CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Karen Meijers 21-01-26 inspreektekst

Commissie Maatschappij en Welzijn 21 januari 2026, gemeente HeerlenBij agendapunt: Presentatie door Bureau Leren en Doorstromen Parkstad (op verzoek van E. Géron)1.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Spreektekst gemeenteraad – 5 minuten Geachte voorzitter, raadsleden, Ik sta hier vandaag als moeder. Maar ook als iemand die ongewild expert is geworden in het systeem rond passend onderwijs, jeugdzorg en leerplicht. Niet omdat ik dat wilde. Maar omdat ons kind in 2020, op negenjarige leeftijd, thuis kwam te zitten.

Wanneer een kind thuis komt te zitten, gebeurt er iets geks. Niet met het kind, maar met de ouder. De eerste vraag lijkt zelden te zijn: “Wat heeft dit kind nodig?” Maar eerder: “Wat doen de ouders verkeerd?” Er wordt gekeken naar opvoeding. Naar draagkracht. Naar verwachtingen. Naar ‘acceptatie’. En vooral: hoe het kind zo snel mogelijk weer terug naar school kan. De ouder is te bezorgd. Te beschermend. Houdt het kind tegen. Of doet juist niets voor het kind. Wat zelden gebeurt, is dat iemand werkelijk stilstaat, luistert en meevoelt in wat er onder de oppervlakte speelt.

Onze zoon kon niet functioneren in het reguliere onderwijs. Ook het speciaal onderwijs bleek niet passend. Dagbesteding in combinatie met onderwijs evenmin. En dan gebeurt er iets wat weinig mensen zien, maar wat voor gezinnen allesbepalend is: Een kind dat wil leren, dat de capaciteiten heeft, komt terecht in een systeem waarin geen vorm bestaat waarin dit leren mogelijk is. Dan heeft een kind feitelijk niets.

Wat volgt, is geen begeleiding. Wat volgt, is een zoektocht door systemen. Als ouder moet je in korte tijd begrijpen wie waarvoor verantwoordelijk is en onder welke regels wie verwijst, wie toetst, wie afwijst, en vooral: wie uiteindelijk nergens over gaat. Leerplicht wijst naar het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband wijst naar beleid of naar zorg. Zorg ziet het kind vastlopen, wil wel helpen, maar heeft niets te zeggen over onderwijs. En zo ontstaat een systeem waarin verantwoordelijkheden verschuiven, maar niemand het geheel draagt.

Wat hier in de praktijk vaak gebeurt, is het volgende. Als een kind dreigt thuis komen te zitten doet de school een aanbod, bijvoorbeeld in de vorm van een maatwerkklas. Daarmee heeft de school formeel voldaan aan passend onderwijs. Als een kind vervolgens in die setting niet kan functioneren, wordt het vraagstuk vaak gepositioneerd als zorgvraag. En met dat advies verschuift in de praktijk ook de verantwoordelijkheid. Niet meer bij onderwijs, maar bij ouders. Ouders moeten zorg inschakelen. Zij melden zich bij JENS. Doorlopen procedures. Wachten op een plek. In de hoop dat de wachtlijst niet te lang is en dat het ook daadwerkelijk een passende plek is. Wat ouders vervolgens ervaren binnen dit traject, is een grote mate van bureaucratie. Procedures zijn complex en vaak onduidelijk. Er zijn interne overleggen waar ouders geen zicht op hebben. Analyseverslagen worden opgesteld, maar moeten opnieuw worden gemaakt omdat door lange doorlooptijden de geldigheid inmiddels is verlopen. Daardoor zijn ouders niet bezig met hun kind, maar met formulieren, termijnen en verantwoording.

