Bodemonderzoek verkennend - 142429_25-001.872_rep_final_ANO__368622__
Tekst van het document
Vergunning traject warmtebron HLH-GT-05 Heerlen Rapportage verkennend bodemonderzoek
Mijnwater Energy B.V. 7 februari 2025
Project Opdrachtgever
Document Status Datum
Vergunning traject warmte-bron HLH-GT-05 Heerlen Mijnwater Energy B.V.
Rapportage verkennend bodemonderzoek Definitief 7 februari 2025
Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Paraaf
Adres
r
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Algemeen
5
1.2
Aanleiding en doel
5
1.3
Kwaliteitsborging
5
1.4
Leeswijzer
6
2
VOORONDERZOEK
7
2.1
Algemeen
7
2.2
Beschrijving onderzoekslocatie
7
2.3
Samenvatting voorgaand vooronderzoek
8
2.4
Onderzoekshypothese(s), -strategie(ën) en -inspanningen
10
3
VELDONDERZOEK
12
3.1
Algemeen
12
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
12
3.3
Resultaten veldonderzoek
13
3.3.1 3.3.2
Terreinverkenning Waarnemingen grond
13 13
4
CHEMISCH ONDERZOEK
15
4.1
Algemeen
15
4.2
Uitgevoerd chemisch onderzoek
15
4.3
Wijzigingen en afwijkingen
17
4.4
Toetsingskader
17
4.5
Toetsingsresultaten
18
5
BESPREKING EN INTERPRETATIE RESULTATEN
19
5.1
Grond
19
5.2
Toetsing onderzoekshypothese(s) en -strategie(ën)
21
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
23
6.1
Algemeen
23
6.2
Conclusies en aanbevelingen
23
7
REFERENTIES
25
Laatste pagina
25
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Kwaliteitsborging
2
II
Overzichtstekening bouwfase
1
III
Lokale situatie met monsterpunten
1
IV
Boorprofielen
7
V
Fotoreportage
8
VI
Analysecertificaten
33
VII
Toetsingstabellen
52
1 INLEIDING 1.1
Algemeen
In opdracht van Mijnwater Energy B.V. (hierna: Mijnwater) is door Witteveen+Bos een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van een locatie tussen de Terhoevenderweg en de Koumenberg.
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek is meerledig: het aanvragen van een omgevingsvergunning of melding bouwwerk op een bodemgevoelige locatie; het uitvoeren van graafwerkzaamheden in de bodem. Het doel van het uitvoeren van het bodemonderzoek is meerledig: - het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een locatie met een heterogeen verdeelde belasting van de bodem; - het bepalen van de kwaliteit van de bodem binnen een locatie met een onbekende bodembelasting; - het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke belasting van de bodem voortvloeiend uit bodembedreigende milieubelastende activiteiten; - het bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit een belemmering zou kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 [ref. 1]. De interpretatie van de onderzoeksresultaten heeft plaatsgevonden aan de hand van het Besluit activiteiten leefomgeving [ref. 2], de Regeling bodemkwaliteit 2022 [ref. 3], behorende bij het Besluit bodemkwaliteit [ref. 4] en het Bodembeleidsplan van de gemeente Heerlen [ref. 5].
1.3
Kwaliteitsborging
Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van Witteveen+Bos, dat gecertificeerd is op basis van ISO 9001. Witteveen+Bos voldoet aan de veiligheidsmanagementnorm VCA**. Het veldwerk is uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 procescertificaat van Poelsema Veldwerk B.V. en GWTR B.V. (zie bijlage I).
5 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
1.4
Leeswijzer
Dit rapport is als volgt opgebouwd: - vooronderzoek en onderzoeksopzet (hoofdstuk 2); - veldonderzoek (hoofdstuk 3); - chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); - bespreking resultaten (hoofdstuk 5); - conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6); - literatuur (hoofdstuk 7).
6 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
2 VOORONDERZOEK 2.1
Algemeen
Voorafgaand aan het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 [ref. 1] dient een vooronderzoek conform de NEN 5725 [ref. 6] uitgevoerd te worden. Met een vooronderzoek wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw, geohydrologie, de te verwachten bodemkwaliteit en potentiële bronnen van bodembelasting op de onderzoekslocatie. In augustus 2023 is een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie [ref. 7]. In dit hoofdstuk is een samenvatting en actualisatie opgenomen van het vooronderzoek.
2.2
Beschrijving onderzoekslocatie
In tabel 2.1 is een beschrijving en zijn de gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven, inclusief informatie over het voormalig, huidig en toekomstig gebruik van de locatie. In afbeelding 2.1 is de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven.
Tabel 2.1 Beschrijving en gegevens onderzoekslocatie Opdrachtgever
Mijnwater
onderzoekslocatie: -
adres/ligging onderzoekslocatie;
Park aan de Terhoevenderweg;
-
gemeente;
Heerlen;
-
gebruik onderzoekslocatie: -
voormalig;
stortplaats* en mijnbouw;
-
huidig;
stadspark;
-
toekomstig.
aardwarmtewinningslocatie.
Toelichting: *
volgens het archief is sprake van een stortplaats. Op basis van geotechnisch en onderhavig onderzoek zijn echter afgezien van de aanwezigheid van een ophooglaag van mijnsteen geen directe aanwijzingen gevonden voor een stortplaats.
Op locatie is een geothermische warmtebron voorzien. Het gaat hier om een klein gebouw met een installatie en de bronkelder. Om dit te kunnen realiseren is op locatie een werkterrein voorzien. In bijlage II is een tekening opgenomen van de situatie tijdens de bouwfase.
7 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Afbeelding 2.1 Overzichtstekening onderzoekslocatie
Bron: Esri, 2024
2.3
Samenvatting voorgaand vooronderzoek
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn de onderzoeksvragen conform de NEN 5725 beantwoord voor de aanleiding(en) A, F, G en H. Een overzicht van de onderzoeksvragen, inclusief verwijzing, is opgenomen in tabel 2.2. Opgemerkt wordt dat ten opzichte van het vooronderzoek in tabel 2.2 aanvullend de onderzoeksvragen voor aanleiding B zijn beantwoord. Dit voor het vastleggen van de nulsituatie bodemkwaliteit van het werkterrein.
Tabel 2.2 Beantwoording onderzoeksvragen aanleiding A, B, F, G en/of H (NEN 5725) Aanleiding
Onderzoeksvraag
Antwoord
A
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Ja, ter plaatse van het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie is sprake van een stortplaats met daarop een ophooglaag van mijnsteen. Het gaat om een stortplaats van huishoudelijk en divers ander afval. In de directe omgeving zijn nog twee andere stortplaatsen aanwezig. De Koumenberg aan de westzijde van de onderzoekslocatie is een kunstmatige berg van mijnsteen. Buiten de onderzoekslocatie zijn mogelijk nog restanten van voormalige wegen aanwezig in de ondergrond.
A
Wordt de bodemkwaliteit of kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar?
De bodemkwaliteit wordt mogelijk beïnvloed vanuit uitloging van het mijnsteen en de stortplaats(en). Er zijn echter geen aanwijzingen voor sterk verhoogde gehalten in het grondwater in en stroomafwaarts van de stortplaats. Het grondwater ligt binnen de onderzoekslocatie dieper dan 10 m-mv.
8 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Aanleiding
Onderzoeksvraag
Antwoord Mijnsteen is veelal heterogeen diffuus verontreinigd. Er kan niet worden uitgesloten dat lokaal sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en/of PAK voorkomen.
