghoreca: Een inrichting die qua exploitatievorm primair gericht is op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea). Het type horeca (bijv. lunchroom, café of cafetaria) is bij deze categorie niet relevant. Horeca, categorie 2 - lichte horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjesza-ken/lunchroom,

bestemmingsplan Heerlen-West

51

konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffie- en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, kantine alsmede cateringbedrijf. Horeca, categorie 3 - middelzware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsme-de het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grandcafé, eetcafé, danscafé, pubs. Horeca, categorie 4 - zware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en zalencentrum (met nachtvergunning). Horeca, categorie 5 - logiesverstrekkers: Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. Horeca buiten centrum Voor horeca buiten het centrum geldt dat deze ook van grote waarde kan zijn voor het woon- en leefklimaat.

Horeca heeft in buurten, wijken en dorpen van de gemeente zowel een functionele (lokale snackbar), als een sociale (buurtcafé) en een ondersteunende rol (sportkantine, horeca bij culturele voorziening en/of cultureel erfgoed). Het aantal horecabedrijven buiten het centrum neemt naar verwachting verder af. Met name traditionele horeca (o.a. buurtcafé, snackbar) staan onder druk. Om het horeca-aanbod buiten het centrum van Heerlen zoveel mogelijk te behouden (ambitie) is het van belang ons te richten op de meest kansrijke horecalocaties, die de grootste toegevoegde waarde hebben voor het woon- en leefklimaat in de omgeving. Gestreefd wordt naar behoud van frequent bezochte horeca, zoals snackbar, Chinees (afhaal)restaurant, grillroom, (eet)café en/of maaltijdbezorgers (pizza, sushi) in de centra van buurten, wijken en dorpen. Bedrijven die gericht zijn op het primaire verzorgingsgebied van deze centra zijn kansrijk. Daarmee zorgen deze horecabedrijven voor het behoud van de aantrekkingskracht van deze kleinere centra, de leefbaarheid in wijken en buurten en een spreiding van voorzieningen. Daarnaast is ondersteunende horeca bij publieksgerichte locaties toegestaan, zoals bijvoorbeeld bij de Woonboulevard Heerlen. Uitgangspunt voor horeca bij publieksgerichte functies is dat deze ondersteunend blijven aan de hoofdactiviteit.

Conclusie plangebied Het plangebied is buiten het centrum van Heerlen gelegen. De uitgangspunten zoals ze in de structuurvisie opgenomen zijn voor horeca buiten het centrum, zijn dan ook van toepassing. Gelet op deze uitgangspunten wordt binnen het bestemmingsplan Heerlen-West de aanwezige horeca positief bestemd en onbenutte horeca wordt wegbestemd.

2.5.5

Parkeernota Heerlen - Deel 1 Visie- en Ambitiedocument

Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken. Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komend jaren. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij.

bestemmingsplan Heerlen-West

52

Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: Toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties cq maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren.

De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'. In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt. De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is derhalve richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige Parkeernota zal ondergeschikt zijn aan de nog op te stellen Verkeersvisie Heerlen. Uiteindelijk zal de Verkeersvisie Heerlen als kapstok dienen voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota.

Onder de Parkeernota hangen vervolgens de verschillende uitvoeringsnota's, zoals de 'Nota Parkeernormen' en de 'Nota Digitalisering'. Verkeersvisie Heerlen Beleidsnota Fiets

Parkeernormen

Parkeernota

Digitalisering

Veiligheids-not a

Nota Verkeerslichten

Gehandicapten

Etc.

Etc.

Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd. In Heerlen kunnen er immers verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: betaald parkeergebieden; vergunninggebieden; parkeerschijfzones; vrije parkeergebieden Totdat deel 2 van Parkeernota - met name "Parkeernormen" - door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld, gelden de parkeernormen uit de Parkeernota Heerlen 2010.

bestemmingsplan Heerlen-West

53

Conclusie plangebied In het woongebied binnen het plangebied Heerlen-West wordt het parkeren zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte opgelost. De parkeerdruk op het noordelijk deel van de wijk, nabij de Open Universitieit en Hogeschool Zuyd is erg hoog. Om de parkeerdruk op deze wijk te verlichten is besloten in deze zone verschillende parkeerregimes (betaald parkeren en vergunningparkeren) in in te voeren. Ook is ten zuiden van de Welterlaan een parkeerschijfzone ingevoerd. Het bestemmingsplan Heerlen-West is in lijn met het gestelde in de Parkeernota Heerlen. Dit bestemmingsplan is conserverend van aard, er worden in planologische zin geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Als gevolg van dit bestemmingsplan worden geen wijzigingen doorgevoerd in de parkeersituatie in het plangebied.

2.5.6

DuurzaamheidsvisieHeerlen 2017

Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: We werken aan beperking van klimaatverandering d.m.v. energiebesparing en inzet hernieuwbare energie. We bewaken en verbeteren de kwaliteit van leefomgeving t.b.v. een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven. We stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema's binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. De toetsing aan deze kaders komt elders in de onderbouwing aan de orde. Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie hieronder), voor klimaatadaptatie en circulaire economie is het in ontwikkeling. Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan ruimtelijke adaptatie en grondstoffenakkoord.

Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan. 2.5.6.1

Energietransitie

Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de korte termijn (2016 - 2020). In dit programma zijn concrete acties, maatregelen en projecten benoemd die er toe moeten leiden dat in 2020 ten minste 8% van de totaalopgave tot 2020 wat betreft energiebesparing en duurzame energieopwekking is gerealiseerd. Eén van de thematafels van PALET 3.0 is het 'regionaal afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking'. De Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid heeft hiertoe op 14 juli 2016 besloten incl. financiële middelen toegekend. Aanleiding voor dit afwegingskader was de constatering dat de ruimtelijke component weliswaar stevig is verankerd in het PALET-beleid, maar te grofmazig en globaal is om op project- en locatieniveau invulling te geven aan een zorgvuldige ruimtelijke afwegingen landschappelijke inpassing.

