Conceptnotulen gecorrigeerd def. gem Heerlen 22 november 2021.docx
Tekst van het document
Pagina 19/51 toendertijd gevraagd om die voor de algemene beschouwingen te beantwoorden. Voor mij is volstrekt onduidelijk of dat wel of niet gelukt is. Dus ik ben heel benieuwd wanneer die nu precies gedateerd zijn. De voorzitter Wethouder nog kort. Wethouder Damen Voorzitter in het kader van de routing, zijn die inderdaad blijven steken. Die worden als het goed is morgen inderdaad door het college goedgekeurd en dan kunnen zij richting de raad. De voorzitter U heeft gelijk in uw opmerking. Wij moeten zorgvuldiger daarin zijn en sneller reageren. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter ik ben blij te mogen concluderen hetgeen wethouder Claessens tijdens de algemene beschouwingen heeft gezegd, van wij krijgen een voorstel en het college geeft er een klap op, dat het niet in praktijk wordt gebracht, maar dat het voorstel eerst via de commissie gaat voordat er uiteindelijk een besluit genomen wordt. Dat is hetgeen wat ik uit de bewoording van het college hoor en dat doet mij deugd. De voorzitter Dan stel ik de lijst met ingekomen stukken vast. 5. Suppletie-uitkering in het kader van de bommenregeling De voorzitter Dan gaan wij naar de suppletie-uitkering in het kader van de bommenregeling. De heer Kerssemakers. Eerste termijn De heer Kerssemakers, Hart-Leers Dank u wel voorzitter. Vanmorgen om 11.00 uur kwamen de antwoorden op mijn vragen binnen.
Jammer dat het weer zolang heeft moeten duren. In ieder geval wel goed te zien dat het Trilandis-voorstel is toegekend en uitgekeerd, aangezien het daar om hele andere bedragen ging natuurlijk. De enige vraag die ik dan nog heb en het gaat niet direct over dit voorstel, maar over het Trilandis-voorstel, maar dit om uw memo een beetje duidelijker te kunnen maken. Heeft u nu 70 of 68 procent ontvangen met betrekking tot het Trilandis-voorstel? Dank u wel. De voorzitter Daar kan ik heel snel en kort over zijn. Daar hoef ik ook de voorzittershamer niet voor over te dragen. 68 procent. Het Rijk heeft op 1 mei jl. het percentage van 70 procent naar 68 procent bijgesteld. Ook voor Trilandis. De heer Kerssemakers, Hart-Leers Dan kunt u dus ook bevestigen dat het ons dus ruim 40.000 euro kost, terwijl dat voorstel voor april toen ingediend moest worden? Dus het is dus een beetje apart dat zij dan het andere tarief hanteren. De voorzitter Ja, dat is waar. Wij willen nog wel een keer navraag doen bij het Rijk. Maar dit is gewoon aanpassing door het Rijk. Maar ik wil best nog een keer met de wethouder die navraag doen van waarom doe je dat achteraf? Maar ik ben bang dat wij een antwoord krijgen wat wij niet leuk vinden. Goed. Dan stel ik bij deze het voorstel vast. 6. Heerlen-Noord Routekaart HLN De voorzitter Dan gaan wij naar Heerlen-Noord de routekaart.
Wie mag ik het woord geven? Ik schrijf even mee. Mevrouw Hendriks, de heer Pauwels, de heer De Groot, mevrouw Géron, de heer Daamen, de heer Butink, de heer Verreck en de heer Van den Berg. Dan begin ik bij mevrouw Hendriks.
Pagina 20/51 Eerste termijn Mevrouw Hendriks-Berg, SP Dank u wel voorzitter. Schaamte en trots staan tegenover elkaar, maar ook heel dichtbij. Vanuit schaamte kan trots voortkomen en omgedraaid ook. Ik heb het grootste gedeelte van mijn leven in Heerlen gewoond. Er zijn tijden geweest dat ik mij schaamde als iemand mij vroeg waar ik vandaan kwam. Uit Heerlen. De blikken zeiden dan genoeg. Zo heb ik in het verleden ook werk niet gekregen, omdat ik uit Heerlen-Noord kwam. Het paste niet in die omgeving. Wij waren niet goed genoeg, omdat wij uit Heerlen-Noord kwamen. Dat zet je aan het denken. Nu zeg ik met trots dat ik uit Heerlen-Noord kom. Zijn wij er dan al? Beslist niet. Maar gelukkig zijn wij wel al heel wat jaren bezig om onze stad beter en mooier te maken en naar een beter niveau te tillen voor alle bewoners. En voorzitter, dit Rijksprogramma onderstreept het belang van de sociale politiek. Het is het bewijs dat men ook in Den Haag er niet meer omheen kan om de sociale inhaalslag die onze stad maakt in de sociale politiek van solidariteit, niet het recht van de sterkste, maar de kracht van solidariteit. Weg met de marktwerking in de Jeugdzorg en de Wmo. Liever samenwerking via JENS en Stand-By. Bestrijding van kinderarmoede. Al voor de geboorte de ouders goede info en hulp aanbieden. Zoals bij het Sproet café.
Preventie en voorzorg als het om de gezondheid van onze kinderen gaat via de Wondzorg coach en kindertandarts. Schoolzwemmen, deelnemen aan kunst, cultuur en theater, ongeacht de dikte van je portemonnee. It takes a village to raise a child, zeggen zij in het Engels. Je kunt dat ook omdraaien. Een betere toekomst voor onze kinderen, is een betere toekomst voor de hele stad. De cijfers liegen er niet om. Als je die cijfers bekijkt, hebben wij nog het een en ander te doen in onze stad. In Heerlen-Noord, zo’n 56.000 inwoners, waarvan 57 procent een laag inkomen heeft of in armoede leeft. Dat is mij nogal wat. 29 procent kans op ernstige gezondheidsproblemen voor pasgeborenen en jaren eerder dood dan in het rijkste deel van onze stad. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor wie denkt dat voor de lage inkomens in Heerlen-Noord de mensen schuld zijn? Ja. Verdient de thuiszorger, de postbode, de vuilnisman, de kinderopvang juf en ziekenhuisschoonmakers, allemaal officieel een laag loon, zo weinig respect en waardering? Als Heerlen iets is, is het wel de stad van mensen die vaak hard werken en er het beste van willen maken. Voor hen en hun kinderen is het Rijkprogramma Heerlen-Noord. En Heerlen-Noord is er niet alleen voor Heerlen-Noord. Wie achterstanden inhaalt in een deel van de stad, heelt de hele stad.
Wie de toekomst van kinderen in Heerlen-Noord beter maakt, maakt de hele stad beter. Precies daarom spreekt het college en raad iets heel belangrijks af door in te stemmen met ons deel van dit Rijksprogramma. Wie een gat vult aan de ene kant, mag niet een gat laten ontstaan aan de andere kant. Oftewel de sociale standaard zal hoog moeten blijven. Het Rijksprogramma mag geen excuus zijn om zelf de sociale investeringen te verlagen. Het moet zelfs een voorwaarde van het Rijk zijn, als het aan de SP ligt. Het Rijk draagt immers bij aan een inhaalslag die deze stad onmogelijk zelf kan dragen. Maar omgekeerd is het ook waar. De stad moet zelf de sociale lat heel hoog leggen. Kan het college bevestigen dat het project Heerlen-Noord een extra aanvulling is op hetgeen er al op sociaaleconomisch gebied gedaan wordt? Kan het college bevestigen dat bezuinigen op sociaal beleid geen optie is voor een stad die 25 jaar lang sociale achterstanden gaat inhalen met steun van veel anderen? Kan het college eveneens bevestigen dat het Rijksprogramma zich op de toekomst moet richten, niet op de incidenten van hier en nu? Het Rijksprogramma zal structuren op lange termijn moeten verbeteren. Het college blijft de spreekwoordelijke stoeptegels recht leggen en burenruzies bestrijden. Tot slot, met deze record lange formatie is nog steeds niets definitief als het om het Rijksgeld gaat.
