Heerlerbaan en omgeving regels en toelichting__99729__
Tekst van het document
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
71
voorzijde is gericht naar de straat en in de binnengebieden aan de achterzijde de private achtertuinen zijn gelegen. Deze bouwperiode komt in het plangebied op een aantal plaatsen voor: In het noorden van het plangebied is deze bouwperiode aanwezig aan de Mont Gomery straat in de vorm van geschakelde woningen in twee bouwlagen met platte daken. In het er achter liggende woonhof de Vredestraat is dezelfde architectuur aanwezig in een gesloten (stroken) verkaveling. In het noord-oosten zijn twee ‘woonvlekken’ (longvormig en een kwart cirkel) van elk ongeveer 20 vrijstaande woningen gebouwd tussen 2000 en 2017 (Andromedasingel).
Mont Gomerystraat
Andromedasingel
Aan de noordwest zijde van het plangebied is deze periode aanwezig tussen de Zandweg en de Heerlerbaan (Nelson Mandelastraat, Steve Bikostraat, Ruth Firststraat)
3.4
Verkeer
Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Heerlerbaan, die het plangebied in noord-zuidrichting doorsnijdt en door de Euregioweg, de oostelijke rondweg van Heerlen. Beide gebiedsontsluitingswegen takken aan op de parallel aan de Heerlerbaan gelegen N281, die vervolgens aansluit op de nog westelijker gelegen A76. De Heerlerbaan, die een directe verbinding vormt met het centrum van Heerlen, is de voornaamste ontsluitingsweg binnen het plangebied. Het gehele plangebied wordt op deze weg ontsloten. De woonwijk aan de oostzijde van de Heerlerbaan heeft daarnaast een aansluiting op de rondweg. De Heerlerbaan heeft een breed en stedelijk profiel, bestaande uit een brede rijbaan met aan weerszijden een fietsstrook, parkeerhavens en een trottoir. Veel panden hebben geen voortuin maar grenzen direct aan het trottoir. Er zijn weinig bomen aanwezig in het stedelijke profiel van de weg, iets wat als een gemis voelt bij zo’n belangrijke oude stadsweg.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
72
Zuidzijde Heerlerbaan
Noordzijde Heerlerbaan
De wijkontsluitingsweg voor de woonwijk ten oosten van de Heerlerbaan wordt gevormd door een lus, bestaande uit de Caumerweg, Jeruzalemstraat, Palestinastraat en de Peter Schunckstraat. Het verkeer van de woonbuurten binnen deze wijk wordt op de wijkontsluitingsweg verzameld en afgewikkeld op de Heerlerbaan en de Euregioweg. De wijkontsluitingsweg heeft een breed profiel dat voor het grootste deel is opgebouwd uit een rijbaan met fietsstroken en trottoirs aan weerszijden van de weg. De begrenzing van de weg varieert sterk; flats, rijenwoningen, groenstroken met laanbeplanting, achtertuinen en zijtuinen van woningen.
Peter Schunckstraat De woonerven in de noordoostelijke schil van het plangebied worden via een aparte buurtverzamelweg ontsloten op de wijkontsluitingsweg. Het onderscheid tussen de buurtverzamelweg (ontsluitingsfunctie) en de diverse woonerven/ woonstraten (verblijsfunctie) is duidelijk door een verschil in inrichting (profiel en materiaalgebruik). De ontsluiting van het deel ten westen van de Heerlerbaan gebeurd via een tweetal rotondes (Dr. Clemens Meulemanstraat, Hoogeveldlaan) vanaf de Heerlerbaan. Tussen deze twee rotondes kan vanaf de Heerlerbaan ook via de Ridderweg het westelijk plangebied worden ingestoken. Deze drie wegen fungeren voor dit plangedeelte als wijkontsluitingswegen. De stedenbouwkundige opzet is een veel andere dan die aan de oostzijde van de Heerlerbaan. De bebouwingslobben in het westelijk deel houden duidelijk rekening met het fraaie landschap, en volgen de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. De aanwezige woonstraten vormen een afgeleide van dit stedenbouwkundige uitgangspunt en volgen de bebouwing.
Mobiliteit Binnen het plangebied vinden er geen activiteiten plaats die aanleiding geven tot ingrijpende aanpassing of verandering van de verkeerssituatie binnen noch buiten het plangebied. Zowel de Heerlerbaan als de wijkontsluitingsweg maken onderdeel uit van een busverbinding. Parkeren Voor alle bestemmingen, waar door wonen of bedrijvigheid een behoefte aan parkeren verondersteld mag worden, geldt parkeren op eigen terrein als uitgangspunt. Daarbij dient, goed verspreid over het plangebied, minstens 25 procent van de capaciteit openbaar toegankelijk te zijn. Paden Binnen het gebied liggen diverse specifieke paden voor voetgangers. Deze liggen voornamelijk binnen de groengebieden verspreid over het plangebied.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
73
3.5
Functionele structuur
Het plangebied kan nagenoeg als afgerond worden beschouwd, de bebouwing in het plangebied heeft overwegend een woonfunctie. Er komen echter ook diverse andere functies in het plangebied voor, zoals in deze paragraaf beschreven.
Maatschappelijke voorzieningen Verspreid over het plangebied komen verschillende maatschappelijke voorzieningen voor. Aan de noordzijde van het plan gebied ligt aan de Corisbergweg de landschappelijk fraai ingepaste zorgboerderij Corisberg. Aan de Vullingsweg is een groot fraai in het groen gelegen zorgcentrum (Oranjehof) aanwezig, het gebouw heeft een royale footprint en heeft 3 bouwlagen. Naast het zorgcentrum is ook aan de Vullingsweg in één gebouw een huisartsenpraktijk gevestigd, en een bibliotheek.
(zorg)woningen Corisberg
zorgcentrum Oranjehof
Aan de oostzijde van het plangebied is aan de Egstraat, mooi in het groen, een R.K. basisschool, de Windwijzer, gesitueerd. Wat meer aan de zuid-oostzijde is aan de Gaffelhof 73 een Taalschool (de Werelddelen) aanwezig. Op de hoek Vullingsweg Jerichostraat is een Chinese school aanwezig. Aan de Palestinastraat 326 is een architectonisch bijzondere rooms katholieke kerk Sint Andreas gesitueerd. De kerk ligt voor een groot gedeelte onder de grond (talud).
