KBL_meerjarenbegroting_2024_2025_2026_
Tekst van het document
Meerjarenbegroting 2024-2026
Meerjarenbegroting 2024-2026
Openbaar lichaam Kredietbank Limburg
4
5
Meerjarenbegroting | 2024-2026
Inhoudsopgave Paragrafen
27
10 Verdeling van de lasten in
40
12
Financieringsstructuur
27
11 Overzicht structurele en
42
Schuldhulpverlening
15
Verbonden partijen
27
12 Balans per 31 december
46
9
Sociale kredietverstrekking
22
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
27
13
Toelichting balans per 31 december 2024, 2025 en 2026
48
9
Inkomensbeheer en -ondersteuning
23
Risicoparagraaf
28
Activa
48
5
Meerjarenbegroting
25
Financiering
31
Passiva
50
6
Kerngegevens
26
8 Meerjarenbegroting
34
Geschatte dienstverlening GR-gemeenten KBL 2024 - 2026
52
9
Toelichting op de meerjarenbegroting 2024, 2025 en 2026
36
Baten
36
Lasten
38
Voorwoord
6
1
Inleiding
2
4
Dienstverlening
12
7
Preventie, vroegsignalering & educatie
Uitgangspunten en ontwikkelingen
9
Economische situatie Ontwikkelingen in de Schuldhulpverlening
3
Bedrijfsvoering
11
7
2024, 2025 en 2026
directe kosten en overhead incidentele baten en lasten 2023, 2024 en 2025
14
6
7
Meerjarenbegroting | 2024-2026
Voorwoord
1. Inleiding
WE LEVEN IN ROERIGE TIJDEN. DE GEVOLGEN VAN DE CORONAPANDEMIE NEMEN AF MAAR ZIJN SOMS NOG MERKBAAR. DE OORLOG IN OEKRAÏNE BETEKENT OOK HIER FORSE STIJGING VAN PRIJZEN VAN BIJVOORBEELD ENERGIE EN BOODSCHAPPEN. VOOR VEEL INWONERS IS HET MOEILIJK OM ROND TE KOMEN. ZELFS HOGERE INKOMENS HEBBEN DAAR REGELMATIG MOEITE MEE. HET RISICO OM IN DE SCHULDEN TE KOMEN IS TOEGENOMEN.
In Den Haag komt bestaanszekerheid nadrukkelijker op de agenda. De nadelige impact die schulden op gezinnen heeft komt ook beter in beeld. Dat betekent dat er meer mogelijkheden komen om deze problemen aan te pakken. Kwalijk is dat ook door de overheid mensen onbedoeld klem komen te zitten en in armoede raken. Dat trekken wij ons als lokale overheid aan. Onze inwoners moeten op ons kunnen vertrouwen. Bij KBL willen we inwoners zien die vrij van schulden vooruit kunnen in hun leven.
Het is onze taak om inwoners in armoede of met schulden te helpen, en ze weer perspectief te bieden. Onze ambitie naar de toekomst toe is om meer mensen te helpen. En het tempo waarin dat gaat te verbeteren. Zo komt er sneller uitzicht op een oplossing. Dat willen we doen door naast inwoners te gaan staan. Nog beter samen een plan ontwikkelen naar een situatie waarin mensen het financieel zelf redden en redzaam zijn. En met goede nazorg dat ook zo houden. Maatwerk voor de situatie per persoon is daarbij leidend. Daar zetten wij ons graag voor in.
Dit jaar zet KBL zodoende in op meer, sneller en vakkundiger. Vanaf 2024 zal dat ook zonder de gemeente Heerlen zijn. We zetten ons in voor een goede afronding van de samenwerking met Heerlen. Met gemeenten en partners timmeren we verder aan de weg aan om onze ambitie te realiseren.
Judith Bühler Voorzitter KBL Geleen, april 2023
VOORSPELLEN WAT ER GAAT GEBEUREN IN 2024 IS INGEWIKKELD. IN HET JAAR 2022 HEBBEN WE GEZIEN DAT WE WEER MEER MENSEN WISTEN TE BEREIKEN. GEZIEN ALLE ONTWIKKELINGEN IN DE WERELD EN DE IMPACT DIE DAT HEEFT OP MENSEN VERWACHTEN WE DAT DE FINANCIËLE PROBLEMATIEK DE KOMENDE TIJD NOG ZAL TOENEMEN. DE UITDAGING IS EN WAS OM MENSEN DIE LANGZAAM IN DE SCHULDENFUIK BELANDEN DAAR EERDER UIT TE HALEN DAN DE STATISTIEKEN NU LATEN ZIEN. DAT KUNNEN WE ALS KBL NIET ALLEEN. DE INZET VAN DEN HAAG IS OM MEER MENSEN SNELLER TE HELPEN EN WEER PERSPECTIEF TE GEVEN. DE INZET OP DUURZAAMHEID EN NAZORG WORDT STEEDS BELANGRIJKER. Belangrijk is dat we zoveel als mogelijk saneringskredieten blijven inzetten en we gebruik maken van de hulpmiddelen die ter beschikking worden gesteld, zoals het schuldenknooppunt. Er zullen aardig wat wijzigingen op ons af komen en we zullen ons daarop goed moeten prepareren met duidelijk en uniform uitvoeringsbeleid. De uittreding van de gemeente Heerlen zal in 2024 voor onze be-
drijfsvoering ook een rol gaan spelen. De impact hiervan op KBL is op het moment van schrijven nog niet bekend. Wel zullen we vanuit onze motivatie om mensen te helpen met financiële problematiek met volle kracht vooruit blijven gaan. We zullen daarbij ook in gesprek gaan met niet bij KBL aangesloten gemeenten om hun wellicht op te nemen in de Gemeenschappelijke Regeling zodat er een goed fundament onder KBL blijft liggen.
Op basis van inzichten verkregen uit het onderzoek van BMC wordt toegewerkt naar de 1e begrotingswijziging 2024.In 2023 zullen daartoe bestuurlijke besluiten worden genomen.
8
9
Meerjarenbegroting | 2024-2026
2. Uitgangspunten en ontwikkelingen ECONOMISCHE SITUATIE Uit de halfjaarlijkse cijfers van de Nederlandsche Bank (december 2022) blijkt dat de Nederlandse economie in de tweede helft van 2022 in een beperkte krimp terecht is gekomen. Als oorzaken worden genoemd de hoge inflatie en de lagere groei van de wereldhandel. De verwachting is dat in 2023 de economie zich stabiliseert met een groei van het bruto binnenlands product van 0,8%. Na de inflatie van gemiddeld 11,5% in 2022 wordt een inflatie in 2023 verwacht van 4,9%. In 2024 zou die dan uit moeten komen op 5%. Het netto besteedbaar inkomen van mensen zal waarschijnlijk niet meer gaan worden waardoor de kans op schuldenproblematiek zal toenemen. De arbeidsmarkt blijft ook de komende jaren nog krap maar de werkloosheid zal wel licht gaan toenemen. Gezien alle onzekerheden die er zijn geeft de Nederlandsche Bank ook duidelijk aan dat de onzekerheid rondom deze raming groot is. ONTWIKKELINGEN IN DE SCHULDHULPVERLENING De ambities van Minister Schouten
zijn groot. Voor het behalen van de doelstelling van de regering - het halveren van armoede in Nederland in 2030 - is het volgens het kabinet noodzakelijk het aantal huishoudens met problematische schulden minimaal te halveren. Dat betekent minimaal 300.000 huishoudens uit de problematische schulden in 2030. Het aantal mensen dat jaarlijks een regeling krijgt moet worden verhoogd van nu ca. 19.500 (naar verwachting ca. 18.000 Msnp en 1.500 WSNP in 2021) naar minimaal 50.000 per jaar. Dat is een enorme opgave dat zijn 2,5 keer meer mensen waarbij een aanmelding niet altijd meteen resulteert in een traject. Kortom een uitdaging van jawelste! Belangrijke instrumenten om meer mensen sneller en duurzaam te helpen zijn de afgelopen periode ontwikkeld, zoals het Schuldenknooppunt, de inzet op het saneringskrediet en stelselafspraken met schuldeisers. Door deze ambitieuze doelstellingen van het kabinet zullen we moeten aanpassen en verder doorontwikkelen. Van groot belang is dat we ons
vooral gaan richten op een goede implementatie van alle wijzigingen die op ons afkomen. Uniformiteit van de uitvoering is dan echt een noodzakelijke voorwaarden. Gemeenten met hun eigen voorportalen zullen de voorkant ook goed moeten positioneren en inrichten om deze ambities aan te kunnen. Dergelijke ambities zullen ook hun effect hebben op de cultuur en op de organisatie om dit te kunnen realiseren. Het gaat dan over het organiseren van de visie van het kabinet in uitvoerbaar beleid en het organiseren van beschikbare instrumenten en hulpmiddelen om te komen tot een effectieve schuldhulpverlening. Daarnaast is er door de NVVK (de Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening en sociale kredietverstrekking) hard gewerkt aan een kwaliteitskader voor schuldhulpverlening. Het gaat hierbij om bestuurlijke uitgangspunten voor de borging van kwaliteit, een basisnorm voor schuldhulpverlening en het werken aan vakmanschap.