Het afwegingskader, zijnde een beleidsregel, fungeert als: Inhoudelijke uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeentensamen (meer) in staat zijn om initiatieven ten aanzien van zonne-energie en windenergie af te wegen; Procesmatige uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeentensamen (meer) in staat zijn om processen in het kader van initiatieven voor zonne-energie en windenergievorm te geven; Aanjager voor de vertaling van regionale en gemeentelijke onderdelen uit het uitvoeringsprogrammaPALET 3.0 in concrete projecten voor zonne-energie en windenergie; Groeimodel waaraan in de toekomst evt. bouwstenen worden toegevoegd; Kader voor samenwerking tussen de acht Parkstad-gemeenten. Het 'PALET Regionaal Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energieopwekking' bestaat uit:

bestemmingsplan Heerlen-West

54

Bouwsteen 1: Windenergie Bouwsteen 2: Zonne-energie Bouwsteen 3: PALET 3D-tool grootschalige duurzame energieopwekking Voorbeeldboek windenergie- en zonne-energieprojecten De Parkstad-gemeenten kunnen individueel besluiten om de bouwstenen van het regionaalafwegingskader op lokaal niveau aan te vullen, zij het in nauwe afstemming met de andere gemeentenvia de PALET-Broedkamer. 2.5.6.2

Mijnwater

Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen. 2.5.6.3

Conclusie plangebied

Het bestemmingsplan Heerlen-West heeft het karakter van een beheerplan. Dat betekent dat de huidige functies behouden blijven en er geen veranderingen optreden in het gebiedsgebruik. Omdat het een beheerplan is, zijn duurzaamheidsmaatregelen met ruimtelijke consequenties uitgesloten. Verandering van gedrag zijn uiteraard wel mogelijk, maar kunnen niet worden geregeld in een bestemmingsplan. Indien bestaande bebouwing wordt verbouwd, zijn de energieprestatiecoëfficiënt (EPC)-eisen van het Bouwbesluit van toepassing. Hoewel Heerlen-West een beheerplan is, zal er in de toekomst zeker sprake zijn van ingrijpende wijzigingen in de energie-infrastructuur. Er zal op enig moment afscheid moeten worden genomen van het aardgas en gezocht worden naar alternatieve duurzame oplossingen voor de warmtevoorziening. Binnen het plangebied verzorgt momenteel ten oosten en westen van de JF Kennedylaan een traditioneel, gasgestookt, hoge temperatuur warmtenet de verwarming van de woonblokken. Een verdere uitbreiding van het mijnwater zou een mogelijke oplossing kunnen zijn om beschikbare restwarmte in en buiten het gebied effectief te kunnen inzetten. Hiervoor kan het bestaande warmtenet worden omgebouwd naar mijnwater en de overige gebieden aanvullend hierop worden aangesloten. De woningen liggen hiervoor voldoende dicht bij elkaar en de transportafstanden zijn kort.

Afbeelding: Potentieel mijnwaternetwerk Gezien de dichte bebouwing is een intelligent warmtenet in dit gebied uiterst geschikt. Het bestemmingsplan wordt overigens voldoende flexibel ingericht, zodat een eventuele toekomstige verdere uitbreiding van een warmtenet mogelijk is.

bestemmingsplan Heerlen-West

55

Indien de bestaande bebouwing wordt verbouwd, zijn de op dat moment geldende energieprestatiecoëfficiënt (EPC)-eisen en vanaf 1 januari 2021 de nieuwe Bijna Energieneutrale Gebouwen BENG-eisen van toepassing. Er wordt echter gestreefd naar energieneutrale (ver)bouw van woningen en andere gebouwen. Volgens de potentiekaarten in PALET is het plangebied niet geschikt voor grootschalige windenergie. Uitsluitend het noordoostelijke deel heeft een goede potentie voor bodemenergie. Gezien de vele platte daken is het gebruik van de zon als duurzame energiebron uitermate geschikt.

2.5.7

Integraal MaatschappelijkAccommodatiebeleidHeerlen (IMAH) 2017-2024

In de Leegstandsvisie zet de gemeente haar visie op de aanpak van leegstaand commercieel en maatschappelijk vastgoed voor de periode 2017-2024 uiteen. Uitgangspunt is het leggen van prioriteit bij de clusters die in verschillende beleidsnota's zijn benoemd als belangrijk voor de economische c.q. voorzieningenstructuur. Ten aanzien van maatschappelijk vastgoed is dit uiteengezet in het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid Heerlen (IMAH), dat sinds oktober 2010 door de gemeente Heerlen wordt gehanteerd als een integraal beleid voor maatschappelijke accommodaties. De uitgangspunten uit het IMAH vormen een integraal afwegingskader voor de maatschappelijke accommodaties in Heerlen, zowel bestaand als nieuw te realiseren. Het schetst hoe de gemeente Heerlen met (toekomstige) initiatieven om wil gaan om de toekomstbestendigheid van maatschappelijke accommodaties te garanderen. Daarmee is het zowel een toetsingskader als een richtinggevend document.

De uitgangspunten betreffen: Clustering van functies: zoeken naar meerwaarde (samenwerking of publieksaantrekkende werking) door individuele functies voor verschillende doelgroepen en activiteiten te clusteren en gedeeld gebruik gezamenlijke accommodaties (besparen huur- en onderhoudskosten; efficiëntie) Spreiding: garanderen dat alle inwoners in of nabij hun eigen omgeving toegang hebben tot de gewenste maatschappelijke accommodaties; Kwaliteit: beschikbare accommodaties zijn afgestemd op de behoefte van nu, maar ook van de toekomst; Aanbod & capaciteit: uitgangspunt is dat de markt het aanbod van accommodaties bepaalt en de gemeente in beginsel een ondersteunende en faciliterende rol speelt. De gemeente streeft naar optimalisatie van de bezetting (ten behoeve van een betere exploitatie), het voorkomen van leegstand en het toekomstbestendig maken van de accommodaties die er zijn. Eigendom & beheer en Toegankelijkheid & duurzaamheid. Als hulpmiddel voor het integraal accommodatiebeleid is een digitale kaart van de bestaande maatschappelijke accommodaties in Heerlen opgesteld, zowel in eigendom van de gemeente als van andere partijen. Met deze kaart wordt een zo volledig mogelijk overzicht geboden van onder andere onderwijs, zorg- en welzijnsaccommodaties, sport- en speelruimte, cultuuraccommodaties en kinderopvang.

