CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

eensluidend raadsvoorstel reszuidlimburg heerlen 20210322_4_1.docx.pdf

Raadsvergadering . (video) 26 mei 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg4.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel gemeenteraad

Vergadering:

Heerlen, 13 april 2021

gemeenteraad Heerlen Vergaderdatum:

Registratienummer:

BWV-21001070 Agendapunt:

Onderwerp Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg Inleiding/aanleiding Energietransitie en klimaatverandering zijn belangrijke en actuele maatschappelijke thema’s. De energieambitie van de RES Zuid-Limburg maakt deel uit van een (inter)nationale context. Om de negatieve effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden maar bovenal om onze kwaliteit van leven te behouden, hebben 195 landen in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Het streven is om de temperatuurstijging wereldwijd beneden de 2°C te houden. Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken. Hierin is afgesproken dat we de CO2-uitstoot met elkaar sterk gaan verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990 en in 2050 zelfs met 95%. Het akkoord kent vijf thema’s: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. Over elk van deze thema’s zijn aan de zogeheten ‘klimaattafels’ afspraken gemaakt Voor de thematafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’ is door IPO, VNG en UvW afgesproken om deze onderdelen uit te werken in 30 energieregio’s in Nederland. Het gaat daarbij om het produceren van elektriciteit uit grootschalige zon en wind op land (35 TWh in 2030) en de overgang van aardgas naar duurzame vormen van verwarming voor de gebouwde omgeving (de zogenaamde Regionale Structuur Warmte).

Zuid-Limburg is één van deze RES-regio’s. Hierin werken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten in drie subregio’s nauw samen met Provincie Limburg, Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis om in beeld te brengen hoeveel energie zij denken op te kunnen wekken uit wind-op-land en zonnepanelen in 2030 en welke (potentiële) regionale warmtebronnen beschikbaar zijn. Inhoudelijke toelichting Vanuit het Klimaatakkoord zijn RES-regio’s verplicht om op regionale schaal invulling te geven aan het op te stellen vermogen in megawatt (MW) en verwachte megawattuur (MWh) voor hernieuwbare energie uit wind en zon op land. Dit is het RES-bod. Om invulling te geven aan die opgave en het bod zijn in de RES zoekgebieden geduid waar dit vermogen zou kunnen worden opgewekt en zijn er, daarvan afgeleide ruimtelijke implicaties benoemd. Leidend in het RES-bod is echter het totaal op te wekken vermogen.

Pagina 2 van 12 Voor u ligt het bod van de RES Zuid-Limburg. In de afgelopen maanden hebben het programmateam van de RES Zuid-Limburg samen met de aangesloten gemeenten en met geworven externe deskundigen hard gewerkt om te komen tot het voorliggende resultaat. Dit bod is via de Stadsregio Parkstad Limburg en in nauwe afstemming met uw (ambtelijke) organisatie tot stand gekomen. RES Zuid-Limburg Conform de Startnotitie (mei 2019) is de RES Zuid-Limburg opgedeeld in drie sub-regio’s: Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-Heuvelland, die volgens gemeenschappelijke aannames en uitgangspunten een afgewogen en afgestemd bod voor hernieuwbare elektriciteit formuleren. Hierbij is het afgesproken dat iedere sub-regio naar vermogen bijdraagt aan het totale bod. Bij elkaar opgeteld vormen deze bijdragen één bod voor de RES Zuid-Limburg ter hoogte van 1,3 TWh. Hierbij is een afweging gemaakt tussen vier onderdelen: -

De kwantiteit van het regionale bod en de bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh; Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak; De impact op het energiesysteem en energie-infrastructuur.