Basisschool De Windwijzer
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
Taalschool de Werelddelen/ De Vlieger
74
St. Andres "ondergronds" R.K. kerk
Kinderdagverblijf op binnenterrein aan de Heerlerbaan
Op een groot binnenterrein aan de oostkant van de Heerlerbaan is recent een kinderdagverblijf gerealiseerd. In het noorden van het plangebied aan de westzijde van de Heerlerbaan staan de restanten van een voormalige watertoren die thans nog gebruikt wordt voor de huisvesting van een pompstation. Op de hoek van de Heerlerbaan en de Dr. Clemens Meulemanstraat staat de markante roomskatholieke Sint-Josephkerk. In het zuiden van het plangebied is aan de Heerlerbaan (277) ‘De Koninkrijkszaal’ van Jehova's Getuigen aanwezig. Aan de Heerlerbaan (142) staat een groot pand ten behoeve van ‘jeugd en gezin Parkstad- maatschappelijke opvang’ op een royaal perceel. Achter het pand staan verschillende paviljoens. Tot slot is aan de Dr. Clemens Meulemanstraat een grote begraafplaats aanwezig.
Bedrijven Het plangebied heeft voor het overgrote deel een woonfunctie, de aanwezige bedrijven zijn vooral geconcentreerd aan het zuidelijkste gedeelte van de Heerlerbaan en hebben een grote gevarieerdheid. Zo zijn daar aanwezig een bedrijf t.b.v. rolluiken, een tankstation (Shell), een Autowas-straat, een bouwbedrijf, een houtbedrijf die steigerhouten meubelen maakt en verkoopt en Garage Kwikfit. Wat verder naar het noorden is op huisnummer 134 een schildersbedrijf aanwezig en is tegenover het punt waar de A gen Giezen uitkomt op de Heerlerbaan een Goudsmid en een Carcleaning bedrijf aanwezig.
Bedrijven gesitueerd aan de Heerlerbaan
Verhuurbedrijf aan de Heerlerbaan
Detailhandel Aan de Heerlerbaan is de meeste detailhandel aanwezig zoals de Harense Smid, aan de Hambeukerboord (straat parallel aan de Heerlerbaan) ligt een grote woninginrichtingszaak Hiero. Verder zijn aan de Heerlerbaan te vinden Supermarkten Aldi en Plus, Keukenhal, computer service winkel (PC Tronic), en een bloemenwinkel, een winkel voor de verkoop van haarden. Op de hoek Heerlerbaan/ A gen Giezen zit een winkel t.b.v. trouwkleding, tegenover de winkel is een kapsalon aanwezig. Op de Heerlerbaan is op huisnummer 156 naast een
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
75
goudsmid een winkel aanwezig voor inkoop en verkoop van nieuwe en gebruikte goederen. Iets noordelijker zit aan de zelfde zijde een Boerderijwinkel. Ter hoogte waar de Bradleystraat uitkomt op de Heerlerbaan is een grote winkel t.b.v. teken en schilders benodigdheden aanwezig. Een tweede concentratie van detailhandel is aanwezig aan de Bautscherweg en winkelcentrum Giesen Bautsch waar naast kledingzaken o.a. aanwezig is een dierenspeciaalzaak, supermarkt, tabakswinkel, twee bakkerijen, een optiek, Blokker, Zeeman, bloemenwinkel en een chocolaterie.
Concentratie van winkels aan de Bautscherweg
Horeca Horeca komt in het plangebied niet zo veel voor. Voor zover aanwezig, zoals een horeca zaak aan de rotonde tegenover de Sint-Josephkerk, en een horecazaak iets zuidelijker aan de Heerlerbaan (137) en aan de Heerlerbaan hoek Caumerweg. Aan de Bautscherweg is naast een restaurant en horecazaak een friture aanwezig. Wat verderop is aan de Bautscherweg in een buurtwinkelcentrum een Chinees restaurant aanwezig.
horecapanden gelegen aan de Heerlerbaan
Dienstverlening Op de hoek Bautserweg Heerlerbaan is een fysiotherapie praktijk aanwezig, een klein stukje verderop zit een orthopedisch centrum en op huisnummer 78 is een apotheek aanwezig. Iets noordelijker aan de Heerlerbaan is, tegenover het punt waar de A Gen Giezen aansluit op de Heerlerbaan, is een inkoop van goud aanwezig en een inkoop en verkoop gebruikte goederen.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
76
Aan de Heerlerbaan zijn een tweetal kapsalon's gehuisvest. Verder zijn aan de Bautscherweg een apotheek, dierenkliniek, twee kapperszaken, een Postkantoor, een geldautomaat en een stomerij aanwezig. Aan de westzijde van de Heerlerbaan schuin tegenover de Bradleystraat is een fysiotherapie centrum gehuisvest in een pand waar verder nog kantoren aanwezig zijn.
Kapsalon aan de Heerlerbaan
Dierenkliniek aan de Bautscherweg
Sport en recreatie In het plangebied zijn gemeentelijke sportvoorzieningen aanwezig. En aan de Heerlerbaan ligt een Fitness/ Sportschool.
Nutsvoorzieningen Verdeeld over het plangebied zijn tal van nutsvoorzieningen al dan niet inpandig aanwezig.
