Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Infiltratieonderzoek
Tekst van het document
Oriënterend funderingsadvies en resultaten infiltratie onderzoek t.b.v. nieuwbouw BMV Heerlerbaan aan de Vullingsweg 64 te Heerlen GA200004.020.R01.V1.0 3 december 2020
Inhoud 1
Inleiding ......................................................................... 4
2
Projectbeschrijving .....................................................5
2.1 2.2
Beschrijving Geotechnische uitgangspunten
3
Grondonderzoek .......................................................... 7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Algemeen Diepsonderingen Slagsonderingen Boringen Doorlatendheidsmetingen Inmeting
4
Grondslag ....................................................................... 9
4.1 4.2 4.3 4.4
Terreingesteldheid Bodemopbouw Grondwater Doorlatendheid
5
Infiltratie hemelwater .............................................. 11
5.1 5.2
Toetsing Conclusie
6
Oriënterend funderingsadvies .............................. 13
6.1 6.2 6.3
Algemeen Fundering op palen Vloeren
7
Uitvoering ..................................................................... 15
7.1 7.2
Ontgravingen Mortelschroefpalen
5 5
7 7 7 8 8 8
9 9 9 10
11 12
13 13 14
15 15
Bijlagen Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Sondeergrafieken Bijlage 3 Boringen Bijlage 4 Doorlatendheidsmetingen Bijlage 5 Paalberekeningen Bijlage 6 Richtlijnen uitvoering
GA200004.020.R01.V1.0
3 van 16
1 Inleiding Door Gemeente Heerlen werd aan Geonius Geotechniek B.V. opdracht gegeven om een oriënterend geotechnisch grondonderzoek en infiltratieonderzoek uit te voeren en een oriënterend ontwerpadvies voor de fundering op te stellen. Dit onderzoek was nodig voor de nieuwbouw van de Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV) Heerlerbaan te Heerlen. Het geotechnisch onderzoek wordt uitgevoerd in twee fasen, waarvan één voor sloop en één na sloop. Het geotechnisch onderzoek in fase 1 is reeds uitgevoerd en is gepresenteerd in voorliggend oriënterend advies. Tevens is op locatie een infiltratieonderzoek uitgevoerd om de mogelijkheden te bepalen voor het verwerken en infiltreren van hemelwater. De resultaten van het infiltratieonderzoek zijn tevens gepresenteerd in voorliggend advies. Voorliggend rapport bevat de resultaten van het tot op heden uitgevoerde grondonderzoek en het oriënterende ontwerpadvies voor de fundering. Het ontwerpadvies is uitgewerkt conform NEN 9997‐1 (Geotechnisch ontwerp Deel 1: Algemene regels) en NEN 1997‐2 (Geotechnisch ontwerp Deel 2: Grondonderzoek en beproeving). Beide delen vormen de basis van Eurocode 7.
GA200004.020.R01.V1.0
4 van 16
2 Projectbeschrijving 2.1 Beschrijving Aan de Vullingsweg 64 te Heerlen is de nieuwbouw gepland van een Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV), locatie Heerlerbaan. In de nieuwbouw worden diverse voorzieningen ondergebracht, waaronder onderwijsinstellingen, dagbesteding en zorg. Voor het ontwerpadvies voor de funderingen van de geplande nieuwbouw zijn door ons de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: De nieuwbouw bestaat uit maximaal 3 bovengrondse bouwlagen met plat dak; De nieuwbouw wordt niet voorzien van een kelder of kruipruimte; Het bouwpeil is op basis van de door opdrachtgever verstrekte tekening door ons aangenomen op ca. NAP +143,5 m; Het aanlegniveau is door ons geschat op ca. 0,8 m‐ bouwpeil. Dit komt overeen met ca. NAP +142,7 m; De maximale rekenwaarde voor de belastingen op de funderingen zijn door constructeur aangegeven op puntlasten Fd van ca. 1.200 à 1.800 kN; In dit rapport is uitgegaan van verticaal en centrische belaste funderingen alsmede een horizontaal maaiveld; Eventuele beperkingen of randvoorwaarden als gevolg van milieukundige aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. Indien wordt afgeweken van voornoemde uitgangspunten dan dient ons bureau te worden gecontacteerd daar dan het ontwerpadvies mogelijk moet worden aangepast. Voor het overige verwijzen wij naar de bestektekeningen van de architect.
2.2 Geotechnische uitgangspunten Gezien de belastingen als gevolg van de nieuwbouw en de te verwachten bodemopbouw is het project door ons bureau conform NEN 9997 ingedeeld in de geotechnische categorie 2 (GC2). Dit betekent dat het terrein‐ en bodemonderzoek moet worden uitgevoerd volgens hoofdstuk 3.2 van NEN 9997 en een onderzoeksrapport dient te worden overlegd conform hoofdstuk 3.4 van NEN 9997. Voor het ontwerp van een fundering op palen voldoet het grondonderzoek sec niet aan de NEN9997, omdat het aantal sonderingen dat de minimale diepte beneden het paalpuntniveau haalt zeer beperkt danwel afwezig is. Gezien het beperkt aantal sonderingen dat tot voldoende diep reikt is in het ontwerp rekening gehouden met bepaalde conservatieve aannamen. Voorliggend advies moet tevens als oriënterend worden beschouwd als gevolg van het beperkte geotechnische onderzoek. De conservatieve aannamen voor het funderingsontwerp zijn: De gemeten conusweestand in de diepere zand/zandgrindlagen (dieper dan NAP +139,0 m) wordt afgesnoten op maximaal 15 MPa, terwijl er slagenaantallen worden gemeten van > 200 slagen per 20 cm indringing voor de zware slagsondering (ZS01 en ZS09);
GA200004.020.R01.V1.0
5 van 16
Voor de bepaling van de veiligheidscoëfficiënt die het aantal sonderingen in rekening brengt (3 en 4) wordt uitgegaan van één sondering en is derhalve voor een factor van 1,39 toegepast;
Het ontwerp van een funderingsconstructie op palen dient getoetst te worden aan de eisen betreffende constructieve veiligheid en bruikbaarheid conform hoofdstuk 7 van NEN 9997‐1.
GA200004.020.R01.V1.0
6 van 16
3 Grondonderzoek 3.1 Algemeen Ten behoeve van het grondonderzoek zijn in november 2020 3 diepsonderingen, 2 lichte slagsonderingen, 4 zware slagsonderingen, 3 handboringen en 2 machinale boringen uitgevoerd. In de boorgaten zijn vervolgens doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Hieronder is het uitgevoerde onderzoek verder beschreven.
3.2 Diepsonderingen De sonderingen zijn genummerd GA200004.020 SW05 t/m SW07. De diepsonderingen zijn gemaakt met een elektrische conus waarbij de conusweerstand continu wordt gemeten, elektrisch geregistreerd en digitaal vastgelegd. De sonderingen zijn uitgevoerd conform NEN‐EN‐ISO 22476‐1. Bij de sonderingen is tevens de lokale wrijving gemeten. De continue registratie van de ondervonden bodemweerstand verzekert een gedetailleerd beeld van de bodemopbouw. Dit niet alleen voor wat betreft de sterkte van de bodem maar tevens met betrekking tot de aard van de aanwezige ongeroerde grondlagen. De verhouding tussen de wrijvingsweerstand van de kleefmantel en de weerstand aan de conuspunt, het zogenaamde wrijvingsgetal, heeft voor iedere grondsoort een andere waarde. Voor een gladde elektrische conus gelden bij veel voorkomende ongeroerde gronden onder de grondwaterstand ongeveer de navolgende relaties: Tabel 3.1: interpretatie van het wrijvingsgetal
Wrijvingsgetal in %
Grondsoort
0.3 – 1.5
Zand, grof tot fijn
1.5 – 2.5
Silt (leem)
2.5 – 5.0
Klei
> 5.0
Veen
Tussen de verschillende grondsoorten komen overgangsvormen voor waardoor de aangegeven grenzen niet als hard zijn te beschouwen. In de elektrische conus bevindt zich een hellingmeter. Hierdoor is controle mogelijk op een eventueel afwijken van de verticaal. Bijzondere afwijkingen zijn niet vastgesteld.
