Memo architectuurmuseum.docx
Tekst van het document
Memo Aan commissie Economische Stimulering
Datum 6 september 2021 Registratienummer M-21000721 Auteur Leentje Mostert Domein/Team Domein Economie - Team Beleid Economie Ambtelijk opdrachtgever Domein Economie - Teamleider Beleid Economie Doel van de memo Sonderen Afschrift aan
Onderwerp Haalbaarheidsonderzoek m.b.t. een architectuurmuseum Aanleiding Naar aanleiding van de door D66 op 21 april 2021 ingediende motie Haalbaarheidsonderzoek m.b.t. een architectuurmuseum hebben we een globale verkenning ondernomen naar de toegevoegde waarde van een architectuurmuseum in Heerlen. Overal in Nederland, zeker ook buiten de Randstad, spelen musea een belangrijke rol bij het ontwikkelen van cultuurtoerisme. Heerlen zet op dit moment op museaal vlak sterk in op de ontwikkeling van een nieuw Nederlands Mijnmuseum en een vernieuwd Romeins Museum, Kasteel Hoensbroek, SCHUNCK en een nieuw kijkdepot voor SCHUNCK. Deze musea staan voor een diverse programmering voor een breed publiek en trekken jaarlijks tienduizenden bezoekers naar Heerlen. De gemeente investeert fors in de ontsluiting van cultuur en erfgoed. Verwacht wordt dan ook dat met de opening van de vernieuwde musea de bezoekersaantallen de komende jaren flink zullen toenemen. Daarnaast zetten we sterk in op het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte en het verhogen van de levendigheid in het centrum. Samen met een aantrekkelijke programmering van onze culturele organisaties zet Heerlen zich nog meer op de kaart als culturele hotspot.
Bijlage(n)
SCHUNCK Het verhaal over architectuur en Heerlen is rijk, en wordt al jaren uitgedragen door SCHUNCK. Vanaf 1995 gebeurde dat door Vitruvianum, Centrum voor Architectuur in de Euregio Maas-Rijn. Vanaf 2009 is dit architectuurcentrum ingebed in SCHUNCK. Bij SCHUNCK komen verschillende disciplines samen onder één dak: een openbare bibliotheek, een muziek- & dansschool en een museum voor beeldende kunst en architectuur. Het museale programma van SCHUNCK rust op drie artistieke pijlers: multidisciplinair, hedendaagse kunst en modernistische architectuur. Dat architectuur een belangrijke focus vormt voor SCHUNCK, lezen we in hun visie en missie: “Wij geloven dat kunst en architectuur ons in dialoog brengen met die omgeving: de stad en de wereld. […] Onze missie is het delen van geweldige moderne en hedendaagse kunst en architectuur met het publiek.” SCHUNCK heeft hiervoor onder meer een senior curator architectuur
(parttime), een junior curator architectuur (parttime) en een projectondersteuner architectuur (parttime) in dienst. Het team educatie biedt daarbij voor alle disciplines expertise en ondersteuning in de ontwikkeling van (nieuw) aanbod. Ook functies als P&O, kassa en onthaal en marketing worden gedeeld door de verschillende afdelingen. De sector Architectuur in SCHUNCK treedt naar buiten als een (eu)regionaal kenniscentrum voor alles op het gebied van architectuur, stedenbouw, vormgeving en interieur. De activiteiten van SCHUNCK richten zich naast Heerlen, Parkstad, Zuid-Limburg en de Euregio Maas-Rijn, op het nationale en internationale publiek. SCHUNCK werkt met kunstenaars, architecten en partners uit de hele wereld. De verscheidenheid binnen de hedendaagse architectuur wordt aan de hand van tentoonstellingen en kleine producties gepresenteerd. Andere activiteiten zijn bijvoorbeeld lezingen en podiumdebatten, rondleidingen en workshops, publicaties en architectuurprijzen, symposia en excursies. Welke de specifieke kenmerken zijn van een Peutz-gebouw; waarom het Glaspaleis een beschermd monument is en wat de restauratie van het gebouw heeft betekend zijn bijvoorbeeld vragen die ruimschoots aan bod komen tijdens de rondleiding ‘De architectuur van het Glaspaleis’.