A, F, G en H
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
De boven en ondergrond tot 2,0 m-mv ter plaatse van de locatie wordt (deels) gedekt door de bodemkwaliteitskaart. De locatie heeft functieklasse ‘wonen’ en valt binnen kwaliteitsklasse ‘mijnsteengebied’. Het deel van de locatie dat binnen het vlak van de stortplaats ligt (zuidelijk deel) is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
A, F, G en H
Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen?
Ja, het gaat hierbij om de aanwezige ophooglaag met mijnsteen en een stortplaats onder de ophooglaag. De potentiële bodembedreigende stoffen voor de ophooglaag zijn zware metalen en PAK. Verder is op locatie volgens het historisch bodembestand een locatie met een onbekende bodembelasting aanwezig.
A, F, G en H
Is de bodem asbestverdacht?
Ja, ter plaatse van de voormalige wegen en de stortplaats kan gezien de periode van aanleg/storten niet worden uitgesloten dat asbestverdacht materiaal is toegepast of gestort.
A, G en H
Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging, puntbron of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich?
Nee, daar zijn geen directe aanwijzingen voor. De stort betreft vermoedelijk geen bodem.
B
Welke potentieel bodembedreigende milieubelastende (bedrijfs)activiteiten met welke bodembedreigende stoffen zullen in de toekomstige situatie aanwezig zijn?
Op locatie is een werkterrein voorzien voor de realisatiefase. Gedurende de realisatie worden mogelijk vrijkomende grondstromen tijdelijk opgeslagen. Daarnaast worden dieselvoertuigen waaronder een graafmachine ingezet. Op werkterreinen is vaak een kleine dieselopslag aanwezig. Diesel is een zware oliesoort, waarvan 95 % van de samenstelling behoort tot de koolsstoffractie C10-C40. De bodembedreigende stof is dan ook minerale olie (C10-C40). Er zijn geen aanwijzingen voor de opslag van bodembedreigende stoffen in de toekomstige situatie.
B
Wat is de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voor de bodembedreigende stoffen bij aanvang van de bedrijfsactiviteit?
Naar verwachting is dat de bodem vanwege het aanwezige mijnsteen heterogeen diffuus verontreinigd is met zware metalen en PAK. Er kan niet worden uitgesloten dat lokaal sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en/of PAK voorkomen.
F
Is de bodemkwaliteitskaart nog geldig? Motiveer het antwoord.
Ja, de bodemkwaliteitskaart is naar verwachting geldig tot september 2027.
F
Valt het ontgravingsprofiel en/of het toepassingsgebied volledig binnen de afbakening van de bodemkwaliteitskaart (horizontaal en verticaal vlak)? Motiveer het antwoord.
Nee, een groot deel van de onderzoekslocatie is vanwege de mogelijke aanwezigheid van een stortplaats en een onbekende HBB-locatie verdacht op bodemverontreiniging.
F
Is het op basis van (bedrijfsmatige en bodembedreigende) milieubelastende activiteiten, ontgraving of ongewoon voorval aannemelijk dat de bodemkwaliteit ter plaatse is veranderd sinds het vaststellen of actualiseren van de bodemkwaliteitskaart? Motiveer het antwoord.
Nee, na het vaststellen van de bodemkwaliteitskaart hebben (voor zover dat te achterhalen was) geen (bedrijfsmatige en bodembedreigende) milieubelastende activiteiten plaatsgevonden.
9 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Aanleiding
Onderzoeksvraag
Antwoord
F
Kan de bodemkwaliteitskaart als basis dienen voor een milieuverklaring bodemkwaliteit voor de vrijkomende grond binnen het beheergebied of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Nee, de bodemkwaliteitskaart kan niet als basis dienen voor een milieuverklaring bodemkwaliteit voor de vrijgekomen grond vanwege de verdachtheid op bodemverontreiniging.
A, B, G en H
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Nee, de beschikbare gegevens zijn niet dekkend voor de onderzoekslocatie en geven geen actueel inzicht in de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
A en B
Welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)?
De onderzoekslocatie is op te delen in drie deellocaties: - de onbekende HBB locatie (C), waarvan onbekend is op welke parameters de locatie verdacht is (strategie ONB); - het onverdachte deel van de locatie dat buiten de stortplaats is gelegen (B) (strategie ONV-NL); - het deel van de locatie dat overlap heeft met de stortplaats (A) (strategie VED-HE-NL). Omdat ter plaatse van deellocatie A en B in de toekomst een werkterrein is voorzien is het advies om ook strategie NUL toe te passen voor deze deellocaties ten behoeve van het vastleggen van de referentiekwaliteit bodem (nulsituatie). De voormalige wegen vallen buiten de onderzoekslocatie en worden daarom niet separaat onderzocht. Een verdere uitwerking en toelichting is opgenomen in paragraaf 2.4.
2.4
Onderzoekshypothese(s), -strategie(ën) en -inspanningen
Op basis van de resultaten van (de actualisatie van) het vooronderzoek worden voor het bodemonderzoek de in de tabel 2.3 te onderscheiden deellocaties en bijbehorende onderzoeksstrategieën onderscheiden. Tabel 2.3 Onderzoeksinspanning per deellocatie Deellocatie (oppervlakte in m2)
Norm en onderzoeksstrategie
Veldonderzoek
Chemisch onderzoek*
A - Deel overlap met stortplaats** (<1.500).
NEN 5740 - VED-HE-NL en NUL.
2 x boring tot 5 m-mv**. 2 x boring tot 2 m-mv. 5 x boring tot 0,5 m-mv.
4 x analysepakket A, arseen en chroom in grond. 3 x PFAS in grond.
B - Deel zonder overlap stortplaats*** (<500).
NEN 5740 - ONV-NL en NUL.
1 x boring tot 2 m-mv. 1 x boring tot 1 m-mv. 3 x boring tot 0,5 m-mv.
2 x analysepakket A, arseen, chroom en PFAS in bovengrond. 1 x analysepakket A, arseen, chroom en PFAS in ondergrond.
C - HBB-locatie (<50)***.
NEN 5740 - ONB.
3 x boring tot 2 m-mv. 4 x boring tot 0,5 m-mv.
3 x analysepakket A, arseen en chroom in bovengrond. 3 x analysepakket A, arseen en chroom in ondergrond.
Toelichting: *
voor de inhoud van de standaardonderzoekspakketten wordt verwezen naar bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022 en de advieslijst PFAS;
**
volgens strategie VED-HE-NL dient een peilbuis bij een grondwaterstand dieper dan 5 m-mv te worden vervangen door een boring tot 5 m-mv. Vanwege de aanwezigheid van een stortplaats en de diepere ontgraving voor een bronkelder op deze locatie zijn om beter inzicht te krijgen in de bodemopbouw aanvullend twee boringen dieper doorgezet tot 2, respectievelijk 5 m-mv. Dit is een aanvulling ten opzichte van de norm;
10 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
***
bij een grondwaterstand dieper dan 2 m-mv worden de boring tot grondwaterstand en de peilbuis vervangen door een boring tot 2 m-mv. Vanwege de zeer oppervlakkige grondroering (inrichten werkterrein) is voor deze locaties besloten om één van de voorgeschreven boringen tot 2 m-mv te vervangen door een boring tot 0,5 of 1 m-mv;
VED-HE-NL verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming; NUL
onderzoeksstrategie nulonderzoek of eindonderzoek bodem;
ONB
onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting.