10
11
Meerjarenbegroting | 2024-2026
3. Bedrijfsvoering Door SAM (de beroepsverenging voor professionals in het sociaal domein) is er hard gewerkt aan competentieprofielen voor professionals en aan een certificeringssysteem. De hele branche zet in op een continu lerend systeem om efficiënte en effectieve dienstverlening voor elkaar te krijgen. In deze dienstverlening zijn gedragsverandering, duurzaamheid en nazorg steeds belangrijker geworden. KBL zal in 2024 werken met functieprofielen gebaseerd op competenties en de sturing daarop om te voldoen aan deze eisen. Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2024 Het is moeilijker dan andere jaren om goede realistische aannames te doen voor de begroting 2024. Dat heeft te maken met de grote ongewisse uitkomsten van de Corona pandemie, de Oekraïne crisis, de energiecrisis en de ongekende inflatie. Daarnaast werden we pas recent geïnformeerd over het uittreden van de gemeente Heerlen per 01-01-2024. De consequenties van dit alles zijn nagenoeg niet te
voorspellen. De gemeente Heerlen wil nog dienstverlening inkopen maar of dat kan en of dat mag is nu nog ongewis. Ook zal er sprake zijn van uittredingskosten en zal er ook gekomen moeten worden tot een vergoeding die Heerlen betaald voor de uittreding. Het bestuur zal begin 2023 ook nog een keuze moeten maken voor een aangepaste wijze van bekostiging. Deze keuze zal dan verder uitgewerkt moeten worden en uiteindelijk zal die vertaald worden in een begrotingswijziging 2024. Allemaal factoren die we nu niet financieel kunnen vertalen. We bieden dan ook een zogenaamde pro forma begroting aan voor 2024 en de navolgende jaren. De uitgangspunten die we toepassen zijn dezelfde uitgangspunten die ten grondslag hebben gelegen aan de 1e begrotingswijziging 2023. Daarbij zullen we in ieder geval de aantallen afgenomen dienstverlening op het niveau van de aantallen 2023 handhaven. Zodra de nieuwe wijze van bekostiging duidelijk is zullen we de begroting 2024 opnieuw gaan opbouwen en het
zou daarbij helpen als er zicht is hoe de uittreding van de gemeente Heerlen er in 2024 gaat uitzien. Organisatie We kunnen niet alles tegelijk maar een nieuwe bekostiging, een uittreding van de gemeente Heerlen, vele veranderingen in de Schuldhulpverlening (ambitie Kabinet) en de inzichten van KBL 2.0 zullen ook een “natuurlijk” moment zijn waarbij we de organisatie in zijn geheel goed onder de loep nemen om te kijken welke aanpassingen noodzakelijk en logisch zijn. Belangrijk daarbij is ook te kijken naar een realistisch tijdspad. Vervangingsinvesteringen Ook in 2024 zullen (vervangings-) investeringen plaatsvinden op basis van het door het bestuur vastgestelde investeringsplan. Omzet Niet-GR gemeenten Deze schatten we vooralsnog in op het gemiddelde niveau van het jaar 2023.
INFORMATIEMANAGEMENT, -VEILIGHEID EN TECHNOLOGIE Met betrekking tot informatiebeheer voeren we stapsgewijs de aanpassingen in wet- en regelgeving in onze organisatie door. Gedurende 2023 zullen de raden in twee fasen besluiten over de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Deze zal per 1 januari 2024 in werking treden. Parallel hieraan verloopt het uittredingsproces van de gemeente Heerlen. Ook deze krijgt per 1 januari 2024 zijn beslag. De gevolgen van de uittreding op informatiebeheer worden nader onderzocht. In het eerste kwartaal 2023 is de audit informatiebeheer afgerond en worden op basis van de bevindingen de komende jaren optimalisaties doorgevoerd. In januari 2024 dient de nieuw aan te besteden ICT werkomgeving operationeel te zijn.
Vanuit een nieuwe ICT strategie streven we naar een toekomstbestendige werkomgeving met o.a. Cloud en bijvoorbeeld Daas oplossingen. We bouwen verder aan de professionalisering van onze Functioneel Beheer afdeling. INNOVATIE We haken aan bij landelijke initiatieven zoals Schuldenknooppunt en Collectief Schuldregelen zodra deze voldoende doorontwikkeld zijn. PR & COMMUNICATIE De doorontwikkeling van onze website heeft in afgelopen periode geen prioriteit gekregen. In plaats daarvan is gekozen voor een actualisering van de huidige website. Voor 2024 zal opnieuw de website geprioriteerd moeten worden om te voldoen aan de wettelijke vereisten. Gekeken wordt hoe we met een vrij beperkt budget onze communicatie verder vorm kun-
nen geven zodat we het bereik onder onze doelgroep kunnen vergroten. GEBOUWBEHEER EN FACILITERING Inmiddels is het pand vanuit de gemeente Sittard-Geleen verkocht aan een investeringsmaatschappij en weer doorverkocht. Met de gemeente Sittard-Geleen is een dienstverleningsovereenkomst gesloten over de te leveren services en energie. Het bestuur verwacht dat tot het einde van het huurcontract (1 juli 2025) de bestaande afspraken met gemeente Sittard-Geleen als voormalige verhuurder gestand worden gedaan. Inmiddels is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met gemeente Sittard-Geleen afgesloten, hierdoor worden we ontzorgd met betrekking tot de te leveren services en energie. In 2024 zullen we opnieuw gaan kijken naar een bijdetijdse werkomgeving die past bij het hybride werken.
12
13
Meerjarenbegroting | 2024-2026
4. Dienstverlening PREVENTIE, VROEGSIGNALERING & EDUCATIE PREVENTIE, VROEGSIGNALERING & EDUCATIE Voorkomen is beter dan genezen Preventie
Vroegsignalering
Educatie
Week van het geld Financiële weerbaarheidslessen Stadsspelen Themabijeenkomsten
Werkgeversdienstverlening Samenwerking overheidsinstanties
Training
Schulden leiden tot persoonlijke problemen en maatschappelijke kosten. Preventie, vroegsignalering en educatie zijn daarom niet alleen belangrijk voor de betrokkenen, maar ook voor alle partijen die in aanraking komen met betalingsachterstanden. Allerlei partijen (denk aan scholen, werkgevers, uitkeringsinstanties, woningcorporaties, nutsbedrijven, huisartsen, Rechtbanken, overheid, wijkteams, etc.) kunnen een belangrijke ondersteunende rol hebben in het bijdragen om personen/ gezinnen met financiële problematiek op weg te helpen naar een schuldenvrij bestaan.
bewust leren omgaan met geld, later minder vaak te maken hebben met financiële problemen. Ter preventie is het belangrijk om jongeren financiële vaardigheden bij te brengen. Jongeren bewust maken van hun financiële houding en, indien nodig, hieraan werken. Bewustwording en gedragsverandering is niet van de één op de andere dag gerealiseerd, maar onbewuste processen zijn wel zeer bepalend voor ons handelen.
instrumenten (Mesis) om ook hier preventief en dus vroegtijdig ingrijpende schuldhulpverlening of beschermingsbewind te voorkomen.