Het kwantitatieve bod (in TWh) is opgebouwd volgens de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gehanteerde methodiek zoals voorgeschreven door het Nationaal Programma RES, waarbij drie onderdelen worden onderscheiden: 1. Gerealiseerd vermogen: Het bestaand en producerend vermogen, gebaseerd op o.a. CBS-statistieken, de Klimaatmonitor en/of bij Enexis bekende gegevens (peildatum: 2017); 2. Vermogen in de pijplijn: Het vermogen van installaties die op de planning staan en waarvoor door RVO een SDE+ beschikking is afgegeven (t/m najaar 2020); 3. Nog te realiseren vermogen: Het toekomstig vermogen, dat als beleidsvoornemen wordt gezien. Verdeeld over de drie sub-regio’s ziet het bod van Zuid-Limburg er als volgt uit: Tabel 1: Opbouw bod RES 1.0 Zuid-Limburg Bestaand en In de planning producerend (pijplijn) (TWh) vermogen (TWh) 0.026 0.053 Parkstad Limburg Westelijke Mijnstreek

0.007

Nog te realiseren vermogen (TWh)

Totaal (TWh)

0.425

0.504

0.145

0.316

0.468

Maastricht-Heuvelland

0.020

0.068

0.262

0.35

Totaal (TWh)

0.053

0.266

1.00

1.322

Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW 1.0) geeft inzicht in de huidige en (verwachte) toekomstige warmtevraag en het aanbod van bovenregionale warmtebronnen. Ook geeft de RSW inzicht in de bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Er bestaat een nauw verband met de Transitievisie Warmte, een apart traject naast de RES.

Versie 2018/10

Pagina 3 van 12

Op basis van de Klimaatatlas, nationaal beschikbare informatie en aanvullend lokaal onderzoek is het potentiële bovenregionale warmteaanbod geïnventariseerd. De voorlopige conclusie is dat er minder duurzame (rest)warmtebronnen in de regio aanwezig zijn dan aan de voorkant veronderstelt, bijvoorbeeld omdat bronnen kleiner zijn dan oorspronkelijk aangenomen of beschikbare restwarmte opnieuw ingezet wordt in het eigen productieproces. De RSW 1.0 vormt een eerste verkenning van de opgave (warmtevraag) en mogelijkheden (warmteaanbod) en kent nog veel onzekerheden. Derhalve worden in deze fase ook nog geen afspraken gemaakt over de inzet van bovengemeentelijke warmtebronnen en warmte-infrastructuur. In de Transitievisie Warmte (TVW) onderzoeken gemeenten welke alternatieven er voor aardgas zijn, en welke buurten tot 2030 kansrijk zijn voor de inpassing van alternatieve, duurzame warmtebronnen. Zodra de TVW’s gereed zijn (eind 2021) krijgen wij een beter beeld van de toekomstige regionale warmtevraag. In de RES 2.0 (2023) zal dit onderdeel dan ook verder worden uitgewerkt. Parkstad Limburg Het voorliggende bod voor Parkstad Limburg is uitgewerkt onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl.

Duurzaamheid van de Stadsregio en de zogenaamde PALET-Broedkamer, bestaande uit de energie- en duurzaamheidscoördinatoren van de samenwerkende Parkstad-gemeenten en een ambtelijke vertegenwoordiging van de Stadsregio Parkstad. Het concept-bod voor Parkstad Limburg is op 13 mei 2020 vastgesteld door de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid. Deze is vervolgens ingebracht als onderdeel van de RES Zuid-Limburg. Op 1 oktober 2020 is de concept-RES van ZuidLimburg formeel aangeboden aan het Rijk. Hierin was sprake van globale zoekgebieden en een concept-bod. In de afgelopen maanden is het concept-bod verder uitgewerkt tot een definitief bod voor de grootschalige opwek van wind-op-land en zon-PV tot 2030. Hierin zijn de zoekgebieden voor grootschalige opwek nader uitgewerkt, waarbij er een verfijning van de ruimtelijke onderbouwing heeft plaatsgevonden. Het voorlopige bod is geactualiseerd naar een definitief bod voor Parkstad Limburg, waarbij nieuwe inzichten zijn verwerkt. De zoekgebieden zijn hieronder weergegeven op kaart:

Versie 2018/10

Pagina 4 van 12

Het definitieve bod voor Parkstad Limburg is verdeeld over drie onderdelen: Windenergie Grootschalig zon-op-dak (op daken groter dan 285m2, uitgangspunt NP-RES) Grootschalig zon-op-land (onbenutte terreinen in bebouwd gebied; gronden in het buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur; gronden in gebruik voor landbouw). Verdeeld over de drie onderdelen ziet het bod van Parkstad Limburg (0,5 TWh) er als volgt uit: Tabel 2: Opbouw bod sub-regio Parkstad Limburg Bestaand en In de producerend planning vermogen (pijplijn) (TWh) (TWh) Windenergie 0,002 0