Hoogspanningsstation aan de oostzijde van de Euregioweg
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
77
Hoofdstuk 4
4.1
Specifieke aandachtspunten
Snelfietsroute Heerlen/Kerkrade - Aken
Het idee van de snelfietsroute Heerlen/Kerkrade-Aken is ontstaan naar aanleiding van een prijsvraag in Nordrhein-Westfalen (2013) om verschillende snelfietsroute in deze deelstaat aan te leggen. De oorspronkelijke bedoeling was de aanleg van een snelfietsroute tussen Aken en Herzogenrath. Later zijn Kerkrade en Heerlen aan dit project toegevoegd. Men zag in het grensoverschrijdend karakter een troef om meer kans te maken op subsidies ten gevolge van de prijsvraag. In november 2013 werd de snelfietsroute Heerlen/Kerkrade – Aken uitgeroepen als één van de winnaars van de prijsvraag. In overleg met Kerkrade en Aken werd het tracé in Heerlen al snel gekozen, met name langs de route Akerstraat-Heesbergstraat-Heerlerbaan. Deze route vormt dan ook een rechte lijn richting Aken. Aangezien de ideale inrichting van het gehele tracé financieel heel ingrijpend is, is ervoor gekozen om een knelpuntenrapport op te stellen. In dat rapport is elk knelpunt van het tracé grondig geanalyseerd en wordt een oplossingsrichting voorgedragen. De bedoeling is dat het gehele tracé stapsgewijs wordt aangepakt zodat de snelfietsroute uiteindelijk de gewenste inrichting heeft aangenomen. Het tracé in het bestemmingsplangebied lijkt grotendeels te passen binnen de bestemmingen zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
78
4.2
Herculespad 7a+ 7b
De woonwagenstandplaatsen gelegen aan Herculespad 7a en 7b liggen (gedeeltelijk) in de geldende bestemmingsplannen 'Kookerstraat-Kaldeborn' uit 2002 en 'Woonwagenlocaties' uit 1994.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
79
In deze plannen zijn deze twee woonwagenstandplaatsen niet geregeld. De standplaatsen worden evenwel reeds sinds 2004 door de gemeente Heerlen verhuurd. Vermoedelijk zijn de standplaatsen ooit bedoeld als tijdelijke standplaatsen op een moment dat extra capaciteit noodzakelijk was. Feit is dat de standplaatsen sinds 2004 (Herculespad 7b) en 2007 (Herculespad 7a) door de gemeente Heerlen worden verhuurd en als zodanig ook al die tijd in gebruik zijn geweest als woonwagenstandplaats. In artikel 4.2.3 van het beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsbeleid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties staat aangegeven dat het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat het beleid van gemeenten die er naar streven het aantal standplaatsen te reduceren, het zogeheten uitsterfbeleid, in strijd is met het grondwettelijk recht op gelijke behandeling. Het weghalen van woonwagenstandplaatsen die onderdeel uitmaken van de huidige kernvoorraad is dan ook niet toegestaan. Er is dan ook onderzocht of de twee woonwagenstandplaatsen aan Herculespad 7a en 7b alsnog planologisch geregeld kunnen worden. De woonwagenstandplaatsen zijn getoetst aan de geldende beleidskaders; daarbij is geconstateerd dat er geen strijdigheden zijn.
Beleidsmatige toets Het geldende woonbeleid geeft aan dat de woningvoorraad in omvang niet meer mag groeien, dit om te voorkomen dat de leegstand toeneemt. Leegstand leidt tot verloedering en ook tot waardedaling. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad zullen moeten worden gecompenseerd. Het planologisch regelen van de twee woonwagenstandplaatsen wordt echter niet gezien als nieuwe woningbouw, het betreft namelijk een feitelijke situatie. Volgens de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg is compensatie dan ook niet aan de orde. Het betreft een administratieve correctie van een feitelijke situatie waar, gerezen de feitelijke situatie, gebruik van kan worden gemaakt. Conform de beleidsmatige afspraken in de structuurvisie wordt dit gemeld bij de regio. De woonwagenstandplaatsen zijn gelegen in een zone in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL) aangewezen als 'landelijk gebied' met nadere onderverdeling tot 'buitengebied'. De bestaande woonwagenlocatie Herculespad is geheel in de zone 'buitengebied' gelegen. Het planologisch toevoegen van de twee woonwagenstandplaatsen betreft een beperkte uitbreiding van deze woonwagenlocatie. In feitelijk zin wordt een reeds sinds 15 jaar bestaande situatie gelegaliseerd. Gezien de context en de feitelijke invulling ter plaatse van de zone 'buitengebied' onstaat er geen strijdigheid met het POL.
Vanuit de omgevingsverordening gelden geen specifieke voorwaarden ten aanzien van de locatie. Milieuaspecten De woonwagenstandplaatsen zijn op circa 60 meter gelegen van de 150 kV hoogspanningsleiding. In 2018 is door het RIVM een actualisatie gedaan van de indicatieve magneetveldzones van hoogspanningslijnen in Nederland. Hieruit volgt dat voor de 50 kV lijn Beersdal-Terwinselen de indicatieve zone 50 meter bedraagt aan beide zijden van de leiding. Daar de twee woonwagenstandplaatsen op grotere afstand zijn gelegen dan 50 meter is er voldoende zekerheid dat wordt voorkomen dat er sprake is van een langdurige blootstelling aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Daarmee is tevens duidelijk dat invulling wordt gegeven t.a.v. het voorzorgsbeleid zoals dat in 2005 door het
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
80
toenmalige ministerie van VROM is geadviseerd. Ook wat de geluidsbelasting betreft voldoen de twee woonwagenstandplaatsen. Bij een gecumuleerde geluidbelasting op de woonwagens kan worden voldaan aan het vereiste binnengeluidniveau van 33 dB. Uitganspunt daarbij is dat de gemiddelde woonwagen aan gevelwering behaalt van 15 tot 17 dB. Er zijn geen overige belemmeringen van milieutechnische-, stedenbouwkundige- dan wel verkeerstechnische aard. Gezien bovenstaande constateringen is besloten de twee woonwagenstandplaatsen in het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving op te nemen.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
81
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.
5.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat in elk initiatief dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), aandacht moet worden besteed aan de vraag of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van uit te voeren activiteit(en) zijn. Daarom moet bij elk planologisch besluit, maar ook bij bepaalde vergunningen, over activiteiten die voorkomen de D-lijst van het Besluit m.e.r., een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgesteld worden. Op 27 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierdoor dient, voor de genoemde activiteiten in de D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r., een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen, ook indien niet wordt voldaan aan de genoemde drempelwaarden. Bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving is een conserverend bestemmingsplan, dat geen ontwikkelingen of nieuwe activiteiten als benoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r. mogelijk maakt. Het opstellen van een milieueffectrapportage of het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit is hierdoor niet noodzakelijk.