PREVENTIE Financiële opvoeding kan niet vroeg genoeg beginnen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die al op jonge leeftijd
Onze lopende initiatieven rondom werkgeversdienstverlening zullen we waar mogelijk en van toegevoegde waarde verder uitbreiden en door ontwikkelen. Vroegtijdige laagdrempelige gespreksvoering met open spreekuren, educatieve informatie sessies en gebruik maken van financiële signalering
VROEGSIGNALERING Het doel van vroegsignalering is dat we niet willen dat mensen met schuldenproblematiek zo’n 4 à 5 jaar wachten met het vragen om hulp. Schulden zijn dan al vaak opgelopen tot gemiddeld € 43.000. Niet iedereen weet de weg naar hulp even gemakkelijk te vinden en als ze die al gevonden hebben dan zijn er best wel wat barrières te slechten blijkt uit een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar de toegang tot de schuldhulpverlening. Convenanten met woningcorporaties, energieleveranciers en zorgverleners
zijn al geruime tijd gemeengoed binnen de schuldhulpverlening, ook binnen Kredietbank Limburg. Vanaf 2018 hebben we bij ook uitvoering gegeven aan een aantal pilots met gemeenten, werkgevers, SVB, het UWV en WSP Parkstad. De resultaten van die convenanten en pilots hebben bijgedragen aan de wijzigingen die in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (=WGS) met ingang van 1 januari 2021 zijn opgenomen. In de vroegsignalering zien we nu structurele, uniforme vormen van samenwerking met signaalpartners om snel mensen met financiële problemen perspectief te kunnen geven middels een outreachende werkwijze. In de WGS (2021) is opgenomen dat vroegsignalering een wettelijke verplichting is. De vroegsignalering ziet erop toe dat organisaties op het gebied van wonen, energie, zorg en water verplicht zijn om een betalingsachterstand direct te melden bij de gemeente waar de klant woont. Doordat al deze partijen signalen over betalingsachterstanden op 1 centraal punt doorgeven, kan er gericht actie worden ondernomen om deze klant te benaderen en te helpen. Door er in een eerder stadium bij te zijn is het de verwachting straks met lichtere vormen van interventie mensen te ondersteu-
nen. In de eerste jaren verwachten we dat die groep met problematische schulden bereikt wordt, die niet uit zichzelf de stap richting de schuldhulpverlening zal zetten. Binnen gemeenten wordt de vroegsignalering steeds meer vormgegeven, waarbij KBL in diverse gemeenten in meer of mindere mate betrokken is. Zo zijn we afgelopen jaren al nauw betrokken bij het opzetten van Os Hoes, een laagdrempelige ontmoetingsplek voor mensen die armoede ervaren in Brunssum. Maar ook in Kerkrade, Sittard-Geleen en Maastricht gaven we vorig jaar al uitvoering aan het actief opzoeken van mensen die betalingsachterstanden en/of schulden hebben. We zullen deze activiteiten waar mogelijk nog verder ontplooien. Zo is er bijvoorbeeld in Kerkrade het project “Vroeg er op af”, waarbij de gemeente, KBL en partners uit het maatschappelijke veld de vroegsignalering nader vormgeven. Ook in Sittard-Geleen geven we uitvoering aan de vroegsignalering samen met Vidar, ketenpartner Partners in Welzijn en diverse vrijwilligersorganisaties. Daarnaast wordt er in Sittard-Geleen samen met het jongerenloket een traject vormgegeven waarbij een groep
van 180 jongeren die bekend zijn met schulden, schuldhulpverlening gaan krijgen. In Kerkrade is er tevens de zogenaamde Geldwijzerwinkel (www.geldwijzerwinkel.nl). De Geldwijzerwinkel fungeert als centrale laagdrempelige toegangsplek ten behoeve van eerste advisering en snelle, juiste en “warme” doorverwijzing naar bijvoorbeeld de (schuld)hulpverlening. Ook worden vanuit de Geldwijzerwinkel diverse workshops, cursussen, (geld)trainingen, campagnes en andere activiteiten georganiseerd in samenspraak met de diverse betrokken partijen. Komende jaren dragen we als KBL samen met de betrokken samenwerkingspartners bij aan de verdere positionering en invulling van de Geldwijzerwinkel. Vanaf 2022 mogen wij ook de vroegsignalering voor gemeenten Valkenburg aan de Geul en Meerssen uitvoeren. In 2023 sluiten deze gemeenten aan op het systeem van RIS waardoor meer signaalpartners worden bereikt en de uitvoering een stuk efficiënter kan. Ten slotte zijn we in Maastricht intensiever gaan samenwerken met organisaties als Leger des Heils en Levanto.
14
15
Meerjarenbegroting | 2024-2026
EDUCATIE We geloven in een wereld waarin iedereen kan meedoen, thuis en op het werk. We willen elke (jong)volwassene die wat ondersteuning kan gebruiken een zetje geven om hun financiële vaardigheden te ontwikkelen. Om zijn of haar zelfvertrouwen te verhogen, financieel redzamer te worden en zich beter thuis te laten voelen in het omgaan met geld.
Daarom bieden we de trainingen aan zoals Rondkomen met Inkomen waar mensen oefenen en kennis aangereikt krijgen. We bieden budgetcoaching aan, maar begeleiden mensen ook naar taallessen of digitale vaardigheidstrainingen als uit onze Mesis-screening en taalmeter blijkt dat mensen ondersteuning nodig hebben.
SCHULDHULPVERLENING Als je gebruik wilt maken van schuldhulpverlening verloopt het traject in vier fases. Deze werkwijze is ontstaan vanuit ervaringen en wetenschappelijke inzichten. Het voornaamste doel is dat de situatie van de klant centraal staat en samen wordt gekeken naar wat de beste interventies zijn om de problemen op te lossen. De werkwijze gaat uit van vier vaste fases die een klant doorloopt, maar in elke fase is het aan de klant om samen met de schuldhulpverlener te kijken welke stappen hij kan en wil zetten. INTAKE INTAKE Ken je klant en zijn hulpvraag Instroom
Vraagverheldering
Plan van Aanpak
Nabijheid & laagdrempelige toegang Crisisinterventie
Screening Vraagverhelderingsgesprek
Diagnose
Goede hulpverlening begint bij een laagdrempelig en snel contact met de schuldhulpverleners. Het is belangrijk om goed inzicht te krijgen wat iemand nodig heeft en hoe iemand het beste geholpen kan worden. De klant voert een gesprek met de schuldhulpverlener. Samen kijken ze welke interventies nodig zijn en dat leggen ze vast in een plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt ondertekend door de klant, waarop het toegangsbesluit Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt afgegeven. Dit betekent dat de klant geholpen gaat worden om zijn problematische schulden op te lossen.
