Cityplan Heerlen_vastgesteld_1_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Vormvrije m.e.r.-beoordeli.pdf
Tekst van het document
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’
2
1. Inleiding De vigerende bestemmingsplannen 'City Oost', ‘City West’ en ‘Het Loon’ zijn respectievelijk op 2 juli 1996, 12 januari 1993 en 1 oktober 1996 vastgesteld. Daarnaast gelden nog enkele andere bestemmingsplannen voor een aantal kleine restgebieden, die zijn vastgesteld in de periode 1976 tot 2006. Gezien de actualiseringsplicht uit de Wet ruimtelijk ordening en het overgangsrecht als opgenomen in de Invoeringswet Wro, dienen bestemmingsplannen binnen 10 jaar na het moment van onherroepelijk worden daarvan te worden herzien. Hierdoor is actualisering van deze bestemmingsplannen noodzakelijk. In die actualisering wordt voorzien met het nu in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’. Om milieueffecten vroegtijdig en volwaardig te betrekken in de besluitvorming omtrent nieuwe initiatieven vindt milieueffectrapportage plaats. In welke gevallen milieueffectrapportage verplicht is en in welke gevallen moet worden beoordeeld of een dergelijke rapportageprocedure moet plaatsvinden, volgt uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Een milieueffectrapportage kan ook verplicht zijn voor plannen op initiatief van de overheid, zoals een bestemmingsplan.
Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (C-lijst) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (D-lijst). In die lijst is per categorie een drempelwaarde opgenomen. De drempelwaarden hebben een indicatief karakter. Dit betekent dat ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden een (vormvrije) beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Deze beoordeling dient te gebeuren aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze notitie wordt allereerst beoordeeld of voor het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ een merplicht of (vormvrije) mer-beoordelingsplicht van toepassing is. Vervolgens wordt beoordeeld of het uitgesloten is dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn.
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’
3
2. Plangebied Het bestemmingsplangebied 'Cityplan Heerlen' omvat het centrumgebied van Heerlen en wordt globaal begrensd door de N281 en Looierstraat aan de westzijde, de Spoorsingel aan de noordzijde en de Groene Boord aan de oostzijde. Het gebied grenst aan de begraafplaats terzijde van de Rector Driessenweg en wordt verder begrensd door de Akerstraat, de Putgraaf, Coriovallumstraat, Kruisstraat en Valkenburgerweg aan de zuidzijde. Op de onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Het plangebied kenmerkt zich grotendeels als centrumgebied, waar sprake is van een menging van functies. Het oostelijk deel van het plangebied is merendeels aan te merken als woongebied.
3. Planvoornemen Het bestemmingsplan voorziet in een actualisatie van het bestemmingsplan voor het hiervoor beschreven plangebied. Bestaande rechten op basis van het geldende bestemmingsplan worden daarbij zoveel mogelijk gerespecteerd. Dat houdt in dat de bestemmingen voor de binnen het plangebied gelegen gronden worden afgestemd op de planologische gebruiksmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, tenzij er beleidsmatig of vanwege beperkende wet- en regelgeving aanleiding bestaat daarvan af te zien. De regels voor de betreffende bestemmingen worden daarbij zoveel mogelijk afgestemd op de regels voor deze bestemmingen in andere recente Heerlense bestemmingsplannen.
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’
4
De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen zijn: de actualisering van de Staat van bedrijfsactiviteiten en de milieuzonering aan de hand van de milieucategorieën die worden gehanteerd in de uitgave “Bedrijven en milieuzonering van de VNG uit 2009. De bouwvlakken zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplannen en ook de milieucategorieën zijn niet verhoogd; het wegbestemmen van gebruiksmogelijkheden voor winkels, kantoren en horeca, buiten de beleidsmatig aangewezen voorzieningenclusters van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie ZuidLimburg (vastgesteld 20-12-2017) en de horecaconcentratiegebieden van de Horecavisie Heerlen (vastgesteld 28-11-2018); het opnemen van een onder voorwaarden toepasbare binnenplanse afwijkingsmogelijkheid met een omgevingsvergunningplicht voor het toevoegen van leisure in de bestemmingen ‘Centrum’, ‘Gemengd’, ‘Gemengd Klomp’, ‘Gemengd Loon’ en ‘Kantoren’. De voorwaarden hebben betrekking op het, bij de vergunningaanvraag middels onderzoek, aantonen dat: o behoefte bestaat aan het initiatief, o wordt voldaan aan de in het bestemmingsplan opgenomen geluidsnormen, o geen sprake is van significante negatieve ecologische effecten, o geen sprake is van een onaanvaardbare toename van het plaatsgebonden en groepsrisico, o wordt voldaan aan de parkeernormen.