11 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
3 VELDONDERZOEK
3.1
Algemeen
Het veldonderzoek is volgens de in bijlage I vermelde protocollen en erkenningen uitgevoerd door Poelsema Veldwerk B.V. en GWTR B.V.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldonderzoek heeft het veldwerkbureau bij het Kadaster een graafmelding verzorgd om de ligging van (publieke) kabels en leidingen te inventariseren. In tabel 3.1 zijn de inspanningen van het veldonderzoek weergegeven. Deellocatie A heeft betrekking op het deel waar volgens archiefinformatie sprake is van een stortplaats. Binnen dit deel is de bronkelder voorzien met direct daaromheen werkterrein. Ter plaatse van de toekomstige bronkelder zijn diepere boringen uitgevoerd tot op 5 m-mv. De globale ligging van de bronkelder binnen deellocatie A is weergegeven op tekening in bijlage III. Deellocatie B heeft betrekking op het deel dat volgens archiefinformatie is gelegen buiten de stortplaats. Dit betreft ook een deel van het (tijdelijke) werkterrein. Daarnaast zijn kleinschalige graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen voorzien. Deellocatie C heeft betrekking op een HBB-locatie met een onbekende bodembelasting. Vanwege de onbekende belasting en ligging in de directe omgeving van de bronkelder is deze locatie separaat onderzocht.
Tabel 3.1 Inspanningen veldonderzoek Deellocatie (in m2)
Veldonderzoek Boring tot 0,5 m-mv
Boring tot 1,0 m-mv
Boring tot 2,0 m-mv
Boring tot 5 m-mv
A - Deel overlap met stortplaats (<1.500).
A05 t/m A09
-
A03 en A04
A01 en A02
B - Deel zonder overlap stortplaats (<500).
B01, B03 en B04
B02
B05
-
C01, C03, C05 en C06
-
C02, C04 en C07
-
C - HBB-locatie (<50).
Naast de in de tabel vermelde werkzaamheden zijn nog de volgende werkzaamheden uitgevoerd: terreinverkenning en (visuele) inspectie van het maaiveld; zintuiglijk onderzoek en karakterisering van de bodem per te onderscheiden bodemlaag: · het zintuiglijk beoordelen en vastleggen van de eigenschappen van het bodemmateriaal (textuur, kleur, antropogene afwijkingen en gleyverschijnselen);
12 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
· · · -
het beschrijven van de boorprofielen volgens NEN 51041; gebruik oliedetectiepan-methode; gebruik PID-detector (ook wel Photo Ionisatie Detector). monsterneming grond; in principe is per halve meter een geroerd monster genomen. Zintuiglijk afwijkende lagen zijn separaat bemonsterd; inmeten van de boorpunten met 06-GPS.
Aangezien niet kan worden uitgesloten dat er in de bodem stortgassen aanwezig zijn vanuit de stortplaats is tijdens de veldwerkzaamheden gewerkt met persoonlijke detectie apparatuur. Op deze manier kan worden geborgd dat bij aanwezigheid van gevaarlijke concentraties aan stortgas de werkzaamheden tijdig kunnen worden gestaakt. De lokale situatie met de positie van de uitgevoerde boringen is weergegeven in bijlage III. In bijlage IV zijn de boorprofielen opgenomen. Ten opzichte van de in paragraaf 2.4 genoemde onderzoeksinspanningen hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. Met de geleverde inspanningen van het veldonderzoek is voldaan aan de gehanteerde onderzoekshypotheses en -strategieën van de betreffende norm (NEN 5740; zie tabel 2.3).
3.3
Resultaten veldonderzoek
In de onderstaande sub-paragrafen zijn de resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek weergegeven. In bijlage V zijn enkele foto’s opgenomen van het veldwerk.
3.3.1
Terreinverkenning
Direct voorafgaand het veldwerk op 12 november 2024 is de locatie geïnspecteerd door de veldwerkers. Tijdens de inspectie bleek dat het boorplan vanwege de aanwezige begroeiing en lokaal een (te) steil talud niet uitvoerbaar was. Op de eerste veldwerkdag zijn daarom maar een beperkt aantal boringen uitgevoerd. Begin december 2024 is de begroeiing gesnoeid en een aangepast boorplan opgesteld. Op 11 december 2024 is de locatie nogmaals geïnspecteerd. Het boorplan bleek toen met uitzondering van boring C02 en C07 wel uitvoerbaar. Door aanwezigheid van grote bomen zijn boring C02 en C07 enkele meters verplaatst, waardoor deze net buiten de gedefinieerde deellocatie zijn uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn op 12 december 2024 afgerond.
3.3.2
Waarnemingen grond
Vanaf maaiveld is tot 0,5 á 1 m-mv voornamelijk sprake van zeer tot uiterst fijn zand. Lokaal is sprake zwak siltige of sterk zandige klei. Vanaf 0,5 á 1 m-mv tot de maximale boordiepte van 5 m-mv is zwak tot sterk kolengruishoudend mijnsteen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de boorprofielen wordt verwezen naar bijlage IV. Zintuiglijk waargenomen afwijkingen Tijdens de uitvoering van de boringen zijn diverse zintuiglijke afwijkingen waargenomen. Bij het gebruik van de oliedetectiepan methode is op het water geen film en/of verkleuring waargenomen.
1
Opgemerkt wordt dat in de NEN 5740 is opgenomen dat de bodemopbouw moet worden beschreven conform de ontwerpversie van de NEN 6693:2022. De invulvelden voor het registeren van de bodemopbouw conform de NEN 6693:2022 zijn echter nog niet beschikbaar. Er is daarom voor de boorbeschrijving (in afwijking op de NEN 5740) aangesloten op de NEN 5104.
13 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Op basis van het gebruik van de PID-detector zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vluchtige componenten in de bodem. In het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Een overzicht van zintuiglijk waargenomen afwijkingen is opgenomen in tabel 3.2.
Tabel 3.2 Zintuiglijk waargenomen afwijkingen Boring
Boordiepte (m-mv)
Traject waarneming (m-mv)
Hoofdclassificatie
Zintuiglijk waargenomen afwijking
0,00 - 0,10
Zand
Matig mijnsteenhoudend.
0,10 - 5,00
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
0,00 - 0,10
Zand
Matig mijnsteenhoudend.
0,10 - 5,00
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
0,00 - 0,20
Zand
Sporen mijnsteen.
0,20 - 2,00
Mijnsteen
Matig kolengruishoudend.
0,00 - 0,20
Zand
Sporen mijnsteen.
0,20 - 2,00
Mijnsteen
Matig kolengruishoudend.
0,00 - 0,10
Klei
Matig mijnsteenhoudend.
0,10 - 0,50
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
Deellocatie A - Deel overlap met stortplaats A01
5,00
A02
5,00
A03
2,00
A04
2,00
A05
0,50
A07
0,50
0,15 - 0,50
Zand
Sporen baksteen.
A08
0,50
0,15 - 0,50
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
A09
0,50
0,00 - 0,10
Zand
Matig mijnsteenhoudend.
0,10 - 0,50
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
0,00 - 0,10
Klei
Matig mijnsteenhoudend.
0,10 - 0,50
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
0,00 - 0,20
Zand
Matig mijnsteenhoudend.
0,20 - 0,50
Mijnsteen
Zwak kolengruishoudend.
0,05 - 0,20
Zand
Sporen mijnsteen.
0,20 - 2,00
Mijnsteen
Matig kolengruishoudend.
0,00 - 0,20
Zand
Sporen mijnsteen.
0,20 - 1,50
Mijnsteen
Matig kolengruishoudend.
1,50 - 2,00
Mijnsteen
Sterk kolengruishoudend.
0,00 - 0,20
Zand
Sporen mijnsteen.
0,20 - 0,50
Mijnsteen
Sterk kolengruishoudend.
0,50 - 2,00
Mijnsteen
Matig kolengruishoudend.