3.3 Slagsonderingen Ter plaatse van de slecht bereikbare gedeelten zijn in totaal 2 lichte slagsonderingen en 4 zware slagsonderingen uitgevoerd om de ondergrond nader te verkennen. De zware slagsonderingen zijn genummerd GA200004.020 ZS01, ZS04, ZS08 en ZS09, de lichte slagsonderingen zijn genummerd GA20005.020 LS02 en LS03. De slagsonderingen zijn uitgevoerd conform NEN‐EN‐ISO 22476‐2. De slagsonderingen zijn uitgevoerd conform NEN‐EN‐ISO 22476‐2. Bij de lichte slagsondering wordt een conus met een oppervlak van 10 cm2 de grond in gedreven door middel van een valgewicht van 10 kg. Waarbij de zware slagsondering een conus met een
GA200004.020.R01.V1.0
7 van 16
oppervlak van 15 cm2 de grond in wordt gedreven door middel van een valgewicht van 50 kg. Het benodigde aantal slagen per 0,2 m penetratie wordt genoteerd. Deze aantallen worden tegen de diepte in een sondeergrafiek uitgezet en vormen een sterktebeeld van de bodem. Op deze wijze wordt een indruk verkregen van de draagkracht van de lagen in de ondergrond. De slagenaantallen kunnen worden vertaald naar conusweerstanden. De relatie tussen slagenaantallen per 20 cm en conusweerstanden is sterk afhankelijk van het aanwezige bodemmateriaal. Door R.W.T.H. te Aken is dit verband middels proeven voor zand‐ en zand/grindlagen bepaald. Voor ander bodemmateriaal zijn de relaties vastgesteld op basis van ervaringen, opgedaan met de slagsondeermethode in combinatie met continue druksonderingen en de NEN‐EN‐ISO 22476‐2, 2005.
3.4 Boringen Om de toplagen nader te verkennen en de doorlatendheidsmetingen uit te kunnen voeren, zijn op de locatie 3 handboringen (genummerd GA200004.020 DB01 t/m DB03) en 2 machinale boringen (genummerd GA20004.020 DB04(A) en DB05(A)) uitgevoerd. De handboringen zijn op een diepte van respectievelijk 2,4 m‐ mv, 0,9 m‐ mv en 1,0 m‐ mv voortijdig gestrand op het aanwezige grindpakket. De machinale boringen zijn uitgevoerd tot een diepte van 7,0 m ‐mv. Tevens is zware slagsondering ZS01 voorgeboord tot een diepte van 1,5 m‐ mv en is genummerd GA20004.020 VB01. Tijdens de boorwerkzaamheden is het bodemmateriaal lithologisch onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd volgens NEN 5104. De boorstaten zijn opgenomen in de bijlagen.
3.5 Doorlatendheidsmetingen In de boorgaten zijn doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Deze zijn genummerd GA200004.020 DM01 t/m DM04, DM04A en DM05A en zijn opgenomen in bijlage 4. Door technische omstandigheden is de doorlatendheidsmeting DM05 niet goed opgeslagen en zijn derhalve de resultaten onbekend. Omdat de doorlatendheidsproeven boven het grondwaterniveau zijn uitgevoerd, is volgens de omgekeerde open‐ boorgatmethode (Porchet) gemeten. Om de meting te kunnen uitvoeren, wordt allereerst een gat geboord tot de onderkant van de te beproeven laag. Vervolgens wordt in het boorgat water toegevoegd en wordt de daling van de grondwaterstand per tijdseenheid gemeten, hieruit kan de doorlatendheid worden berekend.
3.6 Inmeting De ligging van de onderzoekspunten is op situatietekening GA200004.020.T01 weergegeven. De resultaten van het grondonderzoek zijn in de bijlagen toegevoegd. De sondeergrafieken zijn getekend ten opzichte van NAP. Ter referentie is tevens de hoogte van Put A (=NAP +143,45 m) ingemeten, zoals aangegeven op situatietekening GA200004.020.T01. De onderzoekspunten zijn met behulp van 06‐GPS ingemeten t.o.v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP (nauwkeurigheid ca. 0,10 m). Alle gegevens van de inmetingen zijn een momentopname en zijn alleen te gebruiken voor voorliggend onderzoek.
GA200004.020.R01.V1.0
8 van 16
4 Grondslag 4.1 Terreingesteldheid Het terrein betreft een bebouwd terrein met omliggende groenvoorziening. Voor het uitvoeren van het grondonderzoek zijn lokaal de aanwezige verhardingen ter plaatse van de onderzoekspunten, klinkers en tegels, (tijdelijk) verwijderd. Ten tijde van het grondonderzoek lag het maaiveld ter plaatse ca. NAP +146,7 m à +141,9 m. Het terrein kent hiermee hoogteverschillen van ca. 4,8 m.
4.2 Bodemopbouw De bodemopbouw kan op basis van de sonderingen en (hand)boringen door middel van het volgende lagensysteem worden beschreven: Toplaag: Vanaf maaiveld wordt tot een variabele diepte van ca. NAP +144,0 m à +139,5 m een slap tot matig vast, zettingsgevoelig löss‐leempakket aangetroffen. De conusweerstanden variëren tussen ca. 0,5 à 2 MPa en de slagenaantallen variëren van ca. 10 à 20 slagen per 20 cm indringing voor de lichte slagsondering en ca. 5 à 10 slagen per 20 cm indringing voor de zware slagsondering. Tot een diepte van ca. 0,5 m à 0,7 m‐mv wordt een geroerde toplaag aangetroffen. Lokaal wordt tot een diepte van ca. 1,0 m‐ mv het funderingspakket aangetroffen van de bestaande verharding, zoals terug te vinden bij LS03 en SW07. Onderlaag: Onder bovengenoemd pakket wordt tot de maximaal verkende diepte van ca. NAP +139,0 m à +138,0 m een vast tot zeer vast gepakt zand en/of zandgrindpakket aangetroffen. Voornamelijk aan de onderzijde van deze laag bevindt zich meer grindhoudend materiaal. In dit pakket zijn de sonderingen gestrand als gevolg van het bereiken van de totaaldruk of het maximum aantal slagen. De conusweertanden lopen op van ca. 10 tot >30 MPa een de slagenaantallen variëren van >50 slagen per 20 cm indringing voor de lichte slagsondering en ca. 30 tot >200 slagen per 20 cm indringing voor de zware slagsondering.
Op basis van onderzoeken in de buurt blijkt dat dit pakket doorzet tot minimaal ca. NAP 134,0 m. Op dit niveau wordt tot ca. NAP +131,0 m een matig vast lemig pakket aangetroffen. Hieronder worden wederom zeer vaste lagen aangetroffen.