4. Mer(beoordelings)plicht? Gezien de bedrijvigheid en andere activiteiten die het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ mogelijk maakt en de activiteiten die worden genoemd in de C-lijst in de bijlage bij het Besluit m.e.r., is geen sprake van een merplicht. Wel is in de D-lijst de volgende categorie opgenomen:
In dit geval is sprake van een beperkte wijziging van het bestemmingsplan voor bestaand stedelijk gebied. Er vindt daarbij geen uitbreiding of nieuwe aanleg plaats. Alle gronden zijn bovendien al uitgegeven. Hoewel het plangebied een oppervlakte van om en nabij 55 hectare heeft en een aaneengesloten gebied met meer dan 2000 bestaande woningen bevat, blijft de voorgenomen actualisatie van het
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’
5
bestemmingsplan ons inziens ruimschoots onder de drempelwaarden van de genoemde categorie. De drempelwaarden zien immers op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject hetgeen hier niet aan de orde is. Het betreft immers bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat volstaan kan worden met het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aangezien in dit geval de gemeente Heerlen de initiatiefnemer is voor het actualiseren van het bestemmingsplan, is er geen aanmeldnotitie van een initiatiefnemer beschikbaar als bedoeld in artikel 7.16 van de Wet milieubeheer. De gemeente dient in dit geval op grond van artikel 7.19 Wet milieubeheer ambtshalve te besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld aan de hand van de volgende criteria uit bijlage III bij de EEG-richtlijn (2011/92/EU) milieueffectbeoordeling: 1. kenmerken van het project: a. omvang van het project; b. cumulatie met andere projecten; c. gebruik van natuurlijke grondstoffen; d. productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën. 2. plaats van het project: a. het bestaande grondgebruik; b. relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c.
het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit al worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; 3. kenmerken van het potentiële effect: a. bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); b. grensoverschrijdend karakter van het effect; c. de orde van grootte en de complexiteit van het effect; d. de waarschijnlijkheid van het effect; e. duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
5. De beoordeling 5.1 Kenmerken van het project Zoals blijkt uit hoofdstuk 3 van deze notitie en het concept van het bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen’ is sprake van bestaand stedelijk gebied waarvoor een in hoofdzaak beheersmatig bestemmingsplan wordt opgesteld. De op het terrein aanwezige kavels zijn reeds uitgegeven en daar waar bedrijfsmatig gebruik plaatsvindt, is dit reeds op grond van het vigerende bestemmingsplan toegestaan. Er vindt geen uitbreiding van de oppervlakte van het bebouwde gebied plaats. De bouwmogelijkheden komen in overwegende mate overeen met hetgeen het geldende bestemmingsplan reeds toestaat.
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’
6
In die zin is daarom geen sprake van een project. Hierdoor is er tevens geen sprake van cumulatieve effecten met eventuele andere projecten in de omgeving. Wat betreft gebruik van natuurlijke grondstoffen en productie van afvalstoffen vinden geen wijzigingen plaats. Gezien de toegestane en relatief lage milieucategorieën en gezien de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen bedrijfsactiviteiten (bijlage bij de regels van het bestemmingsplan) is geen sprake van activiteiten waarbij sprake is van een aanzienlijk gebruik van natuurlijke grondstoffen. Bovendien voorziet het nieuwe bestemmingsplan ook niet in zodanige wijzigingen dat daardoor een aanzienlijke toename in het gebruik van natuurlijke grondstoffen mogelijk wordt ten opzichte van de huidige (referentie)situatie. Hetzelfde geldt voor de productie van afvalstoffen en het risico op ongevallen. In het geval van risico’s op ongevallen is het aspect externe veiligheid beschouwd in hoofdstuk 5 van de toelichting. In de milieuparagraaf van de toelichting op het bestemmingsplan zijn aspecten zoals verontreiniging en hinder beoordeeld en getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Gezien de conclusies in de milieuparagraaf is er geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het bestemmingsplan maakt indirect het toevoegen van een nieuwe functie, leisure, mogelijk.
Dit gebruik wordt onder voorwaarden toegestaan, op reeds bebouwde percelen waar op dit moment reeds een commerciële en verkeersaantrekkende functies zijn toegestaan. Hierdoor zijn geen cumulatieve effecten te verwachten. Als de milieu-effecten toch optreden, dan kan niet voldaan worden aan de voorwaarden voor vergunningverlening en kan het initiatief geen doorgang vinden. 5.2 Plaats van het project Het bestaand grondgebruik wordt gehandhaafd. Gezien dat gebruik, het overwegend beheersmatig karakter en de zeer beperkte afwijkingen van het geldende bestemmingsplan zijn redelijkerwijs geen dusdanige effecten te verwachten voor het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen of het (opnamevermogen van) omliggende gevoelige (natuur)gebieden dat daardoor belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn voor het milieu. In hoofdstuk 5 van de toelichting bij het bestemmingsplan worden de onderwerpen water, archeologie & cultuurhistorie en ecologie beoordeeld. Uit de beoordelingen is gebleken dat er geen nadelige gevolgen zijn voor het natuurlijk milieu door toedoen van dit bestemmingsplan. Dit komt, zoals eerder toegelicht, door het actualiserend karakter van het bestemmingsplan. De huidige geldende gebruiksregels worden voortgezet in een actueel uniform geldend bestemmingsplan.
5.3 Kenmerken van het potentiële effect Gezien het beheersmatige karakter van dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen voorzien met een dusdanige invloed dat een nader onderzoek naar de effecten van een potentieel ongeluk vereist is. De mogelijke effecten van de actualisatie voor de aspecten archeologie, natuur, verkeer geluidshinder en luchtkwaliteit zijn nader bekeken. Hieruit blijkt dat al deze aspecten géén negatieve milieueffecten tot gevolg hebben. Het toevoegen van een leisure-concept is ook alleen mogelijk als bij de vergunningverlening is aangetoond dat dit niet leidt tot onaanvaardbare milieueffecten.
6. Conclusie Gezien voorgaande beoordeling zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten als gevolg van het planvoornemen en kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure.
VORMVRIJE MER-BEOORDELING BESTEMMINGSPLAN ‘CITYPLAN HEERLEN’