Deellocatie B - Deel zonder overlap stortplaats B03
0,50
B04
0,50
Deellocatie C - HBB-locatie C02
C04
C07
14 | 25
2,00
2,00
2,00
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
4 CHEMISCH ONDERZOEK 4.1
Algemeen
De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de in bijlage I genoemde kwaliteitsprotocollen.
4.2
Uitgevoerd chemisch onderzoek
Voor het bepalen van de bodemkwaliteit is gebruik gemaakt van het standaard onderzoekspakket variant A zoals gedefinieerd in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit 2022. In aanvulling op het standaard analysepakket zijn aanvullend analyses op chroom en arseen meegenomen. Dit omdat arseen en chroom regionaal verhoogd kunnen voorkomen. Verder zijn analyses uitgevoerd op het standaard PFAS-pakket (28) om de hergebruiksmogelijkheden van de grond te kunnen bepalen conform het Handelingskader PFAS [ref. 8]. Grond In tabel 4.1 zijn de uitgevoerde chemische analyses, inclusief een beknopte motivatie/toelichting, gegeven. De (meng)monsters zijn geselecteerd op basis van de verdeling over de locatie, de diepte, de grondsoort, de antropogene en/of zintuiglijk waargenomen afwijkingen en de beoogde representativiteit.
Tabel 4.1 Analyseprogramma Monstercode
Boringnummer(s) (traject monsterneming in m-mv)
Analyse
Motivatie/toelichting
Deellocatie A - Deel overlap met stortplaats A_MM01
A01 (0,00 - 0,10) A02 (0,00 - 0,10) A09 (0,00 - 0,10)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond (toplaag) ter plaatse van de stortplaats; zand; matig mijnsteenhoudend.
A_MM02
A01 (0,10 - 0,60) A02 (0,10 - 0,60) A05 (0,10 - 0,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de laag direct onder de bovengrond ter plaatse van de stortplaats; mijnsteen; zwak kolengruishoudend.
A_MM03
A03 (0,50 - 1,00) A03 (1,00 - 1,50) A04 (0,50 - 1,00)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ter plaatse van de stortplaats; mijnsteen; matig kolengruishoudend.
15 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Monstercode
Boringnummer(s) (traject monsterneming in m-mv)
Analyse
Motivatie/toelichting
A_MM04
A01 (1,10 - 1,60) A01 (1,60 - 2,10) A02 (1,10 - 1,60)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ter plaatse van de stortplaats; mijnsteen; zwak kolengruishoudend.
A_MM04_1
A01 (1,10 - 1,60)
Nikkel, organische stof en lutum.
Separate analyse op nikkel vanwege overschrijding 0,5 index (0,5*(achtergrondwaarde + interventiewaarde)) in mengmonster A_MM04.
A_MM04_2
A01 (1,60 - 2,10)
Nikkel, organische stof en lutum.
Separate analyse op nikkel vanwege overschrijding 0,5 index (0,5*(achtergrondwaarde + interventiewaarde)) in mengmonster A_MM04.
A_MM04_3
A02 (1,10 - 1,60)
Nikkel, organische stof en lutum.
Separate analyse op nikkel vanwege overschrijding 0,5 index (0,5*(achtergrondwaarde + interventiewaarde)) in mengmonster A_MM04.
A_MM05
A07 (0,15 - 0,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de stortplaats; mijnsteen; sporen baksteenhoudend.
Deellocatie B - Deel zonder overlap stortplaats B_MM01
B01 (0,00 - 0,20) B05 (0,00 - 0,20)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de onverdachte bovengrond; zand; zintuiglijk schoon.
B_MM02
B03 (0,10 - 0,50) B04 (0,20 - 0,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de onverdachte bovengrond; mijnsteen; zwak kolengruishoudend.
B_MM03
B05 (1,00 - 1,20)
Onderzoekspakket variant A, arseen, chroom en PFAS (28).
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de onverdachte ondergrond; zand; matig grindig.
Deellocatie C - HBB-locatie C_MM01
C01 (0,30 - 0,50) C03 (0,20 - 0,50) C05 (0,20 - 0,50) C06 (0,20 - 0,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; zand; zintuiglijk schoon.
C_MM02
C07 (0,20 - 0,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; mijnsteen; sterk kolengruishoudend.
C_MM03
C02 (0,50 - 1,00) C04 (0,50 - 1,00) C07 (0,50 - 1,00)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; mijnsteen; matig kolengruishoudend.
C_MM04
C02 (1,00 - 1,50) C04 (1,00 - 1,50) C07 (1,00 - 1,50)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; mijnsteen; matig kolengruishoudend.
C_MM05
C04 (1,50 - 2,00)
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; mijnsteen; sterk kolengruishoudend.
16 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Monstercode
C_MM06
Boringnummer(s) (traject monsterneming in m-mv) C02 (0,05 - 0,20) C04 (0,00 - 0,20) C07 (0,00 - 0,20)
Analyse
Motivatie/toelichting
Onderzoekspakket variant A, arseen en chroom.
Bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de onbekende HBB-locatie; zand; sporen mijnsteen.
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage VI.
4.3
Wijzigingen en afwijkingen
Ten opzichte van de in paragraaf 2.4 genoemde onderzoeksinspanningen hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden. Er is ter plaatse van deellocatie A een aanvullend mengmonster samengesteld voor analyse vanwege een zintuiglijke afwijking met baksteen. Daarnaast zijn de deelmonsters van mengmonster A_MM04 aanvullend separaat geanalyseerd op nikkel vanwege een gehalte aan nikkel dat 0,5 index (0,5 x (interventiewaarde bodemkwaliteit + achtergrondwaarde)) overschrijdt. Op de certificaten zijn enkele opmerkingen geplaatst. Deze opmerkingen hebben betrekking op het feit dat specifieke PCB’s kunnen worden beïnvloed door de aanwezigheid van andere PCB’s. Aangezien er slechts marginaal verhoogde gehalten aan PCB’s zijn gemeten wordt niet verwacht dat dit effect heeft op de conclusies in onderhavig rapport.
4.4
Toetsingskader
Voor het bepalen van de kwaliteitsklasse van de grond zijn de resultaten van de analyses getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 [ref. 3], behorende bij het Besluit bodemkwaliteit [ref. 4]. Om te bepalen of er sprake is van sterk verontreinigde grond en/of mogelijke risico’s voor mens, plant of dier zijn de resultaten van de analyses van de grond aanvullend getoetst aan de ‘interventiewaarde bodemkwaliteit’ zoals opgenomen in bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [ref. 2]. Binnen de gemeente Heerlen gelden op basis van het gebiedsspecifieke beleid [ref. 5] lokaal maximale waarden (LMW’s). Deze LMW’s gelden echter niet voor grond uit aangewezen mijnsteengebieden. Daar geldt volgens het Bodembeleidsplan het generieke beleid. De analyseresultaten zijn daarom niet getoetst aan LMW’s. PFAS Voor het bepalen van de kwaliteitsklasse van de grond zijn de resultaten van de analyses PFAS getoetst aan de toepassingswaarden voor toepassing op de landbodem (categorie 4.1) uit het Handelingskader PFAS [ref. 8]. Voor het beoordelen van de risico’s van PFAS in grond zijn de resultaten tevens getoetst aan de ‘indicatieve niveaus van ernstige verontreiniging (INEV)’ van het RIVM [ref. 11]. Om rekening te kunnen houden met de effecten van combinatietoxiciteit bij meerdere PFAS-verbindingen is aanvullend de risico-index bepaald [ref. 9, 10 en 11].