4.3 Grondwater Tijdens het grondonderzoek is in de sondeergaten naar de actuele grondwaterstand gepeild. Tot een niveau van ca. 7,0 m‐ maaiveld werd geen grondwater aangetroffen. Dit komt overeen met ca. NAP +137,7 m. Het betreft hierbij slechts een eenmalige meting, waardoor deze waarneming slechts als indicatie kan gelden. Daarnaast kan als gevolg van spanningswater, lagenopbouw en lokale omstandigheden een afwijkende waarde worden aangetroffen. Wij wijzen erop dat de grondwaterstand van seizoen tot seizoen kan verschillen en in nattere jaargetijden mogelijk hoger wordt aangetroffen dan thans het geval is. Exacte grondwaterstanden kunnen alleen middels peilbuismetingen worden verkregen. De grondwaterstand heeft echter geen invloed op de keuze van het funderingssysteem.
GA200004.020.R01.V1.0
9 van 16
4.4 Doorlatendheid Om de doorlatendheid van de bodem te berekenen zijn 6 proeven uitgevoerd. Omdat de proeven boven het grondwaterniveau zijn uitgevoerd, is volgens de omgekeerde open‐boorgatmethode (Porchet) gemeten. Bij de doorlatendheidsmetingen worden drie metingen uitgevoerd. De eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is. Bij de volgende twee metingen raakt de grond langzaam verzadigd. De derde meting is meestal maatgevend voor de doorlatendheid. De range van gemeten doorlatendheden is opgenomen in Tabel 4.1 De resultaten van de metingen zijn opgenomen in de bijlagen. Tabel 4.1: gemeten doorlatendheid
Meting
Traject [m‐ maaiveld]
Traject [m t.o.v. NAP]
Grondsoort
Doorlatendheid [m/d]
DM01
1,3 ‐ 2,3
+140,6 tot +139,6
Leem, sterk zandig
0,2 ‐ 0,5
DM02
0,1‐ 0,85
+144,7 tot +143,9
Zand, zwak grindig
5,6 – 8,2
DM03
0,1‐ 1,0
+145,7 tot +144,8
Zand, zwak grindig
1,7 – 1,8
DM04A
3,0 ‐ 4,0
+141,7 tot +140,7
Zand, zwak grindig
65,9 – 80,1*
DM04
6,0 ‐ 7,0
+138,7 tot +137,7
Grind, matig zandig
5,6 – 6,5
DM05A
3,0 ‐ 4,0
+141,7 tot +140,7
Zand
19,6 – 25,2*
* Berekende doorlatendheid is zeer hoog en niet meer representatief voor het aanwezige materiaal.
GA200004.020.R01.V1.0
10 van 16
5 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/d*; de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd. *
Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
5.1 Toetsing In Tabel 5.1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergeven ter plaatse van de boringen. De bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de 1ste eis voldoet. Tabel 5.1: toetsing waterdoorlatendheid conform Cultuurtechnisch Vademecum (2008)
Meting
Traject
Traject [m t.o.v. NAP]
Maatgevend doorlatendheid [m/d]
Classificatie doorlatendheid bodem
Gunstige mogelijkheden voor infiltratie
[m‐ maaiveld] DM01
1,3 ‐ 2,3
+140,6 tot +139,6
0,2
Slecht
Nee
DM02
0,1‐ 0,9
+144,7 tot +143,9
5,6
Goed
Ja
DM03
0,1‐ 1,0
+145,7 tot +144,8
1,7
Goed
Ja
DM04A
3,0 ‐ 4,0
+141,7 tot +140,7
65,9
Zeer goed
Ja
DM04
6,0 ‐ 7,0
+138,7 tot +137,7
5,6
Goed
Ja
DM05A
3,0 ‐ 4,0
+141,7 tot +140,7
19,6
Zeer goed
Ja
Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van ca. 7,0 m‐ maaiveld ofwel NAP +137,7 m. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand‐ en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m‐ maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de geroerde toplaag, deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal.
GA200004.020.R01.V1.0
11 van 16
2.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m‐ maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Bij dit type infiltratievoorziening zal rekening gehouden moeten worden met het hellende maaiveld om uittredend water benedenstrooms te voorkomen. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.
3.
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot ca. 3,5 m‐ maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Bij dit type infiltratievoorziening zal eveneens rekening gehouden moeten worden met het hellende maaiveld om uittredend water benedenstrooms te voorkomen
4.
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan ca. 3,5 m‐ maaiveld). Dit behoort tot de mogelijkheden. Dit kan middels grindpalen naar het diepere zand‐grindpakket vanaf ca. NAP +140 à +138 m. Aangezien de bovenzijde van het zandgrindpakket vaak lagere doorlatendheden vertoont door inspoeling van de hierboven gelegen fijnere fractie wordt geadviseerd de grindpalen minimaal 2,0 m in het zandgrindpakket te plaatsen.
5.2 Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is met uitzondering van DM01 goed. Wij adviseren een infiltratievoorziening in de ondiepe ondergrond bijvoorbeeld middels kratten, grindkoffers en/of een infiltratieriool. Als alternatief kan ervoor gekozen worden om een diepe infiltratievoorziening te ontwerpen middels grindpalen, eventueel in combinatie met een ondiepe bufferende infiltratievoorziening. Door middel van grindpalen kan het hemelwater worden geïnfiltreerd in het aangetroffen grindpakket, waarmee de leeglooptijd van de infiltratievoorziening kan worden verkort. Er wordt geadviseerd een ondiep infiltratiesysteem aan te leggen (wadi of kratten) in combinatie met grindpalen naar het dieper gelegen grindpakket en/of een leegloopvoorziening. Aangezien het aanlegniveau van de infiltratievoorziening boven de grondwaterstand dient te worden aangelegd, wordt tevens geadviseerd ter plaatse van de projectlocatie een peilbuis te plaatsen waarmee een duidelijk beeld van de grondwaterstanden wordt verkregen. Ongeacht het type infiltratievoorziening zal rekening gehouden moeten worden met het hellende maaiveld om uittredend water benedenstrooms te voorkomen.
Indien gewenst kan een infiltratievoorziening in het kader van een vervolgopdracht voor u worden uitgewerkt.
GA200004.020.R01.V1.0
12 van 16
6 Oriënterend funderingsadvies 6.1 Algemeen Gezien de aard van het project en de aangetroffen bodemopbouw adviseren wij een fundering op palen toe te passen. Een fundering op staal is vanwege de weinig draagkrachtige en/of zettingsgevoelige toplagen zonder ingrijpende maatregelen als bijvoorbeeld een dikke grondverbetering (plaatselijk tot ca. NAP +140 m à +141 m) geen optie. De paalfundering dient plaatselijk diep in de vaste zand/zandgrindlagen geplaatst te worden. De boormotor dient, in combinatie met het gewicht van de stelling, voldoende capaciteit te hebben om de avegaar op diepte te brengen en ook weer te kunnen trekken. Onderstaand is de fundering op palen verder uitgewerkt.
6.2 Fundering op palen In verband met de aanwezige bebouwing in de directe omgeving en de aanwezigheid van vaste (tussen)lagen komt een trillingsvrij funderingssysteem zoals in de grond gevormde mortelschroefpalen in aanmerking. In voorliggend ontwerpadvies zijn onderstaande paalklassefactoren gehanteerd. Indien de uiteindelijke paalleverancier afwijkende paalklassefactoren moet hanteren, zal het ontwerpadvies opnieuw beschouwd moeten worden. Voor de berekening van de draagkracht zijn de volgende factoren aangehouden: paalklasse punt p = 0,56 paalvoetvorm = 1,0 paalvoetdwarsdoorsnede s = 1,0 paalklasse schacht s = 0,006 Gegevens over de stijfheid van het bouwwerk zijn niet bij ons bekend, deze zijn daarom niet in rekening gebracht (conservatief). In de berekening zijn we uitgegaan van een paalkopniveau van ca. NAP +142,8 m en een minimale paallengte van 8 maal de paaldiameter. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een minimale diepte van 8 maal paaldiameter onder het paalpuntniveau benodigd is om aan de norm te voldoen. In voorliggende oriënterende berekening is dit niet het geval en derhalve dient het resterende grondonderzoek uitgevoerd te worden om een definitief funderingsadvies op te kunnen stellen. In Tabel 6.1 zijn de paalpuntniveaus sec ter plaatse van de sondeerpunten aangegeven ten opzichte van NAP.