bestemmingsplan Heerlen-West

56

afbeelding: Overzichtskaart IMAH ter plaatse van het plangebied Verdiepingin beleidsclusters Uitgangspunten cluster Jeugd & Jongeren

bestemmingsplan Heerlen-West

57

Schoolbesturen en gemeente hebben de ambitie uitgesproken dat alle scholen zich ontwikkelen tot brede school of brede maatschappelijke voorziening. Hierbij hoeft niet persé sprake te zijn van een gezamenlijke (fysieke) huisvesting van partijen, al is dit in de praktijk wel vaak gewenst en ook gerealiseerd. Vanuit het Integraal Huisvestingsplan wordt zowel inhoudelijk als fysiek afstemming gezocht tussen basis- en voortgezet onderwijs, maar ook met peuterwerk, kinderopvang en buitenschoolse opvang. Multifunctionele huisvesting ondersteunt de samenwerking tussen kindpartners en aanpalende partijen zoals verenigingen uit de buurt of welzijnswerk. Passend bij deze bundeling voert de gemeente op grond van de wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) regie op het onderwijsachterstandenbeleid, waaronder voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Het IMA Heerlen biedt kaders en uitgangspunten voor afwegingen op interne en externe ruimtevragen op het gebied van maatschappelijke accommodaties. Op een aantal beleidsthema's is een verdieping gewenst of noodzakelijk. Deze verdiepende beleidskaders zijn en worden altijd uitgewerkt onder de paraplu van het IMA Heerlen. Afwijken op uitgangspunten kan, mits beargumenteerd en aangegeven wordt op welke punten de afwijking zit.

Onder andere de volgende beleidskaders kunnen gezien worden als verdieping op het IMA Heerlen: •Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Heerlen 2010 (actualisatie 2017) •Evenwichtige spreiding van onderwijs, peuterwerk en kinderopvang accommodaties over de stad. •Doorontwikkeling van de inhoudelijke/pedagogische leerlijn 0 – 12 jaar en verder (kindcentra). Bundelen van de functies basisonderwijs, peuterwerk en naar behoefte kinderopvang en buitenschoolse opvang in Brede Scholen en Brede Maatschappelijke Voorzieningen. In het IHP zijn op dit punt meer specifiek uitgangspunten benoemd. •Scholen, peuterwerk en kinderopvang maken zoveel mogelijk gebruik van elkaars ruimten of van overige ruimten.

2.5.8

Integraal HuisvestingsplanPrimair Onderwijs gemeente Heerlen (IHP)

Het IHP heeft een reikwijdte tot 2027 en geeft inzicht in: 1.

2.

3.

Een visie op onderwijs geeft kaders voor de wijze waarop het primair onderwijs en aanpalende kindfuncties in de gemeente Heerlen toekomstgericht georganiseerd kunnen worden. Hierbij is aandacht voor de visie van de schoolbesturen en kindpartners en beleid van de gemeente, alsmede voor ontwikkelingen aan de vraagzijde: 'wat ouders en kinderen willen', 'de manier waarop Heerlen zich ontwikkelt', 'wat scholen en kindpartners met elkaar kunnen', 'wat veranderende wetgeving vraagt' en andere ontwikkelingen. Het huisvestingsplan vertaalt de visie in een passende huisvestingsstructuur. Dit plan geeft waarborging en stimulering aan bestaande en toekomstig te initiëren onderwijsactiviteiten en bijbehorende fysieke voorzieningen. Het huisvestingsplan formuleert een koers voor 2017-2027. De uitvoeringsagenda draagt de eerste prioriteiten aan voor de komende vijf jaar en benoemt hoe de betreffende onderwijslocaties concreet vorm krijgen.

Het IHP is een 'richtinggevend document' voor de schoolbesturen, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en de gemeente Heerlen. Deze partijen willen de geformuleerde visie en bijbehorende plannen gezamenlijk realiseren. Het IHP sluit aan op het gemeentelijk Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid waarbinnen uitgangspunten voor aanpalende sectoren zijn opgesteld. Binnen dat kader zijn ook uitgangspunten voor de sectoren welzijn, sport en cultuur uitgewerkt. Ook het gemeentelijk vastgoed kent een eigen beleidskader wat als aanvullend gezien kan wordt op het IHP. Datzelfde geldt voor andere beleidsinitiatieven van gemeente en schoolbesturen. Conclusie plangebied Locatie St. Martinus Vanaf 1930 is basisschool St. Martinus (INNOVO) in het huidige pand gehuisvest. Op het moment zijn er 12 lokalen. Tevens is peuterspeelzaal Martijntje in het gebouw gehuisvest. De ruimtecapaciteit van het gebouw is 1.650 m2 bvo. Het gebouw is onsamenhangend en disfunctioneel om hedendaags onderwijs te geven, waarmee renovatie in beeld komt. In lijn met de onderwijsvisie van de school wordt voorgesteld het gebouw opener en functioneler in te richten en bouwkundige maatregelen door te voeren op onder andere duurzaamheid. De uitvoering van de renovatie St. Martinus is gepland voor 2020-2021.

bestemmingsplan Heerlen-West

58

Locatie Catharina Catharina (INNOVO) is een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Het schoolgebouw van de hoofdlocatie heeft een ruimtecapaciteit van 1.616 m2 bvo (incl. noodlokaal van 100 m2 ). De school heeft ook nog een dislocatie. Kindfuncties zijn niet op de locatie gevestigd. Vooralsnog is er geen voornemen om de beide locaties samen te voegen, waarmee de huidige situatie blijft voortbestaan.

bestemmingsplan Heerlen-West

59

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Heerlen-West en zijn directe omgeving. Zowel de historie van het plangebied als de huidige ruimtelijke en functionele structuur worden beschreven.