Desalniettemin durft Heerlen zich te committeren. Hoever reikt het eigenaarschap van onze stad? Mocht onverhoopt de landelijke subsidie niet doorgaan, gaat het college er dan wel alles aan doen om andere manieren te zoeken om toch met het project door te kunnen gaan? Want wij besluiten op te staan. Solidariteit met hoofdletters te schrijven. Hier bouwen aan een stad waar het niet uitmaakt waar je geboren wordt. It takes a village to raise a child zeggen ze in het Engels. Samen onze stad ram beter maken auwieje, zeggen wij hier in Heerlen. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Pauwels. De heer Pauwels, CDA Auwieje, nou ben ik. Voorzitter, vandaag gaan wij een besluit nemen over een groot deel van onze stad Heerlen-Noord. Zie de bijdrage van vandaag van het CDA dan ook als een steunbetuiging voor het programma. Weliswaar vol ambities, allianties, meer sporenbeleid en universele betrokkenheid, maar niettemin met een concreet doel. Heerlen-Noord vooruithelpen. Laten wij hierbij vooral kijken naar het nu, maar ook naar het verleden. Vanuit het verleden mogen wij stellen dat wij nu vooral de kans krijgen om er samen de schouders onder te zetten. Het raadsbesluit laat er geen twijfel over bestaan. Wij gaan samen
Pagina 21/51 met de inwoners, met hun expertise, hun inzichten en passie voor de wijk waarin zij nu en straks leven, de voorwaarden scheppen om binnen de voorgenomen periode van 25 jaar het verschil te nivelleren met andere delen van de stad. Oftewel te streven naar een landelijk gemiddelde. Het raadsvoorstel spreekt dan ook boekdelen over de betrokkenheid van inwoners en wijdt er zelfs een uitgebreide alinea aan. Desondanks zijn er nog enige zorgen of twijfels. Zo is er de onzekerheid over de Rijksgelden. Iets wat in de commissie door de meeste fracties werd aangegeven. Het raadsbesluit noemt dan ook niet voor niets de discussie die de zestien stedelijke vernieuwingsgebieden voeren met het ministerie. Voorzitter, kan het college aangeven of er een gezamenlijke strategie is tussen de betrokken gemeenten, wij en de vijftien anderen dus? Of indien deze vraag prematuur is, welke strategie gaan wij volgen als het besluit tot Rijkssteun negatief uitvalt? Wordt het dan ieder voor zich of pakken wij ons als gemeenten samen? Dan voorzitter over de aandachtspunten in de alliantie. Wij gaan ons nu inzetten voor de generatie die over 25 jaar in Heerlen-Noord woont en daar misschien ook werkt. Maar daar straks meer over. Dat wij het doen voor de opgroeiende generatie, is zonder meer nastrevenswaardig, met het doel voor ogen van leefbare buurten, veilig wonen en een gezonde omgeving.
Toch voorzitter, wil ik langs deze weg een lans breken voor de generatie die er al hun hele leven woont. Ook zij erkennen de situatie waarin zij verkeren en wensen dat hun buurt erop voortuit gaat. Natuurlijk, zij hopen ook dat hun kinderen en kleinkinderen in een fijne omgeving wonen. Maar voorzitter, laten wij deze groep van inwoners van middelbare en wellicht hogere leeftijd vooral niet vergeten. Zij zijn degenen die de wijk door en door kennen en daardoor een prima advies- en kennisbank zullen zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Voorzitter, bent u bereid om hen, noem het maar even de senioren, in de burgerbetrokkenheid ook een plek te geven? Voorzitter, ik maakte net een opmerking over wonen en werken in het Heerlen-Noord van morgen. Met betrekking tot commitment hebben wij in de commissie al kort gereageerd. De betrokkenheid van het bedrijfsleven is op dit moment helaas nog wat mager. Daarom zou het CDA graag zien dat er meer informatie aan het bedrijfsleven wordt gegeven over de plannen. Betrek hen erbij en toon aan dat investeren in het programma Heerlen-Noord loont en dat voor beide kanten, niet alleen de inwoners, maar ook de bedrijven. Niet voor niets gaan wij binnenkort aan de slag met de Bovengrondse Vakschool. Vergeet daarbij niet voorzitter, investeerders zijn meer dan welkom. Met name als de gelden van Den Haag onverhoeds zouden tegenvallen.
Voorzitter, kunt u ermee instemmen om ondernemers al in een vroeg stadium bij de plannen te betrekken? En dan de naam voorzitter. Heerlen-Noord. Je zou zeggen, ja en, als je het hoort. Oftewel kan het nog nietszeggender met alle respect voor die wijk, voor dat stadsdeel. Laten wij om te beginnen een beroep doen op onze fantasie. Een van de eerste stappen om de inwoners van Heerlen-Noord daarbij te betrekken, zou het bedenken van een naam voor het programma kunnen zijn. Schrijf, als het moment daar is, een wedstrijd uit. Maak de winnaar en de naam breed bekend en laat zo langs natuurlijke weg de interesse ontstaan voor het programma. Kortom een win-winsituatie voor gemeente en inwoners, drijvend op het commitment dat wij zo graag nastreven. En in dit kader herinner ik u graag aan een veiligheidsprogramma van Heerlen-Centrum, zo ongeveer twintig jaar geleden bedacht, Operatie Hartslag. Die naam kent iedereen en iedereen weet nog steeds waar het voor staat. Dat was de bijdrage van het CDA. Dank u wel. De voorzitter Ik geef het woord aan de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u voorzitter. De OPH is blij met dit generatieproject. Blij omdat het nodig is. Ook in Heerlen kunnen wij niet toestaan dat de tweedeling alleen maar groter wordt en daarmee de kloof tussen ‘have and have nots’ groeit.
Allemaal kijken wij de afgelopen dagen vol afschuw naar de rellen in ons land, die wat ons betreft ook te maken hebben met kansarmoede, wantrouwen en uitzichtloosheid. Alhoewel het rellen nu nog aan ons voorbijgaat, moeten wij ook reëel zijn. Ook in onze stad kunnen wij te maken krijgen met dit soort afkeurenswaardige ellende. Laat een ding duidelijk zijn voorzitter, waar je woont of welke achtergrond je ook hebt, is op geen enkele wijze een vrijbrief om onze maatschappij de ontregelen. En op geen enkele wijze wijzen wij hier met de vinger naar Noord. Natuurlijk wil niemand dat onze straten in brand staan. Waakzaamheid is geboden voorzitter. En daarom moeten wij investeren in de basis, onze nieuwe generatie. Daar hoort wat onze fractie betreft ook niet alleen bij om geld te pompen in Noord. De hele stad zal zich moeten doorontwikkelen. Wij vragen het college dan ook zorg te dragen voor balans. Balans in onze stad waar iedereen ertoe doet en meegenomen dient te worden in waarden en normen om ook de komende generaties Heerlenaren een leefbare stad te bieden. Een stad waar de woorden fatsoen en respect met hoofdletters geschreven worden en waar mensen zich ook daarnaar gedragen. Positief zijn wij dat de participatie van met name burgers, na een stroeve start, nu goed ingeregeld lijkt te zijn. Wij blijven dit onderdeel natuurlijk kritisch volgen.
Resten mij nog twee concrete vragen naar aanleiding van de
Pagina 22/51 voorliggende roadmap van het project. Vraag 1: wat is de stand van zaken met betrekking tot het maken van afspraken met de diverse stakeholders en dan met name die in het onderwijs? Doen zij allemaal mee? Is er kritiek? Zo ja, hoe gaat u dan om met die kritiek? De andere vraag heeft betrekking op de voortgang. Wij lezen dat een keer per jaar een evaluatie zal plaatsvinden op die voortgang. Gezien het belang van dit megaproject opteert de OPH ervoor om minstens twee keer per jaar de raad te informeren, zodat de volksvertegenwoordigers van Heerlen tijdig informatie krijgen en daar waar nodig op tijd invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de verschillende deelprocessen. Tot zover voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u wel voorzitter. De belangrijkste zin van het collegebesluit is de eerste: om de volgende generatie jongeren in Heerlen-Noord een nieuw perspectief te bieden et cetera. Voor de kinderen van nu moet er dringend een einde komen aan de bovenmatige kinderarmoede en de omstandigheden waarin zij leven. De routekaart in het algemeen is opgesteld in uitbundige tekst, prachtige woorden in ambtelijk proza, maar nog weinig concreet. Zittende partijen vormen de alliantiepartners.