Tevens is de rekenwaarde voor de draagkracht Rc;net;d aangegeven in kN bij toepassing van alleenstaande mortelschroefpalen met verschillende diameters. Op basis van het huidige onderzoek is het doorrekenen van grotere diameters en/of een dieper paalpuntniveau niet gewenst, aangezien het oriënterende grondonderzoek niet voldoende diep kon worden doorgezet. Bij het aanvullend onderzoek zal de diepere ondergrond nader
GA200004.020.R01.V1.0
13 van 16
onderzocht moeten worden. De opgegeven puntlasten zullen vooralsnog over meerdere palen verdeeld moeten worden. Tabel 6.1: paalpuntniveaus en draagvermogen alleenstaande mortelschroefpalen
Sondering Nr.
Maaiveldhoogte [m t.o.v. NAP]
Paalpuntniveau** [m t.o.v. NAP]
ZS01
+141,53
+138,0
LS02
+143,01
+138,0
LS03*
+144,68
+138,0
ZS04
+144,85
+138,0
SW05
+144,52
+138,0
SW06
+146,66
+138,0
SW07
+144,48
+138,0
ZS08
+145,58
+138,0
ZS09
+143,41
+138,0
Rc;net;d in kN bij toepassing van diameters [mm]** Ø 400
Ø 500
Ø 600
480
705
975
* Paalpuntniveau en draagvermogen o.b.v. omliggende sonderingen.
** Het paalpuntniveau en paaldraagvermogen kan nog wijzigen naar aanleiding van de resultaten van het aanvullend onderzoek. De berekening van de rekenwaarden van de maximaal toelaatbare paalbelastingen per sondering worden gegeven in bijlage 5. Bij de berekeningen is geen rekening gehouden met negatieve kleef als gevolg van zettingen door aanvullingen/ophogingen. Dit omdat er ten tijde van de rapportage geen noemenswaardige ophogingen zijn gepland. Tevens is in bijlage 5 het lastzakkingsdiagram voor een mortelschroefpaal 500 mm bij de maatgevende sondering gegeven. De in dit rapport berekende draagkracht betreft het geotechnisch draagvermogen dat wordt ontleend aan de ondergrond. Door de constructeur moeten constructieve aspecten van de funderingspalen, waaronder de sterkte, worden beoordeeld. De eventuele effecten van additionele zettingen (s2), door het groepseffect bij gebruik van meerpaals poeren, zijn in dit stadium van het onderzoek nog niet berekend gezien de beperkte beschikbare gegevens. Indien meerpaals poeren worden toegepast zullen additionele zettingen (s2) in het definitieve advies moeten worden beschouwd.
6.3 Vloeren De vloeren kunnen, nadat de teelaarde, losse geroerde grond en andere ongerechtigheden zijn verwijderd, op een goed verdichte grondverbetering van ca. 0,5 m worden aangebracht. Het is mogelijk dat afhankelijk van de aangetroffen grondslag, de uiteindelijke bouwpeilvoering en de nog uit te voeren sloopwerkzaamheden de dikte afwijkt van voornoemde waarde. Zie ook de richtlijnen uitvoering grondverbeteringen welke zijn opgenomen in de bijlagen. Eventuele kunnen de vloer ook vrijdragend worden uitgevoerd. In hoeverre de vloeren nog van wapening dienen te worden voorzien is ter competentie van de constructeur. Wij adviseren de vloeren los te houden van de overige constructies, zodat de eventuele zettingen ongestoord kunnen optreden.
GA200004.020.R01.V1.0
14 van 16
7 Uitvoering 7.1 Ontgravingen
Voor een juiste uitvoering van de funderingswerkzaamheden is het noodzakelijk dat de grondwaterstand tenminste 0,5 m‐ het ontgravingsvlak staat. Aangezien er geen grondwater op de betreffende niveaus is aangetroffen, verwachten wij dat er normaliter geen bemaling nodig zal zijn. Wel kan tijdens natte perioden wateroverlast in de bouwput ontstaan als gevolg van regenwater dat zeer traag in de ondergrond wordt opgenomen. Dit stagnerend regenwater kan echter worden afgepompt. Bij het loodrecht uitgraven van de sleuven en/of de bouwput moet rekening worden gehouden met het inkalven van de wanden als gevolg van de weinig cohesieve en geroerde bovengrond. Bij het ontgraven van de bouwput en het aanbrengen van de funderingen dient rekening gehouden te worden met de stabiliteit van de fundering van de belendende bebouwing alsmede mogelijk aanwezige ondergrondse infrastructuur. Het is aanbevelenswaardig om vooraf de aard van de bestaande funderingen (op palen/op staal, aanlegdiepte) vast te stellen middels het graven van enkele (kleine) proefgaten vlak naast deze funderingen. In geen geval mag de gehele fundering worden vrij gegraven. Desgewenst kan ons bureau in dat stadium nader adviseren omtrent de uitvoeringswijze van de nieuwe fundering om stabiliteitsverlies van de bestaande funderingen en infrastructuur te voorkomen.
Wellicht dat het zand dat vrijkomt bij het ontgraven voor de funderingen elders hergebruikt kan worden als materiaal voor grondverbetering. Het verdient aanbeveling dit materiaal door Geonius te laten keuren alvorens het te gebruiken als materiaal voor grondverbetering. Zie ook de richtlijnen grondverbetering in de bijlagen. Bij de ontgravingswerkzaamheden ten behoeve van de funderingen zal het vrijkomend materiaal uit puin, leem, zand, etc. bestaan. Bij eventuele afvoer van de grond van de bouwlocatie zal er rekening moeten worden gehouden dat de benodigde milieukundige verklaringen (b.v. AP04) aanwezig zijn. Indien gewenst kunnen wij dit voor u verzorgen.
7.2 Mortelschroefpalen De werkzaamheden dienen conform de NVN6724:2001 te worden uitgevoerd. De belangrijkste punten zijn in de bijlage uitvoering mortelschroefpalen opgesomd. De palen zullen gezien de weke grondslag in de toplaag (qc< 1MPa) over voldoende lengte, zoals in de NEN‐ normen aangegeven, van wapening moeten worden voorzien. Dit is ter competentie van de constructeur. In verband met de aanwezigheid van zeer vaste lagen dient de boormotor, in combinatie met het gewicht van de stelling, voldoende capaciteit te hebben om de avegaar op diepte te brengen en ook weer te kunnen trekken. Bij het op diepte brengen van avegaarpalen adviseren wij een zo laag mogelijke schraapfactor te hanteren. Op deze wijze wordt de hoeveelheid af te voeren grond, alsmede de ontspanning in de ondergrond tot een minimum beperkt. De schraapfactor is het aantal omwentelingen van de avegaar dat nodig is om de avegaar over de lengte van 1 ´ de spoed te doen zakken.