Crisissen in de vorm van ontruimingen of afsluitingen vragen om snelle acties ter voorkoming van erger. Bij de aanmelding van een burger wordt meteen beoordeeld of er sprake is van een crisissituatie die om interventie van ons vraagt. Een crisissituatie en de stress die mensen daarin ervaren wil je als eerste oplossen. Als de crisis bezworen is of als er geen sprake is van een crisis is het belangrijk dat klanten de gelegenheid krijgen om hun verhaal te doen, hun zorgen en belangen te kunnen delen. Het recht op schuldhulpverlening is bij wet geregeld in de Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening (Wgs). Deze wet stelt eisen aan de gemeente die verantwoordelijk is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. De wet valt onder het bestuursrecht waardoor formeel een aanvraag moet worden gedaan. Hierdoor moet onder andere een beschikking worden afgegeven wanneer iemand wordt toegelaten, gelden er bepaalde termijnen en is bezwaar mogelijk wanneer de schuldhulpverlening voortijdig wordt beëindigd. De termijnen: Een klant wordt binnen 1 werkdag benaderd na zijn hulpvraag om in overleg het intakegesprek te plannen. Dit intakegesprek dient bin-
16
17
Meerjarenbegroting | 2024-2026
nen 4 weken plaats te vinden. Uiterlijk 8 weken na dat de hulpvraag in het intakegesprek is vastgesteld dient er een toelatingsbeschikking dan wel afwijzingsbeschikking te zijn afgegeven. De spelregels hiervoor vinden we weer terug in de diverse beleidsregels van de afzonderlijke gemeenten. Deze termijnen worden besproken met de klant tijdens de intakefase. Hierin geven we niet alleen aan wat we gaan doen, maar ook hoelang dit gaat duren. We spreken ook af wanneer en hoe de nazorg plaatsvindt. Door regelmatig
samen met de klant te evalueren, houd je niet alleen de klant betrokken bij het traject, hij voelt dan ook de betrokkenheid van zijn schuldhulpverlener. Daarmee proberen we de kans op uitval en daarmee recidive al bij de start van een traject te verkleinen. Op deze manier streven we ernaar om de schuldhulpverlening te verduurzamen. STABILISATIE Na de intake wordt de klant geholpen om zijn inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Hierbij is het van
belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. De klant wordt ondersteund om gezond financieel gedrag te ontwikkelen via de coaching van de schuldhulpverlener. Zodra er een beeld is van de totale schuld en bijbehorende schuldeisers wordt een schuldsanering gestart. Een sanering is niet altijd het doel van het plan van aanpak. Soms is stabiliseren voldoende en kan de klant zelfstandig verder.
SCHULDENAANPAK SCHULDENAANPAK Informatie & Advies
Duurzame Financiële Dienstverlening
Schulden regelen Saneringskrediet Schuldbemiddeling Betalingsregeling Herfinanciering WSNP
Indien vanuit de intake blijkt dat een klant hulp nodig heeft bij het aanpakken van zijn schulden, dan staan hiervoor een aantal instrumenten ter beschikking. KBL beperkt haar dienstverlening niet tot alleen maar het helpen van mensen met problematische schulden. We zijn er trots op dat daar waar mensen hulp nodig hebben bij het in de grip krijgen van niet-problematische schulden er ook passende dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor mensen die niet kunnen of willen voldoen aan de spelregels voor een schuldregeling of de aard van het schuldenpakket een schuldregeling niet toestaan. De drie hoofdpijlers binnen de dienstverlening Schuldenaanpak zijn: INFORMATIE & ADVIES Het doel van deze vorm van dienstver-
lening is het geven van informatie en advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder gebruik te maken van de producten stabilisatie, betalingsregeling, herfinanciering, schuldregeling, budgetbeheer, budgetcoaching of duurzame financiële dienstverlening. Door het geven van informatie en advies kan ook een beroep op andere vormen van financiële dienstverlening worden voorkomen. Informatie en advies beoogt informatie voor de klant te ontsluiten waardoor inzicht wordt geboden in financiële keuzes en de klant in staat wordt gesteld de eigen financiën zelfstandig te regelen. DUURZAME FINANCIËLE DIENSTVERLENING Het doel van duurzame financiële dienstverlening (DFD) is het in
evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem door in of bij die persoon gelegen omstandigheden nog niet duurzaam opgelost kan worden. DFD is erop gericht om de maatschappelijke positie van de schuldenaar niet te laten verslechteren. De schuldhulpverlener draagt hieraan bij door voor een financiële basis te zorgen. De schuldhulpverlener kan daarbij onderdeel uitmaken van een hulpverleningsketen. DFD kan ingezet worden om die schuldenaren te helpen, van wie de financiële problemen (nog) niet opgelost kunnen worden middels de producten betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet of schuldbemiddeling. Dit kan het geval zijn bij schuldenaren
18
19
Meerjarenbegroting | 2024-2026
met schulden die niet regelbaar zijn vanwege in of bij de persoon gelegen omstandigheden. De dienstverlening binnen DFD onderscheidt zich van de dienstverlening binnen stabilisatie omdat stabilisatie wel expliciet leidt tot één van de producten herfinanciering, betalingsregeling, saneringskrediet of schuldbemiddeling en heeft daardoor dus een ander doel dan DFD. Tevens kunnen de producten budgetbeheer, budgetcoaching en beschermingsbewind worden ingezet als ondersteuning van de DFD. Afhankelijk van de situatie kan een schuldenaar alsnog instromen naar een van de vormen van schulden regelen. SCHULDEN REGELEN Het doel van schulden regelen is te komen tot een beheersbare financiële situatie, een oplossing tussen klant en schuldeiser over de schuldenlast, of, als een oplossing niet mogelijk is binnen de minnelijke schuldhulpverlening, de klant te ondersteunen bij het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering (WSNP). KBL beperkt haar dienstverlening voor het regelen van schulden niet tot klanten met een problematische schuldensituatie, maar helpt ook klanten die alleen met ondersteuning van een professional tot een duurzame oplossing komen voor hun schuldensituatie
ook als deze niet problematisch wordt geacht. Binnen de dienstverlening schulden regelen kent KBL een aantal verschillende mogelijkheden: • 100% herfinanciering (niet-problematische schulden) • Betalingsregeling(en) (niet-problematische schulden) • Schuldregeling (problematische schulden): o Saneringskrediet o Schuldbemiddeling • Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Herfinanciering Uitgangspunt bij het oplossen van schulden is dat zoveel als mogelijk wordt gezocht naar manieren om schulden voor 100% terug te betalen. Een van de manieren om dat te doen is een 100% Herfinanciering via KBL. In dat geval verstrekt KBL een krediet om alle schulden voor 100% in één keer te voldoen. Binnen deze dienstverlening hoeft er niet onderhandeld te worden met schuldeisers (er wordt immers 100% ineens voldaan), maar zullen wel de openstaande saldi opgevraagd moeten worden zodat de juiste bedragen worden overgemaakt. De hoogte en looptijd van dit krediet dienen te passen bij de mogelijkheden van
de klant. Deze manier van schulden regelen heeft als voordeel dat de klant nog maar te maken heeft met één schuldeiser, namelijk KBL, en het een lichte vorm van interventie betreft. Betalingsregeling Ook bij deze vorm van schulden regelen worden schuldeisers voor 100% voldaan. Over het algemeen betreft het hier klanten waar het gaat om meerdere schuldeisers die allen in een eerder stadium hun eigen wensen of eisen aan de klant hebben gesteld ten aanzien van hoogte of doorlooptijd van de regeling. KBL ondersteunt de klant door namens hem de regeling uit te voeren waarbij getoetst is of de maandelijkse termijn past bij de financiële mogelijkheden van de klant. Schuldregeling Als blijkt dat de schulden van de klant problematisch zijn, kan er tegen afkoop (finale kwijting) onderhandeld worden met de schuldeisers en spreken we van een schuldregeling. KBL kent twee vormen van deze schuldregeling, namelijk het saneringskrediet en de schuldbemiddeling. Saneringskrediet Met de inzet van een saneringskrediet worden problematische schulden van de klant in één keer tegen finale kwijting