Kunnen zij vernieuwend genoeg, duurzame en klimaatbestendig toekomstplannen maken? Plannen die zo ingrijpend zijn op het leven van onze kinderen, kleinkinderen en verder. In de aanhef staat immers: wij doen het voor de jongeren van de toekomst. Spreken de jongeren van nu mee? Zitten zij aan tafel? Waarom niet? Laat ze meebeslissen, informeer ze. Burgers, waaronder jongeren, zitten nu überhaupt niet aan tafel. Deelname van inwoners in de planning is nodig. Wij willen immers hun dromen en drijfveren kennen. Hoe komen wij op dit punt? Dat is daarbij een belangrijke vraag. Bewoners inschakelen kan op diverse manieren. Zo hoorden wij van de heer Giesbers in de commissie MF over een digitaal community platform. Een andere optie is een burgerberaad instellen. Daar zijn voorbeelden van in het land en er zijn mensen die graag hun kennis willen delen. Luister naar die mensen die reeds begonnen zijn. Doe het samen. Er is nog een punt. Hoe staan wij tegenover de aangrenzende woongebieden die toevallig niet tot Heerlen-Noord behoren, maar in een andere Parkstadgemeente liggen? Ook hier wonen jongeren in exact dezelfde omstandigheden als onze jongeren. De doelgroep die in de energiearmoede valt, heeft op ultrakorte termijn baat bij energiebesparing. Een taak voor welzijnsorganisaties in eerste instantie, lijkt ons.
Soms hebben de mensen niet de rust en de ruimte in hun leven om het advies te snappen of ermee aan de slag te gaan. Maar een goede timing en enige sociale betrokkenheid kan energieadvies helpen bij het bestrijden van energiearmoede om mensen die het moeilijk hebben, te helpen. Voor de leefomgevingskwaliteit willen wij zeker ook aandacht vragen. Die kunnen wij verhogen met ruim voldoende groen per persoon of per huishouden. Dat werkt helend, stimulerend en preventief op gezondheid. Komen of blijven in die wijken de basisvoorzieningen voldoende, zoals buurtcentra of een pinautomaat of een brievenbus, openbaar vervoer, lokale winkeltjes, sportfaciliteiten, een trapveldje et cetera? Daar hou ik het even bij. Dank u. De voorzitter Dank u wel. De heer Daamen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dank u wel. Voorzitter, het zal u verbazen, wij zijn natuurlijk hartstikke blij met het programma HeerlenNoord. Wij moeten af van de stigmatisering van Heerlen. Dit weekend werden wij geconfronteerd met een spelprogramma, gepresenteerd nota bene door een Limburgse, Chantal Janzen, Pyjama Party geheten. Wat werden wij daar weer mooi neergezet als poedelprijs. Wij sluiten aan, voor een groot deel bij de woorden van mevrouw Hendriks, met een opmerking, de inhaalslag moet Heerlen-Noord zijn. Daar hebben wij een inhaalslag te maken.
Dat wil niet zeggen, dat wij alleen maar daarop gefocust moeten zijn. Voor de overige stadsdelen moeten wij natuurlijk ook oog hebben. Maar vooral proberen het achterhalen van de achterstand ten opzichte van overige delen van Heerlen. Maak vooral gebruik van de expertise die aanwezig is bij de huidige werknemers van de gemeente Heerlen. Wij hebben een heleboel onderdelen, zoals wonen, werken enzovoort. Daar hebben wij onze domeinmanagers voor. Laten wij vooral gebruikmaken van hun kennis en expertise op dit gebied. De opmerking van het CDA laten wij een andere programmanaam verzinnen, vind ik een hele goede suggestie. Wij willen ons heel erg graag bij die oproep aansluiten. De opmerking van het OPH voor minimaal twee keer per jaar een terugkoppeling, zou wat ons betreft wel vier keer per jaar mogen. Hoe meer, hoe beter in onze ogen. Wij zijn ook blij met de rol van het politiebureau in Hoensbroek, waardoor er meer blauw op straat komt in het gebied. Daar hebben wij tijdens de algemene beschouwingen uitgebreid naar gerefereerd. Ik zal niet in herhaling vallen. Ook is het fijn dat er nu concrete doelen worden aangegeven en leidende principes. Wij zijn vooral blij met de opmerking nummer 6: wij
Pagina 23/51 betrekken de burgers. Alleen hoe gaan wij deze nou werven? Tot nu toe is er heel veel met instanties en instituties gesproken. Maar hoe gaan wij nou concreet de burger echt daarbij betrekken? Dan hebben wij nog het programmaatje werken. Er wordt ingezet op een vakschool en schuldenaanpak. Dat is prima. Maar de vraag is, hoe gaan wij dat bereiken? Hoe bereiken wij nou de mensen in de bestanden en dan heb ik het over de WSP Werkstad bijvoorbeeld. Gaan wij actief aan de slag in de wijken om deze mensen te activeren? Hoe gaan wij dat concreet doen? Dan heb ik nog een opmerking over wonen. Het valt op dat er gekeken wordt naar een groene, energiezuinige woningvoorraad en verbetering van groenonderhoud. Het is niet de bedoeling dat de gelden van dit traject worden gebruikt om de zaken die wij nu met onze begroting al moeten realiseren, in te vullen. Met andere woorden, worden de gaten gedekt door de gelden uit die project? Of gaan wij echt extra dingen doen, die wij anders niet zouden doen? Tot zover voorzitter. De voorzitter Dank u wel. De heer Butink. De heer Butink, Stadspartij Een van de vorige sprekers was niet trots op Heerlen-Noord. Ik ben wel trots op Heerlen-Noord en zeker op Heksenberg. Wij zijn trots op onze voltallige fractie vanuit Heerlen-Noord. Wij spreken met enige trots over ons wijkgedeelte, ook al ben ik zelf niet meer woonachtig in dat gedeelte.
Ik heb meervoudige vragen gesteld via artikel 33. Zelfs tot tweemaal toe. Die zijn naar tevredenheid beantwoord en heeft ook geleid tot een gesprek met de heer Asscher. Ik kan u zeggen, dat was heel constructief en veel belovend. Ik heb daar ook mijn waardering voor uitgesproken. Dus wat dat betreft kunnen wij ook instemmen met het programma en met de voorgestelde route. Ook fijn dat er een vaklijst wordt aangereikt, omdat er zoveel informatie is, dat het natuurlijk goed is dat er een overzicht komt met vragen en antwoorden. Ik heb een drietal puntjes en die sluiten misschien ook wel aan bij vorige sprekers. Ik wil ze toch benadrukken om daar wat gewicht in de schaal te leggen. Met name de burgerparticipatie baart mij toch wel zorgen. Het is geen kwestie van het in de krant zetten of flyers of folders. Zorg nou voor een behoorlijke communicatiecampagne met de nodige exposure. Met billboards, met grote borden, met plakkaten en dat er ook meervoudige activiteiten zijn. Hoe vaak hoor je niet van, ik wist het niet. Ik heb het niet gehoord. Nogmaals een nadrukkelijke oproep om de burgerparticipatie hoog in het vaandel te hebben. Het tweede is, en dan sluit ik mij aan bij de heer Pauwels, ik denk inderdaad dat het bedrijfsleven op dit moment een marginale rol vervult en die zou ik er zeker in betrekken.