GA200004.020.R01.V1.0
15 van 16
Bij vastere zandlagen bestaat de kans dat de verhouding tussen de penetratiesnelheid en de draaisnelheid te klein wordt, waardoor meer grond mee naar boven komt dan nodig. Gevolg hiervan is dat de grond meer ontspannen wordt. Een zwaardere boormotor kan ervoor zorgen dat dit verschijnsel voorkomen wordt. Conform de NVN6724:2001, adviseren wij om minimaal 25 % (met een minimum van 5) van de funderingspalen akoestisch door te meten, zodat de palen op discontinuïteiten worden gecontroleerd. Door Geonius kunnen deze akoestische metingen (digitaal m.b.v. het SIT‐systeem) voor U worden verzorgd. Indien het bestek conform BRL richtlijnen wordt opgesteld merken wij op dat 100% van de palen dient te worden doorgemeten.
GA200004.020.R01.V1.0
16 van 16
Bijlagen
GA200004.020.R01.V1.0
Bijlage 1 Situatietekening
GA200004.020.R01.V1.0
83
91
Vullingsweg
ZS09
18 9
- 19
5P
93
LS03 LS02
DB01 DB05/DB05A
ZS01
197 -19
7A
DB02
ZS04
197/TR01
DB03 64
SW06
SW05
68
Put A
SW07 DB04/DB04A
ZS08
70
199-199A
112
114 74
bestaande bebouwing 116
geplande nieuwbouw
118
lichte slagsondering
ZS00
zware slagsondering handboring met doorlatendheidsmeting
project
BMV Heerlerbaan aan de Vullingsweg 64 te Heerlen
onderdeel
situatietekening
projectnr
GA200004.020
projectleider
R. Huijts
bijlagenr
T01
getekend
R. Dammer
datum
17-11-2020
formaat
A3
122
Corisbergweg
124
21-37
Geonius Geo +31 (0) 88 1300 600 1:500 schaal 33-47
0
Vullingsweg
sondering met kleefmeting
LS00
DB00
120
126
SW00
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
25
Bijlage 2 Sondeergrafieken
GA200004.020.R01.V1.0
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+141.53 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 1.50m Voorgeboord
+140 +139
244-->
+138
279-->
+137 Max. aantal slagen +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198529.643 y-coordinaat: 320068.449
+126
GEONIUS
Zware slagsondering (50 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 11-11-2020
Conus
: Z
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 01
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+143.01 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 +140 203-->
+139
Max. aantal slagen
+138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198553.376 y-coordinaat: 320082.300
+126
GEONIUS
Lichte slagsondering (10 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 11-11-2020
Conus
: L
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 02
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+144.68 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 202-->
+143 Max. aantal slagen
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 +140 +139 +138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198571.133 y-coordinaat: 320084.372
+126
GEONIUS
Lichte slagsondering (10 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 11-11-2020
Conus
: L
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 03
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+144.85 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 +140 +139
454--> Max. aantal slagen
+138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198569.058 y-coordinaat: 320045.921
+126
GEONIUS
Zware slagsondering (50 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 12-11-2020
Conus
: Z
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 04
Conusweerstand (qc) in MN/m2=Mpa +150
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal: 100 * fs/qc (%)
12
14
M.V. :
16
18
20
10 9
8
7
6
5
4
3
2
+144.52 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 4
+140
2
+139
Totaaldruk bereikt
+138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198533.781 y-coordinaat: 320022.087
+126 0.05
0.1
0.15
0.2
0.25
0.3
0.35
GEONIUS
0.4 0.45 0.5 pag.1 van 1
Helling (Gr) Datum Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1, klasse 2
Plaatselijke wrijving (fs) in MN/m2=Mpa www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
x
Conus
: 03-11-2020 : S15-CFI.1522
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 05
1
Conusweerstand (qc) in MN/m2=Mpa +150
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal: 100 * fs/qc (%)
12
14
M.V. :
16
18
20
10 9
8
7
6
5
4
3
2
+146.66 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 0
+145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 1 Totaaldruk bereikt
+140 +139 +138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128
RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198574.630 y-coordinaat: 320027.546
+126 0.05
0.1
0.15
0.2
0.25
0.3
0.35
GEONIUS
0.4 0.45 0.5 pag.1 van 1
Helling (Gr) Datum Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1, klasse 2
Plaatselijke wrijving (fs) in MN/m2=Mpa www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
x
Conus
: 03-11-2020 : S15-CFI.1522
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 06
1
Conusweerstand (qc) in MN/m2=Mpa +150
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal: 100 * fs/qc (%)
12
14
M.V. :
16
18
20
10 9
8
7
6
5
4
3
2
+144.48 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144
34.9-->
+143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 6 2
+140 Totaaldruk bereikt +139 +138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128
RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198535.158 y-coordinaat: 320012.146
+126 0.05
0.1
0.15
0.2
0.25
0.3
0.35
GEONIUS
0.4 0.45 0.5 pag.1 van 1
Helling (Gr) Datum Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1, klasse 2
Plaatselijke wrijving (fs) in MN/m2=Mpa www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
x
Conus
: 03-11-2020 : S15-CFI.1522
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 07
1
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+145.58 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 +140 448-->
+139
Max. aantal slagen
+138 +137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198554.275 y-coordinaat: 320009.487
+126
GEONIUS
Zware slagsondering (50 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 12-11-2020
Conus
: Z
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 08
Aantal slagen / 20 cm +150
10
20
30
40
50
60
M.V. :
70
80
90
100
110
120
130
140
150
160
170
+143.41 m N.A.P.