5.2
Akoestiek
De Wet geluidhinder bepaalt dat bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen vanwege de invloed van wegverkeerslawaai. Tevens dient daarbij onderzoek te worden gedaan naar de doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat eventueel optredende geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai de wettelijke waarden te boven gaat. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten immers de ten hoogst toelaatbare waarden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege het wegverkeerslawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder). Indien echter - zo bepaalt artikel 76 tweede lid onder punt 3 Wgh op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is dan behoeven die waarden niet in acht te worden genomen voor in de zone van een weg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
Dit betekent dat bij een beheerplan (een plan dat niet in nieuwe ontwikkelingen voorziet zoals de aanleg van een nieuwe weg of het bouwen van nieuwe woningen, maar betrekking heeft op bestaande wegen en bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen/terreinen) die waarden niet in acht behoeven te worden genomen. In een zodanige situatie behoeft evenmin een akoestisch onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai plaats te vinden. Spoorweglawaai is niet aan de orde aangezien er géén spoor in of in de nabijheid van het plangebied ligt. Industrielawaai als bedoeld in de Wet geluidhinder is voor slechts een klein deel in het zuidwesten van het gebied Hoogveld aan de orde. In het verleden is door de Kroon een zone vastgesteld voor zowel gezoneerd industrieterrein Beitel Heerlen als voor industrieterrein Beitel Kerkrade. Onderwerpelijk plan betreft echter – zoals hiervoor vermeld – een
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
82
beheersplan zonder nieuwe ontwikkelingen, weshalve een akoestisch onderzoek niet aan de orde is. Artikel 48 van de Wet geluidhinder kan buiten verdere toepassing blijven.
5.3
Water
Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel)watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee in de watertoets gerekend moet worden.
5.3.1 5.3.1.1
Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede kwaliteit te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Heerlen in het stroomgebied van de Maas is gelegen. 5.3.1.2
Waterwet
De Waterwet (22 december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De waterbodemregelgeving die voorheen was opgenomen in de Wet bodembescherming is overgegaan naar de Waterwet. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Alleen in uitzonderingsgevallen kan rechtstreeks geloosd worden. 5.3.1.3
Wet ruimtelijke ordening en watertoets
De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden besproken met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
83
5.3.1.4
Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water
Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. 5.3.1.5
Nationaal Bestuursakkoord Water
Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. 5.3.1.6
Het Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. In het Nationaal Waterplan zijn verwerkt: Hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid; Gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland; Benodigde maatregelen en ontwikkelingen; Beheerplannen voor de stroomgebieden; Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico; Mariene Strategie; Beleidsnota Noordzee; Functies van de rijkswateren;
5.3.1.7
Nationaal Waterplan 2022-2027
Het Nationaal Waterplan (en alle andere plannen op grond van de Waterwet) wordt elke zes jaar herzien. Het Nationaal Waterpplan 2022-2027 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in maart 2021 ter inzage gelegd.
5.3.2 5.3.2.1
Regionaal en gemeentelijk beleid Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021
Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. Dit gaat over: Hoogwaterbescherming in de Maasvallei Aanpak van regionale wateroverlast en watertekort, mede in verband met klimaatverandering Behoud en herstel van beken en waterrijke natuurgebieden en verbetering van hun waterkwaliteit Drinkwatervoorziening en grondwaterbeheer.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
84
Provinciale Staten hebben het beleid vastgesteld. Waterschap Limburg, gemeenten en derden voeren het uit. Een belangrijk onderdeel van het Provinciaal Waterplan is de alliantie tussen Provincie en Waterschap Limburg. In de planperiode 2016-2021 investeren Waterschap Limburg, gemeenten, de Rijksoverheid, de Europese Unie en de Provincie gezamenlijk 580 miljoen euro in het Limburgse water. De Provincie draagt hier aan 24 miljoen euro bij. Met het Provinciaal Waterplan wordt niet alleen voldaan aan de eisen die Europa stelt in de Kaderrichtlijn Water en de Rijksoverheid in de Waterwet en het Deltaprogramma. Het Provinciaal Waterplan vormt samen met het van de Rijksoverheid en het Waterbeheersplan Limburg 2016-2021 van Waterschap Limburg een onderdeel van het tweede Stroomgebiedbeheerplan Maas 2016-2021. Provinciale Staten hebben het beleid vastgesteld. Waterschap Limburg, gemeenten en derden voeren het uit. De operationele uitwerking vindt plaats via POL-aanvullingen en beleidsregels. 5.3.2.2
Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Limburg
Per 1 januari 2017 zijn de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei gefuseerd tot het nieuwe Waterschap Limburg. Vooruitlopend op deze fusie hebben de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei gezamenlijk het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Het Waterbeheerplan 2016-2021 is een integraal beleids- en uitvoeringsplan van Waterschap Limburg. Het bevat de beleidsvoornemens voor de periode 2016 tot en met 2021. Daarnaast wordt een globale doorkijk geboden naar de verdere toekomst Zo wordt de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg waarbij nadrukkelijk de gevolgen van de klimaatverandering en de ontwikkeling in de maatschappij worden betrokken. In het Waterbeheerplan 2016-2021 is beschreven hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen, welke thema's hierbij spelen, welke maatregelen het waterschap gaat uitvoeren, wie hun partners daarin zijn en hoe het waterschap dit monitort en bijstuurt. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van d Ook staat beschreven welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het optimaliseren van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. 5.3.2.3
Keur en beleidsregels Keur Waterschap Limburg 2019
In de Keur is een nieuwe bergingsnorm opgenomen van 80 mm voor rechtstreekse lozingen op oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de bergingsnorm bij nieuwe verharding (rechtstreeks lozend op oppervlaktewater) bindend is. Bij bestaande verharding wordt de norm als richtlijn gebruikt. Hierbij is het streven om zoveel mogelijk naar de nieuwe norm toe te groeien. Uitgangspunt gemeente blijft bergingseis T=25 (35 mm in 45 minuten) en doorkijk naar T=100 (45 mm in 30 minuten).