Nog te realiseren vermogen (TWh) 0,128

Totaal (TWh)

0,130

Grootschalig zon-op-dak

0,018

0,027

0,139

0,184

Grootschalig zon-op-land

0.006

0.026

0.158

0.190

Totaal (TWh)

0,026

0,053

0,425

0,504

Aandeel gemeente Heerlen in bod RES Zuid-Limburg Energietransitie is een belangrijke pijler in het programma duurzaamheid van de gemeente Heerlen. Een belangrijk uitgangspunt voor de energietransitie in Heerlen is dat deze haalbaar en betaalbaar moet zijn voor iedereen. In de uitwerking van de RES1.0 ambitie naar concrete projecten zal hier telkens zorgvuldig naar gekeken worden.

Versie 2018/10

Pagina 5 van 12 In deze RES1.0 wordt ook duidelijk aangegeven dat energie besparen een belangrijke eerste stap dient te zijn om onze klimaatdoelen te bereiken. Zeker in onze sterk verstedelijkte omgeving waar ruimte schaars is moeten we ons energieverbruik zoveel mogelijk zien te voorkomen. Hier is reeds met PALET stevig op ingezet met o.a. de opening van de Woonwijzerwinkel en het zonnepanelenproject Parkstad (deze vallen volgens NP-RES niet onder het RES-bod). Maar we zullen hier breed op moeten blijven inzetten om onze burgers en ondernemers te overtuigen van de kansen, zowel voor het milieu als voor ons landschap en de beurs. In het Heerlense aandeel van het bod voor de grootschalige opwek van energie focussen wij ons op kansen voor windenergie en zon op dak. Voor de realisatie van windturbines loopt een grondig proces met de gemeente Simpelveld en Kerkrade voor Parkstad Zuid. Hier worden alle belanghebbenden in het gebied intensief bij betrokken. Grootschalige opwek met zonnepanelen op land heeft vooralsnog niet onze voorkeur, met uitzondering van restgronden en parkeerterreinen waar dubbel ruimtegebruik kan worden toegepast. Natuur- en landbouwgronden willen wij vooralsnog (in ieder geval tot 2030) niet inzetten omdat deze van grote waarde zijn voor de leefbaarheid en groenbeleving in onze gemeente.

(met de reeds bestaande initiatieven gaat het college in gesprek om te komen tot oplossingen) Hiermee verplichten wij ons wel om extra inspanningen te verrichten om zonnepaneleninstallatie op grote industriële daken te stimuleren en realiseren. Voor wat betreft nieuwbouw timmeren wij op Trilandis en Avantis reeds flink aan de weg. Het potentieel aan bestaande grote daken is echter ook nog aanzienlijk, maar ook niet eenvoudig vol te leggen. De uitdagingen (o.a. dakconstructies, eigendomsverhoudingen en onderhoudsplannen) die we daar tegenkomen moeten nog overwonnen worden. De RES1.0 is slechts een onderdeel van onze totale energie aanpak zoals die in PALET 1.0 en 2.0 reeds is beschreven. Ook lopen de voorbereidingen voor onze gemeentelijke Transitievisie Warmte waarin de weg naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Dit najaar gaan we al deze ambities op elkaar afstemmen en vertalen in een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET. Hierin nemen we de ervaringen van de afgelopen 4 jaar PALET 3.0 mee. Een belangrijk aspect voor het realiseren van onze ambities is en blijft ook de betrokkenheid van onze samenleving. In een vroeg stadium moeten burgers, instanties en ondernemers worden meegenomen en uitgedaagd worden om mee te doen en ook een bijdrage te leveren.

Momenteel lopen de voorbereidingen voor een communicatie en participatietraject met als doel om in 2022 met alle betrokken partijen een maatschappelijk akkoord te sluiten over de gezamenlijke uitvoering. Een soort ‘lokaal klimaatakkoord’ voor Heerlen.