+149 +148 +147 +146 +145 +144 +143
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+142 +141 +140 +139 201--> +138
325--> Max. aantal slagen
+137 +136 +135 +134 +133 +132 +131 +130 +129 +128 RD-coordinaten:
+127
x-coordinaat: 198570.786 y-coordinaat: 320090.674
+126
GEONIUS
Zware slagsondering (50 kg) conform NEN-EN-ISO 22476-2
www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Project : BMV Heerlerbaan
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669
Locatie : Vullingsweg 64 te Heerlen
Datum
: 12-11-2020
Conus
: Z
Opdracht : GA200004.020 Sondering : 09
Bijlage 3 Boringen
GA200004.020.R01.V1.0
Bijlage: Legenda boorstaat
Pagina 1 van 1 2018.2 bijlage legenda boorstaat.docx
opdrachtnummer
: GA200004.020
projectomschrijving :Heerlerbaan , vullingsweg 65, heerlen
boring:
VB01
boring:
DB01
Maaiveldhoogte :
141,53
Maaiveldhoogte :
141,85
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 17-11-2020 Bij ZS01
Datum : Opmerking:
0,00 0,08 0,20
141,50
0,50
141,00
1,00
140,50
Datum :
klinker
0,00
Klinker
tuin Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak grindig, sporen baksteen, grijs
141,50
Zand, matig grof, zwak siltig
0,70
141,00
Zand, matig grof, zwak siltig Leem, matig zandig, sporen grind
1,50
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 11-11-2020
Leem, sterk zandig, sporen grind, bruin
140,50
Leem, matig zandig 140,00 2,30 2,35
139,50
Vast op stenen/grind
boring:
DB02
boring:
DB03
Maaiveldhoogte :
144,82
Maaiveldhoogte :
145,84
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 11-11-2020
Datum :
0,00 0,10
144,00
Datum : Opmerking:
tegel Dikke tegel
144,50 0,85 0,90
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 11-11-2020 Na 6 pogingen nergens dieper dan 1m mogelijk
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegeel Vast op grind
145,50 145,00
0,00
gras
0,30
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, donkerbruin
0,80 1,00
Zand, matig fijn, sterk siltig, grindig, sporen baksteen, bruin
verticale schaal pagina 1 / 2
1: 100
opdrachtnummer
: GA200004.020
projectomschrijving :Heerlerbaan , vullingsweg 65, heerlen
boring:
DB04
boring:
DB04A
Maaiveldhoogte :
144,71
Maaiveldhoogte :
144,71
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 13-11-2020
Datum :
0,00 0,20
144,50 144,00
0,80
143,50 1,50
143,00
Datum :
gras Leem, stijf, sterk zandig, zwak humeus, donker beigebruin
144,50
Leem, stijf, sterk zandig, zwak grindhoudend, licht bruinbeige
144,00
Leem, stijf, sterk zandig, licht bruinbeige
gras
0,80
Leem, stijf, sterk zandig, zwak grindhoudend, licht bruinbeige
1,50
143,00
Zand, matig fijn, matig stevig, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige Leem, matig stevig, sterk zandig, sporen roest, licht beigebruin
142,00
141,50
Zand, matig fijn, slap, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht bruinbeige
141,50
Leem, stijf, sterk zandig, zwak humeus, donker beigebruin
Leem, stijf, sterk zandig, licht bruinbeige
1,80
Zand, matig fijn, matig stevig, zwak siltig, zwak grindig, licht bruinbeige
142,50
142,00
2,50
0,00 0,20
143,50
1,80
142,50
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 13-11-2020
2,50
Leem, matig stevig, sterk zandig, sporen roest, licht beigebruin Zand, matig fijn, slap, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht bruinbeige
3,50
141,00 140,50 4,50
Zand, matig fijn, matig stevig, zwak siltig, matig grindig, licht bruinbeige
140,00 139,50 139,00 6,00
Grind, zeer grof, matig stevig, matig zandig, zwak siltig, licht bruinbeige
138,50 138,00 7,00
boring:
Db05
boring:
DB05A
Maaiveldhoogte :
144,73
Maaiveldhoogte :
144,73
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 13-11-2020
Datum :
Datum :
0,00
bosschage
0,50
Leem, stevig, sterk zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, donker beigebruin
144,50 144,00
Leem, stevig, sterk zandig, zwak grindhoudend, neutraal beigebruin
143,50
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 13-11-2020
143,00
0,00
bosschage
0,50
Leem, stevig, sterk zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, donker beigebruin
144,50 144,00
Leem, stevig, sterk zandig, zwak grindhoudend, neutraal beigebruin
143,50 143,00
142,50
142,50 2,50
2,50
Zand, zeer fijn, slap, zwak siltig, licht bruinbeige
142,00 141,50
Zand, zeer fijn, slap, zwak siltig, licht bruinbeige
142,00 141,50 3,50
141,00 140,50 4,50
Zand, matig fijn, slap, zwak siltig, sporen grind, sporen roest, licht bruinbeige
140,00 139,50 139,00 6,00
Grind, matig grof, stevig, matig zandig, matig siltig, licht beigebruin
138,50 138,00 7,00
verticale schaal pagina 2 / 2
1: 100
Bijlage 4 Doorlatendheidsmetingen
GA200004.020.R01.V1.0
Projectomschrijving: Nieuwbouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB01
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 1,3 - 2,3 Meting DM01
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
270 cm 10 cm 3,5 cm 0 cm
250
waterspiegelhoogte (cm)
200
150
100
50
0 0
50 100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 600 650 700 750 800 tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 150 sec 150,62 cm 800 sec 136,50 cm 2,61E-06 m/s 0,23 m/dag -2,17E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 200 sec 182,76 cm 800 sec 148,11 cm 6,06E-06 m/s 0,52 m/dag -5,78E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 200 sec 184,86 cm 800 sec 156,28 cm 4,84E-06 m/s 0,42 m/dag -4,76E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Nieuwbouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB02
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 0,1 - 0,85 Meting DM02
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
85 cm 15 cm 3,5 cm 0 cm
100 90
waterspiegelhoogte (cm)
80 70 60 50 40 30 20 10 0 0
50
100
150
200
250
300
350
400
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 200 sec 20,56 cm 300 sec 13,62 cm 6,52E-05 m/s 5,63 m/dag -6,94E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 50 sec 49,72 cm 350 sec 8,37 cm 9,48E-05 m/s 8,19 m/dag -1,38E-03 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 150 sec 22,19 cm 300 sec 9,18 cm 9,13E-05 m/s 7,89 m/dag -8,67E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Nieuwbouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB03
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 0,05 - 1 Meting DM03
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
100 cm 0 cm 3,5 cm 0 cm
50
100
100 90
waterspiegelhoogte (cm)
80 70 60 50 40 30 20 10 0 0
150
200
250
300
350
400
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 150 sec 39,34 cm 400 sec 28,72 cm 2,09E-05 m/s 1,81 m/dag -4,25E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 150 sec 56,26 cm 400 sec 41,97 cm 1,98E-05 m/s 1,71 m/dag -5,72E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 150 sec 59,70 cm 400 sec 44,77 cm 1,95E-05 m/s 1,68 m/dag -5,97E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Nieuwbouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB04A
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 3 - 4 Meting DM04A
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
400 cm 0 cm 5 cm 0 cm
100 90
waterspiegelhoogte (cm)
80 70 60 50 40 30 20 10 0 0
50
100
150
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 60 sec 15,04 cm 100 sec 2,73 cm 7,55E-04 m/s 65,25 m/dag -3,08E-03 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 50 sec 7,58 cm 80 sec 0,81 cm 9,27E-04 m/s 80,10 m/dag -2,26E-03 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 30 sec 44,33 cm 100 sec 3,03 cm 7,62E-04 m/s 65,87 m/dag -5,90E-03 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Nieubwouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB04
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 6 - 7 Meting DM04
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
700 60 cm 5 cm 0 cm
250
waterspiegelhoogte (cm)
200
150
100
50
0 0
100
200
300
400
500
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 130 sec 81,97 cm 200 sec 65,98 cm 7,48E-05 m/s 6,47 m/dag -2,28E-03 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 85 sec 61,38 cm 450 sec 22,41 cm 6,44E-05 m/s 5,57 m/dag -1,07E-03 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Nieuwbouw BMV Locatie: Heerlerbaan Boornummer: DB05A
GA200004.020 Opdrachtnr. Traject (m-mv) 3 - 4 Meting DM05A
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
400 cm 10 cm 5 cm 0 cm
50
100
180 160
waterspiegelhoogte (cm)
140 120 100 80 60 40 20 0 0
150
200
250
300
350
400
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 100 sec 63,37 cm 200 sec 24,11 cm 2,26E-04 m/s 19,56 m/dag -3,93E-03 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 60 sec 31,40 cm 250 sec 1,18 cm 2,92E-04 m/s 25,21 m/dag -1,59E-03 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 200 sec 23,64 cm 300 sec 7,89 cm 2,30E-04 m/s 19,90 m/dag -1,58E-03 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Bijlage 5 Paalberekeningen
GA200004.020.R01.V1.0
Rapport voor D-Foundations 19.1 Ontwerp en Verificatie volgens Eurocode 7 van Strook- en Paalfunderingen Ontwikkeld door Deltares
Bedrijfsnaam:
Geonius Geotechnniek B.V.