5.3.3 Plangebied In het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving wordt de bestaande situatie vastgelegd. Bij eventuele vernieuwing of herinrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met het voornoemd beleid. Ook bij wijziging van de afwatering dan wel vernieuwing van de riolering wordt hiermee rekening gehouden. het plangebied bestaat uit enkele specifieke gebieden: Het hele projectgebied is voorzien van greppels en buffers voor opvang overtollig regenwater van openbaar gebied. Dit betreft voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Deze voorzieningen zijn toegelaten binnen de in het plangebied voorkomende bestemmingen 'groen' en 'natuur'; In het gebied Kookerstaat-Kaldeborn wordt het regenwater van het gebied en de woningen opgevangen in het aanwezige greppelsysteem; Het overige gebied Heerlerbaan is grotendeels voorzien van een gemengd stelsel m.u.v. Heerlerbaan-Caumerweg-September 1944 straat en gebied Zandweg e.o. Hier is een gescheiden rioolstelsel aanwezig.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
85
Tussen de Corisbergweg en de Gasthuisstraat heeft het waterschap diverse grote en kleine werkzaamheden uitgevoerd. Het voorkomen van wateroverlast en het scheiden van schoon en vuilwater waren de belangrijkste doelstellingen van het project. Daartoe is de leegloop van de aanwezige regenwaterbuffers losgekoppeld van het gemeentelijk rioolstelsel. Dit voorkomt dat schoon regenwater in het riool terechtkomt met als positief gevolg dat er minder overstorten vanuit het riool plaatsvinden. Tegelijkertijd is de vuilwaterbuffer bij de Oliemolenstraat vergroot. Deze buffer vangt het vuilwater op als het naastgelegen bergbezinkbassin (een ondergrondse rioolwaterbuffer) vol is. Ook de bestaande buffers voor regenwater Kokerstraat en Caumermolen zijn vergroot, zodat ze meer regenwater kunnen opvangen.
5.4
Bodem
Bij een bestemmingsplanprocedure moet het bevoegd gezag Wet bodembescherming voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de in het bestemmingsplan toe te kennen functie.
5.4.1
Wettelijk en beleidskader
Bodembeleidsplan Voor de gemeente Heerlen is sinds 28 september 2016 het Bodembeleidsplan Heerlen van toepassing. In dit bodembeleidsplan wordt het gemeentelijk bodembeleid beschreven en het beleidsplan is derhalve het richtinggevend kader (uiteraard naast de wettelijke regelingen) voor zowel bodembescherming als bodemsanering. Bij het actualiseren van bestemmingsplannen wordt de bestaande functie veelal gehandhaafd. Dan vindt geen grondverzet plaats en worden geen saneringen opgestart. Bij de actualisatie van een bestemmingsplan, zoals in onderhavige procedure, vinden geen functiewijzigingen plaats. Hierbij kan volstaan worden met een globale toets, bijvoorbeeld middels de bodemkwaliteitskaart. Bij latere ontwikkelingen in deze gebieden zal in het kader van bouwactiviteit mogelijk een bodemonderzoek moeten plaatsvinden. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft invulling aan het op duurzaamheid gerichte bodembeleid. De nota bodembeheer beschrijft hoe de gemeente Heerlen invulling geeft aan het Bbk. In het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen opgenomen. De bodem in de gemeente Heerlen is beschreven in een bodemkwaliteitskaart die conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten is vervaardigd.
Er kan worden geconcludeerd dat de lokale bodemkwaliteit over het algemeen voldoende wordt beschreven door de bodemkwaliteitskaart voor alle zones.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
86
Homogene deelgebiedenkaart
5.4.2
Plangebied
Het plangebied van bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving is deels gelegen in deelgebied Agrarisch en Natuur en deels in Woonwijken en Industrie. Knelpunten Een uitgevoerde globale inventarisatie naar registraties conform de WKBP (Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen) heeft de volgende knelpunten opgeleverd: Heerlerbaan 195 Heerlerbaan 158-160 Oud Valkenhuizerstraat 2-4 Corisbergweg 1 Caumerbeek, gedeelte omsloten door Corisbergweg, Romeinenstraat en Keerweg Op bovengenoemde locaties is nazorg van toepassing en zijn graafwerkzaamheden alleen toegestaan met toestemming van bevoegd gezag Wbb van de gemeente Heerlen. De reden hiervoor is dat in de bodem restverontreiniging aanwezig is.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
87
5.5
Natuurwaarden
Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. In deze paragraaf is daarom een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Beleid De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig.
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones), is ruimtelijk vastgelegd in het POL2014 welke is vastgesteld op 12 december 2014. De Goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden die het Natuurnetwerk Nederland vormen en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Daarnaast geeft de Omgevingsverordening bescherming aan natuurlijke en landschappelijke waarden in de 'Bronsgroene landschapszone', het 'Beschermingsgebied Nationaal Landschap' en de 'Zone natuurbeek'. Op 5 januari 2018 is de wijzigingsverordening (GC03) gepubliceerd, deze verordening voorziet in de toevoeging van bescherming van de 'Zilvergroene natuurzone'. Tevens is door middel van deze wijziging een uitgebreidere beschrijving van de kernkwaliteiten van de Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en Beschermingsgebied Nationaal Landschap opgenomen. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.
Soortenbescherming vanuit Wet natuurbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. 'andere soorten' (Bijlage A 'fauna' en onderdeel B 'flora' van de Wet natuurbescherming). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 'algemene zorgplicht' (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
88
om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
Soortenbescherming vanuit provinciale beleid Op 6 december 2017 zijn de beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg in werking getreden. Dit beleid is erop gericht om ruimte te bieden voor ontwikkeling, soorten in een gunstige staat te behouden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. De voornaamste aspecten uit dit beleid zijn: - Aanpassen van de Rijkslijst jaarrond beschermde vogelsoorten tot 20 soorten met jaarrond beschermd nest en 19 soorten waarvoor een omgevingscheck volstaat (niet langer een onderscheid tussen cat. 1-4 en cat. 5). Dit houdt in dat o.a. nesten van de buizerd en sperwer niet langer volledig jaarrond beschermd zijn. Nesten van de boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, rode wouw en torenvalk zijn echter wel jaarrond beschermd; - Bij inzet van afdoende bewezen mitigerende maatregelen om een overtreding te voorkomen is geen ontheffing benodigd; - Bij behoud van functioneel leefgebied het verplaatsen van kunstmatige nestgelegenheid van jaarrond beschermde soorten zonder dat een ontheffing vereist is; - Toetsen van effecten op circa 100 soorten mag ook in regionaal verband (i.p.v. enkel lokaal).