Versie 2018/10

Pagina 6 van 12

Zoekgebieden res zuidlimburg gemeente Heerlen. Tevens in bijlage 2 weergegeven

Kader Onder regie en coördinatie van de Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid van de Stadsregio Parkstad Limburg is in de periode 2013-2015 kaderstellend energietransitiebeleid opgesteld, genaamd ‘Parkstad Limburg EnergieTransitie’ (PALET). Dit beleid – bestaande uit een regionaal ambitiedocument PALET 1.0 en acht gemeentelijke potentiestudies PALET 2.0 – is medio 2015 unaniem vastgesteld door de gemeenteraden van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling om in 2040 als regio energieneutraal te zijn, vertaald in een regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.0 voor de korte termijn i.c. de periode 2016-2020. In de Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG op 29 november 2019 is onder voorwaarden- door de gemeenten ingestemd met het ondertekenen van het Klimaatakkoord. Het Rijk heeft vanuit het Klimaatakkoord i.o.m. de koepel VNG, IPO en VNW bepaald dat overheden de krachten moeten bundelen om van de energietransitie een succes te maken. Hiervoor is besloten tot een meerjarige programmatische nationale aanpak met landsdekkend integrale regionale energie strategieën (RES).

In een Handreiking voor de regio’s stelt het Rijk de landelijke spelregels voor wat betreft de producten, planning en het proces, zodat RES-regio’s op een gelijksoortige manier energiestrategieën maken die landelijk optelbaar en vergelijkbaar zijn.

Versie 2018/10

Pagina 7 van 12 De RES 1.0 Zuid-Limburg is een strategisch visiedocument. De doelstellingen uit de RES zullen worden meegenomen in een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET 3.1 voor de komende periode (2022-2025). Gemeenten beslissen hierbij over eigen grondgebied. Kernthema: Riool, afval en milieubeheer Bevoegdheid De RES 1.0 met hierin het aanbod ten aanzien van elektriciteit en een Regionale Structuur Warmte, wordt conform de afspraken met het Nationaal Programma RES geaccordeerd door Gedeputeerde Staten, de colleges van B&W en de Waterschapsbesturen. De bevoegdheid tot het formeel vaststellen ligt bij gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen. Daarmee is de RES 1.0 bestuurlijk bindend en heeft het de status van een beleidsstuk. Bestuurlijk bindend betekent dat het bindend is voor de instantie zelf. Een ander kan er geen juridische rechten/plichten aan ontlenen. De RES zal juridische status gaan krijgen in de verankering in het instrumentarium van de omgevingswet. Voorstel 1. De RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0, het bod van 1.3 TWh en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind vast te stellen. 2.

In te stemmen om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen.

Argumenten 1.1 Het RES 1.0-bod is een weloverwogen bod en tot stand gekomen in een zorgvuldig proces met de ambtelijke organisatie, volksvertegenwoordigers en maatschappelijke partijen. U bent betrokken in de totstandkoming van het voorliggende bod (zie communicatie/participatie). 1.2 De regionale energie strategie is gericht op samenwerking en wijzigt niets aan de bevoegdheidsverdeling bij ruimtelijke initiatieven. De gemeente(raad) besluit zelf over initiatieven voor zonneweides en windmolens. Met het vaststellen van de RES 1.0 wordt niet besloten tot het realiseren van concrete initiatieven of projecten m.b.t. wind-op-land en/of zon-PV. Hiervoor dienen de reguliere planologische procedures te worden doorlopen, met de daarbij behorende participatie-, inspraak-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden. 2.1 Binnen het Nationaal Programma RES is afgesproken dat alle RES regio’s uiterlijk 1 juli 2021 een definitieve RES 1.0 aan het Rijk dienen aan te bieden. Het Rijk heeft aangegeven dat deze datum, ondanks de situatie rondom Covid19, ongewijzigd blijft. Uiterlijk vanaf 1 juli 2021 starten alle regio’s met de voorbereiding van de verankering van de RES in het eigen omgevingsbeleid via de instrumenten van de Omgevingswet en/of de wet ruimtelijke ordening. Omgevingsvergunningen dienen tijdig verleend te zijn om in 2030 landelijk de 35 TWh gerealiseerd te hebben