17 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
4.5
Toetsingsresultaten
Grond De resultaten grond zijn via de toetsmodule van TerraIndex getoetst aan de ‘kwaliteitsklassen van grond en baggerspecie bij toepassen op of in de landbodem (T.101)’ en de ‘interventiewaarde bodemkwaliteit’ (T.130) zoals opgenomen de Regeling bodemkwaliteit 2022 [ref. 3] en het Besluit activiteiten leefomgeving [ref. 4]. De resultaten PFAS zijn handmatig getoetst aan het Handelingskader PFAS [ref. 8] en de INEVs [ref. 11]. Toetsingstabellen De toetsingstabellen van de toetsing aan de kwaliteitseisen voor de verschillende kwaliteitsklassen en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage VII. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde en gestandaardiseerde gehalte c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen.
18 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
5 BESPREKING EN INTERPRETATIE RESULTATEN 5.1
Grond
In tabel 5.1 zijn de (toetsings)resultaten weergegeven. In bijlage VI zijn de analysecertificaten weergegeven en in bijlage VII zijn de toetsingstabellen opgenomen.
Tabel 5.1 Toetsingsresultaten Monstercode
Boringnummer(s) (traject monsterneming in m-mv)
Zintuiglijke afwijkingen
Kwaliteitsklasse op basis van de Rbk 2022
Kwaliteitsklasse op basis van cat. 4.1 van het HK PFAS
>I Bal* (parameter )
>INEV PFAS** (parameter )
Deellocatie A - Deel overlap met stortplaats A_MM01
A01 (0,00 - 0,10) A02 (0,00 - 0,10) A09 (0,00 - 0,10)
Matig mijnsteenhoudend.
Wonen
Landbouw/ natuur.
-
-
A_MM02
A01 (0,10 - 0,60) A02 (0,10 - 0,60) A05 (0,10 - 0,50)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie
Landbouw/ natuur.
-
-
A_MM03
A03 (0,50 - 1,00) A03 (1,00 - 1,50) A04 (0,50 - 1,00)
Matig kolengruishoudend.
Industrie
Landbouw/ natuur.
-
-
A_MM04
A01 (1,10 - 1,60) A01 (1,60 - 2,10) A02 (1,10 - 1,60)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie
--
-
--
A_MM04_ 1
A01 (1,10 - 1,60)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie***
--
-
--
A_MM04_ 2
A01 (1,60 - 2,10)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie***
--
-
--
A_MM04_ 3
A02 (1,10 - 1,60)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie***
--
-
--
A_MM05
A07 (0,15 - 0,50)
Sporen baksteen.
Landbouw/ natuur.
--
-
--
Landbouw/ natuur.
Overschrijdt wonen/industrie .
-
-
Deellocatie B - Deel zonder overlap met stortplaats B_MM01
19 | 25
B01 (0,00 - 0,20) B05 (0,00 - 0,20)
-
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Monstercode
Boringnummer(s) (traject monsterneming in m-mv)
Zintuiglijke afwijkingen
Kwaliteitsklasse op basis van de Rbk 2022
Kwaliteitsklasse op basis van cat. 4.1 van het HK PFAS
>I Bal* (parameter )
>INEV PFAS** (parameter )
B_MM02
B03 (0,10 - 0,50) B04 (0,20 - 0,50)
Zwak kolengruishoudend.
Industrie
Landbouw/ natuur.
-
-
B_MM03
B05 (1,00 - 1,20)
-
Landbouw/ natuur.
Landbouw/ natuur.
-
-
Deellocatie C - HBB-locatie C_MM01
C01 (0,30 - 0,50) C03 (0,20 - 0,50) C05 (0,20 - 0,50) C06 (0,20 - 0,50)
-
Industrie
--
-
--
C_MM02
C07 (0,20 - 0,50)
Sterk kolengruishoudend.
Industrie
--
-
--
C_MM03
C02 (0,50 - 1,00) C04 (0,50 - 1,00) C07 (0,50 - 1,00)
Matig kolengruishoudend.
Industrie
--
-
--
C_MM04
C02 (1,00 - 1,50) C04 (1,00 - 1,50) C07 (1,00 - 1,50)
Matig kolengruishoudend.
Industrie
--
-
--
C_MM05
C04 (1,50 - 2,00)
Sterk kolengruishoudend.
Industrie
--
-
--
C_MM06
C02 (0,05 - 0,20) C04 (0,00 - 0,20) C07 (0,00 - 0,20)
Sporen mijnsteen.
Landbouw/ natuur.
--
-
--
Toelichting: *
overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit zoals gedefinieerd in het Besluit activiteiten leefomgeving [ref. 4]. De parameters die de interventiewaarde overschrijden staan vermeld;
**
overschrijding INEV PFOS, PFOA en/of GenX zoals gedefinieerd in de verzamelbrief Bodem en Ondergrond [ref. 12]. De parameters die de INEV overschrijden staan vermeld;
***
deze bodemkwaliteitsklasse is bepaald op enkel het gehalte aan nikkel. Er is bij de separate analyse van de deelmonsters uit een mengmonster geen analyse uitgevoerd op een volledig pakket zoals vermeld in bijlage J van de Regeling bodemkwaliteit;
-
geen zintuiglijke afwijking en/of overschrijding van de interventiewaarde of INEV;
-
geen analyse op PFAS uitgevoerd.
Uit de resultaten blijkt dat de zandige- en kleiige toplagen afwisselend voldoen aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’. De kolengruishoudende mijnsteen voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. In het mijnsteen zijn veelal verhoogde gehalten aan zware metalen (voornamelijk nikkel en koper) en PAK (10) gemeten. Er zijn geen gehalten gemeten boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. Op basis van de gemeten gehalten aan PFAS voldoet de grond overwegend aan de toepassingsklasse ‘landbouw/natuur’. Lokaal is in de toplaag (0 - 0,2 m-mv) aan de oostzijde van deellocatie B een gehalte aan PFPeA gemeten dat de grenswaarde voor de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen/industrie’ overschrijdt. PFPeA is een PFAS (korte keten) die gerelateerd kan worden aan het gebruik van blusschuim. Mogelijk heeft in de directe omgeving in het verleden een voertuigbrand of containerbrand plaatsgevonden waarbij blusschuim is gebruikt. De met PFAS verontreinigde grond is aanwezig op de rand van de in de toekomst aan te brengen vloeistofkerende vloer en een te graven greppel. Hiervoor zijn beperkte graafwerkzaamheden voorzien. De grond die hierbij vrijkomt is niet herbruikbaar.
20 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
PFPeA is ook verhoogd aangetroffen binnen het voorgenomen ontgravingsvlak van de bronkelder (deellocatie A). De verhoging is echter marginaal waardoor dit geen gevolgen heeft voor de hergebruiksmogelijkheden van de grond binnen de bouwkuip.
5.2
Toetsing onderzoekshypothese(s) en -strategie(ën)
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn de onderzoekshypotheses en -strategieën bepaald die als meest doelmatig zijn beoordeeld om de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen en zijn dienovereenkomstig onderzocht. In tabel 5.2 is aangegeven of, op basis van de resultaten van dit onderzoek, de gehanteerde hypotheses en -strategieën juist en doelmatig zijn gebleken.
Tabel 5.2 Toetsing onderzoekshypotheses en -strategieën Deellocatie (oppervlakte in m2)
Norm en strategie
Onderzoekshypothese
Onderzoeksresultaten
(On)juist
Doelmatig (ja/nee)
A - Deel overlap met stortplaats (<1.500).
NEN 5740 VED-HE-NL / NUL.