afgekocht bij de schuldeisers. Op basis van de berekende aflossingscapaciteit wordt de krediethoogte berekend. Met de inzet van dit krediet wordt schuldeisers een voorstel tegen finale kwijting gedaan. Bij akkoord van alle schuldeisers wordt dit bedrag meteen aan hen uitbetaald. Met de inzet van een saneringskrediet is de klant in één keer van al zijn schuldeisers af en heeft hij nog maar één schuldeiser over en dat is KBL. Dit neemt direct heel veel stress weg. Daarnaast merkt de klant het meteen als hij meer inkomsten weet te verwerven. Over het terugbetalen van het krediet zijn immers afspraken gemaakt met de kredietbank. Voor de schuldeiser is een saneringskrediet prettig omdat hij direct de boeken kan sluiten en niet drie jaar moet wachten op deelbetalingen. Snelle duidelijkheid en een eenmalige uitbetaling heeft voor menig schuldeiser de voorkeur boven drie jaar wachten op misschien een paar euro meer. Ook de gemeente en de schuldhulpverlener ervaren voordelen bij een saneringskrediet. Het bespaart namelijk enorme administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van mutaties gedurende de drie jaar van een schuldbemiddeling. Gezien de vele voordelen voor alle partijen heeft het de voorkeur van KBL om schulden via een saneringskrediet te regelen. Er kunnen echter situaties zijn waarbij voor
een schuldbemiddeling wordt gekozen. Vanaf oktober 2019 regelt KBL bij voorkeur de schulden met een SK “tenzij”. Die tenzij wordt onderbouwd door de casemanager en schuldregelaar van de klant. Tot nu toe worden de verstrekte saneringskredieten goed terugbetaald. Het achterstandspercentage is nog steeds zeer gering (< 1%). Vanaf 2022 is het Nationaal Waarborgfonds Saneringskredieten (WSK) live en mogen gemeenten hierop aansluiten via een Kredietbank. KBL heeft dit aansluiten in 3 fasen opgesplitst: • Aansluiten WSK voor GR-gemeenten • Aansluiten WSK voor bestaande opdrachtgevers schuldhulpverlening (niet -GR) • Aansluiten WSK voor andere gemeenten De ervaringen in de samenwerking met WSK zijn tot nu toe prima. Dit fonds neemt voor een premie van 1% van het bruto kredietbedrag het kredietrisico van de aangesloten gemeente over. De wijze waarop gemeenten kunnen aansluiten en de manier waarop nieuwe kredieten worden aangemeld verloopt erg soepel en zonder al te veel administratieve belasting. Schuldbemiddeling Anders dan bij een saneringskrediet
draagt de klant hier maandelijks zijn spaarcapaciteit boven het berekende vrij te laten bedrag af. Bij een saneringskrediet wordt dit vrij te laten bedrag eenmalig berekend en resulteert die berekening in de aflossingscapaciteit per maand op basis waarvan een krediet wordt verstrekt. De berekening voor de aflossingscapaciteit is gelijk alleen wordt bij een schuldbemiddeling gewerkt met maandelijks sparen boven het vrij te laten bedrag. Dat betekent dan ook dat schuldeisers een prognose wordt aangeboden en er geen zekerheid bestaat over het uit te betalen bedrag. De looptijd van een schuldbemiddeling is gelijk aan de aflossingstermijn van een saneringskrediet, namelijk 36 maanden. Bij een schuldbemiddeling wordt een keer per jaar het reeds gespaarde bedrag voor schuldeisers aan hen doorbetaald. De laatste uitbetaling aan schuldeisers vindt dan ook na 36 maanden plaats. Een schuldbemiddeling kan door schuldeisers zinvol worden geacht als er concreet zicht is op een substantiële inkomensverbetering in de komende drie jaar. In de praktijk blijkt die inkomensverbetering echter flink te worden overschat (M. Schut 2019). Zowel bij het saneringskrediet als de schuldbemiddeling schelden schuldei-
20
21
Meerjarenbegroting | 2024-2026
sers een deel van hun vordering kwijt. Tegenover die kwijtschelding staan dan ook verplichtingen van de klant. Het is belangrijk om tijdens de intake- of stabilisatiefase te beoordelen of een klant al toe is aan een schuldregeling of dat er belemmeringen zijn waardoor eerst andere dienstverlening dient te worden ingezet. Ook in de aard van de schulden kunnen belemmeringen liggen waardoor een schuldregeling nog niet aan de orde is. Een goede diagnose tijdens de intakefase voorkomt dat onnodig diensten worden ingezet of klanten tegen teleurstellingen aanlopen. Mocht een schuldregeling niet tot stand komen omdat schuldeisers het voorstel tegen finale kwijting verwerpen, dan mag een klant een beroep doen op de wettelijke schuldsanering (WSNP). Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) Mocht een minnelijk voorstel om schulden te regelen door een of meerdere schuldeisers worden afgewezen dan kan aan de rechtbank worden gevraagd deze weigerachtige schuldeiser(s) via een minnelijk dwangakkoord te verplichten alsnog in te stemmen met dit aanbod. In de gevallen waar dit niet mogelijk is, kan een verzoek worden ingediend voor toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke
Personen (WSNP). Dit is een traject buiten de Kredietbank om waar vanuit de wet alle schulden gesaneerd worden. In deze trajecten krijgt de klant een bewindvoerder WSNP toegewezen. Deze ziet erop toe dat de klant al zijn verplichtingen die in de WSNP gelden ook daadwerkelijk nakomt. Omdat een dergelijk zitting bij de rechtbank stress voor de klant met zich meebrengt hanteren we als uitgangspunt dat een medewerker van KBL meegaat naar deze zitting. Zowel de klanten als de rechtbank zijn positief over deze extra dienstverlening. Mensen voelen toch dat extra steuntje in de rug en vragen van de rechtbank over het verloop van het minnelijk traject kunnen direct tijdens de zitting worden beantwoord. Dat neemt de spanning en onzekerheid voor mensen voor een groot deel weg en leidt sneller tot duidelijkheid over het al dan niet toelaten tot de WSNP. We merken graag op dat een aanvraag WSNP niet geïnterpreteerd dient te worden als een mislukt minnelijk traject. Voordat een WSNP kan worden aangevraagd dient te worden aangetoond dat er alles aan is gedaan om buiten de rechtbank om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Ook in situaties waarin er veel onzekerheid is over het totaalbeeld van de schuldeisers kan de WSNP wel eens
een duurzamere oplossing bieden. Bij de WSNP geldt dat alle schulden die (te goeder trouw) ontstaan zijn tot aan de dag van de zitting in de regeling vallen. In een minnelijk traject worden die schuldeisers benaderd die bekend zijn. Uiteraard worden daarvoor alle beschikbare bronnen geraadpleegd, maar kan door bijvoorbeeld een dakloos bestaan dat overzicht wel eens ontbreken. Een WSNP-traject wordt door veel mensen als stressvol ervaren. We hebben daarom vanuit de ervaringen vanuit het project verduurzaming deze extra klantbegeleiding tot reguliere dienstverlening omgezet. Hiermee is er niet alleen meer tijd en aandacht voor de klant gedurende de opstart van een minnelijke schuldregeling, maar blijft ook in de WSNP de casemanager als begeleider van de klant beschikbaar. NAZORG KBL 2.0 staat ook voor nazorg. Om te voorkomen dat mensen terugvallen blijft er contact met de schuldhulpverlener. Hierin wordt niet alleen ingezet op het voorkomen van terugval, maar ook op financiële zelfredzaamheid. Door te investeren in de klantcontacttijd reduceren we het risico op terugval of uitval en uiteindelijk ook recidive.
Tijdens de driejarige WSNP of de MSNP-periode blijven we contact houden met de klant. De klant houdt zelf de regie. We zien dat deze periode van drie jaar voor de klant een periode is van pieken en dalen. Op het moment dat het dreigt mis te gaan kunnen we inspringen op de behoefte van de klant. Zo proberen we iedereen binnen boord te houden.