5.5.1 Plangebied Het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving is conserverend van aard en heeft daarom geen negatieve effecten op de aanwezige soorten in het plangebied.
5.6
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 onder titel 2 eisen ten aanzien van de luchtkwaliteit opgenomen (ook 'Wet luchtkwaliteit' genoemd). Daarmee hangen de volgende besluiten en regelingen samen: Besluit gevoelige bestemmingen Besluit 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Regeling 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om aan de ene kant de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en aan de andere kant te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
5.6.1 Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de 'Wet luchtkwaliteit' kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarden projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. In dit kader is het Besluit gevoelige bestemmingen opgesteld. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde 'gevoelige bestemmingen'. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden, indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen of binnen 50 meter vanaf provinciale wegen. In het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving zijn geen ontwikkelingen voorzien die binnen de onderzoeksafstanden van een Rijksweg dan wel een provinciale weg liggen.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
89
5.6.2 Niet in betekenende mate (NIBM) In de Algemene Maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO 2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die binnen de getalsmatige grenzen vallen en daardoor niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Dit moet gemotiveerd worden door het bevoegd gezag, zijnde de raad. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan worden geen wettelijke eisen ten aanzien van luchtkwaliteit overschreden.
5.7
Externe veiligheid
5.7.1 Landelijk beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's, die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water; het starten en landen van vliegtuigen en helikopters. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens tegenwoordig ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afhankelijk van de ruimtelijke ontwikkeling en beschikbare gegevens is deze beperkt of ruim van opzet.
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het PR kan op de kaart van een gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Via het PR wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Bij het GR wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het GR geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico.
Verantwoordingsplicht groepsrisico Voor het bevoegd gezag geldt een verantwoordingsplicht, wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten via het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betreft ook de al bestaande (beperkt) kwetsbare objecten, zoals al gebouwde woningen.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
90
Een risicobron is bijvoorbeeld een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Met het invloedsgebied wordt gedoeld op het gebied waarbinnen minimaal 1% van de aanwezige personen overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen ter plaatse van de risicobron. Het invloedsgebied van een risicobron is soms vastgelegd in de wet. In de andere gevallen kan het worden berekend aan de hand van vastgelegde rekenregels. De verantwoording van het groepsrisico is één van de onderdelen van een goede ruimtelijke ordening. De omvang en diepgang van de verantwoording is daarbij afhankelijk van de gevolgen voor het groepsrisico. Dit wordt per ruimtelijk plan beoordeeld.
Externe veiligheid inrichtingen Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is opgenomen in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi). Ter uitvoering van het Bevi geldt de 'Regeling externe veiligheid inrichtingen' (Revi). Hierin zijn aan te houden afstanden opgenomen voor zogenaamde categoriale inrichtingen. Daarnaast zijn in het Revi regels opgenomen voor de berekening van de aan te houden afstanden voor de niet-categoriale inrichtingen. Externe veiligheid buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). De aanwijzing van buisleidingen, de risicoafstanden en de aanwijzing van de rekenmethodiek zijn opgenomen in de 'Regeling externe veiligheid buisleidingen' (Revi). De toetsingssystematiek uit het Bevi wordt ook toegepast bij buisleidingen. Externe veiligheid transport Het beleid voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, via het spoor en via het water staat beschreven in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Hierin is het 'Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' verankerd. Het primaire doel van dit basisnet is het creëren van een plafond voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over Rijkswegen, hoofdvaarwegen en spoorwegen. Aan de hand van deze maximale vervoerstromen van gevaarlijke stoffen kunnen de externe veiligheidsrisico's worden bepaald.
Externe veiligheid en vuurwerk Het Vuurwerkbesluit reguleert handelingen met vuurwerk. Dit betreft de vervaardiging/assemblage, verhandeling, in- en uitvoer, opslag, bewerken en afsteken van zowel professioneel als consumentenvuurwerk. Doel hiervan is een betere waarborging voor de bescherming van mens en milieu tegen de mogelijke effecten die deze handelingen met vuurwerk kunnen veroorzaken. De afstanden tot kwetsbare objecten zijn gebaseerd op de te verwachten effecten bij een calamiteit. Dit zijn vaste afstanden. Dit wijkt af van de risicobenadering bij de omgang met andere gevaarlijke stoffen. Externe veiligheid windmolens Windturbines die op land geplaatst worden vallen onder het Besluit Omgevingsrecht categorie B inrichtingen waarop het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het zgn. 'Activiteitenbesluit milieubeheer' kortweg het Activiteitenbesluit) van toepassing is. Meer specifiek gaat betreft dit § 3.2.3. “In werking hebben van een windturbine”. Voor de beoordeling van de externe veiligheidsaspecten (plaatsgebonden risico) is het Activiteitenbesluit het belangrijkste beoordelingskader. Het Handboek Risiconormering Windturbines (3.1) omvat de praktijkrichtlijn of handreiking om een kwantitatieve risicoanalyse voor de risico's van windturbines op de omgeving op een eenduidige en consistente wijze te kunnen uitvoeren.
Voor de gemeente Heerlen is uitsluitend onderzoek gedaan naar plannen voor windturbines. Het analyseren van bestemmingsplannen werd niet nodig geacht, omdat de hoogtebeperkingen in de gemeente Heerlen niet onder de 100 meter (t.o.v. de grond) komen.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
91
5.7.2 Gemeentelijk beleidskader In de nota 'Beleid externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente Heerlen het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot een gebiedsgerichte aanpak van externe veiligheid en het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Dit beleid kan worden doorgevoerd in de gemeentelijke structuurvisie en bestemmingsplannen. Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moet worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf. Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden. Als onderdeel van het gemeentelijke beleid heeft de gemeente Heerlen een routering vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld.
Behoudens op de vastgestelde route is het niet toegestaan routeplichtige gevaarlijke stoffen te vervoeren. Voor het vervoer vanaf de route naar het afleveradres dient een ontheffing te zijn afgegeven. Door deze routering wordt sturing gegeven aan een veilige afwikkeling van het vervoer van routeplichtige gevaarlijke stoffen binnen Heerlen. In 2014 is in opdracht van de provincie Limburg door Adviesgroep AVIV in beeld gebracht welke risicobronnen in de gemeente Heerlen aanwezig zijn en welke risico's deze voor de omgeving kunnen opleveren. De invloedsgebieden van de risicobronnen zijn op kaarten weergegeven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage van dit onderzoek: 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening, Adviesgroep AVIV, 26 november 2014'. In het vervolg van de voorliggende paragraaf is gebruik gemaakt van de informatie uit dit onderzoek waarbij tevens rekening is gehouden met de nieuwe inzichten zoals het nadien vastgestelde Basisnet.