3.1

Ondergrond, Natuur en Landschap

Voor het bepalen van de inhoud van deze paragraaf is gebruik gemaakt van de uitgebreide analyse van het grondgebied van Heerlen die is opgenomen in het gemeentelijk Groenbeleidsplan.

3.1.1

Ondergrond

De ondergrond betreft de bodem en het bodemleven, maar ook het (grond)water. De voormalige steenkoolmijnen, de geologische opbouw (ouderdom, vast gesteente, delfstoffen, breuken), de geomorfologische opbouw (reliëf), de hydrologische situatie en het voorkomen van delfstoffen zijn de specifieke kenmerken van Heerlen. Geologie De geologische ontstaanswijze en de opbouw van de bodem in de gemeente Heerlen is bijzonder complex. Tot aan het Tertiaire tijdperk (tot 2,5 miljoen jaar geleden) stroomde de Maas oostelijk van Heerlen. In deze perioden zijn organische afzettingen (bruinkool) en mariene afzettingen (kalksteen, zilverzand) ontstaan. Door een sterke opheffing in het Quartair is de Maas naar het westen verplaatst en heeft zich steeds dieper in het landschap ingesneden. Hierdoor zijn Maasterrassen ontstaan. Door de lokale beken, zoals de Geul, de Gulp en de Geleenbeek, is het daar gelegen landschap van Maasterrassen versneden tot een dalenlandschap. In het tijdperk van het Carboon zijn door tektoniek breuken ontstaan. Heerlen en omgeving worden gekenmerkt door een grote mate van tectoniek. In de regio liggen meerdere zuidoost-noordwest verlopende breuken, waarvan de Kunradebreuk, de Benzenraderbreuk, de Heerlerheidebreuk en de Feldbiss de belangrijkste zijn. De Feldbiss is de meest noordelijke van deze breuken en vormt de scheiding tussen Zuid-Limburg en de Roerdalslenk.

De gemeente Heerlen vormt het meest zuidelijke deel van Nederland waar tijdens de laatste IJstijd (circa 10.000 jaar geleden) dekzand is afgezet. Dit dekzand is binnen de gemeente alleen aanwezig op de Brunssummerheide. Tussen de Brunssummerheide en het Caumerbeekdal bevindt zich het overgangsgebied van dekzandafzettingen naar lössafzettingen. Het plangebied bestaat volledig uit lössafzetting. De gemeente Heerlen vormt het meest zuidelijke deel van Nederland waar tijdens de laatste IJstijd (circa 10.000 jaar geleden) dekzand is afgezet. Dit dekzand is binnen de gemeente alleen aanwezig op de Brunssummerheide. Tussen de Brunssummerheide en het Caumerbeekdal bevindt zich het overgangsgebied van dekzandafzettingen naar lössafzettingen. Het plangebied bestaat volledig uit lössafzetting.

bestemmingsplan Heerlen-West

60

3.1.2

Geomorfologieen reliëf

De gemeente Heerlen wordt geomorfologisch gekenmerkt door twee bijzondere eenheden, te weten het erosiebekken van Heerlen en de Brunssummerheide. Slechts een klein deel van de gemeente Heerlen kent de voor Zuid-Limburg karakteristieke opbouw van plateaus, hellingen en droog/beekdalen. Het 'eiland van Ubachsberg', ten westen van Benzenrade, en Schurenberg zijn nog een overblijfsel van het oorspronkelijke plateau. Geleenbeekdal Door verdere insnijdingen van de Geleenbeek en haar zijbeken en de daarop volgende erosie zijn oude landoppervlakken verdwenen en zijn alleen de verkiezelingen over gebleven. Het sterk gelobde karakter van de rand benadrukt dat het bekken is samengesteld uit tal van afzonderlijke zijdalen en hellingdalen. Het bekken kan worden beschouwd als een grootschalig geheel van de afzonderlijke dalletjes, dit zijn de lepelvormige laagten die aan het eind van de afzonderlijke (droog) dalen zijn gevormd. Het plangebied bestaat grotendeels uit lösswanden en -glooiingen die richting het beekdal hellen. Door het gebied loopt diagonaal een droogdal van de Thun richting de Weltermolen.

bestemmingsplan Heerlen-West

61

De dalbodem van de Geleenbeek bestaat uit diverse soorten jonge rivierklei dat wordt gerekend tot de Poldervaaggronden. Deze gronden bestaan voornamelijk uit verspoelde löss en zijn kalkloos. De kleigronden hebben een dikke donker grijze tot zwarte bovenlaag die is ontstaan door overstromingen. Deze bovenlaag bestaat uit materiaal dat afkomstig is uit de voormalige Limburgse mijnen. Op de beekdalbodem komt een grondwatertrap voor. In de winter komt het grondwater tot aan het maaiveld in de zomer zakt het grondwater diep weg. De natste plekken, bronnen en beekjes, zijn van nature met moerasbossen begroeid (de zogenoemde Elzenbroekbosjes). Het dal van de Geleenbeek is asymmetrisch, de noordoostelijke helling is steiler dan de zuidwestelijke helling. Op de steile helling komen glauconiethoudend zand en zwavel aan de oppervlakte, plaatselijk afgedekt met secundair löss. Secundair löss is löss dat na afzetting is getransporteerd, de dikte van deze laag kan variëren van 80 cm tot 2 meter. Door grondbewerkingen is van gelaagdheid in het profiel weinig over.