Dus wat betreft een oproep en ik had dat graag toegezegd door het college, dat die een meer prominente rol mogen vervullen. Het derde punt is, goed dat er een vacature programmadirecteur is. Dan kijk ik even naar het feit dat ik die in de Volkskrant heb gelezen en dan wordt er verwezen naar de website. En zie ik een van de elementen, dat is natuurlijk helder, sterke affiniteit met de regio. Dat is natuurlijk een heel rekbaar begrip. Maar ik zou ervoor willen pleiten, met alle respect voor mensen die van buiten de regio komen, ook voor meneer Asscher, zorg dat er een kandidaat vanuit de regio komt. Dus vanuit Heerlen-Noord. Er is genoeg potentie en er is genoeg kwaliteit om dat zelf te doen. En laten wij ook geen mensen wegschuiven op een positie. Zorg nou dat wij een kwalitatief goede kandidaat hebben, uit de regio, dan hoeven wij in ieder geval niet een hele hoop zaken uit te leggen. Dat is mijn derde punt. Ik ga niet op de stoel zitten van de selectiecommissie en ik ben zelf ook niet beschikbaar, maar laat het helder zijn, het zou goed zijn als er een goede kandidaat komt, uit Heerlen-Noord. En dat is mijn vraag. De voorzitter Dank u wel. U werd in de wandelgangen al genoemd, maar ja dat is altijd zo. De heer Verreck. De heer Verreck, PvdA Dank u wel. Het was volgens mij professor dokter Akkermans die genoemd werd en niet de heer Butink.
Meneer de voorzitter, wij hebben een ambitieus plan voor ons liggen voor 25 jaar. Het is van belang dat wij ons heel goed realiseren als raad, dat wij ons hieraan gaan committeren. Want als in maart volgend jaar een andere vorm of andere leden van deze raad er zitten, dat die ook achter dit plan gaan staan. Maar ook over vier jaar en over acht jaar en over twaalf jaar, nog steeds dit plan gaan dragen. Het is niet een gebouw dat wij gaan bouwen, dat wij voor 25 jaar gaan bouwen. Nee, het is een veel groter project en ook soms een veel lastiger te vatten project, wat dus ook meer commitment nodig zal hebben van deze raad, omdat het namelijk niet gefinancierd wordt vanuit bedrijven of zaken, maar vanuit de overheid en door ons gedeeltelijk gefinancierd zal moeten worden. Dus er zal altijd commitment vanuit de raad moeten zijn. Ik denk dat dat heel belangrijk is en dat wij dat ook steeds maar weer moeten blijven bevestigen als raad. En toch vinden wij het jammer. Namelijk als Partij van de Arbeid en daar hebben wij het eerder met elkaar over gehad, vinden wij eigenlijk dat het geen programma Heerlen-Noord had moeten zijn. Het had een
Pagina 24/51 programma voor heel Parkstad moeten zijn. De problemen zoals die in Brunssum-Noord zijn of in Heilust in Kerkrade, die zijn net zo groot als de problemen die in Heerlen-Noord leven. Dus wat ons betreft, vinden wij het toch een gemiste kans dat het geen Parkstad programma geworden is en alleen maar een HeerlenNoord programma is geworden. Wij zijn er wel erg blij mee overigens, dat het een Heerlen-Noord programma is, maar het had groter moeten zijn. Wij hebben het er uitgebreid over gehad in de laatste commissie. Daar heeft ook Lodewijk Asscher uitgebreid antwoord gegeven. Wat mij betreft mag hij ook nog wel elk kwartaal terugkomen om ons in ieder geval als raad goed bij het project te betrekken, maar ook goed geïnformeerd te hebben. Ik heb toch nog een tweetal vragen. Namelijk wat ons nu opgevallen is, is dat in elke commissie antwoordt iemand anders uit het college. Wie is nu de verantwoordelijk projectwethouder of wie is nu aanspreekpunt van het college voor dit project? Dat is gewoon een vraag die wij stellen.
Op welke wijze worden ideeën gefilterd of bekeken door een soort commissie of wie dan ook, die bedrijven die graag willen participeren of deelnemen of ideeën hebben, hoe zij kunnen deelnemen aan het project? Hoe worden die gefilterd? Ik hoor nu van bedrijven terug dat als zij een gesprek hebben met iemand, die zegt van dat is helemaal niks, terwijl er misschien wel hele goede ideeën zijn. Maar iemand persoonlijk vindt het niks en daardoor worden zij afgeserveerd. Ik zou het zonde vinden als het zo is en in die zin zou ik wel graag willen weten hoe wij daarmee omgaan, ook naar de projectorganisatie toe. Ik vind het goed dat ook de heer Asscher het idee overneemt om te zeggen wij moeten iets van een e-mailadres hebben, wij moeten iets van een telefoonnummer hebben waar mensen zich kunnen melden die ideeën hebben en niet via Google moeten gaan zoeken naar hoe kom ik in contact met meneer Asscher om daar over mijn idee in gesprek te kunnen gaan. Dat moet anders en beter georganiseerd worden. Maar ik mag ervan uitgaan als die projectorganisatie in de loop van de komende maanden gaat staan, dat ook opgelost wordt. Maar ook de winstwaarschuwing, die hebben ook een aantal voorgangers al gemaakt en ook in de commissievergadering gezegd van, er moet een plan B komen. Wij gaan ervan uit dat deze regering, de nieuw te vormen regering, hiermee akkoord gaat.
In ieder geval de komende vier jaar en daarmee ons de 180 miljoen euro die wij gevraagd hebben als richtbedrag voor de komende vier jaar, ook ter beschikking gaan stellen. Maar wij moeten ook nadenken over wat gebeurt er of wat gaan wij doen als dat bedrag er niet komt? Wat gaan wij uit het project halen en wat gaan wij niet uit het project halen? Ik denk dat er een soort basisproject moet liggen wat je ook als gemeente zelf kunt financieren en wat is het project B wat je als Rijk moet gaan financieren? Ik denk dat het goed is om erover na te denken. Misschien is er al over nagedacht. Dat weet ik niet. Maar het is wel goed om dat in ieder geval steeds te benadrukken. Dit project is zo afhankelijk van andere financiering, want als gemeente zelf kunnen wij dat niet betalen. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Dank u wel meneer de voorzitter. Het karakter van onze stad wordt gevormd door de mensen uit al onze stadsdelen. Daar waar velen spreken van een stad ten zuiden van het spoor en een stad ten noorden van het spoor, wil de VVD benadrukken dat de stad door haar inwoners wordt gemaakt. Elk stadsdeel heeft haar uitdagingen, kansen en bedreigingen. Maar wij kunnen al jaren niet ontkennen, dat de uitdagingen in Heerlen-Noord van een andere orde zijn dan in zuid. En uitdagingen gaan wij in Heerlen niet uit de weg.
Wij kijken niet weg, wij pakken ze op. Door de breedte op te zoeken, hebben wij partners gevonden waarmee een brede alliantie is gevormd. Partners met de filterende plus om de komende jaren, sterker nog een komende generatie, 25 jaar lang samen te werken aan een structurele verbetering op de leefgebieden leren, werken, gezondheid, wonen en veiligheid. Meneer de voorzitter, een fantastische uitdaging, maar succes is er pas als wij vasthouden aan hetgeen wat wij nu afspreken. De routekaart is daarin een goed koersdocument met vele goede voornemens van nul meten, naar plannen, naar uitvoeren, naar monitoren, informeren. Noem het maar op. Wij zijn ook al begonnen, getuige de Bovengrondse Vakschool. Hier verwachten wij veel van. Zo ook de verlengde schooldag. Weerstand van ouders werd al snel omgebogen, omdat het belang overduidelijk is. Maar meneer de voorzitter, hoe vaak gebeurt het niet dat wij enthousiast starten, maar dat gedurende de tijd de aandacht wegvalt? Een valkuil voor elk project. Het succes van Heerlen-Noord zal in volhouden moeten zitten. Ondanks dat de Rijksbijdrage nog niet zeker is, is er wel al een succes en dat is aandacht, aandacht, aandacht. Het is dan ook van buitengewoon belang om de lobby krachtig door te blijven zetten, zodat het Rijk langdurig doorpakt. Meneer de voorzitter, iets moet ons nog van het hart. Dat is de samenstelling van de alliantie.