In de schuldhulp wordt ook ingezet op het actief betrekken van het sociale netwerk van klanten. Klanten hebben baat bij persoonlijke ondersteuning bij voorkeur uit hun eigen netwerk en waar die ondersteuning niet voorhanden is in hun eigen netwerk werken we waar mogelijk met vrijwilligers.
22
23
Meerjarenbegroting | 2024-2026
SOCIALE KREDIETVERSTREKKING
INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING
SOCIALE KREDIETVERSTREKKING
INKOMENSBEHEER EN -ONDERSTEUNING
Sociaal krediet
Naast de bij schuldregeling genoemde saneringskredieten verstrekt KBL ook kredieten voor consumptieve doeleinden. De doelgroep waaraan deze consumptieve kredieten verstrekt mogen worden is beperkt door de Wet Fido. In beginsel mag een kredietbank alleen maar consumptieve kredieten verstrekken aan mensen met een inkomen tot 130% van het bruto minimumloon. Mocht het inkomen hoger zijn, maar iemand wordt niet geholpen door een commerciële bank, dan behoort deze ook tot de doelgroep van sociale kredietverstrekking van een kredietbank. Wij kunnen niet genoeg benadrukken dat sociale kredietverstrekking heel iets anders is dan de saneringskredieten bij een schuldregeling.
Sociale kredietverstrekking door KBL gebeurt zorgvuldig, betrouwbaar en zonder winstoogmerk. Het is bedoeld om tegemoet te komen aan een gezonde kredietbehoefte in de samenleving. Een verantwoord krediet bevordert de financiële participatie van burgers, lost tijdelijke financiële knelpunten op en heeft een preventieve werking. Wij zien erop toe dat het krediet, inclusief de rente, door de klant binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hierbij letten we erop dat een klant niet overgekrediteerd raakt. Een sociaal krediet kent in principe een looptijd van maximaal 60 maanden. Zoveel als mogelijk vindt een persoonlijk gesprek plaats met de klant die een
Budgetcoaching
consumptief krediet aanvraagt. Naast de meerwaarde van het persoonlijke contact draagt dit bij om in die gevallen waar een krediet niet de oplossing is direct een passend alternatief te bespreken met de klant. Ook de kredieten ten behoeve van woninginrichting voor nieuwkomers vallen onder de sociale kredietverstrekking en de daarop van toepassing zijnde weten regelgeving.
Naast het oplossen van schulden of een financieel vraagstuk blijkt dat een deel van de hulpvragers ook of juist behoefte heeft aan een vorm van inkomensondersteuning. Zij blijken zelf tijdelijk (en soms zelfs structureel) niet in staat hun eigen financiële huishouding naar behoren te voeren. Daar waar dit wordt vastgesteld zet de KBL een van de onderstaande vormen van inkomensbeheer- dan wel ondersteuning in. BUDGETCOACHING Indien de hulpvrager wel nog in staat blijkt om zelf zorg te dragen voor correcte betaling van de vaste lasten, maar niet voldoende kennis en kunde heeft voor het zelfstandig oplossen van specifieke financiële vraagstukken wordt budgetcoaching ingezet door de KBL. Het kan bijvoorbeeld gaan om veranderende persoonlijke of financiële omstandigheden als gevolg van een echtscheiding, verlies van werk of overlijden van een partner.
Budgetbeheer
Budgetbeheer Maatwerk
In deze situaties zal een gecertificeerde budgetconsulent of casemanager een coachingplan met de klant opstellen waarin zij samen het einddoel en de weg daar naartoe vastleggen. Gedurende de budgetcoaching worden de vorderingen van de klant bijgehouden op het vlak van kennis, kunde, houding en waar mogelijk gedragsverandering. Zodra het einddoel is bereikt, wordt de budgetcoaching beëindigd en wordt waar nodig nazorg aangeboden. BUDGETBEHEER In voorkomende gevallen volstaat een coachingstraject niet zonder eveneens het beheer van inkomen tijdelijk over te nemen van de klant. In die gevallen wordt budgetbeheer opgestart. Hiermee wordt bereikt dat de meest belangrijke vaste lasten worden betaald en er geen verdere verslechtering van de financiële positie optreedt. Door de inzet van budgetbeheer ontstaat rust in de financiële situatie van
Beschermingsbewind
de klant waardoor deze eerder/makkelijker openstaat voor budgetcoaching en deze op zijn beurt weer een grotere kans van slagen bereikt. Het komt ook voor dat uitsluitend inkomensbeheer wordt opgestart voor hulpvragers bij wie geen andere financiële vraagstukken spelen. In deze gevallen zorgt het inkomensbeheer voor stabiliteit en overzicht voor de klant. Tot slot wordt budgetbeheer eveneens ingezet als flankerende dienst bij een traject voor schuldhulpverlening. Hiermee wordt voorkomen dat er (opnieuw) achterstanden ontstaan in de huishoudelijke vaste lasten. BUDGETBEHEER MAATWERK Budgetbeheer Maatwerk (BBR Maatwerk) is van oorsprong gestart in de vorm van activerende financiële ondersteuning als alternatief voor beschermingsbewind. BBR Maatwerk wordt inmiddels sinds enkele jaren
24
25
Meerjarenbegroting | 2024-2026
5. Meerjarenbegroting aangeboden door KBL. Door middel van een objectieve screening aan de voorkant enerzijds en adequate begeleiding naar zelfredzaamheid bij het inkomensbeheer anderzijds wordt bereikt dat burgers minder vaak de zware maatregel van bewind krijgen opgelegd door de rechtbank of op den duur zonder deze maatregel weer regie over de eigen financiën krijgen. Alle budgetconsulenten zijn KIWA-gecertificeerde budgetcoaches waarmee de kans op succesvolle afronding van de trajecten gemaximaliseerd wordt. Een gevolg hiervan is dat de gemeente, die doorgaans bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten, betere regie over haar budget verkrijgt en op de langere termijn kosten bespaart. BBR Maatwerk kent een gemiddelde doorlooptijd van 12 tot 18 maanden. Een beschermingsbewindmaatregel wordt in de meeste gevallen voor onbepaalde tijd uitgesproken en indien sprake is van een schuldenbewind in eerste instantie voor 5 jaar. Daarnaast wordt BBR Maatwerk ingezet om klanten, bij wie de grondslag voor beschermingsbewind na verloop van tijd wegvalt, stapsgewijs te begeleiden naar (volledige) financiële zelfstandigheid. De klanten worden met warme hand overgedragen en stromen uit het beschermingsbewind uit in een tempo dat bij hen past.
BESCHERMINGSBEWIND Indien hulpvragers naar verwachting echter voor lange tijd of zelfs de rest van hun leven niet in staat blijken om hun financiën zelfstandig te beheren en ook coaching of inkomensbeheer geen soelaas meer bieden dan wordt voor deze groep mensen beschermingsbewind aangevraagd bij de rechtbank. Voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van een grondslag om beschermingsbewind uit te spreken: langdurige medische beperkingen en/ of de aanwezigheid van zwaarwegende schuldenproblematiek Nadat de rechter heeft bepaald dat de KBL op zal treden als beschermingsbewindvoerder, verschuift de (financiële) verantwoordelijkheid vrijwel volledig van de klant naar de bewindvoerder. Deze zal zorgdragen voor alle financieel-administratieve taken die nodig zijn om de financiële situatie van de klant te stabiliseren en waar mogelijk te verbeteren. Het begint met het creëren van overzicht en rust waarna werk gemaakt kan worden van het optimaliseren van de financiën van de klant. SCHULDENBEWIND In geval van de KBL is bij veel klanten (ruim 85% van de instroom) sprake van een zogenaamd schuldenbewind: de
klant wordt onder bewind geplaatst vanwege het hebben van problematische schulden of verkwisting. Deze vorm van beschermingsbewind wordt door de rechtbank uitgesproken voor de duur van 5 jaar, met een tussentijdse beoordeling na 3 jaar. KBL hanteert echter het adagium “zo lang als noodzakelijk, maar zo kort als mogelijk”. Indien er naast de schulden geen sprake is van structurele medische beperkingen zal dit bewind na het oplossen van de schulden weer worden opgeheven en kan de klant onder begeleiding van de KBL terugvallen op een lichtere vorm van inkomensbeheer en wellicht op termijn volledige financiële zelfstandigheid. Door gebruikmaking van het instrument saneringskrediet en de aanvullende/opvolgende begeleiding door onze budgetconsulenten is de gemiddelde doorlooptijd van een schuldenbewind bij de KBL duidelijk korter dan 5 jaar. Uit de meest recente meting blijkt een gemiddelde van 3 jaar en 7 maanden.