bestemmingsplan Heerlen-West

62

3.1.3

Watersystemen

Heerlen ligt in een groot keteldal, waardoor zowel de Caumerbeek als de Geleenbeek stromen. Beide beken ontspringen op het grondgebied van de gemeente. De meanderende beken zijn in de Middenterrastijd ontstaan en daarna uitgeslepen in het vroeger hier aanwezig hoogterras van de Maas. Beide beken zijn voor de economische geschiedenis altijd al van groot belang geweest. Ze zorgden voor de watervoorziening van de Heerlenaren van Prehistorie en Romeinse Tijd tot ver in de twintigste eeuw. Geleenbeek De Geleenbeek ontspringt aan de voet van het plateau van Ubachsberg in de kelder van de Benzenraderhof. Ernaast ligt een grote bronvijver. Tussen Benzenrade en kasteel Terworm en tussen kasteel Terworm en Ten Esschen liggen diverse bronnen waarvan het water, al dan niet via een zijbeekje, door de Geleenbeek wordt afgevoerd. Het water van de beek is zeer kalkrijk. Plaatselijk varieert de breedte van de dalbodem van 50 tot 200 meter. Hier doorheen stroomt de soms enkele meters diep ingesneden Geleenbeek. Tot ongeveer de jaren 50 van de 20e eeuw zijn er tussen het Geleenhof en kasteel Terworm twee stromen geweest. De één stroomde langs de Eikendermolen en langs het kasteel, de huidige Geleenbeek, de ander liep oostelijker langs de kasteeltuin en kwam uit in de kasteelgracht. Ter hoogte van Terworm komen op diverse plaatsen nog open waterpartijen voor.

Dit zijn restanten van visvijvers, drinkpoelen, zijbeekjes, kasteelgrachten en molenvijvers. Zo duiden natte plekken in het zijdal ten noorden van het Kasteel Terworm de plaatsen aan van vroegere visvijvers. Ook aan de zuidwestzijde van het kasteel zijn vroeger visvijvers aangelegd, hiervan resteert het voormalige zwembad nog. Voor het gehele beekdal van de Geleenbeek, vanaf de bron in Benzenrade tot aan de Muldersplas in Schinnen, is met het project 'Corio Glana' een kwaliteitsverbetering voorzien. Voor een groot deel is deze al uitgevoerd. Meer informatie over dit project is opgenomen in paragraaf 2.5.3 inrichtingsvisie beken.

bestemmingsplan Heerlen-West

63

3.1.4

Natuur en landschap

Heerlen ligt op het snijvlak van een drietal landschapstypen. Aan de oostzijde ligt als onderdeel van het heidenatuurlandschap het Natura2000-gebied Brunssummerheide, een uniek natuurge-bied in Nederland met een kenmerkende zandgrond. Aan de westzijde is het Geleenbeekdal gelegen. Dit is eveneens een Natura2000-gebied, waarin tevens bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Dit beekdal, waar kalkrijke kwel de beek voedt, maakt onderdeel uit van het geomorfologisch uitzonderlijke 'erosiebekken van Heerlen'. Dit 'erosiebekken' onderscheidt zich van het omringende en voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg karakteristieke plateaulandschap op basis van de aanwezige glooiingen en de hoge dichtheid aan beken, watermolens, kastelen en herenboerderijen. Dit gebied kan zodoende worden gekarakteriseerd als beekdalenlandschap. Het plateaulandschap reikt aan de noord- en zuidzijde van Heerlen tot in het stedelijke weefsel en bepaalt daarmee tevens de ligging van de hoogste delen van de gemeente.

Landschapstypen Heerlen Beekdalenlandschap: Geleenbeekdal Het grootste deel van het plangebied valt behoort tot het beekdalenlandschap. Dat hier gevormd is door de Geleenbeek. De grootte van het beekdal duidt er op dat de beek vroeger veel breder is geweest, nu nog zijn enkele landschappelijke elementen daarvan zichtbaar, zoals terrasafschei-dingen. Naast de beek zijn nog diverse bronnen, moerassen en kwelgebiedjes te vinden. De beek heeft als hoofdfunctie het afvoeren van water, daarbij is het een duidelijke drager van de ecologische hoofdstructuur van het beekdal. De beek en de bronnen worden voor een groot gedeelte begeleid door bos. De plateaus bestaan

bestemmingsplan Heerlen-West

64

voornamelijk uit landbouwgronden. Gezamenlijk vormt dit een natuurgebied met een gevarieerde flora en fauna. Het is een belangrijk gebied voor onder anderen dassen, vleermuizen, amfibieën en diverse soorten vogels. De landbouwgronden zijn daarbij voornamelijk van belang als buffer en als foerageergebied. Binnen deze natuurlijke omgeving zijn kleine landschapselementen uit vroegere tijden behouden. Met kleine landschapselementen wordt onder meer bedoeld: heggen, grote solitaire bomen, graften, hoogstamboomgaarden, holle wegen en drinkpoelen, zij vormen samen de beeldbepalende elementen in het gebied.

3.2

Historie

Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Heerlen-Stad in de buurt Welten/Benzenrade. Deze buurt is voortgekomen uit het voormalige kerkdorp Welten. Van hieruit zijn bebouwingslinten ontstaan aan de Pijnsweg, Valkenburgweg en De Doom. Dit dorp is oorspronkelijk agrarisch van karakter, maar is sinds lange tijd een vestigingsplaats voor forenzen. Het gebied is gelegen op de westelijke helling van het beekdal van de Geleenbeek. De brede zone van de oostelijke helling van het beekdal scheidt Welten en Heerlen-Centrum. Deze scheiding wordt versterkt door de N281 en is nog steeds zichtbaar in de vorm van groene zones. Na de oorlog is het gebied enorm gegroeid met woonerven in de typerende stedenbouwkundig seriematige vorm en een tweetal villawijken uit de jaren '60/'70. In de volgende afbeeldingen is de ontwikkeling van het plangebied en de omgeving op topografische kaarten (resp. 1900, 1950 en 2020) weergegeven. 1900