Heel veel overheid en semioverheid en bij bedrijfsleven staat: nog in te vullen. De bril van het bedrijfsleven is wezenlijk in het proces. Maar bij de alliantieleden staat ook zo goed als geen bedrijfsleven genoemd. Hoe kan dat? Moeten wij daar nog een tandje bijzetten? Is het college bijvoorbeeld bereid om met de belangenorganisaties MKB Limburg, de
Pagina 25/51 Limburgse Werkgeversvereniging, het ABP en misschien niet in de laatste plaats zelfs met DSM in gesprek te gaan over Heerlen-Noord? Meneer de voorzitter, mocht het nog niet duidelijk zijn, de VVD gaat uiteraard instemmen met de routekaart Heerlen-Noord. Wij zijn echter nog benieuwd naar de antwoorden van het college rondom de participatie van het bedrijfsleven. Dank u wel. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. Voordat wij vooruitkijken, kijken wij ook eens terug en dan kijk ik onder andere naar de kracht en de pracht wijken MSP, waar jarenlang flink in geïnvesteerd is. Wat zijn de resultaten daarvan en welke leerpunten hebben wij uit de hele gang van zaken kunnen trekken? Ik heb een hele tijd geleden hier al eens verteld en gezegd dat is een basis om van te leren en op verder te bouwen.
En als je dan zaterdag in de krant leest en het stond ook in het Limburgs Dagblad meneer Butink, dat er gezocht werd naar een manager van dit programma, iemand op schaal nummer zestien, geloof ik, ik weet niet wat het allemaal inhoudt, maar dat zal waarschijnlijk een flinke bom met duiten zijn, dan denk ik het moet niet zo zijn en voorgaande sprekers zeiden dat ook al, dat er straks een enorm iets opgetuigd wordt waar heel veel mensen een goede baan aan vinden, maar die mensen waar het om gaat, die wij graag willen helpen en ondersteunen, het gedeelte van de stad waar het om gaat dat wij vooruit willen helpen, daar dan vervolgens niet genoeg vruchten van plukken. Dat moet je wel goed voor ogen houden. Want de investering die hier gedaan wordt, die moet niet in lonen worden omgezet, maar vooral veel in daden en in verbetering. En dan de winstwaarschuwing die wij niet meer dan genoeg kunnen uiten en kunnen delen met iedereen. Wat er letterlijk staat onder punt 1.1 bij de tegenargumenten en risico’s: de haalbaarheid van de ambitie is afhankelijk van het commitment en de financiën van het Rijk. Hier is op dit moment nog geen zekerheid over. Meerderen hebben dit al aangehaald. Dat is duidelijk. Desondanks is er een vacature uitgeschreven voor een directeur. Zijn er andere zaken bekeken.
Wat ik dan hoor uit de stad is van, leuk dat jullie een landelijk bekend politicus of oud-politicus naar Heerlen halen om naar de stad te laten kijken, maar die ambtenaren die rondlopen in Heerlen-Noord, wisten die niet allang wat er allemaal aan de hand is? Zouden die niet met zijn allen op een A4’tje kunnen schrijven wat uiteindelijk door meneer Asscher is opgeschreven? Die mensen hebben toch ook jarenlang bij ons in de wijk gewerkt en dingen gedaan. Die moeten toch precies weten wat er aan de hand is? Dat is de reactie die ik krijg uit de stad. In dit geval uit Heerlen-Noord. Als je dan zegt, zoals voorgaande sprekers ook zeiden, van kommer en kwel in Heerlen-Noord, dan verwijs ik naar onze bijdrage in de algemene beschouwingen, gelukkig gaan er ook heel veel dingen goed. Natuurlijk kunnen er zaken beter, maar er gaan ook heel veel dingen goed. Het is niet alleen kommer en kwel in Heerlen-Noord. Net zo goed als dat het niet alleen hosanna is in HeerlenZuid. Al diegenen die in deze termijn hebben aangegeven vanuit hun fractie, de problemen moeten wij aanpakken waar die dan ook zijn in onze stad, ik denk dat dat de lijn is. Dat het misschien ietsje meer moet in Heerlen-Noord, dan is dat helaas zo, maar dat betekent dat wij in de rest van de stad zeker niet mogen of moeten wegkijken. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan wethouder De Beer.
Wethouder De Beer Ik heb te dikke vingers voor iBabs. Vingers uit Heerlen-Noord. Kan even duren. Heel veel gezegd, ik denk ook zeer terecht, over Heerlen-Noord. Mevrouw Hendriks bracht een heel mooi betoog over Heerlen-Noord, waarin zij ook een heel duidelijk beeld schetste, namelijk dat Heerlen-Noord een intensieve aanpak verdient. Niet alleen vanuit de gemeente, maar vanuit een brede maatschappelijke alliantie, maar zeker ook vanuit het Rijk. Dat kwam ook uit alle bijdragen naar voren. Dat is ook echt nodig vanwege de diepte van de problematiek, de aard van de problematiek dat wij ook met zijn allen hebben geconcludeerd van, als wij dit tij willen keren, dan hebben wij ook echt de commitment van het Rijk heel hard nodig. Ik ga door de vragen heen, want ik denk dat er heel veel vragen zijn gesteld en ik kan mij ook voorstellen dat er nog wel behoefte is aan een tweede termijn. Kan het college bevestigen dat het Rijksprogramma er niet toe moet leiden dat de gemeente achterover gaat leunen of zeg maar tandjes gaat afschakelen, maar dat wij juist ook in het belang van de hele stad onze schouders eronder moeten blijven zetten? Dat kunnen wij bevestigen. Ook op het sociaal beleid heeft u heel concreet gevraagd van, is het college het met ons eens, dat er niet op bezuinigd mag worden? Dit college is het er in ieder geval zeer mee eens.
Kan het college bevestigen dat het Rijksprogramma zich op de lange termijn moet richten en niet op de korte termijn, dagelijkse problematiek? Ook daar zijn wij het helemaal mee eens. Juist om dat hogere doel op het netvlies te houden, moeten wij ons daar voortdurend ook aan proberen op te trekken. Dat neemt niet weg, dat wij natuurlijk ook de dagelijkse zaken gewoon moeten blijven oppakken in het belang van onze inwoners. Dat
Pagina 26/51 doen wij vanuit onze reguliere taken. Maar de taken die wij erbij nemen, waar wij op willen intensiveren, juist in het belang van het totale programma, dat moeten wij met zijn allen doen vanuit die samenwerking in de alliantie. Gaat het college er alles aan doen, op het moment dat het Rijk niet over de brug zou komen of voorlopig niet over de brug zou komen met geld, om dan te zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden? Ja, dat gaan wij zeker doen. Wij gaan er ook vanuit en daar heeft het Rijk zich tot nu toe ook wel van gekweten, dat wij ook tussentijds gelegenheid krijgen om in te tekenen op financieringsmogelijkheden, denk aan het volkshuisvestingsfond van het Rijk, op andere mogelijkheden op het gebied van scholing, op het gebied van de arbeidsmarkt. Maar wij willen natuurlijk wel zekerheid. Wij willen niet de hele tijd afhankelijk zijn van individuele potjes of incidentele middelen die in keer, zoals dat dan zo mooi heet uit de boom vallen in Den Haag. Wij willen gaan voor een lange termijn programma en dat vergt op zijn minst ook een financiering voor de komende vier tot zes jaar. Dat is de eerste stap die de nieuwe regering of nieuwe Rijkscoalitie zou moeten maken. De heer Pauwels vraagt welke strategie gaan wij volgen als er geen Rijksgeld komt? Dat is in ieder geval de strategie om te zorgen dat wij goede plannen hebben.
Dat wij ons goed georganiseerd hebben in de stad en in de regio en dat wij op basis van de coalitie of alliantie die wij dan samen vormen, optrekken naar Den Haag, richting Provincie, maar ook bijvoorbeeld richting Brussel om te kijken of wij die goede plannen dan op een andere manier gefinancierd kunnen krijgen. Er is heel veel enthousiasme. Heel veel energie komt er los om te praten over Heerlen-Noord en overal ook om daar plannen op te organiseren, te bedenken en die energie willen wij ook niet loslaten. Dus je merkt bij heel veel partijen, of dat nou gaat over de Bovengrondse Vakschool of over andere initiatieven, er zit zoveel geloof en energie achter, dat wil niemand loslaten. Dus ook als het Rijk de komende weken zou zeggen, wij moeten nog even kijken zus en zo, hebben wij gezegd wij gaan aan de slag. Wij laten zien dat wij het kunnen. Dat wij er klaar voor zijn en jullie moeten straks ook leveren. Jullie in Den Haag, moeten de financiële middelen leveren om ons de wind onder de vleugels te geven om die ambities ook waar te maken. Bent u bereid om senioren ook te betrekken in het programma, bijvoorbeeld met betrekking tot burgerbetrokkenheid of anderszins? Zeker. Wij zijn ons heel erg bewust dat er ook heel veel kennis zit en expertise van het gebied.