Versie 2018/10

Pagina 8 van 12 Tegenargumenten en risico’s 1.1 Het is niet duidelijk of de bijdrage van de RES Zuid-Limburg voldoet om de landelijke doelstelling van 35 TWh hernieuwbare opwek uit wind-op-land en/of zon-PV te realiseren. Indien blijkt dat de 30 RES’en samen niet optellen tot 35 TWh, zal het Nationaal Programma samen met de RES-regio’s zoeken naar mogelijkheden om dit alsnog te realiseren. Mocht ook dit niet haalbaar blijken, zullen de landelijke koepels (IPO, VNG en UvW) de landelijke restopgave verdelen over de RES-regio’s. De verdeelsleutel hiervoor is niet bekend, omdat het proces vanuit de decentrale overheden centraal staat. 1.2 Op dit moment is nog onduidelijk of alle grootschalige opwek die in het bod geprojecteerd is ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Mogelijke belemmeringen zijn bijvoorbeeld hoogtebeperkingen rondom vliegbasis Geilenkirchen (windenergie) en (geldende) beleidsrestricties rondom de opwek van wind- en zonne-energie binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De RES 1.0 is een tussenproduct in een langjarig proces. Nieuwe kennis en inzichten zullen in de RES 2.0 en verder, in het bod worden verwerkt. 1.3 Om de beoogde opwek daadwerkelijk te kunnen realiseren, zijn ook inspanningen en aanpassingen nodig vanuit het Rijk.

Belangrijke randvoorwaarden zijn bijvoorbeeld stimuleringsregelingen of het door gemeenten afdwingbaar maken voor zon-op-dak bij bestaande en/of nieuwbouw, financiële instrumenten voor inwoners (bijv. gebouw-gebonden financiering) en voldoende budget voor uitvoeringscapaciteit. Indien het Rijk de randvoorwaarden niet invult, heeft dat gevolgen voor het kunnen realiseren van de in het bod geformuleerde ambitie. Kosten en dekking Voor het opstellen van de RES 1.0 zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld door een bijdrage vanuit het Nationaal Programma RES. De middelen voor de ondersteuning van de definiëring van de RES’en zijn toegekend in de septembercirculaire 2019. Voor ZuidLimburg komt dit neer op een rijksbijdrage van €1.359.428,- voor de kalenderjaren 2019 t/m 2021. Vanuit de Provincie is hierop aanvullend €75.000- ter beschikking gesteld voor de kosten van een projectsecretaris. Van de deelnemende gemeenten is geen aanvullende bijdrage gevraagd. Met het vaststellen van de RES 1.0 Zuid-Limburg wordt het fundament gelegd op basis waarvan overheden (inclusief uw raad), semioverheden, bedrijven, woningcorporaties, inwoners etc. in gezamenlijkheid tot concrete uitvoeringsmaatregelen komen om de energietransitie in de regio en uw gemeente in gang te zetten. Voor dit proces zullen vanuit het Rijk opnieuw middelen beschikbaar worden gesteld.

De hoogte hiervan is op dit moment nog onduidelijk. Door de val van het kabinet zal een besluit omtrent de rijksbijdrage mogelijk vertraging oplopen. NB: Eén van de randvoorwaarden die de gemeenten gesteld hebben aan de instemming met het Klimaatakkoord (zie ook onder ‘Kaders’) is het krijgen van een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Waarbij ook is aangegeven: ‘Als op termijn onvoldoende aan deze randvoorwaarde(n) wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren. De randvoorwaarden van gemeenten blijven in volgende fases in het traject dan ook volledig van kracht’.