1950

bestemmingsplan Heerlen-West

65

2020

Afbeeldingen: Ontwikkeling van het plangebied en omgeving op topografische kaarten (Bron: Topotijdreis) In cultuurhistorisch opzicht is er sprake van een interessant gebied door de aanwezige beeldbepalende bebouwing aan de historische linten. De Geleenhof aan de Valkenburgerweg is een monumentale herenboerderij van aanzienlijke omvang uit de 17e en 18e eeuw. Aan de Valkenburgerweg en de Pijnsweg, zijn verschillende villa's uit het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw gelegen. De panden zijn meestal in een traditionele vorm gebouwd. Het betreft onder andere Valkenburgerweg 82 en 165 (Peutz), Pijnsweg 28 en Valkenburgerweg 72 (Bisscheroux), Pijnsweg 13 (Arets) en Valkenburgerweg 167 (de villa Zomerweelde). De laatstgenoemde is de imposante, in franse landhuisstijl gebouwde, voormalige directeurswoning van de Oranje-Nassau-mijnen. Daarnaast zijn de villa Beekhof (Seelen) tegenover de Geleenhof en het complex Eikhold evenals de woninggroep De Thun (J. Stuyt) vermeldenswaardig. In de kern Welten zijn nog enkele voormalige boerderijen in het straatbeeld te zien, daarnaast vormen de kerk en de pastorie herkenningspunten. Bijzonder zijn de rijksmonumenten Weltermolen en het Huis Strijthagen tot Welten in de nabijheid van de Weltervijver beide gevoegd in het ensemble met vijver, beek en park.

Ook de rijksmonumentale voormalige boerderij op nummer 22 langs de weg De Doom draagt, net als de Doom, bij aan de diversiteit in de cultuurhistorie. Bijlage 3 Cultuurhistorie is een gedetailleerdere omschrijving van enkele van deze panden te vinden.

bestemmingsplan Heerlen-West

66

3.3

Ruimtelijke structuur

De ruimtelijke structuur van het plangebied Heerlen-West is wisselend planmatig en organisch. Met name het oude lint (Valkenburgerweg/ Pijnsweg/ Weltertuijnstraat/ De Doom) heeft een sterk organisch karakter. Hieromheen werd in de loop der jaren een kring van buurten opgebouwd. Binnen het plangebied zijn van oorsprong twee oud-adelijke huizen, huis de Doom en huis Strijthagen gelegen. Deze twee huizen vormen mede de oude kern van Welten. Het dorp Welten kende tot de jaren 60 een beperkte groei. Deze rustige groei hield midden jaren 60 op. In deze periode is het gebied tussen het oude lint (Pijnsweg/ Weltertuijnstraat/ De Doom) en de huidige wegen Mergelsweg/ Doctor Ingenieur Ross van Lennepstraat bebouwd. Hier is sprake van een planmatige structuur. Eind jaren 70 is het gebied ten zuiden van De Thun/ Weltertuijnstraat ontwikkeld. In de jaren 80 heeft de laatste omvangrijke ontwikkeling, in de vorm van de woonbuurt nabij de Professor van Itersonstraat, plaatsgevonden. Een overzicht van de in het plangebied voorkomende bebouwing is weergegeven in de onderstaande afbeelding 'bebouwing plangebied'.

Afbeelding: bebouwing plangebied Prominent aanwezig is de John F. Kennedylaan (zie afbeelding 'John F. Kennedylaan, ter hoogte van

bestemmingsplan Heerlen-West

67

de Tichelbeekstraat'), die als ontsluitingsroute van de wijk fungeert. De John F. Kennedylaan vormt eveneens de splitsing tussen het oostelijke en het westelijke deel van de wijk. Ten oosten van de John F. Kennedylaan is de historische bebouwing en structuur aanwezig. De diverse dienstverlenende- en detailhandelsfuncties zijn tevens gelegen aan het oude lint, specifiek de Weltertuijnstraat en De Doom. Ten westen van de John F. Kennedylaan is sprake van een planmatige structuur.

Afbeelding: John F. Kennedylaan, ter hoogte van de Tichelbeekstraat Specifieke bebouwingstypologieën In het plangebied is een aantal specifieke bebouwingstypologieën aanwezig, zoals: De woningbouwblokken tussen de Prof van Itersonstraat en de ingenieur Lelystraat (architect Sigmond). Dit betreft een concentratie van galerij appartementen van twee bouwlagen die overwegend in noord-zuid richting zijn gesitueerd. De panden kennen een horizontale geleding. Ze zijn in stroken gebouwd, hetzij als grondgebonden woningen, hetzij als woningen boven elkaar in twee bouwlagen en zijn allen plat afgedekt zonder opbouwen. De tuinen zijn nog grotendeels onbebouwd. Het dichtslibben van de bestaande tuinen moet worden voorkomen. De stedenbouwkundige structuur is nog gaaf en herkenbaar als een stedenbouwkundig ensemble. Gelet op de kenmerkende structuur, waar nagenoeg geen wijzigingen aan de oorspronkelijk opzet zijn doorgevoerd, wordt het huidige (strakke) planologisch kader overgenomen in dit plan en wijkt dat af van de standaardsystematiek. In afbeelding 'Woningbouwblokken aan de Prof. van Itersonstraat', wordt een impressie weergegeven.

Afbeelding: Woningbouwblokken aan de Prof. van Itersonstraat De woningbouwblokken rondom De Thun en Mergelsweg. Deze bebouwing bestaat uit 3-laagse, plat afgedekte, rijwoningen die in blokvormige bouwvolumes richting de weg georiënteerd staan. De stedenbouwkundige structuur is duidelijk herkenbaar als een stedenbouwkundig ensemble. Het huidige planologisch kader wordt overgenomen in dit plan en wijkt af van de standaardsystematiek.

bestemmingsplan Heerlen-West

68

Op een aantal locaties zijn patiowoningen in het plangebied aanwezig. Voor deze bestaande situaties wordt de huidige regeling overgenomen in dit plan en die wijkt af van de standaardsystematiek. De diepe achtertuinen van de panden tegen de Geleenbeek en de Weltervijver zijn voor een deel bestemd als tuin met landschappelijke waarde met als doel; de instandhouding en de ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek. De diepe tuinen zijn de restanten van de oude dorpsweiden die de bebouwingslinten vormden van Welten en de overgang vormden naar het landschap. De weiden waren voorzien van de typische Limburgse hoogstamfruitbomen. Om te voorkomen dat deze geleidelijke overgang naar het landschap - en de Weltervijver - wordt verstoord door bebouwing wordt het erf bestemd als Wonen en de achterliggende tuinen bestemd als Tuin met landschapswaarden. Op een aantal locaties zijn de gronden bestemd als Groen/Verkeer (of anderszins) en in gebruik als Tuin behorende bij naastgelegen woningen. In het geval de gronden in gebruik gegeven zijn door de gemeente wordt de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd. Voor gronden waarover geen afspraken zijn gemaakt, geen planologische wijziging heeft plaatsgevonden of in gebruik zijn gegeven, blijft de geldende bestemming gehandhaafd.