SCHUNCK ontwikkelde ook architectuurwandelingen en –fietsroutes door Heerlen en publiceerde deze in kleine boekjes. Sinds 1995 reikt SCHUNCK/Vitruvianum jaarlijks de Euregionale Architectuur Prijs uit, in samenwerking met instituten en opleidingen in de Euregio, met een aanbod op locatie en betrokkenheid van studenten architectuur. SCHUNCK gaat ook de samenwerking aan met partners binnen en buiten de regio, zoals RWTH en Fachhochschule Aken, Universiteiten Hasselt en Luik, Maastricht Academy of Architecture, TU Eindhoven, TU Delft. In het verleden resulteerde dit niet alleen in kleine, maar ook in grote internationale tentoonstellingen en projecten. Denk aan de tentoonstellingen IBA meets IBA (onder curatorschap van Jo Coenen), Unbuild Heerlen, Alphons Boosten; lezingenreeksen en symposia waaronder Newtropolis, Parkstad Limburg op de kaart, Sustainability in Architecture, Urban identity en grensverleggende landschapsarchitectuur. IBA Architectuur staat in Heerlen vaak op de cultuuragenda. En tijdens het IBA expojaar doen we daar nog een schepje bovenop. Architectuur, planologie en stedenbouw worden volop in de kijker gezet. Naast het rijke verleden kreeg de regio met de Internationale Bauausstellung' (IBA) Parkstad een nieuwe impuls via een ambitieus uitvoeringsprogramma van 50 projecten.
Architecten, landschapsarchitecten en andere experts van nationale en mondiale allure droegen hun expertise bij aan talrijke IBA-projecten. Veel projecten worden het komende jaar opgeleverd en het expojaar is een mooie kans om ook aan mensen van buiten de regio te laten zien wat we bereikt hebben. Want daar mogen we trots op zijn. In congressen, lezingen, tentoonstellingen en uitgestippelde routes wordt architectuur in Parkstad in de schijnwerpers geplaatst: de nieuwe realisaties en ons bijzonder erfgoed. De expositie Erfgoed in het IBA informatiecentrum neemt u bijvoorbeeld mee door het scala aan erfgoed in deze regio uit verschillende tijdsperioden die de
identiteit van de regio mee vorm gaven: van Romeinse vondsten tot kastelen, kerken, scholen en industriële gebouwen. Bij SCHUNCK kunnen bezoekers terecht voor de tentoonstelling In search of Sharawadgi over het werk en de belevingswereld van de wereldberoemde landschapsarchitect Piet Oudolf. Op de planning in Heerlen staan ook nog een tentoonstelling over architect en stedenbouwer Jan Stuyt, lezingen van Francine Houben over het Heerlense stadskantoor, en het Rooftop festival. Dit festival zal met een diverse programmering het potentieel laten zien van ons dakenlandschap dat groener, duurzamer, gebruiksvriendelijker en innovatiever in gebruikt genomen zou kunnen worden. Wat na IBA? Dat is een vraagstuk waar de regio zich momenteel over buigt. Ook hoe we het verhaal van de architectuur blijven vertellen, is daar een integraal onderdeel van. Bureau Europa en de Euregio In de Euregio zijn er meerdere belangrijke centra voor architectuur: Bureau Europa, architectuurwijzer, Ludwigforum en NAK. Bureau Europa is het instituut voor architectuur en ontwerp, gevestigd in Maastricht. Deze instelling is in 2013 ontstaan uit het NAiM, de dependance van het Nederlands Architectuurinstituut.