Bijvoorbeeld bij de aanhaking op verschillende projecten wordt ook gekeken hoe kunnen wij bepaalde competenties, expertise goed koppelen? Denk aan de Bovengrondse Vakschool waar ook werd gezegd van, als er mensen of senioren met bepaalde ambachten of vakcompetenties zijn, dan kunnen zij die misschien wel heel goed inzetten ten behoeve van zo’n project. Je bekijkt dat voor een deel op projectbasis en voor een deel ook generiek over het programma als het gaat over burgerbetrokkenheid. Het bedrijfsleven is een aantal keren teruggekomen. De heer Pauwels en ook de heer Van den Berg hebben daar opmerkingen over gemaakt. Zeker gaan wij ondernemers ook in het gebied actiever betrekken. Wat wij merken in de contacten tot nu toe, is dat er ook veel meer behoefte bestaat op projectniveau of op programmalijnniveau. Dan heb je het dus meer over werk en over economie, omdat dat veel meer aanhaakt eigenlijk bij de dagelijkse problematiek en behoefte van het bedrijfsleven. Hoe vind ik goede medewerkers, is bijvoorbeeld een vraag. Of hoe kan ik een bijdrage leveren om jongeren uit de wijk een goede stap op de arbeidsmarkt of een goede beroepsoriëntatie te geven? Dat zijn vragen waar ondernemers veel concreter mee aan de slag kunnen gaan. Of iets minder concreet, iets mee kunnen met discussies bij wijze van spreken tussen welzijnsinstellingen en de gemeente.
Dat merken wij ook in het alliantieoverleg, dat ondernemers zeggen, wij willen eigenlijk veel meer inhoudelijk en concreter betrokken zijn en niet zozeer tussen de discussies van de overheids- of semioverheidsorganisaties. Dus dat gaan wij verder invullen. Natuurlijk gaan wij daar ook het gesprek aan met LWV, MKB en met andere ondernemerspartijen, clubs in Heerlen en specifiek ook in Heerlen-Noord. De naam van het programma Heerlen-Noord is wel een gevestigd begrip inmiddels. Dus dat moeten wij in ieder geval in deze fase nu even niet loslaten, omdat het een onderdeel in de lobby richting Den Haag en breder. Dus het draait mee in de carrousel van zestien stedelijke vernieuwingsgebieden. Je merkt dat Heerlen-Noord net zoals Rotterdam-Zuid en andere daarin een begrip is. Dus als wij dat doen, moeten wij daar goed over nadenken In welke fase doen wij dat dan en wie doet dat dan? Want wij zijn als gemeente geen eigenaar van het programma. Dat is dadelijk de hele alliantie en het programmabureau. Dus wij staan er zeker voor open om daar verder over mee te denken, maar dan moeten wij wel goed nadenken zodat wij de timing goed hebben en ook daar een bewuste keuze in maken. De heer De Groot, zorgdragen voor balans als het gaat over waarden en normen, fatsoen en respect in onze stad, ook over het spoor heen, zal ik maar zeggen. Daar kunnen wij het alleen maar hartgrondig mee eens zijn.
Ik denk ook dat het goed is, dat je als gemeente sowieso staat voor de hele stad en niet alleen voor delen van de stad, om dat ook over de hele stad zo sterk mogelijk uit te dragen. De betrokkenheid van de partners, bijvoorbeeld vanuit het onderwijs. In het alliantieoverleg zit een aantal partners namens een bepaalde achterban. Dus in het alliantieoverleg zit een vertegenwoordiger van het PO, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Wij kijken ook naar de toekomst toe in de vormgeving van het alliantieoverleg of daar ook andere onderwijsvormen bij betrokken moeten worden. De twee vertegenwoordigers die daar zitten, zitten daar namens hun achterban
Pagina 27/51 en zij hebben dus ook het contact met de andere onderwijsinstellingen en ook met de afzonderlijke scholen. Dus zij zitten daar namens koepels. Zij koppelen dat ook terug naar hun schooldirecteuren. De voorzitter De heer De Groot bij interruptie. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Dank voor die toelichting wethouder. Maar de vraag die ik gesteld heb, is of met name die vertegenwoordigers die dus het primair- en voortgezet onderwijs vertegenwoordigen, dan ook de input krijgen? Heeft u een beeld van de mensen die zij vertegenwoordigen? En of daar inderdaad voldoende participatiebereidheid is? Of dat daar toch de nodige kritische geluiden op komen? Zo ja, hoe wordt daarmee omgegaan? Wethouder De Beer Tot nu toe hebben wij vaak gesproken over de hoofdlijnen van het programma. Dus wat staan wij nou voor als het gaat over onderwijsprestaties? Welke indicatoren hanteren wij daarvoor? Wat is nou de doelstelling waar je gezamenlijk naartoe beweegt? Dat moeten wij uiteindelijk natuurlijk concreet gaan maken. Daar hebben de vertegenwoordigers van het onderwijs ook van gezegd, wij willen wel intensiever met onze achterban daarover door gaan praten, omdat uiteindelijk de uitvoering natuurlijk ligt bij bijvoorbeeld een individuele schooldirecteur. Die moet dat uiteindelijk wel in de praktijk gaan brengen met zijn team.
Dat is natuurlijk wel de kunst van de samenwerking. Dat je niet alleen maar blijft praten op hoog over niveau in een soort alliantieoverleg, maar dat je uiteindelijk ook die instellingen weet te bewegen om dat in hun hele organisatie verder uit te rollen. Hoe dat precies dan zit in die verhouding tussen die koepelbestuurder en die schooldirecteur, dat kan ik op die individuele schooldirecteurniveaus niet zeggen. Maar er is wel aangegeven door de vertegenwoordigers dat zij de komende tijd meer gaan investeren in het uitleggen en het uitrollen van die aanpak die wij voorstaan in Heerlen-Noord, omdat zij daar ook wel verder vragen over krijgen. De voorzitter Nog een interruptie van de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Dat is ook heel begrijpelijk en zo hoort het ook, denk ik. Alleen wat ik mij dan afvraag. Wij zitten nu dus bijna in december. In januari gaat, tenminste volgens de routeplanning, het project lopen. Betekent dat dan dat de afspraken met scholen gefaseerd ingevoerd gaan worden? Of hoe moet ik dat zien? Wethouder De Beer Per programmalijn komt er een uitwerking van de ambities. Dus als het gaat bijvoorbeeld over onderwijs, dan zijn bepaalde ambities geformuleerd en indicatoren daarbij benoemd. Het onderwijs zelf is ook uitgedaagd om daar nu met vervolgplannen te komen, hoe zij dat denken te gaan doen.
Dus zij hebben een vertegenwoordiger naar voren geschoven, die deelneemt in de werkgroep noemen wij dat, dat is een soort voorloper van het programmabureau, die met de achterban, dus de onderwijsinstellingen aan de slag gaat om een verdere uitwerking te geven van die ambitie. Dus zij zitten zelf ook mee aan het stuur. Zij moeten de input leveren hoe zij dat denken te gaan doen. Overigens is het niet zo dat wij vanaf januari meteen full-dressed het hele programma aan het draaien hebben. Er zal een aantal scholen, daar zijn wij al mee begonnen, een verlengde schooldag invoeren. Dat is een concept wat gaandeweg kan worden uitgerold, mits er overheidsfinanciering komt. Zit ik weer met mijn dikke vingers. Even kijken. De heer De Groot maakte ook de opmerking over een evaluatie een keer per jaar dat is te weinig. Wij hebben het er in de commissievergadering ook over gehad. Evalueren kun je denk ik beter een keer per jaar doen, in de zin van dat je het systematisch doet. Maar u zei, je moet minstens twee keer per jaar een goede terugkoppeling geven naar de raad. Wij hebben het er in de commissie over gehad dat wij dat liever nog iets vaker doen. Vier keer per jaar. Dan wel zo vaak als nodig. Dus als wij iets wezenlijks te melden hebben, dan gaan wij zeker terug naar uw commissie of naar de raad als geheel, in een andere vorm.