Markante gebouwen en objecten Daarnaast zijn verspreid in het plangebied, zoals ook al in paragraaf 3.1 vermeld wordt, diverse markante gebouwen en objecten aanwezig, zoals de St. Martinuskerk, Weltermolen, Huis Strijthagen, villa Eikhold, Hof Den Dom en hoeve De Mullender.

Afbeelding: St. Martinuskerk, ter hoogte van het Rector Poelsplein

bestemmingsplan Heerlen-West

69

Het oude Kerkepad, ter plaatse van Hof den Dom, krijgt een zelfde regeling en bescherming zoals in het aansluitende bestemmingsplan "Zorgvallei" is opgenomen, met als doel het beschermen van de cultuurhistorie en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek. Holle wegen zijn ontstaan door een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur. Deze holle weg was een belangrijke verbindingsweg van en naar Welten. Alhoewel deze weg binnen het plangebied niet meer het karakter heeft van een holle weg is de structuur ervan nog goed herkenbaar. Het beschermen van deze structuur is wenselijk. Het oostelijk deel Het oostelijk deel van het plangebied wordt gekenmerkt door een groen en natuurlijk aanzicht. Tussen het aanwezige groen is de Geleenbeek gelegen, die ten zuiden van het plangebied nabij het gehucht Benzenrade ontspringt en uitmondt in de Maas bij Stevensweert onder de naam Oude Maas.

Afbeelding: Geleenbeek met het Geleenbeekdal

3.4

Verkeer

De belangrijkste wegen die het plangebied begrenzen zijn de Keulseweg (N281), de A76, de A79 en Nieuw-Eyckholt. De John F. Kennedylaan/ Nieuw-Eyckholt, die de wijk in een oostelijke en westelijk deel scheidt, vormt de ontsluiting richting het noorden en zuiden. De Welterlaan (A79), die de wijk in een noordelijk en zuidelijk deel scheidt, vormt de ontsluiting richting het oosten en westen. Het wijkcentrum (detailhandelconcentratiegebied) wordt globaal ontsloten door de Pijnsweg, de Frankenlaan, de Weltertuijnstraat en De Doom. Het noordelijk deel van de wijk kent, door de ten noorden van het plangebied gelegen Open Universiteit en Zuyd Hogeschool, een uitstekende busverbinding. Ook het gebied ten zuiden van de Welterlaan wordt goed ontsloten door het openbaar vervoer met verschillende busverbindingen. Dit zijn zowel stads- als regionale lijnen.

bestemmingsplan Heerlen-West

70

Afbeelding: Welterlaan (A79), gezien vanaf de John F. Kennedylaan

3.5

Functionelestructuur

Wonen Het plangebied kenmerkt zich in hoofdzaak als woongebied. Duidelijke uitzonderingen hierop zijn het wijkcentrumgebied, de zorglocatie Douvenrade en de horecafuncties van Hoeve de Aar en de Geleenhof. Wijkcentrum het centrum van Heerlen-West bevindt zich ten oosten van de John F. Kennedylaan aan het oude lint. Dit lint wordt hoofdzakelijk gevormd door de Weltertuijnstraat en De Doom. Langs deze wegen zijn diverse detailhandelsvestigingen en horeca-ondernemingen gelegen. Maatschappelijk Het plangebied herbergt een groot aantal maatschappelijk functies, onder meer de kerk, medische en culturele voorzieningen, een speeltuin, voorzieningen voor senioren (huisvesting en zorg) en diverse onderwijsvoorzieningen, waaronder een tweetal basisscholen. Kantoren, dienstverleningen overige bedrijven Met name in de omgeving van het oude lint zijn kantoren en dienstverlenende bedrijven gevestigd. In Heerlen West zijn relatief weinig bedrijven gelegen. Aan de Frankenlaan zijn twee bedrijven aanwezig en aan de John F. Kennedylaan een tankstation. Verspreid in het plangebied, met name binnen het bestaande woongebied, zijn enkele kantoorvestigingen en dienstverlenende activiteiten en bedrijvigheid in lichte milieucategorieën (tot en met cat. 2) gevestigd. In het oosten van het plangebied is Hoeve De Aar gelegen. In deze hoeve is een bowling en partycentrum aanwezig.

In het noordoosten van het plangebied is Hoeve De Geleenhof gelegen. Deze Hoeve kent eveneens een horecafunctie. Daarnaast liggen aan het oude lint nog enkele horecagelegenheden. Groen en water Het oostelijke deel van het plangebied kent door de aanwezigheid van de Geleenbeek en het Geleenbeekdal een groene en natuurlijke uitstraling. De Geleenbeek stroomt nabij de speeltuin aan de Doom in het zuiden, richting het noorden, waarna ze langs Hoeve de Geleenhof het plangebied weer verlaat. Het Geleenbeekdal vormt de gehele oostelijke zijde van het plangebied, met uitzondering van enkele bebouwing. Het gebied wordt begrensd door de Tichelbeekstraat in het zuiden de Keulseweg (N281) in het oosten, de achtertuinen van de percelen aan de Pijnsweg, Smidserweg, Weltertuijnstraat en De Doom in het westen. Aan de Welterkerkstraat, ten zuiden van de Weltermolen is de Weltervijver gelegen. Binnen het gebied bevinden zich tevens enkele waterbergingsvoorzieningen die enkel bij zware regenval vollopen. Naast de groenstructuur in het oosten kent de wijk verder nog een groene uitstraling. Ook de wijken

bestemmingsplan Heerlen-West

71

en gebieden - met uitzondering van de ten oosten van de A76 gelegen wijk - om het plangebied heen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van groen en natuur. De A76 in het westen wordt middels een groenstructuur afgekaderd van de woningen. De A79, die door het plangebied loopt, kent een verdiepte ligging en is aan weerzijden omgeven door een groene zone. De functionele structuur van het plangebied is weergegeven in afbeelding 'functionele structuur plangebied'.