Bureau Europa profileert zich als presentatie- en netwerkinstelling en realiseert tentoonstellingen, lezingen, projecten en andere activiteiten op het gebied van architectuur, vormgeving en stedelijkheid in de Euregio en Europa. In 2019 ontving Bureau Europa ruim 10.000 bezoekers. Ook Architectuurwijzer in Hasselt (Belgisch Limburg) is een culturele actor die tentoonstellingen, lezingen, studiereizen en andere activiteiten organiseert. In Aken bevindt zich het Ludwig Forum für Internationale Kunst en het Neuer Aachener Kunstverein (NAK). Ook deze organisaties richten zich op kunst en architectuur uit de Euregio. Randvoorwaarden voor een museum Uniek Een museum kan op meerdere vlakken een meerwaarde bieden en een bezoek waard zijn. Dat kan onder meer door een inhoudelijk sterk en uniek verhaal te vertellen dat van bovenregionaal belang is en nergens anders wordt verteld; door sterk in te zetten op de ervaring en een unieke beleving te bieden of door bijzondere en unieke originele objecten te tonen. Museumbezoek kent veel verschillende motieven en er zijn meerdere modellen die bezoekersmotieven in kaart brengen. Een succesvol museum of kunsthal slaagt erin verschillende doelgroepen met verschillende bezoekmotieven aan zich te binden. Maar bezoekersaantallen blijken moeilijk voorspelbaar, zeker voor nieuwe musea.
Heerlen heeft weliswaar bijzondere gebouwen, was de thuishaven van architecten als Peutz en Stuyt, en kan zich nog steeds een architectuurstad noemen waar gerenommeerde architecten vandaag de dag volop werken aan nieuwe realisaties. Toch is het vertellen van dit verhaal niet uniek, in die zin dat er al meerdere culturele instellingen zijn waar dit verhaal op de agenda staat of nog op kan komen, zoals Bureau Europa en SCHUNCK. Museumgebouw
Een aansprekend gebouw is een belangrijke troef voor een museum. Een karakteristiek, spraakmakend en iconisch gebouw zorgt voor zichtbaarheid en bekendheid van de culturele instelling. Het is een bepalende factor bij de beleving van een museumbezoek. Het gebouw op zich dient in het oog te springen. Daarnaast moet het ook voldoende oppervlakte bieden om bezoekers een totaalbeleving te bieden. Niet alleen de tentoonstellingszaal, maar ook auditorium, giftshop en restaurant dragen daartoe bij. De Sint-Annakerk is een rooms-katholieke kerk in de wijk AarveldBekkerveld. De kerk werd in 1953 gebouwd naar een ontwerp van Fritz Peutz en Hendrik Teeken in opdracht van toenmalig burgemeester Van Grunsven. Architectonisch springt het in het oog. Maar het ligt niet in het centrum van Heerlen, noch ligt het in de buurt van de meest in het oog springende architectonische gebouwen van Heerlen. Het zou niet zonder meer op het vizier komen van bezoekers van Heerlen centrum. Het profiteert niet automatisch mee van de levendigheid die in het centrum gecreëerd wordt. En het kan niet fungeren als aanjager voor meer beleving in het centrum. Ook een goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen zijn praktische randvoorwaarden voor een museum, waar in het geval van de Sint-Annakerk niet aan wordt voldaan. Dat maakt de Sint- Annakerk in Aarveld-Bekkerveld een minder interessante museumlocatie.
Het gebouw beschikt nog niet over presentatieruimtes, horeca, winkel, technische ruimtes en installaties, opslag, toiletten, noch werkplekken. Eisen die verder aan een museumgebouw gesteld worden, betreffen onder meer beveiliging, brandveiligheid, klimaat en akoestiek. Het gebouw zou een grondige aanpassing moeten ondergaan om dienst te kunnen doen als museum. Dit vraagt een aanzienlijke investering waarbij het nog de vraag is of het pand geschikt te maken is voor deze functie en hoeveel oppervlakte er beschikbaar zou zijn voor de verschillende ruimtes. Financieel Een professioneel museum, in welke vorm dan ook, kan in de regel alleen functioneren met structurele subsidie van overheden. Naast subsidies van een overheid genereert een museum netto inkomsten uit entree, horeca en winkel, sponsoring of fondsenwerving. Deze inkomsten (na inkoop en kosten personeel) zijn bij middelgrote en kleine musea in Nederland beperkt. Voor musea met een relatief beperkt publieksbereik is het op dit moment een forse opgave om inkomsten uit sponsoring binnen te halen. Om in aanmerking te komen voor fondsen moet een museum aan een aantal voorwaarden voldoen, denk onder meer aan de erkenning als museum en een stichting als rechtsvorm hebben. Op landelijke fondsen kan een (klein) museum over regionale architectuur doorgaans geen aanspraak doen.