De aanwezige ophooglaag (mijnsteen) is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK. Er kan niet worden uitgesloten dat er een raakvlak is met de stortplaats. De bodemkwaliteit van de stortplaats is onbekend.
De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese. De ophooglaag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK. De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. De stortplaats is niet aangetroffen binnen de boordiepte van 5 m-mv.
Juist
Ja
B - Deel zonder overlap stortplaats (<500).
NEN 5740 ONV-NL / NUL.
Er is mogelijk een ophooglaag (mijnsteen) aanwezig. Deze laag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK. Er wordt geen stortmateriaal verwacht.
De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese deels. De ophooglaag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK. De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. Er is geen stortmateriaal aangetroffen. Lokaal zijn sterk afwijkende gehalten aan PFAS gemeten.
Onjuist
Ja
C - HBB-locatie (<50).
NEN 5740 ONB.
De bodembelasting is onbekend. Er kan niet worden uitgesloten dat de interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden.
De resultaten ontkrachten de onderzoekshypothese. Er is een ophooglaag van mijnsteen aanwezig. Er zijn geen zintuiglijke of analytische afwijkingen aangetroffen ten opzichte van de andere deellocaties. Er zijn geen aanwijzingen voor bodemverontreiniging.
Juist
Ja
Toelichting: VED-HE-NL
verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming;
NUL
onderzoeksstrategie nulonderzoek of eindonderzoek bodem;
ONB
onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting.
21 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Ter plaatse van deellocatie B zijn onverwacht verhoogde gehalten aan PFAS gemeten. De onderzoekshypothese is daarmee deels onjuist. Het onderzoek wordt echter wel voldoende doelmatig geacht. Binnen deellocatie C zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De locatie ligt net buiten het ontgravingsvlak van de bronkelder. Voor de voorgenomen werkzaamheden is voldoende aangetoond dat de bodemkwaliteit niet afwijkt ten opzichte van de aangrenzende deellocatie A. Vermoedelijk heeft de HBB-locatie betrekking op de ophooglaag mijnsteen of de stortplaats.
22 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1
Algemeen
In opdracht van Mijnwater Energy B.V. (hierna: Mijnwater) is door Witteveen+Bos een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van een locatie tussen de Terhoevenderweg en de Koumenberg.
6.2
Conclusies en aanbevelingen
In tabel 6.1 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Per gedefinieerde deellocatie is aangegeven of aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht is de norm gespecificeerd.
Tabel 6.1 Overzicht conclusies en aanbevelingen Deellocatie
Conclusies bodemkwaliteit
Advies voor aanvullend onderzoek
A - Deel overlap met stortplaats (<1.500).
Op locatie is een ophooglaag van mijnsteen aanwezig. Deze laag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK (bodemkwaliteitsklasse industrie). De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. De stortplaats is niet aangetroffen binnen de boordiepte van 5 mmv. De gemeten gehalten aan PFAS voldoen aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.
Voor de afzet van het vrijkomende mijnsteen uit de te graven kelder kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart. Op basis van dit onderzoek kan de vrijkomende mijnsteen worden beschouwd als één partij. Het advies is om een partijkeuring conform protocol 1001 uit te voeren om een geldig bewijsmiddel te verkrijgen voor afzet van het mijnsteen. Dit kan zowel in-situ (voorafgaand uitvoering) als ex-situ (door aannemer tijdens uitvoering).
De nulsituatie bodemkwaliteit is voldoende vastgesteld voor het werkterrein. B - Deel zonder overlap stortplaats (<500).
Op locatie is een ophooglaag van mijnsteen aanwezig. Deze laag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK (bodemkwaliteitsklasse industrie). De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. De gemeten gehalten aan PFAS overschrijden aan de oostzijde bodemkwaliteitsklasse wonen/industrie.
In de directe omgeving van de verontreiniging met PFAS is grondroering in de bovengrond voorzien voor de aanleg van het werkterrein en een vloeistofkerende vloer. Ook is een tijdelijke greppel voorzien. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de verontreiniging af te perken. De met PFAS verontreinigde grond moet tijdens graafwerkzaamheden separaat worden ontgraven en afgevoerd.
De nulsituatie bodemkwaliteit is voldoende vastgesteld voor het werkterrein. C - HBB-locatie (<50).
23 | 25
Op locatie is een ophooglaag van mijnsteen aanwezig. Deze laag is heterogeen diffuus verontreinigd met zware metalen en PAK (bodemkwaliteitsklasse industrie).
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Deellocatie
Conclusies bodemkwaliteit
Advies voor aanvullend onderzoek
De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. Er zijn geen aanwijzingen voor bodemverontreiniging
Overige aanbevelingen Algemeen Opgemerkt wordt dat bij het uitvoeren van de milieubelastende activiteit graven, saneren, toepassen en opslaan van grond of baggerspecie een verplichte melding of informatieplicht kan gelden. Dit is afhankelijk van de bodemkwaliteit en omvang van de voorgenomen (graaf)werkzaamheden. De regels staan vermeld in het Besluit activiteiten leefomgeving. Opgemerkt wordt dat er lokaal aanvullende of afwijkende regels kunnen gelden vanuit het Omgevingsplan van de desbetreffende gemeente. Voor de graafwerkzaamheden gelden de bodemvoorschriften zoals opgenomen in paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Binnen de ontgraving van de te graven kelder is sprake van maximaal licht verontreinigde grond. Er van uitgaande dat er meer dan 25 m3 grond/mijnsteen vrijkomt uit het ontgravingsvlak en de grond na de werkzaamheden wordt afgevoerd (geen tijdelijke uitname) geldt een informatieplicht. Minimaal 1 week voorafgaand de werkzaamheden moet aan het bevoegd gezag de volgende informatie worden verstrekt: begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; de verwachte datum van het begin van de activiteit; en de verwachte duur ervan. Het advies is om bij het informeren van het bevoegd gezag ook het uitgevoerde vooronderzoek bodem en dit verkennend bodemonderzoek te delen.
Toepassingen van grond moeten voldoen aan de eisen zoals genoemd in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Een voorgenomen toepassing van grond moet minimaal 5 dagen voorafgaand aan de toepassing via het Omgevingsloket van het DSO worden gemeld bij het betrokken bevoegd gezag. De eisen voor de inhoud van de melding zijn opgenomen in artikel 4.1266 en 4.1267 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Opgemerkt wordt dat de vereiste gegevens voor de melding zoals genoemd in artikel 4.1266 en 4.1267 ook aanwezig dienen te zijn tijdens het aanbrengen van de grond. Functionele toepassingen van in totaal ten hoogste 50 m3 die aantoonbaar op basis van een milieuverklaring bodemkwaliteit voldoen aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur zijn uitgezonderd van de meldplicht. Voor een overzicht van alle eisen en voorwaarden voor het toepassen van grond wordt verwezen naar paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat, zoals voor elk onderzoek geldt, het onderzoek een steekproef betreft. Bij grondroerende werkzaamheden wordt aanbevolen om alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen.
24 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
7 REFERENTIES 1
NEN 5740 - Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, oktober 2023. 2 Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving), Staatsblad 2018, nr. 293. 3 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 november 2022, houdende vaststelling van de Regeling bodemkwaliteit 2022, Staatscourant 2024, IENW/BSK-2024/208505, 19 augustus 2024, nr. 25405. 4 Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatsblad, 2007, nr. 469. De gewijzigde versie van het Besluit bodemkwaliteit per 1 januari 2024 is geraadpleegd via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022929/2024-01-01. 5 Bodembeleidsplan Heerlen 2016, gemeente Heerlen, beschikbaar via: exb-2016-34125.pdf. 6 NEN 5725 - Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, oktober 2023. 7 Vooronderzoek. 8 Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, versie december 2023. 9 Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 20 juli 2021.