5.7.3 Inventarisatie relevante risicobronnen Aan de hand van de risicokaart (www.risicokaart.nl), het geldende bestemmingsplan, de studie 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening' (AVIV, projectnummer 142686 d.d. 26.11.2014) en de Regeling Basisnet zijn externe veiligheidsrisico's beoordeeld. De bevindingen zijn weergegeven in de onderstaande tabellen.
Inrichtingen waarvan de invloed reikt in het plangebied wet- en regelgeving
soort inrichting
bronnen
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
relevantie EV
92
Bevi / Revi
bedrijven
risicokaart en BP-tankstation (LPG) De Beitel, bestemmingsplan Euregioweg 1 te Heerlen (150 meter invloedsgebied) Brouwers-tankstation (LPG), Oud Valkenhuiser-straat 2 te Heerlen (150 m invloedsgebied) Esso (LPG), Euregioweg 100 te Landgraaf (buiten plangebied, wel 150 meter invloedsgebied) Van de onderstaande bedrijven buiten het plangebied wordt nagevraagd of het invloedsgebied reikt tot het plangebied: - Agro de Jonge, opslag bestrijdingsmiddelen, Oude Roderweg 1 Heerlen - Eurofrigo (ammoniak), Oude Roderweg 23 te Heerlen - Snowworld (ammoniak), Witte wereld 1 Landgraaf
BRZO bedrijven (besluit risico's zware ongevallen)
Risicokaart en lijst BRZO
Everis International (productie meststoffen), Nijverheidsweg 5 Heerlen (buiten plangebied): wordt nagevraagd of het invloedsgebied reikt tot het plangebied
Activiteitenbesluit
windmolens tot 50 MW
bedrijvenbestand er komen geen windmolens voor in plangebied; het plangebied ligt niet in invloedsgebied en er bevindt zich geen zoekgebied voor windmolen
Vuurwerkbesluit
vuurwerkopslag en -verkoop
bedrijvenbestand Geen vuurwerkopslag in het plangebied; plan ligt niet in invloedsgebied vuurwerkopslag.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Munitieopslag
bedrijvenbestand Geen munitieopslag in plangebied; plan ligt niet in invloedsgebied munitieopslag.
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik
Ontplofbare stoffen
bedrijvenbestand Geen ontplofbare stoffen voor civiel gebruik in plan, plan niet in invloedsgebied nabij opslag.
Wet luchtvaart, beperkingengebie d buitenlandse luchthaven
(concept) luchthavenbesluit Maastricht Airport
Luchtvaartbesluit
Het plangebied ligt buiten de contouren waar qua bouwhoogte rekening moet worden gehouden het Luchthavenbesluit Maastricht Airport.
Buisleidingen in Heerlen (Regeling externe veiligheid buisleidingen) soort buisleiding
aanwezigheid
opmerking
Aardgasleidingen => 50 mm of meer en druk van 1600 kPa of meer.
nee, niet aanwezig in het plangebied
het plangebied ligt ook niet in de invloedssfeer van dit type leiding, gelegen buiten het plangebied.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
93
Buisleidingen voor aardolieproducten >=70 mm en druk 1600 kPa of meer.
nee, niet aanwezig in plangebied en gemeente Heerlen
het plangebied ligt ook niet in de invloedssfeer van dit type leiding, gelegen buiten het plangebied.
Buisleidingen voor brandbare stoffen >=70 mm en druk 1600 kPa of meer.
nee, niet aanwezig in plangebied en gemeente Heerlen
het plangebied ligt ook niet in de invloedssfeer van dit type leiding, gelegen buiten het plangebied.
Buisleidingen voor giftige stoffen nee, niet aanwezig in en specifieke stoffen >=70 mm en plangebied en druk 1600 kPa of meer. gemeente Heerlen
het plangebied ligt ook niet in de invloedssfeer van dit type leiding, gelegen buiten het plangebied.
Transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) soort transportroute
aanwezigheid
opmerking
Basisnet water
nee, niet aanwezig in het plangebied
het plangebied ligt niet in een invloedsgebied Basisnet water.
Basisnet spoor, Route A380
nee, niet aanwezig in het plangebied
Basisnet spoor ligt niet in plangebied. Plan ligt op meer dan 1000 meter van Basisnet spoor.
Basisnet wegen (rijkswegen A76+A79)
nee, niet aanwezig in het plangebied
Plan ligt ruim buiten aandachtsgebied en invloedsgebied Basisnet wegen.
Wegen die deel uitmaken van de De N281 vormt de route vervoer gevaarlijke stoffen: zuid-west grens van N281 en Euregioweg het plangebied, de Euregioweg vormt de zuid en oostgrens van het plangebied.
Het aandachtsgebied van genoemde wegen (200 m) liggen binnen het plangebied. De invloed van deze risicobronnen liggen binnen het plangebied.
Overige wegen in en rond het plangebied
Er zijn geen overige wegen waarover relevante vervoers-tromen met gevaarlijke stoffen aan de orde zijn.
nee, niet aanwezig in het plangebied
5.7.4 Beoordeling plaatsgebonden risico In bovenstaande tabellen is weergegeven welke risicobronnen invloed hebben op het plangebied. Uit de inventarisatie is o.a. bezien of het plan binnen het invloedsgebied ligt van een risicobron gebleken en of er binnen de PR=10-6 afstand kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk zijn of reeds zijn gerealiseerd. Uit de gegevens uit de risicokaart, het rapport “Externe veiligheid invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen” (project 142686, d.d. 26 november 2014) is gebleken dat binnen de plaatsgebonden risico (PR=10-6) afstanden van risicobronnen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn of planologisch mogelijk zijn. Met het plan wordt tevens geregeld dat geen kwetsbare of beperkt kwetsbare ontwikkelingen mogelijk worden waarbij het norm voor het plaatsgebonden risico ( PR=10-6) wordt overschreden.