Wat wringt, is dat deze stroperigheid niet onbekend is. Zorgverleners benoemen dit zelf ook. Zij zien hoe gezinnen vastlopen in procedures, maar ervaren tegelijkertijd dat zij hier weinig invloed op hebben. Voor ouders voelt het daardoor alsof het proces steeds opnieuw begint, terwijl de situatie van het kind ondertussen stilstaat of verder verslechtert. Het gaat hier niet om onwil van mensen, maar om een systeem dat zo is ingericht dat het traag is, weinig flexibel en nauwelijks leert van terugkerende signalen.

Wat mij misschien wel het meest heeft geschokt, is dat er maandenlang met soms tien tot twaalf professionals gesproken kan worden over één beleidsregel, één uitzondering, één juridische nuance terwijl ondertussen een kind een volledig schooljaar mist. Dat verlies wordt dan gezien als ‘ondergeschikt’. Alsof tijd voor een kind iets is wat je later kunt herstellen. Dat is de omgekeerde wereld.

Uiteindelijk werd bij onze zoon online onderwijs toegestaan. Na ruim één jaar zware strijd en heel veel overleggen. Voor één module primair onderwijs wiskunde. Kosten: 700 euro voor een volledig schooljaar. We kregen uiteindelijk de goedkeuring van het samenwerkingsverband: één maand nadat onze zoon uitgeschreven was in het primair onderwijs. Dus: we hebben toestemming, maar krijgen de module niet, want de aanvraag is gedaan voor primair onderwijs en inmiddels was onze zoon, op advies van hetzelfde samenwerkingsverband ingeschreven op voortgezet onderwijs. Formeel klopte het. Inhoudelijk viel alles opnieuw stil. En zo gaat het aan de lopende band… En die regel-band loopt door, terwijl je kind vraagt om onderwijs, maar stil wordt gezet.

Wat in al deze trajecten structureel ontbreekt, is zichtbare en gedragen samenwerking in het belang van het kind En de regie ligt bij ouders. Altijd. Niet omdat dat zo bedoeld is, maar omdat niemand anders hem pakt of kan pakken. Deze regie vraagt kennis van wetgeving, beleid, financiering, zorgstructuren en onderwijsroutes. Ze vraagt continu schakelen, documenteren en verantwoorden. Dit is een fulltime functie.

En dan kom ik bij het punt dat mij het meest zorgen baart. Niet alle ouders kúnnen deze rol dragen. Niet door onwil. Maar door stress, gezondheid, taal, werk of uitputting. Wanneer die ouder wegvalt, valt ook de regie weg. En dan blijven kinderen thuis. Ze raken uit beeld. De problemen nemen toe. De kans op ontwikkeling neemt af. Dan wordt passend onderwijs geen recht meer, maar een privilege, afhankelijk van de draagkracht van ouders.

Wat hoopgevend is, is dat het anders kan. Binnen Nova Start zien wij wat er gebeurt wanneer eerst het kind wordt gezien, en pas daarna het systeem. Niet: “Dit is de vorm, pas jij daarin?” Maar: “Wie is dit kind, en welke vorm maakt ontwikkeling mogelijk?” Dat laat zien: het probleem zit meestal niet in het kind.

Het probleem zit in een systeem dat te versnipperd werkt, te laat durft te denken en omdenken en verantwoordelijkheid doorschuift.

Wat ik u vandaag vraag, is geen oplossing voor mijn zoon. Die heeft hij nu door nova start, na jaren wachten op onderwijs… Wat ik u vraag, is iets fundamentelers: Kijk eerst naar het kind en zijn kwaliteiten. Pas de vorm aan, aan het kind en probeer het kind niet te vormen naar een niet-passend systeem. Werk samen met ouders, niet tegen hen. Ondersteun ouders structureel in de regierol die zij nu noodgedwongen dragen. En laat ontwikkeling van kinderen zwaarder wegen dan regels, geld en beleid. Want een gemist jaar voor een kind is een jaar niet gezien zijn. Een jaar zonder ontwikkeling. Een stuk leven dat niet terugkomt. Dank u wel.

Karen Meijers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=c9628b8a-2bbf-4144-bcb8-f288cb06f405