Versie 2018/10

Pagina 9 van 12 Het VNG-bestuur heeft de opdracht gekregen te werken aan de invulling hiervan. De VNG zegt in haar bijlage bij ledenbrief van 15 januari 2021, “Uitnodiging BALV 12 februari 2021”, hierover het volgende: in 2020 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. De uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de ROB geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Dit bedrag is opgebouwd uit uitvoeringslasten in de sector gebouwde omgeving voor 60%, elektriciteit 15%, mobiliteit 10% en landbouw 5% en overige kosten 10%. De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe doordat ook het aantal plannen dat gemeenten moeten uitvoeren toeneemt. Investeringskosten (voor bijvoorbeeld de bouw van een zonnepark) maken geen onderdeel uit van het onderzoek. Met het rapport dat er nu ligt wordt géén uitspraak gedaan over de daadwerkelijke toekenning van middelen: dit is onderwerp van gesprek tussen koepels en het kabinet. Op 25 januari jl.

is het rapport gepubliceerd onder de titel 'Van Parijs naar praktijk. Er is hiermee een eerste stap gezet, maar de middelen zijn hiermee nog niet geregeld. Prioriteit voor gemeenten is dan ook dat in overleg met het kabinet ervoor wordt gezorgd dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Tevens zal de VNG benoemen dat het nodig is dat de uitvoering wordt ondersteund door nationale programma's voor in ieder geval de sectoren elektriciteit (RES) en gebouwde omgeving. Tot slot realiseert de VNG zich dat afspraken voor het jaar 2022 snel nodig zijn en voor een deel niet kunnen wachten tot het moment dat er structurele meerjarige afspraken zijn vastgelegd. Hierover blijven zij in gesprek met het kabinet. Vooralsnog zal voor de uitwerking van de RES in een Uitvoeringsprogramma (gecombineerd met een nieuw uitvoeringsprogramma voor PALET) en het uitvoeren hiervan gebruik worden gemaakt van bestaande middelen en met bestaande capaciteit Communicatie De besluitvorming in uw raad is zorgvuldig en op maat voorbereid, in samenspraak met uw gemeente. Zo heeft onder andere op 8 oktober 2020 een raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden in de Woonwijzerwinkel, waarvoor u als raadslid bent uitgenodigd. De bijdrage van gemeente Heerlen in het totale bod van Zuid-Limburg is hierin aan u voorgelegd.

Maatschappelijke partners zoals natuur- en milieufederaties, woningcorporaties, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het MKB zijn middels een zogenaamde Klankbordgroep periodiek betrokken en gevraagd mee te denken in het proces. Inwoners zijn in januari 2021 door middel van een Parkstad-brede Duurzaamheidskrant gezamenlijk geïnformeerd over de RES en Transitievisie Warmte (TVW). Hiermee is het participatieproces voor deze trajecten gestart. De RES is een doorlopend en langjarig proces. Het participatieproces is een blijvend onderdeel van deze aanpak. Externe communicatie, bijvoorbeeld via een persconferentie en/of persbericht, vindt pas plaats nadat alle gremia positief hebben besloten over het voorliggende bod.

Versie 2018/10

Pagina 10 van 12 Evaluatie Het nationale RES traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. Twee jaar na de RES 1.0 volgt een RES 2.0; en zo verder. Deze tweejaarlijkse cyclus borgt mede dat de RES aansluit bij de wettelijk vereiste investeringsplannen van de netbeheerders en dat nieuwe inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van grootschalige opwek en warmte kunnen worden meegenomen. Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van de regionale bijdrage heeft het PBL een landelijke (kwantitatieve) analyse-, monitoring en rekensystematiek ontwikkeld. Daarop aanvullend zal er ook op het niveau van de Parkstad-gemeenten een kwalitatieve monitoring/evaluatie van de voortgang van afspraken en prestaties plaatsvinden. Planning, procedure en uitvoering Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats in de 16 gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Nadat alle gremia de RES 1.0 voor ZuidLimburg hebben vastgesteld zal deze aan het Rijk worden aangeboden, doch uiterlijk 1 juli 2021. Om de in de RES 1.0 gestelde ambitie in de praktijk om te zetten in concrete maatregelen en prestaties, zal in de vervolgfase onder de ambtelijke regie van Parkstad Limburg worden overgegaan tot het uitwerken van een nieuw regionaal uitvoeringsprogramma PALET i.c. op het schaalniveau van Parkstad Limburg.