DE MEERJARENBEGROTING 2024-2026 BETREFT EEN PROFORMA BEGROTING, IN AFWACHTING VAN BESLUITVORMING EN UITWERKING VAN DE STANDPUNTEN EN KEUZES DIE NOG GEMAAKT MOETEN WORDEN. VERDER MOETEN DE ONDERZOEKEN EN GESPREKKEN UITWIJZEN IN HOEVERRE DE GEMEENTE HEERLEN VANAF 1 JANUARI 2024 DIENSTVERLENING BIJ KBL KAN, MAG OF WIL INKOPEN. OP BASIS VAN HET VERLEDEN, TRENDS EN AMBITIES VAN DE GR-GEMEENTEN MAKEN WE INSCHATTINGEN OVER DE IN TE ZETTEN DIENSTVERLENING DIE DE BASIS VORMEN VOOR DE BEGROTING 2024 EN NAVOLGENDE JAREN. DAARNAAST WORDEN OM HET REDUCEREN VAN HET EXPLOITATIETEKORT TE REALISEREN KOSTENDEKKENDE TARIEVEN VOOR BEWINDVOERING TOEGEPAST OP BASIS VAN HET RAPPORT VAN BMC.
26
27
Meerjarenbegroting | 2024-2026
6. Kerngegevens
7. Paragrafen
Preventie, vroegsignalering en educatie
9.000
uur
Intake
2.659
klanten
Sociale kredietverstrekking Aantal intakes
1.300
Persoonlijke leningen
€ 5.480.000
Doorlopende kredieten
€ 20.000
Totaal kredietportefeuille (saldo per 1 januari 2024)
€ 5.500.000
Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer Basis
200
pakketten
Budgetbeheer Totaal
1.500
pakketten
281
klanten
852
klanten
2.400
klanten
Budgetbeheer Maatwerk Beschermingsbewind
Schuldenaanpak Aantal medewerkers
122
fte
FINANCIERINGSSTRUCTUUR Tijdens de bestuursvergadering van december 2021 is besloten de financieringsstructuur van KBL vooralsnog niet te wijzigen. In de tweede helft van 2022 is onderzocht in hoeverre kostendekkende tarieven kunnen worden toegepast en in hoeverre de verdeelsleutel van een exploitatieoverschot of -tekort wordt aangepast. Besluitvorming hieromtrent zal naar verwachting medio 2023 plaatsvinden. Daarna zal de uitwerking moeten plaatsvinden, zodat met de 1e begrotingswijziging over 2024 de nieuwe financieringsstructuur volledig wordt toegepast. Complicerende factor hierbij is het besluit van de gemeente Heerlen om per 1 januari 2024 uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling. De dienstverleningsovereenkomsten worden voor de GR-gemeenten al vanaf 2019 niet meer opgesteld. Voor de niet-GR deelnemers blijven deze overeenkomsten wel behouden. VERBONDEN PARTIJEN “De Droomfabriek” is een uniek samenwerkingsverband tussen KBL, MIK Kinderopvang, Trajekt en Bureau Jeugdzorg Limburg. Het verband is ontstaan uit een vraag van het Elisabeth Strouven Fonds te Maastricht. Zij waren op zoek naar partners die voor
hun een project zouden kunnen realiseren voor de doelgroep alleenstaande moeders die weinig toekomstperspectief hebben. Met bovenstaande vier partijen is een samenwerkingsverband aangegaan in de vorm van een coöperatie. Het betrof een project van drie jaar lang voor twee keer 10 alleenstaande moeders. Het project dient kosten neutraal te verlopen. Als KBL zorgden wij in dit project vooral voor het wegnemen van stress door schulden. Het project is inmiddels met het nodige succes afgerond. Momenteel zijn we als Droomfabriek aan het kijken of we met diverse funding dit project kunnen behouden voor Limburg om meer jonge alleenstaande moeders perspectief te geven. Gesprekken hierover hebben volop plaats gevonden maar nog niet geleid tot concrete nieuwe projecten. Het voortbestaan van dit samenwerkingsverband zal onderwerp van gesprek worden. De coöperatie Droomfabriek U.A. is op 4 december 2017 opgericht. De coöperatie Droomfabriek heeft in haar statuten vastgelegd hoe de aansprakelijkheid verdeeld is bij haar bestaan en bij de ontbinding van de coöperatie. Bij de vorm uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.) zijn de leden niet aansprakelijk voor het tekort. Het betreft hier ook een strak afgebakend
traject dat gebaseerd is op de subsidie van het Elisabeth Strouven Fonds. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onder weerstandscapaciteit verstaan “de middelen en mogelijkheden waarover provincies of gemeenten beschikken om niet begrote kosten te dekken.”
De weerstandscapaciteit bestaat uit vier componenten: • Het eigen vermogen • De voorzieningen • De onbenutte belastingcapaciteit • De ruimte op de begroting Het begrip risico wordt gedefinieerd als “het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden, dan wel als gebeurtenissen waarvan de kans bestaat dat ze optreden en negatieve gevolgen met zich mee kunnen brengen. ”
28
29
Meerjarenbegroting | 2024-2026
Het gaat daarbij om de volgende risico’s: • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken; • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen. Conform de statuten van de GR dient door het Algemeen Bestuur het maximale weerstandsvermogen (eigen vermogen) te worden vastgesteld. Het betreffende artikel 30 lid 3 luidt als volgt: “Indien er voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5.” Dit betekent concreet dat, indien het eigen vermogen een bepaalde hoogte overschrijdt, het meerdere wordt uitgekeerd aan de GR-deelnemers conform de GR-methode. Ten behoeve van de begroting 2024 is door KBL een risico inventarisatie opgesteld. De samenvatting van de uit-
komsten hiervan worden in onderstaande risicoparagraaf beschreven waarnaar wij verwijzen. Deze risico inventarisatie resulteert in een totaalbedrag van financiële risico’s ad € 427.000. Het weerstandsvermogen dat gelijk is aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening), zoals besloten in de Bestuursvergadering d.d. 19 januari 2012, resulteert voor 2024 in een bedrag van € 717.000 .
1. Kostendekkendheid van dienstverlening Als KBL dit gaan invoeren bestaat de kans dat duurdere vormen van dienstverlening gefaseerd afgestoten kunnen worden waardoor er frictiekosten ontstaan.
RISICOPARAGRAAF De begroting 2024 inclusief de meerjarenbegroting 2025 en 2026 is gebaseerd op een reeks van uitgangspunten en verwachtingen. Deze uitgangspunten en verwachtingen zijn bij de diverse baten- en lastencomponenten van de begroting beschreven. Als al deze uitgangspunten en verwachtingen in 2024 100% daadwerkelijk zo blijken te zijn zal de realisatie per saldo aansluiten bij de begrote resultaten.
Het risico wordt beperkt door regulier overleg en strakke afspraken met de leverancier te maken over plannen van aanpak die in een goed werkend en ondersteunend systeem moeten gaan resulteren. Het maximale risico is geschat op € 200.000 en dat zou betekenen dat in het geval we ontevreden zijn, we (deels) afscheid nemen van Stratech en opnieuw moeten aanbesteden.
