JpH, beantwoording art. 33 Vandalisme en overlast op de Molenberg.pdf
Tekst van het document
De heer A.L.B. Janssen, Alhier
Heerlen,
29 september 2022
Registratienummer:
BWV-22002037
Onderwerp
Beantwoording vragen ex. art. 33 RvO.
Geachte heer Janssen, Naar aanleiding van uw vragen d.d. 12 september 2022 inzake ‘Vandalisme en overlast op de Molenberg’ deel ik u het volgende mede. Vraag 1 Bent u op de hoogte van de omschreven overlast en de aangiftes die bij de politie gedaan zijn? Antwoord Bij de politie zijn begin september vijf aangiftes ontvangen van vernieling van verschillende autoruiten, het afbreken van een ruitenwisser en het bekrassen van een motorkap. De aangiftes vonden in een korte periode plaats, daarvoor of nadien geen noemenswaardige meldingen of aangiftes. Er is geen indicatie dat de vernielingen met elkaar samenhangen of dat er sprake is van een trend. Bij de gemeente zijn vijf meldingen binnengekomen die betrekking hadden op zwerfafval, geluidsoverlast, mogelijke dealactiviteiten, racen met motorvoertuigen en wildplassen. De straatcoaches, wijkboa en wijkagent herkennen de omschreven overlast door de jeugd rondom de Broederschool, Holleweg, Kerkraderweg en Voskuilenweg niet. Er ‘hangt’ wel jeugd in de wijk Molenberg maar die worden niet aangemerkt als overlastgevend. Deze jeugd is verder prima aanspreekbaar gebleken. Vraag 2 En mits u hiervan op de hoogte bent welke concrete acties worden er ondernomen om deze overlast aan te pakken? Antwoord De aangiftes van de vernielingen worden strafrechtelijk afgedaan indien er verdachten in beeld komen.
De overige gemelde overlast wordt regulier door de (wijk)boa’s en politie opgepakt. Onderdeel van deze reguliere aanpak is zoveel als mogelijk zichtbaar in de wijk aanwezig zijn en dan met name op de locaties waarover overlast werd gemeld. Door de wijkboa wordt verder actief bij melders en omwonenden gevraagd of zij meer informatie hebben over waar, wanneer en door
wie de overlast veroorzaakt wordt. Hierdoor kan de beschikbare capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet worden. De straatcoaches hebben de omgeving van de Broederschool een tijd extra bezocht maar daarbij geen bijzonderheden aangetroffen. Vraag 3 Hebben de politie/boa's de bewuste groep jongeren op het netvlies en zijn deze ook afkomstig uit de buurt? Antwoord Zover er jongeren worden aangetroffen in de wijk gaat het niet om overlastgevers. Er is dan ook geen reden om vast te leggen of zij in de buurt wonen. Als deze gegevens al bekend zijn bij politie en handhaving kan ik om privacyredenen hier niets over zeggen. Vraag 4 Met welke frequentie en op welke tijden worden de boa's in de wijk ingezet? En is het mogelijk het toezicht in de avonduren en de weekenden op te schalen? Antwoord De boa’s van Team Handhaving werken binnen een dienstrooster van maandag t/m zondag en op die dagen tussen 07:00 en 23:00 uur. Ook zijn boa’s actief in de Veilig uitgaansdiensten (VUD) op vrijdag en zaterdag tussen 20:00 en 04:00 uur. Hoewel deze VUD-diensten vooral gericht zijn op het uitgaansgebied kunnen op rustige momenten ook overlastlocaties bezocht worden. Binnen de huidige capaciteit is er geen ruimte om het toezicht in zijn algemeenheid op te schalen. Derhalve ook niet in de avonduren en weekenden.
Vraag 5 Is het mogelijk dat er op strategische punten zoals hoek voskuilenweg/Holleweg en op de hoek Kerkraderweg /Holleweg al dan niet tijdelijk beveiliging camera's geplaats worden? Antwoord Het inzetten van cameratoezicht, al dan niet tijdelijk, is gebonden aan strikte regels die worden getoetst door het Openbaar Ministerie. De inzet dient altijd proportioneel te zijn en enkel daar waar er ernstige overlastproblematiek is. De (tijdelijk) plaatsing wordt vervolgens besloten in de Lokale Driehoek. Op basis van de huidige bevindingen is er geen juridische grondslag om (tijdelijk) cameratoezicht in te zetten. Hoogachtend, de burgemeester, Drs. R. Wever Deze brief is digitaal ondertekend en daarom staat er geen handtekening onder.