Memo college over concept masterplan Cultuurhuis -_1.docx.pdf
Tekst van het document
Memo Aan commissie Economische Stimulering
Datum 29 maart 2021
Onderwerp Concept masterplan Cultuurhuis
Registratienummer M-21000604 Auteur Sven Portz Domein/Team Domein Economie - Team Beleid Economie Ambtelijk opdrachtgever
Het Cultuurhuis is een bijzondere plek met voldoende potentie om een belangrijk onderdeel te vormen van de Heerlense culturele infrastructuur. Het karakteristieke gebouw is van grote waarde, waarbij een laagdrempelige programmering op het vlak van enerzijds amateurkunsten en anderzijds aanstormende toneeltalenten (daar waar Parkstad Limburg Theaters nog een stap te ver is), complementair kan werken om podium te bieden aan een grote groep, zowel inwoners als lokale makers. De situering van het Cultuurhuis in GMS biedt daarnaast veel kansen om van grote waarde te zijn voor de wijk.
Domein Economie - Teamleider Beleid Economie Doel van de memo Informeren Afschrift aan
Bijlage(n)
Met die insteek is er op initiatief van gemeente Heerlen sinds januari 2020 om de week een overleg met het Cultuurhuis. Om actief mee te denken, lopende vragen direct te kunnen oppakken en gezamenlijk te zoeken naar een duurzame oplossing, ieder vanuit zijn eigen rol. Sinds januari 2020 hebben wij om een visiedocument en businesscase gevraagd. In februari 2021 ontvingen wij de eerste contouren. Op woensdag 10 maart 2021 heeft Cultuurhuis Heerlen ingesproken in de commissievergadering ES en heeft daar aangekondigd een Masterplan te presenteren in april. Op vrijdag 26 maart ontvingen wij dit concept masterplan en op donderdag 1 april heeft er een gesprek over het plan plaatsgevonden. Hoewel de onderlinge relatie in het afgelopen anderhalf jaar merkbaar verbeterd is, hebben wij tijdens dit gesprek uitgesproken dat wij het betreuren dat we – toen het plan er eenmaal lag in maart - niet de tijd hebben gekregen om hier gezamenlijk aan te schaven, mede omdat wij niet van mening zijn dat het plan helder genoeg koers kiest en op de juiste manier tot stand is gekomen. Zo is er meermaals voorgesteld om contact te zoeken met de andere podiumkunsteninstellingen in onze stad om te zien hoe men complementair aan elkaar kan zijn en gebruik kan maken van elkaars kracht. Ook is aangemoedigd om gesprekken te voeren met andere kleinere podia en culturele centra in de regio.
In het plan wordt namelijk wel over de NIEUWE NOR en Parkstad Limburg Theaters gesproken, maar voor de totstandkoming van het plan is niet met deze organisaties gesproken. We betreuren dat deze
gesprekken tot het moment van ons gesprek toe niet hadden plaatsgevonden. Daags na ons gesprek met CH op 1 april heeft een gesprek tussen CH, PLT en de NIEUWE NOR plaatsgevonden. Dat zien wij als een goede stap waar op voortgebouwd moet worden. Wij zijn ervan overtuigd dat het Cultuurhuis een belangrijke rol kan spelen in de culturele infrastructuur, maar zijn ons ervan bewust dat er vele podia in de omgeving zijn en ieder afzonderlijk alleen bestaansrecht heeft als ze aanvullend aan elkaar zijn. Er is een grote zaaldichtheid in Heerlen en in de regio. Zo hebben wij in onze eigen stad verschillende voorzieningen, zijn er in de regio culturele centra zoals Theater Landgraaf, Theater Kerkrade, Brikke Oave in Brunssum en Openlucht Theater Brunssum en zijn er net buiten Parkstad eveneens diverse (kleinere) theaters zoals Karroessel in Geleen, Pitboel Theater in Sittard en Openlucht Theater in Valkenburg. Het plan van CH toont geen analyse van deze zaaldichtheid, terwijl wij juist in de gedachte van de Stedelijke Cultuurregio Zuid samenwerking nastreven. Afstemming, overleg en vergaand durven samenwerken zal juist leiden tot meer zichtbaarheid en impact voor het publiek. Juist op deze schaal. Zoals betoogd wordt in een goed ontvangen stuk van theaterdirecteur Bas Schoonderwoerd afgelopen september in de Theatermaker, waarin hij pleit voor verbinden.