Mevrouw Géron vroeg van kunnen de alliantiepartners voldoende vernieuwend genoeg denken om plannen te maken voor de toekomst? Het zijn partijen die met de poten in de klei staan, om het zo maar even populair uit te drukken. Dus die zich heel erg bewust zijn van de problemen die leven in Heerlen-Noord, maar ook de uitdaging, de ambities, de kansen die leven in het gebied en de elkaar vooral opzoeken op die vlakken waar zij afzonderlijk niet het verschil kunnen maken. Dus vaak hebben wij het over vraagstukken die soms zo hardnekkig zijn, dat zowel het onderwijs moet bewegen, als de politie, als de gemeente, als een
Pagina 28/51 woningcorporatie en alle andere partijen daaromheen. Je merkt dat gesprekken op gang brengen, dat heeft in het begin nog even geduurd, maar dat gaat steeds beter. Die partijen komen ook met nieuwe initiatieven, nieuwe ideeën om die problemen aan te pakken. Ik snap wel wat mevrouw Géron bedoelt. Want u kijkt met name ook specifiek naar de wat verdere toekomst als het gaat ook over duurzaamheid et cetera. Ook dat is onderdeel van het geheel. Want zeker in de fysieke plannen die verder worden uitgewerkt, speelt duurzaamheid een hele belangrijke rol. Spreken jongeren ook mee? Zijn die ook vertegenwoordigd? In de commissievergadering is het uitgebreid gegaan over burgerbetrokkenheid. Ook naar aanleiding van de insprekers, die overigens allen hebben aangegeven, dat zij voldoende vertrouwen hebben dat wij dit proces nu gezamenlijk vorm kunnen geven. Er zal ook specifiek worden gekeken hoe je jongeren kunt betrekken bij het programma. Hoe kijken wij naar de aanpalende woonwijken, ook over de gemeentegrens? Is ook een beetje een reactie in de richting van de heer Verreck, die zegt van, liever hadden wij gezien een programma op Parkstad niveau. Wij hebben altijd gezegd van wij schaken op meerdere borden.
Dus als het gaat over Heerlen-Noord, draaien wij mee in de lobby van de zestien stedelijke vernieuwingsgebieden, samen met Amsterdam, Rotterdam-Zuid, Breda, Tilburg, nou noem ze alle zestien maar op. Dat neemt niet weg, dat wij terugschakelen in onze samenwerking of ambities ten aanzien van Parkstad. Daar lobbyen wij ook mee, maar dat is dan in het kader van krimpgebieden en de grensgebieden, zoals dat dan zo mooi heet. Ook daar is de inzet om extra geld te krijgen van het Rijk. Dat zal weliswaar een iets andere dimensie hebben, maar de geluiden die wij tot nu toe vanuit het ministerie hebben gekregen, zijn dat er zowel wordt ingezet op die zestien stedelijke vernieuwingsgebieden, ik kijk de burgemeester even aan, als de vijf krimpen grensregio’s. Dus wat ons betreft, is het en, en. En er komt nog de dimensie van Zuid-Limburg bovenop als het gaat over NOVI en bijvoorbeeld de verduurzaming van Chemelot, het bestendigen van de werkgelegenheid op een duurzame manier voor Zuid-Limburg. De voorzitter De heer Verreck bij interruptie. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Dank u wel meneer de voorzitter. Helder verhaal meneer de wethouder. Dit project Heerlen-Noord behelst meer dan alleen maar geld. Er zit een filosofie achter. En er zit een bepaald doel achter.
Als je dat naar Parkstad niveau zou kunnen tillen, zou dat alleen maar mooi zijn, want dan haal je meteen namelijk dezelfde filosofie en hetzelfde doel. Want die problemen van Brunssum-Noord en Kerkrade Heilust en verzin ze allemaal maar, die andere wijken, zijn hetzelfde. Waarvoor wij moeten waken, is dat wij in HeerlenNoord A doen, omdat wij daar deelnemen aan een project en in de rest van Parkstad iets anders gaan doen, omdat wij niet deelnemen aan het project. Daar moet je voor waken, want dan krijg je op een gegeven moment, dat je aan de ene kant van de grens bijvoorbeeld in Heerlen, wel kunt deelnemen aan een project, maar woon je honderd meter verderop en je woont opeens in Brunssum, dan kun jij niet meer deelnemen aan een project, omdat je namelijk in Brunssum woont. En daarvoor denk ik, wij moeten ervoor opletten dat wij daar een soort scheiding krijgen en dat je veel meer gaat samenwerken in die projecten, om dan veel meer naar een eenheid te komen in Parkstad en daarnaar te kijken, in plaats van alleen maar dan daar krijgen zij ook misschien wel geld voor een ander project. Daar zit veel meer de draai in dan, goed dat wij geld krijgen. Goed dat de andere gemeenten ook geld krijgen. Maar kijk ook naar hoe je de projecten dan over kunt zetten naar de andere wijken. Hoe je dat samen kunt doen. De voorzitter Op dit punt ook een interruptie van mevrouw Géron.
Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Dank u. Kunnen wij het zo zien voorzitter, dat Heerlen-Noord een motor is die het geheel aanzwengelt en dat wij die ervaringen meteen kunnen overzetten naar een beetje het Parkstad-gebied? Zie ik dat goed? Wethouder De Beer Ja. Ik had inderdaad net gereageerd van wat de financiële dimensies zijn. Hoe wij daarnaar kijken en ook in het kader van de lobby. Maar het is helemaal waar wat u zegt, van wij zien ook dat wij nu intensiever samen gaan werken met de partners. En die partners, noem bijvoorbeeld CZ als voorbeeld, die werken in Parkstad en in Zuid-Limburg. Die nemen allemaal de goede voorbeelden en de projecten die wij dadelijk samen gaan uitwerken in het kader van Heerlen-Noord, ook wel mee over de grens van Heerlen-Noord. Wij werken ook in Parkstad dermate intensief samen, dat er ons veel aan gelegen is, dat die goede voorbeelden ook naar andere gemeenten kunnen worden uitgerold. Maar andersom geldt trouwens ook. Want wij hebben projecten gedaan in het kader van de regiodeal. Ook daar zit een hele duidelijke
Pagina 29/51 sociaaleconomische component, resulterend in de bestuurscommissie Sociaal Economische Structuurversterking. Dus er kan ook een aantal projecten juist van buiten Heerlen-Noord, bijvoorbeeld van Parkstad geïmplementeerd worden in Heerlen-Noord. Dus die wisselwerking die moet gaandeweg wel op gang komen. Dat kan, omdat de partners die aan tafel zitten, buiten het gebied Heerlen-Noord heel actief zijn. De voorzitter Tweede interruptie van de heer Verreck op dit punt. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Dank u wel. Ik hoor de wethouder eigenlijk alleen maar argumenten aanleveren welke pleiten voor een Parkstad aanpak, in plaats van alleen een Heerlen-Noord aanpak. Maar goed, het is wat het is. Ik moet eigenlijk constateren dat het hebben van gemeentegrenzen eigenlijk alleen maar belemmerend werkt voor deze projecten, dan het ten voordele werkt, omdat alle partners waarmee wij samenwerken, u noemt zelf CZ, maar kijk naar MOVARE, kijk naar INNOVO, kijk naar Weller, zijn allemaal organisaties die op een schaal van Parkstad niveau werken of veel groter, dan alleen maar op Heerlen-Noord-niveau. Dus eigenlijk kunnen wij met elkaar constateren en ik ben benieuwd of de wethouder het met mij eens is, dat die gemeentegrenzen eerder belemmerend werken, dan oplossend werken. Wethouder De Beer Ja, dat ben ik alleen maar met u eens.