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
94
5.7.5 Beoordeling groepsrisico Ingevolge het Bevi dient een nieuw bestemmingsplan worden aangemerkt als een 'nieuwe situatie'. plannen. Dit betekent dat mogelijke verantwoording van het groepsrisico voor dit conserverende plan ook aan de orde is. Het rapport “Externe veiligheid invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen” (project 142686, d.d. 26 november 2014) biedt een goed kader om zaken te inventariseren. Met deze kaart kan: direct worden vastgesteld bij welke ruimtelijke plannen in de gemeente Heerlen rekening gehouden moet worden met de externe veiligheid; zien onder welke categorie het groepsrisico valt: 0-10% OW, tussen de 10% en 100% OW en boven de 100% OW (OW: Oriëntatiewaarde). De invloedsgebiedenkaart geeft een belangrijk kader om het groepsrisico bij een ruimtelijk plan te kunnen verantwoorden. Bij de verantwoording van het groepsrisico blijkt dat delen van het plangebied in de invloedsgebieden van risicobronnen liggen. Dit betreft o.a. LPG-tankstations en transportroutes van gevaarlijke stoffen (N281 en Euregioweg, 200 meter aandachtsgebied). Ook zijn er enkele grote bedrijven gelegen buiten het plangebied waarvan nog niet duidelijk is of de invloed mogelijk tot binnen het plangebied komt.
Uit de voornoemde rapportage volgt dat in het plangebied geen sprake is van overschrijdingen van de oriëntatiewaarde: noch voor Bevi-inrichtingen, noch voor wegen en/of buisleidingen. De actualisatie van het bestemmingsplan leidt niet of nauwelijks tot een toename van het aantal aanwezige personen. Van een wezenlijke wijziging ten opzichte van het bestaande groepsrisico is daarom geen sprake. Te meer omdat in het rapport “Externe veiligheid invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen” rekening wordt gehouden met de planologische mogelijkheden en niet enkel met de reeds aanwezige functies. Gezien deze beperkte invloed op het groepsrisico achten wij het niet noodzakelijk een berekening van het groepsrisico uit te voeren. Een nadere verantwoording van het groepsrisico, zoals de omvang van het groepsrisico, de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en de zelfredzaamheid van de aldaar aanwezige personen is daarmee ook niet aan de orde.
5.7.6 Conclusie Bij de totstandkoming van bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving is op voldoende wijze rekening gehouden met de externe veiligheid. De vaststelling van dit bestemmingsplan wordt niet belemmerd door externe veiligheidsaspecten.
5.8
Technische infrastructuur
Bovengrondse hoogspanningslijnen Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening gold een verbod voor bouwvergunningplichtige bouwwerken binnen een afstand van 6 meter van de voor stroomgeleiding bestemde draden. Met ingang van 1 juli 2018 zijn deze stedenbouwkundige bepalingen vervallen en moeten deze worden opgenomen in de bestemmingsplanregels. Privaatrechtelijk is er sprake van een zakelijke rechtstrook (2 maal 20 meter gerekend vanuit het hart van de lijn) die moet worden vrijgehouden van bouwwerken. In onderling overleg kan de beheerder van de hoogspanningslijn de terreineigenaar geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen. Uit een advies van VROM uit 2005, met betrekking tot hoogspanningsleidingen, wordt voor nieuwe situaties aangeraden om een gebied rondom de lijnen te vermijden waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla ( de indicatieve magneetveldzone) berekend overeenkomstig de door het RIVM opgestelde handreiking. Binnen en nabij het plangebied komen hoogspanningsleidingen voor die van invloed zijn op het plangebied. De indicatieve magneetveldzone van deze leidingen bedraagt: voor de zuidelijke verbinding (Terwinselen-Schoonbron) 2x 85 meter; voor de oostelijk gelegen verbinding (Beersdal-Terwinselen) 2x 50 meter. De hoogspanningsleidingen bevinden zich aan de zuid en oostzijde van het plangebied. Er ligt
bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving
95
tevens een hoogspanningsstation in het plangebied aan de grens met de gemeente Kerkrade (zie onderstaande afbeelding). De hoogspanningsleidingen worden in het bestemmingsplan Heerlerbaan en omgeving beschermd middels de dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding' waardoor bebouwing onder de leiding uitgesloten wordt.
Uitsnede HoogspanningsNet Netkaart
5.9
Bedrijfshinder
In het bestemmingsplan worden regels gesteld met betrekking tot bestaande bedrijvigheid en nieuwe bedrijvigheid die zich, ter plaatse van de bestemming bedrijf, mogen vestigen. In beide gevallen moet bekeken worden of deze bedrijvigheid geen belemmerende werking heeft op zowel de bestaande als mogelijk nieuw te bouwen woningen.
Om te bepalen of nieuwe bedrijven in het plangebied vanuit het oogpunt van milieuhinder toelaatbaar zijn, wordt voor de eerste toetsing in het bestemmingsplan gebruik gemaakt van een zogenaamde Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze Staat is gebaseerd op de “lijst van bedrijfstypen” uit de herziene uitgave 2009 van de publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” van de VNG. Naast een omschrijving van de bedrijfstypen is in de Staat aangegeven tot welke milieucategorie het betreffende bedrijfstype wordt gerekend alsmede welke zogenaamde grootste afstand in meters daarvoor geldt. Dit is de indicatie van de minimale afstand die in beginsel van een dergelijk bedrijf tot een rustige woonwijk aangehouden dient te worden. Al naar gelang de aard van de bedrijvigheid, varieert de aan te houden grootste afstand, bijvoorbeeld van 10 meter bij milieucategorie 1, tot 30 meter bij milieucategorie 2. De bij dit bestemmingsplan gevoegde Bedrijvenlijst betreft een selectie uit de volledige opsomming van de VNG-lijst. Om te komen tot een lijst die is afgesteld op de planspecifieke situatie zijn bepaalde bedrijven niet opgenomen. Het betreft bedrijfstypen die in het algemeen vanwege de aard van de activiteiten in een woongebied niet toelaatbaar worden geacht. De in de bedrijvenlijst genoemde afstanden dienen niet als vaststaande normen maar als