Datum van rapport: Tijd van rapport: Rapport met versie:
1-12-2020 13:22:29 19.1.1.23780
Datum van berekening: 1-12-2020 Tijd van berekening: 13:21:50 Berekend met versie: 19.1.1.23780 Bestandsnaam:
C:\Users\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Projectbeschrijving:
BMV Heerlerbaan Vullingsweg 64 te Heerlen D-Foundations GA200004.020
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
1 Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave 2 Invoergegevens 2.1 Algemene Invoergegevens 2.2 Rapportage Gegevens 2.3 Toepassingsgebied Model Bearing Piles 2.4 Bovenbouw 2.5 Paaltypen 2.5.1 Paaltype : Round 400 2.5.2 Paaltype : Round 500 2.5.3 Paaltype : Round 600 2.6 Opgegeven Parameters 2.7 Model Opties 2.8 Model Opties 3 Bearing Piles (EC7-NL): Resultaten van de optie Voorontwerp-Draagkracht bij vaste PPN's 3.1 Rekenparameters 3.1.1 Factoren Paal 3.1.2 Paaltype : Round 400 3.1.3 Paaltype : Round 500 3.1.4 Paaltype : Round 600 3.2 Overzicht bij paaltype : Round 400 3.3 Overzicht bij paaltype : Round 500 3.4 Overzicht bij paaltype : Round 600 3.5 Samenvatting Rekenwaarde Draagkracht in kN
1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
2 3 3 3 3 3 3 3 3 4 4 4 5 6 6 6 6 6 7 8 8 8 8
Pagina 2
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
2 Invoergegevens 2.1 Algemene Invoergegevens Model
Bearing Piles (EC7-NL)
2.2 Rapportage Gegevens Geotechnisch adviseur : Constructeur bovenbouw : Opdrachtgever : Titel 1 : Titel 2 : Titel 3 : Nummer project : Locatie project :
Geonius Geotechniek B.V.
BMV Heerlerbaan Vullingsweg 64 te Heerlen D-Foundations GA200004.020 GA200004.020
2.3 Toepassingsgebied Model Bearing Piles De toetsingen uitgevoerd door het model BEARING PILES van D-FOUNDATIONS hebben betrekking op paalfunderingen waarop statische of quasi-statische belastingen werken die drukkrachten in de palen veroorzaken met dien verstande dat de berekening van de paalkrachten en de vervormingen is gebaseerd op sonderingen. Eventuele rijzing van (trek-)palen en mogelijke horizontale verplaatsingen van palen zijn niet in deze toetsingen opgenomen.
2.4 Bovenbouw Stijfheidskarakteristiek :
Slap
2.5 Paaltypen
2.5.1 Paaltype : Round 400 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : 2 Materiaaltype paal : Beton Gladheidsbehandeling voor paal : Geen gladheidsbehandeling Paalvorm : Ronde paal beta (Paalvoetvormfactor) conform figuur 7.i, NEN 9997-1:2016. s (factor voor de invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) conform NEN 9997-1:2016. Paalafmetingen : Diameter [m] :
0.400
2.5.2 Paaltype : Round 500 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. 1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 3
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : 2 Materiaaltype paal : Beton Gladheidsbehandeling voor paal : Geen gladheidsbehandeling Paalvorm : Ronde paal beta (Paalvoetvormfactor) conform figuur 7.i, NEN 9997-1:2016. s (factor voor de invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) conform NEN 9997-1:2016. Paalafmetingen : Diameter [m] :
0.500
2.5.3 Paaltype : Round 600 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : 2 Materiaaltype paal : Beton Gladheidsbehandeling voor paal : Geen gladheidsbehandeling Paalvorm : Ronde paal beta (Paalvoetvormfactor) conform figuur 7.i, NEN 9997-1:2016. s (factor voor de invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) conform NEN 9997-1:2016. Paalafmetingen : Diameter [m] :
0.600
2.6 Opgegeven Parameters Opgegeven ksi3-factor [-] : Opgegeven ksi4-factor [-] :
1.39 1.39
2.7 Model Opties Onderdruk gebruik paalgroep (bij negatieve kleef) Gebruik tussenresultaten file Pas reductie toe bij avegaar (standaard) Gebruik de invloed van ontgravingen (standaard).
1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 4
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
2.8 Model Opties Geselecteerde paaltypen : -Round 400 -Round 500 -Round 600 Geselecteerde profielen : -01 -02 -04 -05 -06 -07 -08 -09
1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 5
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
3 Bearing Piles (EC7-NL): Resultaten van de optie Voorontwerp-Draagkracht bij vaste PPN 3.1 Rekenparameters
3.1.1 Factoren Paal gamma;b (NEN 9997-1:2016, tabel A.6 A.7 A.8, Grenstoestand EQU/STR/GEO) : gamma;b (NEN 9997-1:2016, tabel A.6 A.7 A.8, de Bruikbaarheidsgrenstoestand) : gamma;s (NEN 9997-1:2016, tabel A.6 A.7 A.8, Grenstoestand EQU/STR/GEO) : gamma;s (NEN 9997-1:2016, tabel A.6 A.7 A.8, de Bruikbaarheidsgrenstoestand) : ksi3 (naar eigen opgave) : ksi4 (naar eigen opgave) :
1.20 1.00 1.20 1.00 1.39 1.39
3.1.2 Paaltype : Round 400 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : Materiaaltype paal : Gladheidsbehandeling voor paal : Paalvorm : beta (Paalvoetvormfactor; figuur 7.i, NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(g) : s (NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(h) : factor voor invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) :
2 Beton Geen gladheidsbehandeling Ronde paal 1.00 1.00
Paalafmetingen : Diameter [m] :
Nummer/Naam Sondering 0:01 1:02 2:04 3:05 4:06 5:07 6:08 7:09
0.400
Alpha_s Zand/ Grind 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060
Alpha_s Klei/Leem Veen 0.0060 0.0060 -0.0060 -0.0060 ---
Alpha_p
0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600
3.1.3 Paaltype : Round 500 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. 1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 6
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : Materiaaltype paal : Gladheidsbehandeling voor paal : Paalvorm : beta (Paalvoetvormfactor; figuur 7.i, NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(g) : s (NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(h) : factor voor invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) :
2 Beton Geen gladheidsbehandeling Ronde paal 1.00 1.00
Paalafmetingen : Diameter [m] :
Nummer/Naam Sondering 0:01 1:02 2:04 3:05 4:06 5:07 6:08 7:09
0.500
Alpha_s Zand/ Grind 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060
Alpha_s Klei/Leem Veen 0.0060 0.0060 -0.0060 -0.0060 ---
Alpha_p
0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600
3.1.4 Paaltype : Round 600 Paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Nota Bene: Dit user defined paaltype wordt beschouwd als een in de grondgevormd paaltype. Daarom zal voor de karakteristieke waarde van de wrijvinghoek (delta) 1.0 * phi worden aangehouden. Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in zand/grind: Avegaarpaal Paaltype voor bepaling uitvoeringsfactor alpha_s in klei/leem/veen: Eigen paaltype alpha_s klei/leem/veen : Een van de norm afwijkend type, onderbouwing gekozen alpha_s nodig.