Voor Heerlen is het belangrijk dat dit in gezamenlijkheid met de samenleving geschied, waarbij iedereen naar eigen vermogen zijn/haar verantwoordelijkheid neemt en inzet levert. Het traject van de RES heeft consequenties voor PALET. De RES-methodiek wijkt op een viertal belangrijke punten af van de aanpak in PALET. 1.

Primair / Secundair energiegebruik. In PALET is uitgegaan van het primaire energiegebruik (vanuit de bron), terwijl de RES uitgaat van secundair energiegebruik (uiteindelijk energiegebruik door afnemer). Om de samenhang met de RES te bewaren zullen wij in de toekomst dus ook in Parkstad uitgaan van het primaire energieverbruik.

2.

Basisjaar gegevens. In PALET is uitgegaan van basisjaar 2011, terwijl de RES 2017 als basisjaar hanteert. In de RES heeft er dus een actualisatie van PALET op deze fronten plaatsgevonden.

3.

Reikwijdte van sectoren. De RES is beperkt tot de Klimaattafels ‘Elektriciteit’ en ‘Gebouwde omgeving’. De sectoren ‘industrie’, ‘verkeer en vervoer’ en ‘landbouw en landgebruik’ worden door de overige Klimaattafels opgepakt. In PALET wordt echter uitgegaan van een integrale aanpak, waarbij alle sectoren worden meegenomen. De opgave vanuit de RES betreft dan ook niet de gehele opgave die wij ons in PALET hebben gesteld. In het uitvoeringsprogramma voor Parkstad blijven wij uitgaan van een integrale aanpak voor alle sectoren.

4.

Het uiteindelijke doel. Tot slot geeft de RES invulling aan de nationale doelstelling om met elkaar de CO2uitstoot sterk te verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. De ambitie van PALET is om in 2040 als regio energieneutraal te zijn. In aanloop naar het nieuw

Versie 2018/10

Pagina 11 van 12 op te stellen Uitvoeringsprogramma zal PALET geëvalueerd worden, waar een aanvang wordt gemaakt het verschil in uitgangspunten en doelstellingen tussen de RES en PALET zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen In de aankomende periode zal PALET “RES-proof” gemaakt moeten worden, vooral om goed en efficiënt aangehaakt te blijven binnen de RES Zuid-Limburg en het Klimaatakkoord. Dit om de kwaliteit, de dynamiek en de effectiviteit van de regionale samenwerking via de GR Parkstad Limburg en op het gebied van energietransitie niet kwijt te raken. Alleen al de resultaten rondom de formulering van gemeenschappelijk regionaal beleid van PALET, het Zonnepanelenproject, de warmtetransitie, de windprojecten en de Woonwijzerwinkel tonen die meerwaarde aan. Het binnen de RES te maken uitvoeringsprogramma voor Parkstad Limburg wordt na PALET 3.0 (2016-2020) nu PALET-RES 3.1 (2022-2025). De monitoring volgt vanuit het Nationaal Programma RES.

Bijlagen ter inzage Bijlage 1: Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Zuid-Limburg DEFINITIEF Bijlage 2: Zoekgebieden RESZL gemeente Heerlen

Burgemeester en wethouders van Heerlen, de gemeentesecretaris a.i. L. Schouterden

de locoburgemeester, P.M.A. van Zutphen

Dit voorstel is digitaal ondertekend en is daarom niet voorzien van handtekeningen.

Versie 2018/10

Pagina 12 van 12

raadsbesluit

De raad der gemeente Heerlen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 april 2021 registratienummer BWV-21001070; gezien het advies van de raadscommissie ; besluit:

1.

Stemt in met de RES Zuid-Limburg (RESZL) 1.0, het bod van 1.3 TWh en de (eventuele) zoekgebieden voor zon en wind.

2.

Stemt in om de RESZL 1.0 aan te bieden aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP-RES), waarbij gemeenteraden de afwegingen en voorlopige keuzes in de RESZL van de andere gemeenten in Zuid-Limburg voor kennisgeving aannemen.

Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad van de gemeente Heerlen van

de griffier,

de voorzitter,

drs. T.W. Zwemmer

Versie 2018/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=21cf9608-a56d-4fff-9834-f3504435c1bb