10 Opinion on the risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food, EFSA, 17 september 2020. 11 Verzamelbrief Bodem en Ondergrond, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK2022/49580, 02 mei 2022.
25 | 25
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Definitief
Bijlagen
I BIJLAGE: KWALITEITSBORGING Het veldwerk is uitgevoerd door Poelsema Veldwerk B.V. Het veldwerk is uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 en BRL SIKB 2100 procescertificaat van Poelsema Veldwerk B.V. en GWTR B.V. Het toepassingsgebied van genoemde certificering betreft: - 'plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen en nemen van grondmonsters' conform protocol 2001; - 'mechanisch boren' conform protocol 2101. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 11 november, 11 en 12 december 2024 door bij Rijkswaterstaat Leefomgeving, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, g
Het procescertificaat van en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium.
volledig onafhankelijk, waardoor binnen deze opdracht sprake is van de vereiste functiescheiding. Het chemisch onderzoek is uitgevoerd door: Eurofins Analytico B.V. te Barneveld dat geaccrediteerd is volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 onder nummer L 010. Eurofins Analytico B.V. is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend voor het uitvoeren van analyses op grond en grondwater onder AS3000. Onderhavig project is uitgevoerd onder één of meerdere van onderstaande certificeringen van Witteveen+Bos. In de hoofdtekst is aangegeven welke certificeringen op dit onderzoek van toepassing zijn. ISO 9001 Onze diensten binnen de werkvelden van water, infrastructuur, ruimte, milieu en bouw zijn gecertificeerd volgens de ISO 9001. Deze certificering heeft betrekking op de procedures die wij toepassen voor kwaliteitsborging, document- en gegevensbeheer, management van middelen en personeel en het doorvoeren van verbeteringen. VCA** Witteveen+Bos voldoet aan de veiligheidsmanagementnorm VCA**. Milieukundige begeleiding bij bodemsaneringen Witteveen+Bos is gecertificeerd voor het verzorgen van milieukundige begeleiding conform de BRL SIKB 6000 (Milieukundige begeleiding van graven in de bodem, saneren van de bodem, grondwatersanering, ingrepen in de waterbodem en nazorg).
Deze certificering is van toepassing op:
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Bijlage I | Definitief
-
milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden en nazorg conform protocol 6001 (processturing en/of verificatie); milieukundige begeleiding van landbodemsanering met in situ methoden en nazorg conform protocol 6002 (processturing en/of verificatie); milieukundige begeleiding van graven in de bodem en saneren van de bodem conform protocol 6005 (processturing en/of verificatie); milieukundige begeleiding van saneren van de bodem met in situ technieken en grondwatersaneringen conform protocol 6006 (processturing en/of verificatie).
VKB Witteveen+Bos is lid en mede oprichter van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB). Deze vereniging heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van milieutechnisch bodemonderzoek. Deze doelstelling wordt onder meer bereikt door het ontwikkelen en uitgeven van onderzoeksprotocollen. Deze protocollen zijn gebaseerd op vigerende normen en richtlijnen en voorzien onder meer in de uitvoering van interne controles, waarbij de kwaliteit en reproduceerbaarheid van metingen en waarnemingen wordt getoetst. Chemisch onderzoek Witteveen+Bos besteedt het chemisch onderzoek uit aan laboratoria die beschikken over een accreditatie volgens NEN-EN-ISO 17025 voor de betreffende analyses. De laboratoria zijn tevens door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend voor het uitvoeren van analyses onder AP04 en AS3000. Veldonderzoek bij milieuhygiënisch bodemonderzoek en monsternemingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit Witteveen+Bos besteedt het veldonderzoek uit aan gespecialiseerde (veldwerk)bureaus met specialistisch personeel die door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gecertificeerd zijn voor het uitvoeren van veldwerk en bemonsteringen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Hierbij gaat het om de werkzaamheden die vallen onder de BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen), de BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek) en de BRL SIKB 2100 (Mechanisch boren). Deze certificeringen zijn van toepassing op: - monsterneming voor partijkeuringen van grond en baggerspecie conform protocol 1001; - monsterneming voor partijkeuringen niet-vormgegeven bouwstoffen conform protocol 1002; - monsterneming voor partijkeuringen vormgegeven bouwstoffen conform protocol 1003; - plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen en nemen van grondmonsters conform protocol 2001; - het nemen van grondwatermonsters conform protocol 2002; - veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek conform protocol 2003; - maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem conform protocol 2018; - mechanisch boren conform protocol 2101.
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: OVERZICHTSTEKENING BOUWFASE
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Bijlage II | Definitief
oev Ter h 61.6 mr 3 00 8
6
85.5 88.07
59.4
mr 3
00
85.5
I4504
A
88.20 Office lxbxh u = 5,5 nit 0x2 x 2,4 ,45 0m
88.03
87.80
88.02 88.01 Bestaande greppel tijdelijk omleiden
88.00
88.7 87.855
87.70 87.98
16502
Wa lxbxh ter Tank = 6,0 5x2 x 2,4 ,45 0m
8 87.55 87.60
BESTAANDE INGEMETEN MAAIVELDHOOGTE
r 300 39.8m
4,0 m Mud Tank = 12 ,0 x 2,5 x
87.40
2,4 m
87.46
Pum = 9,0 p 3 x 2,4 x
87.34
88.75 BESTAANDE BEREKENDE MAAIVELDHOOGTE
87.85 AANLEGHOOGTE
lxbxh
lxbxh
STEMPELBELASTING BOORTOREN
VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING N.T.B.