Daarnaast ontvangt Bureau Europa, als architectuurinstituut in deze regio, reeds meerjarige rijkssubsidie en is het onwaarschijnlijk dat eenzelfde soort museum eveneens gehonoreerd wordt. Het is een belangrijke meerwaarde dat een museum een door de Museumvereniging geregistreerd museum is. Dit biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om bezoekers met een Museumjaarkaart gratis toegang te geven (het museum krijgt dit gedeeltelijk vergoed). In de praktijk resulteert dit in een aanzienlijk hoger bezoekersaantal, zo blijkt uit cijfers van de
Museumvereniging. De Sint-Annakerk is echter (nog lang) geen geregistreerd museum, wat het potentieel ervan beperkt. Samenvattend Het verhaal van architectuur in Heerlen en de Euregio is rijk, en wordt al op meerdere plaatsen verteld. Met SCHUNCK heeft Heerlen een multidisciplinair centrum met onder meer een museum voor beeldende kunst en architectuur. Ook elders in Limburg en de Euregio kunnen geïnteresseerden terecht voor tentoonstellingen en activiteiten rond architectuur. In die zin kunnen we niet spreken van een blinde vlek die het rechtvaardigt om er een nieuw museum voor op te richten. Een aansprekend, iconisch gebouw, de locatie en bereikbaarheid van het museum dragen bij aan de museumervaring van de bezoeker en zijn bepalend voor de zichtbaarheid en herkenbaarheid van het museum. De SintAnnakerk voldoet niet aan de eisen voor een museum en is niet eenvoudig geschikt te maken. Een voorwaarde voor een nieuw museum is dat er, naast een budget voor de verbouwing en inrichting van het museum, ook structurele subsidies beschikbaar zijn van de gemeente Heerlen voor de exploitatie van het museum. De financiële kaders moeten duidelijk zijn wanneer er verder nagedacht wordt over een eventueel nieuw museum. Bovendien ondersteunt gemeente Heerlen al vier musea: SCHUNCK, het Nederlands Mijnmuseum, het Thermenmuseum en Kasteel Hoensbroek.
Deze musea hebben ook financiële ruimte nodig om zich te kunnen ontwikkelen, en daarvoor zijn gemeentelijke subsidies hard nodig. Een nieuw architectuurmuseum zou niet alleen inhoudelijk veel overlap kennen met SCHUNCK, maar het zou ook een 5e museum zijn dat financiële steun van de gemeente Heerlen nodig heeft. Het verhaal van architectuur en architecturaal erfgoed in Heerlen is sterk en veelzijdig. Het architectonische verleden, heden en toekomst verdient het om stevig gepositioneerd te worden. We blijven bij de realisatie van nieuwe gemeentelijke panden kiezen voor gerenommeerde architecten, zodat Heerlen toonaangevend blijft. En SCHUNCK en andere initiatieven rond het verhaal over onze architectuur blijven we ondersteunen zodat er aansprekende tentoonstellingen gemaakt worden. Deze eerste globale inventarisatie toont aan dat een nieuw architectuurmuseum een grote investering vraagt, concurrerend kan worden in stad en regio en financieel lastig is te exploiteren, echter zijn er ook andere mogelijkheden om dit verhaal voor het voetlicht te brengen van inwoners en bezoekers. Het ligt meer voor de hand om samen met SCHUNCK te onderzoeken hoe we op een toegankelijke, laagdrempelige manier de architectuur, die mee de identiteit van Heerlen vormde en vormt, bij een breed publiek in de kijker kunnen zetten en de aandacht geven die het verdient.
Dit sluit aan bij het openluchtmuseum dat Heerlen onder andere door de muurschilderingen de laatste jaren is geworden en de exposities, lezingen en rondleidingen die SCHUNCK organiseert.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen, namens dezen, wethouder voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur, Erfgoed en Wonen, J.M.M. Clemens Dit memo is digitaal ondertekend en daarom staat er geen handtekening onder.