Daar betoogt hij dat concurrentiedenken een fnuikend element is geworden in grotere effectiviteit van de podiumkunstensector. Zeker wanneer de concurrentie wordt gezien in andere gesubsidieerde podia. Gebrek aan divers aanbod op onze podia en derhalve gebrek aan keuze in live optredens voor het steeds veranderende publiek blijkt voor de “nietbezoeker” de belangrijkste factor de podiumgebouwen in de steden te vermijden. Aanvullende waarden (aanbod) zijn eerder van belang om tot een meer divers en dynamischer cultureel leven te komen. Het (concept)masterplan van CH stelt echter dat de stad gebaat is bij concurrerende aanbieders en vindt tegelijkertijd dat er geen overtuigende concurrenten zijn in de regio. Met die gedachte doet een podium zichzelf maar ook andere podia in Parkstad en omgeving tekort. Ook vinden wij dat het CH geen regionale concurrentiepositie moet innemen. Het is onze stellige mening dat er gezocht moet worden naar een goede positionering, complementair aanbod en samenwerking met andere organisaties met als doel om van meer betekenis te kunnen zijn voor het Heerlense publiek. Dit komt onvoldoende terug in het plan en er wordt vooralsnog geen visie op ontwikkeld. Zoals het plan er nu ligt subsidiëren we deels onze eigen concurrentie. Daarnaast zijn andere kleinere podia in de omgeving vaak inspiratiebron op het gebied van bedrijfsvoering.
Waar we de afgelopen twee jaar hebben geadviseerd een goede positionering en gezonde bedrijfsvoering te vinden, kan het helpen om je oor te luister te leggen bij andere theaters die in een zelfde dynamiek opereren. Zelf hebben we diverse gesprekken gevoerd en hebben we jaarverslagen en jaarrekeningen van deze podia bekeken.
Opvallend is dat meerdere van deze podia (waaronder Pitboel Theater, Theater Karroessel, Theater de Huiskamer, Theater Landgraaf) niet of weinig subsidie ontvangen terwijl zij wel een culturele rol van betekenis spelen. De subsidies van deze theaters variëren van 0,- tot 50.000,- euro. Daarnaast werken deze theaters met andere organisatievormen dan het Cultuurhuis. Het aantal FTE van het Cultuurhuis is fors hoger dan van deze andere theaters. Hoewel deze podia een inspiratiebron vormen en inzicht geven voor een benchmarkonderzoek, beseffen we ook dat ze geen volledige blauwdruk zijn voor het Cultuurhuis. De huur die CH betaald, is hoger dan bij de andere kleinere podia. Ook zijn er verschillen in faciliteiten. Cultuurhuis Heerlen gaat in haar plan echter uit van een gemeentelijke subsidie ter hoogte van 230.000 euro. Fors hoger dan op andere plekken en fors hoger dan momenteel begroot. Daarmee is de vraag op dit moment een onrealistisch hoog bedrag voor de Heerlense ambitie voor dit podium. Niet alleen tonen kleinere podia in de omgeving in een vergelijkbaar segment aan dat met een goed vrijwilligersbeleid (hetgeen nog ontbreekt in het concept masterplan), passende organisatie en cultureel ondernemerschap een gezonde bedrijfsvoering met minder overheidssteun mogelijk is, ook is de procentuele verhouding van subsidie versus eigen inkomsten aan de hoge kant.