87.29 87.29 87.29
Mixe r
Diese 2,0x2 l ,0m
Diese 2,0x2 l ,0m
LEGENDA 87.52
87.70
lxbxh
P lxbxh ump 2 = 6,0 5x2 x 2,4 ,45 0m
Gene lxbxh rator 450 = 5,4 k x2,5x VA 2,0 m
26000
Pump 1 = 6,0 5x2 x 2,4 ,45 0m
rator 2 3,6x1 20 kVA ,9 m
87.21 87.21 87.21
87.3 87.300
88.10
87.82 87.45
Wo lxbxh rkshop = 6,0 x 2,4 x 3,0 m
86.54 87.20 87.55 87.40 87.40 87.38 87.55 87.36 87.38 87.40 87.55 87.40 87.36 87.40 87.36
87.41
87.74
Cut lxbxh tings tank = 8,0 x 2,5 m
2.0x2 RIG H
H-75 1
88.02
88.50
Gene
87.70
88.25
90.00
87.30
I4505
14,0
14000
.5m
90.00
x 4,0
m
87.70
18499
87.16 86.87
84.67
Trip 2,4x2 ,0m
1500
87.64
87.54
X=194.226,27 Y=325.038,47
87.30
88.11 88.11 88.11
73.3
87.80
88.95
90.00
88.11
4500
73.38
87.53 87.20
87.07
88.88 88.88 88.88
88.00
87.67
Afwerking hoogteverschil met Koumenberg nog nader uitwerken
89.61 89.61 89.61
87.91
87.89
16000
Piper88.43 ack, l=
12,0
m
Cran 6,5 x e 3,4 m
87.58 87.70 87.64
84.6 7
lxbxh
89.50
Office un = 5,5 it 0x2 x 2,4 ,45 0m
88.01 87.66 87.95
AFWATERING SCHOON REGENWATER
AFWATERING PROCESWATER EN REGENWATER OP WERKTERREIN
84.06 87.02
87.07
86.83
Accomm odation lxbxh = 6,0 x 2, 6 x 2,40 m
86.68 86.71 86.47
Accomm odation lxbxh = 6,0 x 2, 6 x 2,40 m
86.81
87.59
AFWERKING HOOGTEVERSCHIL KOUMENBERG (NADER UIT TE WERKEN)
86.80
I4506
TIJDELIJKE GELUIDSWAL - NADER UIT TE WERKEN
86.66 RIJPLATEN TB.V. TIJDELIJK RIJSTROOK EN PARKEERPLAATSEN
WIJZIGING / N.A.V. : STATUS Extra containers en parkeerstrook toegevoegd, inrichting geoptimaliseerd, tijdelijk geluidsscherm verplaatst.Concep Concept
DATUM VERSIE 25-11-2024 A 26-09-2024 A
REALISATIE WARME BRON HLH-GT-05 TERREINRINRICHTING UITVOERINGSFASE PROJECTNUMMER:
HEE-008-22 TEKENINGNUMMER:
SCHAAL:
1:200 BESTEKNUMMER:
24-253A Minderbroederssingel 15DPostbus 245 6041 KG Roermond 6040 AE Roermond
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
T 0475 334 651 E info@brouwers.com F 0475 311 400 I www.brouwers.com
formaat: A1
24-253 Terreininrichting HLH-GT-03 uitvoeringsfase_1_12600_92985545.dwg 26-11-2024 13:54:31 r.peeters
86.93 86.69 86.92
84.02
87.80
Accomm odation lxbxh = 6,0 x 2, 6 x 2,40 m
87.11
III BIJLAGE: LOKALE SITUATIE MET MONSTERPUNTEN
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Bijlage III | Definitief
´
B01
B03
B04 B05
C03 C06
C01
C02
A01
C05
A02
C04 C07
A05
A03
A06 A04
A07 A08
A09
Deellocatie A
boring tot 1 m-mv
Deellocatie C
boring tot 2 m-mv
Deellocatie B
boring tot 5 m-mv
Witteveen+Bos
boring tot 0,5 m-mv
C:\GIS\142429\142429.aprx 5-2-2025 17:11
Tekening met monsterpunten
getekend gecontroleerd goedgekeurd
Bronkelder
versie
1
datum
05-02-2025
tekeningnr formaat 0
opdrachtgever projectnaam
1
projectcode
A4 portrait
schaal
1:500
3
6
9
12
15 m
IV BIJLAGE: BOORPROFIELEN
Witteveen+Bos | 142429/25-001.872 | Bijlage IV | Definitief
BOORPROFIELEN
Projectnaam: Opdrachtgever: Projectcode:
0.00
Boring:
A01
Boring:
A02
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
X:
194226,56
X:
194225,39
Y:
325038,96
Y:
325035,96
87.69
1
87.59
2 0.50
bosschage
0.00
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig mijnsteenhoudend, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Sonic Drill
87.58
2 0.50
3 1.00
4
4
1.50
1.50
5
5
2.00
2.00
6
6
2.50
2.50
7
7
3.00
3.00
8
8
3.50
3.50
9
9
4.00
4.00
10
10
4.50
4.50
11
11 82.69
5.00
bosschage Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig mijnsteenhoudend, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Sonic Drill
3
1.00
5.00
87.68
1
82.68
BOORPROFIELEN
Projectnaam: Opdrachtgever: Projectcode: Boring:
A03
Boring:
A04
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
X:
194222,21
X:
194222,59
Y:
325030,60
Y:
325022,45
87.66
0.00 1
87.46
2 0.50
bosschage Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, sporen mijnsteen, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, matig kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Sonic Drill
3
87.39
0.00
1.00
1 87.19
2 0.50
1.00
4
1.50
1.50
5
5
85.66
2.00
85.39
2.00
Boring:
A05
Boring:
A06
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
11-12-2024 O. Bakker
X:
194228,76
X:
194237,91
Y:
325030,31
Y:
325026,75
87.47
1
87.37
2
0.50
Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, sporen mijnsteen, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, matig kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Sonic Drill
3
4
0.00
bosschage
86.97
braak Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, matig mijnsteenhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
87.60
0.00 1
87.45
2 0.50
87.10
gras Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, sporen wortels, brokken klei, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor, Geroerd
BOORPROFIELEN
Projectnaam: Opdrachtgever: Projectcode: Boring:
A07
Boring:
A08
Datum: Boormeester:
11-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
X:
194235,26
X:
194225,18
Y:
325015,18
Y:
325011,53
87.40
0.00 1
87.25
2 86.90
0.50
0.00
87.36
0.00
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, sporen baksteen, brokken klei, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor, Geroerd
1
87.21
2 86.86
0.50
braak Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, sporen roest, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
Boring:
A09
Boring:
B01
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
11-12-2024 O. Bakker
X:
194221,92
X:
194244,61
Y:
325000,21
Y:
325055,83
86.87
1
86.77
2
0.50
gras
86.37
braak
0.00
Zand uiterst fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, matig mijnsteenhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
88.07
gras
87.87
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor
1
2 87.67
0.50
3
87.57
Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, brokken klei, sporen plantenresten, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak roesthoudend, sporen plantenresten, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), neutraalgrijs, Edelmanboor
BOORPROFIELEN
Projectnaam: Opdrachtgever: Projectcode: Boring:
B02
Boring:
B03
Datum: Boormeester:
12-11-2024 S.Zegers
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
X:
194244,37
X:
194232,72
Y:
325061,02
Y:
325055,33
0.00
0.00
gras
87.79
0.00
1
Zand zeer fijn, uiterst siltig, matig humeus, neutraal bruinbruin, Edelmanboor
1
87.69
2
0.50
87.29
0.50
2
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, matig mijnsteenhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
-1.00
1.00
Boring:
B04
Boring:
B05
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
Datum: Boormeester:
11-12-2024 O. Bakker
X:
194227,14
X:
194242,38
Y:
325049,05
Y:
325043,75
88.06
0.00 1
87.86
2 0.50
gras
87.56
bosschage
0.00
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig mijnsteenhoudend, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Volledig mijnsteen, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
87.93
gras
87.73
Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donkerbruin, Edelmanboor
1
0.50
Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus, brokken klei, sporen plantenresten, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor
2
3 86.93
1.00 4
86.73
Volledig mijnsteen, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Edelmanboor
5 1.50
6
2.00
Zand matig grof, zwak siltig, matig grindig, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtgeel, Edelmanboor
85.93
BOORPROFIELEN
Projectnaam: Opdrachtgever: Projectcode: Boring:
C01
Boring:
C02
Datum: Boormeester:
12-11-2024 S.Zegers
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker
X:
194218,02
X:
194222,11
Y:
325038,93
Y:
325039,86
0.00
0.00
bosgrond
88.39 88.34
0.00
Klei, zwak siltig, matig humeus, neutraal bruinbruin, Edelmanboor
1
1
88.19
-0.30
2 -0.50
0.50
Zand uiterst grof, zwak siltig, sterk grindig, neutraal zwartzwart, Edelmanboor
2
bosschage Zand zeer fijn, kleiïg, matig humeus, matig wortelhoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor Zand uiterst fijn, uiterst siltig, zwak wortelhoudend, sporen mijnsteen, sporen roest, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), lichtbruin, Edelmanboor
0.50
3
Volledig mijnsteen, matig kolengruishoudend, geen olie-water reactie, pid (0 ppm), donker zwartgrijs, Sonic Drill
1.00
4
1.50
5
86.39
2.00
Boring:
C03
Boring:
C04
Datum: Boormeester:
12-11-2024 S.Zegers
Datum: Boormeester:
12-12-2024 O. Bakker