Wat de kracht van dit programma ook kan zijn en dat is ook waarom het Rijk juist insteekt op dit gebied Heerlen-Noord, is dat je te maken hebt met een gemeente en dan een palet aan maatschappelijke partners. Als je kiest voor meerdere gemeenten en ook nog een keer voor de dimensie van meerdere maatschappelijke partners, dan krijg je een veel ingewikkelder palet om te komen tot een intensief uitvoeringsprogramma. Dus dat is de reden waarom het Rijk nu zegt, wij beginnen met Heerlen-Noord, maar wel ook vanuit de intentie dat de goede voorbeelden en dergelijke ook ten dienste kunnen staan voor de rest van Parkstad. Even kijken. Dan de vraag van mevrouw Géron kunnen de basisvoorzieningen in de buurten voldoende overeind blijven of komen die voldoende tot hun recht? Daar is volgens mij in de laatste algemene beschouwing hevig over gediscussieerd. Dat blijven wij natuurlijk ook met elkaar doen om te kijken als wij dan ten dienste van die buurten het goede proberen te organiseren, welke voorzieningen horen daar dan bij en hoe houden wij die zo goed mogelijk overeind? De heer Daamen die had het over de suggestie voor het programma. Daarop heb ik net gereageerd. De regelmatige terugkoppeling ook. Dus in principe vier keer per jaar proberen wij vast in te plannen en als er iets belangrijks te melden is, dan komen wij snel naar u toe.
Hoe gaan wij die burgers nou werkelijk verder betrekken? Dat doen wij dus op verschillende niveaus. Op het niveau van de projecten. Op het niveau van de programmalijnen. En op het niveau van de alliantie als geheel. Daar komen wij ook nog met een verdere uitwerking van hoe het programmabureau daar straks mee aan de slag gaat, waar overigens ook inmiddels mensen in de werkgroep meedraaien, die juist op dit onderwerp hun expertise of hun sporen hebben verdiend. Ook een heel belangrijke vraag is van hoe raken wij dadelijk de mensen in de wijken bijvoorbeeld als het gaat over het thema werken. Dat is een hele goede en uitdagende vraag, want hoe ga je bijvoorbeeld dadelijk kandidaten werven voor de Bovengrondse Vakschool, om maar eens een voorbeeld te noemen? Dat proberen wij juist op een wat innovatievere manier te doen door de samenwerking ook te zoeken met verenigingen in de buurt, met sociale welzijnsinstellingen die in de buurt actief zijn. Dus niet alleen maar traditioneel via de lijn sociale dienst, u krijgt een uitkering, dus u krijgt een brief, dus u meldt zich maandag bij de Bovengrondse Vakschool. Wij proberen juist mensen op een veel enthousiasmerende manier te raken om mee te doen in dat geheel.
En u had nog een opmerking volgens mij over groenonderhoud en duurzaamheid, dus juist ook om te zorgen dat de kwaliteit en het niveau op orde blijft of in ieder geval op orde wordt gebracht. De heer Butink had het over de burgerparticipatie. Daar hebben wij het over gehad. De frequently asked questions, de suggestie van de heer Butink om belangrijke vragen die leven rondom het programma om die ook helder en eenduidig te communiceren, dat gaan wij ook doen. Die suggestie hebben wij ook overgenomen in het gesprek wat wij hebben gehad. En u doet de oproep van zorg dat zo’n programmadirecteur gewoon uit de regio komt. Er is een aantal belangrijke elementen natuurlijk in dat profiel. Er wordt zeker naar gekeken, maar wij zijn natuurlijk afhankelijk van kandidaten die solliciteren en die profielelementen worden uiteindelijk door de commissie tegen elkaar afgewogen. De heer Verreck vraagt wie is nou de verantwoordelijk projectwethouder. Als u het weet, mag u het zeggen. Maar wij zien het niet als een project. Vaak wordt er gesproken over Heerlen-Noord als project. Het is geen project. Het is een enorme verzameling van ambities, gericht om in 25 jaar dat hele gebied naar voren te duwen. Met andere woorden het is op zijn minst een programma. Maar het is zo breed, dat eigenlijk alle collegeleden daar intensief bij betrokken zijn.
Sommigen iets meer in een coördinerende rol, zodanig dat wij elkaar
Pagina 30/51 kunnen vervangen op alle belangrijke vergaderingen, alliantie-overleggen et cetera. De burgemeester is voorzitter van het alliantie-overleg. De heer Clemens en ik zitten dan ook in het alliantie-overleg. De intensiviteit wordt natuurlijk steeds verder opgevoerd. Met andere woorden dat er ook steeds vaker een beroep moet worden gedaan van wie springt in voor wie? Omdat wij allemaal zo intensief betrokken zijn, lukt dat gelukkig. Wij vinden het allemaal heel erg belangrijk. Dus in principe mag u ons allemaal aanspreken, maar de burgemeester is voorzitter van het alliantie-overleg. Even kijken. U vroeg ook nog door wie worden ideeën bekeken of gefilterd? Op dit moment is de werkgroep ervoor aangesteld om die ambities vanuit die programmalijnen concreter te gaan maken. Daar wordt in principe naar verwezen. Natuurlijk is straks het programmabureau aan zet om te kijken passen bepaalde ideeën en initiatieven in het licht van die ambities voor Heerlen-Noord? Wij zijn het wel met u eens als u zegt van zorg ook voor een telefoonnummer, een e-mailadres, zodat mensen weten waar zij zich moeten melden. Volgens mij heeft collega Keulen daar de vorige keer op gereageerd. Dat gaan wij organiseren. Moet er een plan B komen? Wij hebben nu geen plan B, omdat wij gewoon volledig 100 procent, 200 procent willen inzetten op financiering vanuit het Rijk.
Vanuit het huidige kabinet, althans het toekomstige kabinet moet het in het regeerakkoord landen. Daar houden wij de andere vijftien gemeenten ook stevig vast. Die lobby zit er continu op. Dat is ook echt de meerwaarde van Lodewijk Asscher natuurlijk in dit geheel. Hij kent het slaan van de zweep in Den Haag. Hij kent de lijnen naar Den Haag, de mensen in Den Haag. Dat is echt iets anders en ik kijk ook meteen naar de heer Leers, dan wanneer je een ambtenaar vraagt om even op te schrijven van wat er aan problemen in Heerlen-Noord zitten. Want het punt is nu net dat Heerlen-Noord is niet het programma van de gemeente. Het is geen verzameling van problemen waar wij als gemeente tegenaan lopen. Het is een programma van een heel breed palet aan alliantiepartners, waarmee wij samen dus het verschil willen gaan maken in dat gebied. Daar heb je bij tijd en wijle mensen voor nodig die ook op dat moment het verschil kunnen maken, bijvoorbeeld in Den Haag. De voorzitter De heer Leers bij interruptie. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder had het over alliantiepartners. Alliantiepartners actief in dat gebied waar onze ambtenaren wel of geen contact mee hebben? Of zie ik dat dan helemaal verkeerd? Wethouder De Beer Jazeker. Alleen het punt is dat veel problemen in het verleden, wat ik dan maar even noem, sectoraal werden bekeken.
Er zijn ambtenaren die hebben contact met de woningcorporatie en dan gaat het bijvoorbeeld over verouderde woningen. Vanuit veiligheid wordt er gekeken naar veiligheidsvraagstukken. Vanuit onderwijs wordt ernaar gekeken. Dan heb je al die verzamelingen bij elkaar. De kunst van het alliantie-overleg en van het hele programma is om te kijken of je gezamenlijk doorbraken kunt forceren, waarbij je zegt misschien moeten sommige oplossingen juist komen van de woningcorporatie. En weer een stukje van de puzzel van de politie. En weer een stukje van de puzzel van het onderwijs. En weer een stukje van de puzzel van die andere. Dat je dus op een andere manier tot samenwerking geraakt, dan wanneer je het allemaal afzonderlijk vanuit je eigen discipline gaat bekijken. De voorzitter Nog een interruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, gebiedsgericht werken dat doen wij hier al jarenlang, maar dat doen wij toch ook gewoon integraal? Precies op de manier zoals u nu stelt. Als ik dat zo bekijk, dan hoor ik hier eigenlijk weinig nieuws. Wethouder De Beer Ja, als u zegt gebiedsgericht werken. Maar de vraag is dan met welk ambitieniveau? Als je zegt wij willen de volgende generatie een ander perspectief bieden, zowel in termen van hogere onderwijsprestaties, hogere arbeidsparticipatie, een betere woonomgeving et cetera, et cetera.