Vanuit de getallen van het masterplan gerekend, zouden er fors meer eigen inkomsten moeten zijn. Zo geeft CH aan dat ze 29.000 culturele bezoekers ontvangen en is de gemiddelde entreeprijs €7,60. Een uitsplitsing van bezoekers mist echter. Een gemiddelde horecabesteding is eveneens buiten beschouwing gelaten. Dat betekent dat het Cultuurhuis misschien wel haar eigen mogelijkheden onderschat en dat verdere uitwerking van dit punt ons zou kunnen helpen in onze gedeelde ambitie van een succesvol Cultuurhuis. Momenteel is het Cultuurhuis financieel niet gezond. Met het uitgewerkte masterplan wordt nog steeds jaarlijks een negatief eigen vermogen opgebouwd (zie bijlage ‘financiën’ pag. 46). De pijler zakelijk zou een surplus moeten zijn op financiën. Dit is echter niet het geval. Zelfs deze pijler is verliesgevend in het plan van het Cultuurhuis. Na de eenmalige bezuiniging in 2017 is er niet meegestuurd op organisatorische veranderingen waardoor CH niet meer optimaal functioneert. De bezuiniging zorgde ervoor dat er geen nieuwe directeur werd geworven, maar verder wel grotendeels in dezelfde organisatievorm werd verder gewerkt. Hierdoor werd de uitvoerende kracht de sturende kracht. Terwijl, achteraf gezien, juist ook een organisatorische hervorming had kunnen en wellicht moeten plaatsvinden. Verder is de kwaliteit van het plan niet waar we naar streven.
Cijfermatige onderbouwing is onduidelijk en op punten discutabel. Een enquête naar de herkomst en leeftijd van bezoekers met slechts 60 respondenten (terwijl er volgens het Cultuurhuis 30.000 culturele bezoekers jaarlijks worden
ontvangen) is niet representatief. Een goede publieksstrategie ontbreekt, veel van de onderscheidende kenmerken die CH onderscheidend zou maken zijn wel degelijk terug te vinden bij andere instellingen, er ontbreekt een duidelijke visie op vrijwilligersbeleid, over andere podiumaanbieders in Heerlen wordt geschreven maar is niet mee gesproken, een stevige visie en debat op amateurveld versus semi professionele kunstenaars ontbreekt, etc. Daarnaast gaat het document vooral over de organisatie en het gebouw, maar mist een duidelijke visie op het belangrijkste aspect voor een culturele instelling: de bezoeker en maker. We onderschrijven de driehoek (cultureel, commercieel, maatschappelijk) die CH als basis ziet. Op die basis kunnen we voortbouwen. Echter kunnen we de uitwerking, de positionering in en met het culturele veld en de bedrijfsvoering in deze vorm niet onderschrijven. We vinden het jammer dat we (nog) niet tot een gedeelde visie met CH zijn gekomen. De goede relatie is de afgelopen jaren gegroeid. Echter is het onze taak om de gehele sector te overzien en de impact op publiek en diversiteit van de infrastructuur te waarborgen. We zien het Cultuurhuis als een belangrijke plek, waar culturele bedrijvigheid op gebied van (amateur)podiumkunsten kan plaatsvinden en willen daar nog steeds samen een succes van maken.
Het college onderschrijft de basis gedachte dat er een verdere uitwerking moet komen van de culturele, maatschappelijke en zakelijke pijler. Er bestaan echter nog grote twijfels over de vraag of het nu aan raad en college verstuurde plan voldoende basis daarvoor biedt. Op 1 april jl. hebben wij een gesprek gehad met het bestuur van het Cultuurhuis. Bovenstaande punten zijn daar de revue gepasseerd en er zijn vervolgafspraken gemaakt. Wat het college betreft is er voldoende vertrouwen en overtuiging om samen te komen tot een in lengte van jaren succesvol Cultuurhuis voor buurt, stad en regio. Op korte termijn gaan wij daarom op basis van de recent gemaakte vervolgafspraken opnieuw met het Cultuurhuis in gesprek.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen, namens dezen, wethouder voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur, Erfgoed en Wonen, J.M.M. Clemens Dit memo is digitaal ondertekend en daarom staat er geen handtekening onder.