Afbeelding: functionele structuur plangebied

bestemmingsplan Heerlen-West

72

3.6

Vergelijkinghuidige situatie met vigerende plannen

3.6.1

Karakter bestemmingsplan

Uitgangspunt voor het bestemmingsplan Heerlen-West is in beginsel het voortzetten van de vigerende rechten dan wel het vastleggen van de feitelijke situatie.

3.6.2

Bouw- en gebruiksregels

De huidige geldende bouwregels (en verleende vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen) worden in het nieuwe bestemmingsplan Heerlen-West overgenomen en in beginsel niet opnieuw ter discussie gesteld. Dit betekent overigens niet dat de gehanteerde systematiek niet geactualiseerd wordt. In dit nieuwe bestemmingsplan Heerlen-West dat conserverend van aard is, zullen de bestaande gebruiksregels worden opgenomen. Echter waar beleid noopt tot aanpassing van de gebruiksregels zal dit met inachtneming van het bewuste beleid gebeuren. Een voorbeeld hiervan is het wegbestemmen van onbenutte bouwtitels. Deze zullen conform het regionale beleid, zoals het Structuurvisiebesluit Wonen en Retail en de Kantorennota 2017 worden wegbestemd (zie paragraaf 2.1). Vigerende bestemmingen voor woningbouw en detailhandel, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zijn nu herzien tenzij de locatie is opgenomen / past binnen de regionale afsprakenkaders. In Bijlage 2 Overzicht onbenutte planologische titels is een lijst opgenomen van de geschrapte (onbenutte) bouwtitels.

bestemmingsplan Heerlen-West

73

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.

4.1

Milieueffectrapportage

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben, kan een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald voor welke ontwikkelingen een m.e.r. verplicht is. Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage 1994 gewijzigd. Met deze wijziging kan niet langer worden volstaan met toetsing van m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten aan de drempelwaarden. Indien een activiteit onder de drempelwaarde ligt zal alsnog moeten worden getoetst aan de Europese richtlijn. Om te bepalen of een plan M.e.r-(beoordelings)plichtig is, dient formeel de referentiesituatie vergeleken te worden met het voornemen. De referentiesituatie beschrijft de toestand van het milieu als het voornemen niet doorgaat. Uit jurisprudentie van de Raad van State blijkt dat aan geldende bestemmingen geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeente kan immers op grond van gewijzigde planologische inzichten andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Bestemmingen die dus al wel zijn vergund maar niet benut zijn, dienen daarom voor de M.e.r-beoordeling als voornemen te worden beschouwd. In dit geval is sprake van een conserverend bestemmingsplan.

Uit de - als Bijlage 8 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen - uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat het opstellen van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is.

4.2

Akoestiek

De Wet geluidhinder bepaalt dat bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen vanwege de invloed van wegverkeerslawaai. Tevens dient daarbij onderzoek te worden gedaan naar de doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat eventueel optredende geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai de wettelijke waarden te boven gaat. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten immers de ten hoogst toelaatbare waarden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege het wegverkeerslawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder). Indien echter - zo bepaalt artikel 76 tweede lid onder punt 3. - op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is dan behoeven die waarden niet in acht te worden genomen voor in de zone van een weg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.

Dit betekent dat bij een beheerplan (een plan dat niet in nieuwe ontwikkelingen voorziet zoals de aanleg van een nieuwe weg of het bouwen van nieuwe woningen, maar betrekking heeft op bestaande wegen en bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen/terreinen) die waarden niet in acht behoeven te worden genomen. In een zodanige situatie behoeft evenmin een akoestisch onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai plaats te vinden. Artikel 4.1 lid 3 Besluit geluidhinder spoorwegen bepaalt hetzelfde voor zover spoorweglawaai aan de orde is. In een zodanige situatie behoeft geen onderzoek plaats te vinden naar de invloed van spoorweglawaai. Industrielawaai als bedoeld in de Wet geluidhinder is evenmin aan de orde. Artikel 48 van de Wet geluidhinder kan buiten verdere toepassing blijven.

bestemmingsplan Heerlen-West

74

Middels het bestemmingsplan Heerlen-West worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt en er worden geen wegen / reconstructies mogelijk gemaakt die een veranderende verkeerssituatie of afwikkeling tot gevolg heeft. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet nodig. Door de rijlijnverplaatsingen op de Welterlaan en de aanleg van een verbindingslus tussen de A79 en de A76 een aantal jaren geleden zijn een in het landschap ingepaste geluidwal en geluidscherm langs de toegangsweg naar de John F. Kennedylaan gerealiseerd. Deze geluidvoorzieningen dienen ter bescherming van de achterliggende woningen tegen te hoge geluidbelastingen. Bij deze actualisatie dient de instandhouding daarvan geborgd te worden. Gelet op de afstand tot de dichtstbijzijnde spoorlijn is railverkeer niet relevant voor het onderhavige plangebied. Industrielawaai als bedoeld in de Wet geluid geluidhinder is evenmin aan de orde.

4.3

Water

Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee in de watertoets gerekend moet worden.

4.3.1

Europees en Rijksbeleid

Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Heerlen in het stroomgebied van de Maas is gelegen. Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater.

Alleen in uitzonderingsgevallen kan rechtstreeks geloosd worden. Wet ruimtelijke ordening en de Watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging,

bestemmingsplan Heerlen-West

75

verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=ccdba40d-eca7-49af-8c58-041d3f9b1461