Onderstaand wordt in beknopte vorm de risico inventarisatie van KBL weergegeven met daarbij een inschatting van de mogelijke (financiële) consequenties indien de realisatie in 2024 afwijkt van de gehanteerde uitgangspunten. Hierbij moet worden opgemerkt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat alle beschreven risicoscenario’s zich daadwerkelijk tegelijk zullen voordoen.
2. Stratech De releases van het primaire systeem Stratech leveren verbeteringen op.
3. Verkoop kantoorpand KBL Medio 2022 is het huidige kantoorpand door de gemeente Sittard-Geleen verkocht aan een commercieel vastgoedbedrijf. Er wordt momenteel onderzocht welke financiële consequenties voor de KBL hieraan mogelijk verbonden zullen zijn. 4. AVG Door de invoering van de AVG (Alge-
mene Verordening Gegevensbescherming) op 25 mei 2018 worden er hogere eisen gesteld aan de beveiliging van persoonsgegevens. Het risico op datalekken is aanzienlijk en kan worden bestraft met hoge boetes. Het risico wordt door KBL beperkt door informatiemanagement en cybersecurity te optimaliseren. Hiervoor zijn medewerkers aangetrokken om de beveiliging te waarborgen en datalekken (inbraak, diefstal, verlies) te voorkomen. 5. Flexibele schil van medewerkers in relatie tot WW-uitkeringen Van de organisatie wordt gevraagd flexibel om te gaan met de fluctuerende vraag naar dienstverlening. Daarom is het in stand houden van een flexibele schil van medewerkers noodzakelijk. Het werken met jaarcontracten en het aansluitend eventueel niet verlengen kan leiden tot WW-uitkeringen. KBL betaalt deze uitkeringen zelf omdat ze eigen risicodrager is. KBL beperkt bovengenoemde risico’s door het optimaal afstemmen van de formatie op de gevraagde dienstverlening. Maandelijks wordt de benodigde formatie bewaakt en waar nodig bijgestuurd. Onderlinge uitwisseling van formatie bij over- of onderbezetting
tussen de regio’s wordt ook toegepast. Ook zetten we een re-integratiebedrijf in om van werk naar werk te begeleiden. 6. Aanslag vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven een feit. Ook op de KBL is deze nieuwe wetgeving in beginsel van toepassing. Middels een inventarisatie in samenspraak met de fiscalisten van Deloitte en drie andere kredietbanken in Nederland zijn de gevolgen voor KBL inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke fiscale positie voor de vennootschapsbelasting is in december 2016 formeel afgestemd met de Belastingdienst. Uitgangspunt van de stellingname is dat alle activiteiten van KBL niet zullen leiden tot Vpb-plicht. De Belastingdienst heeft in een brief d.d. 28 februari 2017 geantwoord dat er in 2016 geen belastingplicht voor de vennootschapsbelasting is ontstaan. Jaarlijks zal dit worden beoordeeld. 7. Renterisico’s De onrust op de financiële markten kan resulteren in een rentestijging. De kans dat de huidige historisch lage rentepercentages zullen gaan stijgen is groot. Het risico is beperkt omdat er geen geldleningen bij de BNG meer open
staan. Het risico bestaat dan wel nog voor het saldo van de rekening-courant. 8. Inklinken van de kredietportefeuille De kredietportefeuille werd jaren gestaag kleiner, wat resulteerde in lagere renteopbrengsten. Met name door het verstrekken van saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening is de kredietportefeuille in 2020 weer gaan stijgen. Medio 2019 is door het bestuur van KBL besloten meer saneringskredieten in te laten zetten als instrument van schuldhulpverlening. 9. Aansprakelijkheidsrisico’s De aansprakelijkheidsrisico’s, voor zover alle risico’s bekend zijn, worden grotendeels afgedekt door de bedrijfsen beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen.
30
31
Meerjarenbegroting | 2024-2026
In onderstaande tabel zijn de mogelijke financiële consequenties weergeven van de hierboven beschreven risico’s: RISICO
MAXIMAAL FIN. GEVOLGEN
KANS
Kostendekkendheid van dienstverlening
300.000
Middel
2
Stratech
200.000
Laag
25%
50.000
3
Verkoop kantoorpand KBL
200.000
Middel
50%
100.000
4
AVG
100.000
Middel
50%
50.000
5
Flexibele schil
100.000
Middel
50%
50.000
6
Aanslag vennootschapsbelasting
50.000
Laag
25%
13.000
7
Renterisico's
15.000
Hoog
75%
11.000
8
Inklinken van de kred.portefeuille
10.000
Laag
25%
3.000
9
Aansprakelijkheidsrisico's
1
Totaal
PERC.
50%
FINANCIEEL RISICO 150.000
-
-
975.000
427.000
Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de som van de potentiële financiële risico’s € 427.000 bedraagt.
FINANCIERING In 2007 heeft KBL een treasurystatuut opgesteld. Dit statuut gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen. Het renteprotocol is een regelmatig terugkerend agendapunt binnen KBL. Op basis van dit protocol wordt maandelijks de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, te weten met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (inclusief achterstanden) als een “ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-) lange termijn moet worden gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering bestond vanaf begin 2019 uitsluitend uit de rekening-courantkrediet faciliteit met een maximum van € 1.000.000, hetgeen beduidend lager is dan hetgeen met de provin-
ciale toezichthouder is afgesproken voor wat betreft de hoogte van de kasgeldlimiet. Deze kredietfaciliteit is door KBL medio 2022 opgezegd. KBL heeft voor 2022 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury. De organisatie zal gedurende 2023 geen uitzettingen (anders dan die op grond van haar maatschappelijke taak) doen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2023 is op basis van de begroting berekend op (8,2% van het lastentotaal). Ultimo 2010 is met de provinciale toezichthouder afgesproken dat de kasgeldlimiet met ingang van 2011 is bepaald op € 2.500.000. Deze ontheffing is op 1 november 2018 verlengd voor de jaren 2019 tot en met 2022. Deze ontheffing is nodig in verband met bovengenoemde rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 2.500.000. Per 1 januari 2019 is de rekening-courantfaciliteit overigens teruggebracht naar maximaal € 1.000.000 en medio 2022 door KBL
volledig opgezegd. Hiermee is een verlenging van de ontheffing aanvragen niet meer aan de orde. Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basisset van financiële kengetallen. Dit betreft de volgende vijf kengetallen: • Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit De eerste twee kengetallen worden in dit jaarverslag gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor KBL. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619).
KENGETALLEN
2024
2025
2026
Netto schuldquote
3%
3%
2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
52%
57%
60%
Solvabiliteitsratio
0,0%
0,0%
0,0%
32
33
Meerjarenbegroting | 2024-2026
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat
het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.
De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van KBL.
De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV).
EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden).
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Balansstand 31-12-2024
EMU SALDO Financiële vaste activa Vlottende activa Vaste passiva Vlottende passiva
Mutaties 2024
Balansstand 31-12-2025
697.000-
Mutaties 2025
Balansstand 31-12-2026
10.000-
Mutaties 2026
121.000
Kredieten
5.970.000
500.000
6.470.000
500.000
7.030.000
560.000
Uitzettingen
700.000
-600.000
700.000
0
700.000
0
Overlopende activa
100.000
0
100.000
0
100.000
0
Liquide middelen
5.000.000
0
4.500.000
-500.000
4.000.000
-500.000
Voorziening
200.000
100.000
200.000
0
200.000
0
Vaste schulden
616.000
0
616.000
0
616.000
0
10.980.000
97.000
10.890.000
-90.000
10.729.000
-161.000
500.000
400.000
600.000
100.000
700.000
100.000
Netto vlottende schulden Overlopende passiva