0.0060
Paaltype voor bepaling paalklasse factor alpha_p : Avegaarpaal Paaltype voor gebruik in last-/zakkingsdiagrammen : Materiaaltype paal : Gladheidsbehandeling voor paal : Paalvorm : beta (Paalvoetvormfactor; figuur 7.i, NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(g) : s (NEN 9997-1:2016 art. 7.6.2.3(h) : factor voor invloed vorm dwarsdoorsnede paalvoet) : Paalafmetingen : Diameter [m] :
1-12-2020
2 Beton Geen gladheidsbehandeling Ronde paal 1.00 1.00
0.600
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 7
Geonius Geotechnniek B.V. Nummer/Naam Sondering 0:01 1:02 2:04 3:05 4:06 5:07 6:08 7:09
Alpha_s Zand/ Grind 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060 0.0060
Alpha_s Klei/Leem Veen 0.0060 0.0060 -0.0060 -0.0060 ---
D-Foundations 19.1
Alpha_p
0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600 0.5600
3.2 Overzicht bij paaltype : Round 400 Nummer/Naam PPN Sondering [m R.N.] 0:01 138.00 1:02 138.00 2:04 138.00 3:05 138.00 4:06 138.00 5:07 138.00 6:08 138.00 7:09 138.00
Maaiveld [m R.N.] 141.53 143.01 144.85 144.52 146.66 144.48 145.58 143.41
Rb;cal;max [kN] 631 594 598 598 539 598 571 614
Rs;cal;max Rc;cal;max [kN] [kN] 174 805 250 844 532 1130 280 878 477 1016 414 1013 475 1046 491 1106
Rc;d [kN] 483 506 677 526 609 607 627 663
F;nk;k [kN] 0 0 0 0 0 0 0 0
Fnk;d [kN]
Rs;cal;max Rc;cal;max [kN] [kN] 218 1179 313 1236 664 1599 350 1285 596 1439 518 1453 594 1486 614 1569
Rc;d [kN] 707 741 959 770 863 871 891 941
F;nk;k [kN] 0 0 0 0 0 0 0 0
Fnk;d [kN]
Rs;cal;max Rc;cal;max [kN] [kN] 261 1627 375 1705 797 2143 420 1766 715 1930 622 1967 713 1997 737 2107
Rc;d [kN] 976 1022 1285 1059 1157 1180 1197 1263
F;nk;k [kN] 0 0 0 0 0 0 0 0
Fnk;d [kN]
0 0 0 0 0 0 0 0
3.3 Overzicht bij paaltype : Round 500 Nummer/Naam PPN Sondering [m R.N.] 0:01 138.00 1:02 138.00 2:04 138.00 3:05 138.00 4:06 138.00 5:07 138.00 6:08 138.00 7:09 138.00
Maaiveld [m R.N.] 141.53 143.01 144.85 144.52 146.66 144.48 145.58 143.41
Rb;cal;max [kN] 961 923 935 935 843 935 892 955
0 0 0 0 0 0 0 0
3.4 Overzicht bij paaltype : Round 600 Nummer/Naam PPN Sondering [m R.N.] 0:01 138.00 1:02 138.00 2:04 138.00 3:05 138.00 4:06 138.00 5:07 138.00 6:08 138.00 7:09 138.00
Maaiveld [m R.N.] 141.53 143.01 144.85 144.52 146.66 144.48 145.58 143.41
Rb;cal;max [kN] 1366 1330 1346 1346 1215 1346 1285 1370
0 0 0 0 0 0 0 0
3.5 Samenvatting Rekenwaarde Draagkracht in kN
Nummer/Naam Sondering 0:01 1:02 2:04 3:05 4:06 5:07 6:08 7:09
1-12-2020
Maaiveld [m R.N.] 141.53 143.01 144.85 144.52 146.66 144.48 145.58 143.41
PPN [m R.N.] 138.00 138.00 138.00 138.00 138.00 138.00 138.00 138.00
Round 400 Rc;net;d [kN] 483.00 506.00 677.00 526.00 609.00 607.00 627.00 663.00
Round 500 Rc;net;d [kN] 707.00 741.00 959.00 770.00 863.00 871.00 891.00 941.00
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Round 600 Rc;net;d [kN] 976.00 1022.00 1285.00 1059.00 1157.00 1180.00 1197.00 1263.00
Pagina 8
Geonius Geotechnniek B.V.
D-Foundations 19.1
Einde Rapport
1-12-2020
C:\..\p.stroosma\Desktop\GA200004.020
Pagina 9
BMV Heerlerbaan Vullingsweg 64 te Heerlen
157
Rb;i;d [kN]
78
0
138
277
415
10 20 De Asselen Kuil
6160 BB Geleen
D-Foundations GA200004.020
Last / Zakking Diagram : Bruikbaarheidsgrenstoestand, Slap bouwwerk Rs;i;d [kN]
30 40 50 60 sb
70
Tel
Fax
80 90
+31 88 130 0600
100 110 120 130 [mm] Paal 1 Sond. 01, maatgevende situatie, paaltype : Eigen paaltype (trillings-arm) Ronde paal, paalpuntniveau = 138.00 [m], D = 0.500 [m]
datum get.
ctr.
PSA
A4
form.
D-Foundations 19.1 : GA200004.020.foi
30-11-2020
B01
GA200004.020
Bijl.
Fc;tot;i;d = 542.0 kN sb = 19.7 mm Rs;i;d = 151.1 kN Rb;i;d = 390.9 kN
553
691
Bijlage 6 Richtlijnen uitvoering
GA200004.020.R01.V1.0
Bijlage: Uitvoering mortelschroefpalen
Uitvoering Als richtlijn voor de uitvoering van mortelschroefpalen adviseren we , de weliswaar ingetrokken, voornorm NVN 6724:2001 te hanteren. Hieronder worden nog enkele relevante punten gegeven.
Palen dienen op een afstand van tenminste 2 m van een bestaande op staal gefundeerde fundering te worden geboord. Een kleinere afstand is toelaatbaar, mits vooraf is vast komen te staan dat door de werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan de bestaande fundering en zo nodig ondervangende maatregelen zijn genomen;
Om beïnvloeding van het draagvermogen van een bestaande paalfundering te voorkomen adviseren wij, bij toepassing van avegaarpalen met een gelijk of een hoger paalpuntniveau een minimale h.o.h. afstand van 4,5 x de nominale diameter van de bestaande palen vermeerderd met 1,5 x de nominale diameter van de nieuwe palen te hanteren. Indien de nieuwe palen een lager paalpuntniveau hebben adviseren wij een h.o.h. afstand van 6 x de nominale diameter van de bestaande paal vermeerderd met 1,5 x de nominale diameter van de nieuwe paal aan te houden;
De eerste paal moet zo dicht mogelijk bij een sondering worden gemaakt met het diepste inboorniveau. Indien de opgeboorde grond bedenkingen geeft ten aanzien van het gekozen paalpuntniveau dient onmiddellijk contact te worden opgenomen met de constructeur of Geonius Geotechniek B.V.;
Indien de palen binnen 4 uur na elkaar worden vervaardigd dient de onderlinge hart op hart afstand tenminste 4x de paaldiameter te bedragen. Indien deze tijd meer dan 4 uur bedraagt mag een minimale hart op hart afstand van 2,5x de paaldiameter worden aangehouden. Na een periode van ca. 24 uur is de specie voldoende uitgehard dat voor deformaties of een doorbraak niet meer behoeft te worden gevreesd;
De boormotor dient, in combinatie met het gewicht van de stelling, voldoende capaciteit te hebben om de avegaar op diepte te brengen en ook weer te kunnen trekken;
De inboorsnelheid en de spoed van de avegaar dienen zodanig op elkaar te zijn afgestemd dat de boor zo min mogelijk grond omhoog zal brengen. Opvoer die minimaal gelijk is aan het volume van de avegaar is echter niet te vermijden;
De grond die tijdens het inboren naar boven komt dient direct te worden verwijderd. De reeds gemaakte palen dienen op een doelmatige wijze te worden afgedekt, om verontreiniging van de onverharde mortel in de kop te voorkomen;